Naar de inhoud

Vijf eeuwen familie Martens

akke.beakke.be

Archief

3.3 Hoofdstamlijn Pieter Martens (1602-1653)

3.3 Hoofdstamlijn

Pieter Martens ( ° Hansbeke 1602 - + Bellem 07-07-1653 ) zv Jacob

In “De Belle – Tijdschrift van Heemkring Emiel Mettenanxt en Davidsfonds Bellem “ wordt door Albert Martens een artikel gewijd aan Pieter Martens .

Pieter werd in 1602 te Hansbeke geboren, wellicht op het neerhof van het heerlijke kasteel, en woonde er nog toen zijn vader Jacob stierf in 1618 en zijn moeder Livina Claeys in 1619 hertrouwde met Joos Van Renterghem. Zijn oudste broer Jan was toen reeds gehuwd en had zich te Hansbeke gevestigd.

De 22-jarige Pieter huwde op 27 januari 1624 in de kerk van Bellem met Tanneken Steyaert , dochter van Guilliame en Vyntgen Ryckaert. Het huwelijk werd ingezegend door Joannes Franssens, pastoor-deservitor te Bellem en te Aalter, in aanwezigheid van Pieter zijn oudere broers Jan en Stoffel Martens.

27 van Lau 1624 trouden by my , pasteur , Pieter Martens en Tanneken Steyaert , present Jan Martens ende Stoffel Martens ende ander(42).

Gegevens van het landboek of Meettynghe vande prochie van Bellem van alle de landen ende gronden van erfven gemeeten bij Mr. Jan de Suttere, gheswornen landmeetter van omstreeks 1640 (44)laten toe rederlijkerwijze te veronderstellen dat het jonge echtpaar zich reeds onmiddellijk na hun huwelijk te Bellem vestigde, op de noordzijde van de Brugse vaart waarvan de graafwerken het jaar voordien beeindigd waren. Op deze noordzijde lagen de beste landbouwgronden die voor ongeveer driekwart in bezit waren van aldaar wonende Bellemse families. Ook Tannekens vader bezat er talrijke landerijen. Dit noordelijk deel van Bellem behoorde toen tot het zogenaamde contributieland waarin, na het verstrijken van het Twaalfjarig Bestand (1609 – 1621) tussen Spanje en de Verenigde Provinciën, aan de Staatse vijand contributie of brantschat betaald werd om gevrijwaard te blijven van overvallen en plunderingen (D. De Reuck, p 35).

Het jonge gezin beschikte klaarblijkelijk reeds tijdens de eerste huwelijksjaren over voldoende liquide geld. Pieter, hoewel nieuwe inwoner van de parochie, leende immers op 13 februari 1629 zestien ponden grooten aan de kerk van Bellem, vertegenwoordigd door de kerkmeesters Boudewijn Denijs en Philip De Crock, voor een jaarlijkse rente van 20 schellingen grooten( 6.25%). Dit kapitaal werd rechtstreeks neergeteld in handen van Willem Van Houcke in mindering op de koopsom van een meers die de kerkmeesters namens de kerk hadden gekocht(43).

Volgens de Index ofte taeffel vanden lantbouck der prochie van Bellem vande noortsyde vande vaert pachtte Pieter Martens in de periode 1646 – 1652 van zijn schoonvader Guilliame Steyaert dhelft van eene behuysde hofstede … groot over dhelft 392.5 roeden(45). Dit erf lag in het binnenwycken langs de oostkant van de leystraete op de noordzijde van de vaart, en paalde ten oosten aan den michiel. Zijn schoonbroer Jan Steyaert bewoonde de andere helft van deze tweewoonst.

Pieter pachtte van zijn schoonvader bovendien 24 partijen land en meers met een totale oppervlakte van ca 35 gemeten of ruim 15 ha(46). Deze partijen lagen alle op de noordzijde van de vaart, waaronder:

-in den leensvoortwyck

den houck … oost de straete, zuyt … de leye, groot 364 R(oeden)

den bastpapen, oost … den brouck ende het paepenbilcxken, zuyt de leye, groot 586R

de groote meersch zuyt de leye, groot 586 R

het groot stick , groot 335 R

het waetergancxken, groot 284 R

het voorenste waetergancxken, groot 346 R

de geete … zuyt de loneseelen … noort de swaeghershullestraete, groot 634 R

den crommen gaevere … noort west het haeltervelt, groot 574 R

het rosse gaverken … noort west het haeltervelt groot 210 R

-in den bachten clooster wyck

den nevenbilck … noort de heirstraete groot 580 R

den dryhouck … west de paemelaersbosch, groot 400 R

het hooghe bilcxken … noort de heirstraete, groot 305 R

de neeve piete, groot 418 R

-in den gaeverwyck

den langhen gavere … noort den kerckenbosch, groot 656 R

den gavere groot 436 R

den Eeckaertsvanck, groot 812 R

het kerckenboschstick, groot 608 R

Dit illustreert overduidelijk dat Pieter te Bellem een welstellende boeren- en eigenaarsdochter had gehuwd.

In het parochiaal doopregister van Bellem werden vijf kinderen van Pieter en Tanneken Steyaert ingeschreven, allen te Bellem geboren en gedoopt.

Pieter stierf op 51-jarige leeftijd te Bellem op 7 juli 1653 en werd er ‘s anderdaags begraven.

8 july 1653 sepultus est Petrus Martens fil Jacobi et Livine Clays, obiit 7 huius mane cerciter hora 7(47). Zijn oudste dochter Livina, genoemd naar haar grootmoeder, was 4 jaar vroeger getrouwd en Joanna was het jaar voordien getrouwd. Er waren nog 3 zonen thuis: Guilliame (25 jaar), Pieter (17 jaar) en Jan (9 jaar). Zijn weduwe Tanneken Steyaert overleed 12 jaar later, op 14 october 1665, toen de jongste zoon Jan net 21 jaar was.

15 8bris 1665 sepultus est Anna Steyaert fa Guillielmi obiit 14 eiusdem circa ortum solis(48).

Gezinsfiche

Pieter Martens                                     Anna Steyaert

fs Jacob en Livina Claeys                                   fs Guilliame en Livina Ryckaert

° Hansbeke 1602                                                     ° na 1600

                                          x Bellem 27-01-1624

+ Bellem 07-07-1653                                                + Bellem 14-10-1665

Kinderen

1. Livina                                                                  Pieter Claeys

° Bellem 19-03-1625

                                          x Bellem 13-05-1649

+ Landegem 17-08-1666

2 Guilliame                                                              Joanna Steyaert

° Bellem 31-05-1628                                                 ° Bellem 20-03-1631

+ Bellem 24-02-1708                                                 + Bellem 26-08-1702

3. Joanna                                                                 Boudewijn Heytens

° Bellem 15-03-1633

                                          x Bellem 19-08-1652

+ Ingelmunster 08-06-1673

4. Pieter                                                                    Sara De Sutter

° Bellem 31-03-1636                                                   ° Bellem 29-10-1634

                                         x Bellem 21-09-1662

+ Bellem 01-08-1677                                                    + Bellem 16-07-1710

5. Jan                                                                          Adriana Spiessens

° Bellem 04-04-1644                                                    ° Bellem 30-10-1647

                                       1 x Bellem 12-02-1668

                                                                                      + Bellem 14-01-1670

                                                                                    Suzanna De Roose

                                                                                     ° Bellem 10-10-1647

                                        2x Bellem 20-05-1670

                                                                                     + Bellem 19-11-1679

                                                                                     Elisabeth Peirs

                                                                                      ° ?

                                         3x Bellem 06-05-1680

+ Ursel 06-05-1680 + ?

De vijf kinderen zijn gehuwd te Bellem.Dochter Livina volgt haar man nadien naar Landegem en Joanna verhuisde met haar Bellemse echtgenoot naar Ingelmunster. De drie zonen trouwen met Bellemse meisjes en blijven er ook wonen.

Stamvader Pieter woonde gedurende 19 jaar te Bellem. Zijn grootvader Jan was schepen te Merendree en zijn vader Jacob was baljuw te Hansbeke. Jan, de oudste broer van Pieter, werd eveneens baljuw te Hansbeke en een andere broer Gheeraert werd er kerkmeester en schepen. Als inwijkeling te Bellem bekleedde stamvader Pieter er toch ook een openbaar ambt , namelijk dat van kerkmeester in 1632, maar hij lag vooral aan de basis van een familiestam Martens in die gemeente. Van daar zal een tak later terugkeren naar Hansbeke en er meespelen in de lokale politiek. Guilliame ,zoon van Pieter, en ook diens kleinzoon Jan, werden later burgemeester te Bellem .
Geschreven door Laurent Martens om 12:54 1 reactie Reageer op dit bericht

3.4. Andere afstammelingen van Jacob Martens

3.4 Andere afstammelingen van Jacob Martens

Personen in parenteel van Stoffel MARTENS : generatie IV, kinderen van Jacob

IV.1 M MARTENS, Jan 1590 Hansbeke 27-09-1646 Hansbeke

IV.2 V SPEECKAERT, Barbara 16-04-1594 Nevele 03-03-1636 Hansbeke

IV.3 V RIJCKAERT, Elisabeth 11-10-1640 Hansbeke

IV.4 M MARTENS, Pieter(hoofdstamlijn) 1602 Hansbeke 07-07-1653 Bellem

IV.5 V STEYAERT, Anna na 1600 Bellem 14-10-1665 Bellem

IV.6 M MARTENS, Geeraart 08-1609 Hansbeke 07-10-1678 Bellem

IV.7 V De MEYERE, Philippa 25-11-167x Bellem

IV.8 M Van WASSENHOVE, Arendt

IV.9 V MARTENS, Livina 1611 Hansbeke

IV.10 M MARTENS, Jacques 1613 Hansbeke voor1-1627 Hansbeke

IV.11 M MARTENS, Guilliame 1614 Hansbeke

IV.12 M MARTENS, Christoffel

IV.13 V Van KERREBROUCK, Suzanne

IV.14 M ROOTSAERT, Marten

IV.15 V MARTENS, Joanna

IV.16 V MARTENS, Sara Hansbeke

Iv.17

De oudste zoon Jan werd, zoals zijn vader Jacob, baljuw te Hansbeke. Over Jan en zijn afstammelingen is ruime informatie beschikbaar en langs zijn dochter Sara is hij één van de voorvaders van de families Martens, De Waele, Sutterman, Lamme en Hanssens die verder nog besproken worden. Zijn tweede broer Pieter zet de hoofdstamlijn verder te Bellem.Hij werd er later vervoegd door zijn jongere broer Geeraart, voordien schepen te Hansbeke. Van zus Livina Martens is geweten dat zij slechts 18 was toen zij op 27 october 1629 te Hansbeke trouwde met Arnoldus Van Wassenhove. Na het overlijden van haar moeder en stiefvader heeft zij samen met haar man nog de kasteelhoeve van de heerlijkheid Hansbeke uitgebaat.

3.4.1. Jan Martens ( ° Hansbeke ? 1590 + Hansbeke 27-09-1646 ) zv Jacob

Baljuw van de heerlijkheid Hansbeke

Jan Martens, oudste zoon van Jacob en Livina Claeys, werd omstreeks 1590 geboren. Vlaanderen, dat door de Spaanse troepen grotendeels op de Staatse rebellen was heroverd, werd toen voortdurend geteisterd door moorddadige plundertochten van de vrijbuiters, die vanuit Oostende en Sluis onze streken binnenvielen. Velen waren op de vlucht. Misschien was dit ook het geval voor Jan zijn vader Jacob, die pas voor het eerst in 1601 te Hansbeke vermeld wordt.

Vanaf de eeuwwisseling, toen de maatregelen tegen de invallen van vijandige plunderbenden succes kenden, was er op het platteland opnieuw enige rust gekomen. Als na het sluiten van het Twaalfjarig Bestand in 1609 de vrijheid van andersdenkenden werd gewaarborgd en de leer der doopsgezinden op publieke of geheime vergaderingen werd gepredikt, was Jan ongeveer 20 jaar oud en was zijn vader Jacob baljuw te Hansbeke. In een artikel in Het Land van Nevele (jg 17, nr 2, 1986) onder de titel “ Jan Martens (1590-1646), Doopsgezinde baljuw te Hansbeke “ formuleert Albert Martens een aantal vragen.

Werd Jan een aanhanger van de nieuwe leer? Of vertoefde hij in middens van doopsgezinden waar hij de doopsgezinde Jan Speeckaert leerde kennen met wiens zuster hij omstreeks 1615 huwde?

Barbara Speeckaert, dochter van Jan en Barbara Braus, was op 16 april 1594 te Nevele gedoopt, met doopheffers Philip Van Ooteghem en Suzanna Braus(49). Haar vader, die een landbouwer was met paarden en koeien, woonde te Landegem toen hij stierf in 1606. In onverdeeldheid met zijn broer Pieter bezat hij een behuysde hofstede metten bulcxken en vier partijen land, alle in Drongen gelegen. De moeder van Barbara, die toen met vier minderjarige dochtertjes achterbleef, hertrouwde met Jan Vander Vennet:

staete van goede toecommende de vier onbejaerde kinderen ende wesen van wilent Jan Speeckaert die hij hadde bij Barbelken Braus … te weten Janneken , Joosijnken , Baerbelken ende Mayken , mits Jan den audsten zone bij zijnen huwelicke sijn selfs man … Pieter Speeckaert vooght van de vaderlicke zijde ende Anthonis De Baets bijstaende vooght over ende vuter name van Joos Ghoetgebuer wonende binnen Ghendt vooght vande moederlicke zijde … (50).

Haar oudere broer Jan Speeckaert was gehuwd met Pierijnken Van Renterghem. Ze waren doopsgezind en woonden te Nevele op het Goed ten Heule, een behuysde hofstede mette mote ende meerschelken gelegen in de hoossche straete, dat met bijhorende landerijen een oppervlakte had van 14 bunder. Het goed behoorde in 1460 aan Margriete van Bruesele, weduwe van Gijzelbrecht van Roeselare, en kwam nadien in het bezit van Van Renterghem, en uiteindelijk van Pierijnken Van Renterghem, vrouw van Jan Speeckaert. Op 12 juli 1609 werd Jan Speeckaert bij zijn beleidenis als nieuw lid van de Hervormde Kerk te Aardenburg ingeschreven. Zijn vrouw werd er op 30 maart 1614 eveneens op de lijst van de Hervormden opgetekend.

Landbouwer en eigenaar

Na zijn huwelijk vestigde Jan Martens zich op een behuysde hofstede tegenover het kerkhof te Hansbeke.De oppervlakte ervan, met een aanpalend stuk land, bedroeg een ghemet so daerontrent. Zijn vader Jacob had dit erf tevoren gekocht van Tanneken Bollick, weduwe van Robberecht Van Caeneghem. Hij had het woonhuis volledig vernieuwd en ook een nieuwe schuur gebouwd.

Het ging Jan blijkbaar van meetaf aan voor de wind, want reeds op 1 december 1615, korte tijd na zijn huwelijk, kocht hij deze verbouwde hofstede van zijn vader voor 91 ponden grooten.

Op dezelfde dag verkocht het echtpaar Philip Bert en Pierintken Bruneels hem een ongehuysde hofstede met noch twee partijkens van lande bachten den hove commende tot up het straetken, mitsgaeders een sticxken landt ligghende over dander sijde van het selve straetken, nevens het eeckstick. Deze partijen hadden

een gezamenlijke oppervlakte van ongeveer een bunder. Ze lagen langs het laeckstraetjen, de veldweg lopend van Doorenbus naar het Goed ter Elst( bedrijf dat in de 20e eeuw achtereenvolgens door Emiel, Marcel en Arlette Martens werd uitgebaat). De koopsom bedroeg veertich ponden grooten vlaems ende eenen dobbelen ducaet voor ‘tvercoopers huysvrauwe.

Den eersten decembre 1615 compareerde voor Jaecques Martens bailliu , Jaecques Van Vinct ende Gherof Vander Straeten schepenen in de prochie van Hansbeke , Philip Bert ende met hem bij sijne consente ende auctorisatie Pieintken Bruneels sijne wettelicke huysvrauwe … de welcke kenden ende verclaersden wel ende deuchdelick vercocht thebben so sijlieden doen bij desen an Jan Martens fs Jaecques een ongehuysde hofstede …(51).

Na het overlijden van zijn vader kocht Jan Martens op 16 januari 1619 andermaal een onbehuysde hofstede , groot ontrent twee hondert vijftich roeden van Gillis De Backer , officier en tavernier te Hansbeke. Dit erf lag eveneens tegenover het kerkhof op de oostzijde van sheerenstraete en paalde ten zuiden aan zijn eigen goed en ten noorden aan de hofstede van Jan Rutsaert. De ghecostumeerde kerckgheboden dienaangaande waren nog bij den bailliu Jaecques Martens voorgaende bailliu gedaen (52).

Enkele maanden later, op 1 december 1619, betaalde Jan Martens opnieuw 25 ponden grooten vlaems vrij suvers gelt aan Daniel Van Speybrouck als koopsom van 3 partijen land, eerst een partije van lande ligghende in de prochie van Hansbeke ghenompt den neystacker groot ontrent twee gemeten LXII roeden palend ten westen aan de koper, item noch een partijken van lande ghenompt het cleyn hulstackerken ten oosten palend aan de koper en ten noorden aan het goet van Exaerde en item ten lesten een partijken van lande groot drij vijfventwintich roeden ligghende inden cautere ghenompt den meulenackere, op de noordkant van het meulendrefken tussen de Doornbosstraat en de heerlijke molen in de sheerenstraete(53).

Nog op 18 maart 1620 kocht hij van zijn intussen met Joos Van Renterghem hertrouwde moeder een partij land van 300 roeden groot, gelegen in de wijk Zande, voor een bedrag van 22 ponden grooten vlaems(54).

Toen na het verstrijken van het Twaalfjarig Bestand in 1621 Spaanse troepen te Hansbeke verbleven, werden bij Jan twee spaengaerden ingekwartierd. Ook anden alferijn (?) van het kasteel moest hij een hesp van negen en een half pond geven en eenen caerpe van 20 ponden . Bovendien leverde hij 34 ponden brood ome de soldaten te onderhouden.

Nadien kwamen een sekeren troep duytsche soldaten op zijn erf, de welcke aldaer ghebleven sijn eenen nacht ende hebben hem verbrant, die te troepe in sijn hof ghevallen sijn , ongheforriert den nomber van 130 haudt . Aan dezelfde troep werden seven broden, elck van 14 ponden een hespe van 16 ponden ende twee sticken botere geleverd. Later hield hij nog bij forrierringhe vier soldaten en ten leste drij soldaten die haerlieden selve forrierden (55).

De naam van Jan Martens komt ook voor op het renteboekje van de armendis te Hansbeke, anno 1624-1629: Ontfaen van Jan Martens bij coope van Daniel Van Speybroeck met consorten,gelt jaerlicx xiii d p gaende vuyt een stick landts genaempt den eystacker west dhoirs van Exaerde.

Op 28 april 1627 verscheen Jan voor de schepenen ende mannen van leene vande heerlichede ende leenhove vande prochie van Hansbeke om een akte te verlijden betreffende de aankoop van een partijken landts ghenompt de doorenhaghe, groot ontrent een ghemet, danof een deelken gheleghen is in sheerenstraete an het landt van Christoffel Martens, ligghende op de westzijde van de kercke vande voornompde prochie. Hij had deze partij, die een leen was ghehouden vanden leenhove van Hansbeke, gekocht van Marten Clays fs. Adriaen voor de somme van achttien ponden, seven schellynghen, neghen grooten, metgaders drij muekens taerwe ende bij den coopere te saeyen een mueken lijsaet, ende drij schellynghen vier grooten voor svercoopers huysvrauwe(56).

Leenman, schepen en ruzie met Spaanse soldaat

Jan Martens legde in de wetsvergadering van 24 october 1619 de eed af als leenman van het leenhof van Hansbeke (57).

Gezagsdragers waren blijkbaar toen ook het voorwerp van kritiek en verwijten. Adrian De Witte had in beschonken toestand op zondag 29 november 1620 enige beschuldigingen geuit aan het adres van Jan Martens en Jan Salaert, die dit niet voor lief namen. De drinkebroer werd gedagvaard voor de vierschaar van 2 december daaropvolgend, waar hij in hun tegenwoordigheid verklaarde dat hetselve geschiet is door dronckenschap ende dat hem hetselve hertelick leet is en hij van hen niet en weet te seghen dan deucht ende heere (58).

Na de wetsvernieuwing van begin 1623 zetelde Jan Martens als schepen bij Gherolf Lamme, Pieter Van Eyste, Gillis Van Hove, Jan Van Wassenhove, Gherof Maenhout en Jan Van Hulle fs. Gabereel, burgemeester, in de schepenbank te Hansbeke (59).

Ruzie met Spaanse soldaat

Jan was stipt aanwezig op de dynghedaghen van de wethouders (60) tot hijzelf, samen met Cornelis Bayens, op 20 augustus 1625 voor de vierschaar werd gedagvaard. Beiden droegen de soldaten van de Spaanse troepen blijkbaar niet in hun hart. Kwam dit omdat zij doopsgezind waren of omdat de militairen, zowel vriend als vijand, bij de bevolking onpopulair waren? Immers, op 5 augustus voordien hadden ze up den herwech tusschen de prochie van Hansbeke ende de prochie van Landegem een hierschen soldaet die was volghende sijne compagnie afgeranseld. Volgens de akte van beschuldiging hadden zij hem seer compasselick gheslaghen met stocken, metgaders afghenommen sijnen mantel muschet rapiere ende sijne borse met gelt, twelcke sij met haerlieden gedraeghen hebben. Ze verklaarden, wellicht als verzachtende omstandigheden, dat ze den hierschen soldaet een lesje hadden geleerd, omdat hij tevoren ghesmeten hadde sekeren aermen man, en hij in het gevecht gheabandoneerd heeft sijnen mantel muschet ende rapiere. Ze bekenden nochtans dat den soldaet theurlicke versoucke ghegeven heeft zijn gelt, dat hij over hem hadde en dat zij zijn achtergelaten attributen hadden meegenomen. Ze drukten hierover hun spijt uit en verzochten omme gratie voor recht. Toch werden ze in de wetsvergadering op 4 september 1625 door de vierschaar, die vooraf gheleerde advocaeten, postilerende inde Raedt van Vlaenderen hadden geconsulteerd, veroordeeld elck in een boete van vier ponden grooten sheeschers proffyte metgaders in elck 20 schellyngen grooten tot proffyte van onse lieve vrouwe vande prochie(61).

Heeft Jan Martens als gevolg van deze veroordeling ontslag genomen als schepen van de heerlijkheid of werd hij wegens dit vergrijp voor zijn diensten bedankt? In elk geval is hij niet meer aanwezig op de daaropvolgende vergaderingen van de wethouders.

Baljuw , curator en procureur

In het laatste trimester van 1627 bleef Lieven Van Kerrebrouck, baljuw van de heerlijkheid van Hansbeke, meerdere malen op de dynghedaghen afwezig. Hij werd toen door de officier Gillis De Backer als vivi bailliu vervangen. Hij was opnieuw tegenwoordig op de wetsvergaderingen die in het volgende trimester plaatsvonden. Maar uiteindelijk zetelde hij voor de laatste maal op 12 april 1628. Werd hij zwaar ziek? Werd hij van zijn taak ontlast of uit zijn ambt gezet? In hetzelfde jaar werden geen dynghedaghen meer gehouden, in ieder geval niet meer genotuleerd in het ferieboek.

Nog voor het jaareinde werd hij door Jan Martens opgevolgd:

heden desen IIIIn january XVIc neghenentwintich sijn ghecompareert voor Jan Martens als ghecommitteert wesende tot bedienen vande bailluaige vande prochie van Hansbeke met datter toebehoort …(62) . Deze legde op de dynghedach van 16 october 1630, bij een vernieuwing van de wet,( andermaal) de eed af, samen met schepenen en andere gezagsdragers:

up heden date alsvooren den XVIn october 1630 hebben eed ghedaen Jan Martens bailliu Jan Van Hulle Gherolf Standaert Jan Van Wassenhove Pieter Van Vinckt Pieter Anthonis ende Lieven Vanden Bossche, metgaeders Marten Van Buere ontfanger Marten Van Maldeghem en Mr Pieter Rootsaert, metgaders Pieter Van Maldeghem ende Adrian Vande Walle Jacques Van Vinckt(63) en zat stipt de schepenbank voor die vanaf 7 februari 1629(Wettelycken dindach ordinaire den VIIn february XVIc negenentwintich present Jan Martens bailliu inde plaetse ghecommen sijnde vande voorgaende bailliu Lieven Van Kerrebrouck) opnieuw regelmatig vergaderde(64).

Jan Martens, die als baljuw de belangen van de heer van de heerlijkheid van Hansbeke moest vrijwaren, werd reeds bij het begin van zijn ambtstermijn ambtshalve met een ondankbare opdracht opgezadeld. Een eerste maal nog in 1628, en een tweede maal op 24 october 1629, legde hij in wettelicken ghebannen vierschaere, over en vuten naeme vanden heere deser prochie van Hansbeke beslag op de onroerende goederen van zijn voorganger Lieven Van Kerrebrouck, omme daer anne te verhaelen alsulcke schade ende intresten die de heer op zijn voormalige baljuw en ontvanger wist te pretenderen , ter causen van sekere upgaende boomen ende troncken als den voornoemden Kerrebrouck van den voornoemden heer ghecapt ende vercocht heef(65). Wellicht stierf Lieven Van Kerrebrouck omstreeks deze tijd of korte tijd later. Zijn onroerende en roerende goederen werden bij aucthorisatie van mijn edele heeren vanden Raede van Vlaenderen openbaar verkocht teneinde de lopende schulden te vereffenen. De veiling vond plaats op drie opeenvolgende zitdagen van de vierschaar(66). Jan Martens fungeerde er causa officii als executeur van het vonnis. Op de laatste verkoopdag, 29 januari 1631, hernieuwde hij andermaal uit naam van de heer de beslaglegging op de goederen van de voormalige baljuw. Het baart wel enige verwondering dat Jan Martens slechts gedurende een eerste ambtstermijn van drie jaren baljuw bleef. Was zijn doopsgezindheid een onoverkomelijke hinderpaal voor het verderzetten van zijn mandaat? Of had hijzelf een grondige beweegreden om te verzaken aan het baljuwsambt?

Op 25 juni 1631 zat hij zijn laatste wetsvergadering voor. Tijdens de volgende dynghedach, die op 1 october 1631 plaatsvond, kwam hij bevestigen dat hij Laurens De Rave, die door de ontvanger werd opgeroepen, nog persoonlijk had gedagvaard . Zijn opzegging kende blijkbaar geen vlot verloop want het ganse daaropvolgende jaar trad de officier Martijn Le Fevere als rechtstreekse vertegenwoordiger van de heer op. Het was pas op de wetsvergadering van 1 juni 1633 dat Baudewijn De Meyere als nieuwe baljuw zetende (67).

Jan Martens werd intussen aangesteld als curator ten vaguen sterfhuyse van Lieven Van Kerrebrouck. In deze functie was hij, samen met de erfgenamen van Willem Van Kerrebrouck, eiser in een geding tegen Marten Van Maldeghem. Hij werd anderzijds als curator gedagvaard in het proces dat door mher Hubert Albert de Guernoval rudder baron van Eeckelsbeke heere van Hansbeke etca en andere schuldeisers van Lieven Van Kerrebrouck in de Raad van Vlaanderen was aanhangig gemaakt en ruim twee jaar aansleepte(68).

Als leenman bleef hij deel uitmaken van het leenhof van Hansbeke. Hij trad ook op als procureur of zogenaamde pleitbezorger in geschillen. Aldus verdedigde hij voor de vierschaar de belangen van Gillis Lievens tegenover Pieter Temmerman. Ook als prijser of schatter vervulde hij zekere opdrachten.

Nalatenschappen

Barbara Speeckaert, eerste echtgenote van Jan, overleed op 3 maart 1636:

1636, 3 martij obiit Barbara uxor Joannis Martens(69)

Voor Jan volgde een moeilijke tijd. Hij bleef achter met negen minderjarige kinderen, vier jongens en vijf meisjes: Jacques, Hansken, Stoffel, Pierken, Janneken, Tanneken, Saerken, Sanneken en Fransijnken. De oudste was ongeveer 19 jaar, de jongste wees amper 4 jaar. Christoffel Martens, oom van de weeskinderen, en Gherof Lamme werden respectievelijk als paternele en als maternele voogden aangesteld en beëdigd:

25.06.1636, heden date ende presentie alsvooren heeft Christoffels Martens als hoom ende voocht vande vaderlijcke sijde gedaen den behoorlicken eedt vande weesen van Jan Martens gheprocureert bij Barbara Speeckaert ter saligher memorie, ende Gherolf Lamma over de moederlijcke sijde(70).

Petronilla Lamme, achterkleindochter van Gheert Lamme, trad een eeuw later in het huwelijk met Judocus Martens (1686-1725).

Volgens de staet ende verclaers van goede toebehorende aan de wezen, werden de cattheylighe goedynghe van desen sterfhuyse, mitsgaedres de schulden van baeten, beter bevonden dan de schulden van commere ende lasten:

Dit naervolghende is den staet ende verclaers van goede toebehoorende Jacqueq Hansken Stoffel Pierken Janneken Tanneken Saerken Sanneken en Fransijnken Martens, alle kinderen van Jan Martens gheprochereert bij Barbara Speckaert filia Jans, den welcken staet ende verclaers van goede bij desen doen ende overbrynghen Crystoffels Martens als voocht over de vaederlijke zijde ende Gherof Lamme als voocht over de moederlijke zijde(71).

Jan Martens beloofde zijn kinderen te onderhouden zoo van ate dranck cledene ende gheredene tot aan hun huwelijk ofte andere heerlijcke staete. Hij zou naderhand ieder kind het bedrag van acht pond grooten vlaems ter hand stellen. De jongens mochten leren lesen ende schriven omme hemlieden te manne commende te behelpen . Alle de cattheylen van huyse schuere ende stallen my tsgaeders alle de catteylen van boome bleven in onverdeeldheid.

De staat van goed vermeldt het conkest goet of de eigendommen bij desens weesens vaeder ende moeder in huwelicke wesende tsaemen gheconquesteert of verworven :

een behuysde hoofstede ligghende thansbeke an de kercke, 387 roeden

een partijken cauter inden meulen acke , 78 roeden

een haude hofstede, 527 roeden

een styck landt ghenaemt het sande bulxken, 319 roeden

een partije ghenaemt den cleenen heystacker, 136 roeden

een sticken met eenen grooten punt ghenaemt de colliere, oost het lackstraeken,

108 roeden

een stickken landt ghenaemt het ecksticke, west het lackstaeken, 182 roeden

een partije ghenaemt de doorenhaeghe , 261 roeden .

Jan Martens hertrouwde met Elisabeth Rijckaert, dochter van Arent, vermoedelijk afkomstig van Ursel. Op 2 mei 1639 baarde zij een dochtertje Livina(72). Elisabeth overleed reeds een jaar later, op 11 october 1640:

1640, 11 october obiit Elisabeth ux. Joannes Martens(73).

Volgens de staat van goed (74)… Dit navolgende es den staet van goede toebehoorende Vijnken de dochter van Jan Martens die hij hadde bij Helysabet, de dochter van Arten Rijckart , van al sulx als de voornoemde weese verstorven es bij toverlijden van haere voornoemde moedere, overbrocht bij Gillis Rijckaert ende Christoffel Martens vochden vande voornoemde weese …) erfde het weesmeisje langs moederszijde diverse partijen land uit de nalatenschap van haar grootvader Arent Rijckaert. Deze landerijen lagen op Ursel, in onverdeeldheid met haar tante Tanneken Rijckaert:

een stick lants daerment heet den hulle, noort vanden muelen van Ursele, commende ten alfven met eenen aeck tot up een straetken,

palende noort het hegelstraetken, suyt de hullestraete die loopt achter de

stede van Joachim Begijn, groot ontrent de twee gemeten ;

een partije cauterlant up vleckackerken, groot ontrent een haut gemet;

een partije lants up den steelantput, 125 roeden;

een partije maymersch gelegen in herysbroek genaemt den crieckelaersbilck, noort de vieckemstraete, 250 roeden

ten lesten noch een alf gemet mersch oock in herysbroek .

Omdat de catheylen beter bevonden sijn dan de commeren ofte last vande sterfhuyse beloofde Jan Martens zijn kind als sij sal commen ten eenygen staete tsij geestelick of weireltlick ofte bij getijdige haude twaalf ponden groten te geven. Ze zou ook haar moeders beste mareyten rock ende eene caernatenen lijfrock krijgen, die door haar tante Tanneken Rijckaert bewaard werden en waarvan de waarde door Gerof Lammens op vier ponden geschat was.

Opvallend is dat de doopsgezinde vader beloofde des weesens vrienden van haer smoeders wege te volgen in bruyksten ende kerckgangen gelick of de selve hare moeder noch in leven war.

Zijn laatste jaren als weduwnaar

Volgens het jaerboek ofte gebruyckboek van Hansbeke, daterend van omstreeks 1640, woonde Jan op zijn eigen hofstede langs de oostzijde van sheerenstraete tegenover het kerkhof. Hij gebruikte vier akkers en twee meersen uit het Goet van Exaerde, die hij van de barones van Pamele pachtte, en zijn eigen verworven landerijen met een gezamenlijke oppervlakte van 8 gemeten en 250 roeden (75).

Vanaf 1640 werd Jan Martens, benevens andere nalatige katholieken of vermeende ketters, door de parochiegeestelijkheid in het oog gehouden. De pastoor, Francies Diericx, aanzag Jan Vervinct maar vooral de ex-baljuw als een geloofsverdachte van wie gezegd werd dat hij zich verheugde in de overwinningen van de vijand. Uit dekanale visitatieverslagen, gericht aan de bisschop van Gent, blijkt dat hij vermoed werd dat hij predikant of minister kon worden indien de tijden zouden veranderen:

Joannem Vervinct habebat pastor pro suspecto in fida sed magis Joannem Martins ex-baillivum, qui dicitur gaudere in victoriis inimicorum, et putatur posse fieri praedicans seu ministe, si tempora mutarentur …(76) en (77).

Voordien, op het einde van 1638, bracht Gillis De Backer, officier, Jan Martens voor de vierschaar wegens een niet nader omschreven eis waarvan hij nadien afzag (78).Ook Jacques Van Vynckt trok aan het kortste eind in een geschil met de oud-baljuw, die zich voor de vierschaar liet bijstaan door de pleitbezorger Mattheeus Vermeerle (79).

Geraakte Jan Martens in geldnood nadat zijn oudste dochters kort na elkaar in 1640 huwden en hij hen wellicht de weespenningen moest uitkeren? Joos Begijn, griffier en ontvanger van de heer, liet hem immers voor de vierschaar dagvaarden wegens nalatige heerlijke renten (80). Ook Gheert Vande Putte (vader van zijn latere schoonzoon Frans Vande Putte) bekloeg zich voor de schepenbank(81). Op 23 september 1643, twee maanden nadat zijn dochter Suzanna gehuwd was met Frans Vande Putte, ontving Jan Martens weliswaar uit de handen van Jaques De Bliecq, ontvanger van Hansbeke, een vergoeding van 6.17.11 grooten 6 deniers voor sijn resterende vacatien van ghepresen thebben dese prochie van Hansbeke(82). Maar een jaar later op 18 juli 1644 leende hij van Jan Toebast fs. Jan, inwoonende poorter der stede van Gendt, een bedrag van 64 ponden groten aan een jaarlijkse rente van 4 ponden. Zijn hofstede tegenover de kerk met aanpalende partijen land groot ontrent twee gemeten en de partije van lande, ghenaempt den doorenbusch wesende eene aude hofstede , groot een half bunder golden hierbij als onderpanden (83).

Korte tijd nadat hij zijn zoon Jan op 21-jarige leeftijd naar het graf droeg:

1646, aprilis 30 Joannes Mertens adultus cemit(84)

stierf Jan Martens te Hansbeke op 27 september 1646:

1646, septembris 27 Joannes Mertens adult cemit(85).

3.4.2 Afstammelingen van Jan Martens

Gezinsfiche

Martens Jan             1x                 Speeckaert Barbara

fs Jacob en Livina Claeys                           fa Jan en Barbara Braus

° 1590                                                              ° Nevele 16-04-1594

+ Hansbeke 27-09-1646                                + Hansbeke 03-03-1636

Kinderen

1. Joanna                      x                                 Vande Walle Adriaan

                                                                          fs Gheeraert

                             x Hansbeke 29-07-1640

+ Hansbeke 18-08-1664

2. Jaecques                   x                                 Coppens Joanna

° Hansbeke 1618

                             x Hansbeke 03-04-1652

+ Hansbeke 24-02-1678                                   + Hansbeke 13-11-1692

3. Anna                          x                                Beernaert Anthone

                                                                           fs Cornelis

4. Sara               1x                                            Van Vincq Joannes

° Hansbeke 1617                                              fs Jacques en Mayken Serweytens

                         x Hansbeke 21-04-1640

                                                                           + Hansbeke 05-02-1646

                          2x                                             Sutterman Joos

                                                                            fs Jan en Cathelijne Vanderstraeten

                        x Hansbeke 30-04-1647

+ Hansbeke 02-10-1692                                    + Hansbeke 08-12-1680

5. Suzanna         x                                              Vande Putte Frans

° Hansbeke 1624                                                 fs Gheeraert

                         x Hansbeke 16-07-1643

+ Hansbeke 21-11-1684

6. Jan

° Hansbeke 09-03-1625

+ Hansbeke 30-04-1646

7. Christoffel

° Hansbeke 21-09-1628

+ Hansbeke 14-01-1655

8. Pieter

9. Francisca              x                     Braet Jacques

° Hansbeke 10-08-1631

                    x Hansbeke 01-06-1656

+ Hansbeke 17-02-1691                  + Hansbeke 05-08-1684


Martens Jan
             2x             Ryckaert Elisabeth

                                                                 fa Arent

+ Hansbeke 11-10-1640

Kinderen                2x

10. Livina                x                             Vande Putte Petrus

° Hansbeke 02-05-1639

                    x Hansbeke 04-06-1675

De personen in het parenteel van Jan Martens zijn weergegeven bij de afstammelingen van Stoffel Martens (bijlage 3.4). Via zijn dochter Sara en de familie Sutterman wordt Jan Martens naast zijn broer Pieter, die naar Bellem verhuisde, eveneens een voorvader van Carel Martens (1766-1837) in de hoofdstamlijn.

Van de kinderen van de Hansbeekse baljuw Jan, en dus van de kleinkinderen van baljuw Jacob, is heel wat informatie beschikbaar. Terwijl de hoofdstamlijn doorgaat te Bellem, met Guilliame Martens, zoon van Pieter en kleinzoon van Jacob, die er burgemeester wordt, verlopen de levensverhalen van de te Hansbeke geboren en gebleven afstammelingen toch wel heel anders. De hier beschreven familieleden Martens (Sara, Jacques, Suzanna, Francisca en Janneken) zijn de Hansbeekse neef en nichten van de Bellemse Guilliame. Met uitzondering van de afstammelingen van Sara spelen zij en hun kinderen spelen geen rol meer in het bestuur van de heerlijkheid Hansbeke. Meerderen onder hen zijn direct betrokken bij het uitbaten van herbergen.

Door haar huwelijk met Joos Sutterman legde Sara de basis van een aantal betekenisvolle afstammelingen. Haar kleinzoon Petrus Sutterman werd burgemeester en trouwde met Livina Lamme, waarvan de zuster Petronilla zou huwen in de hoofdstamlijn Martens. Door haar huwelijk met Carel Martens zal de kleindochter van Petrus, Marie Rose Sutterman, opnieuw de band leggen met de hoofdstamlijn Martens. Hierdoor is Jan Martens eveneens een voorvader van Petrus-Francies Martens in de hoofdstamlijn.

Gheeraert Martens, jongere broer van Jan, zal als schepen nog een zekere politieke rol spelen.

Sara Martens (° Hansbeke 1617 + Hansbeke 02-10-1692) dv Jan

Sara was slechts 2 jaar oud toen haar vader Jan de eed aflegde van leenman van het leenhof van Hansbeke. Zij was 6 wanneer hij schepen werd en zijn burgemeesterambt situeerde zich tussen haar 12 en 14 jaar. Ze was slechts 19 wanneer haar 42-jarige moeder overleed, na 9 kinderen te hebben op de wereld gebracht. Na het tweede huwelijk van haar vader met Elisabeth Rijckaert en na de geboorte van een halfzusje Livina op 5 mei 1639 trad zij op 21 april 1640 te Hansbeke in het huwelijk met Joannes Van Vincq.

Personen in parenteel van Jan Van VYNCKT

´

I.1 M Van VYNCKT, Jan

II.1 M Van VYNCKT, Jacques

II.2 V SERWEYTENS, Mayken 31-12-1640 Hansbeke

III.1 M Van VINCQ, Jan

III.2 V MARTENS, Sara 1617 02-10-1692 Hansbeke

Haar schoonvader Jacques Van Vynckt en schoonmoeder Mayken Serweytens, dochter van Gillis en Lippynken Lootens, woonden op een hofstede palend ten noorden en ten westen aan de straete (vermoedelijk de huidige Karmenhoekstraat) en bewerkte ongeveer 10 gemeten land waaronder de catteschoot langs de oostkant van het catschootstraetjen. Hij was waeghenmaeker, burgemeester in 1621-22, kerkmeester in 1623 en armmeester in 1626. Van 1626 tot 1632 was Jacques Van Vynckt bovendien lid van de schepenbank van Bellem en Schuurvelde, als vertegenwoordiger van de Bellemse enclave in Hansbeke. Wanneer zijn vrouw Mayken overleed op 2 december 1640, 8 maanden na het huwelijk van zoon Jan, waren er 8 kinderen.

Jan Van Vincq moet zeer jong overleden zijn vermits zijn 30-jarige weduwe Sara reeds op 30 april 1647 hertrouwde met Joos Sutterman, zoon van Jan en Cathelijne Vanderstraten. Haar tweede echtgenoot was 21 jaar ouder dan Sara en slechts 6 jaar jonger dan haar vader. Voor Joos Sutterman was het reeds zijn derde huwelijk. Joos zetelde eveneens in de schepenbank van Bellem en Schuurvelde als vertegenwoordiger van de enclave in Hansbeke en wel gedurende de periodes 1643-55 en 1662-63.

Personen in parenteel van Jan SUTTERMAN

I.1 M SUTTERMAN, Jan

I.2 V VANDERSTRATEN, Cathelijne

II.1 M SUTTERMAN, Joos 21-09-1596 Hansbeke 08-12-1680 Hansbeke

II.2 V MARTENS, Sara 1617 02-10-1692 Hansbeke

III.1 M SUTTERMAN, Petrus 24-04-1650 Hansbeke

III.2 V MAENHOUDT, Livina 05-12-1658 Hansbeke 26-03-1717 Hansbeke

IV.1 M SUTTERMAN, Petrus 23-05-1687 Hansbeke 15-04-1773 Hansbeke

IV.2 V LAMME, Livina 19-04-1689 Hansbeke 12-06-1719 Hansbeke

Joos was een eerste maal gehuwd met Lievijne De Pestele, dochter van Andryes. Bij het overlijden van zijn eerste vrouw te Hansbeke op 14 september 1640 bleef hij achter met 8 wezen. Hij hertrouwde maar ook zijn tweede vrouw overleed vroegtijdig te Hansbeke op 19 december 1645. Hij was 51 jaar toen hij voor de derde maal huwde met de 30-jarige weduwe Sara Martens, dochter van de oud-baljuw Jan en Barbara Speeckaert. Uit dit huwelijk werden nog 8 kinderen geboren. Het echtpaar woonde op een hofstede ten noorden van de Reibroekstraat met 22 gemeten land en meersen. Joos Sutterman was te Hansbeke armmeester in 1625 en schepen in de jaren 1641-46 en 1654-59. Hij was 84 jaar oud toen hij overleed.

Twee zonen van Sara ‘s kleinzoon Petrus, uit zijn huwelijk met Livina Maenhoudt, komen nog verder aan bod : Jan Baptiste Sutterman, echtgenoot van Marie Maenhoudt, en Boudewijn Sutterman, echtgenoot van Joanna De Pauw. Zij zorgen voor een nieuwe verbinding met de familie Martens en ook met de familie Hanssens.

Jacques Martens (°Hansbeke 1618 + Hansbeke 24-02-1678) zv Jan

Bij het overlijden van zijn vader Jan op 27 september 1646 erfden zijn kinderen ondermeer de samengevoegde hofstede met twee herbergen tegenover de kerk van Hansbeke. Op deze lokatie zou in de XIXe eeuw het gemeentehuis komen, op de bovenverdieping van het café Onder de Toren. Het zuidelijk gedeelte (228 roeden groot) kwam na mangeling en transacties in het bezit van de nog ongehuwde 28-jarige zoon Jacques. Het noordelijk deel werd eigendom van diens 22-jarige zus Susanna, gehuwd met Frans Vande Putte. Beide herbergen werden afzonderlijk uitgebaat. Op de caerte figurative van Hansbeke, anno 1700, vindt men deze opdeling in twee percelen terug onder de nummers I/34 en I/32 van het eerste beloop Kercke en Voorde. Volgens de herbergentelling van 1683 stonden op deze aan elkaar palende erven, rechtover ende ande kercke, twee herberghen d’eene teghen d’andere. Ze werden reeds sinds decennia open gehouden.

Zeker vanaf 3 april 1652, toen Jacques trouwde met Joanna Coppens, woonde hij in de zuidelijke herberg tegenover de kerk. Zij kregen er 4 kinderen waarvan de eerste dochter Joanna reeds na één dag stierf. Van de oudste zoon Joannes is enkel de geboortedatum (10-06-1659) bekend.

Personen in parenteel van Jacques MARTENS

I.1 M MARTENS, Jacques 1618 24-02-1678 Hansbeke

I.2 V COPPENS, Joanna 13-11-1692 Hansbeke

II.1 V MARTENS, Joanna 08-06-1657 Hansbeke 09-06-1657 Hansbeke

II.2 M MARTENS, Joannes 10-06-1659 Hansbeke

II.3 M MARTENS, Jacob 09-07-1664 Hansbeke 11-03-1736

II.4 V Van RENTERGHEM, Elisabeth 13-01-1694

II.5 V De WITTE, Elisabeth 16-11-1709

III.1 M MARTENS, Pieter 11-10-1700 Hansbeke

III.2 V VANDE PUTTE, Maria 29-09-1675 Hansbeke

II.6 M MARTENS, Mattheus 21-09-1667 Hansbeke 10-05-1703 Hansbeke

II.7 V SCHATTEMAN, Catharina 1660 11-12-1694 Hansbeke

III.3 V MARTENS, Joanna

II.8 V STANDAERT, Joanna 10-05-1703 Hansbeke

III.4 M MARTENS, Joannes

III.5 M MARTENS, Carolus

III.6 V MARTENS, Anne Marie

Meldenswaardig is dat op 7 februari 1722 Pieter Martens, kleinzoon van Jacques, huwde met Maria Vande Putte, kleindochter van Susanna Martens, de zus van Jacques.


De zaken gingen klaarblijkelijk niet goed. Begin 1660 was Jacques Martens aan de Hansbeekse brouwer Guilliame Mijnsberghe, zoon van Nicolaes, tachtentich ponden grooten vlaems verschuldigd voor deuchdelick geleenden gelde ende leverynghe van bier. Hij ondertekende dienaangaande op 14 januari 1660 een schuldbekentenis voor 80 ponden aan een jaarlijkse interest van 6.25%, waarbij zijn behuysde hofstede (herberg), gheleghen binnen hansbecque ande kercke, west de straete, noord Frans Vande Putte gehypothekeert werd. Guilliame Mijnsberghe kocht en aanvaarde naderhand de hofstede ter vereffening van het hem verschuldigd kapitaal en verschenen intresten.

Jacques Martens heeft dus blijkbaar op korte tijd zijn erfenis kwijtgespeelt aan brouwer Guilliame Mijnsberghe, waarvan de zoon Nicolaus trouwens in 1670 als 18-jarige trouwt met Joanna Vande Putte, 18-jarige dochter van de ernaast wonende Susanna Martens, zus van Jaecques. Jacques overleed te Hansbeke op 24 februari 1678, 60 jaar oud. Zijn weduwe Joanna bleef achter met 3 minderjarige kinderen: Joannes(19 jaar), Jacob(14 jaar)en Mattheus(11 jaar).

Op kerstavond 1682 werd de zuidelijke herberg ontruimd door Joanna Coppens, weduwe van Jacques Martens, om plaats te maken voor Jan Cocquyt en Anna De Blieck, die de herberg pachtten van Guilliame Mijnsberghe. Joanna zal overlijden op 13 november 1692, na het eerste huwelijk van haar zonen Jacob en Mattheus. Beide zullen trouwens in 1694, minder dan 30 jaar oud, hun eerste echtgenote verliezen. Het jaar 1694 moet trouwens een rampjaar geweest zijn, zoals blijkt uit het aantal sterfgevallen in andere parochieregisters. Was het een epidemie en/of de oorlogsomstandigheden? De vorige jaren 1692 en 1693 kenden oogstmislukkingen en hongersnood. Het is ook de tijd van rampzalige invallen van de troepen van Lodewijk XIV in Vlaanderen. Gent is in die tijd driemaal belegerd en tweemaal door de Fransen bezet geweest voor enkele jaren. Het omliggende platteland heeft er fel van te lijden gehad, tot totale verwoesting toe.

Zoon Jacques Martens(1664-1736) was 20 jaar toen hij op 1 juni 1684 huwde met Elisabeth Van Renterghem. Zij overleed op 13 januari 1694. Op 21 februari 1694, dus één maand later, hertrouwde Jacques met Elisabeth De Witte, waarmee hij 4 kinderen kreeg. Zijn tweede vrouw overleed in 1709, 43 jaar oud.

De jongste zoon van Jacques Martens, Mattheus(1667-1703), trouwde op 30 april 1686 te Zomergem, slechts 18 jaar oud, met Catharina Schatteman, dochter van Jan. Samen krijgen zij 6 kinderen te Hansbeke, maar Catharina overleed 8 jaar na haar huwelijk, 34 jaar oud. Slechts 2 maanden later, op 6 februari 1695, hertrouwt de 28-jarige weduwnaar met 6 kleine kinderen te Bellem met Joanna Standaert, dochter van Carel Standaert, waarmee hij nog 4 kinderen krijgt. Mattheus is slechts 36 jaar oud wanneer hij overlijdt. De naam van Mattheus Martens fs Jacobus is terug te vinden in staten van goed van de baronie Nevele: na het overlijden van zijn eerste vrouw Catharina Schatteman waarmee hij ondermeer een achtjarige dochter Joanna had ( Nevele 403 blz 218), en ook na zijn overlijden, als echtgenoot van Joanna Standaert en vader van haar drie kinderen Joannes, Carolus en Anne Marie (Nevele 404 blz 214 en b. 435 en b 432 nr 517).

In “ Mensen van vlees en bloed “ brengt Albert Martens een verhaal uit 1688, waarbij Jacob en Mattheus Martens betrokken zijn, kort voor hun eerste huwelijk.

Nachtrumoer aan het kerkhof (1688)

Christoffel Nieulant zv Carel, 30 jaar oud, ging op zondag 29 februari 1688 naer den noene ontrent de herberghe genaempt Hove, bewoond door Jaecques Lefebure, officier van Hansbeke. Hij speelde er mette bolle, samen met Pieter Andries zv Jan en de nog ongehuwde broers Jacques en Mattheus Martens. Naer dat sij eenighe tijt hadden ghespeelt mette bolle dronk het viertal eenighe potten bier in het huys van Jaecques Lefebure.

Ontrent den neghen uren in den avont kwam Guilliame Coussens zv Heindrick, 19 jaar oud, geboren te Tielt, dienstknecht van Christoffel Nieulant, in de herberghe op zoek naer sijnnen meester. Nieulant bleef nog ontrent een ure inde selve herberghe en ging vervolgens met sijnnen knecht naer huys. Als sij ontrent een quarthier ure hadden thuys gheweest kwam Mattheus Martens, die dronken was , op de deure ofte venster cloppen bij Stoffel Nielandt. Wie clop’t vroeg Stoffel van achter de gesloten deur. Ick bent, doe open antwoordde Martens. Nieulant gaf geen gevolg aan het verzoek en zei: Wij sijn gaen slaepen.

De rustverstoorder bleef echter lawaaierig aandringen opdat iemand hem tot aan zijn huis zou vergezellen tot datter ten lesten imant ghecommen is met een licht inde handt, gheaccompagneert met noch vijf à ses persoonen waaronder Jaecques Martens . Deze seyde jeghens synnen broeder: ‘Comt met mij, ick sal u naer huys leeden’, hem treckende op soo een maniere dat Mattheus Martens ter aerde is ghevallen. Uit nieuwsgierigheid was Christoffel Nieulant boven op sijnnen solder ghegaen en had ghesien uyt sijnne venster ende ghehoort dat Jaecques Martens sijnnen broeder was vast haudende bij sijn haer ende sijnen aerme. Zij sukkelden tot op het kerkhof waar tussen bee

Geschreven door Laurent Martens om 13:08 Reageer op dit bericht

3.5. Hoofdstamlijn Guilliame Martens (1628-1708)

3.5 Hoofdstamlijn

Guilliame Martens (° Bellem 31-05-1628 + Bellem 04-06-1708 ) zv Pieter

Schepenen en burgemeester van de prochie ende baronije van Bellem ende Schuervelt

3.5.1 Het gezin

In de hoofdstamlijn werd Guilliame of Willem Martens te Bellem geboren op 31 mei 1628, als oudste zoon van Pieter en Tanneken Steyaert. Hij werd er door pastoor Joannes Franssens op 4 juni daaropvolgend gedoopt. Willem Steyaert en Vijntjen Martens waren peter en meter:

4 juny 1628, ghedoopt Guilliame zone van Pieter Martens en Tanneken Steyaert, gheboren den 31 mey 1628, peter Willem Steyaert meter Vijntjen Martens(100).

Zijn vader Pieter was een zoon van Jacob Martens en Vijntjen Claeys, die het kasteelgoed van de heer van Hansbeke bewoonden. Grootvader Jacob nam er van 1602 tot aan zijn dood in 1618 het baljuwsambt van de heerlijkheid waar.

Zijn moeder Tanneken was een dochter van een welstellende boer Guilliame Steyaert en Vijntjen Rijckaert, die te Bellem op de noordzijde van de vaart talrijke eigendommen bezaten(101).

Vader Pieter pachtte in 1646 van zijn schoonvader 24 partijen land en meers met een totale oppervlakte van circa 15 ha, en woonde toen naast zijn schoonbroer Jan Steyaert in een tweewoonst in het binnenwycken langs de oostkant van de leystaete. Vader Pieter Martens stierf te Bellem op 7 juli 1653, toen zijn oudste en nog ongehuwde zoon Guilliame 25 jaar oud was.

Volgens den index ofte taeffel van het landboek nam de 25-jarige Guilliame vanaf kerstavond 1652 alle akkers in gebruik die zijn vader pachtte van Guilliame Steyaert(102), de grootvader van Guilliame. Vermoedelijk huwde hij nog in de (na)zomer van 1653, dus kort na het overlijden van zijn vader. Zijn vrouw Janneken of Joanna Steyaert, dochter van Pieter en Livina De Wispelaere, was op 20 maart 1631 te Bellem geboren(103) en dus net 21 jaar.

In de parochiale registers van Bellem werden vier kinderen van Guilliame Martens en Janneken Steyaert ingeschreven, allen te Bellem geboren en gedoopt door de zelfde pastoor Joannes Elincx.

Gezinsfiche

MARTENS Guilliame           STEYAERT Joanna

fs Pieter en                        fa Pieter Steyaert en
   Tanneken Steyaert                   Livina De Wispelaere

° Bellem 31-05-1628                  ° Bellem 20-03-1631

                    x Bellem 1653

+ Bellem 24-02-1708                  + Bellem 26-08-1702

Kinderen

1. Guilliame

° Bellem 26-10-1655

+ Bellem 09-12-1655

2. Jan          1x Bellem 14-03-1682 Janneken Maenhout

° Bellem 03-12-1656                  ° Hansbeke 25-11-1657

                                     + Bellem 17-10-1691

                2x Bellem 13-02-1694 Janneken De Vlieghere

                                     °Zomergem 01-04-1664

+ Bellem 18-11-1729                  + Bellem 01-02-1729

3. Anna         x Bellem 25-10-1677  Pieter Van Speybroeck

° Bellem 05-09-1659                  ° Bellem 05-03-1649

+ Bellem 07-07-1679

4. Pieter

° Bellem 04-06-1661

+ na 1724

Guilliame,zoon van Guilliame, werd geboren op 26 october 1655 en ’s anderdaags gedoopt met peter Guilliame Steyaert en meter Livina De Wispelaere, zijn grootmoeder langs moederszijde. Het kindje stierf na anderhalve maand op 9 december 1655.

Jan werd geboren op 3 december en op 5 december 1656 gedoopt met peter Jan Steyaert en meter Judoca D’Hoost. Hij huwde eerst met Janneken Maenhout uit Hansbeke en nadien met Janneken De Vliegere uit Zomergem. Hij was burgemeester te Bellem van 1711 tot 1715 en hij overleed er op 18 november 1729.

Anna werd geboren op 5 september en op 7 september 1659 gedoopt met peter Corneel De Wispelaere en meter Judoca Rutsaert. Ze huwde op 18-jarige leeftijd te Bellem op 25 october 1677 met Pieter Van Speybroeck, geboren te Bellem op 5 maart 1649 als zoon van Joos en en Petronilla De Reytere(huwelijksdetuigen Joos Van Speybroeck en Joanna Steyaert). Ze baarde te Bellem op 30 juli 1679 een zoontje dat er s’ anderdaags gedoopt werd (peter Joos Van Speybroeck en meter Joanna Steyaert). Ze stierf een week later in het kraambed, op 7 juli. Vermoedelijk hertrouwde haar man te Bellem op 5 mei 1696 met Gerarda Van Hulle.

Pieter werd geboren op 4 juni en op 7 juni 1661 gedoopt, met peter Pieter Steyaert en meter Petronilla Verdonck.

Janneken Steyaert, echtgenote van Guilliame, overleed te Bellem op 26 augustus 1702 en werd er ‘s anderdaags in de kerk begraven(104). Guilliame stierf enkele jaren later te Bellem op 24 februari 1708, ongeveer 80 jaar oud, en werd er op 26 februari in de kerk begraven(105).

3.5.2 De boerderij

Na hun huwelijk in de zomer van 1653 bewoonden Guilliame Martens en Janneken Steyaert beurtelings twee verschillende hofsteden in de leystraete. Ze vestigden zich aanvankelijk op een hofstede langs de westkant van de straat. Deze hoeve met een stick lants achter den huyse, 608 roeden groot, paalde ten zuiden aan de hofstede van Joos Steyaert en was eigendom van Lieven Steyaert(106).

Enkele jaren later, kerstavond 1656, betrok het nieuwe gezin de ene helft van de ouderlijke tweewoonst, die toen aan de erfgenamen van Pieter Martens toebehoorde en waarvan de andere helft door de weduwe van Pieter Martens en haar minderjarige kinderen bewoond werd. Tegelijkertijd onderging het areaal van gronden dat Guilliame Martens bewerkte, grondige wijzigingen, wellicht ingevolge verkavelingen onder de erven Steyaert. Enerzijds werden verscheidene akkers, waaronder den houck, de groote meersch, de geete, den langhen gavere, het kerkenbosch stick, het groot stick, het waetergancxken, de voorenste waetergancxken en den gavere aan diverse gebruikers overgelaten. Anderzijds werden een zestal andere partijen land in gebruik genomen: de vier gemeten, het segher deckers bilcxken ten zuiden van theerstick langs de westkant van de leystraete, den keeselaere, den leensvoort palend ten zuiden aan de leye, de hooge piete grenzend ten noorden en ten westen aan het haeltermeerschstraetjen en den grijsbosch palend ten oosten en ten

zuiden aan de cloosterstraete. De totale bedrijfsoppervlakte werd alsdan geprijsd op 21 gemeten en 30 roeden(107).

Eind 1660 woonde de toen 32-jarige Guilliame Martens opnieuw langs de westkant van de leystraete op de hofstede waar hij zich na zijn huwelijk gevestigd had en die ondertussen aan de erven Geernaert toebehoorde. Hij gebruikte toen in prijze 33 gemeten 194 roeden land en meers. Het door hem verlaten deel van de ouderlijke tweewoonst werd aan Jan De Blieck verpacht(108).

Uiteindelijk in 1668 verhuisde hij andermaal naar de ouderlijke woonst ten oosten van de leystraete nadat de toenmalige pachters Jan De Blieck en Jan De Wispelaere beurtelings hun opzeg gekregen hadden(109). Dit is het jaar dat zijn jongste broer Jan huwt met Adriana Spiessens.

In de latere jaren groeide de bedrijfsoppervlakte, volgens een onregelmatig trapvormig verloop, tot in 1701 wanneer Guilliame het bedrijf overliet aan zijn zoon Jan, naar een maximum dat op 46 gemeten 114 roeden geprijsd werd(110), aan een gemiddelde kwaliteitscoëfficient van 0.814(D. De Reuck). Landbouwbedrijven met minstens 25 ha land behoorden toen tot de belangrijkste uitbatingen op de noordzijde van de vaart. Ze werden gerund met twee of meer paarden.

Over de landbouwbedrijvigheid van Guilliame Martens zijn weinig bijzonderheden gekend. Dat hij met zijn paarden bereidwillig de akkers van de koeboeren bewerkte is een meldenswaardig feit. Anno 1696 waren Pieter, Marten en Marie De Sutter, erfgenamen van Jan De Sutter en Joosyntken De Wispelaere, hem een bedrag van 58 ponden grooten verschuldigd voor labeur ende peirdewerck die hij voor hun ouders gepresteerd had, alsook voor levering van lijnzaad en over gheleende ende gheavanceerde ghelde. In plaats van deze gelden te vorderen onderschreef hij met de kinderen De Sutter een hypothecaire lening voor hetzelfde bedrag aan een jaarlijkse rente van 3 ponden 12 schellingen grooten waarvoor 7 partijen met een gezamenlijke oppervlakte van ongeveer 6 gemeten, die ze van hun ouders geërfd hadden , als onderpand dienden(111).

Onmiddellijk na het overlijden van zijn vrouw, hij was toen 74 jaar oud, liet Guilliame Martens het landbouwbedrijf over aan zijn zoon Jan. Op kerstavond 1702 bleven enkel 4 gemeten en 148 roeden op zijn naam ingeschreven(112).

3.4.3 Patrimoniale goederen

Bij ontstentenis van bewaard gebleven staten van goed ontbreken nadere gegevens over de patrimoniale goederen van het echtpaar Guilliame Martens en Janneken Steyaert. Toch is gebleken dat de dubbelwoonst in de leystraete en vermoedelijk de akkers den crommen gaevere en het rosse gaeverken tot het ouderlijk erfdeel van Guilliame Martens behoorden. Wel zijn gegevens beschikbaar gebleven over de matrimoniale eigendommen die het echtpaar tijdens hun huwelijk aangekocht hebben.

In een openbare verkoping van 9 januari 1660 kocht Guilliame Martens 161 roeden landts (zijnde de oostkant) en een behuysde hofstede, toebehorend aan de echtelingen Pieter Coecke-Catelijne Van Suyt. De koopsom van de grond met alle de fruytbomen daeropstaende , de opgaende eeckebomen, olemen, deschen ende alle de tronckboomen, die hij twee dagen tevoren op de eerste zitdag ten huize van Jan De Meyere aan 27 ponden 10 schellingen grooten had ingesteld, bedroeg uiteindelijk 36 ponden 10 schellingen grooten. De hofstede waarvan sprake, bewoond door Joos De Decker, lag binnen de baronye van Bellem daerment nompt swaegershulle, paalde ten noorden aan sheerenstraete, ten oosten aan de nieuwe hofstede van Jan Steyaert en ten zuiden aan Guilliame Martens met consorten met haerlieder hofstede(113).

Op 7 januari 1669, het jaar na een verwoestende inval van Franse troepen, kocht hij een partij land van Joosyntken Rootsaert, fa Christoffel, weduwe van Pieter Van Kerrebrouck d’aude, voor 88 ponden 19 schellynghen 4 grooten vlaems. Thien schellynghen grooten ten gelaeghe werden ten huize van Pieter Van Kerrebrouck de jonghe verteerd. Deze akker d’achterste beke lag te Bellem op de noordzijde van de vaart, paalde ten noorden aan het kerckestick en moest ghewecht worden over een partije ghenaempt de groote beke aan de westkant. Hij had een oppervlakte van 590 roeden en werd door Pieter Coese voor 4 ponden grooten per jaar gepacht(114).

Op 2 october 1671 onderschreven Gabreel Van Vynckt en zijn vrouw Pieryncken Steyaert, fa Pieter, met Guilliame Martens, hun schoonbroer, een overeenkomst van overlatynghe van drie partijen land, gelegen te Bellem, voor de som van 146 ponden 13 schellingen 4 grooten : eerst eene partye saeylant groot ontrent vier hondert roeden ghenaempt dhulshaeghe, item een partye ghenaempt beckgaverken, groot ontrent dry hondert roeden ghenaempt het achterste gaverken. De akte werd verleden voor notaris Jan De Jonghe te Gent in aanwezigheid van Lievyne De Wispelaere, weduwe van Pieter Steyaert, schoonmoeder van de kontraktanten. Maryn De Rieter en Geeraert Martens, fs Jacob, fungeerden hierbij als getuigen(115).

Op 6 december 1677 verkocht Pieter De Keyser, fs Joos, met autorisatie van zijn vrouw Jooryntken Steyaert, fa Pieter, tevoren weduwe van Cornelis Weynant, de helft van een partij land het groot stick aan Adriaen Vande Walle, fs Adriaen, voor 29 ponden grooten waarbij Jan Tytgadt en Marten Du Prez als getuigen aanwezig waren. Door de zondagsche kerckgeboden hiervan in kennis gesteld, formuleerde Guilliame Martens bezwaren tegen deze verkoop, die hem bij naerhede causa uxoris werden toegewezen. De wederhelft van deze akker, gelegen op de noordkant van de vaart, behoorde trouwens toe aan zijn vrouw Janneken Steyaert, fa Pieter, ingevolge successie van haar moeder(116).

Hij legde ook naerhede op den coop, per onderhands kontrakt van 19 januari 1693, ghedaen bij Guilliame Steyaert fs Joos jeghens Jan Martens fs Pieter van een partije van lande ghenaempt den bastpape, ongeveer 2 gemeten groot, palend ten zuiden aan den leybarme vande brughsche vaert en van de helft van de twee aan elkaar palende partijen bos , beide ghenaempt den kerckenbosch respectievelijk groot int gheheele 656 en 224 roeden Hij werd door de wethouders van Bellem daerinne ghegoet, ghegift ende gheerft op 4 februari 1693. De koopsom die zijn broer had bedongen bedroeg 73p 7s 8grooten en een laeckenen justecor(117).

Op 18 november 1690 werd aan Guilliame Martens, als comant van Jan Frans De Gavere, de verkoop toegewezen van drie partijen land van wijlen Jan Steyaert, fs Guilliame, die door de Vrouwe Priorinne van het clooster van Ste Jooris opt Sandt binnen Ghendt in den Raede van Vlaenderen ten decrete gebrocht waren. Deze akkers die door Pieter Steyaert, fs Jan, werden gebruikt, lagen te Bellem op de noordzijde van de vaart: den keerselaer 417 roeden groot, palend ten westen aan den lensvoort, t colbrantstuck 3 gemeten 24 roeden groot, grenzend ten oosten

aan de waterloop en ten zuiden aan het leensvoordeken, en den michiel 2 gemeten 213 roeden groot.

Na een lange administratieve rompslomp vond de onteirfvenisse ende eirfvenisse voor de wet van Bellem eindelijk op 8 mei 1693 plaats(118). Guilliame Martens, die blijkbaar liggend geld tekort had, bekwam voorafgaandelijk op 12 februari 1693, ter studie van notaris Cornelis Tack te Gent, van de priorin een lening van 100 ponden grooten als reste van 800 guldens over ende causen vanden coop van de ten decrete gebrochte goederen, aan een intrest, berekend aen den pennyngh XVIne van 6p 5s grooten per jaar met ingang op kerstavond 1693. De gekochte akkers en de onlangs van zijn broer Jan bij naerhede verworven partijen land dienden hierbij ter sekerynghe(119). Het geleende kapitaal werd op 20 juni 1703 aan het klooster terugbetaald(120).

Guilliame Martens aanzag de vervreemding van het ouderlijk erfgoed stellig met lede ogen. Toen zijn zuster Janneken, weduwe van Boudewijn Heytens te Ingelmunster, die daartoe procuratie verleende aan haar zoon Jan, twee partijen land die haar by successie van haere vaeder ende moeder toebehoorden, op 19 mei 1698 aan Guilliame Steyaert, fs Joos, verkocht, liet hij ook deze verkoop bij naerhede niet doorgaan. Hij betaalde de koopsom van 44 ponden grooten vlaems, vermeerderd met een kapitaal van 16 ponden dat samen met de verschuldigde intresten aan Jan Martens, fs Pieter, moest vereffend worden, en verwierf de akkers per erfvenisse van 14 juli 1698. Het betrof de partijen het braemstuck, circa 5 roeden groot, palend ten noorden aan den lysenbilck met passage over den eeckaertsvanck, en het waeterganck stick circa 300 roeden groot(121).

Bewust van het voordeel van gegroepeerde akkers, kocht hij nog op 1 februari 1700, toen hij reeds 71 jaar oud was, per onderhands kontrakt van Philip Dysserinck, fs Jan, die daartoe volmacht had verleend aan Cornelis Vermeire, voor 12p 5s grooten een partye saeylandt ghenaempt den kesselaere ter grootte van een gemet, gelegen ten zuiden van den kesselaere die hij reeds in eigendom bezat(122).

Tenslotte kocht hij op 20 november 1701 van Pieter De Decker fs Joos en van Barbel Verhuyst(weduwe Jacques De Decker fs Joos) voor de laatste maal een partij land het hairstuck, een gemet groot, gelegen ten noorden aen de hairstraete op de noortsyde vande vaert, en betaalde er 7 ponden grooten en twee stenen vlas voor(123).

Benevens de vermelde aangekochte landerijen, waren ook de volgende partijen volgens aantekeningen in het XVIIe eeuwse landboek van Bellem in de loop der jaren eigendom van Guilliame Martens;

-in de binnenwijk : de ouderlijke hofstede op de oostkant van de leystraet

-in de gaverwijk : het langhe stick 394 roeden

-in de leenvoortwijk : de mersch 347 roeden , palend ten zuiden aan de leye

het groot stick 335 roeden

eenen gaver 423 roeden , ten zuiden –oosten van het

Aeltervelt

-in de stekelbesenwijk : den nieumeersch 285 roeden

het royken 191 roeden , grenzend ten oosten aan het roystick en ten noorden aan den moortel.

3.5.4 Openbare ambten : notabele , schepenen en burgemeester

Dat Guilliame Martens een zekere rol gespeelt heeft als ingezetene van Bellem blijkt ondermeer uit de Resolutieboucken van de Baronye van Bellem ende Scheurvelt ghemaeckt ende onderhouden inghevolghe vanden 12en artickele van ’t reglement van sijne majesteit vuyt ghesonden ten jaere 1672 . Ingevolge het placcaet van syne Conincklycke Majesteit van 30 juli 1672, gepubliceerd op 9 september daaropvolgend, betreffende het reglement raeckende het gouvernement vande onbesloten steden ende het platte landt van Vlaenderen werden, overeenkomstig artikel 35 , aan het college van baljuw, burgemeester en schepenen twee ghecommitteerde vande grootte ghelande en vijf notabelen toegevoegd, die door en onder de grootgrondbezitter respectievelijk de voorname ingezetenen verkozen werden(De Reuck).

Te Bellem vond de eerste verkiezing van deze twee ghecommitteerde op 24 november 1672 in het wethuis plaats tijdens een buitengewone vergadering van de schepenbank. In het eerste resolutieboek begonst met den 1en october 1672 is vermeld dat de 44-jarige Guilliame Martens werd gedagvaard als grootte ghelande om er aan de verkiezingen deel te nemen. Hij kreeg er een voorkeurstem van Joos Steyaert, die er ook een gaf aan Olivier Heytens ,en koos zelf voor de Gentse grootgrondbezitters Maryn Van Heulle en Maximiliaan le Rouffon, die trouwens door de kiesgerechtigden als hun afgevaardigden verkozen werden(124).

Dezelfde dag werd Guilliame ook als notabele van Bellem uitgenodigd om, in voldoening van hetzelfde plakkaat, onder de plaatselijke bevolking vijf vertegenwoordigers te kiezen(125). Hieromtrent staat het volgende geschreven: … Ten daeghe ende ext(raordinai)re vergaederyn(ghe) voorschreven heeft den voor(noemde)n bailliu overgebrocht sijn relaes daerbij bevonden wort dat hij , in voldoenyn(ghe) van tselve placcaet, ghedachtvaert heeft jeghens den voor(noempde)n 24 novembre 1672, de naerschr(even) notabel der voor(noempde) baronije van Bellem tot verkiesen van vijf notabel bij tselve placcaet vermelt ar(ticke)le alsvooren te weten eerst Marten Rootsaert poeter, P(iete)r Rootsaert, Marten De Rycke poeter, Joos Desuttere, Joos Verlee, Guilliame Van Speybrouck, Joos Van Speybrouck, Jan Steyaert fs Pieter, Guilliame Martens, Joos Dobbel(aere) … en verder Inghevolghe van welcke ghecompareert syn Marten Rootsaert, Marten De Rycke, Joos Desuttere, Guilliame Martens, Joos Steyaert … dewelcke kiesen voor vijf notabel Pieter Rootsaert, Joos Van Speybrouck, Olivier Heytens, Cornelis Weynant ende Joos Bruyssens …

Krachtens brieven dd april 1675 van de eedele heere van Heeckenbeque namens de edele heere den baron van Bellem ende Schurvelt zijn vader, werd Guilliame Martens bij de vernieuwing van de wethouders door Jan Rotsaert, fs Marten, baljuw, op 9 juni 1675 als schepenen van de prochie ende baronye aangeduid. De akte hieromtrent luidt:

Actum den 9 Juny 1675 heeft Jan Rootsaert bailliu der prochie en(de) baronije van Bellem ende Scheurvelt, v(uy)t crachte van brieven van mijn ed(el)e heer van heeckenbeque van doate … april 1675 over en(de) v(uy)t den naeme van mijn ed(el)e heere den Baron van Bellem en(de) Schurvelt voornoempt synen heer vaeder, vernieut de weth(auderen) der voorn(oempde) prochie en(de) baronije voorseyt.

Bellem

Guilliame Van Pamele fs P(iete)rs burchm(eester)e en(de) ghecontineert op den voorgaen(den) eet te vooren ghedaen als schepenen

Schepenen

Guilliame Van Speybroeck, Guilliame Martens

Hij legde s’anderdaags in handen van de baljuw en ten gehore van de griffier Jaecques Steyaert fs Joos de gebruikelijke eed af:

Den 10en Juny 1675 hebben de voorn(noempde) Guill(iame) Van Speybrouck en(de) Guilliame Martens als schepen(en) in handen van den voorn(oempden) bailliu ghedaen en(de) ghepresteert den ghewoonel(ycken) ende ghecontinueerden eet …(126).

Vanaf die dag fungeerde hij blijkbaar als schepenen want reeds in een akte van 15 juli 1675 wordt vermeld dat in zijn aanwezigheid de eed wordt afgelegd door de nieuw aangestelde kerkmeester en armmeester:

Den 15 July 1675 heeft Joos De Sutter fs Arent als kerckmeester ende Jan Steyaert fs Geeraerts als arme(ester) ghedaen den ghewoonel(ycken) eet in handen van Jan Rootsaert bailliu (ten) overstaen van G(uillia)me Van Pamele , G(uillia)me Van Speybr(ouck) ende G(uillia)me Martens schepenen der baronije van Bellem , ditte in(de) plaetse van Joos Verlee ende Adr(iaen) Manout …

Onder een akte van 28 februari 1675, waarbij door de wethouders Jan Rootsaert, baljuw, wordt afgevaardigd om zich ’s anderdaags met syn eyghen peert te verplaatsen naar Kortrijk om aan de ontvanger zekere betalingen te doen, vinden we voor ’t eerst het handteken van Guilliame Martens. Doopnaam en familienaam zijn voluit geschreven met vastberaden vrij grote letters, zonder tierelantijntjes. Hij bleef slechts schepen tot aan de eerstvolgende wetsvernieuwing van 21 juli 1676.

Nadat Guilliame Martens omstreeks 1684(een jaar na de Franse inval van 1683) opnieuw in de schepenbank zetelde (hij wordt vernoemd in een akte van dat jaar) , werd hij vuyt crachte van schriftelycke last daterend 8 augustus 1692, by Joncker Maximiliaen Anthone Rym , heere van Ramelaere etha als burgemeester aangeduid, en door baljuw Jan Rotsaert in de wetsvergadering van 11 augustus daaropvolgend benoemd.

De aanstellingsakte luidt woordelijk:

Actum den 11en ougst 1692 heeft d’eersaeme Jan Rootsaert bailliu der prochie ende baronije van Bellem ende Schurvelt, vuyt crachte van schriftelick(e) last van daeten 9en deser loopende maent ougst bij Jo(ncke)r Maximiliaan Anthone Rym heere van Ramelaere etha, alhier ghesien ende gelesen , afghedanckt de jeghenwordighe burchm(eeste)re ende schepenen der voorn(oempde) baronije van Bellem ende Schurvelt ende in plaetse van dien ghekosen de naervolghende wethauders als te weten

Bellem

Guilliame Martens fs. P(iete)rs, burchm(eeste)r

Joos Dobbelaere, Adriaen De Wilde, schepenen

De eedaflegging vond plaats op de 26e van dezelfde maand ter maenynghe van de baljuw, ten overstaen van Joos Dobbelaer schepen, en in het bijzijn van Jaecques Staeyaert, griffier(127).

In het resolutieboek nr 1 vindt men verder verschillende akten, daterend 1692, 1693, 1694 en 1695, al of niet genaamtekend door Guilliame Martens, waarin hij als burgemeester wordt vermeld.

Hij bekleedde het burgemeesterambt gedurende een mandaat van drie jaar. Op 23 augustus 1695 werd hij, 67 jaar oud, door Joos Verlé als burgemeester opgevolgd. In de schepenbank werd hij door zijn zoon Jan Martens afgelost(128). Het verband tussen mandaten van vader en zoon komt ook elders tot uiting. Reeds in 1662 werd vader Guilliame kerkmeester te Bellem. In 1688 kwam zijn zoon Jan hem vervangen.

Ook na zijn ambtsperiode als burgemeester vertoefde Guilliame meermaals onder de ten wethuyse gedagvaardigde ingezetenen die door de toenmalige wethouders over bepaalde aangelegenheden geraadpleegd werden.

De naam van Guilliame of Guillaume Martens duikt ook nog op eind 1696 in verband met een eis tot schadevergoeding. De Franse troepen waren gelegerd aan de zuidkant van de vaart en aan de noordkant van Bellem logeerden geallieerde troepen. Na hun vertrek begin september 1696 werd een inventaris opgemaakt van de geleden schade op de hofsteden van de noorderlingen, voor een totaal bedrag van 2.779 lb. 7 sch. 7 gr. Guillaume eiste een schadevergoeding van maar liefst 150 pond over ende ter causen van syne schaede int fourageren van syne arte graenen ende lente graenen te velde staende, afcappen van boomen ende slachaut, afpastureren van syne clavers, wortels ende fruyt. Twee andere landbouwers, Pieter Rootsaert en Joos Van Speybroeck vroegen een vergoeding voor een gelijkaardig bedrag terwijl een tiental kleinere boeren bedragen tussen 3 en 27 pond vorderden (D. De Reuck, p 257 ).

In Geschiedenis van Bellem wordt de rol van Guilaume Martens , en na hem van zijn zoon Jan in het bestuur van Bellem en Schuurvelde uitvoerig voorgesteld , alsook deze van de verwante families Steyaert en Maenhaut.
Geschreven door Laurent Martens om 13:16 Reageer op dit bericht

3.6. Andere afstammelingen van Pieter Martens (1602-1653)

3.6 Andere afstammelingen van Pieter Martens(1602-1653) en hun verwante generatiegenoten

3.6.1. Vijntjen Martens (° Bellem 19-03-1625 + Landegem 27-08-1666) dv Pieter

De oudste dochter van Pieter Martens en Tanneken Steyaert is op 28-04-1649, toen ze 24 jaar was, gehuwd met Petrus of Pieter Claeys, zoon van Joris, die zich als chirurgijn vestigde te Landegem .

Uit dit huwelijk werden 6 kinderen geboren te Landegem: Pieter, Guilliame, Herreman, Antonne, Tanneken en Petronella Claeys.

Vijntjen was slechts 41 jaar oud toen zij overleed te Landegem, en zij liet 6 minderjarige kinderen na. Ze werd in de kerk begraven, nabij het altaar van de H. Maagd Maria.

3.6.2. Janneken Martens (° Bellem 15-03-1633 + Ingelmunster na 8-06-1673) dv Pieter

Janneken werd geboren te Bellem op 15 maart 1633 en er gedoopt op 20 maart 1633.

Ze was pas 17 jaar oud toen ze een onwettig dochterje Maria baarde.Deze gebeurtenis heeft wellicht enige opschudding verwekt, vermits het kindje niet te Bellem gedoopt wordt, maar in de kerk van de H. Maagd Maria op de Blandijnberg te Gent.Bij de doopplechtigheid blijken geen naaste bloedverwanten aanwezig te zijn. Toch was de natuurlijke vader blijkbaar gekend. In een doopakte, ingeschreven in het parochieregister van Bellem, wordt immers Boudewijn Heytens als vader van het kind vermeld. Het meisje Maria stierf te Bellem op 3 october 1651, ongeveer 16 maand oud.

De prille liefde was niet onstandvastig vermits op 14 mei 1652 te Bellem, voor pastoor Jan Elincx , de ondertrouw plaats had tussen Janneken en dezelfde Boudewijn Heytens . Dit was 2 jaar na de geboorte van Maria. Toen zij op 19 augustus 1652 huwden was Janneken ongeveer negentien en een half jaar oud. Haar vader Pieter overleed een jaar later.

Hun dochter Livina werd wellicht te Bellem geboren.

Omstreeks 1660 gingen de gehuwden zich in Ingelmunster vestigen, waar zij nog 5 kinderen kregen : Maria Catherina, Joos, Petrus, Jan en Jan.

Personen in parenteel van Boudewijn HEYTENS

I.1 M HEYTENS, Boudewijn 08-06-1673 Ingelmunster

I.2 V MARTENS, Janneken 15-03-1633 Bellem na8-6-1673 Ingelmunster

II.1 V HEYTENS, Maria 20-05-1650 Gent H.Maria 03-10-1651 Bellem

II.2 V HEYTENS, Maria Catharin 04-08-1661 Ingelmunster

II.3 M HEYTENS, Joos 07-11-1667 Ingelmunster

II.4 V Vanden BUSSCHE, Joanna 20-03-1665 Zwevezele 12-03-1730 Zwevezele

II.5 M HEYTENS, Petrus 08-12-1670 Ingelmunster

II.6 M HEYTENS, Jan 07-03-1673 Ingelmunster 23-09-1729 Ingelmunster

II.7 V MERVEILLE, Joanna 28-06-1743 Ingelmunster

II.9 V HEYTENS, Livina Bellem 11-03-1729 Ingelmunster

II.8 M LOBBESTALL, Nicolaas

II.10 M KINT, Jacob

II.11 M HEYTENS, Jan Ingelmunster Ingelmunster

De naam Heytens duikt ook nog op te Bellem op 24-11-1672, wanneer Olivier Heytens (was dit een broer van Boudewijn?) verkozen wordt tot één van de vijf notabel. Dit is kort voor Guilliame Martens, broer van Janneken, er schepenen wordt. Olivier Heytens werd ook de stiefvader van Jan Martens, zoon van Pieter en jongere broer van Janneken, toen die op 22 mei 1670 hertrouwde met Susanna De Roose, dochter van Adriana Van Kerrebroeck.

Van de oudste dochter Livina is geweten dat zij op 18-09-1674, een jaar na het overlijden van haar moeder Janneken Martens, een eerste maal huwde met Nicolaas Lobestall. Haar tweede huwelijk met Jacob Kint, ook te Ingelmunster, had plaats op 27-04-1682. Zoon Joos is op 10-07-1694 te Zwevezele gehuwd met Joanna Vanden Bussche(°Zwevezele 20-03-1665 +Zwevezele 12-03-1730), dochter van Livinus en Joanna De Weert. Zoon Jan huwde te Ingelmunster op 12-01-1708, 35 jaar oud, met Joanna Merveille. Hij overleed te Ingelmunster toen hij 56 jaar oud was.

3.6.3 Pieter Martens ( Bellem 31-03-1636+Bellem 01-08-1677) zv Pieter

Pieter, zoon van Pieter en Tanneken Steyaert, werd geboren te Bellem op 31 maart 1636 en er gedoopt op 6 april. Op 26 september 1662 huwt hij er met Sara De Suttere, dochter van de schipper Arnaut en Magdalena De Wispelaere. Hun vier kinderen werden er ook geboren.

Personen in parenteel van Pieter MARTENS

I.1 M MARTENS, Pieter 31-03-1636 Bellem 01-08-1677 Bellem

I.2 V De SUTTERE, Sara 29-10-1634 Bellem 16-07-1710 Bellem

II.1 M MARTENS, Arnoldus 22-07-1663 Bellem 15-03-1720 Bellem

II.2 V Du PREZ, Catharina 1672 21-03-1740 Bellem

III.2 V MARTENS, Christina 1705 1757

III.1 M WILLE, Pieter

III.4 V MARTENS, Catharina 1708 1773

III.3 M LICOENS, Jan

II.3 V MARTENS, Anna 24-08-1665 Bellem 07-10-1717 Bellem

II.5 V MARTENS, Adriana 23-03-1669 Bellem 04-11-1758 Bellem

II.4 M CLAEYS, Joannes 14-04-1664 Bellem 13-10-1719 Bellem

II.6 M MARTENS, Jan 1672 1758

II.7 V MATTHYS, Joanna

III.6 V MARTENS, Joanna 1706 1780

III.5 M BULTINCK, Jan

Negen maanden na het overlijden van Pieter op 1 augustus 1677, pas 41 jaar oud, hertrouwde zijn weduwe Sara op 7 mei 1678 te Bellem met Judocus De Meyere en kreeg op 4 februari 1680 , op 45-jarige leeftijd, nog een zoon Franciscus-Dominicus De Meyere.Haar vier kinderen uit het eerste huwelijk met Pieter Martens waren toen nog minderjarig.

De oudste zoon Arnoldus trouwde te Bellem op 25 december 1695 en kreeg twee dochters: Christina die huwde met Pieter Wille en Catharina die huwde met Jan Licoens. De oudste dochter Anna bleef wellicht ongehuwd. Adriana huwde te Bellem op 27 juli 1692 met Joannes Claeys, zoon van Joannes en Magdalena Vrindt. De jongste zoon Jan huwde te Bellem op 12 mei 1704 met Joanna Matthijs, dochter van Nicolaas en Joanna Van Speybrouck. Hun dochter Joanna huwde met Jan Bultinck.

3.6.4. Jan Martens ( ° Bellem 04-04-1644 + Ursel 10-01-1709 ) zv Pieter

Jan, de jongste zoon van Pieter en Tanneken Steyaert, is duidelijk een achterkomertje, 8 jaar jonger dan zijn broer Pieter die hem is voorafgegaan. Hij werd gedoopt op 10 april door pastoor Francies Desmaret. Zijn peter en meter waren Jan Hertman en Sara Rootsaert.

Hij is slechts 5 wanneer zijn oudste zus Vijntjen trouwt en verhuist naar Landegem. Hij is slechts 6 jaar oud wanneer zijn 17-jarige zus Janneken bevalt en tussen zijn achtste en negende verjaardag sterft zijn vader, neemt zijn broer Guilliame het ouderlijk bedrijf over en trouwt deze met Janneken Steyaert. Hij is 18 jaar wanneer zijn broer Pieter trouwt met Sara De Suttere en hij is 21 wanneer zijn moeder sterft op 14 october 1965.


Op 12 februari 1668 trouwde hij te Bellem met Adrianneken Spiessens, maar dit huwelijk was van zeer korte duur. Op 11 januari 1670 beviel Adrianneken van een tweeling: Guilliame en Carolus. Guilliame stierf de dag na de geboorte en twee dagen later stierven zowel Carolus als de 22-jarige Adriana Spiessens.

Reeds op 22 mei 1670, na een ondertrouw op 15 mei en slechts 4 maanden na het overlijden van zijn eerste vrouw, hertrouwde de 26-jarige weduwnaar Jan te Bellem met de 22-jarige Suzanne De Rooze. De volgende jaren werden 4 kinderen ingeschreven in de parochieregisters van Bellem: Joannes, Joanna, Anna en Francies. Op 19 november 1679, een maand na de geboorte van Francies, overleed zijn tweede vrouw Suzanne, slechts 32 jaar oud.

Uit zijn derde huwelijk met Elisabeth Peirs (of Geers), werden nog 3 kinderen geboren: de 12 dagen na zijn geboorte overleden Jan, Joos en Jan die nadien trouwde met Anna Maria Martens.

Personen in parenteel van Jan MARTENS

I.1 M MARTENS, Jan 04-04-1644 Bellem 10-01-1709 Ursel

I.2 V SPIESSENS, Adriana 30-10-1647 Bellem 14-01-1670 Bellem

II.1 M MARTENS, Guilliame 11-01-1670 Bellem 12-01-1670 Bellem

II.2 M MARTENS, Carolus 11-01-1670 Bellem 14-01-1670 Bellem

I.3 V De ROOSE, Suzanne 10-10-1647 Bellem 19-11-1679 Bellem

II.3 M MARTENS, Joannes 01-07-1671 Bellem 22-11-1675 Bellem

II.4 V MARTENS, Joanna 22-11-1672 Bellem 17-10-1676 Bellem

II.5 V MARTENS, Adriana 1673

II.6 V MARTENS, Anna 16-10-1677 Bellem

II.7 M MARTENS, Francies 07-10-1679 Bellem 30-11-1716 Bellem

I.4 V PEIRS, Elisabeth

II.8 M MARTENS, Jan 16-02-1682 Bellem 28-02-1682 Bellem

II.9 M MARTENS, Joos 27-05-1683 Bellem

II.10 M MARTENS, Jan 12-09-1685 Bellem

II.11 V MARTENS, Anna Maria

Onder de titel ‘Jan Martens (1644-1709) Boomkweker en waard in Haltebij te Bellem ‘ schetst Albert Martens in ‘Land van de Woestijne‘ de levensgeschiedenis van de jongste zoon van Pieter en Tanneken Steyaert.

Eerste huwelijk

Bij het overlijden van zijn moeder op 14 october 1665 erfde de 21-jarige en ongehuwde Jan Martens in het ouderlijke sterfhuis twee partijen zaailand den boelpaepen, 586 roeden, en het kersselaerken, 286 roeden groot, gelegen te Bellem op de noordzijde van de vaart, alsook (in onverdeeldheid met de weduwe en de kinderen van Jan Steyaert fs Guilliame) de helft van twee partijen bos, respectievelijk over d’ helft 328 en 112 roeden groot, gelegen in den kerckenbosch te Bellem. Deze partijen land en bos werden gebruikt door zijn oudste broer Guilliame, die in de nazomer van 1653 met Janneken Steyaert gehuwd was en een hofstede langs de westkant van de Leystraete bewoonde.

Enkele jaren later, op zondag 22 en 29 januari 1668 en op de feestdag van O.-L.-Vrouw Lichtmis, wordt Jan geroepen in de kerk van Bellem. Hij was 24 jaar en trouwde er op 12 februari met de 20-jarige Adriana Spiessens, geboren te Bellem op 30 october 1647, dochter van Adriaan en Joanna Lootens. Pastoor Arnold De Vos zegende het huwelijk in. Catharina Lootens en Guilliame Martens waren getuigen.

Jan en Adriana vestigden zich te Bellem op de hofstede langs de westkant van de Leystraete, die door zijn broer Guilliame ontruimd werd. Dit erf metten bulck bachten huyse had een oppervlakte van 608 roeden. Het paalde ten zuiden aan de hofstede van Joos Steyaert en behoorde toe aan Jan Rootsaert, baljuw van de heerlijkheid van Bellem en Schuurvelde.

Volgens de index van het landboek(129) gebruikte hij vanaf kerstavond 1668 6 gemeten en 120 roeden grond (ca 2 ha 50 a), te weten de vernoemde pachthoeve en de akkers en bossen die hij in het sterfhuis van zijn moeder Janneken Steyaert geërfd had. Een bescheiden start voor een zoon uit een welgesteld landbouwersgezin.

Adrianneken baarde te Bellem op 10 januari 1670 een mannelijke tweeling die wegens geringe levenskansen onmiddellijk na de geboorte door de vroedvrouw gedoopt werd. Pastoor De Vos kerstende de tweelingbroertjes ’s anderdaags in de kerk onder de namen Guillielmus (peter Guilliame Martens, meter Livina De Valcke) en Carolus(doopouders Carel Rootsaert en Anna Blomme). Guilliame stierf op zijn derde levensdag, Carel twee dagen later op 14 januari. Dezelfde dag overleed Adrianneken in het kraambed, pas 22 jaar oud.

De in het sterfhuis opgemaakte staat van goed, daterend van 30-05-1671, vertoonde een batig saldo ten bedrage van 27.14.08 ponden groten, waarvan de helft aan de weduwnaar en de andere helft aan de apparente (verwante) hoirs van de overleden vrouw toekwam(130).

Tweede huwelijk

Reeds enkele maanden na het overlijden van zijn vrouw hertrouwde Jan Martens op 22 mei 1670 te Bellem met Suzanna De Roose. Ze waren vrijgesteld van de derde roep , na de twee eerste roepen die op 15 en 18 mei plaatsvonden .De 23-jarige Susanna was de enige dochter van Charles De Roose en Adriana Van Kerrebrouck. Pastoor De Vos zegende het huwelijk in. Guilliame Maertens, broer van Jan, en de moeder van de bruid waren getuigen.

Het tweede huwelijk wijzigde de aanvankelijke toekomstplannen van Jan. Zijn schoonmoeder Adriana Van Kerrebrouck fa Pieter was een eerste maal gehuwd geweest met Jan De Sutter, kerkmeester te Bellem in 1643. Misschien betreft het de gezworen landmeter die omstreeks 1640 het landboek van Bellem samenstelde. Bij het overlijden van Jan De Sutter bleven de matrimoniale eigendommen in onverdeeldheid tussen zijn weduwe Adriana en zijn kinderen Guilliame en Marie De Sutter. Deze onroerende goederen lagen te Bellem op de noordzijde van de vaart, namelijk:

- een partije landts ghenaempt het gaverken,groot in eifven ontrent twee hondert vijftich roen.

- Een partije landts ghenaempt den cockaelaere, groot ontrent 200 roen, noort de heirstraete.

- Een behuysde hofstede metten huyse boomen ende andere catheylen daer mede gaende, groot over eirfve met ’t bilckxken van oosten daeran ghelegen tsaemen ontrent drij hondert roeden … abouterende suyt ende west de straete.

Deze behuisde hofstede was van oudts een herberghe, genaempt Haltebij, palende ten westen aan de Kloosterstraat en ten zuiden aan de Zwagerhullestraat. In een document van 1765 is er sprake van de herberghe vanaudts ghenaempt het Meuleken als nu gheseyt den Altebij. Dit zouden 17e eeuwse plaatsnamen kunnen zijn. Halt betekent een pleisterplaats, Halte is een stopplaats. De afspanning met uithangbord Halte bij werd mogelijks mettertijd in één adem Haltebij genoemd. Haltebij lag aan de driesprong van de weg lopende van de vaart te Bellem naar Ursel en Zomergem-Rho, een kruispunt waarlangs nogal wat beweging was van en naar de kaai aan de Brugse vaart.

Adriana Van Kerrebrouck, die vermoedelijk met haar eerste man Haltebij bewoonde, hertrouwde met Charles De Roose fs Anthonis, weduwnaar van Ardijnken Vrient (131). Korte tijd na de geboorte van het vernoemde Susanneken overleed de tweede man van Adriana. Hij was vrijlaet van Ursel en bezat volgens de staat van goed (132) gronden te Ursel, Oostwinkel en Zomergem. Het weeskind Susanneken erfde in het sterfhuis van haar vader een part ende deel in een hofstede ende lant tot Ronsel, mitsgaders haer part in een partije lants t’ Oostwynkele en de herberghe ghenaempt Hemerijck (te Zomergem).

Adriana Van Kerrebrouck trouwde voor de derde maal, met Olivier Heytens fs Jan. Deze pachtte van de baron van Bellem sinds 1655 de wind- en rosmolen die op de zuidkant van de Brugse vaart stond. Hij verzekerde ook de veerdienst. Hij was kerkmeester in 1658, een ghegoede ingesetene en werd in 1672 als notabele van Bellem verkozen. Krachtens een autorisatie, hem verleend door de schepenen van Ursel op 20 mei 1660, gaf Olivier Heytens het erfdeel van zijn stiefdochtertje Suzanneken in de hofstede met bijhorend land te Ronsele en in het land te Oostwinkel in lening aan Guilliame De Wilde voor de somme van vierensestich ponden grooten vlaems. Met dit geld loste hij aan een zekere Coppens een rente af van achtenveertich ponden grooten vlaems caepitaels ter ontlastynge vande herberghe genaempt Hemelrycken, ende de resterende sesthien ponden grooten werden naderhand aan Jan Martens overhandigd(133).

Olivier Heytens liet voor eigen rekening aan de herberg Haltebij verbeteringswerken uitvoeren en legde op de bilck ten oosten van de hofstede een nieuwe planterij aan(134). Vermoedelijk gebeurden deze aanpassingen in het vooruitzicht van het huwelijk van zijn stiefdochter Susanna De Roose.

Volgens de index van het Bellemse landboek verliet Jan Martens in ieder geval de hofstede op de westkant van de Leystraete (die na hem door Pieter Van Kerrebrouck betrokken werd) en vestigde zich na zijn huwelijk in Haltebij, tevoren gepacht door Pieter Pattyn(135). Tegelijkertijd nam Jan ook den gaver en den cockelare van Pattyn in pacht over. Tenslotte aanvaarde hij op kerstavond 1676 van Joos Van Speybrouck een partije landts ghenaempt het braemstick competerende den armen van Bellem , groot 428 roeden. Hij was in hetzelfde jaar armenmeester te Bellem, toen zijn broer Guilliame er schepenen was.

Als waard in Haltebij gebruikte hij gedurende jaren een areaal van 2547 roeden (ca 3 ha 80 a), geprijsd op 2107 roeden of aan een gemiddelde kwaliteitscoëfficient van 0.83 namelijk:

- de behuisde hofstede Haltebij

- de planterij aan de oostzijde van de hofstede

- de partijen zaailand het gaverken en den cockelare, alle voorgaande in pacht van zijn schoonouders

- de partij zaailand het braemstick in pacht van de armendis van Bellem

- de partijen zaailand den baspaepen en het kersselaerken en

- de twee partijen bos, gelegen in den kerckenbosch, zijn ouderlijk erfdeel.

Uit het tweede huwelijk werden minstens vijf kinderen geboren, waarvan er drie zeer jong stierven. Een dochtertje Adriana werd in 1673 blijkbaar op een andere parochie geboren en gedoopt. Mogelijk vluchtte het gezin tijdens de Hollandse oorlog (1672-1682) tijdelijk naar een veiliger oord.

Wellicht beviel het Jan Martens goed als waard (en boomkweker) in Haltebij want hij wou de herberg, de planterij en de bijhorende partijen zaailand kopen. Het echtpaar verkocht de herberg Hemerijcken met de schuere ende ander catheylen metten gront aan Pieter Van Hobstaele voor de som van 100 ponden groten, evenals een seker ghedeelte vande partije bosch den Valantsbosch voor thien guldens(136). Met deze geldsom kocht Jan Martens op 26 september 1676 van Olivier Heytens (stiefvader van Susanna) en Adriana Van Kerrebrouck (zijn tweede schoonmoeder) de twee delen van vier in de partijen land het gaverken en den cockelare en in de behuisde hofstede Haltebij met het bilcxken van oosten eran gheleghen en datte mette helft vande catheylen op ende an voornoemde partijen staende, midtsgaders mette verbeterynge ende melioraties aende huysynge ghedaen alsmede de nieuwe planterije op den grondt vande selve hofstede. De globale koopsom bedroeg 95 ponden 6 schellingen 8 deniers groten vlaams. De wederhelft van deze eigendommen behoorde nog steeds in onverdeeldheid toe aan Adriana’s halfzuster Marie De Sutter fa Jan(gehuwd met Adriaan Van Houcke) en aan de twee wezen van de reeds overleden halfbroer Guilliame De Sutter fs Jan, verwekt bij Clara De Jans (137). De erfenisse (registratie) van deze koop ten overstaan van de wethouders van Bellem en Schuurvelde vond slechts plaats op 16-12-1680 (137).

De pogingen om uit onverdeeldheid te treden gingen verder. Op 17 januari 1678 kocht Jan Martens van Adriaan Van Houcke en zijn vrouw Marie De Sutter eveneens hun deurgaende vierde part ende deel van dezelfde eigendommen voor de som van acht en twintich ponden grooten vlaems suyver gelt. De onderhandse verkoop vond plaats in Haltebij waar thien schellynghen ten ghelaeghe door het gezelschap verteerd werden. De aanwezige personen, benevens de kopers en verkopers, waren: Olivier Heytens, Jaecques Steyaert, Guilliame Goethals, Marten Rootsaert en Jan Titgadt. De koopsom moest rechtstreeks betaald worden aan de weduwe van Chaerel De Langhe te Gent, lastgever van de verkopers. Deze beloofden af te draeghen alsulcke aenspraecke ofte pretentien die Jacques Van Sevecotte beweerde te hebben op het verkochte erfdeel(138).

Jan Martens beschikte echter niet over gereed geld om deze koopsom te vereffenen. Hij leende op 15 april 1678 van Joffrauwe Catharina De Beer fa Guilliame (zuster van Balduinus De Beer, pastoor te Bellem), ghestede begijntken in ’t cleen begijnhoff der stede Ghendt, de som van twee en dertich ponden grooten vlaemsch in goeden ghevalueerden gelde aan een rente van twee ponden grooten vlaemsch tsjaers losselijck den pennynck XVIne(aan 6.25%). Den baspaepen (abouterende suyt den leybaerme), die hij van zijn ouders gedeeld had , diende als onderpand (139). Ook van zijn zuster Janneken Martens, weduwe van Boudewijn Heytens te Ingelmunster en wellicht verwant aan zijn stiefvader Olivier Heytens, ontving hij 16 ponden groten in leen (140).

Maar Jan Martens werd door het noodlot achtervolgd. Op 19 november 1679, ongeveer een maand na de geboorte van haar vijfde kindje Francies, stierf zijn tweede vrouw Susanneken De Roose. Ze was amper 32 jaar oud en liet twee wezen achter: het 6-jarige Adrianeken en het pasgeboren Francheysken. De staat van goed, overgebracht op 16 december 1680 door de weduwnaar (benevens de voogden van de wezen, met name Olivier Heytens als stiefvader van de overledene en Guilliame Martens, oudere broer van Jan) aan baljuw, burgemeester en schepenen van de baronie van Bellem als

oppervoogden, geeft een momentaan overzicht van de onroerende en roerende goederen, baten, lasten en schulden van het sterfhuis(141).

Een eerste post pro memorie vermeld dat de goederen ende gronden van erfven die Susanna De Roose van haar vader geërfd had (haar deel in een hofstede en land te Ronsele, in een partij land te Oostwinkel, in de herberg Hemerijcken en in een partij bos den Valantsbosch) tijdens haar huwelijk verkocht werden, en dat haar twee wezen voor hun remplacement dienaangaande van hun vader gezamenlijk een bedrag van 21.14.9 ponden groten te goed hadden.

De gronden van erfven bij de overledene metten hauder tsaemen gheduerende hun houwelijck ghecocht ende gheconquesteert behelsden de drij delen van viere van de herberg Haltebij met het bilckxen van oosten daeran gheleghen, van de partij land het gaverken en van de partij land den cockelare. Het vierde deel van dit vastgoed behoorde nog steeds toe aan de wezen van Guilliame De Sutter.

Blijkbaar waren er geen liquide geldmiddelen om de onkosten van het sterfhuis te vereffenen. Jan Martens (geautoriseerd enerzijds als vader over zijn twee minderjarige wezen en anderzijds als voogd over de wezen van Guilliame De Sutter) had op 6 december 1680, nog voor het verlijden van de staat van goed, ten zijnen huize de partij land het gaverken voor 33 ponden groten onderhands verkocht aan Guilliame Van Speybrouck. Deze verklaarde te denomeren (noemen) voor sijnen commandt (koopman) den persoon van Meester Pieter Lodevicus Billeman, advocaat inde Raede van Vlaenderen. Drie vierden van de koopsom, hetzij 24 ponden en 15 schellingen (het laatste vierde kwam toe aan de wezen van Guilliame De Sutter) werden bij de baten van het sterfhuis opgeteld(142). De akker werd vanaf kerstavond 1680 door de koper aan Adriaan Maenhout verpacht(143).

De ghemeene deelsaeme baete waaronder meubelen ende huyscatheylen mitsgaeders bedden, cleeren, lijnen ende wollen, een koe in de stal, wat graen op den solder, de prijs van de boomen op den gront (achter de afspanning), de prijs van solle (ploegen), saet, overschieten (overspreiden met aarde) ende seeuwen (bedekken met aarde) met vette op de akkers, als het haut onder jonck ende oudt en het tegoed van vertering in de herberg volgens de calckboomen werden gezamenlijk geschat op 94.7.9. ponden groten.

De schulden, comeren ende lasten, ondermeer de van Janneken Martens en van Cathelijne De Beer geleende kapitalen, de achterstallige renten, de nog te vereffenen leveringen van wijn (Jan Van Zeele), tonnen bier (Jan Rootsaert, baljuw), winkelwaren (in de Alfmaene te Gent), tarwe en busschen (hakhout) (Jan Rootsaert), klederen (Pieter De Zutter), dienstloon aan de dochter van Olivier Heytens, achterstallige pachten (o.a. van het braemstick aan de armmeester van de parochie) en accijnzen, reste van diversche ommestellijngeboecken (omslagbelasting), en de begrafeniskosten overtroffen de baten met 3.9.7 ponden groten. De helft van dit negatief saldo was ten laste van de twee wezen.

Rekening houdend met dit nadelig saldo van 1.14.9/6 ponden groten, en het remplachement van hun moeders vercocht sijde haudende goet binnen houwelick ghedaen ten bedrage van 21.14.9/6 ponden groten, beliepen de moederlicke weese ende catheylicke penningen uiteindelijk de ronde som van 20 ponden groten. Hun vader moest hen dit bedrag bij hun selfs wordynge (meerderjarigheid) uitkeren.

Jan Martens beloofde eveneens sijn twee kynderen te houden ende onderhouden, soo sieck als ghesont, soo van haete (eten) ende dranck, mitsgaders deselven te cleeden ende gereeden, redelick ende taemelick naer haerlieden staet, alsook deselven te doen leeren lesen ende schrijven ende instrueren int roomsch catholick apostolick gheloove. Als recompense behield hij de opheve (opbrengst) van des selfs weesegoederen tot hun selfs worden tsij geestelicke ofte weereldlicke staete.

In een laatste pro-memorie-post tenslotte was ook nog sprake enerzijds van achterstallige binnencosten (dorpslasten) van de jaren 1676, 1677, 1678 en 1679 o.a. ingevolge het logement van Hollandse troepen, terwijl het sterfhuis anderzijds nog vergoed moest worden voor houdenisse (inkwartiering) van hollanders tijdens de Hollandse oorlog.

Derde huwelijk

Op 6 mei 1680, minder dan 6 maanden na het overlijden van zijn tweede vrouw, trouwt Jan Martens voor de derde keer te Bellem, met Elisabeth Peirs uit Oostwinkel, dochter van Jan en Laurijntjen Van Buere. Ze kregen nog drie zoontjes, alle te Bellem geboren: Jan (°16-02-1682), die na een tiental dagen overleed, Joos (°27-05-1683) en Jan (°12-09-1685).

Het ging Jan Martens niet meer voor de wind. De aankoop van het laatste vierde part ende deel in de herberg Haltebij , nog in bezit van de wezen van Guilliame De Sutter, lag niet meer in zijn mogelijkheden. Zijn hartewens werd niet vervuld. Hij verzeilde integendeel herhaalde malen in geldnood (144). Op 2 november 1683 leende hij 16 ponden groten van de Bellemse baljuw Jan Rootsaert. Op 27 november 1684 verkocht hij aan Adriaan Vande Walle fs Adriaan den blooten grondt…, mits de rolynge ofte struycken den cooper voorgaendelick van den vercooper heeft ghecocht, … van den kersselaere voor 9 ponden groten. Drie ponden en tien schellingen waren door de koper reeds tevoren aan Pieter Van Maldeghem te Hansbeke betaald ter ontlasting van de verkoper (145).

Jan Martens werd naderhand vermaand het bedrag van 20 ponden groten, dat hij aan zijn twee kinderen uit zijn tweede huwelijk verschuldigd was als hun moederlicke weese ende catheylicke penningen, te verzekeren. Bij gebrek aan personelen seker en met akkoord van de voogden Guilliame Martens en Olivier Heytens, stelde hij op 23 januari 1688 de helft van zijn drie delen van de vier van de behuisde en door hem bewoonde hofstede Haltebij als reelen seker (borg) (146).

Op 30 juli van hetzelfde jaar leende hij andermaal 56 ponden groten van d’eerweerdighe vrauw priorinne van het clooster van Ste Jooris op Sandt binnen der stede van Gendt aan een jaarlijkse rente van drij pondt thien schellynghen grooten (aan 6.25%). Als onderpand dienden opnieuw de helft van de drie delen van vier van de behuisde hofstede, evenals den baspaepen en de helft van de twee partijen bos aan den kerckenbosch. Het bij begijntje De Beer ontleende kapitaal van 32 ponden groten, bezet op den baspaepen, werd vooreerst afgelost zodat slechts 24 ponden groten werden ter hand gesteld (147).

Door verkoop van den gaver in 1680 en van het kersselaerken in 1685, daalde het aantal roeden die Jan Martens bewerkte navenant. Op kerstavond 1689, toen zijn oudste dochter 17 was en zijn jongste zoon 6 jaar, zegde hij de pacht op van het braemstick, dat door Marten Van Hoecke werd overgenomen. De twee partijen bos en den baspaepen verpachtte hij vanaf kerstavond 1688 respectievelijk 1690 aan Guilliame Steyaert fs Joos(148). Mogelijk wilde hij door de inkrimping van de door hem gebruikte akkers tijd vrijmaken voor zijn handelszaak en daarbij enerzijds een pachtsom uitsparen en anderzijds enig pachtgeld opstrijken. Maar het bracht geen zoden aan de dijk.

Om de geleende kapitalen en de achterstallige intresten aan het clooster van Ste Jooris op Sandt tot Gendt te kunnen (terug)betalen, verkocht hij aan Guilliame Steyaert fs Joos per onderhands contract van 19 januari 1693 zijn helft van de twee partijen bos(ghelegen aen den kerckenbosch in de gaeverwijck) en de partij den baspaepen voor 73.7.8 ponden groten en een laeckenen justacor(aansluitende jas). Maar zijn broer Guilliame Martens, die intussen tot burgemeester van Bellem benoemd was, kreeg hiervan kennis via de zondagsche kerckgeboden (afroeping op zondag in de kerk van zekere rechterlijke handelingen, in het bijzonder van de verkoop van vernaderbare goederen). Hij maakte bij naerhede (recht van naaste bloedverwanten van de verkoper om in de plaats van de koper te treden) bezwaren tegen deze verkoop en vorderde de transactie aan dezelfde voorwaarden (149).

Enkele jaren later had Jan Martens opnieuw zware schulden bij Frans Rootsaert fs Jan, brouwer, ingevolge levering van bier in de jaren 1697 en 1698. Bovendien eiste Jan Rootsaert, baljuw, de terugbetaling van het in 1683 geleende kapitaal en vereffening van de achterstallige croosen. Noodgedwongen werden de drie delen van de vier in de herberg het meuleken ofte Haltebij metten geheelen bogaert ende een partije van lande ghelegen achter den huyse op 16 augustus 1698 aan baljuw Rootsaert verkocht. Deze was intussen ook eigenaar geworden van het resterende vierde deel van Haltebij. De koopsom bedroeg 68.11.8 ponden groten, drie stenen

vlas en een alfve tonne goet leverbaer bier. Dit afgemeten bedrag omvatte precies de te vereffenen schulden, te weten 20 ponden groten hetzij de weespenningen uit te keren aan de wezen Adriana en Frans Martens, kinderen van Susanna De Roose, en de 48.11.8 ponden groten per onderrekenynghe ende moderatie (vonnis) hetzij:

16.0.0 voor levering van bier in 1697 door Frans Rootsaert

4.6.8 voor levering van bier in 1698 door Frans Rootsaert

1.5.0 over caemer huere

16.0.0 aflossing van het geleende kapitaal aan Jan Rootsaert

9.0.0 achterstallige intresten van de lening

2.0.0 over boete ende costen par moderatie over scoopers deel er inde vercooper ghecondemneert is(150)

------

48.11.8 ponden groten

Volgens de index van het landboek gebruikte Jaecques Goethals den cockelare vanaf kerstavond 1698. Vermoedelijk werd ook deze partij zaailand verkocht.

Omstreeks de eeuwwisseling bezat Jan Martens geen enkel onroerend goed meer. Tegen kerstavond 1703 verliet de 59-jarige Jan Haltebij, de afspanning die hij niet had kunnen verwerven en die door Jan Loete werd betrokken.Tegelijkertijd aanvaardde hij van Heynderick Van Hecke 60 roeden vuyt een hofstede ende landt, noort de straete (151).

Op 27 september 1708 was Jan Martens, samen met Judoca De Vriendt, nog getuige bij het huwelijk van zijn zoon Joos met Anna Maria Martens.

Vermoedelijk overleed hij enkele maanden later in tragische omstandigheden. Ene Jan Martens, op terugweg van Eeklo naar Bellem, stierf te Ursel op 10 januari 1709 ten gevolge van de koude. Hij werd op 13 januari op het kerkhof van Bellem begraven. De overlijdensakte in het parochiaal register van Bellem (152) luidt als volgt : die january 1709 frigore suffocatus est in Ursele Joannes Martens, rediens ex Eeckeloo in Bellem, aetatis suae anno quasi 70, et sepultus est hic in Caementerio 13 eiusdem. Deze overlijdensakte met bijna 70 jaar als ouderdom, maar Jan Martens was toen in feite nog geen 64 jaar oud. Een dergelijke foutieve opgave van de leeftijd van een afgestorvene kwam toen wel meer voor.

Samenvatting

Het blokdiagram van het areaal van gronden die Jan Martens in de loop der jaren gebruikte, is als het ware een levensboek. De opgaande treden van dit histogram schetsen de rooskleurige beginjaren van zijn levenskurve. De afgaande treden geven een schrijnend beeld weer van zijn noodlottige teloorgang als waard in Haltebij.

Jan Martens was van goede afkomst, de jongste zoon uit een welstellend landbouwersgezin. In het ouderlijk sterfhuis erfde hij twee partijen zaailand en de helft van twee partijen bos. Hij startte veelbelovend, weliswaar op een bescheiden manier, als jonge boer op een hofstede langs de westkant van de Leistraat. Maar het noodlot sloeg onmiddellijk toe. Samen met haar pasgeboren tweelingzoontjes bezweek zijn eerste vrouw in het kraambed.

Zijn tweede huwelijk wijzigde zijn toekomstvisie. Hij werd boomkweker en waard in de herberg Haltebij, die deels aan zijn schoonmoeder toebehoorde. Zijn levenswens was eigenaar te worden van de gerenomeerde afspanning. Te dien einde werd het vaderlijke erfdeel van zijn vrouw te gelde gemaakt en werd geld geleend voor de aankoop. Maar het noodlot achtervolgde hem. Ook zijn tweede vrouw stierf voortijdig, korte tijd na het kraambed van haar vijfde kind.

Jan trouwde voor de derde maal maar was niet voor het geluk geboren. Hij kwam de tegenspoed niet te boven. Integendeel, tijdens zijn derde huwelijk verslechterde zijn financiële situatie voortdurend zodat opnieuw geld geleend werd. Vervolgens moest onroerend goed verkocht worden om de schuldenlast af te wentelen. De redenen hiervan zijn niet zo duidelijk: oorlogsomstandigheden, tegenslagen, ziekte, wanbeheer, dronkenschap…? Uiteindelijk werd ook Haltebij, waarom het allemaal begonnen was, aan één van de schuldeisers verkocht (Charles en Maximiliaan Rootsaert erfden Haltebij van hun ouders Jan Rootsaert fs Marten en Anna Blomme fa Joris). Op 23 september 1710 verkochten ze de herberg (153). Pieter Vande Putte was er tapper vanaf 28 mei 1708 (154). In 1765 verpachtte Abraham Vervynckt de herberg voor 7.10.0 ponden groten per jaar. Pieter De Cuyper kocht de afspanning voor 300 ponden groten van Joannes Steyaert en consoorten (155). De brouwer, die het bier levert, deed ook toen vaak betere zaken dan de biertapper.

3.6.5 Generatie V in parenteel van Stoffel Martens – kleinkinderen van Jacob

Generatiegenoten van Guilliame

V.1 M SUTTERMAN, Joos 21-09-1596 Hansbeke 08-12-1680 Hansbeke

V.2 V MARTENS, Sara 1617 02-10-1692 Hansbeke

V.3 M Van VINCQ, Jan

V.4 M MARTENS, Jacques 1618 24-02-1678 Hansbeke

V.5 V COPPENS, Joanna 13-11-1692 Hansbeke

V.6 M VANDE PUTTE, Frans 08-04-1625 Hansbeke 25-05-1678 Hansbeke

V.7 V MARTENS, Susanna 1624 21-11-1684 Hansbeke

V.8 M BRAET, Jaecques 1636 05-08-1684

V.9 V MARTENS, Francisca 10-08-1631 Hansbeke 17-02-1691 Hansbeke

V.10 M VANDE PUTTE, Petrus

V.11 V MARTENS, Livina 02-05-1639 Hansbeke

V.12 M CLAEYS, Joris

V.13 V MARTENS, Vijntjen 19-03-1625 Bellem 27-08-1666 Landegem

V.14 M CLAEYS, Pieter

V.15 M MARTENS, Guilliame(hoofdst)31-05-1628 Bellem 24-02-1709 Bellem

V.16 V STEYAERT, Joanna 20-03-1631 Bellem 26-08-1702 Bellem

V.17 M HEYTENS, Boudewijn 08-06-1673 Ingelmunster

V.18 V MARTENS, Janneken 15-03-1633 Bellem na8-6-1673 Ingelmunster

V.19 M MARTENS, Pieter 31-03-1636 Bellem 01-08-1677 Bellem

V.20 V De SUTTERE, Sara 29-10-1634 Bellem 16-07-1710 Bellem

V.21 M MARTENS, Jan 04-04-1644 Bellem 10-01-1709 Ursel

V.22 V SPIESSENS, Adriana 30-10-1647 Bellem 14-01-1670 Bellem

V.23 V De ROOSE, Suzanne 10-10-1647 Bellem 19-11-1679 Bellem

V.24 V PEIRS, Elisabeth

V.25 M MAENHOUDT, Baudewijn 09-01-1695 Hansbeke

V.26 V MARTENS, Clausijntjen 20-02-1660 Hansbeke

De eerste groep van 12 personen zijn de kinderen en aangetrouwde kinderen van de Hansbeekse baljuw Jan Martens die vooral langs zijn dochter Sara en de familie Sutterman later een rol zal spelen in de ontwikkeling van de stam Martens. De tweede groep van 12 personen zijn de kinderen en aangetrouwde kinderen van de naar Bellem uitgeweken Pieter Martens, die de hoofdstamlijn zal vormen. Tenslotte is er nog Clausijntjen Martens, dochter van Geeraart, die trouwde te Hansbeke met Baudewijn Maenhoudt.

Terwijl de hoofdstamlijn zich in generatie V te Bellem uitbouwt langs het echtpaar Guilliame Martens en Joanna Steyaert, komt de vertakking Heytens tot stand te Ingelmunster en worden in de Hansbeekse stamlijn bindingen gelegd met de families Sutterman, Van Vincq, Coppens, Vande Putte en Maenhoudt. Met de familie Claeys komt een verbinding tot stand te Landegem.

De gekende geboortedata van generatie V, inclusief partners, zijn gespreid tussen 1596 en 1647. De data van overlijden situeren zich tussen 1660, met het vroegtijdig overlijden van Clausijntjen, en 1710 met de dood van Sara De Suttere, één jaar na het overlijden van haar schoonbroer Guilliame.
Geschreven door Laurent Martens om 18:11 Reageer op dit bericht

3.7. Hoofdstamlijn Joannes Martens (1656-1729)

3.7 Hoofdstamlijn

Joannes Martens (° Bellem 03-12-1656 + Bellem 18-11-1729 ) zv Guilliame

3.7.1 De familie

Joannes of Jan Martens werd te Bellem geboren op 3 december 1656, als zoon van Guilliame en Janneken Steyaert. Hun eerste zoon Guilliame was kort na zijn geboorte overleden. Zijn grootvader Pieter Martens was toen reeds gestorven. Jan wordt gedoopt op 5 december, met Jan Steyaert als peter en Judoca D’Hoost als meter:

Ao 1656 die 5 mensis decemb ego Elincx pastor baptisavi Joannem Martens fil Guilielmi et Joanne Steyaert conjugum nat 3 mensis decemb circa hora 9 mane susceptores fuerent Joannes Steyaert et Judoca D’Hoost(156).

Drie jaar later zal zijn zusje Anna geboren worden en nog twee jaar later zijn broer Petrus of Pieter. Zijn vaderlijke grootmoeder Anna Steyaert overleed wanneer Jan 9 jaar is.

Te Bellem waren er nog wel andere familieleden. Er was zijn oom Jan Steyaert, broer van moeder Janneken. Er was tante Vijntjen Martens, in 1649 te Bellem gehuwd met Petrus Claeys en waarvan de zoon Jooris wellicht te oud was om nog speelkameraad te kunnen zijn voor Jan. Er was ook nonkel Pieter Martens met de kinderen Arnuld, Anna, Adriana en Jan die veel jonger waren dan Jan. Verder was er de jonge nonkel Jan die huwde toen Jantje 12 jaar was en die na zijn tweede huwelijk verhuisde naar Haltebij. Dus ook daar geen speelkameraadjes. Wel was er nog tante Janneken die reeds in 1652 gehuwd was met Boudewijn Heytens, maar die met haar 6 kinderen in het verre Ingelmunster woonde.

Bij de Hansbeekse tak van de familie waren er wellicht nog nauwe contacten met twee ooms van zijn vader Guilliame: enerzijds met de afstammelingen van de in 1646 overleden oud-baljuw Jan Martens en anderzijds ook met diens broer Gheert die pas in 1678 stierf en waarvan de dochter Clausijntjen in 1660, na haar huwelijk met Baudewijn Maenhoudt, zoon van de Hansbeekse oud-burgemeester, gestorven was in het kraambed van haar eerste kind.

De Hansbeekse oud-baljuw Jan Martens, had nog drie gehuwde kinderen die neven waren van Guilliame, vader van de jonge Jan: Jacques, Suzanna en Francisca Martens. Jacques, die in 1678 stierf zodat kleine Jan hem nog moet gekend hebben, had uit zijn huwelijk met Joanna Coppens 3 kinderen in leven die net iets jonger waren dan Jan: Jan(°1659), Jacob(°1664) en Mattheus(°1667). Suzanne had maar liefst 8 kinderen waarvan er 5 ouder en 3 jonger waren dan de Bellemse kleine Jan. Francisca was gehuwd met Jaecques Braet.

3.7.2 Het gezin van Jan

Eerste huwelijk

Op zaterdag 14 maart 1682, toen hij 26 jaar oud was, huwde hij te Bellem met de 25-jarige Joanna of Janneken Maenhout. Het huwelijk werd ingezegend door pastoor Daniël Thijsebaert, in aanwezigheid van Jan Martens, jongste broer van zijn vader en waard van Haltebij die net voor de derde keer gehuwd was, en van koster Jacob Vanden Caseele. Vermits Pasen dat jaar op 29 maart viel, was dit gedurende de besloten vastentijd. Gedurende de 40-daagse vastenperiode mochten katholieken niet trouwen zonder dispensatie:

Anno Domini 1682 die 14 Martij contraxerunt matrimonium habita dispensatione super tribus banis et tempore clauso Joannes Martens et Joanna Manout coram me infrascripto et testibus Guilielmo Martens patre sponsi et matre sponsa, meq. Pastore A.V. Belleghem, pastor, 1694(157).

Wegens omstandigheden kreeg het jonge paar vrijstelling van dit voorschrift. De bruid was immers drie maand in (blijde) verwachting.

Gezinsfiche

Zes maand na haar huwelijksdag, op 15 september 1682, baarde Janneken Maenhout een jongetje. Dezelfde dag werd het gedoopt onder de naam Guilliame, naar zijn paternele grootvader die tevens peter was. Jannekens moeder Maria De Pestele werd meter. Het jaar daarop, in 1683,was er een Franse inval met veel verwoestingen.

In de volgende jaren werden met de regelmaat van een klok nog vier zoontjes geboren:

Pieter(meter: Joanna Steyaert, paternele grootmoeder)

Joos(doopvader Guilliame Goethals en doopmoeder Maria Weylandt)

Jacob(doopheffers Pieter Steyaert en Georgia Versluys)

Jan(peter Jan De Pestele en meter Maria De Suttere)

Jan stierf tijdens zijn eerste levensjaar, maar zijn moeder Janneken was opnieuw in verwachting en kreeg precies 12 maanden na de geboorte van de eerste Jan een zesde zoontje dat ook Jan werd gedoopt(doopouders Jacob Wynandt en Catharina Herschap).

Op 17 october 1691, anderhalf jaar na de geboorte van haar vijfde kind, stierf Janneken Maenhout, nog geen 34 jaar oud. Jan Martens bleef achter met 5 zoontjes tussen 7 en anderhalf jaar oud. Wellicht heeft zijn moeder Joanna Steyaert, die toen 60 jaar oud was, een handje toegestoken.

Tweede huwelijk

Het duurde twee en een half jaar vooraleer de weduwnaar Jan hertrouwde met Joanna De Vliegher, op 1 april 1663 te Zomergem geboren als dochter van Gaspar en Margareta Claeys. De ondertrouw vond plaats te Zomergem op 9 februari 1694. Vrijgesteld van de drie roepen, werd het huwelijk reeds vier dagen later en net voor de aanvang van de vasten te Bellem gesloten voor pastoor Antoon Van Belleghem, met Guilliame Martens en Margareta Claeys als getuigen. Guilliame was toen trouwens burgemeester van Bellem.

De eerste huwelijksjaren van het nieuwe echtpaar liepen niet over rozen. Op 18 februari 1695 stierf een eerste kindje, waarschijnlijk tijdens of onmiddellijk na de geboorte. Misschien werd het dood geboren. De overlijdensakte vermeld geen doopnaam. Ook het geslacht wordt niet vernoemd(proles Joannes Martens of kind van Jan Martens).

Anderhalf jaar later, op 10 augustus 1696, wordt een meisje geboren dat drie doopnamen kreeg: Joanna, Margareta, Theresia ( doopouders Jan De Sutter en maternele grootmoeder Margareta Klaes). Maar de baby overleed op 13 september, amper 1 maand oud.

Nadien verloor Janneken De Vliegher nog drie maal haar kindje bij of kort na de geboorte. Tussen 1695 en 1701 verloor zij vijf babies.

Bij het begin van de XVIIIe eeuw bracht Janneken twee gezonde jongentjes ter wereld : Frans(peter Jan De Vlieghere en meter Judoca De Vlieghere) en Carel(doopheffers Joos Goethals en Catharina De Neve). Hierdoor had het gezin in 1705 zeven zonen, in leeftijd varierend van 1 tot 23 jaar. De volgende dertig jaar, in de XVIIIe eeuw zullen voor de familie van Jan nog goede en kwade dagen brengen.

3.7.3 Eerste beroepsactiviteiten

De ouderlijke hofstede van Jan Martens, gelegen langs de oostkant van de Leystraete op de noordzijde van de vaart, was vanouds een tweewoonst. Nadat de hoeve gedurende decennia door twee gezinnen bewoond werd, gebruikte zijn vader vanaf 1668 de gehele woning voor zichzelf.

Jan groeide op als enige zoon. Guilliame, een ouder broertje, en zijn jonger broertje Pieter waren jong gestorven. Zijn zus Anna huwde in 1677 met Pieter Van Speybrouck( fs Joos en Petronilla De Reytere), en overleed anderhalf jaar later in haar eerste kraambed.

Vanzelfsprekend hielp Jan, als ongehuwde zoon, op het landbouwbedrijf van zijn vader. Toen de pacht van twee partijen zaailand, die Guilliame Van Speybrouck in bruikleen had, op kerstavond 1679 opgezegd werd, mocht de 23-jarige Jan deze akkers blijkbaar op voorstel of met toestemming van zijn vader voor eigen rekening en gewin bewerken. Ze lagen op de noordkant van de vaart in de haeltermeers, de ene (palend ten noorden aan een drefken) van 189 roeden en de andere 332 roeden groot(158).

Hoewel Jan Martens, na zijn huwelijk in 1682 met Janneken Maenhout, op Bellem woonde (zijn kinderen werden immers in de kerk van Bellem gedoopt) is hierover in het landboek geen duidelijke aanwijzing te vinden. Misschien huisde het jonge gezin in een deel van de ouderlijke tweewoonst en bleef Jan, alhoewel hij enkele eigen akkers bebouwde, aanvankelijk een betaalde werkkracht in de landbouwonderneming van zijn vader.

Reeds in 1686 kocht hij een partij land het haeltermeersbilckxen met het striepken ten noorden van de vaart. En al die tijd gebruikte hij het zaailand dat hij in 1679 van Guilliame Van Speybrouck in pacht overnam.

Pachter van het Kerkegoed

Op 2 februari 1691 pachtte Jan Martens het Kerkegoed op de zuidkant van het dorp. De akkers op de noordkant van de vaart liet hij aan zijn vader over(159). Het Kerkegoed was volledig omwald en op een motte gebouwd. Het lag nabij de kerk, achter de huizen aan de oostkant van de huidige Bellemdorpweg. Het erf, ter grootte van 305 roeden, was vanuit de Dorpstraat bereikbaar langs een drefken aan de noord-westkant.

De hofstede en de bijhorende landerijen (land,meers en bos) hadden een gezamenlijke oppervlakte van 32 bunder (ca 43 ha), ondermeer den perdebilck, de wallebilcken, den bogaert, de acht gemeten noortwest den kerckwech, den verberrenden bilck noortoost de acht gemeten, de capellebilcken zuytwest den herwech, den grooten danysbilck, de lancksticken, den laeckebosch, de westbilcken, de raeckelbecke, de lippen, de lisghen, het schildeken oost de moerstraete, den godtsacker, drij maghere bosschen, den helsbosch en andere(160). Het goed behoorde in 1696 voor 7/10 aan Louis-Ignace De Coninck, heer van Overbroeck, voor 2/10 aan zijn broer Philippe-Gregorius en voor 1/10 aan zijn zus Cornelia. Datzelfde jaar leende jonkheer Louis-Ignace, die ook hoogbaljuw van het Land van Zottegem was, 5000 gulden van Balthazar Buens en bezette daarvoor een jaarlijkse rente van 250 gulden op het Kerkegoed. Op 25 december verkocht Philippe-Gregorius De Coninck zijn deel aan Pierre Cardon voor 900 gulden. Dezelfde Cardon kocht ook het deel van Cornelia voor 500 gulden.

Op kerstavond 1696 bedroeg de door Jan Martens te betalen jaarlijkse pachtsom 25 ponden groten (161). In 1711, toen de volgende pachter Jan De Wilde er overleed, was de pacht opgelopen tot 36 pond.

Pachter Jan Martens aanvaarde van Thobias Lievens ook de zuid-oostkant van eenen vijver ghenaempt de craenepoel vijvere met de velden daer mede gaende, zijnde het deel van de vijver dat op de baronie van Bellem lag. Het had een oppervlakte van 17 bunders 2 gemeten en 108 roeden, geprijsd op 3 gemeten 150 roeden(162). De craenepoel vyvere werd, ook nog in de XXe eeuw voor de in Hansbeke wonende afstammelingen van Jan, een uitverkozen plaats om te zwemmen tijdens de zomer en vooral om te schaatsen tijdens de winter.

Jan, die intussen op het Kerkegoed zijn eerste vrouw verloor en met Joanna De Vliegher hertrouwd was, zegde in 1702 na een termijn van 12 jaar de pachtovereenkomst op. In de XVIIIe eeuw zal Jan niet enkel het bedrijf van zijn vader overnemen, maar ook diens voetsporen volgen in de plaatselijke politiek.

3.7.4 Eerste bestuurlijke taken

Jan Martens bekleedde verscheidene bestuurlijke taken, aanvankelijk op de parochie, vervolgens in de baronie van Bellem en Schuurvelde.

Armmeester

Pas gehuwd in 1682 aanvaardde hij het ambt van armmeester(L. Stockman). In die jaren werden de rekeningen van de armendis met een nadelig saldo afgesloten, hetgeen veeleer aan een daling van de inkomsten tengevolge van de Franse invallen dan wel aan een toename van de uitgaven was te wijten.

Kerkmeester

In 1688, onder het pastoraat van Daniël Thijsebaert, was hij kerkmeester. Door de voortdurende Franse invallen kwamen ook de kerkrekeningen in de rode cijfers. Het tekort, dat in 1685 bijna 29 ponden groten bedroeg, steeg tot 41 ponden groten in het jaar 1695. De hongersnoodjaren 1692 en 1693 situeren zich tijdens die periode.

In 1697 werd Jan opnieuw kerkmeester in vervanging van zijn vader. De ontvangsten bedroegen toen slechts iets meer dan 18 ponden groten, terwijl meer dan 27 ponden groten moesten worden uitgegeven. De totale kerkschuld steeg toen tot 73 ponden groten. Tengevolge van die oplopende schulden werd niemand meer bereid gevonden om, na het mandaat van Jan, het ambt van kerkmeester op zich te nemen zodat pastoor A. Van Belleghem de kerkpenningen in 1698 en 1699 zelf moest beheren.

Gildemeester

In 1688 werd te Bellem de broederschap van de H. Rozenkrans hervormd, waarbij men teruggreep naar de vroegere O.L.Vrouwgilde. Vijftien gildemeesters vormden de kern van de gilde waartoe alle gelovigen konden toetreden. Het aantal leden in de periode 1689-1700 bedroeg 200 en steeg tot 556 in de periode 1701-1725.

Jan Martens werd op 3 januari 1694 aangesteld als één van de 15 gildemeesters van de O.L.Vrouwgilde van de Rozenkrans.

Vanaf 14 januari 1702 werden ook de inkomsten van de gilde door hem beheerd. Hij vervulde dit ambt van dismeester gedurende meerdere jaren. Te dien tijde werden de inkomsten ondermeer besteed voor het onderhoud en de reparaties van de 15 staties die in 1698 ter eeren van de 15 mysterien gemetseld waren, voor het afsluiten van de bank van de O.L.Vrouwgilde in de kerk en voor het marmeren van het O.L.Vrouwaltaar.

Schepen en burgemeester

Ingevolge een schriftelicke ordre van daete xiie augusty, onderteckent bij menher Joncker Maximiliaen Anthone Rym, heere van Rammelaere etc bedankte Jan Rootsaert bailliu der prochie ende Baronije van Bellem ende Schurvelt op 23 augustus 1695 de afgaande wethouders van de baronie en vernieuwde de schepenbank(163).

Jan Martens werd toen aangesteld als tweede schepen. Hij legde op dezelfde dag, in handen van de baljuw, de gebruikelijke eed af. Als pachter van het Kerkegoed was hij de enige vertegenwoordiger van de zuidkant van het dorp in de schepenbank. Hij bleef in functie tot 25 januari 1701. Onder de aftredende wethouders bevond zich zijn vader Guilliame Martens, die na een ambtstermijn van drie jaar als burgemeester door Joos Verlé werd opgevolgd. Hij ruimde als het ware in de schepenbank als primus inter pares de schepenzetel voor zijn 39-jarige zoon, die het jaar voordien hertrouwd was met Joanna De Vliegher.

Toen Jan Martens in 1695 tot de schepenbank toetrad, ondervond Bellem nog zekere narigheden ingevolge de Negenjarige Oorlog (1688-1697) tussen Frankrijk en de leden van de Liga van Augsburg. Vijand en bondgenoten opereerden in Vlaanderen en voerden er strooptochten uit (D. De Reuck p 248). In 1696 lagen geallieerde troepen op de noordkant van de vaart en richtten er schade aan. Dienaangaande vergaderden baljuw Jan Rootsaert, burgemeester Joos Verlé en de Bellemse schepenen Pieter Steyaert en Jan Martens op 15 mei 1696 in het wethuis. Ze duidden Jan Martens aan om ’s anderdaags te vachieren tot Gendt om aldaer te compareeren voor dheeren van den Audenburch en hen, samen met de afgevaardigden van andere parochies, te vragen hoe ende op wat maniere betaelt sal worden de leverynghe van fouraige ghedaen aende militaire wachten op de posten van de vaert(164).

Om verdere plunderingen te vermijden, wilde pastoor Van Belleghem een sauvegarde voor het kerkgebouw, waarvoor hij zich tot de legeroversten moest wenden. Hij kreeg van de baron een brief van recommandatie mee. Toen de audiencier van het leger toch eenighe moeyelickheyt maakte, probeerde Jan Martens tussen te komen langs Carel Vande Putte bij wie de huissier ingekwartierd was. Deze inspanningen leverden het gewenste resultaat op en de pastoor kwam naar Bellem terug met een sauvegardebrief en een schildwacht die bij de kerk geposteerd werd. Vervolgens gebruikten eenighe baetsoeckende parochianen de kerk als veilige stapelplaats. Jan Martens bewaarde er zelfs ydel tonnen. Pas op 21 october 1698, ruim een jaar na de op 20 september 1697 tussen Spanje en Frankrijk gesloten Vrede van Rijswijk, besloot de schepenbank van Bellem, na advies van de ghecommitteerde vande groote ghelande en van de ander ghelande aan pastoor Van Belleghem 13 pond te betalen als vergoeding voor de door hem betaalde sauvegardekosten van de kerk.

Tijdens de XVIIIe eeuw waren voor Jan nog belangrijke taken weggelegd als notabele, burgemeester en grote boer.
Geschreven door Laurent Martens om 18:14 Reageer op dit bericht

3.8. Andere tijdgenoten uit XVIIe eeuw

3.8. Andere tijdgenoten uit XVIIe eeuw

3.8.1 Voorouders hoofdstam Martens uit de XVIIe eeuw

Bij de bespreking van de XVIe eeuw kon aan de hand van een kwartierstaat van Carel Martens(1766-1837) reeds aangetoond worden dat meerdere voorouders die pas tijdens latere eeuwen aansluiten bij de hoofdstamlijn Martens, op hun beurt voorouders hebben waarvan gegevens beschikbaar zijn voor de XVIe eeuw. Dit is uiteraard nog in sterkere mate het geval bij dit overzicht van tijdsgenoten uit de XVIIe eeuw. Deze voorouders worden verder besproken wanneer zij door huwelijk met iemand van de hoofdstamlijn effectief deel gaan uitmaken van de stam Martens. Opvallend is dat enkel de gemeente Hansbeke en de aangrenzende gemeenten Bellem en Nevele in deze lijsten voorkomen.

Grootvader en ouders van Joanna Maenhout, echtgenote van Jan Martens(1656-1729)

Personen in genealogie van Joos MAENHOUT

´

I.1 M MAENHOUT, Joos

II.1 M MAENHOUT, Gheeraert

II.2 V De PESTELE, Maria

III.2 V MAENHOUT, Joanna 25-11-1657 Hansbeke           17-10-1691 Bellem

III.1 M MARTENS, Joannes 03-12-1656 Bellem             18-11-1729 Bellem

Maria De Pestele, schoonmoeder van Jan Martens, was de dochter van Joos De Pestele.

Overgrootouders van Petronilla Lamme, echtgenote van Judocus Martens(1686-1725)

Personen in genealogie van Gheert LAMME

I.1 M LAMME, Gheert                                   13-06-1647 Hansbeke

II.1 M LAMME, Jan                                     15-09-1676 Hansbeke

II.2 V De MEYERE, Livina                              23-01-1679 Hansbeke

III.2 V LAMME, Anna                  1659             23-04-1706 Hansbeke

III.1 M BOGAERT, Christoffel    14-02-1655 Nevele     03-01-1721 Hansbeke

III.3 M LAMME, Jan              31-01-1662 Hansbeke   06-04-1740 Hansbeke

III.4 V Van VYNCKT, Pieternella 14-02-1662 Hansbeke   01-01-1742 Hansbeke

IV.2 V LAMME, Livina            19-04-1689 Hansbeke

IV.1 M SUTTERMAN, Petrus        24-05-1687 Hansbeke

IV.4 V LAMME, Petronilla              1694 Hansbeke   27-09-1720 Hansbeke

IV.3 M MARTENS, Judocus           09-11-1686 Bellem   25-05-1725 Hansbeke

IV.5 M LAMME, Geraert                   1699          21-03-1729 Hansbeke

IV.7 V LAMME, Joanna

IV.6 M LOONTJENS, Joseph

Petrus Sutterman en Judocus Martens trouwden met de zusjes Livina en Petronilla Lamme. Maria Rosa Sutterman, kleindochter van Livina, zal later trouwen met Carel Martens, zoon van Jan en kleinzoon van Judocus.

Livina De Meyere, schoonmoeder van Jan Lamme en grootmoeder van de vrouw van Judocus Martens, was een dochter van Joos De Meyere.

Pieternella Van Vynckt, moeder van Petronilla Lamme en schoonmoeder van Judocus Martens, stamde af van Hansbeekse ouders en grootouders. Uit onderstaande kwartierstaat blijkt dat zij de dochter is van Petrus Van Vinckt en Livina De Brabanter, beide geboren en overleden te Hansbeke, en de kleindochter van Jacob Van Vinckt en Gheert De Brabanter.

Personen in kwartierstaat van Pieternella Van VYNCKT

1 V Van VYNCKT, Pieternella 14-02-1662 Hansbeke     01-01-1742 Hansbeke

2 M Van VINCKT, Petrus      31-08-1629 Hansbeke     22-10-1676 Hansbeke

3 V De BRABANTER, Livina    02-04-1637 Hansbeke     23-01-1676 Hansbeke

4 M Van VINCKT, Jacob

6 M De BRABANTER, Gheert

Minstens 3 generaties Lamme woonden op het pachtgoed Overwaele dat volgens het landboek van 1700 eigendom was van de weduwe Overwaele. De omwalde hofstede aan de oostkant van de Rostraete(nu Nevelestraat 41) behoorde omstreeks 1643 toe aan de erfgenamen van Gillis Van Kerrebrouck. Geert Lamme pachtte de hoeve met bijhorende landerijen: 6 meersen waaronder het stockmeersschelken en het durmken, 2 bossen en 16 partijen land waaronder het eeckenstick, het Gillis Van Hullestock, de doorenbilck, het alf bunderken, de clynkaert, de roonackere, het Gillis Bruynstick, het bosschaerdeken, het leentjen, samen 10.695 roeden (ca 16 ha) groot. Het leentjen zal in de XXe eeuw deel uitmaken van Goed ter Elst.

Geert Lamme zetelde in de schepenbank in de jaren 1633-1646 en overleed op 13 juni 1647. Zijn zoon Jan, gehuwd met Livina De Meyere, runde verder het landgoed. Hij was schepen van 1655 tot 1669 en stierf op 15 september 1676. Vanaf kerstavond 1691, na het overlijden van zijn moeder Livina, pachtte Jan Lamme, zoon van Jan, het Goed Overwaele. Hij bleef er pachter tot aan zijn dood op 6 april 1740. Hij was schepen in de periodes 1694-1698, 1702-1706 en 1710-1715. Hij was niet enkel pachter vermits hij volgens het landboek van 1700 te Hansbeke nog 7.305 roeden in eigendom had.

Betovergrootouders en overgrootouders van Maria De Brauwer, echtgenote van Joannes Martens (1719-1801)

Personen in kwartierstaat van Maria Francisca De BRAUWER

1 V De BRAUWER, Maria F.    22-04-1724 Hansbeke     19-06-1806 Hansbeke

2 M De BRAUWER, Olivier     04-05-1678 Nevele       23-03-1724 Hansbeke

3 V BOGAERT, Petronella     08-01-1701 Hansbeke     25-05-1760

4 M De BRAUWERE, Joos       24-09-1629 Hansbeke     07-05-1683 Nevele

5 V Van RENTERGHEM, Judoca        1639 Nevele       30-08-1679 Nevele

6 M BOGAERT, Christoffel    14-02-1655 Nevele       03-01-1721 Hansbeke

7 V LAMME, Anna                   1659              23-04-1706 Hansbeke

8 M De BRAUWER, Jan               1600              22-11-1645 Hansbeke

9 V WILLEMS, Joanna                                 24-03-1630 Hansbeke

10 M Van RENTERGHEM, Lieven 21-01-1601 Nevele       02-06-1675 Nevele

11 V LOOTIENS, Anna         06-02-1600 Nevele       18-03-1669 Nevele

12 M BOGAERT, Pieter Nevele

13 V Van de KERCKHOVE, M.

14 M LAMME, Jan                                     15-09-1676 Hansbeke

15 V De MEYERE, Livina                              23-01-1679 Hansbeke

16 M De BRAUWER, Loys

18 M WILLEMS, Joos

20 M Van RENTERGHEM, Jan

22 M LOOTIENS, Lieven

28 M LAMME, Gheert

30 M De MEYERE, Joos

Informatie is beschikbaar over 18 voorouders van Maria Francisca De Brauwer die leefden tijdens de XVIIe eeuw. Zij zijn afkomstig uit Hansbeke of Nevele. De hoofdstamlijn De Brauwer vertrekt bij Joys en zijn zoon Jan die huwde met Joanna Willems, dochter van Joos. Joos De Brauwer, grootvader van Maria Francisca, was gehuwd met Judoca Van Renterghem uit Nevele. Judoca is gestorven het jaar na de geboorte van haar zoon Olivier, de vader van Maria Francisca De Brauwer. Judoca was een dochter van Lieven Van Renterghem fs Jan en Anna Loontiens fa Lieven.

Petronella Bogaert, moeder van Maria Francisca De Brauwer, werd geboren bij het begin van de XVIIIe eeuw. Ook van haar zijn twee vorige generaties gekend: haar ouders Christoffel Bogaert en Anna Lamme(tante van de aan de stam Martens verwante Livina en Petronilla Lamme)en haar uit Nevele afkomstige vaderlijke grootouders Pieter Bogaert en M Van de Kerckhove. Hier is een derde verwantschap tussen de stam Martens en de stam Lamme, bij de afstammelingen van Jan Lamme(1662-1740) uit Hansbeke en Jan Martens(1656-1729) uit Bellem.

Voorouders van Maria Rosa Sutterman, echtgenote van Carel Martens(1766-1837)

Personen in parenteel van Jan SUTTERMAN

I.1 M SUTTERMAN, Jan

I.2 V VANDERSTRATEN, Cathelijne

II.1 M SUTTERMAN, Joos           21-09-1596 Hansbeke   08-12-1680 Hansbeke

II.2 V MARTENS, Sara             xx-xx-1617            02-10-1692 Hansbeke

III.1 M SUTTERMAN, Petrus        24-04-1650 Hansbeke

III.2 V MAENHOUDT, Livina        05-12-1658 Hansbeke   26-03-1717 Hansbeke

IV.1 M SUTTERMAN, Petrus         23-05-1687 Hansbeke   15-04-1773 Hansbeke

IV.2 V LAMME, Livina             19-04-1689 Hansbeke   12-06-1719 Hansbeke

V.1 M SUTTERMAN, Boudewijn

V.2 V De PAUW, Joanna

VI.2 V SUTTERMAN, Maria Rosa     12-01-1771 Hansbeke   14-09-1850 Hansbeke

VI.1 M MARTENS, Carel            12-01-1766 Hansbeke   26-12-1837 Hansbeke

3.7.2 Generatie VI in parenteel van Stoffel Martens

Achterkleinkinderen van Jacob (generatie van Joannes Martens in hoofdstamlijn)

De onvolledige lijst van achterkleinkinderen van Jacob Martens, dit is de generatie VI van het parenteel van Stoffel Martens waartoe in de hoofdstamlijn ook de Bellemse burgemeester Joannes Martens behoort, telt maar liefst 65 namen van afstammelingen en echtgenoten van afstammelingen van Jacob.

Naast de 23 personen die nog de familienaam Martens dragen te Hansbeke en te Bellem komen er mannelijke generatiegenoten in voor met de volgende namen: Sutterman, Vande Putte, Mijnsberghe, Claeys, Van Speybroeck, Heytens, Lobbestall en Kint. Langs de vrouwelijke lijn zijn er bovendien Maenhoudt, Van Renterghem, De Witte, Schatteman, Standaert, Maenhaut, De Crets, De Baets, De Vligere, Vanden Bussche, Du Prez en Matthijs. Binnen deze generatie VI zijn er 8 met de naam Vande Putte te Hansbeke, 6 met de familienaam Claeys te Landegem en eveneens 6 met de naam Heytens te Ingelmunster.

Voor meerdere van deze personen wordt bijkomende informatie aangebracht in de hoofdstukken 3 of 4. Te Hansbeke spelen de naamdragers Martens in deze generatie geen beduidende rol in het plaatselijk politiek gebeuren, maar wel nog langs de verwante familie Sutterman. Een aantal afstammelingen vergaat het er financieel minder goed. Onderstaande lijst behelst de namen van 14 te Hansbeke geboren kleinkinderen van Jan Martens en Barbara Speeckaert en 8 echtgenoten.

Te Bellem is er enerzijds de hoofdstamlijn met de burgemeester Joannes Martens, die het ook economisch zeer goed doet, en zijn er anderzijds tijdgenoten met veel moeilijkheden. De namen van nummer 23 tot 64 zijn kleinkinderen, met echtgenoten, van Pieter Martens en Anna Steyaert.

De geboortejaren voor generatie VI overspannen de periode 1640-1673 terwijl de gekende jaren van overlijden liggen tussen 1651 en 1749. Deze generatie beleeft dus de tweede helft van de 17e en de eerste helft van de 18e eeuw.

VI.1 M SUTTERMAN, Petrus        24-04-1650 Hansbeke

VI.2 V MAENHOUDT, Livina        05-12-1658 Hansbeke    26-03-1717 Hansbeke

VI.3 V MARTENS, Joanna          08-06-1657 Hansbeke    09-06-1657 Hansbeke

VI.4 M MARTENS, Joannes         10-06-1659 Hansbeke

VI.5 M MARTENS, Jacob           09-07-1664 Hansbeke    11-03-1736

VI.6 V Van RENTERGHEM, Elisabeth                       13-01-1694

VI.7 V De WITTE, Elisabeth                             16-11-1709

VI.8 M MARTENS, Mattheus        21-09-1667 Hansbeke    10-05-1703 Hansbeke

VI.9 V SCHATTEMAN, Catharina          1660             11-12-1694 Hansbeke

VI.10 V STANDAERT, Joanna                              10-05-1703 Hansbeke

VI.11 M VANDE PUTTE, Gheraert   18-04-1644 Hansbeke

VI.12 M VANDE PUTTE, Frans      14-10-1647 Hansbeke    06-09-1693 Hansbeke

VI.13 V MAENHAUT, Elisabeth           1642             28-12-1682 Hansbeke

VI.14 V De CRETS, Catherina           1658             30-04-1688

VI.15 V De BAETS, Janneken

VI.16 V VANDE PUTTE, Livina     29-11-1649 Hansbeke

VI.17 M MIJNSBERGHE, Nicolaus         1640             02-12-1700 Hansbeke

VI.18 V VANDE PUTTE, Joanna     28-11-1651 Hansbeke    xx-xx-1681 Hansbeke

VI.19 V VANDE PUTTE, Judoca     23-08-1654 Hansbeke

VI.20 M VANDE PUTTE, Philip     17-11-1657 Hansbeke

VI.21 M VANDE PUTTE, Jan        31-12-1660 Hansbeke

VI.22 V VANDE PUTTE, Maria      12-05-1665 Hansbeke

VI.23 M CLAEYS, Pieter                     Landegem

VI.24 M CLAEYS, Guilliame                  Landegem

VI.25 M CLAEYS, Herreman                   Landegem

VI.26 M CLAEYS, Antonne                    Landegem

VI.27 V CLAEYS, Tanneken                   Landegem

VI.28 V CLAEYS, Petronella                 Landegem

VI.29 M MARTENS, Guilliame      26-10-1655 Bellem        09-12-1655 Bellem

VI.30 M MARTENS, Joannes(hoofdst)3-12-1656 Bellem        18-11-1729 Bellem

VI.31 V MAENHOUT, Joanna        25-11-1657 Hansbeke      17-10-1691 Bellem

VI.32 V De VLIGERE, Joanna      01-04-1663 Zomergem      01-02-1729 Bellem

VI.33 M Van SPEYBROECK, Petrus  05-03-1649 Bellem

VI.34 V MARTENS, Anna           05-08-1659 Bellem        07-07-1679 Bellem

VI.35 M MARTENS, Petrus         04-06-1661 Bellem           na 1724 Bellem

VI.36 V HEYTENS, Maria          20-05-1650 Gent H. Ma    03-10-1651 Bellem

VI.37 V HEYTENS, Maria Catharina 4-08-1661 Ingelmunster

VI.38 M HEYTENS, Joos           07-11-1667 Ingelmunster

VI.39 V Vanden BUSSCHE, Joanna  20-03-1665 Zwevezele   12-03-1730 Zwevezele

VI.40 M HEYTENS, Petrus         08-12-1670 Ingelmunster

VI.41 M HEYTENS, Jan            07-03-1673 Ingelmunst   23-09-1729 Ingelmun

VI.42 V MERVEILLE, Joanna                               28-06-1743 Ingelmun

VI.43 M LOBBESTALL, Nicolaas

VI.44 V HEYTENS, Livina                     Bellem      11-03-1729 Ingelmun

VI.45 M KINT, Jacob

VI.46 M HEYTENS, Jan                        Ingelmunster           Ingelmun

VI.47 M MARTENS, Arnoldus        22-07-1663 Bellem      15-03-1720 Bellem

VI.48 V Du PREZ, Catharina             1672             21-03-1740 Bellem

VI.49 V MARTENS, Anna            24-08-1665 Bellem      07-10-1717 Bellem

VI.50 M CLAEYS, Joannes          14-04-1664 Bellem      13-10-1719 Bellem

VI.51 V MARTENS, Adriana         23-03-1669 Bellem      04-11-1758 Bellem

VI.52 M MARTENS, Jan             xx-xx-1672             xx-xx-1758

VI.53 V MATTHYS, Joanna

VI.54 M MARTENS, Guilliame       11-01-1670 Bellem      12-01-1670 Bellem

VI.55 M MARTENS, Carolus         11-01-1670 Bellem      14-01-1670 Bellem

VI.56 M MARTENS, Joannes         01-07-1671 Bellem      22-11-1675 Bellem

VI.57 V MARTENS, Joanna          22-11-1672 Bellem      17-10-1676 Bellem

VI.58 V MARTENS, Adriana               1673

VI.59 V MARTENS, Anna            16-10-1677 Bellem

VI.60 M MARTENS, Francies        07-10-1679 Bellem      30-11-1716 Bellem

VI.61 M MARTENS, Jan             16-02-1682 Bellem      28-02-1682 Bellem

VI.62 M MARTENS, Joos            27-05-1683 Bellem

VI.63 M MARTENS, Jan             12-09-1685 Bellem

VI.64 V MARTENS, Anna Maria

VI.65 V MAENHOUDT, Livina        09-02-1660 Hansbeke    16-03-1660 Hansbeke

3.8.3 Voorouders van familie De Backer in de XVIIe eeuw

De naam De Backer is ruim verspreid in België, Frankrijk, Duitsland en Nederland. Het is een naam die in de vroege middeleeuwen op meerdere plaatsen is ontstaan, uiteraard als een professionele naam. Alleen in België zijn er meer dan 10.000 dragers met die naam, in een aantal varianten waarvan een goede 4.500 voor wat betreft de uitgeschreven naam De Backer, die in de loop van de geschiedenis niet altijd zo geschreven werd. Het is pas met de invoering van de burgerlijke stand in 1796 dat de familienamen een vaste spelling hebben gekregen, en dat was niet onmiddellijk zo. De ambtenaren van de burgerlijke stand konden zich ook soms vergissen. De inschrijvingen in de parochieregisters zijn in het latijn, dus ook de voornamen, maar de klappers (alfabetische lijsten) die in het midden van de XIXe eeuw opgemaakt werden geven veelal de nederlandse versie van die voornamen, zoals die eertijds in het dagelijks leven werden gebruikt.

Op 15 augustus 1962 werd te Hansbeke het huwelijk gesloten tussen Laurent Martens en Josette De Backer, dochter van Karel De Backer en kleindochter van Desiderius De Backer(1856-1923), en komt een verbinding tot stand tussen de stamlijn Martens en de stamlijn De Backer. Dank zij het opzoekingswerk van Jan De Bergh werd het mogelijk gemaakt de oudste stamvader De Backer terug te vinden, namelijk Petrus De backer, geboren bij het begin van de XVIIe eeuw.

Personen in genealogie van Petrus De BACKER(XVIIe en XVIIIe eeuw)

I.1 M De BACKER, Petrus        voor 1609 Mariakerke    1674 of 76 Wondelgem

I.2 V GOOSEN, Anna                       Wondelgem

II.2 V De BACKER, Joanna      05-06-1639 Wondelgem           1676 Wondelgem

II.1 M de PAU, Ludovicus

II.3 M De BACKERE, Egidius    15-06-1642 Wondelgem

II.4 V STASINS, Egidia

III.1 M De BACKERE, Pieter    03-05-1662

II.5 V SCHOUTHEET, Judoca

III.2 M De BACKERE, Geeraerd     1671/72 Wondelgem     03-12-1704 Wondelgem

II.6 M De BACKERE, Gerardus   31-06-1642 Wondelgem     13-03-1735 Wondelgem

II.7 V BUYSSE, Elisabeth       1646/1647               14-05-1716

III.4 V de BACKERE, Anna      29-11-1672               14-02-1752 Wondelgem

III.3 M VEREECKEN, Adriaen                                   1743

III.5 M De BACKERE, Pieter    12-08-1676                     1743 Wondelgem

III.6 V Van HECKE, Margarita

III.7 V De BACKERE, Livina    28-02-1677 Wondelgem     14-10-1694 Wondelgem

III.8 V De BACKERE, Petronilla 6-04-1683 Wondelgem     17-05-1683 Wondelgem

III.9 M De BACKERE, Livinus   31-12-1687 Wondelgem     16-08-1729 Wondelgem

III.10V De WEVERE, Marie

IV.1 M De BACKER, Geeraerd    09-04-1716 Wondelgem

IV.2 M De BACKER, Pieter            1718 Wondelgem     07-04-1726 Wondelgem

IV.4 V De BACKER, Elisabeth   29-02-1720 Wondelgem     xx-xx-1779 Wondelgem

IV.3 M VEREECKEN, Judocus

IV.5 M De BACKER, Livinus     12-11-1722

IV.6 M De BACKER, Joannes     28-09-1725 Wondelgem     31-10-1781 Wondelgem

IV.7 V APERS, Anna Maria                 ex Oostakker

V.1 M De BACKER, Jan Baptist  10-06-1763 Wondelgem     xx-xx-1778 Wondelgem

V.2 M De BACKER, Balduinus    09-10-1766 Wondelgem     xx-xx-1767 Wondelgem

V.3 M De BACKER, Pieter Franc.10-06-1768 Wondelgem

V.4 M De BACKER, Livinus Jos. 28-10-1771 Wondelgem

V.5 V TEIRLINCK, Ludovica Oostakker

V.6 M De BACKER, Jacobus      01-10-1775 Wondelgem     01-09-1824 Oostakker

V.7 V De BACKER, Joanna Ther. 23-06-1778 Wondelgem     22-11-1778 Wondelgem

IV.8 V De BACKER, Petronilla  17-04-1729 Wondelgem

III.11M De BACKERE, Joannes         1691 Wondelgem     19-07-1691 Wondelgem

II.8 M De BACKER, Livinus     11-11-1647 Wondelgem

II.9 M De BACKER, Jan         23-03-1651 Wondelgem     12-03-1692

II.10V de JAGER, Gertrudis

II.11V De BACKER, Magdalena   17-05-1654 Wondelgem

Petrus De backer(Pieter) (°voor 1609 +1674/1676)

Pieter trouwde te Wondelgem op 23 januari 1639 met ene Anna Goosen(soms ook Goossens genoemd), ex hac parochia (dus uit Wondelgem). Petrus is ex Mariakerke.In de parochieregisters van Mariakerke, die reeds beginnen in 1609, wordt evenwel geen doopsel van een Petrus De Backer vermeld, zodat men niet weten kan waar en wanneer hij geboren en gedoopt werd. Als hij geboren is in Mariakerke, dan moet dit voor 1609 zijn.

Livinus de Jager en Adrianus de Jager waren getuigen bij dit huwelijk. De familienaam de Jager komt nog elders in de parochieregisters van Wondelgem en leden van die familie zijn soms met De Backers getrouwd.

De huwelijksakte zegt nog dat de Hoogsteerwaardigste Heer Bisschop van Gent een dispensatie toegestaan had van de vereiste drie bannen(afroepingen). Het waarom is duidelijk. Anna bevalt een goede drie maand later van haar eerste dochter.

Het is niet duidelijk waar en wanneer Petrus gestorven en begraven is, maar het was zeker voor 7 october 1678, vermits op die dag Anna Goossens sterft te Gent, als weduwe van Pieter de Backer. De parochieregisters van Wondelgem vermelden het overlijden van twee Pieters:

- op 24 december 1674 sterft Pr Debacker binnen het Gentse Vrije en wordt begraven bij de kerk van de paters Karmelieten.

- op 1 september 1676 wordt Pr De Backere begraven te Wondelgem.

Er is geen informatie beschikbaar over het beroep van Petrus, maar hij is zeer waarschijnlijk landbouwer geweest, zoals alle Wondelgemse De Backers van die tijd.

Gezinsfiche

Petrus De backer              X                     Anna Goosen

° Mariakerke(?) voor 1609(?)Wondelgem 23-01-1639     ° Wondelgem(?)

+ Wondelgem(?) voor 1678                             + Wondelgem 07-12-1678

Kinderen uit eerste generatie

1. Joanna De Backer           x                       Ludovicus de Pau

° Wondelgem 05-06-1639

+ 1676

2. Egidius De Backere       1x                        Egidia Stasins

° Wondelgem 15-06-1642   (12-10-1659)

                            2x(?)                     Judoca Schoutheet

3. Gerardus De backere       x                        Elisabeth Buysse

° Wondelgem 31-06-1644                               ° circa 1646/1647

+ Wondelgem 13-03-1735                               + Wondelgem 14-05-1716

4. Livinus De backere

° Wondelgem 11-11-1647

5. Jan de backere            x                        Gertrudis de Jager

° Wondelgem 23-03-1651

+ Wondelgem 12-03-1692                                          + na 1692

6. Magdalena De Backer

° Wondelgem 17-05-1654

Gerardus(Geeraerd) De backere(°31-06-1644 +13-03-1735)

In de tweede generatie van deze stamlijn werden uit het huwelijk van Geeraerd en Elisabeth Buysse tijdens de woelige jaren tussen 1672 en 1672 zeven kinderen geboren te Wondelgem, waarvan er slechts drie volwassen werden.

Gezinsfiche

1. Anna de backere            x               Adriaen Vereecken

° Wondelgem 29-11-1672

+ Wondelgem 14-02-1752                                   ° Wondelgem 1743

2. Pieter De backere          x Oostakker      Margarita Van hecke

° Wondelgem 12-08-1674          29-04-1700

+ Wondelgem 1743

3. Livina De backere

° Wondelgem 28-02-1677

+ Wondelgem 14-10-1694

4. Geeraerd De backere

° Wondelgem xx-xx-1680

+ Wondelgem 16-01-1694

5. Petronilla De backere

° Wondelgem 06-04-1683

+ Wondelgem 17-05-1683

6. Livinus De backere              x Wondelgem             Maria de Wevere

° Wondelgem 32-12-1687               23-09-1714

+ Wondelgem 16-08-1729

7. Joannes De Backere

° Wondelgem 1691

+ Wondelgem 17-07-1691

Besluit: de oudste bekende stamvader Pieter is afkomstig van Mariakerke en trouwde en overleed te Wondelgem. Geeraerd, in de tweede generatie,werd geboren en stierf te Wondelgem en met Livinus vormt de derde generatie de brug naar de XVIIIe eeuw, nog steeds te Wondelgem.

Geschreven door Laurent Martens om 19:00 Reageer op dit bericht

3.9. Bijlagen

3.7 Bijlagen

Bijlage 3.1 Verdwenen kasteel te Hansbeke

Kroniekschrijvers citeren enkele malen het aloude kasteel van Hansbeke, zelfs verwijzend naar de wijk Rho in de tweede helft van de XIe eeuw. Het heerlijke kasteel van Hansbeke werd in 1381 door opstandige Gentenaren, aangevoerd door Gijsbrecht de Grutere en Raes Van de Voorde, belegerd, geplunderd en in brand gestoken. In 1452, tijdens de opstand van de Gentenaren tegen Philip de Goede, werd het andermaal door de stedelingen aangevallen, ingenomen en platgebrand.

In 1575, tijdens de jeugdjaren van Jacob Martens, beschreven de tauxateurs vanden thienden penninck in het desbetreffend penningkohier het kasteel als een steenhuys staende op een bewaelde moete, groot metten walle rontomme 100 roeden(RAG, fds Oud Nevele, nr 1182). Op de topografische kaart van 1615 schetste de Gentse cartograaf Jacques Horenbault het omwalde kasteel, met het aanpalend neerhof en de tegenovergelegen taveerne Hove, langs de straete loopende van Hansbeke kercke naer de Brugsche vaert, ongeveer halfweg tussen de kerk en de vaart. In 1641 beschreef Anthoni Sanderus in zijn boek Flandria Illustrata het kasteel als een ‘pronk’ hetwelk na den kant van de Leie, niet verre van den oorsprong der tweetakkige Kale welke haar water in die rivier ontlast, gebouwd was.

In het oud archief van de prochie Hansbeke worden aanduidingen betreffende de ligging van dit verdwenen kasteel gevonden. In het ferieboek, bijgehouden van 1589 tot 1604, werd aangetekend dat de wethouders van Hansbeke, met de toenmalige baljuw Jacob Martens, op 18 september 1602 en 18 december daaropvolgend ten casteele vergaderden(1).

Op 24 augustus 1629 werden ten versoucke vanden bailliu Jan Martens enkele meubelen ende catheylen gheventariseert, die bevonden syn up het casteel vanden heere van Hansbeke, toebehorende Lieven van Kerrebroeck,voormalige baljuw, o.a. een rebbancken staende inghemetst in het torreken anden watersteen(2).

Op 29 januari 1631 werd allerhande gerief, toebehorende aan dezelfde Lieven van Kerrebroeck, door de baljuw Jan Martens verkocht, o.a. een houten trisorken, staende up het casteel, en een schipken ligghende ghesoncken inden wal, an het casteel(3).

Een nadere plaatsaanduiding van het kasteel wordt gegeven in het ferieboek 1633-1640, waarin wordt vermeld dat de vierschaar op 23 maart 1639 vergaderde ten huyse van Gheraert vande Putte, tavernier thove aen het casteel. Hieruit blijkt dat het kasteel in de onmiddellijke nabijheid stond van het wethuis, herberg ‘ Tenhove’, welbekend als de landelijke afspanning aan de huidige Philomenakapel. Een aanwijzing in het lantboeck van 1700 is hieromtrent overduidelijk. De omschrijving van de hofstede, gelegen aan de Grote Beke onder perceel nummer 196 van de wijk Kercke ende Voorde, omvat : (Pieter van de Veire pachter vanden Baron d’Eckelsbecq, den heere van Hansbeke) het neerhof ende daer het vervallen casteel op staet, oost de (strate commende vande Leye naer de kercke…) (4).

In de tweede helft van de XVIIe eeuw geraakte het kasteel in verval. Philip Albert de Guernoval, baron van Ekelsbeke en toenmalig heer van Hansbeke, had zijn residentie in de Burgstraat te Gent. De familie de Guernoval verbleef tijdelijk op het kasteel te Hansbeke, alleszins nog in de jaren 1658-1660. Daar overleed op 19 september 1658 Dominus Julianus Livinus de Guernoval. Hij werd in het kerkkoor voor het hoofdaltaar begraven(Rijksarchief Beveren,RAB,parochieregisters Hansbeke, nr 1, p 204). Op 28 december van hetzelfde jaar zag Philip Albert, zoontje van Alexander de Guernoval en Maria Lefebre, er het levenslicht(RAB,nr 2, p 54).

Philip Albert de Guernoval bezat ook een kasteel in Ekelsbeke. Op zondag 4 juli 1660 verhuisden Geert Martens, zoon van baljuw Jacob Martens, samen met zijn toekomstig familielid Christoffel De Muynck, vader van baljuw Pieter De Muynck, en met Pieter Bekaert met hun wagens en paarden de bage (huisraad, klederen e.a.) van de kasteelheer van Gent naar Ekelsbeke. Mogelijk bleef ook het kasteel van Hansbeke vanaf toen onbewoond.

De preciese ligging van het in 1700 reeds vervallen kasteel kan aan de hand van de caerte figuratieve van Hansbeke, opgemaakt door landmeter Joos Meysman, worden achterhaald. Op de bijgevoegde kaart, waarop het neerhof van het kasteel staat afgebeeld, bemerkt men op het perceel I/196 van het Ie beloop Kercke en Voorde een gesloten omwalling die een bijna vierkante terreinoppervlakte van 35m x 35m omsluit. Hoewel de ruïnes op deze kaart niet meer worden geschetst, spreekt het vanzelf dat het bouwvallig slot binnen deze ommeloop stond.Het toegangsbruggetje lag over de oostwal. Het kasteel verhief zich blijkbaar boven op een heuveltje, vermits een aanpalende partij zaailand de motte (een kunstmatige verhevenheid van de bodem) werd genoemd. Ten westen van het kasteel lag de casteelmeersch. Van de ommeloop is thans nog de zuidwal overgebleven. De ruïnes werden in de jaren 1766-1767 verwijderd. Met het afbraakmateriaal werd mogelijk het huis naast de heerlijke molen gebouwd.

Bijlage 3.2 Openbare verkoping door erfgenamen van Jacob Martens en Livina Claeys

Een openbare verkoping op het kasteelgoed te Hansbeke, anno 1638

(in Het Land van Nevele, jg. 23, nr 1, pp 77-81, 1992)

Op 12 en 13 januari 1638 werd van weghen Joos Van Renterghem , hauder bleven ten sterfhuyse van syne huysvrauwe, ende de ghemeene hoirs ten voorseyde sterfhuyse een openbare verkoping gehouden van diversche meubele goedynghe, te wetene peerden, coyen, huyscatheyl en diversche andere cattheylighe goedynghe(41). De venditie vond plaats op het kasteelgoed in aanwezigheid van Baudewijn De Meyere, bailliu, Jan Van Hulle, burchmeestere, Pieter Anthonis, Jan Willems ende Heinderick De Cuyper schepenen vande prochie van Hansbeke. Als de koopsom van een lot kleiner was dan acht schellynghen grooten vlaemsch moest contant betaald worden. Als de koopprijs van een lot groter was dan 8 schellingen mocht de betaling naar believen binnen de twee eerstvolgende maanden geschieden. De koper diende echter onmiddellijk na de toewijzing, tenzij hij toch contant betaalde, zijn borg op te geven.

Verkoopsvoorwaarden

De volgende verkoopsvoorwaarden waren van toepassing:

De koper moest een solvabele inwoner van Hansbeke zijn, zoniet werd het lot op kosten van de koper opnieuw opgeroepen. Als de nieuwe koopsom onder de eerste bleef moest hij bovendien het verschil bijpassen. De bijdrage van de kopers in de kosten van de veiling, of het zogenaamde wijngeld, bedroeg twaelf grooten van elk pond grooten ende alsoo naer advenant van alle sommen die meerder ofte minder bevonden werden (hetzij 1 schelling per 20 schelling of 5% van de koopsom).

Loten

Wegens het groot aantal loten, namelijk 216, nam de veiling twee opeenvolgende (namid)dagen in beslag. Men kan zich allicht de rumoerige drukte op de hofstede voorstellen toen de talrijke koop- en kijklustigen de oproeper van het ene lot naar het andere volgden, in de verschillende kamers van de woning, in de stallen, in het wagenhuis , in de schuur en op het erf. De noemenswaardige loten worden hier ter illustratie vermeld, en volgens hun aard gegroepeerd. De aangegeven koopsom, in ponden schellingen deniers groten, maken het mogelijk de waarde van de kopen onderling te vergelijken. Voor sommige gelijkwaardige loten, zoals de 30 kopen vlas e.a., wordt de kleinste en grootste biedprijs vernoemd.

Huisraad

eenen cuypseetele 0.2.0

twee stoelen 0.3.6

een poffet (aanrecht) ende eenen stoel 0.2.9

eenen stoel ende een bijle 0.2.8

een taefele 0.5.0 – 0.1.7

eenen seetele 0.1.4

een coeffere 0.4.6 – 1.2.6

een gaerderoppe 2.0.0

eenen mataelenen candelaere 0.1.1 – 0.3.0

een bedde 1.17. – 3.0.0

een bedde met eenen hooftpulme 2.0.0 – 3.7.6

een lijs ( zitbank ) 0.16.0

een haude coetse 0.3.0

een renneken 0.0.11

een heerenbecken 1.1.0

Keukengerij

eene boterteele ende wat taillioeren 0.0.11

noch taillioeren ende een scherfmes (hakmes) 0.0.12

eenen ketele 0.10.2 – 0.7.0

een waefelijser met een hanckijser 0.6.2

eenen potceetele met een schijve 0.9.3

eenen haeckere 0.2.4 – 0.3.6

een cleen haeckerke 0.1.9 – 0.2.10

een cleen ketelken 0.2.7

een stomijne (vergiet) ende eene sije (zift) 0.4.6

een hantkeetele 0.10.4

eenen mataelenen podt 1.3.0

een ijseren pot 0.0.6

een boterteele ende een sautvadt 0.2.6

herden (aarden) teellen 0.0.10

een hantdwaele (handdoek) 0.2.8

Tinnen gerief

een teenen pot 0.4.0

een teenen teelle 0.3.2

twee teenen schotels 0.3.6

teenewerck 0.3.7 – 0.7.1

Kledij

eenen caernaetenen lijfrock 0.5.5

een vriese ofte baey 0.15.0

eenen ghensgrauwen baey 1.12.1

eenen roo lijfrock 0.15.0

eene mareyten schuerte 0.3.0

eenen blauwen ceufele 0.3.8

noch eenen ceuvele 0.6.3

eenen swarten hoet 0.0.7

een lijfveken 0.7.10

een swarte voorschot 0.1.0

diversche craeghen 0.2.3 – 0.3.6

twee hemden 0.10.4

een hemde , een flauwijne en een craeghe 0.5.4

een lobbe (kanten manchet) 0.2.5

Beddegoed

een schoon laecken 0.5.9 – 0.7.0

eenighe nachtdoeken 0.1.0 – 0.1.6

een flauwijne 0.3.7

twee flauwijnen 0.4.7

twee flauwijnen en een hemde 0.4.3

twee hoorkussens 1.7.6

twee cussens en een saerge 0.6.8

Alaam

een veurcke met eenen meshaeck 0.2.2

een taerweseefde ende spillebert 0.0.8

een repe 0.11.0

een hippeseefde (gaatjeszeef) ende themsen (teems) 0.0.7

een spinnewiel 0.0.10 – 0.3.0

een wascuype 0.7.0

een naeymande ende eenen stoel 0.2.0

een keerne (karn) 0.2.4

een heckele (hekel) 0.2.1 – 0.3.9

twee haspen (haspels) 0.0.14

eenen corf met eenich haudt ijsere 0.0.9

een troch ende eenen baenst (biezenmand) 0.1.3

een troch 0.11.0

een traille docke (traliekooi) 0.2.8 – 0.12.6

wat tuynstaeken ende een qauden (slechte) wan 0.0.14

een cofferken met eenen kieckenkorf 0.5.0

een lijsaetcuype met aud ende prondelynghe 0.1.8

een botercuype 0.2.9

een pyckhaeck 0.1.2

een tonneken 0.2.6

een boorley 0.3.6

een plouch 0.14.6

een haude plouch met andere haute 0.14.0

een haute plouch ende wat ander haut 0.3.5

een heechde 0.2.0

een leere 0.7.2

een coorenmuecken (korenmaat) 0.3.6

Dieren

een bruyn ruynpeerdt 10.12.0

een swarte coebeeste 5.11.0

een roo coebeeste 4.5.0

een grijsde veerse 4.15.0

een swart calf 1.14.2

een swijn 2.15.0

een grijsde coe 7.1.0

een grijsde coebeeste 5.10.0

een swarte coebeeste 5.0.0

een grijsde calf 1.6.8

een grijsde calf 0.13.4

Voertuigen

eene waeghewijtte (wagenhuif) 0.4.6

eenen hauden waeghen 1.10.0

een waeghencas (wagenbak) 0.17.0

eenen achterwaeghene 2.14.2

eenen voorwaeghene 1.15.10

eenen waeghenswynghele 0.2.10

eenen cas 0.3 – 0.5.0

Hout

L (vijftig) rijshaut (takken en twijgen) 0.8.6 – 0.10.0

drij hauten pertsen (staken) 0.6.0

wat haut wesende wulghenblocken 0.2.0

wat prondelynghe (afval) van haut 0.2.6

wat fasceel haut (dik knuppelhout) 0.2.2 – 0.2.8

wat hautbondynghe (bundelhout) 0.2.0

noch wat haudt wesende een haude gotte (goot) ende eenen block 0.4.0

noch blocken 0.3.3 – 0.4.6

Gewassen

vier banden vlas 0.4.6

L herrewet stro 0.5.6 – 0.9.0

1c (honderd) havere 0.13.2 – 0.13.8

eenen leghbondynck hoy 1.4.0 – 1.8.0

L havere 0.8.0 – 0.11.7

wat vlas 0.3.9 – 0.7.2

De totale opbrengst van de openbare verkoping bedroeg circa 130 ponden groten vlaams. Dit bedrag vertegenwoordigde nagenoeg de waarde van 13 paarden (10 ponden) of 26 koeien(5 ponden).

Er waren 80 kopers die één of meer loten kochten. Onder hen bevonden zich de 5 zonen Martens evenals de schoonzonen Marten Rootsaert en Arent Van Wassenhove. Gezamelijk kochten zij ongeveer een kwart van de opgeroepen loten, waaronder het paard en nog vier banden vlas. Arendt Van Wassenhove kocht een bedde met eenen hooftpulme en een wascuype, teenewerck en verder vier banden vlas en een zwijn.

Volgens het ghebruyckboek van Hansbeke dd. ca. 1640 pachtten Gheeraert Martens en Arent Van Wassenhove, gehuwd met Vijntjen Martens, toen samen het kasteelgoed met bijhorende partijen land, meers en bos.

Bijlage 3.3 Hansbeekse herbergen in aanverwante families tijdens de XVIIe eeuw

Herbergen in de verwante families Martens, Vande Putte, Braet, Mijnsberghe en De Vliegher

Herbergen tegenover de kerk

De herbergier Frans Vande Putte overleed te Hansbeke op 25 mei 1678, 52 jaar oud. Zijn weduwe Susanna Martens heeft de herberg tegenover de kerk toen verder opengehouden tot zij stierf op 21 november 1684, op 60-jarige leeftijd. Haar 27-jarige zoon Philip Vande Putte bleef nadien nog enige tijd uitbater van de herberg maar op kerstavond 1687 kwamen Jan Cocquet en zijn vrouw Anna De Blieck, die voordien reeds de zuidelijke herberg uitbaatten, de noordelijke herberg bewonen en uitbaten. Hiermee kwam een einde aan de betrokkenheid van de stam Martens bij deze herbergen. Zij was begonnen voor 1615 met Jacques Martens, nadien met diens zoon Jan, later met de kleinkinderen Jacques en Susanna Martens, tot in 1687 met de achterkleinzoon Philip Vande Putte.

In een declaratie betreffende de herbergtelling van 8 april 1683, dus het jaar voor Susanna stierf, vroegen de wethouders van Hansbeke de sluiting van de noordelijke herberg, eigendom van de Gentse brouwer Vander Stricht . In tegenstelling tot dit verzoek werd echter de aanpalende herberg, eigendom van de Hansbeekse brouwer Guilliame Mijnsberghe, gesloten. In 1687 was de herberg eigendom geworden van de Gentenaar Louis Van Hecke, één der erfgenamen van Philip Vander Stricht.

Voordien was hier evenwel een andere band met de stam Martens ontstaan. Op 22 juni 1670 was de 18-jarige Joanna Vande Putte, dochter van Frans en Susanna Martens, te Hansbeke gehuwd met de 30-jarige Nicolaus Mijnsberghe, zoon van brouwer Guilliame die tevens eigenaar was van de zuidelijke herberg, na deze in 1660 te hebben verworven van de uitbater Jacques Martens. Nicolaus werd eveneens brouwer.

Herberg ‘In het Land van Nevele‘

Uit het eerste huwelijk van Nicolaus Mijnsberghe werden 5 kinderen geboren. De oudste dochter Maria Mijnsberghe (kleindochter van Susanna Martens en Frans Vande Putte) huwt met Arnold Van Vooren. Dit echtpaar heeft dan weer een dochter Joanna Van Vooren (°Hansbeke 04-04-1695 +Hansbeke 02-04-1756) die op 25-04-1724 huwt met Jan De Vliegher (°1690 + Hansbeke 07-02-1754), uitbater van de herberg ‘In het Land van Nevele‘. Deze herberg stond tegenover De Koning van Spanje aan de vaart langs de westkant van de leustraete.

Uit het huwelijk van Joanna Van Vooren met Jan De Vliegher werden 4 kinderen geboren te Hansbeke: Coleta (°26-02-1725 +04-11-1727), Carel-Adriaen-Jan-Baptist(°30-07-1731 en gehuwd met Pieternella De Wever), Joanna-Catharina(°25-06-1734 + 12-03-1735) en Jan-Marten(° 28-02-1737 + 13-06-1758).

Deze herberg aan de veerverbinding over de Brugse vaart, tussen Hansbeke en Zomergem, mede uitgebaat door de achterkleindochter van Susanna Martens werd reeds vernoemd in 1621(87). Het veer behoorde van ouds toe aan de baron van Nevele. De veerman woonde nabij de vaart op een erfveken, genomen uit de oostberm van de leystraete. Volgens de schriftelijke verklaring van de wethouders van Hansbeke, daterend van 23 september 1719 werd toen in het veerhuisje herberg gehouden. Een herbergnaam werd niet vernoemd.

Het Land van Nevele stond op de oostzijde en De Koning van

Spanje op de westzijde van de pontweg.

Het lapje grond met het woonhuyseken werd vermoedelijk omstreeks die tijd door de baron van Nevele in cheynspacht gegeven aan Jan De Vliegher , die het veir met de schuyte op de oostsijde van de caye ten poste vande vaert tHansbeke bediende. De baron van Nevele verlengde op 24 mei 1748 de cheynpacht van Jan De Vliegher van het erfveken en het veir met de schuyte( die toen reeds 24 jaar getrouwd was met Joanna Van Vooren ) voor een voorderen termijn van 29 voordere jaeren aan een jaarlijkse pachtsom van een pont grooten courant. De veerman brak het oude huisje af en bouwde op de cijnsgrond een nieuw steenen woonhuys bestaende in twee caemers, kelder, vautte, stal, vertrek ende andere commoditeyten. Om de bouwkosten te vereffenen leende hij van Pieter De Munyck zv Christoffel 40 ponden grooten courant aan een jaarlijkse rente van één pond en 15 schellingen grooten(aan 4.375%).

In Hansbeke lagen enkele kleine enclaves die behoorden tot het Land van Nevele (cfr R. Van den Abeele) en de benaming van de herberg was zeker het gevolg van het feit dat de baron van Nevele dat perceel in eigendom had. Het ‘ Land van Nevele ‘ was trouwens één van de belangrijkste heerlijkheden in de Oudburg van Gent, waartoe 4 dorpen volledig en 5 andere dorpen gedeeltelijk behoorden.

Volgens de staat van goed opgemaakt in het sterfhuis van Jan De Vliegher (88) werd de keuken als gelagzaal gebruikt.In de herbergkamer stonden 6 tafels, 20 stoelen, 2 banken, 2 lantaarns, 12 kandelaars (met verlichting), een schapraai, een glazen kast, 2 rekken, een bierboom, 26 stenen kannen, 18 bierpotten en ander keukengerei.In de kelder stond een bierstelling met 2 tonnen goed bier en er lagen 36 flessen wijn. De weduwe Joanna Van Vooren sterft 2 jaar later, op 60-jarige leeftijd. Haar enige overlevende zoon Carel De Vliegher is slechts 15 jaar oud.

Joanna Vandeputte, dochter van Susanna Martens en grootmoeder van Joanna Van Vooren, overlijdt in 1681, slechts 29 jaar oud, na de geboorte van haar vijfde kind en enige zoon Guilliame Mijnsberghe, die later zijn vader zal opvolgen als brouwer.Guilliame Mijnsberghe blijft achter met 5 kinderen beneden 10 jaar. Twee jaar later, op 10-07-1683 hertrouwt hij te Hansbeke met de 28-jarige Maria Rijckaert uit Waarschoot. Uit dit tweede huwelijk van Nicolaus worden tussen 1684 en 1698 nog 7 kinderen geboren. Nicolaus Mijnsberghe overlijdt op 2 december 1700. Zijn kleindochter Joanna Van Vooren, de latere uitbaatster van ‘ In het Land van Nevele ‘,was toen bijna 5 jaar oud .

Herberg ‘In Mechelen‘

Frans Vande Putte(°Hansbeke 14-10-1647 + Hansbeke 06-09-1693), zoon van Frans en Susanna Martens wordt eigenaar en uitbater van een hofstede en herberg ‘In Mechelen ‘. In de herbergtelling van 1571 te Hansbeke komen 4 namen voor: thove, mechelen, de swaene en de fleyte en in 1587 komt daar nog tmoriaenshooft bij. Mechelen was gelegen op het oosteinde van de veltstraete(nu Warandestraat,op het nu onbebouwd hoekperceel tegenover café ‘ De Reisduif ‘ dat tijdens het laatste kwart van de XXe eeuw berucht wordt, mede door een liedje van Johan Verminnen die toen in die buurt woonde . Ze was aanvankelijk eigendom van jonkvrouw Johanna de Lansang die het goed in 1581 verpachtte aan een zekere Bultinck.

Het erf met bijhorend land had een oppervlakte van 700 roeden. Die herberg wordt in 1573 met naam geciteerd: hoe dicwijls dat hij thansbeke geslapen heeft daer mechelen uytsteect(89). Ze wordt niet meer vermeld in de telling van 1683.

Volgens ‘ Herbergen en herbergiers te Hansbeke ‘ verwees de herbergnaam naar de stad Mechelen waar, tot aan de annexatie van ons land bij Frankrijk, een hoger gerechtshof zetelde, de Grote Raad of het parlement van Mechelen. In de herberg Mechelen vonden aan het einde van de 16e eeuw enkele wetsvergaderingen plaats. Mogelijk is deze herberg het aloude wethuis van de heerlijkheid van Hansbeke geweest.

Frans ondertrouwde te Bellem op 23 juni 1672 en trouwde enkele dagen later met Elisabeth Maenhaet(°1642), dochter van Christoffel. Uit dit huwelijk werden 4 kinderen geboren, waaronder opnieuw een zoon Frans, genoemd naar zijn vader en grootvader.De 40-jarige Elisabeth overleed op 28 december 1682 (90) en Frans bleef achter met 4 kinderen tussen 1 en 8 jaar oud.

Vijf maanden later, op 5 juni 1683, hertrouwde hij te Bellem met Catharina De Crets (°1658). Samen kregen zij een dochter Pieternelle(°Hansbeke 13-07-1685) maar Catherine De Crets stierf op 30 april 1688, pas 30 jaar oud.

Frans Vande Putte huwde een derde maal met Janneken De Baets dv Carel.

Frans overleed op 6 september 1693 op de hofstede Mechelen. Uit de staat van goed, opgemaakt in het sterfhuis anno 1693, blijkt echter niet dat er in de hofstede toen nog een herberg gehouden werd (91).

In de herberg (op) Reibroeck

De herberg op het gehuchte van Reybroeck, op een passaige van Ghendt naer Tielt ende d’ommeligghende prochien, en waar ooc die van Deynse Nevele Audenaerde ende ander hunne passaige namen, naer Brugghe ende ander steden ende dorpen, bestond reeds van allen audden tijden. Ze bevond zich aan het begin, en aan de noordkant, van de Carmhoeckstraete voorbij de viersprong, op een quartier vande kercke ende casteel(perceel III/97 op de figuratieve kaart van 1700, nu Karmenhoekstraat 1).

Gheraert Braet, echtgenoot van Janneken Tuytschaver en later schoonvader van Francisca Martens, was enige tijd herbergier in wethuis thove, maar nog voor 1635 betrok hij de herberg op de wijk Reibroek. Op 9 juni 1636 kocht hij die herberg van Daneel Wittewrongel. Volgens het verkoopcontract paalde de herberg ten zuiden aan heerenstraete en mocht de verkoper op zijn aanpalend erf geen nieuwe herberg stellen ofte doen stellen. Na het overlijden van Gheraert Braet op 27 februari 1639 hertrouwt Janneken Tuytschaver met Marten Claeys en Marten baatte de herberg uit.

Na het overlijden van Janneken op 22 november 1656 erft haar dochter Elisabeth Braet de herberg. Deze was gehuwd met Gheraert Yserman, die er ook een brouwerij startte. Na het overlijden van Gerard Yserman op 8 juni 1690 en van zijn vrouw Elisabeth Braet op 12 december 1694, ging de herberg over op hun zoon Jacob die er met zijn vrouw Cathelijne Deloof woonde toen de herberg in 1698 uitbrandde.Nadien zal Jan Yserman,oudere broer van Jacob en gehuwd met Joanne Arents, de zaak verder zetten. Hun dochter Isabella Yserman, zal de zaak op haar beurt verder zetten, maar op 31 juli 1721 wordt de herberg eigendom van de schuldeiser Joos Drieghe te Gent.

Bijlage 3.4 Afstammelingen van Stoffel Martens in XVIIe eeuw

Personen in parenteel van Stoffel MARTENS

I.1 M MARTENS, Stoffel       circa 1494                  na 1554

II.1 M MARTENS, Jan                                   circa 1575 Merendree

III.1 M MARTENS, Jacob       omstr 1560 Merendree     ged09-1618 Hansbeke

III.2 V CLAEYS, Livina       omstr 1563               25-12-1637 Hansbeke

IV.1 M MARTENS, Jan                1590 Hansbeke      27-09-1646 Hansbeke

IV.2 V SPEECKAERT, Barbara    16-04-1594 Nevele       03-03-1636 Hansbeke

V.2 V MARTENS, Sara                 1617              02-10-1692 Hansbeke

V.1 M SUTTERMAN, Joos         21-09-1596 Hansbeke     08-12-1680 Hansbeke

VI.1 M SUTTERMAN, Petrus      24-04-1650 Hansbeke

VI.2 V MAENHOUDT, Livina      05-12-1658 Hansbeke     26-03-1717 Hansbeke

VII.1 M SUTTERMAN, Petrus     23-05-1687 Hansbeke     15-04-1773 Hansbeke

VII.2 V LAMME, Livina         19-04-1689 Hansbeke     12-06-1719 Hansbeke

VII.3 V De SMET, Joanna             1699              17-07-1741 Hansbeke

V.3 M Van VINCQ, Jan

V.4 M MARTENS, Jacques               1618             24-02-1678 Hansbeke

V.5 V COPPENS, Joanna                                 13-11-1692 Hansbeke

VI.3 V MARTENS, Joanna         08-06-1657 Hansbeke    09-06-1657 Hansbeke

VI.4 M MARTENS, Joannes        10-06-1659 Hansbeke

VI.5 M MARTENS, Jacob          09-07-1664 Hansbeke    11-03-1736

VI.6 V Van RENTERGHEM, Elisabeth                      13-01-1694

VI.7 V De WITTE, Elisabeth                            16-11-1709

VI.8 M MARTENS, Mattheus       21-09-1667 Hansbeke    10-05-1703 Hansbeke

VI.9 V SCHATTEMAN, Catharina         1660             11-12-1694 Hansbeke

VII.5 V MARTENS, Joanna

VI.10 V STANDAERT, Joanna                             10-05-1703 Hansbeke

VII.6 M MARTENS, Joannes

VII.7 M MARTENS, Carolus

VII.8 V MARTENS, Anne Marie

V.7 V MARTENS, Susanna               1624             21-11-1684 Hansbeke

V.6 M VANDE PUTTE, Frans       08-04-1625 Hansbeke    25-05-1678 Hansbeke

VI.11 M VANDE PUTTE, Gheraert  18-04-1644 Hansbeke

VI.12 M VANDE PUTTE, Frans     14-10-1647 Hansbeke    06-09-1693 Hansbeke

VI.13 V MAENHAUT, Elisabeth          1642             28-12-1682 Hansbeke

VII.9 V VANDE PUTTE, Susanne         1674 Hansbeke

VII.10 V VANDE PUTTE, Maria    29-09-1675 Hansbeke

VII.11 M VANDE PUTTE, Frans    01-10-1677 Hansbeke

VII.12 M VANDE PUTTE, Jan      21-03-1681 Hansbeke

VI.14 V De CRETS, Catherina          1658             30-04-1688

VII.13 V VANDE PUTTE, Pietern. 13-07-1685 Hansbeke

VI.15 V De BAETS, Janneken

VI.16 V VANDE PUTTE, Livina    29-11-1649 Hansbeke

VI.18 V VANDE PUTTE, Joanna    28-11-1651 Hansbeke          1681 Hansbeke

VI.17 M MIJNSBERGHE, Nicolaus        1640             02-12-1700 Hansbeke

VII.15 V MIJNSBERGHE, Maria    14-05-1672 Hansbeke

VII.14 M Van VOOREN, Arnold

XIII.23 V Van VOOREN, Joanna   04-04-1695 Hansbeke    02-04-1756 Hansbeke

XIII.22 M De VLIEGHER, Jan           1690             07-02-1754 Hansbeke

VII.16 V MIJNSBERGHE, Joanna   14-05-1672 Hansbeke

VII.17 V MIJNSBERGHE, Petronil.13-01-1676 Hansbeke

VII.18 M MIJNSBERGHE, Anna-Isab08-03-1678 Hansbeke

VII.19 M MIJNSBERGHE, Guilliame25-01-1681 Hansbeke

VI.19 V VANDE PUTTE, Judoca    23-08-1654 Hansbeke

VI.20 M VANDE PUTTE, Philip    17-11-1657 Hansbeke

VI.21 M VANDE PUTTE, Jan       31-12-1660 Hansbeke

VI.22 V VANDE PUTTE, Maria     12-05-1665 Hansbeke

V.9 V MARTENS, Francisca       10-08-1631 Hansbeke      17-02-1691 Hansbeke

V.8 M BRAET, Jaecques                1636               05-08-1684

IV.3 V RIJCKAERT, Elisabeth                             11-10-1640 Hansbeke

V.11 V MARTENS, Livina         02-05-1639 Hansbeke

V.10 M VANDE PUTTE, Petrus

IV.4 M MARTENS, Pieter               1602 Hansbeke      07-07-1653 Bellem

IV.5 V STEYAERT, Anna             na 1600 Bellem        14-10-1665 Bellem

V.13 V MARTENS, Vijntjen       19-03-1625 Bellem        27-08-1666 Landegem

V.12 M CLAEYS, Joris

V.14 M CLAEYS, Pieter

VI.23 M CLAEYS, Pieter                    Landegem

VI.24 M CLAEYS, Guilliame                 Landegem

VI.25 M CLAEYS, Herreman                  Landegem

VI.26 M CLAEYS, Antonne                   Landegem

VI.27 V CLAEYS, Tanneken                  Landegem

VI.28 V CLAEYS, Petronella                Landegem

V.15 M MARTENS, Guilliame      31-05-1628 Bellem        24-02-1709 Bellem

V.16 V STEYAERT, Joanna        20-03-1631 Bellem        26-08-1702 Bellem

VI.29 M MARTENS, Guilliame     26-10-1655 Bellem        09-12-1655 Bellem

VI.30 M MARTENS, Joannes       03-12-1656 Bellem        18-11-1729 Bellem

VI.31 V MAENHOUT, Joanna       25-11-1657 Hansbeke      17-10-1691 Bellem

VII.20 M MARTENS, Guillaume    15-09-1682 Bellem        18-11-1753 Hansbeke

VII.21 V D'HUYVETTER, Joanna F.      1687               01-11-1744 Hansbeke

VII.22 M MARTENS, Petrus       17-11-1684 Bellem        10-08-1720 Bellem

VII.23 M MARTENS, Judocus      09-11-1686 Bellem        25-05-1725 Hansbeke

VII.24 V LAMME, Petronilla           1694 Hansbeke      27-09-1720 Hansbeke

VII.28 M MARTENS, Joannes      09-02-1689 Bellem        v15-2-1690 Bellem

VII.29 V MARTENS, Joannes      15-02-1690 Bellem        26-09-1706 Bellem

VI.32 V De VLIGERE, Joanna     01-04-1663 Zomergem      01-02-1729 Bellem

VII.30 V MARTENS, Joanna C.T.  10-08-1696 Bellem        13-09-1696 Bellem

VII.31 M MARTENS, Francies     23-01-1702 Bellem        16-09-1740 Bellem

VII.32 V Van MALDEGHEM, Petron.10-08-1704 Bellem        16-03-1785 Bellem

VII.33 M MARTENS, Carolus      01-12-1704 Bellem        19-06-1770 Bellem

VII.34 V STEYAERT, Maria Anna  10-03-1710 Bellem        23-12-1795 Bellem

VII.35 V STEYAERT, Marie Anna

VI.34 V MARTENS, Anna          05-08-1659 Bellem        07-07-1679 Bellem

VI.33 M Van SPEYBROECK, Petrus 05-03-1649 Bellem

VII.36 M Van SPEYBROECK, Judoc.01-07-1679 Bellem

VII.37 V Van HULLE, Gerarda

VI.35 M MARTENS, Petrus        04-06-1661 Bellem           na 1724 Bellem

V.18 V MARTENS, Janneken       15-03-1633 Bellem        na8-6-1673 Ingelmun

V.17 M HEYTENS, Boudewijn                               08-06-1673 Ingelmun

VI.36 V HEYTENS, Maria         20-05-1650 Gent H. Ma    03-10-1651 Bellem

VI.37 V HEYTENS, Maria Cathar. 04-08-1661 Ingelmunster

VI.38 M HEYTENS, Joos          07-11-1667 Ingelmunster

VI.39 V Vanden BUSSCHE, Joanna 20-03-1665 Zwevezele    12-03-1730 Zwevezele

VI.40 M HEYTENS, Petrus        08-12-1670 Ingelmunster

VI.41 M HEYTENS, Jan           07-03-1673 Ingelmunst   23-09-1729 Ingelmun

VI.42 V MERVEILLE, Joanna                              28-06-1743 Ingelmun

VI.44 V HEYTENS, Livina                   Bellem       11-03-1729 Ingelmun

VI.43 M LOBBESTALL, Nicolaas

VI.45 M KINT, Jacob

VI.46 M HEYTENS, Jan                      Ingelmunster            Ingelmun

V.19 M MARTENS, Pieter               31-03-1636 Bellem 01-08-1677 Bellem

V.20 V De SUTTERE, Sara              29-10-1634 Bellem 16-07-1710 Bellem

VI.47 M MARTENS, Arnoldus            22-07-1663 Bellem 15-03-1720 Bellem

VI.48 V Du PREZ, Catharina                 1672        21-03-1740 Bellem

VII.39 V MARTENS, Christina                1705              1757

VII.38 M WILLE, Pieter

VII.41 V MARTENS, Catharina                1708              1773

VII.40 M LICOENS, Jan

VI.49 V MARTENS, Anna                24-08-1665 Bellem  07-10-1717 Bellem

VI.51 V MARTENS, Adriana             23-03-1669 Bellem  04-11-1758 Bellem

VI.50 M CLAEYS, Joannes              14-04-1664 Bellem  13-10-1719 Bellem

VI.52 M MARTENS, Jan                       1672               1758

VI.53 V MATTHYS, Joanna

VII.43 V MARTENS, Joanna                   1706               1780

VII.42 M BULTINCK, Jan

V.21 M MARTENS, Jan                  04-04-1644 Bellem  10-01-1709 Ursel

V.22 V SPIESSENS, Adriana            30-10-1647 Bellem  14-01-1670 Bellem

VI.54 M MARTENS, Guill

Geschreven door Laurent Martens om 19:32 Reageer op dit bericht

3.10. Bronnen

3.7 Bronnen

Bastiaen,Filip, De Reuck, Dirk, Hoste, Ivan en Stockman, Luc (1994)

Geschiedenis van Bellem

Aalter: Gemeentebestuur.


Carson, Patricia en Danhieux, Gaby (1977)

Gent, een stad van alle tijden

Gent: Story-Scientia.


De Reuck, Dirk(1986)

Het bestuur van een plattelandsgemeente in de kasselrij van de Oudburg. Bellem(1672-1795)

RUG: licentiaatsverhandeling.


De Reuck, Dirk (1998)

Vluchtelingen in Bellem in 1696

Mensen van Toen, Jg 8, nr 3, pp 68-72.



De Smet, G(1952)

Het Drongengoed te Ursel van 1242 tot 1740

Appeltjes van het Meetjesland, nr 4,pp 117-128.


De Vos, A(1957)

Krijgsverrichtingen in en om Zuid-Meetjesland tijdens de laatste fase van de 80-jarige oorlog(1621-1648)

Appeltjes van het Meetjesland, nr 8, pp 127-151.


Kossmann-Putto, J.A. en Kossmann, E.H. (1987)

De Lage Landen.Geschiedenis van de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden

Stichting Ons Erfdeel


Lindemans, Paul (1994)

Geschiedenis van de Landbouw(deel I en deel II)

Antwerpen: Genootschap voor Geschiedenis en Volkskunde.


Martens, Albert (1969)

Stamvaders van Petrus-Francies Martens

Stam Martens.Mededelingsblad voor de families Martens en aanverwanten, Jg 1, nr 1, pp 5-7.


Martens, Albert (1971)

Guilliame Martens, fs Pieter, als ‘wethouder’

Stam Martens.Mededelingsblad voor de families Martens en aanverwanten, Jg 2, nr 3, pp 3-5.


Martens, Albert (1971)

Gezin en nakomelingen van Pieter Martens (1583-1653)

Stam Martens. Mededelingsblad voor de families Martens en aanverwanten. Jg 2, nr 4, pp 11-14.


Martens, Albert (1971)

Een rammeling van tweemaal vijf pond

Het Land van Nevele, Jg 2, nr 2, pp 72-74.


Martens, Albert (1971)

’n Brok geschiedenis van de stam Martens. II Jacob Martens (ca 1560 – 1618)

Stam Martens. Mededelingsblad voor de families Martens en aanverwanten. Jg 3, nr 1, pp 9 – 14.


Martens, Albert (1972)

Krakeel om een losweg

Het Land van Nevele, Jg 3, nr 1, pp 26-28.


Martens, Albert (1972)

Enkele notities in verband met (een) verdwenen kaste(e)l(en) te Hansbeke

Planinternet.be/lvnevele/artikelen/1972_1.htmpp1-3


Martens, Albert (1972)

Weerspannigheid tegenover een man der wet

Het Land van Nevele, Jg 3, nr 4, pp 240-243.


Martens, Albert (1986)

Baljuws van de Heerlijkheid van Hansbeke

Het Land van Nevele, Jg 17, nr 1, pp 50 – 59.


Martens, Albert (1986)

Jan Martens (1590–1646), doopsgezinde Baljuw te Hansbeke

Het Land van Nevele, Jg 17, nr 2, pp 117–129.


Martens, Albert (1986)

Jaecques Martens, Bailliu vanden Hove, Heerlichede ende Vierschaere van Hansbeke (1602–1618)

Het Land van Nevele, Jg 17, nr 1, pp 66–75.


Martens, Albert

Pieter Martens (1602–1653), stamvader te Bellem

De Belle , Jg 3 , nr 3 pp 6 – 11


Martens, Albert (1990)

Guilliame Martens (1628–1708), Burgemeester te Bellem

Land van de Woestijne, Jg 13, nr 3-4, pp 9 – 19.


Martens, Albert (1990)

Wat zoal op een “dynghedach” in het eerste kwart van de 17e eeuw beboet en beslecht werd

Het Land van Nevele, Jg 21, nr 4, pp 299-306.


Martens, Albert (1992)

Een openbare verkoping in het kasteelgoed te Hansbeke, anno 1635

Het Land van Nevele, Jg 23, nr 1, pp 77-81.



Martens, Albert (1993)

Renten, toebehorend aan de armendis te Hansbeke, anno 1624-1629

Het Land van Nevele, Jg 24, nr 1, pp 49-60


Martens, Albert (1994)

Strubbelingen aangaande de pastorale vleestiende te Hansbeke

Het Land van Nevele, Jg 25, nr 2, pp 113-119


Martens, Albert (1995)

Hansbekenaren in de schepenbank van de heerlijkheid van Bellem en Schuurvelde (1619-1794)

Mensen van Toen, Jg 5, nr 4, pp 74-78


Martens, Albert (1996)

Jan Martens (1644-1704). Boomkweker en waard in Haltebij te Bellem

Land van de Woestijne, Jg 19, nr 1 en 2, pp 9-25.

Martens, Albert (1997)


Jan Martens (1656 –1729), Burgemeester te Bellem

Land van de Woestijne, Jg 20, nr 1–2


Martens, Albert (1998)

Hoog dodencijfer te Hansbeke in het jaar 1645

Mensen van Toen, Jg 8, nr 1, pp 5-12.



Martens, Albert (2002)

Mengelingen uit de oude parochieregisters van Hansbeke 1624 – 1796

Hansbeke : een uitgave van Oud – Hansbeke.



Martens, Albert (2003)

Mensen van Vlees en Bloed, Hansbeke 1619 – 1791

Hansbeke : een uitgave van Oud-Hansbeke.


Martens, Albert (2003)

Huwelijken tussen bloedverwanten te Hansbeke (1651-1796)

De Levensboom, Jg 16, nr 1, pp 9-15


Neyt, Luc (1980)

Gebundelde Staten van Goed Merendree 1583-1784

Aalter : Archief Gemeentebestuur


Schelstraete, Carl e.a. (1984)

Het leven op het platteland in de Heerlijkheid Nevele van de 16e tot de 18e eeuw.

Ontwerp van onderzoek in het kader van het BTK-project i.o.v. de Heemkundige Kring

Het Land van Nevele, Jg 15, nr 4, pp 248-251.


Vandeputte, Omer (1983)

Nederlands. Het verhaal van een taal.

Lauwe : Stichting Ons Erfdeel.


Van Overstraeten, Jozef(1969)

De Nederlanden in Frankrijk.

Antwerpen : VTB.


Verhulst, A. (1977)

Geschiedenis van de Nederlanden

De Sikkel.


Vervaeke, H. (1982)

Het kerkelijk leven in de dekenij Deinze onder Michiel Zachmoorter(1612-1660) en bisschop Antoon Triest(1622-1657)

Het Land van Nevele, Jg 13, p 281.
Geschreven door Laurent Martens om 19:39 Reageer op dit bericht

3.11. Archieven

3.7 Archieven

(1) RAG, fds Hansbeke, reg 148, folio 107v, 109r

(2) RAG, fds Hansbeke, reg 149, f 96v

(3) RAG, fds Hansbeke, reg 149, f 117r/v

(4) RAG, fds Hansbeke, reg 6, f 26

(5) RAG, fds Hansbeke, bd 108, akte 30-01-1612, bd 54, rek 1612 en 1613

(6) RAG, Bellem, parochieregister I, f 1

(7) RAG, fds Hansbeke, bd 127

(8) RAG, fds Hansbeke, reg 148, f 96r

(9) RAG, fds Hansbeke, reg 148, f 93r

(10)RAG, fds Hansbeke, reg 148 f 101v

(11)RAG, R.V.V., bd 9176

(12)RAG, fds Hansbeke reg 148, f 106r

(13)RAG, R.V.V., bd 9176

(14)RAG, fds Hansbeke, reg 148, f 109v

(15)RAG, fds Hansbeke, bd 108(7-12-1606/19-02-1609/5-04-1609/10-04-1609/27-06-1611 31-01-1612/22-05-1612 /16-11-1612)

(16)RAG, R.V.V., bd 9530(2-09-1613)

(17)RAG, fds Hansbeke, reg 89, f 2v(1-12-1615); f 2v, 3r(1-12-1615);f 5r/v (15-05-1617) en f 35 r/v (27-02-1618)

(18)RAG, fds Hansbeke, bd 108

(19)RAG, fds Hansbeke, bd 108

(20)RAG, fds Hansbeke, bd 127

(21)RAG, fds Hansbeke, bd 54

(22)RAG, fds Hansbeke, bd 108, akte 31-01-1612

(23)RAG, fds Hansbeke, bd 144

(24)RAG, bd 64, 21-02-1620 - de minuut van de staat dateert van 1618

(25)RAG, fds Hansbeke, reg 5, f 1

(26)RAG, fds Hansbeke, bd 64, 21-02-1620

(27)RAG, fds Hansbeke, bd 64

(28)RAG, fds Hansbeke, reg 89, f 4r.

(29)RAG, fds Hansbeke, bd 108

(30)RAG, fds Hansbeke, reg 89, f 2v/3r

(31)RAG, fds Hansbeke, bd 54, rek 1613

(32)RAG, fds Hansbeke, bd 64, 21-02-1620 -de minuut van de staat dateert van 1618

(33)RAG, fds Hansbeke, reg 89,f 4r

(34)RAG, fds Hansbeke, reg 89,f 26 r/v

(35)RAG, fds Hansbeke, reg 149, f 1v, f 2r, f 3v, f 4v, f 8v)

(36)RAG, fds Hansbeke, reg 149, f 20r

(37)RAG, fds Hansbeke, reg 89, f 26r/

(38)RAG, fds Hansbeke, bd 9, 1621

(39)RAG, fds Hansbeke, bd 9, 1631

(40)RAG, fds Hansbeke, par reg 1,f 163

(41)RAG, fds Hansbeke, bd. 127

(42)RAG, Bellem, PR 1, p 62

(43)RAG, fds Oud Bellem, reg 3

(44)RAG, fds Oud Bellem, reg 11, f 128 r/v - f 129 r

(45)RAG, fds Oud Bellem, reg 2 f4v

(46)RAG, fds Oud Bellem, f 3 r/v, f 4 r/v

(47)RAG, Bellem, PR 3, p 204

(48)RAG, Bellem, PR 4, p 273

(49)RAG, Nevele, par reg 1

(50)RAG, fds Nevele, reg 396, f 397

(51)RAG, fds Hansbeke, reg 89, f 2v

(52)RAG, fds Hansbeke, reg 89, f 3r/v

(53)RAG, fds Hansbeke, reg 89, f 3v

(54)RAG, fds Hansbeke, reg 89,f 36r/v

(55)RAG, fds Hansbeke, reg 1621

(56)RAG, fds Hansbeke, reg 149, f 86v

(57)RAG, fds Hansbeke, reg 149, f 13r

(58)RAG, fds Hansbeke, reg 149, f 23r

(59)RAG, fds Hansbeke, reg 89,f 39r–57r/23-10-1624 tot 04-06-1625

(60)RAG, fds Hansbeke, reg 149 , 31r – 48r

(61)RAG, fds Hansbeke, reg 149, f 52r–53r/v

(62)RAG, fds Hansbeke, bd 108

(63)RAG fds Hansbeke, reg 149,f 111r

(64)RAG, fds Hansbeke, reg 149, 67r

(65)RAG, fds Hansbeke, reg 149, f 97r

(66)RAG, fds Hansbeke, reg 149, f 114v – 117v

(67)RAG, fds Hansbeke, reg 150 f 2

(68)RAG, fds Hansbeke, reg 150, f 56 /15.11.1634–f 182/29.04.1637

(69)RAG, fds Hansbeke, par reg 1, f 162

(70)RAG, fds Hansbeke, reg 150, f 152

(71)RAG, fds Hansbeke, bd 64 / 07.07.1638

(72)RAG, fds Hansbeke, par reg 1, f 78

(73)RAG, fds Hansbeke, par reg 1, f 168

(74)RAG, fds Hansbeke, bd. 64/ 08.05.1641

(75)RAG, fds Hansbeke, reg 5, f 62v-64r

(76)RAG, fds Bisdom Gent, B 136/ 1639,1644

(77)RAG, fds Bisdom Gent, dekanale visitatieverslagen B84/ 1640 en B87/  1645

(78)RAG, fds Hansbeke, reg 150, f 232 / 06.10.1638 – f 238 / 24.11.1638

(79)RAG, fds Hansbeke, reg 150, f 259 / 14.12.1639 – f 284 / 07.11.1640

(80)RAG, fds Hansbeke, reg 151 / 02.04.1642 – 02.12.1643

(81)RAG, fds Hansbeke, reg 151 / 05.11.1642

(82)RAG, fds Hansbeke, reg 170, los blad

(83)RAG, fds Hansbeke, reg 91, f 35v, 36r/v

(84)RAG, fds Hansbeke, par reg 1, f 182

(85)RAG, fds Hansbeke, par reg 1, f 182

(86)RAG, fds Oud Hansbeke , nr 91 , p 333r-334r

(87)RAG, fds Oudburg, nr 191, f 108v

(88)RAG, fds Oud Nevele, nr 141, p 41

(89)RAG, fds Oudburg, nr 2218, 16.03.1573

(90)RAG, fds Oud Hansbeke, nr 66, staat van goed 05.11.1687

(91)RAG, fds Oud Hansbeke, nr 66, staat van goed 02.12.1693

(92)RAG, fds oud Hansbeke, nr 149, f 78r en nr 150, f 228

(93)RAG, fds Hansbeke, reg 149

(94)RAG, fds oud Hansbeke, nr 90, f 12v

(95)RAG, fds oud Hansbeke, nr 66, staat van goed 30-10-1696

(96)RAG, fds oud Hansbeke, nr 128, vendutie 20-12-1694

(97)RAG, fds oud Hansbeke, nr 96, f 76

(98)RAG, fds oud Hansbeke, nr 67, staat van goed 23-11-1707

(99)RAG, fds Hansbeke, bundel 65

(100)RAG, Bellem, parochieregister 1, f 36

(101)RAG, fds Oud Bellem, reg 3

(102)RAG, fds OB, reg 2

(103)RAG, Bellem, pr 1, f 46

(104)RAG, Bellem, pr 5, f 379v

(105)RAG, Bellem, pr 6, f 408r

(106)RAG, fds OB, reg 2, f 4v-5r

(107)RAG, fds OB, reg 2, f 5r

(108)RAG, fds OB, reg 2, f 5v-6v

(109)RAG, fds OB, reg 2, f 14v

(110)RAG, fds OB, reg 2, f3r-6v, 14r-15v, 27v-29v, 294r/v

(111)RAG, fds OB, reg 18, f 191 r/v, akte van 29.11.1696

(112)RAG, fds OB, reg 2, f 294v

(113)RAG, fds OB, reg 14, f 152r-153r, akte van 20.01.1660

(114)RAG, fds OB, reg 16, f 39r/v, akte van 21.01.1669

(115)RAG, fds OB, reg 17, f 14v-16r, akte van 13.03.1673

(116)RAG, fds OB, reg 17, f 79v-80v, akte van 11.01.1678

(117)RAG, fds OB, reg 18, f 139v-142r, akte van 04.02.1693

(118)RAG, fds OB, reg 18, f 146r-151v, akte van 08.05.1693

(119)RAG, fds OB, reg 18, f 161v-163v, akte van 12.01.1694

(120)RAG, fds OB, reg 18, f 161v, randschrift van 29.11.1729

(121)RAG, fds OB, reg 18, f 246r/v, akte van 14.07.1698

(122)RAG, fds OB, reg 19, f 23v-24r, akte van 30.03.1700

(123)RAG, fds OB, reg 19, f 62v, akte van 10.01.1702

(124)RAG, fds OB, reg 5, f 30r/v

(125)RAG, fds OB, reg 5, f 31r

(126)RAG, fds OB, ref 5, f 4r

(127)RAG, fds OB, reg 5, f 7v-8r

(128)RAG, fds OB, los stuk

(129)RAG, fds oud Bellem, nr 2, f 16r

(130)RAG, fds oud Bellem, nr 9, f 376r,v

(131)RAG, fds oud Ursel, nr 188, rekening dd 08-04-1647 in het sterfhuis van Ardijnken Vrient, echtgenote van Charles De Roose

(132)RAG, fds oud Ursel, nr 183, staat van goed dd 04-11-1649 in het sterfhuis van Charles De Roose

(133)RAG, fds oud Bellem, nr 9, f 372v

(134)RAG, fds oud Bellem, nr 17, f 139v

(135)RAG, fds oud Bellem, nr 2, f 27r

(136)RAG, fds oud Bellem , nr 9, f 372v-373r

(137)RAG, fds oud Bellem nr 17, f 139v-140r

(138)RAG, fds oud Bellem, nr 17, f 140v-141v, wettelijke passeringen op 16-12-1680

(139)RAG, fds oud Bellem, nr 17, f 92v, 93r, akte op 13-07-1678

(140)RAG, fds oud Bellem, nr 9, f 375r

(141)RAG, fds oud Bellem, nr 9, f 372r-f 378v, staat van goed in het sterfhuis van Susanna De Roose, echtgenote van Jan Martens, dd 16-12-1680

(142)RAG, fds oud Bellem, nr 17, f 141v-142v, registratie 16-12-1680

(143)RAG, fds oud Bellem, nr 2, f 27r

(144)RAG, fds oud Bellem, nr 18, f 249r

(145)RAG, fds oud Bellem, nr 17, f 233r, v, akte 09-01-1685

(146)RAG, fds oud Bellem, nr 18, f 27r

(147)RAG, fds oud Bellem, nr 18, f 41r-42v

(148)RAG, fds oud Bellem, nr 2, f 16r en f 27v

(149)RAG, fds oud Bellem, nr 18, f 139v-142r, akte 04-02-1693

(150)RAG, fds oud Bellem, nr 18, f 249v-250r, akte 27-08-1698

(151)RAG, fds oud Bellem, nr 2, f 311v en f 338r

(152)Parochiaal register van Bellem nr 6 , p 410

(153)RAG, fonds oud Bellem, nr 19, f 183v

(154)ib. nr 2, f 311v

(155)ib. nr 22, f 226v

(156)Gemeentelijk Archief Aalter, Bellem, par. reg.3, p 161

(157)GAA, Bellem, par. reg.4, p 266

(158)RAG, fonds oud Bellem, nr 2, p 28r

(159)RAG, f OB, nr 2, p 28r

(160)RAG, f OB,nr 1, p 235r-236v en p 238r/v

(161)RAG, f OB, nr 18, p 208r-210r en 19, p 36v

(162)RAG, nr 28, losse folio

(163)RAG, f OB, nr 5, losse folio

(164)RAG, f OB, nr 5, p 128

Geschreven door Laurent Martens om 19:41 Reageer op dit bericht

HOOFDSTUK 4. ACHTTIENDE EEUW 4.1 Historisch kader

Hoofdstuk 4 Achttiende eeuw

Bellem en terug naar Hansbeke

4.1 Historisch kader

4.1.1 Naar het Oostenrijks Bewind

De XVIIIe eeuw begint met de Spaanse Successie-oorlog(1700-1713), na de dood van de Spaanse koning Karel II, waarbij Lodewijk XIV de erfenis opeist voor zijn kleinzoon Filips van Anjou. De Bourbons vervangen de Habsburgers. Bij de Vrede van Utrecht(1713) komen de Zuidelijke Nederlanden onder Oostenrijks bewind. Vlaanderen maakt kennis met het Oostenrijkse leger(1713-1792).

Oostenrijk wordt een grote Europese mogendheid. De Oostenrijkse Nederlanden krijgen te maken met Maria Theresia(1717-1780). Vooral haar zoon Jozef II(+1790), die mede bestuurt vanaf 1765 en die in 1780 zijn moeder opvolgt met een centralistisch bestuur, gaat zich erg bemoeien. Na Jozef II wordt de centralisatie teruggeschroefd.

Europa beeft bij de Franse revolutie(1789). In 1792 worden de Zuidelijke(of Oostenrijkse) Nederlanden door de Fransen bezet en in 1794 bij Frankrijk ingelijfd. Reeds vroeger, zelfs reeds vanaf de tweede helft van de XVIIe eeuw, was verfransing opgetreden in een deel van de Zuidelijke Nederlanden.

Vlaanderen leert het Franse leger kennen en begint de XIXe eeuw met het leger van Napoleon(1801-1814).

Amerika vecht met het Verenigd Koninkrijk (1775-1783) voor zijn onafhankelijkheid en wordt internationaal erkend door de Vrede van Versailles(1783).

Na twee eeuwen blokkade krijgt Antwerpen in 1795 weer de beschikking over een vrij bevaarbare Schelde, maar Brussel verliest zijn administratieve centrumfunctie.

De Raad van Vlaanderen, het hoogste gerechthof voor het graafschap Vlaanderen dat vanaf 1498 te Gent gevestigd was, wordt in 1795 afgeschaft. Het land wordt ingedeeld in 9 departementen die deel uitmaken van de Franse republiek. De Zuidelijke Nederlanden vallen te prooi aan enorme plunderingen. Vijfhonderd abdijen en kloosters worden verbeurd verklaard en vijftienduizend kloosterlingen komen op straat te staan. Deze kerkvervolgingen en de ingevoerde dienstplicht leiden in 1798 vooral op het platteland tot massale opstanden, die aan tienduizend mensen het leven kosten.

4.1.2 Kunst, kultuur en wetenschap

Europa is het rijkste deel van de wereld maar blijft overwegend landelijk.

Enkele namen:

Immanuel Kant(1724-1804)

Montesquieu(1689-1755)

J.J. Rousseau(1712-1778)

Voltaire(1694-1778)

Mozart(+1791)

Schiller(1759-1805)

Goethe(1749-1832)

Beethoven (1770-1827)

Te Gent werd in 1741 de Mammelokker opgetrokken door architect D.‘tKindt, die ook het Huis van Oombergen bouwde(1746) waarin thans de Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde is gevestigd. Ook het huis D’Hane-Steenhuyse werd gebouwd(1768-1773). In 1796 werd de Sint-Pietersabdij door het Frans Bewind afgeschaft en gedeeltelijk gesloopt.

4.1.3 Lokale toestand

Detail uit ‘Casselrie Vander Auderborch’ uit Sanderus A., Verheerlykt Vlaandre, I deel Boek III, Leiden-Rotterdam

Deze kaart van 1735, geruime tijd na het aanleggen van de Brugse vaart, maar lang voor het graven van het Schipdonck kanaal, de aanleg van de spoorlijn Brussel-Oostende en de snelweg Brussel-Oostende, geeft zowat alle dorpen weer waar alle gekende voorouders van David Martens(°Ames, Iowa 1963) en Karl Martens(°Gent 1965) geboren zijn. Van West naar Oost: Bellem, Poesele, Nevele, Hansbeke, Merendree, Landegem, Lovendegem, Mariakerke, Wondelgem en Oostakker.

Opvallend zijn de talrijke forten langs de verdedigingslinie die gevormd werd door de Brugse vaart. Bij het einde van de XVIIe en het begin van de XVIIIe eeuw woonden de stamvaders Guilliame en Jan Martens te Bellem ten noorden van deze vaart.

Hansbeke in 1700

Op een kaart van het jaar 1700( archief graaf B de Bousies Borluut) zien wij dat er tussen de kerk en de huidige Melkerijstraat langs de straatkant nog geen enkele woning gebouwd is. Er lag een perceel van 400 roeden groot en in het midden stond een huis diep naar achter gebouwd. In een afbeelding van 1744, hier niet weergegeven, zijn er op hetzelfde perceel naast de kerk reeds drie woningen gebouw. Verderop langs de straatzijde komen nog twee woningen voor. Nog iets later, op de Ferraris kaart 1771-1778, is de toestand nauwelijks veranderd, met vier woningen op het groot perceel.

Volgens de inscriptie in de voorgevel werd het gebouw tegenover de kerk,waarin het gemeentehuis gevestigd werd op de eerste verdieping, in 1765 grondig herbouwd in opdracht van de kasteelheer van de Woestijne d’Hansbeke. In 1775 werd “De Croone” zoals de herberg toen noemde, tevens tot “schepenhuys” gemaakt . Op de pentekening uit 1995, gemaakt door Robert Leenknecht, is dit jaartal duidelijk zichtbaar.

Een inscriptie in een steunbalk van Goed ter Elst vermeldt het jaartal 1753, dus enkele jaren vroeger dan het gemeentehuis in de dorpsstraat.

Op 2 april 1780 werd de dorpskerk zwaar beschadigd tijdens een onweer en nadien afgebroken. De nieuwe Sint-Pieter en Pauluskerk, gebouwd onder de leiding van architect F. Drieghe,werd op 13 october 1793 ingewijd door de toenmalige deken Jan Van Baeten. De waardevolle gesculpteerde houten communiebank dateert van 1732 maar komt wellicht uit een andere kerk. Het hoofdaltaar dateert van 1791.

Analfabetisme te Hansbeke (bijlage 4.1)

Aan de hand van de parochiale huwelijksakten van Hansbeke(1779-1796) maakte Albert Martens in 1972 een peiling naar het analfabetisme omstreeks het einde van de XVIIIe eeuw. Gaat men terug tot de XVIIIe eeuw dan waren er zeer velen die niet eens hun naam konden schrijven en als bewijs van kennisneming noodgedwongen met een eenvoudig kruisje tekenden. Terwijl het hanteren van de pen uiteraard nog geen voldoende maatstaf is nopens de preciese ontwikkelingsgraad van de personen die hun naam konden schrijven, kan toch geoordeeld worden dat zij die als handtekening een gewoon kruisje plaatsten, ongetwijfeld tot de groep van analfabeten behoorden die noch lezen noch schrijven konden. Representatief materiaal kan hieromtrent gevonden worden in de parochieregisters. Het besluit is dat gedurende het laatste

kwart van de XVIIIe eeuw te Hansbeke ruim 60% van de mannen en 85% van de vrouwen ongeletterd waren.

mannen vrouwen

geletterd 35.8% 14.4%

ongeletterd 64.2% 85.6%

Er zijn goede redenen om aan te nemen dat deze resultaten vrij representatief zijn voor het platteland in Vlaanderen aan het einde van de XVIIIe eeuw. Het hoog percentage analfabeten kan aan meerdere factoren toegeschreven worden. Het dorpsonderwijs werd van ouds door de parochiegeestelijkheid georganiseerd en bleef in hoofdzaak een geloofsonderricht dat zich meestal beperkte tot het aanleren van gebeden en de catechismus. Enkel kinderen uit de gegoede stand konden voortgezet onderwijs genieten in één of andere (stads)school. Een nader onderzoek naar de identiteit van enkele zogenaamd geletterden te Hansbeke toonde inderdaad aan dat ze behoorden tot vooraanstaande en welstellende boerenfamilies.

Een voorbeeld vindt men omstreeks 1770 bij de oude Joannes Maenhout, landbouwer en weduwnaar van Maria Francisca Haerens, die op herhaaldelijk verzoek van de deelvoogd, Pieter Lamme, eveneens een voorouder van de stam Martens, weigerde zijn dochtertjes te laeten uytwoonen ter scholen in cloosters ofte sevire plaetsen niettegenstaande de meisjes alsnoch seer weynigh ter schoole gegaen waren ende mitsdien weynigh ervaeren waren inde lecture, schrijven, naeyen etc. Volgens zijn overtuiging hield hij de meisjes op het erf om bij hem te blijven leeren, wercken, observieren, de menargie inde lantsbauwerije.

De Vlaamse landbouw van de XVIe tot de XVIIIe eeuw (bijlage 4.2)

Om een idee te krijgen omtrent de Vlaamse landbouw van de 16e tot de 18e eeuw, wanneer de voorouders van Petrus-Francies Martens reeds landbouwbedrijven uitbaatten in Bellem of Hansbeke, kan men niet veel te weten komen. Voor deze twee gemeenten is nauwelijks informatie beschikbaar. Dank zij de publicaties van Lindemans krijgt men wel een globaal beeld voor Vlaanderen, met de afwisseling van gunstige en armoedige periodes. Er zijn vooral grote verschillen binnen de landbouw, tussen de keuterboeren die vooral trachtten voldoende voedsel voor zichzelf te produceren en de rijkere boeren die over meer grond konden beschikken en beroep deden op de hulp van slecht-betaalde landarbeiders.

Volgens het landboek van 1700 telde Hansbeke een totale oppervlakte van 637.135 roeden waarvan 9,46% verdeeld over 197 erven met een gemiddelde oppervlakte van 306 roeden. De 1.166 percelen land, met een gemiddelde perceelsgrootte van 400 roeden, besloeg in totaal 466.720 roeden of 73,25% van de gemeente terwijl de meersen slechts 6,87% vertegenwoorigden, zijnde minder dan de 6,99% bos. Het grondbezit was in handen van 335 personen, waaronder 142 inwoners van Hansbeke die samen slechts 29,3% van de gronden in bezit hadden. Het kerkelijk grondbezit, verdeeld over 13 kerken en kloosters, vertegenwoordigde slechts 40 ha. Slechts 33 eigenaars bezaten meer dan 5 ha en samen vertegenwoordigde dit 60% van het totaal areaal. De familie Martens, toen nog grondeigenaars te Bellem , pachtte te Hansbeke gronden van enkele grotere eigenaars van buiten het dorp: Arnaut de Guernoval, heer van Hansbeke, bezat er 28.170 roeden en jonker Van Aerde Philip volgde met 23.695 roeden. Marcus Basilius kwam op de derde plaats met 21.866 roeden. De grootste plaatselijke eigenaars waren Geert Maenhout (22.344 roeden), Pieter De Muynck (11.859 roeden), Pieter De Cuyper (8.407 roeden) en Jan Lamme (7.305 roeden).
Geschreven door Laurent Martens om 18:45 Reageer op dit bericht

Meer van Vijf eeuwen familie Martens

↑ Terug naar de berichten