Naar de inhoud

Schuinschrijfsels

inktlekken uit mijn pen
akke.beakke.be

Archief

EEN VERHAAL DAT NOOIT EINDIGT

EEN VERHAAL DAT NOOIT EINDIGT

 

Mijn oudste kleinzoon gaat volgende week naar het vijfde leerjaar. Het is vliegende halte in het vervolgverhaal van buitenshuis leren voor het leven. In 387 vóór Christus stichtte Plato in Athene de eerste georganiseerde school in Europa en noemde ze Akademeia. Die naam is zo omdat de gebouwen op het terrein van Akademus lagen. Aristoteles schreef zich in en na hem nog vele jonge Atheners. Na Plato’s dood bleef de Academie verder bestaan door zijn neef Speusippus, terwijl Aristoteles een andere school oprichtte, het Lyceum. Omdat leren zo belangrijk is, wil ik iedereen die eraan begint, nu al een beetje voorspiegelen wat er nog zal volgen…

 

Peuters stappen op de eerste schooldag fier de schoolpoort binnen. Je bent amper 70 cm, staat nog niet zo vast op je benen en kunt maar amper tateren of je wordt al veroordeeld om voor de rest van de volgende 17 jaar school te lopen. Ze ‘mogen spelen met veel andere kindjes’, maar beseffen zelf onvoldoende dat mama of papa hen ook achterlaat in een groot gebouw met een onbekende juf of meester. Die omschrijving kan hen doorheen hun eerste traantjes voor honderd procent gestolen worden. Anderen wandelen binnen alsof ze er al eerder waren, en misschien is dat ook zo. Als kleuter leer je fietsen, zwemmen, in bomen klimmen, op podia optreden en nog veel meer. Valpartijen, blauwe plekken en schaafwonden duiken zeker óók op, maar daar word je groot en sterk van. Speelgoed delen is een andere leergang en die klip neem je best zo vroeg mogelijk.

 2174038-608817d7d44d694ecd2ca82b888bffeb.jpg

In de lagere school kom je binnen mèt een nieuwe boekentas, of liefst met een rugzak die je rug respecteert. Je leert er lezen en schrijven en alle dagen gaat de wereld een beetje verder open. Je mag al spreekbeurten geven mét powerpoint-presentaties. Daarvoor moesten wij vijftig jaar langer wachten. Voor je het weet, zit je in het zesde leerjaar en behoor je ineens tot de grootste leerlingen van de school. Soms mag je zelfs peter of meter zijn voor leerlingen van het eerste jaar. Zo fier als een gieter kun je dan vertellen dat je de kleintjes hebt geholpen met ervaringen die jij in de voorbije zes jaar stockeerde. En dan ben je alweer klaar om als jongste weer bij groteren terecht te komen…

 

Je ruilt het vertrouwde pad van de lagere school voor de middelbare school met dikwijls een langere schoolweg (zonder ouder) en zeker met nieuwe vrienden. Al vlug maak je een eerste school- en beroepskeuze en dat is niet altijd gemakkelijk. Je krijgt ook last van je apenjaren, die sommigen de puberjaren noemen. Het moeilijkste is dan keuzes maken met zoveel nieuwe dingen en op die leeftijd ben je daar nog niet zo straf in. Je krijgt zoveel vragen op je boterham om zelf te beantwoorden. Voor je 't weet moet je bij de volgende stap jezèlf leren vragen stellen.

 

Na het middelbaar krijg je misschien de kans om verder te studeren. De volwassenen zeggen dan: "als je je best doet, kun je ver geraken." Dan zijn er zoveel mogelijkheden, zoveel wegen, zoveel quasi onbekenden dat je onmogelijk kunt zeggen of je stelsel van vergelijkingen wel oplosbaar is. Voor sommigen betekent het misschien hard werken om te slagen en profiteren van het leven kent vele betekenissen en variaties. Voor een avondje uit mag je dan vertrekken op een uur waarop wij zoveel jaren geleden bijna al thuis moesten zijn. Dan begint de grote levensweg en denk je soms terug aan waar je ooit vertrokken bent.

 

Ik zou nog verder kunnen schrijven over trouwen, kindjes krijgen, ouder worden, een rol van oma en opa krijgen toebedeeld en uiteindelijk eindigen is het ‘oudmannekeshuis’. Sommigen denken dan onwillekeurig aan Vuile Mong en zijn Vieze Gasten en hun liedje ‘De school dat is een apenkot’. Je vertrekt bij de crèche, je gaat naar school en voor je 't weet ben je achttien geworden en kun je (niet meer) naar 't leger gaan maar wel dromen van de vogeltjes, de bloemetjes en de bijtjes. En dan mag je 45 jaar lang werken, al duurt het mogelijk nog langer, tot je uiteindelijk landt in een rusthuis. Zonder het te beseffen zegt je hartje elke dag een beetje trager, boem, boem, boem. En op een goeie keer zegt het, voor de allerlaatste keer, nog één keer BOEM.

 

School betekent ‘levenslang leren’: alle dagen bij-leren uit ervaringen en bewust registreren. Vandaag moet je universeel en interdisciplinair bekwaam worden en een basispakket bezitten om tegen de wereld aan te kijken. Daarom komen er altijd maar nieuwe vakken bij. Elke dag moet je, bewust of onbewust, nieuwe beslissingen en ervaringen catalogiseren in je woordenboek van geactualiseerde kennis. We hebben een snelheidsprobleem omdat alledaagse problemen oplossingen moeten hebben vóór ze in realiteit opduiken. We zijn de ‘achterafdenkende maatschappij’ geworden waarbij de meest precaire onvoorzienbare situaties via ‘kristallenboloperaties met achteruitkijkspiegel’ achteraf moeten verantwoord worden. Vooraf denken is vooral vervangen door na-denken. Politiekers zeggen dat ze al een hele tijd bezig zijn met het nieuwe probleem en dat de oplossing niet ver af meer is. Ze beloven meestal een goede oplossing en zeggen dat we gerust op onze twee oren kunnen slapen. Ze vertellen niet dat zij het eigenlijk zelf niet goed weten of niet kennen en daarom hopen zij altijd dat anderen het voor hen zullen oplossen.Dat noemt men ‘straffe dropjes’, zoethoudertjes die goedgelovigen aan sterk verminderde prijzen mogen aanschaffen. Ondertussen wordt alles duurder en dat noemt men nooit ‘belastingen’.

 2174038-eafb15985df2ebd7c5d50b84b9227c8e.jpg

Het dagelijkse reilen en zeilen op school is drastisch veranderd: de hoofdrolspelers zijn nog altijd de onderwijzer(es), de kinderen en hun ouders. Wij verwachten alsmaar meer van onze leerkrachten. Kennis bijbrengen, maar ook de totale persoonsvorming moet meer aan bod komen. Een goede leraar (m/v) is iemand die enthousiasmeert, die kinderen plaats en ruimte geeftom zich te ontwikkelen met de middelen van vandaag. De leraar is de coach die ze nodig hebben om zichzelf te ontdekken. Zo wordt de school elke dag een beetje opnieuw uitgevonden, dank zij de creatieve leraar die zijn basismateriaal (leerlingen) omvormt tot personen voor een maatschappij van morgen.

Ach ja: alle intelligente mensen in mijn familie zijn in het onderwijs ‘gegaan’, de anderen zijn rijk geworden…

Marcel Huysmans

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Huysmans om 20:14 Reageer op dit bericht Stuur door

ALLES HEEFT ZIJN TIJD, ZELFS EEN KOEKOEKSKLOK

ALLES HEEFT ZIJN TIJD,

ZELFS EEN KOEKOEKSKLOK

 

Bijna niks is zo complex als de tijd. Je kunt hem nemen, maar niet vastpakken. Je kunt tijd verliezen, maar je zult hem nooit terugvinden. Je krijgt tijd, maar weggeven kan niet. Tijd maken kan, maar bijhouden is onmogelijk. Als je tijd voorbij is, zie je er niks meer van. Tijd is raar: niemand heeft tijd, maar iedereen kan hem maken. Om te weten hoeveel tijd we hebben, dragen we een uurwerk. Dat is dan de 'mechanische of klokkentijd' en daarnaast is er nog de psychologische tijd. De ene is meetbaar en leef je. De andere be-leef je. Er staat geen grens op de tijd die je beleeft. Je kunt je als zeventiger perfect inbeelden – en ook voelen - alsof je 20 bent. Maar dat is wel moeilijk en volgens mij een beetje veel zelfbedrog. Dat is psychologische tijd. Als je daarin overdrijft, gebeurt het dat je uurwerk of je 'tikker' begint te sputteren. Men zegt wel eens: 'tijd is geld'. Toch wordt vandaag de dag het meeste geld uitgegeven om de tijd te verdrijven en moeten we in de vrije tijd hard werken om hobby's te betalen. Werken als straf voor vrije tijd.

 

God nam zijn tijd bij de schepping, want hij had hem zelf geschapen. De moderne mens heeft horloges en klokken, maar géén tijd. Straffer nog: we maakten uurwerken omdat we tijd te kort hadden en dirigeren onszelf door een leven dat overloopt van haast en drukte. Alles moet altijd sneller en de elektronica die je vandaag koopt met een akte van vertrouwen, is al verouderd bij het strippen van de verpakking. We hebben volle of teveel agenda’s. Vrije tijd laat zich vangen en orkestreren door die agenda. En als we nog tijd over hebben, verkiezen we om op zaterdag in lange files aan te schuiven voor een uitgebreid bezoek aan Ikea of aan de A12-shopping. 

2171589-3cb46047bd3202c81a9dc68ff54f9d1f.jpg  

Wat is tijd? De wijze Augustinus zei hierover 1600 jaar geleden: “als niemand het me vraagt, weet ik het. Als ik het wil uitleggen aan iemand die het me vraagt, weet ik het niet.” We spreken over vroeger, over de toekomst en passeren onderweg het nu. Soms voel je dat de tijd snel voorbijgaat, soms duurt het lang eer iets helemaal voorbij is (het wachten duurde eeuwen). Grote uitvindingen deden mensen anders denken over tijd. Het schrift liet dingen op papier belanden die je later in flashback kon beleven door de tekst opnieuw te lezen. Fotografie, film, tv, beelddragers, tablets en smartphones deden ons anders tegen de tijd aankijken. Met een digitale foto leg je in een flits voor eeuwig een megapixelmoment vast. In een film zie je in 5 minuten wat in werkelijkheid misschien weken duurde. We zijn zo verhangen aan herhalingen bij het voetbal dat we tijdens een live wedstrijd in het stadion al naar huis willen om een spelfase vertraagd te bekijken. We hebben de luxe om de tijd te manipuleren, maar we kunnen er niks aan doen.

 

Hoe dikwijls heb je vandaag al naar je horloge gekeken? Iedere seconde tikt de tijd weg. Je ziet hem niet vliegen en je weet niet waar hij naartoe is. Om toch enig idee te hebben om te weten waar we onze tijd aan verdoen, hebben we horloges uitgevonden in variaties van strenge polshorloges over frivole koekoeksklokken tot blitse radiogestuurde uurwerken. Zij proberen zin te geven aan de weggetikte en nog te komen tijd. Daarom verdeelden we een jaar in maanden, dagen, uren, minuten en seconden.  Achter mij kijkt mijn vader zaliger dikwijls mee: ”als je met problemen zit, moet je de tijd voor je laten werken”. Dat heb ik al aan veel mensen verder verteld en het helpt! Nu ik gepensioneerd bent, vraagt men dikwijls: ”en… tijd tekort zeker?”. Ik durf eerlijk toegeven dat ik eigenlijk weinig tijd te kort heb omdat ik van vroeger weet wat echt tijd te kort hebben betekent. Er zijn er zelfs die de helft van de tijd geen tijd hebben. Tijd is het enige bezit van de armen, omdat ze géén tijd tekort hebben. Zonder tijd zou alles in één keer gebeuren en dat zou spijtig zijn. Ik heb al dikwijls vastgesteld dat mensen die nooit tijd hebben, het minste doen.

 

Andere culturen beleven de tijd anders en die werken ook met andere kalenders. Zo waren er kalenders voor de boeren waardoor ze exact wisten wanneer ze moesten ploegen, zaaien en oogsten, maar ook wanneer ze moesten feesten. Afrikanen zeggen: ‘jullie Europeanen hebben de klok, maar wij hebben de tijd.’ Zij zijn geen slaven van de klok, en genieten veel meer. Probeer zelf maar eens: in de zon aan een tafeltje voor je tuinhuis gaan zitten en genieten van de tijd die je bewust in je leven binnenlaat. Kunnen genieten van kleinkinderen die helemaal opgaan in hun spel en van hun ongebreidelde fantasie. De tijd van eten of slapen is voor hen tegelijk een tijdsbreuk en een terugkeer tot de realiteit. Ook dat is leven en leren leven!

 2171589-c121eb0d3bfe3185a485080cc6910e11.jpg 

Mensen zijn doodsbang om tijd te 'verliezen' en we hebben nog nooit zoveel tijd verspeeld, verkwist, verloren, verbrast of weggegooid. Afhankelijk van de activiteiten gebruikt men deze benamingen. En toch willen we ons haasten, hoewel ‘wie te laat vertrokken is, kan nooit nog op tijd komen.’ Want er is maar één moment dat je op tijd kunt komen. Ben je er niet, dan ben je óf te vroeg, óf te laat.

 

Alle dingen onder de hemel hebben hun plaats en hun tijd.  wie dat niet ziet, loopt kans ongelukkig te worden: vandaag moet het al morgen zijn en morgen overmorgen…Wat we nu ervaren, beleven we niet genoeg: we kijken uit naar wat komen moet, maar zo snel, onvoldaan en rusteloos dat we vergeten vandaag te leven. Gelukkig ben je gelukkig als je niet ongelukkig bent! Zoals God de Afrikaan de tijd heeft gegeven, gaf hij de Europeaan het horloge. Zo’n horloge blijft altijd dienst doen: zelfs als het kapot is, geeft het nog twee keer per dag de juiste tijd aan!

Zalige tijd is nooit verloren.

Marcel Huysmans

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Huysmans om 21:09 Reageer op dit bericht Stuur door

MOEDERDAG OP 15 AUGUSTUS

BIJ ONS MOEDERKESDAG OP 15 AUGUSTUS!

 

Alle vrouwen in mijn gezin zijn geboren in Oost-Vlaanderen. De mannen zijn Antwerpenaars. Wij vieren vaderkesdag op 19 maart en moederkesdag wordt bij ons op de tweede zondag van mei gevierd, de Oost-Vlaamse traditie ter ere. Voor de Antwerpenaar is dat een ‘valse’ moederdag. Voor mij blijft het een halfslachtige oplossing voor de lieve vrede binnen de familie, maar het doet iets af aan de echtheid van moederkesdag met half oogst. In de Oosters-orthodoxe Kerken en in de Rooms-katholieke Kerk is Maria Hemelvaart de feestdag van de opneming van Maria in de hemel ‘met lichaam en ziel’. Alle apostelen waren aan haar doodsbed, behalve Thomas die weer eens slachtoffer was van zijn afwezigheiddrang of beter ‘er niet zijn op belangrijke momenten’. Bij zijn aankomst was Maria al dood en begraven en bezocht hij in zijn eentje haar graf om haar de nodige eer te bewijzen. De traditie vertelt erbij dat Thomas op dat moment de tenhemelopneming van Maria zou hebben gezien en dat hij haar kleedgordel als cadeau kreeg. Toen hij dat vertelde geloofden de andere apostelen hem niet – en dat was niet de eerste keer zo - tenzij dat hij hen de gordel en het lege graf zou laten zien. Straffe praat natuurlijk, maar hij deed het!

 2169857-1f1bb34c169ca323a0c73d3a99fa3fb3.jpg 

Keizer Mauritius van Byzantium voerde in 582 het feest van Maria Tenhemelopneming in en op 15 augustus werd toen al de verjaardag van de kerkwijding van een basiliek die aan Maria was toegewijd, ergens onderweg tussen Bethlehem en Jeruzalem, gevierd. In de zevende eeuw nam Rome de naam van het feest over. Oorspronkelijk heette deze feestdag de 'Dormitio Mariae' (ontslaping van Maria). Door de teksten en volkslegenden werd vanaf de achtste eeuw de originele term opnieuw gebruikt. In de Bijbel lezen we nergens dat Maria in de hemel is opgenomen. Later werd de lichamelijke tenhemelopneming van Maria tijdens het eerste Vaticaans Concilie (1869-1870) als leerstelling of godsdienstig voorschrift (dogma) aanvaard en in 1950 zelfs door Paus Pius XII (e viva Pio duodecimo!) bevestigd. De Oosters-orthodoxe Kerken reageerden positief maar de protestanten protesteerden van nature heftig en onderschreven het dogma niet. Zo is 15 augustus in Nederland ook geen feestdag én geen verlofdag.

 

Hoe zit het dan met het moederfeest vandaag? In de RK- Kerk is Maria Hemelvaart het hoogfeest op 15 augustus, hoewel het volgens de katholieke kerk fout is omdat Maria niet zelf ten hemel opsteeg, maar door God in de hemel werd opgenomen. In de Russisch-orthodoxe Kerk valt het feest op 28 augustus omdat de Juliaanse en Gregoriaanse kalender niet samenlopen. In veel (katholieke) landen, waaronder België, Frankrijk, Italië, Slovenië en Spanje is het een wettelijke feestdag. Bij ons werd het dan ook terecht Moederdag gedoopt maar in Antwerpen en omgeving hebben ze daar ‘moederkesdag’ van gemaakt, in tegenstelling tot de internationale Moederdag op de tweede zondag van mei. Het is ‘de’ gelegenheid bij uitstek om de moeders in de bloemen te zetten omdat bloemen nog altijd het beste symbool zijn om je appreciatie, genegenheid en dankbaarheid te laten zien.

 2169857-81ec6cfa5fc419b4bd28f2856b1411a9.jpg 

Waarom is Antwerpen de basis van Moederdag op 15 augustus? 105 jaar geleden kwam de Antwerpse schepen voor schone kunsten Frans Van Kuyck (1852-1915) met de idee om op 15 augustus Moederdag te vieren. Hij was kunstschilder en graficus en had nog meer uitstekende ideeën. In juli 1913 verdeelde hij zijn brochure ‘De dag der moeders’ waarin hij als eerste in Europa pleitte voor een jaarlijkse huldiging van de moeders, waar iedereen kon achter staan over de politieke en religieuze grenzen heen. Van de Amerikaanse moederkesdag was toen nog geen sprake. Antwerpen was dus een voorloper voor de rest van de wereld. Van Kuyck introduceerde ook de traditie dat de vader en de kinderen in het gezin de moeder dienden te verrassen met allerlei geschenkjes. Hij ontwierp zelfs een moedertaart, feestkaarten, een juweel voor moeder en schetste zelf een versierde stoel met een bloemenkrans en kleurige linten.

 

De datum was een schot in de roos omdat 15 augustus samen viel met Antwerpen Kermis en ‘half oogst’ werd in Antwerpen al gevierd als ‘Mariekesdag’ of ‘Maria Hemelvaart’. De jeugd had vakantie en kon volop meewerken aan het feest. Antwerpen Vooruit, de Bond van Antwerpse middenstanders, porde haar leden aan om mee te werken en het initiatief te ondersteunen: affiches in de winkels, brood, koekjes en suikergoed in de vorm van een hart waren maar enkele initiatieven. Ook werden toen de eerste ‘moederwenskaarten’ gedrukt waarop een meisje stond afgebeeld met een kanjer van een versierd hart, waarin de namen van de proficiatwensende kroost konden ingevuld worden. Jos de Molder uit de Lindenstraat bij het Vleminckveld had de idee en stuurde zijn kaart al op 7 augustus naar schepen Van Kuyck. Er kwamen passe-partouts voor foto’s, beschermingsamuletten en plaketten met spreuken ter ere van moeder. De portemonnee van de middenstanders werd er beter van, de mensen hadden de kans om hun moeders te vieren en zo werd Moederdag een groot succes. In het stadsarchief (Felix-pakhuis) vind je trouwens die oudste wenskaart terug, samen met het dossier van de geboorte van Moederdag.

 

De kinderen zegden versjes op, zongen liedjes en gaven hun moeder een hartvormig gebak. Ook de vader moest zijn steentje bijdragen. Van hem werd verwacht dat hij zijn vrouw een juweel gaf in de vorm van een stralend hart, het symbool voor moederliefde. In het juweel stonden de namen van de kinderen gegrift. Moederdag moest volgens van Kuyck vooral een familiedag zijn. Hij stelde alles in het werk om mensen voor zijn idee te winnen. Hij overtuigde bovendien de bloemisten, juweliers en banketbakkers om hun etalages te versieren en speciale bloemstukken, hartvormige juwelen, kaartjes en taarten aan te bieden. Zijn inspanningen werden beloond. De eerste Moederdag had effectief plaats in 1913, dus 105 jaar geleden.

 

Moederdag in Antwerpen. 15 augustus is zelfs een officiële verlofdag, waarop iedereen vrij heeft. Dat hebben ze in mei nog niet voor mekaar gekregen! Nu wordt het moederfeest handig gecombineerd met de Rubensmarkt en het  Bollekesfeest. Zo is het ook een feest dat affectie, communicatie en consumptie combineert.

Proficiat aan alle moeders!

Alle moeders, Maria’s, Miekes, Mary’s, Maryems, … maar ook de grootmoeders en overgrootmoeders wensen we een zalige hoogdag, ook aan die van Oost-Vlaanderen en elders!

 

Marcel Huysmans

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Huysmans om 23:08 Reageer op dit bericht Stuur door

KWAMKWAMMERTIJD

KWAMKWAMMERTIJD

Door de aanhoudende droogte en volgehouden warmte hebben de groenten grillige vormen gecreëerd, bij zoverre dat ze minder verkoopbaar zijn aan de grootwarenhuizen. Tomaten met wratboebels of te kleine of te kromme komkommers die gewoon verschroeiden door de loden zon zijn legio. De zomer – die dit jaar geen vakantie nam  – stuurde de politiekers op alle niveaus met zomerslaap, behalve diegenen die in een of ander dal van een hertogin verwoed moesten onderhandelen over hoe men eigenlijk tot feitelijke onderhandelingen zou moeten komen. Het geheim van de rekenmethodes van deze heren zal wellicht nooit ontcijferd worden. De overheid produceert in het algemeen ook minder nieuws en bijna zonder dat je het merkte, verschrompelden kranten en tijdschriften als waterachtige kippenfilets in een koekenpan. Op televisie is de soep al niet veel vetter en zeker dunner. De enige oplossing bestaat erin minder nieuws meer op te blazen om de bladzijden toch nog te vullen. Nog een geluk dat misdaad, verkeer, natuur, burenruzies en andere grotere oorlogen geen grote vakantie kennen. Op de televisie zijn de avondjournaals bijna kopies van het middagnieuws waaraan een paar voorgemonteerde berichten op het einde worden toegevoegd. De mens hoopt blijkbaar altijd op nieuws en als het er niet gewoon komt, dan maakt hij het zelf wel. Dat noemt men komkommertijd en dan steekt het niet zo nauw met de vorm.

2168982-8572d1fb30d2b95647139aa386e2e77c.jpg

In het Duits spreken ze van Sauregurkenzeit (zure augurkentijd). Het duidt erop dat vroeger de verse aanvoer van zure augurken in de zomer gebeurde. Het was een ’slappe tijd’ waarin weinig zaken werden afgehandeld en dat gebeurde vooral in de maand augustus als de komkommers rijp waren. Voor de kwekers was het een extra drukke tijd, maar in veel andere vakgebieden was er dan juist niets te doen. Omdat die seizoenen samenvielen, werd komkommertijd meer en meer geassocieerd met het gebrek aan nieuws en activiteiten. Destijds ontvluchtte de adel in Engeland tijdens de zomer de stad en hadden de kleermakers weinig werk. Als de kleermakers op vakantie waren, kwamen de komkommers in aanbieding. En omdat de komkommers in de zomer werden geoogst, waren ze op dat moment niet duur en zegde men dat de kleermakers van de goedkope seizoengroenten leefden. Zo werd het in augustus ‘cucumber-time’.

In het Frans heet het stille nieuwsseizoen la ‘saison morte’, in het Engels ‘the dull or silly season’ en bij de Amerikanen zelfs ‘the big gooseberry time’ (kruisbessenseizoen). Die kruisbessen (stekelbezen) vind je momenteel in de Colruyt ook in aanbieding. In het Zweeds wordt het ‘nyhetstorka’ (nieuwsdroogte) en in het Duits ‘Sommerloch’, m.a.w. een ‘zomergat’ wat tegelijkertijd aantoont dat de nieuwswaarde erg laag is. Maar het bestaat dus overal!

 

In het West-Vlaams sprak men vroeger over ‘plattebonentijd’ – even poëtisch en natuurlijk - maar die benaming is ondertussen ook al uit het smakelijke dialect verdwenen. Dit jaar kon je trouwens in de kranten en op televisie regelmatig ‘nieuws’ plukken over ontsnapte slangen, aangespoelde grote vissen, woekerende brulkikkers, reuze-bijtschildpadden, jeukverwekkende processierupsen en nog een hele hoop nieuwe of exotische dieren. De ‘soapseries’, die vóór de vakantie nog vlug met een extra lange slotaflevering werden bedacht met een ‘cliffhanger’ kregen rust tot september vergezeld van begeleidende commentaar in de ‘boekskes’. F.C. De Kampioenen kende zijn elfendertigste herhaling en kwam nooit in degradatiegevaar. Allemaal opgewarmd nieuws. Bijna het enige dat echt vers is, is het nieuwe voetbalseizoen.

 

Als je het positief bekijkt, kunnen verenigingen bepaald nieuws – waarvoor zij anders toch geen kans op publicatie maken – in de komkommertijd met succes lanceren. Via e-mails wordt kamernieuws wereldnieuws dat erop uit trekt zoals de mensen op vakantie vertrekken. Je kunt maar gelukkig zijn dat sommige nieuwsitems in sommige kranten of zenders niet door de filter van het nieuwsfatsoen zijn geraakt omwille van hun beperkte nieuwswaarde. Hoeveel keren ik deze vakantie de vraag gesteld heb ‘is dit wel nieuws’ kan ik helaas niet vertellen…

 

Toegegeven, er is wel degelijk iets aan de hand in de zomer. De politiekers gaan op alle niveaus met zomerslaap. Ze denken aan niets en dromen van nieuwe verwezenlijkingen of van dromen die nooit zullen uitkomen. In plaats van te reizen met chauffeur, trappen ze lusteloos op een waterpedalo in het zuiden van Frankrijk of trekken in korte broek door Ierland of Toscane. Hoe zou je zelf zijn. Dan is het goed te genieten van mooi gebraden gemarineerde lamskoteletjes en knapperige sateetjes met een vleugje archiducsaus op een bedje van rucola. Savoureer onder een idyllische lindeboom een heerlijk glaasje sappige rode Zuid-Afrikaanse wijn. Je proeft het: in de komkommertijd is alles interessant, vooral die vorige zin.

 2168982-05ac518d72cde3bbeb376a3a82ce02af.jpg 

 

In de kranten verschijnen plots artikels en artikelreeksen die in de loop van het jaar werden klaargemaakt om luchtige bladvulling te geven in de zomer. TV- programmatie is dunne spoeling en er blijft gelukkig meer tijd om belangloos kijkkast te kijken in een luie zetel, al dan niet versierd met een fruitige longdrink die in een ecologisch rietje naar het hoofd stijgt.Na de Ronde Van Frankrijk ging de wereld weer in surplace. De jeugdbewegingen krijgen ineens de nodige aandacht omdat zij de bekroning van hun werkjaar in de grote vakantie leggen. Moeilijkheden met de NMBS, voedselvergiftigingen en slecht zwemwater worden eerstebladzijdenieuws en dat is dikwijls ook belangrijk als dat nieuws ook geduid wordt.

 

Elk jaar duiken dezelfde onderwerpen opnieuw op in de komkommertijd: de kusttram, de mosselen en het drukke verkeer op de Europese wegen. Ook populair tussen de komkommers: stukken over iets dat nog niet gebeurd is, maar dat weleens zou kunnen gebeuren. De fantasie slaat op hol en hardop dromen vertellen zorgt dan ook voor succes. In juni schreven de kranten: ‘De muggen komen eraan.’ Maar nu ze er eindelijk zijn, hebben we geen tijd om erover te schrijven of moeten we vaststellen dat ze zich door de grote droogte en watertekort maar moeilijk kunnen vermenigvuldigen. We leerden wel dat muggen niet worden aangetrokken door licht, wel door warmte en lichaamsgeur. Apparaatjes met ultrasound werken niet. Kleren met lange mouwen en broekspijpen dragen helpt wel, maar niet tegen de warmte.

Tot slot nog een komkommeruitsmijter.Als je een hekel hebt aan beslagen spiegels na het douchen, wrijf ze dan in met plakjes komkommer. Werkt echt. Bovendien zorgt het voor een aangename geur in je badkamer. Dat zijn nog eens feiten waar je tenminste wat aan hebt. Kromme komkommers nemen ook meer ruimte in beslag dan rechte…

Marcel Huysmans

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Huysmans om 11:47 Reageer op dit bericht Stuur door

DE KAARSJES ZIJN DUURDER DAN DE TAART

JARIG ZIJN IS NIETS, MAAR ELK JAAR OPNIEUW!

 

De laatste jaren heb ik, onder invloed van slimme feestbewuste kleinkinderen en van het taalgebruik in de lagere school, in mijn agenda nauwkeurig op de juiste dag genoteerd: "Thomas is jarig". Daarvóór zou ik gewoon  genoteerd hebben: "Thomas verjaart". Maar, verjaren in de betekenis van 'jarig zijn, zijn verjaardag vieren' is gewoon standaardtaal. Dat is het Nederlands dat algemeen bruikbaar is. In België wordt verjaren in deze betekenis veel vaker gebruikt dan in Nederland. Verjaren kan ook 'ouder worden' willen zeggen en juridisch betekent het dat iets door de tijd zijn geldigheid verliest of niet meer van kracht is. Mij hebben ze altijd gezegd dat enkel kaas en dossiers verjaren en dat mensen jarig zijn. Mis dus. Da's nog eens een knaller die niet zou misstaan in de Encyclopedie van misvattingen van Hans Van Maanen waarin opvattingen zijn opgenomen die we van kindsbeen af hebben gekoesterd en waarover we nooit meer hebben nagedacht. Maar helaas: verjaren staat er dus niet in!

Iedereen blijkt toevallig exact op zijn verjaardag geboren te zijn. Ik was dit jaar dus weer jarig. Het was te warm, maar traditiegetrouw goed weer. Ik ben weer wat wijzer en mogelijk ook een beetje grijzer geworden, hoewel de overgang naar wit niet ver meer af is.

2166616-f5fd03fdd7c7133ab4c666cdc69ff24f.jpg  

Geboortedagen vieren is een Europese traditie. Men dacht dat op geboortedagen kwade geesten extra gevaarlijk werden en om de jarige tegen dat onheil te wapenen en te beschermen, kwamen vrienden en familie massaal naar het huis van de 'verjaarder'. Ze maakten dan dubbel plezier plus veel lawaai en wilden de geesten afschrikken. Tot het begin van vorige eeuw vierden alleen koningen en mensen van adel hun geboortedag. Ze kregen dan peperdure cadeaus zoals diamanten en goud. Verjaardagen van kinderen werden niet gevierd. In de lagere sociale klassen vierde men helemaal geen verjaardagen, want er was geen geld om op  die dagen te feesten. Rond 1900 vierden de armen wel de verjaardagen en met die folklore zitten we nu nog. Dat je je verjaardag viert op de dag dat je geboren bent, was niet overal vanzelfsprekend. In heel wat katholieke landen werd tot diep in de twintigste eeuw niet de geboortedag, maar wel de naamdag gevierd. De naamdag was de dag dat je de katholieke heilige herdacht naar wie je was genoemd. Elke dag van het jaar had zijn eigen heilige. Als je Nico werd gedoopt, dan viel je naamdag op 6 december, de feestdag van de heilige Nicolaas. Op die dag werd je naamdag uitgebreid gevierd, ook al was je geboortedag midden in de zomer. Als je de naam Monique droeg en je was bijvoorbeeld in de Elzas geboren, dan kon je bijvoorbeeld op 8 juli 'verjaren' terwijl je feitelijke verjaardagskaartjes toekwamen op 27 augustus, want dan viert de Rooms-katholieke de heilige Monica. Men viert dan 'la fête' en op de kaart staat dan ook 'bonne fête'. Ook dan is het een jaarlijkse weerkerend feest en zeker niet minder hartelijk.

 

Soms maakt het niets uit of een naam aan een mannelijke of vrouwelijke heilige behoort, want bijna alle namen kunnen zowel aan jongens als dochters gegeven worden. Nico kan dan ook Nicole, Nicolette of Nicoletta worden. De naamdag wordt gevierd met uitgebreid eten, gebak, drank, bloemen, kleine cadeaus en bezoek van familie en goede vrienden. Als iemand geen naamdag heeft, dan viert men die op 1 november, als het Allerheiligen is (Solemnitas Omnium Sanctorum). Voor de Grieks-orthodoxe kerk valt  Allerheiligen op de dag na Pinksteren en niet op 1 november. Dat jaarlijkse feest wordt dan een feest voor iedereen, waarop je - in tegenstelling tot bij ons - je leeftijd perfect kunt verdoezelen. Je enige voordeel is dan, dat hoe ouder je verjaardagsfoto is, hoe jonger je eruit ziet, maar zonder deprimerende opgave van getallen...

2166616-847857c118e36b7ce31fbce2a932c8ff.jpg 

Houden we het dus maar bij de dag dat wij onze geboorte herdenken om te 'verjaren'. Het is een raar maar plezant gedoe: veel aandacht en cadeautjes krijgen, maar ook een jaartje minder leven tot je uiterste versheiddatum. Je zou van elke verjaardag moeten genieten. Verjaren rond Sinterklaas is nadelig want dan duwt de heilige in je rug. Verjaren in de zomervakantie is als kind dan weer niet zo plezant, want dan is de supportersmassa heel wat kleiner. Verjaren op 1 januari of met Kerstmis betekent brute pech: je verjaardag komt op de concurrerende  tweede plaats en de cadeautjes die dan tussen het engelenhaar hangen, doen je verjaardag verbleken bij al dat geglitter. Mijn oudste kleinzoon is jarig op een héél ‘geladen’ dag: 31 augustus betekent de laatste dag van de grote vakantie en dan mag je niet naar school en kan je ook geen geschenkjes uitdelen. Dan speelt vindingrijkheid en fantasie een grote rol…Persoonlijk heb ik het geluk dat het een bijna ongeschreven wet is dat het ieder jaar op mijn verjaardag mooi buitenzitweer is, zodat mijn vrienden op die dag zelfs feestjes organiseren omdat ze weten dat het toch weer feest-weer is.

 

Je verjaardag vieren is een gezonde bezigheid. Onderzoek heeft uitgewezen dat mensen die het meest hun verjaardag vieren, ook het langste leven. Dat kan een ééndagsvlieg spijtig genoeg nooit meemaken wegens te hevig en te kort. Iedereen wil oud worden, niemand wil het zijn en voor je het weet zit je bij een seniorenvereniging wafels te bakken of worstenbroden te eten. Vroeger was je waarschijnlijk jong en mooi, nu blijft alleen het mooie nog maar over. Dat jonge heeft trouwens al heel wat renovaties ondergaan. Toen ik vorige maand jarig was, probeerde ik de kaarsen op de taart te tellen, maar werd teruggewezen door de hitte ervan en door de begrensde luchtstroming om het vlamfront aan te vallen. In een flits constateerde ik dat de kaarsen op mijn verjaardagstaart duurder waren dan de taart zelf zodat ook het taartlandschap terdege verstoord werd in het crême-fraichegebied.

 

Het beste middel om oud te worden is ervoor zorgen dat je blijft leven: blijven ademen is de regel, want als je morgen even oud bent als vandaag, ben je doodgewoon dood. Het is niet altijd leuk om een jaartje ouder te worden en te zijn, maar het is nog altijd beter dan andere alternatieven.

Marcel Huysmans

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Marcel Huysmans om 22:16 Reageer op dit bericht Stuur door

LIVE VANUIT DE TOUR

LIVE VANUIT DE TOUR

 

Bourg-Saint-Maurice 18 juli 2018

Hotel La Belle Josephine

 

Chère Maman,

 

Ik schrijf je deze brief vanuit Hotel La Belle Josephine in Bourg-Saint-Maurice met als huisnummer 90 (quatre vingt dix) op briefpapier dat ik hier op mijn nachtkastje vond. Morgen is het de grote dag. Voor de eerste keer zal ik de mythische klim naar Alpe d’ Huez bestrijden. Onderweg komen we in de twaalfde rit de Col de la Madeleine en de Col de la Croix de Fer tegen. En vanaf dan is het alleen nog maar 13,8 km klauteren via de 21 haarspeldbochten. Afwachten dus.

 2163801-b2d33fc62f854f47fe2f22966560278e.jpg 

Onze Tourbus is een mooi geschilderde Van Hool-car met 9 ruime en draaibare zetels, een dubbele douche, een toilet en pissijntje, twee bedden, een volledige keuken met alle nodige toestellen, opbergruimtes voor de fietsen en ook een wasmachine en een droogkast. We kunnen zelfs via satelliet TV kijken. Ze kost zeker een half miljoen euro. Nog een geluk dat ik vóór het vertrek van de Tour nog vlug in de Antwerpse kathedraal een noveenkaars ben gaan branden voor een veilige, vlugge en hoopvolle Tour. Ik heb er nog twee vaderonzen en een volledig tientje aan toegevoegd om er zeker van te zijn dat ik de Champs-Elysées haal. Normaal doe ik dat in de Schoenmakerskapel bij Onze Lieve Vrouw van Toevlucht maar die is momenteel gesloten voor restauratie.  

 

Ik heb me genoeg geoefend om mezelf te herkennen, voor het geval ik door de luidsprekers wordt afgeroepen. Ik ben 'le coureur avec le numéro quatre-vingt-dix- huit'. Rare kwasten die Fransen: ze zeggen 'vier keer twintig en achttien' en ze bedoelen achtennegentig. Bijna had ik honderd, maar rugnummers met nul achteraan zijn er niet en sinds er maar 8 renners per ploeg mogen starten, zijn er geen meer die eindigen op 9. Onze soigneur gaf me de voorbije dagen enkele extra-massagebeurten op het massagebed (de tafel waarop het masseren gebeurt) zodat ik morgen met de tong over het stuur die 21 bochten à bloc kan rijden met het snot letterlijk voor de ogen.  

  

Daar zal weer gevlamd worden. Hopelijk heb ik dan nog genoeg jus in de benen om en danseuse mee te gaan in de klim naar La Madeleine. Ik weet het: alle begin is moeilijk, maar waar een wil is, is altijd een veilige weg. Als ik van iemand schrik heb, is het wel van de man met de hamer. Onze ploegleider zegt dat ik regelmatig moet eten en drinken en daarom zal ik maar voldoende 'gellekes' in mijn achterzakken steken voor als de tank bijna leeg is. Wat ik nog het meeste vrees, is de hongerklop. In 't Frans zeggen ze daar 'fringale' tegen. Dan is het vat helemaal leeg en verontschuldigingen in de maak. Misschien kan ik vóór onze Vlaamse feestdag nog eens meegaan in een lange ontsnapping. In dat geval is het de dood of de gladiolen: de bloemen of helemaal niks! Misschien komt mijn aerodynamische bril die ik van nonkel Hugo heb gekregen dan van pas. Naar het schijnt kunt ge er één kilometer per uur sneller mee rijden. Ik heb de handleiding eens heel goed gelezen maar daar staat niet bij hoe lang dat effect werkt...

 

Mijn schoenen nijpen nu minder, want onze soigneur Julleke heeft dat eksteroog weggesneden nadat ik het een paar dagen met Groenen Duvel had beplakt na een zo heet mogelijk warm bad. Waarvoor die Duvel nog goed is! Nogal chance dat ge die pleisters tussen mijn handdoeken had gestoken. Dat onderlijfke dat ge gekocht hebt in de Zeeman wordt alle dagen vers gewassen. Ik ben al een beetje vermagerd van de zware inspanningen maar dat komt goed uit want door dat wassen is het onderlijfke ook al een beetje gekrompen. Zeg moeder, onze ploegleider heeft gezegd dat ik gisteren bij de besten was. Olivier zegt dat de eerste Ronde altijd  gemakkelijker is dan ge denkt, maar dat ik toch nog meer mijn adem moet inhouden voor de bergen. In de parochie zullen ze nogal verschieten als ze mij op TV zien: ik heb al eens met Michel Wuyts geklapt en die heeft me aangeraden om zoveel mogelijk vooraan te rijden. Dat is niet gemakkelijk wanneer ge af en toe een van de ploegmaats moet terughalen als er vooraan iets bijzonders gebeurt. Ik heb ook al twee keer naast Yves Lampaert gereden. Da’s wel plezant naast zo’n trui van Belgisch kampioen rijden, want daar voel ik mezelf ook beter van worden.  

 

Ik ben al eens betrokken geweest bij een chasse patate. Dat is geen jachtpatat maar dat zegt men als ge vanuit het peloton naar de kopgroep demarreert, maar vrij vlug blijft hangen gedurende geruime tijd. Da’s iedere keer een zware inspanning die niet rendeert. Eigenlijk is het moeilijk: als het kriebelt je toch nog inhouden om achteraf niet met dikke benen te zitten. Als je die hebt, kunt ge nog geen deuk in een pakje boter rijden. ’t Is spijtig dat ik sprint als een strijkijzer. De echte sprinters Cavendish en Kittel zijn al naar huis, maar hopelijk kan ik ten minste vanavond Alpe d’Huez nog meemaken. Als ik niet moet harken of zwemmen dan blijft de gevreesde inzinking achterwege.

 2163801-15a7bfcf08d4a38fad6d798e02461165.jpg 

Zie moeder, ik zou graag tot in Parijs geraken. Zou Toon alle gazetten kunnen bijhouden? Dan kan ik als ik thuis kom alles rustig nalezen. De andere coureurs beginnen mij al een beetje te kennen. Quintana heeft mij eens iets gezegd, maar ik verstond hem niet. Yves vertelde me daarna dat hij gezegd heeft dat ik niet zo rap mocht rijden, want dat hij me niet kon volgen. Dat geloof ik niet, want zo rap rijd ik ook weer niet. Ik weet dat je geen computer hebt. Dus als je mij wilt schrijven, is mijn adres: coureur numéro quatre-vingt dix huit, permanence du Tour de France, France. Elke dag verandert dat namelijk.

De beste groeten en vele kussen, ook aan Herman, Dirk, Toon, nonkel Hugo, de mannen van de Koekoek, mijn  supportersclub uit het Gildenhuis in Reet en zeker de rest van de familie niet vergeten.

uw liefhebbende zoon,

‘coureur quatrevingt diswiet’

 
Marcel Huysmans

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Marcel Huysmans om 17:09 Reageer op dit bericht Stuur door

SIMPELE DINGEN

SIMPELE DINGEN

 

Ik heb een haat-liefdeverhouding met jeuk. Soms is het als een intens genot om me, zoals paarden en runderen het doen, ergens tegenaan te kunnen schuren en dat onbereikbare, almaar weglopende plekje te pakken te krijgen en aan te vallen. De omgeving en het tijdstip verdwijnen in het niets wanneer het jeukt. Het zijn van die problemen waar je niet graag mee naar buiten komt en die behoren tot het intiem verborgen leven van een mens. Je kent zeker het onvoldane maar toch deugddoende gevoel om ergens op je rug te krabben tegen een kasthoek, muurtje of deurstijl. Het reddende aanschuurobject kun je volledig vrij kiezen, is erg persoons- en plaatsgebonden en bepaalt in erge mate de graad van efficiëntie van het reddend gebaar. De wet op de privacy is op deze materie weinig toepasbaar en dus veilig voor politici. Je moet er ook niemand vooraf schriftelijk van verwittigen of achteraf voor verontschuldigen. En toch wil je het niet aan de buitenwereld laten zien omdat het juist een gevoel van thuiszijn en ongezien genieten opwekt.

 

Het lijkt een beetje op het eergevoel van de fakir die zijn rug teistert met een regiment spijkers of naalden, al is die methode weldoordacht. Volgens de fysica wordt het lichaamsgewicht door het groot aantal spijkers van het spijkerbed verdeeld over de verschillende punten waardoor het fakirvel niet beschadigd wordt. Een wetenschappelijke theorie over rugkrabben bestaat bij mijn weten niet of is heel ver weg.

Het omgekeerde doet zich ook voor: als je geen circusfreak of slangenmens bent, duikt soms jeuk op dat ene plekje van je rug op waar je nèt niet bij kunt. Dan weet je met enige dichterlijke vrijheid: er staat geschreven en gedrukt, dat je moet krabben waar het ‘jukt’. Die veralgemening is wél gênant als je en plein public optreedt.

 2163254-5d75370b739beaa81f9d3f999149602a.jpg 

In het Jungle Book had Baloo de Beer er ook last van. Eerst vroeg hij aan Mowgli om op zijn rug te krabben en toen dat niet hielp, stond hij om zichzelf te verwennen en zo van de jeuk af te komen al schurkend en schurend tegen een palmboom te swingen. Hij zong trouwens: als je van beren leren kan… Dit werkt bij een mens natuurlijk ook, al kies je dan best bij een milde jeuk een berk en bij een nietsontziende scheelmakende jeuk een oeroude inlandse eik. Over voorkeuren, kleuren en smaken valt, zeker bij jeuk, niet te twisten. Je kan natuurlijk ook aan je naaste vragen om even te krabben. Wim Stevenhagen zei ooit om het intens genot te verhogen: ‘jeukt het op een rare plaats, krabbel er dan maar even naats.’ Sorry voor deze dichterlijke vrijheid, maar ze komt niet van mij. Jezelf krabben als je jeuk hebt, kan verslavend werken. Soms is het zelfs fijn om nog even door te gaan als je denkt dat de jeuk over is, omdat het zo fijn voelt. Maar nu weten we nog niet waaróm. Dus toch maar op zoek.

 

Onderzoekers van de Washington University School of Medicine in St. Louis stelden vast dat er serotononine vrijkomt tijdens het krabben en dit zorgt ervoor dat de jeuk in eerste instantie nog verergert. Je hersenen raken afgeleid van het jeukende gevoel door de ‘pijn’ die het krabben veroorzaakt en serotonine is een natuurlijke pijnstiller, maar ook een ‘voel-je-goed-hormoon’. Daarna voel je je ineens happy. Zo zie je maar dat zelfkastijding en genoegdoening dicht bij elkaar liggen. Je kan ook een stokje gebruiken, tegen een muur aanwrijven of gewoon iemand anders vragen om je te helpen krabben. Dan krijg je zeer verhelderende gesprekken zoals:” .. Ietsje lager… ietsje hoger…ietsje meer naar links… ietsje meer naar rechts.: oh, dat doet zo’n deugd…” Je kunt natuurlijk een uitschuifbaar krabstokje gebruiken, of zo’n houten model met schuine tanden, maar dat zijn al gesofistikeerde tools om eenvoudige dingen op te lossen. Voor minder dan één euro koop je zoiets bij bol.com en kom je meteen op de plekken waar je anders nooit voorbijkomt. Er zijn zelfs uitschuifbare ruggenkrabbers die na gebruik kunnen gereduceerd worden tot amper 22 centimeter. Zij worden meestal niet aan de goegemeente getoond.

2163254-a9df76efe9dc67fc80a623262249f945.jpg

Soms zakt de drang om te krabben snel weg en soms is het gewoon te lekker om ermee te stoppen. De ergste en ambetantste jeuk ontstaat op de rug, de schouderbladen en de enkels en dan is de verlichting van het krabben ook het grootst. Maar terwijl de verlichting wegzakt verblijft op sommige plaatsen op de onderarmen en de rug, blijft deze bij jeuk aan de enkels aanwezig; het krabben blijft dan genieten en één van de weinige dingen die je ongestraft mag doen. Niemand ziet mij. Krabben is de allerindividueelste oorzaak van een aller-individueelste emotie.

Je moet dus zeker niet krabben waar het niet jeukt.

 

Het besluit van deze literaire dwaling is dat er heel veel jeukvormen bestaan en nog meer manieren van krabben. Bij sommige jeukproblemen is het krabben zelf de remedie, omdat dan het probleem ook verdwenen is. Soms is het krabben ook een afgang, want dan eerst begint de jeuk.  Het begint met een onschuldige kriebel tussen de schouderbladen of onder je oksel en die kunnen meestal met een onschuldig kriebelingrijpen worden weggemoffeld. En over het uitbundig jeuken van muggenbeten en het pijnlijk tingeltangelen van brandnetels heb ik dan nog niet uitgeweid.

Mag ik daarom afsluiten met de treiterende slaapversje uit mijn kinderjaren: “slaap wel, en dek je toe met je gat bloot en veel jeuksel. Ik wens je een kort armpje zodat je je niet kunt krabben. Maar slaap toch maar zacht!”

Marcel Huysmans

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Huysmans om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

KEERSKEN IN EEN LANTEREN...

Keersken in een Lantèren…  

 

Eén van mijn eerste ‘openbare optredens’, waarvan ik mij nog vaag iets herinner, is dat ik als kleuter in de Sint-Jansstoet van Mol over de Rozenberg meestapte. Vol bewondering keek ik naar het likkend kaarsenvlammetje in mijn lantaarntje en had helemaal geen oog voor de mensen die traditiegetrouw de tweejaarlijkse kinderstoet zagen voorbijtrekken. Dat keerske was het middelpunt van mijn wereld. Het gebeurde altijd op de zondag vóór de feestdag van Sint-Jan (26 juni). Tot 2004 was er nog geld voorzien in de Molse begroting. Helaas, daarna was het vat en de portemonnee leeg en nu bestaat de Sint Janstoet niet meer. Uitgedoofde traditie noemen ze dat. De leerkrachten die er vroeger aan meewerkten, wisten welke grote voorbereiding dit vroeg en waren ervoor niet meer warm te krijgen. Wel ligt er nog heel wat kleding van deze stoet op de schoolzolder. Dat “keerske in de lantaren” heeft me altijd gefascineerd omdat geen wind en geen regen vat hadden op het oude supergezellige magische ding…

 

 2156309-53fd59f7cb5988b2adf191bff49e93d8.jpg 

Lantarens zijn er altijd in soorten geweest. Een heel bijzondere vorm van zaklantaarn, waarmee je katjes in het donker kunt knijpen en die energievriendelijk is omdat hij niet met batterijen werkt, is de knijpkat. Zeer binnenkort wordt de rode lantaarn opnieuw opgepoetst en spreekwoordelijk uitgereikt aan de wielrenner die laatste staat in het algemeen klassement van de Tour. Ook voor de voetbalploeg die laatst staat in het klassement is de lantaarn even rood want de rode lantaarn dragen brengt altijd enige publiciteit mee. Heel lang geleden hadden de mensen thuis ook een toverlantaarn staan. Het was een vierkant doosje met een lamp of een kaars in, met bovenop een klein schoorsteentje om de warmte af te voeren en aan de voorkant een lens en een schuifje. In dat schuifje werden stroken met plaatjes beschilderd glas geschoven, waarna de voorstelling kon beginnen. Het was de verre voorloper van de diaprojector die bij de jeugd ook onbekend is. De plaatjes gingen over zeer uiteenlopende onderwerpen, waren soms educatief of stichtelijk bedoeld of vaak tot leute en vermaak. Lantaarnisten noemde men vroeger ‘Luikerwalen’ omdat zij meestal uit Wallonië kwamen met een toverlantaarn op hun rug en hun voorstellingen op kermissen en in theaters opvoerden. Aan de hand van de plaatjes vertelden zij een verhaal en op allerlei manieren wisten zij die plaatjes tot leven te wekken, met schuifjes of draaimechaniekjes. Vanaf 1830 ontdekten religieuze en idealistische organisaties als het Leger des Heils en de drankbestrijding de doeltreffendheid van de toverlantaarn als een krachtig wapen tegen het onheil van drankmisbruik en andere 'slechte gewoontes', zoals roken en gokken. Helaas, nu is men zich daarvan niet meer bewust.

 

Het Midzomerfeest verwijst naar de zomerzonnewende op 21 juni en de voorchristelijke feestelijkheden die vroeger vooral in Noord-Europa plaats vonden. Oorspronkelijk vierde men dat op 24 juni, drie dagen na de feitelijke zonnewende (het begin van de zomer). Door de eeuwen probeerde men te waarschuwen tegen de gevaren van heksen en demonen die in deze magische nacht maar al te gemakkelijk hun slag kwamen slaan. In het Engels wordt een absurde situatie, waarin alles uit de hand loopt, aangeduid als midsummer madness, een uitdrukking die ook Shakespeare kende. Hij schreef er trouwens Midzomernachtsdroom over. De kerk, die alles met lede ogen aanzag, was een beetje jaloers en probeerde het Midzomerfeest te kerstenen (verchristelijken) met de Sint Jansviering ter gelegenheid van de geboorte van Johannes de Doper op 24 juni. De mensen geloofden dat planten op midzomer geneeskrachtige en magische krachten hebben en hiervoor plukten ze op deze nacht o.a. het Sint Janskruid. Vreugdevuren moesten hen beschermen tegen duistere krachten die vrij spel hadden vanaf het moment dat het aantal uren daglicht opnieuw afnam. Op de avond van 23 juni gingen alle wijze mannen en vrouwen kruiden plukken die ze de rest van het jaar gebruikten om mensen te genezen.

 

Het gerucht deed de ronde dat met Sint Jan de vrouwen gemakkelijker een vrijer konden vinden. In de zeventiende eeuw hingen zij daarom bloemen aan de huizen of boven de straat en feestten ’s avonds. Volgens een ooggetuige uit 1606 werd er gedanst en zong men “ijdelicke liedekens”. Als de vrouw dan een man wist te strikken, dan noemde ze hem “mijn Sint Jan”. Ook vertelde men dat tijdens die nacht en de daarop volgende morgen het onmogelijke kon mogelijk worden. Gezonken klokken begonnen zomaar te luiden, verdronken dorpen en kloosters kwamen boven water en verborgen schatten dreven zomaar boven. Spookverschijningen en overleden familieleden kon je in die nacht ook gemakkelijker tegenkomen. Het was waarschijnlijk geen toeval dat de kerk deze dag koos op de dag waarop zij Galilei dwong om zijn fouten en ketterijen af te zweren (de aarde is het centrum van het heelal). Maar zachtjes fluisterde hij in al zijn miserie ‘eppur si muove’ (en toch beweegt zij).

 2156309-51e5e61989a1ef023b18665f291db5be.jpg 

Sint Jan is een ommekeer in de natuur. De voorjaarsbloemen zijn uitgebloeid en de bloemen die in volle zomer bloeien komen op hun paasbest, al is het wel na Sinksen. Vlieren en lindes staan in bloei. Het hooi is binnen en het is afgelopen met de aspergeoogst. Het sint-janskruid met zijn gele bloemen is door zijn kalmerende werking ook verbonden aan het feest van Sint Jan. Insecten zingen in de blauwe lucht hun hemelarabesken en vogels fluiten onbelemmerd dat het een lieve lust is. De natuur geeft ons een geweldige overvloed en je voelt je meteen meegenomen in een bonte, warme zomerwereld. Wij willen naar buiten en de vakantie lokt.

En wat ik bij het keerske van mijn lantaren zo lang geleden nog geleerd heb, wil ik jullie heel stilletjes verklappen: wanneer je een takje van het Sint Janskruid in je schoen legt, kun je de volgende dag de dierentaal spreken. Woef! 

Marcel Huysmans

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Huysmans om 16:27 Reageer op dit bericht Stuur door

GOD ZIT U. HIER VLOEKT MEN NIET

GOD ZIET U. HIER VLOEKT MEN NIET!

 

In de Mechelse Catechismus is vloeken erg stiefmoederlijk behandeld. Bij de 447 vragen is er geen enkele over vloeken. Alleen bij de tien geboden van God lees ik bij het tweede gebod: 'zweer niet ijdel, vloek noch spot'. De uiteindelijke verklaring over vloeken moest vroeger wel in de klas gebeuren. Gezien het gemak waarmee we al eens een vloekje wagen, vraag ik me af of die uitleg wel voldoende was. Een vloek is een krachtterm met een godsdienstige oorsprong, zoals 'godverdomme' of 'jezus'. In ruime zin kan het ook wel staan voor iedere soort krachtterm. Een bastaardvloek onderging een klankverandering van een echte vloek, die daardoor een beetje minder aankomt zoals 'potverdomme' of 'jasses of 'potvolkoffie'. Een vloek is gewoon een 'soupapke' (ventiel) om agressie kwijt te geraken en om je emotioneel te ontlasten. Vloeken is de taal van de primaire emoties geworden en tegenwoordig zelfs een tussenwerpsel. Als men zijn trein mist, tegenwoordig een veelvoorkomend verschijnsel, daalt een 'shit' of een 'fuck' perron-geluk over de treinsporen. Kinderen denken niet aan de oorspronkelijke betekenis van zulke woorden. Maar ze leren ze wel van de grote mensen en ze gebruiken ze volop. Het gewicht van een vloek is fel verminderd en ze zijn blijkbaar bijna alledaags geworden. Kinderen snappen ook niet dat de grote mensen daar niet mee gediend zijn.

 2154437-12e4d5aaeddbec506b7919c46043fe74.jpg 

Als iemand per ongeluk met een hamer op zijn vingers timmert, lanceren mensen van gelijk welke taal of gelijk welke cultuur een krachtterm of meestal een uit de kluiten gewassen vloek. Dat is omdat vloeken pijn kan verlichten. Aan de Keele-Universiteit in Engeland dienden studenten zo lang mogelijk hun hand in ijskoud water te houden. Daarbij mochten ze naar hartelust God en Klein Pierke verdoemen. Daarna mochten ze de proef nog eens herhalen, maar deze keer alleen maar een onbenullige test aflezen. Vloeken werkte dus. Daarom vloeken mensen als ze zich pijn doen en verhoogt vloeken de pijngrens. Je wekt bij jezelf een agressiereflex op. Eens goed vloeken zorgt niet alleen voor een emotionele maar ook voor een fysieke respons. Emoties worden verwerkt in de rechter hersenhelft en de fijne taal in de andere hersenkant. Door te vloeken laten we zien dat we ons niet laten doen. Oorspronkelijk was een vloek een toverwoord en een machtsmiddel van magische mensen zoals priesters, tovenaars en magiërs. Binnen onze cultuur zijn er bindingen met 'zweren' en het gerecht. Een getuige of een beschuldigde kon Gods garantie inroepen door in Gods naam te zweren of bij God zelf. De beklaagde vroeg God dan om borg te staan voor zijn goede trouw. Hij stelde zich zelfs bloot aan de goddelijke woede in geval van een meineed, zoals geformuleerd in de moeder aller vloeken 'God verdoeme mij als ik de waarheid niet spreek'.

 

Ben jij een vloeker? En helpt het? Hoe vloek jij? Heb je een uitgebreid repertoire of is het eerder van bescheiden komaf? Je moet niet meteen hardop antwoorden. Vloeken is bijna 'des mensen 'geworden. Bij sommige mensen bouwt een vloek een echte rem in omdat zoiets niet tot hun gewone taalschat behoort. Bij mijn vava hing een straffe met goud omrande vermaning tegen de muur: 'God ziet mij, hier vloekt men niet!' Vloeken zijn niet in alle situaties bruikbaar of aanvaardbaar. Omdat ze ontstaan in het godsdienstige kader, zijn ze bij de meeste mensen aanstootgevend. Vloeken die afgeleid zijn van de naam van God of van Jezus, zijn in strijd met het tweede gebod dat het 'ijdel' gebruik van Gods naam verbiedt. Is de vloek van een atheïst even krachtig als die van een gelovige? Wat doen zij als ze met de hamer op hun vingers slaan? Misschien voelen zij zich wel geremd omdat ook zij de naam van God niet durven of kunnen gebruiken in hun krachtwoorden. Even een overzichtje. Bedenk maar eens goed of je er één van gebruikt hebt en in welke omstandigheden: 'ochgod, mijne god, godmiljaar, godalmachtig, jesses en jakkes (jezus), jezus mina, duivels, alle deksels, godverdomme, potverdomme, potdorie, potverdikke, nondedju, sakkerdju.' Je ziet het: ze komen uit alle talen! Voilà, da's genoeg geweest voor vandaag: het zou nog een gewoonte kunnen worden. Maar het lucht wel op.

 2154437-340992aa49c216fac5560436e348f5e2.jpg 

95 procent van de automobilisten vloekt in de auto op andere weggebruikers en meer dan je denkt. Naar het schijnt is er daarbij geen verschil tussen mannen en vrouwen. Jong én oud vloekt in het verkeer, maar de frequentie neemt af met de ouderdom. Hoewel... Ouderen reageren meer binnensmonds. De groep tot 35 jaar spant de kroon met luidkeels en veelvuldig roepen, desnoods met de nodige gebaren. Dan verandert de woordenschat in: 'onnozelaar, zot, idioot, melkboer, duivenmelker of pipo'. Creatievelingen houden het bij bloempot, grasgeit of platte pannenkoek. Sommigen zeggen: ‘wie verbiedt ons nog te vloeken, nu God ons niet meer ziet?’ Ziet God ons wel? Volgens dat kadertje bij mijn vava zeker en dat heeft hij heel zijn leven verdedigd. Er wordt behoorlijk wat verbaal geweld gebruikt, ook op de radio, de televisie, in songs en films. Kinderen raken van kleins af vertrouwd met vloeken. Trouwens, als grote mensen zo vaak vloeken, wat kan daar dan verkeerd aan zijn? Al op zeer jonge leeftijd kunnen ze plezier beleven aan vieze woorden. Als de omgeving er dan om lacht, wordt het kind als het ware  beloond. Later leren kinderen misschien dat ze door te vloeken hun eisen kracht kunnen bijzetten. Of dat ze door beledigingen of door uitbarstingen van woede makkelijker hun zin krijgen. Zo worden ze aangemoedigd om agressief en onaangepast gedrag te ontwikkelen en dat hebben ze van diezelfde grote mensen geleerd. Onder invloed van televisieseries en internet duiken Engelse scheldwoorden als shit, damnenfuck op. Voor 25- tot 50-jarigen behoren ze tot het gewone taalgebruik. Zelfs zeventigers zijn niet te verlegen om shit in de mond te nemen. Jong en oud vloeken dus steeds meer in het Engels.

De vloekende mens is ontkerkelijkt en daardoor moeten Jezus en Maria het niet langer meer ontgelden. Vloeken is echt niet meer wat het geweest is. De krachtterm is gebleven, de betekenis veel minder. De scheldwoorden uit de 'oude doos' zijn vaak milder, spontaner en een stuk minder agressief. Door hun vaak grappig tintje helpen ze dikwijls om de angel uit een ruzie te halen en de lucht weer blauw te laten zijn. Godzijdank!

Marcel Huysmans

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Marcel Huysmans om 10:35 Reageer op dit bericht Stuur door

SJOTTERKES EN SPORTVERDWAZING

SJOTTERKES EN SPORTVERDWAZING

 

De uitdrukking ‘Panem et circenses’ of ‘brood en spelen’ is een voorbeeld van hoe de Romeinen de gunst van het volk wisten te winnen door aan oppervlakkige behoeften als eten en vermaak te voldoen. Het was een uitspraak van de Romeinse dichter Juvenalis die nog altijd telt. Die zei: ‘vroeger verkochten we onze stem aan niemand. Tegenwoordig heeft het volk de macht afgestaan. Eens benoemde de burger militaire hoge pieten, ambtenaren en politiekers. Nu beperkt het volk zichzelf en hoopt alleen nog op ‘brood en spelen.’ In Rusland, waar de wereldbeker plaats vindt, heet dat ‘хлебизрелища (brood en spektakel). Zelfs bij Poetin is dat waarheid (pravda).

In het amfitheater, het circus en het Colosseum konden de Romeinen live beleven hoe gladiatoren elkaar op leven en dood bevochten en hoe men uit de bocht vloog of te pletter smakte tegen de grond. Zonder play-station. De Romeinen juichten zoals wij dat doen bij het voetbal. Bij die evenementen gaven keizers hen gratis eten en drinken: letterlijk brood en spelen dus. Zo werd het volk dom en rustig gehouden en was iedereen content. Van maandag tot vrijdag werken we van 9 tot 5 en als we thuiskomen, zetten we met een vloeiende zapbeweging de televisie aan. Het weekend is een feest waarbij sommigen hun frustraties afreageren op de scheidsrechters en op de tegenstanders van hun favoriete sportploeg. Maar die wereld is vooral kassakassa geworden.  

 2153189-ac104abe233488b4c5b82070f3b818f1.jpg 

Is er in twee eeuwen iets veranderd? Alles is blijkbaar nog zoals toen. De rijke topvoetballer dribbelt met zijn nieuwe nikes de tv-schermen plat. Dat sportschoenen in Bangladesh gemaakt worden door kinderen van 8 jaar die 14 uur per dag werken, is het minste van hun zorgen. 100 euro kost zo’n paar sportschoenen. Voor de arme kindjes is dat toch heel veel, denk je dan. Als de rijke Belg toevallig op televisie een reportage ziet over de schuldslavernij in Zuidoost-Azië, lijkt hij ervan aangedaan. Het slaafje krijgt 1 euro per dag voor 14 uur handenarbeid. Datzelfde Nike betaalt tennissers, voetballers, golfers en andere ‘atleten’ miljoenen per jaar. Eerlijkheid loert in onze maatschappij om het hoekje en dat zie je niet! De enige reactie die we in huis hebben: we kunnen er toch niets aan doen!

 

Koning Voetbal en Keizer Euro. Na het voorbije seizoen verklaarde de meest vooraanstaande parelwitte Belgische club dat de cijfers al vele jaren donkerrood kleuren. Zonder de inkomsten van de Champions League of uitgaande transfers boekte Anderlecht vorig jaar meer dan 43 miljoen verlies. Zonder die inkomsten kon het niet eens zijn lonen uitbetalen.Men speelt hoofdzakelijk voor het geld en niet (meer) voor de sportieve uitdaging.  Spelers worden wisselgeld om de balans nog een beetje naar de goeie kant te laten hellen. Supporters ondergaan lijdzaam de verhoging van de abonnementen, want… ze hebben nood aan brood en spelen! Ook in de week is er geen gebrek aan voetbal. Televisiezenders betalen zich blauw aan televisierechten omdat de sportieve Belg de belangrijke matchen niet wil missen. Wie alle matchen op teevee wil bekijken, moet aan verschillende zenders afdokken om de superlonen van de heren voetballers mogelijk te maken. Zolang voetbal dé tv-sport blijft en heel Europa aan het scherm gekluisterd houdt, blijven de spelers vet betaalde artiesten in een fake- en fictiebusiness. Dat heet brood en spelen van de 21ste eeuw. De salarissen hebben niets meer met voetbal te maken wel met business. Wie veel publiek trekt, wordt nu eenmaal schatrijk op de kap van een ander.

De verdwazing is meteen gestart. De eerste match is nog niet begonnen en er is al ‘duivelsmoeheid’. Het geleverde voetbal is niet altijd reclame. Voor alles is er een uitleg en de voorbije match is eigenlijk niet zo belangrijk, want in de volgende gaat het gebeuren. Een politieker zou het niet beter kunnen zeggen. Positief blijven is het belangrijkste, ook als het niet zo positief is. Achteraf denken is altijd gemakkelijker en zo kun je aan alles een uitleg geven. Er zijn wel 13 Rode Duivelssongs geschreven maar de meeste worden nooit gedraaid, zeker niet gezongen en dikwijls onverstaanbaar. Om alles spannender en geheimzinniger te maken werd het ‘achter het handje spreken’ ingevoerd en liplezen verhoogt de speculatiewaarde van wie Sherlock Holmes wil spelen.

Het stadion is onze tempel geworden en de televisie onze kerk. Voetbalvirtuozen zijn de goden die met ware hartstocht aanbeden worden. Wereld en kerk gaan hier als gezworen kameraden samen hand in hand. Een mensenstroom verdringt zich om in de stadions een plaats te bemachtigen, terwijl anderen aan het scherm gekluisterd zitten om zich te vergapen aan de valse religie. Misschien had Johannes-Paulus II toch gelijk: ‘van alle onbelangrijke zaken is voetbal het belangrijkste geworden’. Je weet dat de paus toch onvijlbaar is!

Sporten is mooi en goed voor je ontwikkeling. Sporten vormt je karakter. Met sporten verbeter je je sociale vaardigheden. Ik heb een grote bewondering voor al die vrijwilligers die belangloos hun vrije tijd in de sportclub stoppen om de jeugd de geheimen van spelen en samenspelen te leren. Bij de sport zoals ik die tegenwoordig in mijn krant lees en die in tv-programma’s urenlang van commentaar wordt voorzien, haak ik af. Daar gaat het niet meer over sport en sportiviteit. Daar gaat het over keiharde business. Dan is sporten ineens niet meer mooi en niet goed meer voor de ontwikkeling en het karakter. Dan worden sociale vaardigheden eerder afgebroken dan opgebouwd. Het enige doel van deze sport is winst en roem. Dan gaat mijn televisie af.

 2153189-612085951f3e8ed6a15db7355f680faf.jpg 

Daar komen vodden van. De top is maar aan een beperkt aantal mensen voorbehouden en niet voor iedereen is eer, media-aandacht en rijkdom weggelegd. Als de sporter daarmee wordt geconfronteerd, moet de psychiater meteen een oogje in het zeil te houden. Wordt er niet gewonnen, dan zetten we de boel op stelten, breken we de tent af en dreigt de crisis. Ouders en grootouders roepen langs de lijn tegen hun kinderen en kleinkinderen dat de poten van hun tegenstanders een effectiever doelwit zijn dan de bal. Zo gaat dat als we het spel uit het oog verliezen. De schoppende mens of homo frustraticus is in de plaats van de homo ludens gekomen. Zo leren kinderen dat alles om geld draait. Of niet?  Laat mijn enthousiaste kleinkinderen dan maar demonstreren wat en hoe een cross-over, een panna, een Zidane-draai en een panenka-penalty worden uitgevoerd. Of laat ze gewoon maar met de sjotterkes spelen. Daar heb ik tenminste nog plezier van.
Marcel Huysmans

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Huysmans om 15:27 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Schuinschrijfsels

↑ Terug naar de berichten