Naar de inhoud

Schuinschrijfsels

inktlekken uit mijn pen
seniorennet.beseniorennet.be

DURVEN VERANDEREN VAN KOERS

DURVEN VERANDEREN VAN KOERS

Voor mij is nieuwjaar een moment waar ik niet echt naar uitkijk. Het geeft me een dubbelbodemgevoel: nieuw en tegelijkertijd oud. Je spreekt tegelijk van Oudejaar en Nieuwjaar. Enerzijds is het terugdenken aan het voorbije jaar. Ik heb een paar goede vrienden en familieleden verloren, de meesten geveld door een niets ontziende ziekte. Anderen zijn zomaar ineens weggegaan, zonder dat ik nog kon afscheid nemen. Het maakt me iedere keer weemoedig en ik voel de behoefte om aan diegenen die achterbleven nog eens te vragen hoe het met hen gaat. Zo denk je ook aan diegenen die er niet meer zijn. Naarmate je ouder wordt, is het volgende nieuwe jaar nog onzekerder. De weg naar de eigen laatste rechte lijn is dat ook. Onbewust schrijf je minder of weinig ijkpunten, doelen en verwachtingen op je te-doen-lijstje.

2292319-3b0fbcbe162e8c0e45e0fbe1ed134c3a.jpg 

Het is een feestdag waarop heel veel zogezegd moet en waarbij heel veel traditie komt kijken. Is nieuwjaar wel echt zoals als het lijkt of voorgesteld wordt? Hoe eerlijk en gemeend zijn geformaliseerde wensen of zijn het woorden in de wind? Krijgt de verpakking van de eindejaarscadeautjes wel het respect die zij verdient? Heel wat energie, moeite, geld en extraversiering wordt geïnvesteerd en daarna grofweg verscheurd om liefst zo vlug en zo ver mogelijk van het feest in de vuilbak te belanden. Soms is het zelfs te veel om die restanten ecologisch te sorteren. Samen met confetti, rolbandjes, kurken stoppen en gekke hoedjes zijn zij de stille getuigen van overdadig gevier. Krijgt de champagne wel de kans om in alle rust zijn kwaliteiten te laten proeven in plaats van vlug gedronken te worden als een doodgewone bubbelfles? Waar ligt de grens van genieten?

 

Zijn de cadeautjes niet belangrijker geworden dan de intentie die er achter zit? Is het niet omdat we zelf niet meer kunnen zeggen in onze hebberige overvloed wat we nog kunnen wensen. Is gewoon wensen wel goed genoeg? De waarde van de cadeaus wordt uitgedrukt in euro’s, niet in echtheid of gemeendheid… En met die cadeautjes zijn we niet altijd content, tenzij we echt weten met welke intentie ze gegeven zijn. Alles bij mekaar geven al die nieuwjaarsernstige dingen aanleiding tot een geestelijke en lichamelijke indigestie die maar een paar dagen duurt. Het beste moment van oud- en nieuwjaar komt, als het allemaal voorbij is.

 

We zijn slachtoffers geworden van gewoontes, van hoe het moet en van wat er allemaal nodig is. Van ‘mogen’ is stilaan meer ‘moeten‘ geworden. Vroeger kenden we het ‘doordoen’ of langer opblijven en verder feesten tot het licht weer in de lucht zat. Van een moderne nieuwjaarskater krijg je geen haarpijn maar wel een opgepompt gevoel, opgepimpt met verboden vuurwerk en knallers waarvan je helemaal geen goed gevoel krijgt en waar honden en paarden ook niet zo tevreden mee zijn.

In tijden van smartphones en tabletcomputers is er gelukkig nog één traditie overeind gebleven: de nieuwjaarsbrieven. 1 januari blijft de dag waarop duizenden kinderen hun wensen voorlezen aan ouders, grootouders, peters en meters: een typische Vlaamse aangelegenheid, enig in de wereld. In Wallonië bestaat die gewoonte niet. De oudste sporen ervan vinden we terug in de 16de eeuw. Toen waren het nog Latijnse brieven, in dichtvorm geschreven. Van oorsprong situeerden die schrijfsels zich in de hogere kringen. Vanaf de 20ste eeuw schrijft men de wensen in de klas. Voor de 'groteren' is deze brief het eindresultaat van ettelijke lessen 'schoonschrift'. Vlekken,vegen of nog erger, dt-fouten, betekenden in de vorige eeuw onherroepelijk opnieuw beginnen, want die mochten niet met tintenkiller of met een gum uit de wereld worden geholpen. Tot in dehelft van de jaren '70 werd een verzameling holle frasen gecreëerd, maar nu zijn er pareltjes van emotierijke eenvoud bij die traantjes kunnen uitlokken, zowel bij zender als bij ontvanger. De opvallendste opmerking die ik een paar keer heb gemaakt bij de nieuwjaarsbriefing van mijn kleinkinderen was: 'je ziet dat ze allemaal een beetje groter beginnen te worden.' Ook die geneugte zal binnen een paar jaar afgelopen zijn.

2292319-fb6544a3dffb4f2d7750d3d7eeefddd2.jpg

Vandaag wil ik een welgemeend proficiat sturen aan elke politieker die zich zo noemt en die toegeeft dat hij af en toe zelf iets fout doet. Ze zwemmen dungezaaid in de uitgestrekte zee. Dat ze zich al eens vergissen is menselijk, maar blijven volharden is ‘des duivels’.De oudere Cicero (106-43 v. Chr.) zegde ooit waarop het stond: “Heren volksvertegenwoordigers, als er vergissingen zijn begaan door het feit dat wij op een schandelijke wijze in onze verwachtingen werden bedrogen, dan moeten we terug naar de juiste weg. De veiligste haven voor iemand die zijn vergissing inziet, is hierin gelegen dat hij een andere koers gaat varen, dat hij verandert van inzicht.” De echte Cicero’s onder ons zijn soms ver te zoeken. Nog weinigen kunnen zo praten en bij dergelijke uitspraken lopen ze de kans om verbannen te worden naar de rust van de Europese asielcentra van Brussel of Straatsburg of in de coole vergeetput van een of andere afgedwaalde gemeente. Politiek is een bezigheid van lijntjeshouderij geworden. Hopelijk krijgen we nu toch een regering die de ernst van de situatie inziet en die een grotere taart bakt voor meer mensen, in plaats van ineens taartstukken van een kleine taart uit te delen zonder te weten hoe men ze zal bakken. De echte problemen worden eerst gecreëerd en dienen opgelost door diegenen die na ons komen. Dat heet negatieve toekomstwaarborg.

 

Nieuwjaar is te weinig nieuwjaarke zoete: teveel feest voor onszelf en minder voor de anderen. De economie heeft zich de feestdagen toegeëigend en zowel kerst als nieuwjaar opgedragen aan de commerce. In die poppenkast mogen wij als poppen bewegen aan de draden die boven ons geregisseerd worden. We verzuipen de warme sfeer in smulpartijen en cadeauregens. Daarna blijft er meestal de ontnuchtering over, letterlijk en figuurlijk. We hebben het feestvieren verleerd en herleid tot flessen en schotels, confetti en vuurwerk en kunstmatig lawaai.De gekoesterde kater van het uitbundige feestje moet het dikwijls afleggen tegen de eenzaamheid van het menselijk hart. Het gewone leven en de ratrace kunnen niet vlug genoeg herbeginnen. De koers van de boot is niet zo belangrijk. Dat hij al bijna een heel jaar blijft varen, vinden we al genoeg!

Marcel Huysmans

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door Marcel Huysmans om 15:39 Reageer op dit bericht Stuur door

DE KLEINE DENNENBOOM DIE GROOT WILDE ZIJN

DE KLEINE DENNENBOOM DIE GROOT WILDE ZIJN

In een groot donker bos groeide een kleine dennenboom. Die wilde alleen maar groter worden. Hij keek op naar zijn grote broers en maakte zich geen zorgen over een warme zon of een frisse wind. Hij zag de kinderen niet die bosbessen plukten en riepen ‘kijk eens wat een coole kleine dennenboom!’. Dat wilde hij niet horen. Alle dagen groeide hij een beetje. Er kwamen regelmatig takken bij maar hij bleef zuchten: ‘was ik maar groot, dan kon ik de blauwe hemel voelen en de vogels nesten laten bouwen in mijn hoogste tak.’ In de winter kwam Piet Konijn en sprong zomaar over het boompje. “Niet doen, konijn”, riep het boompje verdrietig. De volgende winter had hij zo zijn best gedaan dat Piet niet anders kon dan een omwegje maken.

2289091-101902c3d4b25ed77ce8b69ca022357f.jpg

Drie seizoenen later kwamen houthakkers met hun scherpe zagen en hakten de grootste bomen om. Die vielen met een doffe plof neer en iedere keer leek het grote dennenbos zijn adem in te houden. De vogels durfden niet meer zingen en de wind stopte met waaien. Alle takken werden weggezaagd, de rechte stukken op karren gelegd en zonder poespas afgevoerd. Ze wisten niet waar ze naartoe gingen en wat er verder zou gebeuren.

 
In de lente vroeg het boompje aan de zwaluwen waar de grote bomen waren, maar zij gebaarden van krommenaas en zegden: ‘zorg maar dat je hier in het bos gelukkig bent!’ Een ooievaar die voorbij vloog klepperde naar beneden: ‘ver van hier heb ik schepen gezien met grote sterke masten en ze roken naar dennenhout.’ En het kleine dappere boompje antwoordde: ’ik wou dat ik ook zó groot was om ver over zee te kunnen varen!’ Kleine Sparremans bleef maar dromen over zee en grote masten en jammerde als de kinderen over zijn takken aaiden. De vogels kwetterden: ‘wees blij dat je niet wordt omgehakt.’ De wind fluisterde: ‘je weet niet hoe goed het is jong te zijn’ en de zon troostte: ‘je hebt een luxeleven in het bos’. Maar het boompje verstond het niet en bleef ongelukkig.
 
Toen werd het december en de sneeuw bedekte de grond en de takken met een pelletje koude sterretjes. Tegen kerstdag kwamen de houthakkers terug, keurden deze keer de kleine boompjes en hakten de mooiste om. De sneeuw werd van hun takken geschud, ze kregen een groen netjasje rondgeschoven, werden op een kar gelegd en verdwenen langs het bospad waar ook de grote dennen vertrokken waren. Het voelde zich nog eenzamer en klaagde: “waar gaan zij naartoe? Ze mogen hun takken houden en worden misschien ook masten voor een schip!”. Hij begreep er niks meer van, schudde zijn takjes en verstond niet waarom ze hem niet gekozen hadden. De mussen aan zijn wortels hadden in de stad door de ramen gekeken en gezien hoe mooi versierd ze waren: “ze worden in de mooiste en warmste kamer van het huis geplant en omhangen met kleurige ballen, gouden slingers en honderden lichtjes. Aan hun voeten liggen de mooiste pakjes met rode en groene strikjes aan!” Het boompje vond meteen dat zoiets misschien nóg beter was dan als mast naar verre landen te varen, hoewel het zich afvroeg wat er later met die boompjes gebeurde. Ook dat wisten de mussen niet en raadden hem aan toch maar te genieten van de frisse lucht in het bos. Het boompje treurde en bleef triestig.

 

Twee jaar later was het dennetje al een beetje den geworden en de kinderen kwamen voorbij en riepen: “opa, kijk eens wat een mooie boom!” Hij voelde zijn naalden strak omhoog komen en tegen Kerstmis voelde hij zich gelukkig toen hij werd uitgegraven. Maar dat geluk duurde niet lang, want na een doffe plof voelde hij zich meteen een beetje triest. Hij was helemaal niet gelukkig, kreeg grote schrik en besefte dat hij zijn vrienden moest achterlaten. Toen rolden er dikke harstranen over zijn takken bij de gedachte dat hij de bloemen en vogels nooit meer zou terug zien.

Hij kreeg een prijskaartje aangebonden en een fiere man met een mooie groene jas droeg hem voorzichtig een groot huis binnen. In een prachtige kamer met grote vazen, zetels en tafels vol speelgoed werd hij zomaar in een grote pot geplant met zand aan zijn voeten. Toen versierden kinderen hem en omdat hij nu kerstden was geworden trilde hij van vreugde terwijl hij alsmaar mooier werd. Hij kreeg slingers, kleurige ballen en meer dan 100 lampjes netjes over zijn takken verdeeld. Onderaan lagen mooi ingepakte cadeautjes, ook met groene en rode strikjes en ’s avonds werden al die lampjes aangeknipt. Zo fel had hij nooit geglinsterd en gefonkeld en voelde zichzelf keigelukkig omdat de kinderen in de handen klapten en de grote mensen zagen dat het goed was.

Heel de familie gourmette met zelfgemaakte sausjes, taart en ijs en toen zongen ze rond de boom heerlijke liedjes. De kinderen mochten pakjes openen en brieven voorlezen. Iedereen was tevreden met zijn geschenkjes en niemand bekommerde zich nog om de kerstboom. Opa vertelde leuke verhaaltjes bij de open haard en toen het nog later werd, gingen de kleintjes naar bed en stilletjes hoopte het dennenboompje dat het de volgende dag opnieuw snoepgoed en pakjes zou krijgen.

2289091-7359a353930400b03980b2af10eb6af8.jpg

Enkele dagen later belandde hij in een zwarte zak in een stoffige hoek op een zolder en toen ging de deur dicht. Hij vroeg zich af waarom hij niet in de mooie kamer mocht blijven en hoopte om in de lente weer naar buiten te mogen. De eerste dagen zag hij niemand meer tenzij een kleine muis die hem troostte door te vertellen dat zij het daar wel gezellig vond. Maar het boompje hield niet van muizen en vond vogeltjes veel vriendelijker. Het voelde zich triest en droomde over hoe groen het bos wel was en hoe lekker het gras kon ruiken na een frisse regenbui…

Midden in de zomer werd de zolder opgeruimd en hij belandde buiten. Hij werd in mootjes gehakt en daarna in brand gestoken. Toen bleef er alleen maar een hoopje as over…

Marcel Huysmans

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Marcel Huysmans om 17:03 Reageer op dit bericht Stuur door

NU KAN IK HET WEL VERTELLEN

NU KAN IK HET WEL VERTELLEN

 

Ogen toe! De wind waait door de bomen en ik staak mijn wild geraas. Ik lig moe languit in de zetel… Mijn flatscreen wordt waziger, krijgt bibberende strepen en zachtjes dommel ik in. Het glaasje sangria deed me soezen. Veel dingen tegelijk doen, is moeilijk. De volgende week ga ik weer losjes over de kindertongen en ik ben weer een jaartje ouder. Bij tijd en wijle wil ik veel voorkomende vragen in één zak stoppen en ze gezamenlijk beantwoorden. Zoals kindervragen. Daarom verklap ik in deze brief een aantal Sinterklaasgeheimpjes die anders te veel tijd vragen om gedetailleerd uit te leggen. Ik schreef ze op en mijn opstel presenteer ik nu op de achterkant van enkele papiertjes die nog in mijn Sinterklaasboek parkeerden om over te schrijven. Maar... eerst wil ik jullie mijn antwoorden toevertrouwen want... Volgende vrijdag is het weer zover en dan moet alles op paardenvoetjes lopen.

 2285098-7cbe1b9eb4d41f9c4c22eced324d7ef3.jpg

Vóór ik zwaar nadenk, zet ik altijd mijn mijter af, sta rechtop achter mijn bureau, haal diep adem en schuif mijn pantoffels weg met de kousen erover om te vermijden dat iemand er tersluiks cadeautjes in achterlaat. In Spanje maken we alles klaar. Dat vraagt tijd en voorbereiding en iedereen die daarbij helpt, is gelijk. Toen ik zo'n honderd jaar geleden in Vlaanderen kwam om kleine kinderen jaarlijks met cadeautjes en lekkers een feest te bezorgen, legde ik gewoon de geschenkjes voor de deur. Dat was niet leuk, te simpel en helemaal niet spannend. Toen ik op een avond zag hoe de maan door de bomen en achter een schoorsteen scheen, had ik een inval. Ik moest en zou door de schoorsteen komen. Maar de weg tussen wens en werkelijkheid is geplaveid met scheve gevaarlijke daken. Meteen besefte ik dat ik daarvoor onvoldoende lenig was. Spaanse vrienden wilden me helpen. Let wel, het waren witte vrienden. Na één klim- en daalpartij viel mijn frank. Ik noemde mijn vrienden Pieten maar ze gingen wit in de schouw en kwamen er zwart uit. 's nachts vielen ze niet op, ook niet in de maneschijn. Ik besloot meteen om het voortaan altijd zo te doen. Vóór ze het dak opgingen, maakten ze zich een beetje zwart als startkleur en na een paar op- en neertochtjes waren ze helemaal donker. Zo kwamen de Zwarte Pieten aan hun eretitel. Ik geef hen de pakjes aan en zij leggen ze binnen bij de schoorsteen. Vooraf leren ze noklopen, schoorsteenklauteren en fluisterstappen. Zij vullen de zakken vullen en lezen de dakenkaarten. Omdat het wel spannend is, blijven we dit zo doen.

 

Heb je mij al echt op mijn wit paard over daken zien rijden? Dat is mijn groot geheim. Ik heb nog nooit met Slecht Weer Vandaag aan dakrijden gedaan! Zoiets gebeurt alleen maar in verhaaltjes. Het is altijd glad als het regent of sneeuwt. Antislipschoenen helpen niet en het is pikkedonker. Ik blijf liever met vier paardenbenen op de grond, maar voor tekeningen of beelden is dakrijden mooier. Vertel het nooit verder, want dit is een beroepsgeheim! Iedere keer dat ik dit vertel, steek ik ook mijn rechter wijsvinger in de hoogte: absoluut top secret! In het buitenland laten ze een verhaal, een verzinsel of een legende gewoon voortleven en dat moeten ze in de Europese Gemeenschap ook maar doen. Niet discussiëren, maar doen! Denk je dat ze in Amerika de Kerstman willen veranderen? Klaagt er iemand over rendieren die 's nachts en in de kou moeten vliegen? Of dat die rendieren geen vliegopleiding hebben gehad? Neen! In Europa zijn er te veel mensen die het beter weten of het denken te weten, of die zich vervelen en dan maar iets geks bedenken. Wij noemen zoiets bemoeizucht. Zij kennen dat niet. Het echte Sinterklaasverhaal is onbekend en kinderen willen zij ook met opzet 'negeren'. Sommigen vinden dit werkwoord zelfs racistisch...

 

Het is heel moeilijk, om geen feest van hebberigheid te creëren. Cadeaulijstjes opstellen is fijn, maar ik kies liever zelf. Dure dingen geef ik liever niet. Wat me wel pleziert, is dat kinderen 's avonds bij de haard het hele Sinterklaasrepertoire zingen. Ik hou vooral van klassiekers, ook al zitten daar soms bange zinnetjes in. Zoals in Zie ginds komt de Stoomboot: 'zijn knecht staat te lachen en roept ons reeds toe. Wie zoet is, krijgt lekkers, wie stout is de roe.' Die laatste zin is helemaal niet waar en de kinderen moeten van mij altijd zingen 'wie stout is, tralaloe'.  

 

Ik moderniseer al een tijdje, al ben ik een traditieman met rode jas en mijter. Ik kom met de stoomboot en rijd op een paard in plaats van de auto te nemen. Ik gebruik mijn groot boek, maar heb wel een laptop. Daar loop ik liever niet mee te koop. Mijn nieuw systeem om te weten waar alle kinderen wonen, heet Piet-Piet. Je tikt een adres in en kees is klaar. Vroeger kon ik ook iedereen vinden.Ik hoef door de crisis geen Zwarte Pieten te ontslaan. We hebben geen arbeidsovereenkomst en werken enkel met witte kassa's. We zijn er gewoon, maar niet altijd met evenveel.

 2285098-4c26493f59b9039c1f3efc8def25637c.jpg

Ik wil eindigen met een privénoot. Dat doe ik niet zo gemakkelijk. Ik ben een wat oude man en maak me bijna nooit zorgen en ben gewoon leeftijdloos. Ik ben wijs als het me uitkomt, maar tegendraads als dat beter lijkt. Belangstelling heb ik graag en word graag aardig gevonden, om niemand schrik aan te jagen. Volmaakt ben ik zeker niet. Ondeugden heb ik wel. Zo ben ik dol op snoepen en houd van een goeie Duvel met het kroonkurkje er nog op. In mijn jonge jaren ben ik een paar keer verliefd geweest. Over Esmeralda is zelfs een verhaal geschreven. Ik durf het niet meer lezen want iedere keer krijg ik tranen in de ogen en word heel triestig. Nog één goede raad van Sinterklaas zelf: één van de weinige manieren om te laten zien dat je meedoet met de 'jeugd van vandaag' is het feit dat je geloof in Sinterklaas, ondanks alle hindernissen van de tijd, intact is gebleven. Het weze zo, bij het donkerzwarte roet van Zwarte Piet.

Marcel Huysmans

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Marcel Huysmans om 22:11 Reageer op dit bericht Stuur door

VOOR-DENKEN VOORKOMT NA-DENKEN

VOOR-DENKEN VOORKOMT NA-DENKEN

 

Toen ik nog lijfelijk naar het voetbal ging kijken, voelde ik mij als een geremde voetbalanalist anno 2019. Toen bestond dat woord nog niet, nu haalt men daar oude en oud-voetballers voor uit de kast om minutenlang over een match blabla te voeren voor al diegenen die in slaap gevallen zijn, of na de reclame zijn wakker geschoten. 21 jaar was ik een verwoed supporter van Germinal Ekeren. Je weet wel, de roodgele ploeg die uit het Veltwijckpark verdween omwille van een burenruzie en die Beerschot nog een aantal keren van de ondergang redde tot een Judasgreep van Vanoppen voor de uiteindelijke begrafenis zorgde. Vanaf dan (2013) haakte ik af als supporter. Sinds 6 jaar heb ik geen live-voetbalmatch meer gezien. ‘Lijfelijk’ voetbal kijken was voor mij een private bezigheid in het openbaar waarin ik meegezogen werd, vooral door mijn tribuneburen. Dribbelde een voorspeler doelbewust het zestienmetergebied binnen, gaf hij een gemillimeterde pas naar een wuivende collega en liet die knullig de bal van de voet lopen, dan zegde mijn buurman steevast: “hij had beter zelf geschoten!" Ik moest hem gelijk geven. Die spits kwam even later weer in een vergelijkbare situatie en schoot nu zelf op doel, maar metershoog over. Dan sprong diezelfde buurman met de twee handen in de lucht en brulde overtuigend: "hoe is dat toch mogelijk? Staan daar nog twee spelers vrij en toch schiet hij zelf!". Dan schoof ik eventjes ongemakkelijk over mijn tribunezitje, zegde niets, dacht een en ander in stilte en maakte me niet druk, want van de match wilde ik geen seconde missen... Supporters kunnen altijd overtuigend een fase beoordelen, vooral wanneer ze het resultaat al gezien hebben. Zo is het heel gemakkelijk om gelijk te krijgen! Dat kun je proberen tijdens de halftime.

2283564-725b573db8c80bb8ada31b373e9e1be8.jpg 

De Griekse God Prometheus (letterlijk de vooraf-denkende) en zijn broer Epimetheus (de na-denkende) moesten van Zeus ooit de mens fabriceren. Zij maakten een man, maar omdat die doodongelukkig was, stal Prometheus een brandende toorts uit de Olympus en schonk het vuur aan de mens om zich te verwarmen. Zeus was razend en vond het verraad zo erg dat hij de twee broers wilde straffen. Om hen niet te beledigen gebruikte hij een omweg. Hij vroeg aan vuurgod Hephaistos om uit water en aarde een vrouw te vormen en vroeg aan de andere goden om haar goede eigenschappen te schenken. Hij noemde haar Pandora. Van Athena kreeg ze intelligentie, talent, goede tafelmanieren en ook de chicste kleding. Aphrodite zorgde voor de bevalligheid en schoonheid van een godin, de kwaliteiten van een miss en heel veel aandacht. Ze kreeg gouden kadootjes en bloemvlechten in het haar omwille van haar ontelbare schone kwaliteiten.

 

Hermes, de laatste resterende god, gaf haar niet alleen een prachtige stem maar smokkelde ook schaamteloze gedachten en bedrog in haar binnenste. Zo kreeg zij een gave die geen enkele sterveling had: nieuwsgierigheid. Zeus wilde haar aan Prometheus schenken, maar die wist vooraf dat je zo maar geen geschenk van de goden mag aannemen. Hij weigerde Pandora en verwittigde zijn broer. Prometheus werd voorgesteld als leraar en uitvinder die mensen wederzijds respect bijbrengt en hen leert vooruit te zien. De domme Epimetheus, die de raad van zijn broer in de wind sloeg en te laat nadacht, nam haar tot zijn vrouw en was blij omdat Pandora ook een mooi gestrikte doos meetorste. Niemand kende de inhoud ervan en zeker niet dat alle ongelukken van de wereld erin zaten. Pandora kon haar vrouwelijke nieuwsgierigheid niet bedwingen en lichtte héél voorzichtig aan één kant het deksel op. Alle rampen, ziekten en zorgen verspreidden zich over de aardbol en maakten een einde aan het zorgeloze bestaan van de bewoners. Kommer en kwel kwamen in de plaats. Zij wilde nog gauw het deksel dichtklappen, maar alleen de hoop bleef nog achter in de doos. Ook Prometheus werd voor zijn hoogmoed gestraft want hij werd aan de berg Kaukasus gekluisterd waar een adelaar elke dag stukjes uit zijn lever kwam pikken. En elke nacht groeide die lever weer aan. De 'wrekende gerechtigheid' moest voor hem eeuwenlang duren, maar Herakles bevrijdde hem terloops tijdens een van zijn werken. Zo zie je maar dat mensen die in die tijd ook stommiteiten deden maar soms nog konden rekenen op compassie en geen jarenlange schorsing opliepen.

 2283564-e1a886e86454555b7337f0ff09e155ce.jpg

Auguste Rodin produceerde aan het begin van de twintigste eeuw 21 afgietsels van zijn beroemd beeld ‘de Denker’. Het 72,5 centimeter hoge kunstwerk is wellicht de duidelijkst herkenbare expressie voor de menselijke activiteit die denken is. Persoonlijk zag ik maar weinig andere mensen zo intens in die houding denken. Meestal denken wij op zeer banale plaatsen gewoon in onze dagelijkse activiteiten, maar zeker minder getormenteerd. Denken is soms de tijd laten werken tot een oplossing vanzelf dichterbij komt (zegde mijn vader). Denken betekent meestal na-denken of achteraf denken. Men denkt vooral na over dingen die zijn mis gegaan. Achteraf terugblikken is altijd gemakkelijker dan vooraf weten wat er zal gebeuren. Dat noemt men ‘het verleden voorspellen’. Politici, die wij kiezen, zijn regelrechte specialisten in het achteraf bekijken van wat er gebeurd is. Zonder blikken of blozen verkondigen zij dan dat de maatregelen die ze bij een vorige misser uitdachten, in een zeer nabije toekomst zouden gestemd worden om dezelfde debacles in de toekomst te vermijden. Een 'voordenker' werkt vooraf een beginsel uit, staat dikwijls alleen en laat dan dat beginsel door anderen aan de praktijk toetsen. Dat zijn dan verlichte geesten en die zijn eerder zeldzaam.

 

Knowhow, inzicht en weten zijn eigenlijk synoniemen van ervaring en wie op een bepaald terrein veel ervaring heeft, mag zich expert noemen. Ervaring is wat je bezit kort nadat je beseft dat je ze nodig had. Verstandige mensen spreken meestal uit ervaring. Nog verstandiger mensen spreken uit ervaring niet. Je doet ook ervaring op als je een Ikea-kastje bijna niet in elkaar krijgt omdat je de gebruiksaanwijzing niet gelezen hebt. Mijn grootmoeder zei vroeger: “ge moet zelf naar de markt gaan om te weten wat de boter kost.”

Ervaring is het leren van je fouten. Sommige mensen hebben veel ervaring...

Marcel Huysmans                                                                           

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Marcel Huysmans om 23:17 Reageer op dit bericht Stuur door

DE PROCESSIE VAN ECHTERNACH

DE PROCESSIE VAN ECHTERNACH

 

Een quizvraag. Veronderstel dat je in Echternach, aan de oostgrens van het groothertogdom Luxemburg, een ge-eurode brief met actuele postzegel op de bus doet. Hoeveel weken zal het dan duren eer die in de thuisbrievenbus valt? Dan moet je met heel veel dingen rekening houden. Sinds de middeleeuwen kent Echternach haar fameuze springprocessie met drie stappen vooruit en twee achteruit, wat tot een chaotisch gedoe leidde… Begin dus voor die Echternachbrief maar met de miserie van twee vooruit en één achteruit. Maar denk ook aan de overgebleven kennis van statistiek, de restgrootte van het vertrouwen in bpost en de postbelangstelling van onze politici. Het antwoord is onvoorspelbaar en kan dus enkel dienen als schiftingsvraag bij gelijke puntenscore in de quiz. Het resultaat van een vergelijkbare studie ken ik wel. Vorige week dinsdag werd een aan mij niet-prioritaire brief in de rode brievenbus van de post in Aartselaar geschoven. Exact 6 dagen later vond ik de rode briefomslag al tussen de rest van de postbedeling. Hij had geen merkbare reisschade ondervonden.

 2280392-4e67015cf296e53d0e71b1cab878f467.jpg

De voorbeeldfunctie van de postduif is in zo’n geval alleen nog maar herinnering en dus geschiedenis. Postduiven werden via kunstmatige selectie gefokt als postbodes door weer en wind ze werden naar ‘ergens’ vervoerd om toeval uit te sluiten. Losgelaten konden ze – dat snapt niemand op volledig begrepen wijze - de weg naar hun oorspronkelijke verblijf terugvinden. Ze waren meermaals inzetbaar, net zoals de gewone postbodes. Tijdens WO I dienden de postduiven op grote schaal om boodschappen van het front naar gebieden ver achter de linies over te brengen. Daarbij bleken ze soms betrouwbaarder dan de telefoonverbindingen, die door de grote artilleriebombardementen vaak mankeerden. Misschien nog een idee voor bpost, vermits je telefonisch niet meer naar je eigen postkantoor kunt bellen, maar enkel je klacht via 022/012345 in het mandje van een zelfvertragend belcenter kunt deponeren. Bij bpost heet dat callcenter. Bekt natuurlijk beter en het mandje is gewoon gezellig om te laten liggen. Klachten worden na enige tijd vergeten en zijn dus voor bpost eigenlijk opgelost volgens de slogan ‘laat de tijd zijn werk doen’.

 

Nationale, internationale en aangetekende zendingen vormen het volgende bpostwagonnetje in de sukkeltrein. Brieven en kaarten moeten met een postzegel of met een frankeervignet gefrankeerd zijn en je mag die in alle brievenbussen van bpost deponeren of afgeven aan het loket van een postkantoor of postpunt. De barcode doet dan vermoeden dat de brief vlugger ter bestemming zal zijn, maar het tegendeel is waar. Het oogt modern, maar werkt als een beschermde ABS. En die brieven vertragen zeker als de nood het hoogst is.

Pakketten worden door de post met de glimlach besteld, maar dan moet je wel snel zijn. De snelheid van mijn traplift wordt telkenmale afgestraft en beloond met voorafgedrukt briefje waarmee ik naar het postkantoor mag reizen. Dat wordt een minitrip, maar kan niet onmiddellijk. Ze moeten zich minstens één dag kunnen voorbereiden op het moment dat je je gemist pakje komt afhalen. Verwijzingen naar buren via officiële documenten en andere informatie die je meermaals hebt verzonden, worden maar eerst verwerkt nadat je al minstens drie keer heb gereclameerd. ’t Is erg, maar moedeloosheid overvalt me alleen dan, wanneer ik niet langer op het toeval kan rekenen.

 

Zijn er nog andere slachtoffers van deze afgang? De loketbedienden en de postbodes zijn uiteindelijk de slachtoffers en tegelijk reddende engelen. Zij vangen de kletsen op en blijven spijts alles toch vriendelijk. Rotsen in de branding, onderbetaald voor zoveel werk… maar wel goed beveiligd! Letterlijk en figuurlijk. Je kunt ze enkel benaderen via oogcontact met driedubbel gewapend glas en via schuiflades waarin je documenten zomaar kunt uitwisselen. Safety first. Pakjes afhalen gebeurt door een ‘safe’ waarvan de binnen- en buitendeurtjes enkel afzonderlijk en achtereenvolgens kunnen openen. Als toegift krijg je daar een geketende balpen in bruikleen om schriftelijk te bewijzen dat jij het bent. Voor thuisleveringen moet je wel heel handig zijn voor een contractuele handtekening: met je stompe wijsvinger dien je een leesbare kribbel achter te laten op een tablet… Soms heb ik compassie met de mobiele postbodes die tegenwoordig op hun ronde tot 500 keer in en uit hun auto mogen/moeten stappen. Goed voor hun lijf en leden hoor ik je zeggen, terwijl onder het computerklavier van de topmensen een bankje en een vijfarmige bureaustoel met Rolls-Royce-achtig gezoef over het tapijt glijdt.

 2280392-28102541b09c90e85c11ce154a860e37.jpg

Ik weet het. Economie en efficiëntie zijn vooral belangrijk voor managers en aandeelhouders. Volgens het nieuwe beheersplan van vadertje post zal vanaf maart volgend jaar de postbode nog maar twee keer per week brieven in je bus droppen. Alleen voor brieven met een (duurdere) priorzegel, kranten en pakjes maken ze nog een uitzondering. Dat noemen ze ‘de tering naar de nering’ zetten. Maar van zulke dingen krijg je eerder de tering, dat wil zeggen de opbrengst van de handel. Deze zomer test bpost de nieuwe werkwijze uit in enkele kantoren. De klanten gaan daar nog niets van merken. Het moet spannend en verrassend blijven. Het onderzoek gebeurt echt achter de schermen: hoe organiseren we rondes, hoe bundelen we welke briefwisseling? Hoe kunnen we onze economie en efficiëntie nog verbeteren?

 

Brieven zijn unieke documenten die je vast kunt houden en kunt door geven. Maar Whatsapp en mail vliegen sneller weg dan een papieren brief. En nu al helemaal.
Binnenkort zetten we alles in de cloud, want dan leef je op wolkjes. Wat zou je zeggen als dat brievenlief alleen maar in de cloud zit? Dan heb je niks meer om te voelen, te ruiken, te strelen en lief te zijn. Dan zijn brieven minstens echt en tastbaar aanwezig. Een brief vraagt je om tijd te nemen. Dan kun je nadenken over formuleringen. Dat kan alleen met de nodige aandacht voor je zinnen, voor wat je wil vertellen en hoe je dat genuanceerd wil zeggen. Wat is er mooier dan een postzegel met het gekleurde hoofd van onze koning er op of dat van onze toekomstige nu al volwassenen koningin? Zo’n brief kun je bewaren en hoeft niet onmiddellijk in de prullenbak. Gewoon een vertraagd cadeau van bpost.

Marcel Huysmans

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Marcel Huysmans om 10:55 Reageer op dit bericht Stuur door

KUN JE MIJ DE WEG NAAR HET HIERNAMAALS VERTELLEN?

KUN JE MIJ DE WEG NAAR HET HIERNAMAALS VERTELLEN?

 

Als je sterft, dan ben je dood voor heel je verder leven. Dat dacht Louis Verbeeck. Zo denk ik ook. Zou je mij de weg naar het hiernamaals kunnen vertellen? Is het een lange weg, wanneer moet je eraan beginnen en heb je een visum of ander bewijsmateriaal nodig? Hoe dichter een mogelijk hiernamaals nabij komt, hoe meer de interesse ervoor groeit of je meer vragen stelt. Is het er of is het er niet? Dat vroeg Shakespeare zich ook af. Het wordt heel moeilijk als je niet weet waar het hiernamaals juist is. Je weet evenmin welk vervoermiddel je kan kiezen. Speed pedelecs bollen vlugger als er files onderweg zijn en zeker als je doodop bent. Zijn er onderweg ook A12’s met drukke kruispunten en dwarsverkeer? Hoeveel keer moet je onderweg je batterij opladen en zijn er voldoende oplaadpunten?

 

We denken altijd dat het een plaats is waar iedereen wil komen en waarover niemand ooit iets vertelde. Niemand kan je raad geven over het proviand, het vervoer en de tijd die je erover doet om er te geraken. Ook over eventuele wegenwerken, omleidingen en GPS-details is weinig bekend. De meesten die al eens onderweg waren, kunnen enkel details vertellen over de verlichting onderweg, de maximum snelheid die je er mag halen en het gelukzalige gevoel door de snelle reistijd. Naar verluidt is het vertrekpunt superbelangrijk om alle details te kunnen registreren in je smartphone voor het geval je ooit wil terugkeren, gewoon al om waze-gewijs te kunnen weten waar de files en omleidingen zijn en hoe je ze via sluipwegen kunt omzeilen. Ach, het zijn allemaal domme mensenredeneringen en veronderstellingen. We moeten het dus elders zoeken.

 

Het is duidelijk dat ‘hiernamaals’ gevormd is met de woorden hier, na en maal, waarvan alleen het laatste een verklaring vraagt. Je vindt dit terug in et-maal. De oorspronkelijke betekenis van ‘maal’ is: ‘tijd’ en die is ook in hiernamaals belangrijk. Het betekent gewoon: na deze tijd, later. Heel vroeger eindigde een brief met de woorden: het overige hiernamaals (de rest schrijf ik later wel). Maar nu gebruikt men het alleen in de bijzondere betekenis van ‘na het leven hier op aarde’, dus: in het eeuwige leven, in een volgend leven, na de dood, in de toekomst. Eigenaardig is dat je hiernamaals, dat taalkundig een bijwoord is, ook als zelfstandig naamwoord kunt gebruiken. Men zegt ‘in het hiernamaals’ en denkt dan: in de hemel! Maar het gaat over een tijd en niet over een plaats. Daarin zijn we dus echt mis. Eén-nul! 

 2278449-847948e1196a7b4964aecdba61fc9be9.jpg

In het hiernamaals moeten we ons dus niet bekommeren om materiële zaken zoals een eigen wolkje en àls er rijstpap zou zijn, hoef je zeker geen gouden lepeltjes, al staat het wel netjes en bekt het prima. De hel en het vagevuur zijn geen plaatsen maar omstandigheden van de tijd na ons vertrek hier. Wij zijn zo gewoon dat al het goede moet beloond worden en denken zelfs dat het anders de moeite niet is om die hemel na te streven. Over de hel zijn de verhalen ook legio. Daar moet onnoemelijk veel personeel zijn om al die gestrafte ellendelingen te kunnen laten afzien en vuurke stook te houden.

 

En dan komt ‘leven’ aan de beurt. Leven is een eigenschap van organismen die de mogelijkheid hebben om zich in stand te houden en voort te planten. Leven tegenover de dood: de staat van een vroeger levend wezen dat zichzelf niet meer in stand kan houden. Als je dood bent, heb je geen echt leven meer. ‘Leven’ in het hiernamaals kan dus ook niet. Er zijn kan wel ,maar over de omstandigheden hoe en wat er te beleven is (wéér verkeerd…) weten we niks. Eeuwig voortleven bij anderen kan wel. Het mysterie blijft dus even groot, maar nu weten we tenminste waarover we denken iets te weten en waar we opnieuw verkeerd zijn. Twee-nul dus…’

Om onszelf te troosten hebben we de hemel, het vagevuur en de hel uitgevonden. De verdoemden in de hel zijn beroofd van het onuitsprekelijk geluk God te aanschouwen en worden gefolterd door een knagend geweten, door onblusbaar vuur in het vooruitzicht van eeuwig lijden. Da’s straffe kost. Vroeger was de hel één van de belangrijkste middelen om kinderen het goede te leren. Het was de werkplaats van een met hooivork getooide duivel met horens. Ze roosteren er met groot plezier de zondaars als golden het miljoenen wienerschnitzels op een barbecue. Je zou voor minder niet wenen, klagen, tanden knarsen en wanhopig vloeken. Daar mag dat dus wel. 

2278449-33797d464d0eae460cd44117b5b97911.jpg

Steven Hawking, één van de grootste breinen van de laatste eeuw, gebruikte de wetenschappelijke definitie van leven. Hij zegt dat er geen leven na de dood is, maar zegt er wel bij dat we onze mogelijkheden op aarde moeten invullen door goed te leven. Dat moet gebeuren door die hoogste waarde te zoeken. Hij vreesde niet voor het einde en leefde zoveel jaren met het vooruitzicht op de dood. Dat heeft ertoe geleid dat hij niet bang was, ook al wilde hij nog niet gaan, omdat hij hier nog héél veel wilde doen. Hij zei: alles wat je moet doen, is aanvaarden dat de dood is wat het is en een deel van het leven. Dan zal je begrijpen dat je niet bang hoeft te zijn. Als je dood bent, “that’s it”, dan is het gedaan. Voor hem is het brein een soort computer die stopt met werken als de onderdelen het begeven.  Er is geen hemel of hiernamaals voor kapotte computers. Dat is een sprookje voor wie bang is in het donker. Als dàt in de hemel zou bestaan, wil ik er graag heen, want dan zou ik er mijn bezigheid en hobby hebben. Helaas…

Mij goede vriend Jan Hillen zei ooit: “een goed mens worden begint met iets goeds te doen. Eens daarmee bezig: het niet moe worden. Volhouden. Blijven geloven dat het echt goed wordt, niet alleen voor jezelf maar ook voor alle mensen. Weet je, dan ben je op de weg van die onvergetelijke Jezus.” Toen heb ik besloten om de lijn en de zin van zijn leven verder door te trekken: mensen op weg helpen naar geluk. Daar word je trouwens zelf ook gelukkiger van. En dan ben je onderweg naar die onvergetelijke Jezus en word je nooit vergeten.

Marcel Huysmans

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Marcel Huysmans om 08:22 Reageer op dit bericht Stuur door

NOSTRADAMUS, ZIENER OF CHARLATAN

NOSTRADAMUS, ZIENER OF CHARLATAN?

 

Elke keer als er gebeurtenissen in onze wereld een of ander kookpunt bereiken, willen mensen dringend de roddelbladen, boekskes of het internet raadplegen om te zien wat de beruchte 16de eeuwse 'profeet' en apotheker Nostradamus er over te zeggen had. De sceptici zeggen dat zijn uitspraken veel te vaag zijn en dat je met een beetje kunst- en vliegwerk gemakkelijk om het even welke uitleg kunt geven die past in de wereld van vandaag. Een goede 'uitlegger' kan veel verklaren! Ze zouden wel eens gelijk kunnen hebben… Was het een echte ziener of was hij niet meer als een charlatan? Zo iemand is een speciale oplichter die voorziet in zijn behoeften door mensen te bedriegen over zijn afkomst, vaardigheden, intenties of prestaties. Hij maakt daarbij gebruik van zijn charme. Die sluier wil ik hier een tipje lichten…

 2277042-3f45e28f8905d26340f5b10812f4c2d9.jpg

Nostradamus werd op precies 516 jaar geleden op 14 december 1503 in St. Remy, in Frankrijk, geboren als Michel de Nostredame. In zijn jonge jaren was hij de favoriet van zijn opa die hem veel over talen, wiskunde, astronomie en astrologie leerde. Hij bezat van jongsaf één opmerkelijke gave: Michel hoefde maar éénmaal een tekst te lezen om die voor de rest van zijn leven te kunnen citeren. Hij studeerde kunst, apotheker én arts aan de Universiteiten van Avignon en Montpellier. Hij werd de letterlijke bestrijder van Le Charbon, een gevreesde variante van de builen- of longpest. Later ontpopte hij zich als een energieke pestdoktoor die de ziekte bestreed met rozenbladpillen. Later maakte hij ook parfums en lanceerde huismiddeltjes en brouwsels voor lichaamsverzorging met producten uit de apotheek van de goede God. De meeste mengsels die hij voorschreef waren destijds even vreemd als veel toenmalig toegepaste behandelingen. Ook werd hij bekend door de uitgave van een volksalmanak à la De Druivelaar met prognoses over het weer, de oogst, oorlog en vrede maar ook over komeetverschijningen voor het jaar daarna. Met die jaarlijkse almanak oogstte hij zo'n succes dat hij van 1547 tot 1559 als ziener en schrijver van profetieën aan de slag kon aan het Franse koninklijk hof. Hij voorspelde zijn eigen dood op 2 juli 1566. Op die dag liet hij ook zijn laatste adem en werd nog diezelfde dag, samen met zijn geschriften, begraven in het klooster van zijn woonplaats.

 

Was hij de man die alles wist?Zijn beroemde voorspellingen pende hij neer in zijn ‘Profetieën’ en dan nog wel in mysterieuze kwatrijnen. Die wemelden van verborgen betekenissen met coderingen en symbolen waarmee je alle kanten uit kon. Zogenaamde ‘experts’ zoeken nog altijd naar geforceerde aannemelijke verklaringen om hun interpretaties toch maar kracht bij te zetten. Bij nader inzien hebben de verzen van Nostradamus veel weg van een helderziendentruc: formuleer je voorspellingen zo vaag mogelijk en je krijgt vroeg of laat wel gelijk. Maar het gebeurde ook dat voorspelde gebeurtenissen niet uitkwamen omdat de voorspelling te ernstig werd genomen en voorzorgsmaatregelen verhinderden dat zij uitkwam. In één van zijn kwatrijnen werd de moord op de broers Hertog en Kardinaal De Guise voorspeld voor 1576. En door die maatregelen ging het feestje niet door. Later gebeurde de moord in 1588 toch, maar op een andere wijze. Zoiets heet 'de parallelle toekomst’. Afgezonderd van zijn leven en werk vormen de Profetieën van Nostradamus een gemakkelijk doelwit van kritiek. Soms vergeet men dat hij ook kaas gegeten had van astrologie en astronomie en bovendien én arts én apotheker was.  

 

Volgens zijn aanhangers voorspelde hij de wereldoorlogen, Napoleon, Hitler, het vallen van de atoombom, het communisme, terrorisme in Europa, het einde van de wereld in 2012 en nog vele andere zaken. Hij voor-zag de ‘uitvindingen’ van de onderzeeër, het vliegtuig, de ballonscheepvaart, de radio, de lamp, ruimtestations en nucleaire oorlogen. Het rijtje gaat verder met de grote brand van Londen, de moord op Kennedy en de eerste mens op de maan. Voor 2050 voorspelt Nostradamus het einde van de veeteelt. De huidige populaire vleesleveranciers als koeien, varkens, schapen en kippen zullen er tegen 2050 niet meer zijn. De ziener denkt dat op dat moment deze dieren – tot grote vreugde van Gaia en de klimaatplanners – niet langer zullen gefokt worden en, dus zullen uitsterven. Een paar eenzame stuks vee zal je dan nog kunnen bewonderen in verblijven die op de huidige dierentuinen lijken. De Franse ziener gaat er van uit dat tegen dan de mens er in geslaagd zal zijn om op vlees gelijkende producten van planten te halen. En dan zal de boer zijn vlees kunnen zaaien en oogsten!

 2277042-12d1b0a75836875c3bd44bbd517e6e7c.jpg

In het begin van de jaren 2020 zullen we de middelen hebben om levensverlengende behandelingen te ontwikkelen. Hiermee kunnen we een einde maken aan ziekte en veroudering. Computers worden zo snel en zo krachtig, dat wij precies het gedrag van geneesmiddelen in de cel en het lichaam kunnen voorspellen, en ook geneesmiddelen ontwerpen die precies datgene doen wat wij willen. Tot nu toe waren geneesmiddelen toevalstreffers. In het decennium 2020 kunnen we het DNA van cellen veranderen zonder dat de lichaamscel wordt beschadigd, en bijvoorbeeld genen die ouderdomsziekten veroorzaken repareren.

Ik denk dat Nostradamus en zijn voorspellingen een beetje hetzelfde zijn als het geloof: je gelooft het of niet. Als je er wel in gelooft, dan zie je heel wat voorspelde dingen en als je er niet in gelooft, zie je meestal de dingen waarin hij er naast zat. Dan kun je lachen om wat ‘toevallig’ lijkt alsof hij het zag aankomen. Vijf eeuwen na zijn dood, waarvan hij de datum voorspeld had, kun je je nog altijd afvragen: was de dokter, pillendraaier en astroloog een echte profeet zoals velen nog geloven of was hij een lepe charlatan en een dief van het werk van anderen? Verwierf hij misschien roem en rijkdom door beide eigenschappen te combineren? De wandelende jood – een van zijn bijnamen - was in ieder geval hoogst intelligent en had bovendien een fotografisch geheugen. Maar er moet meer geweest zijn dan dat. Al tijdens zijn leven bleken heel wat van zijn voorspellingen heel accuraat, niet alleen in zijn eigen tijd maar ook in de toekomst. Hij was dus even onduidelijk als zijn voorspellingen…

Marcel Huysmans

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Marcel Huysmans om 11:13 Reageer op dit bericht Stuur door

SPROOKJES ZIJN VERHALEN DIE DE MENSEN WIJS MAKEN

SPROOKJES ZIJN VERHALEN DIE DE MENSEN WIJS MAKEN

 

Een paar jaar geleden bezocht ik in Odense (Denemarken) het huis van een van mijn lievelingsschrijvers. Je vindt er het museum over sprookjessprokkelaar Hans Christian Andersen en alleen op maandag is het gesloten. Het wàs toen maandag én 2 april. Pech dus. Maar soms moet je in het leven wat geluk hebben en anders helpt chance ook wel. Er is maar één uitzondering op die maandag: het museum is wél geopend op zijn verjaardag. Tweede keer chance dus: de brave man was jarig op 2 april en dus heb ik alles wat over hem is nagebleven in levende lijve kunnen ervaren. Het is een een lijvige tentoonstelling waarin geen enkele wetenswaardigheid of kleine kantjes van de gevierde sprookjesschrijver niet uit de doeken werden gedaan. Bovendien was de inkom gratis en kreeg ik een boek over de brave man zomaar cadeau. In enkele uren ontdekte ik de merkwaardige figuur achter een supercreatieve man. Sprookjes fascineerden me altijd en daarom stapte ik in de leefwereld van de sprookjesschepper in het tweede grootste Deense stadje Odense.

2275233-7d5b7bc5007014f1674caf2519f9f62d.jpg 

Hans Christian Andersen, de eeuwige sprookjesverteller, werd in 1805 in de achterbuurten van Odense geboren. Hij had echt geen sprookjesleven. Zijn vader was schoenmaker, had tuberculose en stierf toen de kleine Hans 11 jaar was. Zijn moeder, een wasvrouw die meer aandacht had voor de drank dan voor haar zoon, liet hem op 14-jarige leeftijd vertrekken naar Kopenhagen… om er beroemd te worden, zoals hij dat altijd wilde. Daarvóór werd hij op school echt gepest. Voor zijn tijd was hij letterlijk een grote jongen: hij had overzetboten van 33 cm lang, een lange neus en bovendien een slungel eerste klas. Op de pesterijen reageerde hij vijandig en agressief. Bijna iedereen meed hem en hij maakte zo weinig vrienden. Hij voelde zich echt een buitenbeentje en men vermoedt dat dit de basis vormde voor zijn sprookje ‘Het lelijke eendje’. Het lelijke eendje werd daarin een mooie zwaan. Ook in het echte leven werd Andersen van 'zwakkeling' een ‘beroemd schrijver’. In Kopenhagen probeerde hij zijn passie voor toneel, acteren en dansen vorm te geven. Met weinig talent, maar dank zij het jarenlang zwoegen en het geloof van zijn moeder en sommige ‘medekunstenaars’, ontwikkelde hij zich toch. Toen al kreeg hij de smaak te pakken om verhalen te schrijven. De eerste tien jaren produceerde hij vooral proza. Ondanks zijn povere afkomst integreerde hij vrij vlug in de burgerij van de hoofdstad en werd een graag geziene gast op Deense landgoederen en paleizen in Europa. Hij legde contacten in de culturele wereld en hield er een moderne samenlevingsvisie aan over. Met sterk psychologisch inzicht combineerde hij zijn sociale ervaringen, fantasie en schrijftalent in een rijke verzameling van pennenvruchten.

 

En toen ontstonden de sprookjes. Pas in 1835 begon Andersen sprookjes en vertellingen te schrijven. Hij schreef er 191. Hij mikte op een volwassen én op een jonger publiek. Dank zij die sprookjes wipte hij ook over de landsgrenzen, want zijn toneelstukken, novellen, gedichten, reisverhalen en autobiografieën raakten buiten Denemarken weinig bekend. Met dieren en voorwerpen die konden praten mikte hij op een jong publiek, maar stilaan nestelden zich ook volwassen thema’s en sociale vraagstukken in zijn verhaaltjes. Hij ontdekte de fantasie in het dagelijkse leven, terwijl tevoren vertellingen vooral educatief en niet puur vermaak mochten zijn. Andersen stampte tegen gevestigde schenen en bleef verhalen schrijven in zijn expliciete spreekstijl zoals hij ze ook aan kinderen vertelde. Sprookjes en vertellingen werden toen hoofdzakelijk mondeling overgeleverd. Omdat Andersen dieren en voorwerpen liet spreken, kon hij de alledaagse werkelijkheid verwerken waarbij hij fantasierijke discussies niet uit de weg ging.

 

Als reisjournalist H.C. Andersen maakte meer dan 30 reizen als sprookjesverkoper. Hij schuimde Europa af en ontmoette o.a. Robert Schumann, Edvard Grieg en Charles Dickens. Hij was een graag geziene maar bovenal graag gehoorde gast aan het hof van Queen Victoria. Tijdens zijn verteluurtjes was hij ook een meester in het schaarknippen van sprookjes- en andere figuurtjes in gevouwen papier. Dat resulteerde telkens in figuurtjes die hij kleurde en waarvan ik talloze wonderlijke voorbeelden zag. Het toont het gemak waarmee hij zijn creativiteit vleugels kon geven in een vlucht uit de realiteit. Altijd keerde hij terug naar pen en papier. ‘Reizen is leven’ werd zijn lijfspreuk. Heel Europa trok hij rond met zijn vale valiezen, zijn hoedendozen en ook een touw om bij een eventuele brand zo snel mogelijk zijn kamer te kunnen verlaten. Andersen leerde overal beroemde schrijvers kennen die raar opkeken van die ‘lange, magere Deen’, maar gaandeweg won hij sympathie. Op 4 augustus 1875 stierf hij aan leverkanker en liet een erfenis van hartverwarmende sprookjes na: ‘Het lelijke eendje’, ‘Het meisje met de zwavelstokjes’, ‘Duimelijntje’, ‘De nieuwe kleren van de keizer’, ‘De prinses op de erwt’, ‘Het tinnen soldaatje’, en nog veel meer. In een tuin naast het Andersenmuseum ligt het cultuurhuis voor kinderen Fyrtojet, waar kinderen een reis door de sprookjeswereld van Andersen kunnen maken.

 2275233-4cc9aaeaf2eb9099a2b34fc30898b5e0.jpg

Men zegt dikwijls: het is maar een sprookje! De mens is het enige wezen op aarde dat meer kan dan hij denkt, spijts zijn beperktheden. Ik ondervond dat sprookjes schrijven aartsmoeilijk is: het lijkt eenvoudig, tot je eraan begint! Ik heb er dan ook heel weinig geschreven, maar veel geprobeerd.

Sprookjes worden van generatie op generatie doorverteld. En zoals bij ieder kunstwerk is de diepere betekenis van een sprookje heel persoonlijk. Dat hangt af van behoeften, belangen en stemming van mensen die het sprookje lezen of horen. Hoewel sprookjes geen verhalen zijn uit het werkelijke leven, vertellen ze toch de binnenste waarheid van de mens. Dat verhaal confronteert de mens met zijn fundamentele noden. Het neemt bang zijn serieus. Sprookjes zijn verhalen, waar zelfs een kind zich in herkent. Een kind begrijpt intuïtief de symboliek van de taal. Een sprookje spreekt de taal van het onderbewuste. Leugen en list worden duidelijk gesteld tegenover waarheid en eerlijkheid. Het verhaal laat de gevolgen zien. Dat kon H.C. Andersen. Zijn ‘sprookjes’ zijn kinderverhalen met levenslessen.

Daarom bewonder ik die man zo fel. Voor hem was het leven het mooiste sprookje.

Marcel Huysmans

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Marcel Huysmans om 17:09 Reageer op dit bericht Stuur door

GEBOEID DOOR DE GESCHIEDENIS

GEBOEID DOOR DE GESCHIEDENIS

 

Geschiedenis is de vakdiscipline die zich bezig houdt met de studie van chronologische ordening van gebeurtenissen. De bedoeling is inzicht te verkrijgen in culturen en volkeren uit het verleden. Door mijn opleiding (Latijn-Grieks) werd  ik bijna twaalf jaar aan één stuk geconfronteerd  met het vak geschiedenis dat ik nooit met extra hoog enthousiasme heb beoefend. Toch ben ik mij bewust van het feit dat door die geschiedenisvorming heel wat cultuur, inzicht, wereldinformatie en studie van de menselijkheid door de eeuwen heen in mijn leven is binnengekomen. Van één ding ben ik zeker: geschiedenis is een ernstige vakdiscipline die haar plaats in de algemene ontwikkeling meer dan waard is. In de loop van mijn leven heb ik dikwijls de draak gestoken met gebeurtenissen uit het verleden die ik dan op losse blaadjes schreef of op mijn eerste schrijfmachine tikte. Die tikmachine had ik van mijn vooruitstrevende vader gekregen voor mijn plechtige communie in plaats van een wijwatervatje. Het was een ‘Japy’ die toen nog een onbekend lettertype printte. Later (1983) liet ik de computer het altijd maar beter wordende schrijfwerk opslaan. Om te corrigeren, hoefde je immers niet alles opnieuw in te tokkelen. Al die geschriften zijn in een groene afgeleefde map beland waarin ik nog altijd met genoegen verdwaal. Ik vond een geschrift terug uit 1963 waarin ik ronddoolde met de geschiedenis, zoals ik later ook met politiek, kunst, godsdienst en zeker met wetenschap op een niet conventionele manier ben omgegaan. Gelieve me dus te ‘pardonneren’ indien ik sommige toestanden in 1963 verkeerd heb ingeschat. Het was mijn manier om ernstige dingen te verwerken.

 

In het begin van de geschreven geschiedenis was Europa in nevelen gehuld. Zoals de rest van de wereld. De vroegste geschiedenis is verborgen in ondoorgrondelijke mythen. Volgens één ervan werd ons werelddeel genoemd naar Europa, een meisje dat rondreed op een stier die Zeus heette. Eigenlijk was het geen stier, maar een god die ons een indruk gaf van de onzekerheid in die vroegste tijden. Misschien is het onwaarschijnlijk, maar de wieg van de Europese beschaving parkeerde in het Middellandse Zeegebied met als belangrijkste land Egypte. Het land werd eeuwenlang geregeerd door de farao’s die een manie hadden voor het bouwen van piramides. Die hadden geen enkel nut, behalve voor het begraven van farao’s. Voor de Egyptenaren was dat amusant, want nu konden ze vaststellen dat zij eeuwenlang onderdrukt waren door farao’s die op hun beurt eeuwenlang werden onderdrukt door piramides. Die antieke bouwwerken zouden later een geliefde achtergrond vormen voor toeristen van middelbare leeftijd of ouder die daar poseerden in de hoop dat ze er veel jonger zouden uitzien.

2272413-c5235b71d76e56eb77ad2f39a60ff8bb.jpg

De Grieken en de Romeinen leerden ons ook levenslessen. Het hoogtepunt van de Griekse kunst werd bereikt onder Perikles. Het was de tijd dat alle kunstenaars klassieken waren en ieder kunstwerk klassiek was. Om prestigeredenen noemde men die periode de ‘gouden eeuw’, hoewel toen bijna alles van waarde uit marmer was gecreëerd. De mannen op de Griekse beelden waren, zonder uitzondering, gekleed in het eenvoudige klassieke vijgenblad. De kunst om een vijgenblad te dragen zonder bretellen is met de Grieken verloren gegaan. De grootste van de Romeinse keizers was Julius Caesar die ook over Gallië zijn legioenen leidde. Die verovering plezierde hem. Hij verdeelde Gallië in drie delen: Veni, Vidi en Vici, iets was Jonathan Legear zelfs tattoogewijs verkeerd op zijn arm liet schrijven. Caesar had deze spreuk gebruikt toen hij voor het eerst de Champions League had gewonnen na de operatie propere handen. Alleen schreef Jonathan VINI, vidi, vici. Dat is géén regionaal dialect, maar wel de genitief van vinum, de wijn. Legear was dus ‘van de wijn en helemaal van de wijs. Na de gevierde Julius Caesar kwam Marcus Antonius die onderging met Cleopatra, wat waarschijnlijk gezelliger was dan op zijn eentje.

 

Als de Noormannen er niet geweest waren, hadden we het waarschijnlijk zonder Denemarken, Noorwegen en Zweden moeten stellen. Wie onder hen avontuurlijker was aangelegd, noemde zich Viking en mocht vanaf dan in eigenaardige zeilboten, die wij snekken noemden, de buren verkennen. Een extremist – ook in die tijd hadden ze die al – zeilde als klimaatoptimist helemaal naar Rusland, vestigde zich daar en noemde zich Erik de Rode. Als de Vikings stierven, gingen ze recht naar het Walhalla, dat vrij populair was ondanks de aanwezigheid van de Walküren, zwaarlijvige dames met hoogblonde vlechten en longen die vol zaten met aria’s van Wagner.

 

Om de Middeleeuwen te begrijpen, moet je op de hoogte zijn van de ridderlijkheid, een systeem waarbij de man, nadat hij tot ridder was geslagen, er op uit ging om een jonge dame in moeilijkheden te brengen. Andere geliefde bezigheden waren: steekspelen en vrijen met de koningin. De steekspelen werden gehouden tijdens tornooien, waar hoog te paard gezeten ridders elkaar ‘ridder te voet’ probeerden te maken. Vrijen met de koningin werd enkel gedaan in afwezigheid van de koning en van Barend Leyts, Brigitte Balfoort en Marc Van den Wijngaert, hoewel de afwezigheid van de biografen niet  betekent dat het niet zo gebeurd is.

 2272413-04ed318720f904a230143a7be7be32ae.jpg

Tegen de duisternis van de vroege Middeleeuwen was iedereen onwetend. Dat zou zich later nog wel eens herhalen. Op het einde van de Middeleeuwen draaide iemand de verlichting aan en toen herleefde de kennis. Universiteiten openden hun deuren. Waar scheikunde werd onderwezen, werden ook deuren en ramen opengezet. De moderne tijd werd ingeleid door oorlogen en oorlogsgeruchten, welke meestal ongegrond bleken te zijn. Dat was de periode waarin Napoleon zijn hand tussen zijn vest stak en hogerop arriveerde, ondanks zijn uiterlijk. Hij was al generaal toen de mensen hem nog altijd ‘de kleine korporaal’ noemden. Hij was zo klein dat hij nooit een parade zou gezien hebben als hij er zelf niet bij was. Vanaf het begin zette hij zijn steek dwars op zijn hoofd en niemand sprak hem daarover ooit aan…

 

In 1814 begon dan de restauratie van de Franse Troon, toen Napoleon werd afgezet en naar de club Méditerranée op het eiland Elba mocht verhuizen. Voor het vervolg van mijn geschiedenisblaadjes zal je helaas geduld moeten oefenen, want om door te dringen tot al die geheimen van de geschiedenis zijn meer woorden nodig.

Marcel Huysmans

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Marcel Huysmans om 12:24 Reageer op dit bericht Stuur door

HET GEBEURT OP SINT JUTTEMIS

HET GEBEURT OP SINT-JUTTEMIS!

 

Sint-juttemis is een van de bekendste heiligen in onze contreien en toch weet bijna niemand welke successen hij op zijn palmares heeft. Dat weet men tegenwoordig ook niet meer andere heiligen, als men ten minste nog weet wat een heilige is. Van het katholieke zuiden tot het calvinistische noorden kent men zijn naam, of minstens toch in een aantal uitdrukkingen. Dan staat sint-juttemis voor iets wat toch niet zal gebeuren, dat altijd maar wordt uitgesteld. "Wanneer gebeurt het? Met sint-juttemis!". Meestal klinkt dat negatief! Eeuwig zonde, want deze heilige heeft heel wat uitspraken op zijn kerfstok. Helaas weet bijna niemand in welke periode hij heeft geleefd, waar hij woonde en wanneer hij geboren en gestorven is. Niemand kent zijn feestdag maar dat mag de pret niet bederven.

In de archieven is er één verwijzing naar een ‘Jutems’, een bedelmonnik uit de zuidelijke Nederlanden. Hij zwierf rond tussen 750-790 na Christus. Het bleek dat hij een soort ‘heilige van het volk’ was die nooit officieel door het Vaticaan heilig is verklaard. Ooit verscheen een klein boekje met zijn schelmenverhalen, geschreven door een onbekende troubadour. Sint-juttemis was een boerenzoon. Hij kwam al vroeg in een klooster terecht en promoveerde meteen tot rondzwervende bedelmonnik. De opsluiting in het klooster vond hij niet erg. Hij was een eenvoudig man met een grote afkeer van alles wat onecht was of leek. Tegen pracht en praal van adel en geestelijkheid kon hij niet tegen. Een aantal anekdotes vertellen dat Sint-juttemis belangrijke ridders en geestelijken voor gek zette, door ze op een grappige manier te wijzen op hun vrome gebeden tegenover hun werkelijk gedrag. Voor Sint-juttemis was een Franse ridder het symbool voor de rijke, opgedofte adel die niets liever deed dan hoofse gedichten schrijven aan zijn jonkvrouwe en ongevaarlijke toernooien organiseren om toch maar zijn beschaving te bewijzen. Volgens een andere variant zou de naam een verbastering zijn van ‘jodenmis’. Dat kan ook niet, want joden kennen geen mis.

2269983-d2bd49a087438ef531c5e777539003d9.jpg

Wil je hem zien, dan moet je in Breda zijn waar zijn standbeeld dromerig de lucht in staart. Vrolijk sint-juttemis! De uitdrukking werd in 1577 voor het eerst vermeld in de Kroniek van Roermond en sint-juttemis valt op 17 augustus. Jutte is een koosnaampje van Judith, en hààr naamdag valt op dezelfde dag. De volledige uitdrukking luidde: “met Sint-Juttemis, als de kalveren op het ijs dansen”. In augustus ligt er natuurlijk geen ijs, en kalveren kunnen niet dansen, vandaar de betekenis ‘nooit’. Dezelfde inhoud vind je terug bij “als de klaver uit 't veld is”, “als daer twee sondagen in een week comen” en “als Pasen en Sinksen op één dag vallen”, met andere woorden “nooit, nooit, nooit en te nimmer!” Ook in andere landen heeft sint-juttemis een soortgelijke betekenis. In Duitsland noemt men die dag Sankt Nimmerlein, in het Engels Saint Glinglin (een denkbeeldige Franse heilige) en in het Latijn ad Kalendas Graecas, want de Kalendae duidden dagen in de Romeinse kalender aan en niet in de Griekse. Dus even noppes!

 

Judith is een van de weinige verhalen uit de bijbel waar de macht van de vrouw die van de man overstijgt. Een ander is de geschiedenis van Samsom en Delila. Michelangelo schilderde Judith in een hoek van het plafond in de Sixtijnse Kapel en ook Botticelli en Caravaggio  portretteerden haar. Alessandro Scarlatti schreef in 1693 La Giuditta, een oratorium dat voor het eerst in Napels werd opgevoerd en Antonio Vivaldi (met zijn vier jaargetijden) componeerde in 1716 Judita triumphans. Volgens het woordenboek van de Nederlandse Taal wordt sint-juttemis met een streepje en kleine letters geschreven, omdat niet (meer) wordt verwezen naar een bestaande heilige. Het WNT vermeldt bij jut dat er in een oud boek melding wordt gemaakt van een heilige Judit (feestdag: 17 augustus), maar het is onduidelijk wie daarmee wordt bedoeld. Waarschijnlijk is het de heilige Guda/Guida/ Jutta van Arnstein, die halverwege de twaalfde eeuw in Duitsland leefde, en die dezelfde feestdag heeft. Er zijn nóg meer heilige Jutta's/Judits, zoals Jutta van Sangerhausen (feestdagen: 5 en 12 mei) en Judith van Niederaltaich (feestdag: 29 juni). Van deze drie wordt Guda van Arnstein het meest genoemd als stand-in voor sint-juttemis.

 2269983-190df689f28bf87e3cf785b594af2bb2.jpg

Op sint-juttemis betalen alle mensen hun schulden af, doen politici wat ze beloofden, zijn alle leraren redelijk en begripvol en doen industriëlen iets voor het milieu of het klimaat. In het jaar 486.170.170.746 vóór Christus nam de rechtlijnige triangel een geplooide vorm aan, in 1492 roeide Christoffel Colombus naar Cuba en terug. In 2023 wordt het Koninkrijk Wallonië gesticht naar aanleiding van de splitsing van België. Dan heeft men ook een nieuwe regering. In 2028 zal ZKH Prins-Admiraal Laurent van de Nationale feestdag gebruik maken om een staatsgreep uit te voeren, in een poging om het Koninkrijk Wallonië om te vormen tot een republiek, naar het voorbeeld van Vlaanderen. Maar dàt zien we nog niet gebeuren, tenzij op de dag dat we aardappelen uit de bomen kunnen plukken!

Marcel Huysmans

      

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Huysmans om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Schuinschrijfsels

↑ Terug naar de berichten