't Is goed in 'teigen hert te kijken Nog even voor he slapen gaan, Of ik van dageraad tot avond Geen enkel hert heb zeer gedaan Of ik geen o…
't Is goed in 'teigen hert te kijken
Nog even voor he slapen gaan,
Of ik van dageraad tot avond
Geen enkel hert heb zeer gedaan
Of ik geen ogen heb doen schreien,
geen weemoed op een wezen lei;
O f ik aan liefdeloze mensen
Een woordeken van liefde zei.
En vind ik in het huis mijns herten
Dat ik één droefenis genas,
Dat ik mijn armen heb gewonden
Rondom één hoofd, dat eenzaam was...;
Dan voel ik op mijn jonge lippen,
Die goedheid lijk een avondzoen
't is goed in 'teigen hert te kijken
En zo z'n ogen toe te doen.
Über allen Gipfeln Ist Ruh In allen Wipfeln Spürest Du Kaum einen Hauch, Die Vöglein schweigen in Walde. Warte nur,balde Ruhest Du auch.
Über allen Gipfeln
Ist Ruh
In allen Wipfeln
Spürest Du
Kaum einen Hauch,
Die Vöglein schweigen in Walde.
Warte nur,balde
Ruhest Du auch.
Een Perzisch edelman Van morgen ijlt mijn tuinman,wit van schrik, Mijn woning in:"Heer ,Heer, één ogenblik! Ginds, in de rooshof,snoeide ik …
Een Perzisch edelman
Van morgen ijlt mijn tuinman,wit van schrik,
Mijn woning in:"Heer ,Heer, één ogenblik!
Ginds, in de rooshof,snoeide ik loot na loot,
Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.
Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant,
Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.
Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan,
Voor de avond nog bereik ik Ispahaan
Van middag (lang reeds was hij heengespoed)
Heb ik in 't cederpark de Dood ontmoet.
"Waarom," zo vraag ik,want hij wacht en zwijgt,
"Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?"
Glimlachend antwoordt hij:"Geen dreiging was 't
Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,
Toen ik 's morgens hier nog stil aan 't werk zag staan,
Die 'k 's avonds halen moest in Ispahaan."
P.N. van Eyck
Een nieuwe lente en een nieuw geluid Ik wil dat dit lied klinkt als het gefluit Dat ik vaak hoorde in een zomer nacht In een oud stadje lang…
Een nieuwe lente en een nieuw geluid
Ik wil dat dit lied klinkt als het gefluit
Dat ik vaak hoorde in een zomer nacht
In een oud stadje langs de watergracht
In huis was 't donker, maar de stille straat
Vergaarde schemer, aan de lucht blonk laat
nogl icht,er viel een gouden blanke schijn
Over de gevels van mijn raamkozijn...
Ik heb vandaag lekker in de zon gezeten en genoten van een mooi (een beetje ondeugend boek).Weet je welk? Afrodite 'Liefdesverhalen en and…
Ik heb vandaag lekker in de zon gezeten en genoten van een mooi (een beetje ondeugend boek).Weet je welk? Afrodite 'Liefdesverhalen en andere zinnenprikkels'. van Isabel Allende. Ze heeft ook andere boeken geschreven die meer bekend zijn zoals Het Huis van de Geesten, Liefde en Schaduw, Paula, Eva Luna.
Het zijn allemaal prachtige romans.Ik was verbaasd dat ze ook zo'n boek als Afrodite geschreven had. Het is een heel speciaal boek , erotisch getint .Met mooie tekeningen versierd . Er staan zelfs recepten in.Lezen dat boek!
Groetjes
Mischke
Modellen met een maatje meer moeten vaker in de magazines verschijnen. Als je tegenwoordig een magazine koopt, zie je enkel foto's van mager…
Modellen met een maatje meer moeten vaker in de magazines verschijnen.
Als je tegenwoordig een magazine koopt, zie je enkel foto's van magere modellen die er ziekelijk uitzien(anorexia).
Het is niet prettig voor de vrouwen met wat rondere vormen dat
ze in de 'boekskes' niet aan bod komen.Ze zien in de modebladen enkel maar foto's van jonge, knappe ,slanke meisjes .
De molligere dames vinden er zich niet in terug.Ontgoocheld besluiten ze dat zij er niet meer bij horen.
In die bladen vind je ook geen informatie waar je mode voor grotere maten kunt kopen.
Ongelukkig genoeg leven we nu juist in een tijd met het slankheidsideaal.Kwam de tijd vab Rubens maar terug!
Ik eindig met een positieve noot: de mensen worden ouder en gewoonlijk ook molliger. De commercie zal zich wel moeten aanpassen!
Vrijdag 17 april 2009

DE CEDER Ik heb een ceder in mijn tuin geplant, gij kunt hem zien, gij schijnt het niet te willen. Een binnenplaats …
DE CEDER
Ik heb een ceder in mijn tuin geplant,
gij kunt hem zien, gij schijnt het niet te willen.
Een binnenplaats meesmuilt ge, sintels, schillen,
en schimmel die een blinde muur aanrandt,
er is geen boom, alleen een grauwe wand.
Hij is er, zeg ik en mijn stem gaat trillen,
Ik heb een ceder in mijn tuin geplant,
gij kunt hem zien, gij schijnt het niet te willen.
Ik wijs naar buiten, waar zijn ranke, prille
stam in het herfstlicht staat, onaangerand,
niet te benaderen voor noodlots grillen,
geen macht ter wereld kan het droombeeld drillen.
Ik heb een ceder in mijn tuin geplant.
Han G. Hoekstra (1906 – 1988)
Uit: Panopticum, Amsterdam 1946