Gijs Miedema


Als de bergen niet zo hoog waren ,
leerde niemand klimmen .
Gijs Miedema

Graf op schriftenGrafschrift van Gerrit Komrij : Hier ligt Gerrit Komrij. Ik denk dat ik omrij .
Grafschrift van Hubert Kornelisz. Poot : Hier ligt Poot, hij is dood .
Grafschrift op het graf van een boekhouder die een kinderloze weduwe achterliet:
Hier ligt mijn lieve echtgenoot men zegt, in 't rekenen was hij groot
Maar ik zeg tot mijn groot verdriet vermenigvuldigen kon hij niet.
Grafschrift van een zwaarmoedige : Ik heb jullie toch herhaaldelijk gezegd dat ik ziek was.
Grafschrift van een tandarts : Hier vul ik mijn laatste gaatje.
Grafschrift van een ambtenaar : Hier rust hij verder. Kom morgen maar terug.
Grafschrift voor Hugo de Groot: 'k Wou dat ik een truukje wist om 't ontsnappen UIT een kist .
Grafschrift van een homosexueel : Neef Jan, die hier begrafen ligt, was in zijn leven ook een nicht.
Grafschrift van een nudist : Hier in de kist ligt een nudist , op zijn verzoek zonder broek.
Grafschrift van een dichter : Wandelaar zoals u leest ligt er onder deze steen een dichter.
Tegen het einde van zijn leven heeft hij dit voor u geschreven.
Opdat men niet vergeet: Hier ligt een groot poëet.
Grafschrift van een bollenboer : Ik lig mij hier al jaren enorm te verwonderen
Nu zie ik dan de bollen ook een keer van onderen
Grafschrift van een goochelaar : Ik werkte met kaarten en konijnen met mijn toverstaf en hoge hoed,
Liet ik ze uit het niets verschijnen mijn laatse act was beregoed.
Ik heb mezelf laten verdwijnen, niet voor even, maar voorgoed.
Grafschrift van een atleet : Voor mij was het voornaamste de conditie van mijn lijf ,
Dat heb ik ook tegen doodgaan des anderen daags ben je stijf .
Grafschrift van een acteur : Zie hoe ik een rol mijzelf in kon leven ,
Die laatste sterfscene daar ben ik in gebleven
Joodse wijsheidOm wijs te zijn , behoeft u nog niet veel te weten .
Wijs is hij die zijn kennis , hoe gering die ook is
weet te gebruiken .
Edward Young

chestertonEr zijn geen oninteressante dingen .
Er zijn alleen mensen die niet in staat
zijn zich ervoor te interesseren .
christa reinig

duits spreekwoord

wijsheidWijsheid
Wie het weten , spreken niet .
Wie spreken , weten het niet .
Houd je mond stijf dicht .
Houd je zintuigen in bedwang .
Matig je scherpe tong .
Vereenvoudig je problemen .
Maskeer je helder inzicht .
Wees één met het stof van de aarde .
Dit staat bekend als
de oorspronkelijke eenheid .
Je kunt het benaderen noch
op een afstand houden .
Je kunt het verbeteren noch deren .
Je kunt het eren noch onteren .
Het is het hoogste ter wereld .
Lao-Tse
Thich Nhat Hanh

Mohammed

Jean-Yves Boulie
winterkoninkje

Winterkoninkje
Een klein gevlekt winterkoninkje
Verloor plotseling zijn woninkje
Door een zware storm totaal vernield
Het enige dat het vogelke in bescherming hield
In bar en ijzig koud zoeken al de dieren groot en klein
Naar een huisje het mag best simpel zijn
Het winterkoninkje dus heengevlogen
Op zoek naar een beter onderkomen
IJverig en met grote spoed
Zoekt het gevederde beestje hier en daar
Al drukdoende met niet afgelaten moed
Al het bouwmateriaal bij elkaar
Twijgjes blaadjes stukjes hout ineengevlochten
Het stopt alles bij elkaar het ijzig tochten
Het nieuwe huisje is nu helemaal klaar
En ergens...niet ver vandaar
Weerklinkt in heldere tonen
Statig het koninklijke lied
Het nieuwe huisje in een haag verscholen
Je kan véél zoeken
Vinden doe je 't niet...
Kahlil Gibran

Shakti Gawain
William Shakespeare

Sören Kierkegaard

iers spreekwoord

Dag Hammerskjöld
Twee sneeuwvlokken

Twee Sneeuwvlokken
Het sneeuwde.
Twee vlokken vielen langzaam naast elkaar naar de aarde.
Ze vielen eigenlijk al een heel poosje naast elkaar toen ze elkaar opmerkten...
'Ook naar de aarde?' vroeg de ene vlok.
'Uiteraard' zei de andere vlok
Het klonk een beetje kort, maar zo was het niet bedoeld, want ook de tweede vlok was blij te worden aangesproken tijdens die lange, lange tuimeldans naar omlaag.
Hoe dichter de zwerm sneeuwvlokken is, hoe eenzamer de vlokken kunnen zijn.
'Mag ik een beetje bij je in de buurt blijven?' vroeg de eerste vlok.
'O ja, dat mag,' zei de tweede vlok gretig.
En ze begonnen een goed gesprek en dat maakte de reis heel wat behaaglijker.
Mijlen en mijlen dansten ze naast elkaar naar de verre lage aarde toe. Eindelijk was het zover.
Ze hadden elkaar van alles en nog wat verteld.
'Nog een meter of dertig,' zie de eerste vlok.
'Ja, we zijn er zo,' zei de tweede.
'Jammer eigenlijk, het was niet ongezellig.'
'Nog tien meter...', zei de eerste weer, 'nog zes'... 'nog vier'...
'Hou je!'
'Het allerbeste.'
'Het was een fijne reis'...
floep...
Daar lagen ze en ze werden onmiddellijk deel van het dikke witte sneeuwtapijt dat er al lag.
Nu konden ze niets meer zeggen...
Ze waren geen afzonderlijke vlok meer en bleven liggen op de aarde.
Dat duurde zo een poosje.
Toen dooide het.
De sneeuw verwaterde... en stroomde in lange stromen naar de zee... daar verdampte het water en de damp steeg weer op naar de hemel... en werd weer water en het water werd weer sneeuw.
Ik weet het, het klinkt een beetje onwaarschijnlijk, maar bij de eerste sneeuwbui kwamen ze elkaar weer tegen, wederom tuimelend in diezelfde witte cadans.
'Hé, heb ik jou niet eerder gezien?' vroeg de ene vlok.
'Ja,' zie de andere.
'Wat goed je weer te zien!'
'Val je mee?'
En ze sneeuwden nog lang en gelukkig.
Toon Hermans
Godfried Bomans