Sameeha Khalil


Iedere dag een kaars ontbranden
is beter dan altijd
in het donker te wenen .
Sameeha Khalil

toverstaf

Toverstaf
Wat zal komen kan ik u niet vertellen .
Ik heb niet de gave om de toekomst te voorspellen .
Wat 2010 voor u zal brengen weet ik niet .
Goed of slecht ,vreugde of verdriet .
Maar indien ik een toverstafje had .
Dan toverde ik al het goede op uw pad .
Zonneschijn , veel liefde , een goede
Gezondheid en veel vreugd .
Een jaar vol romantiek en deugd .
Ik zou toveren alles wat uw hartje zou lusten .
Want eerder zou mijn stafje niet mogen rusten .
Maar groot is mijn verdriet .
Want een toverstaf bezit ik niet .
En daar ik ook geen tovenaar ben of was .
Moet ik het doen zonder
Abracadabra of hocus – pocus pas .
Daarom wens ik u alhier .
U een gelukkig Nieuwjaar op mijn manier .
Ik wens en hoop dat in 2010
gelukkig nieuwjaar
jaarwisseling

Nathan Hamilton

Alles wat ik in het donker nodig heb
is het geluid van één vriendelijke stem .
Kahlil Gibran
In het hart van elke winter
Jos Brink
De etalages stralen in de straten
en de versiering wiegelt in de wind.
Vanwege de geboorte van het Kind
propt iedereen garnalen in tomaten,
kerstgroepjes

Victor Borge

wijsheid

het kerstkribje -Kees Stip

Het Kerstkribje
De vlammen stonden bevend en bedeesd
te branden in de kerstboom, en daaronder
eerbiedig aangetreden om het wonder
de ezel en de os, het brave beest.
En Jozef ook, misschien het allermeest
verwonderd over wat er met en zonder
hem was gebeurd, maar blozender, haast blonder
en blijer dan hij ooit nog was geweest.
Maria in Mariablauw en wit,
de wijzen uit het oosten met geschenken.
zou iemand aan iets lelijks kunnen denken
bij zoveel moois en liefelijks als dit?
Er blonk een ster. Herodes was te vroeg.
Het kindje had nog heel wat voor de boeg.
Kees Stip
Okke Jager
Wie zich verbeeldt niets te zijn ,
spreekwoord

stille nacht ,tovernachtStille nacht, tovernacht
Een kerstverhaal over ware vriendschap
Het was koud, die nacht.
Een ijzige wind joeg de sneeuw op en de mensen
die nog buiten waren haastten zich.
Thuis brandde het vuur in de haard.
De tafel was gedekt, de kaarsen waren aangestoken.
Het was kerstnacht.
Nog maar één enkele man liep door de verlichte straten.
Zijn rug was gebogen en hij liep maar voort door de sneeuw en de kou,
zonder zelf te weten waarheen hij ging.
Niemand wachtte op hem. Riton had geen familie en geen thuis.
De mensen keken naar hem als hij voorbij ging.
Hij lette er niet op.
Zonder achterom te kijken, vervolgde hij zijn weg.
Hij floot zachtjes voor zich heen en de sneeuwvlokken
bleven in zijn baard hangen.
Toch was hij niet alleen in die ijzige nacht...
Een hondje liep achter hem aan.
Waar kwam hij vandaan?
Om zijn nek had hij een halsband met een ster.
Toen Riton het hondje zag, begonnen zijn ogen te stralen.
"Ben je verdwaald? Dan kunnen we beter bij elkaar blijven."
De hond keek hem aan.
Beschut onder de takken van een grote spar pakte Riton
een stuk brood uit zijn rugzak en sneed het in tweeën.
"Hier!" zei hij met een glimlach.
"Het is een mager maaltje voor een avond als deze,
maar meer heb ik niet."
Omdat het Kerstmis was vertelde hij een verhaal
dat hij als kind heel mooi had gevonden.
Daarna floot hij nog wat. Ook de wind floot.
Steeds luider en luider, steeds kouder en kouder.
"Kom," zei Riton.
Hij zette de kraag van zijn oude, versleten winterjas op.
"Laten we schuilen in die hut."
Ze zaten daar een hele poos, lekker warm in het stro.
Toen klonk er opeens een stem: "Schrik niet en luister.
Ik ben geen hond. Ik ben een tovenaar."
"Jij? Een tovenaar?" zei de oude man verbaasd.
"Vanavond heb ik mezelf in een hond veranderd,
omdat ik degene die goed voor me zou zijn wilde belonen," zei de tovenaar.
"En jij bent de enige die goed voor me was.
Om je te bedanken zal ik je liefste wens vervullen.
Vertel me wat die wens is."
"Ik wil geen grote dingen en ik heb niets nodig," zei Riton.
"Maar ik heb altijd al een hond gewild."
De tovenaar dacht lang na. Was dat Ritons liefste wens?
Toen besloot hij dat hij graag de beste vriend van de oude man wilde zijn.
En hij gaf voorgoed zijn toverkracht op.
Heel vroeg de volgende ochtend verliet de oude man de hut om verder te trekken.
En zijn vriend, de hond, volgde hem.
* * * EINDE * * *
kersthuisje


William Shakespeare
Geen nacht zo lang
Ralph Hodgson
bouwwerkBouwwerk
Mijn bouwwerk gaat verzakken
van schedeldak naar hakken
soms doet het mij weer snakken
naar menig tienerjaar
Mijn volblozende wangen
zijn richting hals gaan hangen
een hamster kan verlangen
naar zo een reservoir
Mijn bovenarmen drillen
het lome vel blijft trillen
als ik iets op wil tillen
kletst het mijn oksel rood
Mijn leeggelurkte gevel
wring ik met lichte wrevel
in een baleinen knevel
tot een potsierlijk bloot
Mijn buikwand blijft maar bollen
met spek verdeeld in rollen
een piercing, zonder dollen,
is nu echt van de baan
Mijn achterham gaat blubben
met pukkelige schubben
ik word, als ik blijf scrubben
een blauwbilbaviaan
Mijn ooit gespierde kuiten
doen spataders ontspruiten
geen kerels meer die fluiten
naar steunkousen met rek
Mijn bouwwerk gaat vervallen
mijn omvang niet versmallen
'k laat het me welgevallen
't is slechts een tijdgebrek .
Winston Groom
Je kansen om de loterij te winnen
ik vroeg
