Mijn grootvader, Jacobus Mulder


Toen Jacobus Mulder op 23 september 1885 in het huwelijk trad met Hendrica
Johanna Berghout (roepnaam Heintje), was hij 27 jaar en van beroep brandersknecht.
In dat jaar telde Schiedam 385 branderijen en 62 mouterijen.
De welstand die de stad toen beleefde, was direct afhankelijk van de moutwijnproductie.
Ruim 30% van de Schiedamse bevolking werkte in de branderijen.
De resterende 70% voornamelijk in bedrijven die van de branderijen afhankelijk waren.
Mouterijen (de makers van het gerstemout), molenaars die behalve mout ook
rogge en maïs maalden, zakkendragers, voerlui voor paard en wagen,
kuipers, glasblazers die de kelderflessen bliezen, mandenmakers voor de verpakking
van gist en demijohns, kistenmakers. de fabrikanten van kurken en capsules.
Het werk van de brandersknechten was zwaar en niet altijd zonder gevaar.
Het verwerken van moutwijn tot jenever werd later afgestoten naar gespecialiseerde
distilleerderijen.
In 1912 is Jacobus Mulder eigenaar geworden van een stoombranderij aan de Westfrankelandselaan nr 16 in Schiedam.
Jacobus was van toen af aan dus Brander!



