The ANC’s armed wing – Umkhonto we Sizwe (MK), began operating in 1961. Under the leadership of Nelson Mandela, MK followed a policy of targeting state buildings for sabotage without taking lives. In the first 18 months MK carried out about 200 acts of sabotage, and despite the policy, some deaths did occur. MK headquarters were at the farm Lilliesleaf in Rivonia just outside Johannesburg.
Nelson Mandela in the 1950s
Mandela started making plans for MK members to receive training outside of South Africa and managed to slip past the authorities as he moved in and out of South Africa. This earned him the name 'the Black Pimpernel’. Mandela also initially managed to resist arrest inside South Africa. But in August 1962, after a tip off, the police set up a roadblock and captured Mandela. After this the success of MK declined and the police managed to infiltrate the organisation. Through information leaked by informer Gerard Ludi the police learned of where the MK headquarters were. In July 1963 the police raided Lilliesleaf farm and arrested many prominent leaders of the ANC and MK including Walter Sisulu, Govan Mbeki and Ahmed Kathrada. At the same time the police gathered evidence to be used in the trial against these men. The evidence also enabled the police to arrest other people such as Denis Goldberg. Particularly damaging was the information on Operation Mayibuye (Operation Comeback), a plan for bringing back the exiles into the country and revealing that MK was planning to use guerrilla warfare.
The house at Lilliesleaf, where the MK headquarters was. (Photograph: Official police file photos / Wits Historical Papers)
The Rivonia Trial
Crowds outside the court at the Rivonia Trial (Source: Bailey African History Archives)
In October 1963 the Rivonia Trial began. Ten people were accused of treason, trying to overthrow the government and sabotage. Mandela was tried together with those arrested at Lilliesleaf and another 24 co-conspirators were also listed. Many of these people had already managed to leave the country, including Oliver Tambo. The ANC used the case to attract international attention to their cause. During the hearing, Mandela gave his famous ‘I am prepared to die’ speech. In June 1964 eight of those being tried were found guilty of sabotage, planning and executing guerrilla warfare, and working towards an armed invasion of the country. The charge of treason was dropped. They were all sentenced to life imprisonment. They did not get the death penalty, as this risked too much international condemnation of the government. Goldberg was sent to Pretoria prison and the others were all sent to Robben Island. Bram Fischer, the defence lawyer, was himself arrested and tried shortly afterwards.
The gates of the jail on Robben Island
The Impact Of The Trial
By imprisoning leaders of MK and the ANC, the government was able to break the strength of the ANC inside South Africa. At the same time this increased international criticism of apartheid. The United Nations condemned the trial and initiated steps to introduce sanctions. Over the next few years there were few acts of sabotage while the ANC worked on how they could infiltrate South Africa in the absence of an internal structure. The government’s attempt to crush all resistance was effective for the time being. At the end of the 1960s, new organisations and ideas would form to challenge apartheid, and in 1976 the world’s attention would be drawn to South Africa again with the June 16 uprising in Soweto.
Robbeneiland is een eiland dat voor de kust van Zuid-Afrika ligt bij Kaapstad. Het is een berucht eiland dat bijna 400 jaar gebruikt is voor gevangenen en bannelingen. De Vereenigde Oost-Indische Compagnie ( VOC) maakte er al in het begin van de 17° eeuw een strafkolonie van. Lastige zeelieden uit Kaapstad werden door de VOC hier gevangen gezet. Het water rondom het eiland is ijskoud door de koude golfstroom die hier voorbij komt. Ook zwemmen er talloze witte haaien in de zee. Slechts drie ontsnapte gevangenen die naar de kust probeerden te zwemmen hebben hun vlucht dan ook overleefd. Van 1836 tot 1931 was Robbeneiland een leprakolonie. In 1959 werd het eiland ingericht als extra-beveiligde gevangenis van het Zuidafrikaanse Apartheidsregime. Robbeneiland is weredwijd bekend geworden door de gevangenschap van Nelson Mandela en andere anti-Apartheidsstrijders op het eiland. Er was een kalkmijn op het eiland waar de gevangenen kalksteen moesten winnen. Door het felle verblindende licht en het fijne stof in de witte kalkmijn werden de ogen van Mandela beschadigd. Tijdens het werk in de kalkmijn konden de gevangenen soms wel met elkaar praten, hoewel ze het niet over politiek mochten hebben van de bewakers. In 1991 werden de laatste politieke gevangenen vrijgelaten en in 1996 werden de laatste criminele gevangenen overgeplaatst en werd de gevangenis gesloten. Inmiddels worden op Robbeneiland rondleidingen gegeven aan toeristen door ex-gevangenen. De overtocht naar Robbeneiland geschiedt per boot, vanuit de Nelson mandela-gate in de haven van het Victotia en Alfred Waterfront bij Kaapstad.
Lekker ontbeten, valiezen in de bus en nu gingen we richting Kaapstad, de finale bestemming. Eerste stop die we deden was in Franschhoek. Daar bevond zich het Hugenotenmonument.
Hugenoten
Hugenoten is de benaming die in de 16de en 17de eeuw in Frankrijk werd gegeven aan protestanten. De herkomst van het woord zou een verbastering zijn van het woord " Eidgenossen" dat het niet-Franse karakter van het protestantisme wil beklemtonen. In het katholieke Frankrijk kwam het vanaf 1562 tot bloedige godsdienstoorlogen, waarbij vele hugenoten werden vermoord ( Bartholomeüsnacht 1572). In 1685 maakte Lodewijk XIV een einde aan het verdict van Nantes ( kende aan de hugenoten vrijheid van religie toe) en de hugenoten werden in Frankrijk definitief tot persona non grata verklaard. Ze kregen de keuze of zich bekeren tot het katholicisme of de dood. Velen vluchtten naar Noord-Amerika en naar Nederland die een deel van hen naar Zuid-Afrika stuurde. Zuid-Afrika heeft het ontstaan van haar wijncultuur in grote mate aan de aldaar gevestigde hugenoten te danken.
Franschhoek
Is een dorp in de gemeente Stellenbosch, gelegen in de Zuid-Afrikaanse provincie West-Kaap. Het dorpje heette oorspronkelijk Olifantshoek. Het ligt op zo'n 75 km van Kaapstad en is één van de oudste plaatsen in Zuid-Afrika. In 1688 kwamen hier 176 Franse hugenoten wonen. Ze waren eerst naar Nederland gevlucht en via de Vereenigde Oost-Indische Companie in Kaapkolonie terecht gekomen. Ze werden over de hele Kaapkolonie verspreid, maar bij Olifantshoek ontstond er een concentratiegebied van hugenoten. De kolonisten begonnen in de buurt de Franse gemeenschap al snel " Fransche Kwartier" of Fransche Hoek" te noemen. In de 18de eeuw wordt de naam van het dorpje officieel " Franschen Hoek", later vereenvoudigd tot Franschhoek. Ze versmelten vrij snel met de overige kolonisten en in 1829 is het Frans reeds uitgestorven en vervangen door Kaaphollands, het latere Afrikaans. Veel wijnboerderijen in de streek dragen nog een Franse naam. Bvb La Motte, Dieu Donné enzovoort. In het dorpje zijn verschillende van Zuid-Afrika's beste restaurants gevestigd.
Hugenotenmonument
Is een monument ter herinnering aan de culturele bijdrage die de Franse hugenoten leverden aan de Nederlandse Kaapkolonie en het huidige Zuid-Afrika. Het monument werd ontworpen door J.C. Jongens, kwam gereed in 1945 en werd op 7 april 1948 ingewijd door Dr. A. J. van der Merwe. In de omgeving is ook het Hugenoten Gedenkmuseum gebouwd.
Symboliek van het monument
De bogen: Het monument bestaat uit drie hoge luchtbogen die staan voor de drie eenheden van God: de vader, zoon en heilige geest. Daarboven staat een kruis dat het christelijk geloof symboliseert.
De vrouw: De centrale vrouwelijke figuur, gebeeldhouwd door Coert Steynberg, verpersoonlijkt de vrijheid van geloof met een bijbel in haar ene hand en een gebroken ketting in de andere. Zij gooit de mantel van onderdrukking af en haar positie boven op de aardbol verwijst naar haar spirituele vrijheid. De Fleur-de-lys ( lelie) op haar mantel vertegenwoordigt haar nobel karakter en geest.
De aardbol: Op de aardbol staat het Nederlandse VOC ( Vereenigde Oost-Indische Compagnie) schip afgebeeld, als symbool van de schepen waarop de hugenoten naar hun toevluchtsoord, de Kaapkolonie, kwamen. Op de globe staan symbolen van hun geloof ( de bijbel), kunst en cultuur ( de harp), de land- en wijnbouw ( druivenstok) en industrie ( spinnewiel)
Waterpoel: De waterpoel met zijn weerkaatsing van het monument verwijst naar de onverstoorde rust van gemoed en geest die de hugenoten in Zuid-Afrika ondervonden, na zoveel conflict en dood te hebben meegemaakt.
We hebben daar een goede twee uur rondgelopen en dan ging de reis verder naar Stellenbosch.
Stellenbosch
Gelegen in de Zuid-Afrikaanse provincie West-Kaap. Telt zo een 60.000 inwoners. De plaats is genoemd naar Simon van der Stel ( Van der Stels bosch), die het gebied in november 1679 verkende toen het nog Wildenbosch geheten was en zeer onder de indruk was van de pracht en de vruchtbaarheid ervan. Nog in datzelfde jaar vestigden de eerste kolonisten er zich. Het is daarmee de oudste Europese nederzetting van Zuid-Afrika na Kaapstad, dat zo'n 50 km ten westen van Stellenbosch ligt. Stellenbosch is een belangrijk centrum voor de Zuid-Afrikaanse wijnbouw. Voor toeristen is Stellenbosch vooral aantrekkelijk vanwege de vele oude huizen in Kaaps-Hollandse stijl. Met name de Dorpstraat is schilderachtig te noemen met Oom Samie se winkel. De vele eiken zijn een overblijfsel van de grote behoefte aan eikenhout in de begintijd van de wijnboerderijen. De van oorsprong Europese wijnboeren waren gewend hun wijnvaten van eikenhout te maken. Stellenbosch wordt daarom ook wel Eikestad genoemd. In Stellenbosch is één van de bekendste universiteiten van het Afrikaanse continent gevestigd. De universiteit Stellenbosch is inmiddels de enige Zuid-Afrikaanse universiteit die nog hoofdzakelijk Afrikaanstalig is, een situatie die fel bestreden wordt in regeringskringen. De druk is groot om op Engelstalig onderwijs over te gaan. De studenten van de universiteit Stellenbosch worden MATIES genoemd, afgeleid van het Afrikaanse woord voor tomaat: tamaie. De universiteitskleur is namelijk rood.
Aangekomen in Stellenbosch werden we niet ver van de Dorpsstraat gedeponeerd en konden we te voet de stad verkennen. Iedereen ging richting Dorpsstraat om de mooie huizen te gaan bewonderen en ook om een stukje te eten. Liliane, Freddy, Karoline en ik gingen de Dorpsstraat in en ietsje verder zag Karoline een Drugstore en wilde ze cola kopen. Ze vroeg me om geld en bij het openen van mijn portefeuille griste ze vlug 100 rand uit mijn portefeuille. Weg waren de twee vrouwen. Als voorbeeldige echtgenoten bleven Freddy en ik op de stoep wachten. Na een tijdje kwamen ze terug en kreeg ik één randcent terug van Karoline. Als protest ging ik in de chique Dorpsstraat op de stoep zitten in kleermakershouding met een geopende hand uitgestoken . Moet wel zeggen dat de stoep proper was. Met als reactie: " Maar, wa kieken zijde gij!". Maar wie doet er nu 100 rand op aan vier cola's? Vlug kreeg ik de rest van het wisselgeld terug, want de voorbijgangers passeerden me met enigzins opgetrokken wenkbrauwen. We vervolgden onze tocht en wat verder kwamen we Sam, onze chauffeur, tegen. Karoline vertelde wat ik uitgespookt had en het resultaat was dat er twee bedelaars op de stoep van de Dorpsstraat in Stellenbosch zaten. Gelukkig konden de mensen er mee lachen. Hebben dan een stuk gegeten en onze reis verder gezet naar de Tafelberg.
Vooraleer we de stad Kaapstad binnenreden, passeerden we langs de Township van Kaapstad. Onvoorstelbaar in welke omstandigheden zo een twee miljoen mensen leven. Golfplaten tegen en op elkaar gelegd, stelde een woning voor. Rijen waren als kaartenhuizen tegen elkaar aangebouwd. Waar de hoofdelektriciteitskabel aan een paal bevestigd was, was die als de baleinen van een paraplu illegaal afgetapt om sommigen van elektriciteit te voorzien. We keken er allemaal in stilte naar. Eenieder in zijn gedachten verzonken.
We hadden geluk die dag. Er was geen mist, volop zon, maar een stevige wind. Wat niet belette dat de kabelbaan naar de tafelberg in gebruik was. Dus naar de ingang van de kabelbaan en een tijdje later waren we op weg naar de top van de tafelberg. Het unieke van de lift, voor een goede 70 mensen, was dat de bodem 360° ronddraaide. Zo kon iedereen Kaapstad en omgeving vanuit elke hoek bewonderen. Geen gedrum of geduw. Veilig en wel kwamen we op de top aan. We konden de omgeving in al zijn splendeur en grootsheid bewonderen.
Tafelberg
De tafelberg, 1.086 meter hoog, is een berg aan de Tafelbaai, boven Kaapstad. Het bovenste deel wordt gevormd door een ruim 2 km lang plateau. De Tafelberg wordt geflankeerd door toppen als Duivelspiek ( ca 1.100 m hoog) en Leeuwekop ( 700 m). De westelijke rotswand is terrasvormig en wordt de Twaalf Apostelen genoemd. De hellingen hebben enige vegetatie. ( bossen, struiken) Rondom de berg is het Tafelberg Nationale Park gelegen.
In geologische termen is de Tafelberg niet meer dan een opeenstapeling van afzettingsgesteenten bovenop een basis van graniet. De granieten basis is een goede 500 miljoen jaar oud, de afzettingsgesteenten werden er bovenop gedeponeerd in een periode tussen 490 en 460 miljoen jaar geleden. Daarna volgde een ijstijd. De gletsjers die over het landschap gleden, lieten resten achter ( rotsen, keien) die vandaag nog te zien zijn nabij Mac Lear's baken (het hoogste punt van de berg). Het geheel werd naar boven geduwd in dezelfde periode als de Kaapse Plooiingsgebergtes, maar werd door een toeval van de geschiedenis niet geplooid. Vandaar het platte uiterlijk. ( platentektonek) Wolken kunnen hier verrassend snel ontstaan. Met die wolken steekt dikwijls ook een heftige wind op. In Kaapstad zegt men dat het dekentje over de tafel uitgespreid wordt. Als je wolken ziet opkomen, kun je beter terugkeren naar het kabelstation. Vanop het kabelstation houdt men trouwens het weer in het oog. Wanneer je een sirene hoort, wil dat zeggen dat je onmiddellijk naar het station moet terugkeren.
We hebben allen genoten van het wondermooie uitzicht vanop de tafelberg. Na een grote twee uur zijn we dan met de kabelbaan terug naar beneden gegaan en werden we naar ons hotel in Kaapstad gebracht. Eerst hebben we wat rondgetoerd in het centrum van Kaapstad. Dan werden we afgezet aan ons hotel, dat ietsje buiten het centrum lag. Lady Hamilton Hotel. Niet de super de luxe, maar een eenvoudig en proper hotel in een rustige buurt. 's Avonds lekker gegeten en ik had de indruk dat iedereen het weer moest gewoon worden om zich in een grote stad te bevinden. Om terug in de "beschaafde wereld" te zijn. Rond 22h00 lagen we in ons bedje. Morgen moesten we de omgeving van Kaapstad verkennen. En dat beloofde.
Er voor gezorgd dat we het ontbijt namen nadat de Nederlanders gedaan hadden met eten. Zoals altijd in die kleine private lodges, was het ontbijt zeer verzorgd en alles was verkrijgbaar. De valiezen in de bus geladen en afscheid genomen van Boy en Marianne Spies, de eigenaars van het mooie gasthuis " De Oude Meul" Langs de historische plaatsjes Matjiesfontein en Ladismith reden we door de Karoo naar de Hex River Vallei. Daar zouden we in de Nuy Valley overnachten in de Nuy Gastehuis. Bij de familie Conradie. Het zou een ritje worden van zo een 350 km. Kaapstad komt in zicht, maar we beginnen ook de dagen van ons verlof af te tellen. Onze laatste rit in de mooie Karoo langs zijn grillige bergen met prachtige uitzichten.
Matjiesfontein
In 1884 kwam de Schot Jimmy Logan op het sublieme idee aan de spoorweg Johannesburg - Kaapstad midden in de wildernis een lunchroom voor reizigers te bouwen. Dat treinstation groeide uit tot een mooi, klein luchtkuuroord met huizen in Victoriaanse stijl. Na 1950 raakte Matjiesfontein in verval, maar op initiatief van hoteleigenaar David Rawdon werd het weer fraai gerenoveerd en sinds 1975 is het een beschermd monument. Nu is het stadje terug een aantrekkelijke bestemming voor toeristen.
Ladismith
Aan de voet van de Swartberge, met op de achtergrond de majestueuze Towerkorps met hun dubbele top, ligt Ladismith. Het plaatsje werd in 1852 gesticht en kwam tot bloei toen struisvogelveren veel geld opleverden. Nu speelt de struisvogelteelt nog nauwelijks enige rol van betekenis voor Ladismith. Nu zijn het de fruitteelt en het houden van schapen en geiten die geld in het laatje brengen. Er staan fraaie huizen in Georgiaanse / Victoriaanse stijl en in de landelijke Karoo-stijl.
Hex River Valley
Hier vindt men de belangrijkste producenten van tafeldruiven. Brice is het meest gekende. Worcester is vooral bekend voor zijn brandy. Einde 18de eeuw waren er zes boerderijen in de Hex River Valley. "Kanetvlei" van de Sofberg familie. "Roodesand" van de Jourdans. "Vendutiekraal" van de Van der Merwes. "Modderdrift" van de Conradies. "Buffelskraal" en"De Doorns" van de De Vos familie. Aan de oorsprong van de naam Hex is een legende verbonden. Het verhaal gaat over een mooi jong meisje genaamd Eliza Meiring, een oorspronkelijke bewoonster van de Clovelly boerderij ( vroeger Buffelskraal). Om de vele aanbidders, die haar ten huwelijk zouden vragen, op afstand te houden, besloot zij alleen diegene te huwen die haar een Disa, een proteasoort, zou kunnen bezorgen. Zij wist dat de Disa alleen te plukken was in de meer afgelegen, vrijwel onbereikbare delen van het Matroosgebergte. De enige echte man, waarin zij zelf geïnteresseerd was, besloot haar de Disa te bezorgen als een verrassing. Vlakbij Matroosberg verloor de man zijn evenwicht en verloor hierbij het leven toen hij te pletter stortte in de ravijn. Eliza trok zich terug in een achterkamertje van de woning om haar verdriet te verwerken. Geleidelijk aan verloor zij al haar verstand en ging de lokale bevolking haar de "heks van Exevallei" gaan noemen. Op een nacht kwam ze om het leven toen ze in huis van een trap viel. Daarna zou ze tijdens nachtelijke tochten door de vallei aan de voet van de Matroosberg de dorpjes beheksen.
Onderweg gestopt om een stukje te eten. Wat rondgekuierd en allerlei prullaria bekeken. En daar was er geen gebrek aan. "Afrikaanse kunst" in alle vormen en modellen. Voor zij die op zoek waren naar geschenkjes voor vrienden of famlieleden, keuze te over.
Onze rit door de Klein Karoo richting Hex Valley werd dan verdergezet. Wij zijn bij sommige hotspots gestopt en rond 14h30 kwamen we aan in de Nuy Valley Guest Farm. Mooi Victoriaans gebouw en rondom de faciliteiten voor de bezoekers. Onze valiezen werden door het personeel naar de kamer gebracht. Deze waren zeer ruim en wij hadden het geluk om een privé terras te hebben met een mooi zicht op de wijngaarden en de bergen. Idyllisch mooi.
Om 16h00 was er een degustatie voorzien in de wijnkelder van de familie Conradie. Daar ik geen wijn liefhebber ben, liet ik de degustatie aan mijn reisgezellen over. Zo had ik eventjes de tijd om mijn mini-dagboek bij te werken. Een groot uur later waren ze terug en hebben we op ons gemak de omgeving verkend. 's Avonds lekker gegeten en dan was het alweer tijd om de dag af te sluiten met een verkwikkende slaap. Tomorrow is another day.
Het ontbijt verliep al even chaotisch als het avondmaal. Geen verdere woorden aan vuil maken. De volgende rit bracht ons naar Oudtshoorn. Het centrum van de struisvogelteelt in Zuid-Afrika, gelegen in de West-Kaap provincie, gelegen tussen de Outeniqua gebergte en de Swartberge. Zo een 560 km van Kaapstad. Over de Outeniquabergen trokken we er heen.
Oudtshoorn
De stad, gelegen in het hart van de Klein Karoo, telt een 55.000 inwoners en heeft heel veel aan de struisvogels te danken ( struisvogel wordt in het zuid-afrikaans volstruys genoemd) want die hebben de stad rijk gemaakt. Toen het in Europa en de VS mode werd dat de dames zich in veren boa's hulden, ontstond er een enorme vraag naar de zachte veren van de grootste van alle levende vogels. In de periode van 1875 tot 1880 betaalde men voor een paar struisvogelveren 1.000 pond sterling. Wat nu zeker in de orde van 25.000 euro en meer zou bedragen. Kort voor de Eerste Wereldoorlog leefden er rond de stad 750.000 struisvogels die zo'n 500 ton veren opleverden en dat verzekerde de struisvogelhouders elk jaar van een winst die een slordige drie miljoen pond bedroeg.
De prachtige paleizen van de struisvogelbarons getuigen van de enorme rijkdom uit die tijd. Maar na de Eerste Wereldoorlog veranderde de mode en dat betekende van de ene dag op de andere het einde van de lucratieve struisvogelteelt.
Sinds enkele jaren leeft de struisvogelteelt weer op, maar deze keer niet vanwege die veren. Vooral het zachte, bultige leder ( tweede sterktste soort leder. Het sterkste leder is kangoeroeleder) en het magere ( bijna cholesterolvrije ) vlees zijn internationaal in trek. De stad is genoemd naar de gouverneur van de Kaapkolonie in 1772, namelijk baron Pieter van Rheede van Oudtshoorn.
Onze eerste stop was bij een atelier waar het eder van struisvogels verwerkt wordt. Hier konden we zien hoe het leder bewerkt werd en in de gepaste vorm gesneden werd voor handtassen, portefeuilles, riemen en andere lederen voorwerpen. De moeite waard om te bezichtigen, maar toen we de prijskaartjes bekeken van de handtassen en andere artikels, zakte onze interesse naar het nulpunt. Ons Gaia sympathie kwam naar boven en we verlieten de winkel met de gedachte dat we die beestjes liever zagen rondlopen dan ze te dragen in de vorm van een handtas. Zelfs wetende dat de hersenen van die grote beesten 30 gram wegen en één oogbol 60 gram. Ik denk niet dat er ook maar één struisvogel naar Einstein zal vernoemd worden.
Onze volgende stop was in een struisvogelboerderij. Waar ze gekweekt werden en waar we ze van dichtbij konden bezichtigen. Ik had vroeger al de overtuiging dat het geen al te slimme beesten waren, maar als ik hun kop zag in verhouding tot hun lichaam, werd mijn overtuiging nog versterkt.
We kregen de kans om op een struisvogel te rijden. Die "we" werd beperkt tot mensen die niet meer dan 75 kg wogen. Enkele kandidaten, waaronder ikzelf, vielen hierdoor uit de boot. Mijn vrouwke Karoline, een pluimgewicht, probeerde als eerste een struisvogel te beklimmen. Gelukkig was het beest tussen een houten U-vormig obstakel geplaatst en had het een kap over de kop. Want een struisvogel met zijn 30 gram verstand redeneert als volgt " Als ik niets zie, zie een ander me ook niet. Dus ben ik veilig." Sommige mensen doen dat bij ons ook. Wij noemen dat dan struisvogelpolitiek. Terug naar onze toekomstige struisvogelrace. Karoline werd getoond waar ze haar handen moest leggen om haar vast te houden. Namelijk aan de voorste kant van hun vleugels. Met twee assistenten naast haar, werd de kap van de struisvogel weggenomen en ja, de koers begon. Eerlijk gezegd een raar zicht om een oversized kieken met een vrouw erop rondjes te zien lopen in een "hippodroom". Of moet ik zeggen een "Ostrichdroom". Mijn vrouw heeft die rit fantastisch afgelegd. De volgende. Hilda was de tweede volontaire, maar haar techniek om de vogel vast te nemen was wel een beetje buiten het gewone. Hilda besloot de struisvogel in een soort schroefgreep bij zijn lange hals vast te houden. Het leek erop dat ze de vogel elk moment zijn kop, of liever gezegd zijn hals, ging los draaien. Het arme beest ligt nog altijd in traumatologie. Zij lijdt aan "Jacktheripperitis". Eénmaal losgelaten zal het geen struisvogel meer zijn, maar een stressvogel. De derde kandidate was Lieve. Beide hebben niet gereden. Raymond was de enige onder de mannen, gezien zijn lichtgewicht, die ook de rit met een struisvogel aandurfde. Ook hij deed het prima. Niet alleen was hij een goed paardrijder geworden ( Den Jack), maar ook een goed struisvogelberijder. Eerlijk gezegd, het zag er geen sinecure uit. Chapeau voor onze ostrichboy en -girl
Als beloning had Frank een etentje voorzien in een nogal afgelegen restaurantje. Of liever eethuisje. Gelegen op de weg naar de Swartbergepas, in the middle of nowhere, parkeerden we voor een klein huisje. Mijlen in het rond geen huizen of iets anders te zien. De vegetatie was zeer armtierig en bestond uit kleine struikjes gras. Hier gingen we eten. Via een poort gingen we de tuin binnen.Groot was onze verrassing daar een overdekte eetgelegenheid aan te treffen met centraal een grote stenen buffetplaats voorzien van een assortiment groenten, aardappelen, lamsvlees en struisvogelvlees. Het lamsvlees is zeer lekker in die streek. Het soort gras dat de schapen eten, heeft de smaak van tijm smaken en dit zorgt er voor dat het vlees op een ntuurlijke wijze doordrongen is van een fijn aroma. Het struisvogelvlees had in de melk overnacht en was daarna in zeer fijne reepjes klaargemaakt op de BBQ ( braai). Fingerlicking good.
Het meest originele was, buiten de naam van het plaatsje nl Kobus se gat, de baas zelf. Groot en een buik om U tegen te zeggen. En om de twee minuten liet hij een bulderlach horen. Precies Coluche. Na ons buikje dik en rond gegeten te hebben, begaven we ons (dankzij de aanrader van Paul en Denise) naar de grotten van Kango. Die lagen in de directe nabijheid en zouden het bezoeken waard zijn.
Grotten van Kango
Deze grotten bestaan uit kalksteen die hier ongeveer 700 miljoen jaar geleden werd afgezet, toen dit gebied nog onder water lag. In de honderden miljoenen jaren die nadien volgden, werden nog verschillende lagen afzettingsgesteente hier bovenop afgezet. Tot 20 miljoen jaar geleden was dit een gesloten rotsmassief. Ongeveer 20 miljoen jaar geleden begon de vorming van de grotten. Dit gebied was boven de waterspiegel komen te liggen ( platentektoniek). Het gebied was bijgevolg omgeven door planten. De wisselwerking tussen rottend afval en regenwater zorgde voor licht zuurhoudend grondwater. Dit grondwater dat de grotten binnendrong, begon vanaf 20 miljoen jaar geleden geleidelijk aan de kalksteen van binnenuit op te lossen. Tegelijk begonnen rivieren diepe beddingen in het landschap te maken. Men denkt dat de grotten zowat vier miljoen jaar geleden voor het eerst werden ontsloten door een rivier. Het ondergrondse water stroomde daardoor naar buiten. Uit deze periode dateren enkele van de grote kamers in de Kangogrotten. De grootste is de Grote Zaal met een diameter van 107 meter. Nadat de grotten geledigd waren, kon de vorming van de druipsteenformatie beginnen. ( stalagtieten zijn hangende druipstenen en stalagmieten zijn staande druipstenen. ) Er zijn aanwijzingen dat de San (Bosjesmannen) de grotten 10.000 jaar geleden al gebruikten om in te schuilen. De grotten werden ontdekt door een boer, een zekere Van Zyl, die met een kaars, als enig verlichtigsmiddel, de grotten afdaalde. Het moest daar aardedonker geweest zijn voor die man.
Het bezoek aan de grotten was meer dan de moeite waard. Een must. Natuurlijk hadden we weer het geluk om een team Hollanders in onze nederlandstalige groep te hebben. Ze wilden de tocht door de grotten starten onder een happy birthday gezang maar werden vlug stilgelegd door een paar leden van onze groep. Eerlijk gezegd je zou van minder racist worden. Racist moet je hier opvatten als opvoedkundige.
Na deze belevenis gingen we naar ons hotel. De Oude Meul. Gelegen in een zeer mooie tuin. Met prachtige aparte huisjes. Zeer gezellig. We hadden met moeite onze valiezen in de kamers gezet of er kwam een bus opgereden met......... je gelooft het niet ............ een troep Hollanders. En wat voor een troep. Na een half uur waren het zwembad en het terras al ingepalmd door deze gasten die onder veel rumoer het water op alle mogelijke houdingen insprongen, maar geen enkele die op iets trok. Daar ging onze gezellige avond. 's Avonds gegeten en gelukkig kregen we koffie geserveerd in een apart zaaltje. De Noordenburen hadden er niet beter op gevonden dan Nederlandse smartlappenmuziek te laten afspelen. Totaal ongepast in deze rachtige omgeving.
Vlug ons stekkie opgezocht en dodo gedaan zonder te dromen over oranje boven of andere dingen die daar verband mee houden.
Alhoewel het voortdurend bonken van de oceaan op de kuststrook voor de nodige decibels zorgde, heeft me dat niet belemmerd om goed te slapen. Alleen al de gedachte dat je op enkele 10-tallen meters afstand van de Indische Oceaan lag te slapen, gaf je een gelukzalig gevoel.
Lekker ontbeten en een wandeltocht door het Tsitsikammawoud ( wel een groot woord voor een verzameling bomen op een bergmassief) op goed aangelegde paadjes. Spijtig genoeg konden we het volledig wandeltraject niet afleggen, daar een hangbrug aan een grondig herstel toe was. Deze was na een zware brand volledig verwoest en wordt nu terug hersteld. Desalniettemin hebben we een mooie wandeling gemaakt en uitzichten gezien die ronduit prachtig waren. Je kan die schoonheid niet in woorden uitdrukken. Je moet het gezien hebben. Het ongelooflijke is ook dat je je in een bergmassief bevindt, tussen de restanten van bomen die eens deel uitmaakten van een enorm oerwoud en dat je bij manier van spreken, onder je voeten de Indische Oceaan ziet en hoort.Waar je over de waterplas kijkt is er enkel maar oneindigheid te zien.
Dan ging de reis naar Wilderness met een voorziene stop in Knysna.( rond 11h00 vertrokken) We volgden de Tuinroete die gelegen was tussen de Indische Oceaan en de Kaapse plooiingsgebergten. Daar doorheen stromen er heel wat riviertjes naar de kust. De wisselwerking tussen deze riviertjes en de kustlijn zorgt voor een heel gevarieerd landschap. Men ziet zowel rechte breukvlakken ( de Stormsrivier) als brede estuaria ( Knysna)
Knysna
Een van de meest bekende dorpjes langs de Tuinroete is Knysna ( spreek uit Naaisjna, waarom, dat zou ik bij God niet weten) . Hier vloeit de rivier Knysna in de zee. Bij de monding heeft zich een groot estuarium gevormd. Men noemt deze de lagune van Knysna. Twee grote rotsen, bekend als The Heads, belemmeren de open toegang tot de Indische Oceaan. De doorgang tussen deze twee rotsen is weliswaar ondiep, maar bij hoogtij dringt zeewater het estuarium binnen. Knysna is een oesterparadijs. Het zeepaardje is één van de meest voorkomende diertjes die in de lagune leven. Bij deze dieren is het het mannetje dat zwanger wordt. ( stel je voor zeg ) Het ganse gebied rond Knysna is uitgeroepen tot nationaal park.
In Knysna rond de middag aangekomen. Het is zo een beetje het Saint-Tropez van de Zuidkust. Winkelstraat met veel open markten met kraampjes. De opportuniteit om allerlei prullaria te kopen was optimaal. Elkeen is zo een beetje zijn eigen gang gegaan en rond 15h00 hadden we afspraak bij de bus. Frank trakteerde ons op een oesterfestijntje. Voor mij gerust gelaten. Van zo'n slijmerige snottebelachtge substanties hou ik niet.
Terug de bus op en nu gingen we naar ons hotel in Wilderness. "Wilderness Beach Hotel" Bij onze aankomst landde juist een andere grote bus vol met, ja, je raadt het, ..... Hollanders. Maak plaats, maak plaats, maak plaats, wat hebben die ongelooflijke haast...... We zaten in een massatoerismehotel, dus eventjes wachtten op de kamersleutel en de valiezen en dan konden we op verkenning. Het hotel bevond zich ook aan de Indische Oceaan, wel iets hoger gelegen dan de oceaan . Via een steile trap konden we het strand bereiken. Wat we dan ook deden. De naar zout smakende lucht filterden onze longen en het strand en de aanrollende golven deden ons terugkeren naar onze jeugdjaren. Liliane bloeide open als een bloem in een echte ballerina stijl. Freddy daagde de golven uit, maar moest toch gaan lopen voor de aanrollende golven om natte voeten te vermijden. Dit natuurverschijnsel wilden Hilda en Karoline ook uitdagen, maar hen bekwam het zo goed niet. Resultaat een hilarische lachpartij en bij beide een natte broek. Maar je loopt nu ook niet alle dagen aan de Indische Oceaan. Langzaam begon de zon onder te gaan en werd de hemel één kleurenpallet. Om stil van te worden.
Tijd om terug te gaan naar het hotel, ons om te kleden (voor sommigen om hun natte kleren te drogen) en te gaan eten. Groot restaurant ( zou beter refter zeggen ), vol met rumoerige gasten. Wisten toch nog twee tafels te veroveren. Op naar het buffet en veldslag houden tegen de oprukkende en niets ontziende Hollanders. Van in de rij staan of zijn beurt afwachten, hadden zij blijkbaar nog nooit gehoord. Als je me nou, zeg. Die verrekte ... Buffet smaakte naar niets. In feite alles smaakte naar niets. En als men aan tafel even riskeerde om niet op zijn bord te letten, kon het gebeuren dat een kelner het onder je neus wegnam. Freddy kan daar van meespreken. Na het eten dan maar in ons nestje gekropen, maar eerst nog eventjes goedenavond aan de oceaan gewenst die maar bleef opkomen en teruggaan. Ononderbroken, zoals het al meer dan miljoenen, miljarden jaren deed, doet en zal doen.
Ontbijt genomen en vertrokken voor een lange tocht naar Tsitsikamma National Park, via Port Elizabeth. We verlieten het binnenland en gingen richting Zuidkust.
Port Elizabeth is één van de vier grote industriegebieden van Zuid-Afrika. Heeft dit te danken aan de haven en de automobielindustrie. Port Elizabeth dankt zijn oorsprong aan de Britse settlers.
Hier kwamen in 1820 de eerste settlers aan land. De stad is niet genoemd naar een Britse koningin, maar wel naar de echtgenote van de toenmalige gouverneur aan de Kaap, Sir Rufane Donkin. Elizabeth Donkin was twee jaar voordien in India overleden.
We zijn door de havenstad gereden zonder een halte te maken. Zag er een typische havenstad uit. Bedrijvig en vuil. Nee, we begaven ons naar de Tuinroete. Gelegen aan de zuidkust, waar we onder andere het Tsitsikammawoud en het gelijknamige kustpark vinden, de lagunes van Knysna ( spreek uit Naisna), de vleien ( overblijvende meren nadat de oceaan zich teruggetrokken had miljoenen jaren geleden) van Wilderness en de stranden van Plettenbergbaai.
Er zijn bergketens ( de Kaapse plooiingsgebergtes) die parallel met de kust lopen, wouden, lagunes, fossiele duinen, diepe kloven en stranden. De Tuinroete start bij de brug over de Stormsrivier ( daar zijn we gestopt voor een lunchpauze) in het oosten en loopt tot aan Mosselbaai in het westen.
Juist over de 190 m lange brug over de Stormsrivier, lag er een wegrestaurant waar we iets konden eten en wat rondwandelen. Naast de brug was er een voetgangersbrugje zodat we een mooie uitzicht hadden op de 125 m dieper gelegen Stormsrivier.
Voorbij de brug start het Tsitsikammawoud. In de vorige eeuwen was dit een bijna ondoordringbaar bos. Vanaf het begin van de 19de eeuw nam de houthakkerij evenwel een vlucht, waardoor het woud geleidelijk aan uitgedund werd. Bovendien werden grote delen van het woud verwoest door een reusachtige bosbrand in 1869. "Tsitsikamma" betekent "de plaats van vele waters"
Vanaf dat moment ging men beseffen dat het nodig was het woud te beschermen. Maar dat gebeurde niet altijd op de juiste manier. Zo werden uitheemse bomen aangeplant, die de inheemse flora verdrongen.
We reden het park binnen en werden naar onze verblijven gevoerd. Kleine appartementjes die nauwelijks 50 meter van de Indische oceaan verwijderd waren ( oceanettes genoemd). Het uitzicht vanop het terras was fantastisch.
Water beukte tegen de rotsen en je zag tot zeker 5 meter hoog het water opspatten en zelfs nog hoger. Waar je ook rondkeek, overal zal je de oceaan en de wilde branding. Wat is de natuur mooi en krachtig. Maar bij deze aanblik besefte je ook hoe vernietigend de natuur kan zijn. Tegen zo een kracht is geen mens bestand. Als je dit gezien hebt, kan je je een beetje voorstellen wat voor een verwoestende kracht een tsunami moet hebben. Vluchten kan dan immers niet meer.
We hebben dan een wandeling van een goed uur gemaakt langs de kuststrook naar het hoofdgebouw alwaar we een verfrissing genuttigd hebben. Dan terug naar onze oceanettes. Klaarmaken voor het avondeten. '
Ik wou nog een foto nemen van de zonsondergang die mooie rode strepen door de lucht trok, gevuld met gele tinten, en als achtergrond de grjze oceaan met zijn witte opspattende branding. Freddy gaf me de raad om (dixit Freddy) " me op een statief te zetten met een opening van 3 minuten". Eerlijk gezegd zag ik dat niet bepaald zitten.......
's Avonds was het daar al heel wat frisser dan in het binnenland. Voor het slapengaan nog een laatste blik op de continue aanval van het woeste water op de landstrook met de nodige decibels erbij. Wat mij toch niet gestoord heeft om goed te slapen. Je kon zo de zilte lucht ruiken. Als het ware het zout van de oceaan proeven.
Na een verzorgd ontbijt, leidde Hester ons naar een partij rotsblokken, gelegen op hun eigendom, waar 7.000 jaar oude rotstekeningen van de San te zien waren.
Deze waren nog zeer duidelijk te zien op de rotsblok en stelden jachttaferelen en diverse dieren voor. In de Drakensberge en de Klein Karoo zijn er nog veel van deze tekeningen te vinden. De tekeningen zijn erkend erfgoed. De tekeningen die zich op het domein van JP en Hester bevinden, zijn hun eigendom maar ze staan in voor het onderhoud en veilige bewaring ervan.
Onze reis ging nu naar Graaff Reinet met eerst een tussenstop in Nieu Bethesda, namelijk een bezoek aan " Die Uilhuis". Een merkwaardig huis of zou men beter een klein museum zeggen, volgestouwd met gekleurd glaswerk in het huis zelf en in de tuin allerlei soorten gedrochten die dieren voorstellen, van alle formaat. Het meest voorkomend dier is de uil. Vandaar de naam. De bewoonster van dit huis was Helen Martins, geboren in 1898. Zij is met deze zelfgemaakte collectie begonnen, na de dood van haar ouders. Ze was toen 50 jaar oud. In 1976 pleegde ze zelfmoord, daar ze geplaagd werd door artrithis en een sterk verslechterend zicht.
Niets van haar kunstwerken is ooit verkocht geweest en al haar creaties staan opgepakt in het huis en in de tuin. Nieu Bethesda heeft er een bezienswaardigheid van gemaakt. Het woord bezienswaardigheid is een zwaar woord voor een verzameling van gedrochten en weergaven van getormenteerde gedachtenspinsels.
Nu ging de reis door naar Graaff Reinet.
Graaff Reinet
Wordt ook wel de parel van de Karoo genoemd. Na Kaapstad, Stellenbosch en Swellendam de vierde oudste stad van Zuid-Afrika. Bevat tal van historische gebouwen en musea. De ambstwoning van de landdrost (1806) is vandaag een hotel, dat die "Ou Drostdy" heet. Achter die Ou Drostdy liggen gerestaureerde slavenwoningen uit de 19de eeuw. Vandaag zijn ze modern ingericht en worden ze verhuurd aan hotelgasten. Vele huizen zijn in Victoriaanse stijl opgetrokken ( Reinethuis). Het architecturale patrimonium is in bescherming genomen door één van de Zuid-Afrikaanse topindustriëlen, Anton Rupert, en mede daardoor bewaard gebleven.
Naast die Ou Drostdy valt onder meer het Reinethuis te vermelden. Het werd gebouwd tussen 1806 en 1812 en was aanvankelijk een pastorie van de Nederduits-gereformeerde kerk. Vandaag is het ingericht als een museum.
In de tuin staat een druivelaar, die in 1870 werd geplant door de toenmalige dominee en die nog altijd druiven draagt. De inwoners van Graaff Reinet beweren dat dit de grootste en oudste druivelaar ter wereld is. De elegante neogothische kerk werd gebouwd tussen 1885 en 1887.
Bij onze aankomst in het voorziene hotel, bleken alle kamers volzet te zijn. Drie koppels zouden in een hotel ietsje verderop gelogeerd worden en de overige in een hotel op een 5-tal minuten van de hoofdstraat. Een ongelukkig misverstand zorgde hier even voor een pijnlijke situatie. Die werd dan later gelukkig even snel rechtgezet.
Na ons opgefrist te hebben, zijn we dan in de Ou Drostdy een kleinigheid gaan eten en hebben we vervolgens het Reinet huis bezocht. Het loonde wel de moeite. Die dominee had daar zeker niet in armoede geleefd gezien de ruimte in het huis en het meubilair dat er zich bevond. Ook oude grote bijbels met ijzeren beslag aan de kaft waren volop aanwezig. In de stoeterij stonden een paar mooie koetsen en een lijkwagenkoets.
De druivelaar zag er inderdaad groot en oud uit, maar dat de inwoners durven beweren dat deze de grootste ter wereld is, daar heb ik toch mijn twijfels bij. En als men ziet wat een boerengehucht Graaff Reinet is en de nog apartheidsgezinde houding van de inwoners, heb ik toch mijn twijfels dat zij ooit verder dan Johannesburg of Kaapstad geweest zijn. Laat staan dat ze de wereld verkend hebben.
Om 16h00 hadden we een afspraak om naar één van de meest spectaculaire natuurreservaten van Zuid-Afrika te rijden: de Vallei van Verlatenheid. Gelegen in het Camdeboo National Park.
Bij de ingang van het park leidt een geasfalteerde weg naar de top. Boven heb je een adembenemend ( zoals ons Liliane zou zeggen) uitzicht over Graaff Reinet en de uitgestrekte Karoo. Een wandelpad voert naar de belangrijkste uitzichtpunten.
De Vallei van Verlatenheid. Zuilen van doloriet, een vulkanisch gesteente, torenen hier 120 meter boven het landschap uit. Langs de flanken ligt zachter afzettingsgesteente dat dateert uit de tijd dat de Karoo een uitgestrekt bekken vormde - meer dan 180 miljoen jaar geleden.
Heet magma heeft dit oudere gesteente omhoog gedrukt. Nabij de toppen is het zachtere gesteente volledig geërodeerd, zodat enkel het ruwe vulkanische gesteente overblijft. Dit natuurfenomeen dateert uit de tijd dat Afrika en Antarctica zich van elkaar afscheurden.
De uitzichten waren echt "asemberauwend". Torenhoge smalle zuilen met in de verte de uitgestrekte Karoo en een piepklein dorpje in de vorm van een hoefijzer. Woorden schieten hier tekort. DE natuur op zijn mooist en op zijn ruwst.
Tegen zonsondergang gingen we naar het hotel terug om aldaar van een lekkere braai te genieten. Na het eten naar ons bedje. Morgen stond er ons een lange rit te wachten.
Ontbijt genomen en zoals altijd was dit goed verzorgd en hadden we niets tekort. Onze lodge verlaten en Lesotho buitengereden via Rooyenshek. De beschaving verwelkomde ons. We reden richting Middelburg, om onze nieuwe bestemming gelegen in Nieu Bethesda, namelijk Guestfarm Ganora, in de namiddag te bereiken. Het is een schapenboerderij waar we bleven overnachten. Gelegen in de Karoo. Namelijk de Klein Karoo
De klein Karoo
De Klein Karoo is een oost-westgerichte vallei van 250 km lang en 60 km breed. Ze ligt tussen twee bergketens in. De zuidgrens wordt gevormd door de Outeniquaberge en de Langebergketen, de noordgrens door de Swartberge. De bergketens maken deel uit van de Kaapse Plooiingsgebergtes, die 260 miljoen jaar geleden ontstonden. De bergpassen in dit gebied vertonen soms onvoorstelbaar mooie plooiingen. Liefhebbers van grotten moeten zeker de Kangogrotten nabij Oudtshoorn bezoeken ( wat we dankzij Paul en Denise gedaan hebben). De Klein Karoo is een bijzonder zonnige streek. Oudtshoorn, dat gelegen is in het hartje van de Klein Karoo, is de stad met het hoogste aantal zonnige dagen per jaar in heel Zuid-Afrika. Toch is de Klein Karoo niet extreem droog. Dat komt doordat de vallei bevloeid wordt door riviertjes uit de omringende bergketens. Doordat de Klein Karoo gelegen is tussen bergketens, werd de menselijke geschiedenis hier sterk bepaald door de aanleg van bergpassen. Deze passen ontsloten de streek, waardoor de lokale economie zich kon ontwikkelen. De eerste bergpassen werden aangelegd vanaf het midden van de negentiende eeuw. De Klein Karoo is de streek van de struisvogels. Oudtshoorn is nog altijd het centrum van de struisvogelteelt in Zuid-Afrika. Aan het einde van de 19de eeuw bracht de struisvogelnijverheid deze streek veel welvaart. Dat is nog altijd te zien in de architectuur van de Klein Karoodorpjes, vooral Oudtshoorn. Vandaag is de Klein Karoo nog altijd een streek waar veel struisvogels worden gekweekt. Daarnaast is dit ook één van de wijnstreken van Zuid-Afrika, met als specialiteiten onder meer port ( een Zuid-Afrikaanse versie van port), brandewijn en zoetere witte wijnen.
Het was een aangename verrassing om het landgoed van JP en Hester Steynberg op te rijden. Na de dorre uitzichten, met hier en daar een plukje dor gras en een eenzame boom, kwamen we in een oase van groen terecht. Een oase van rust en natuurschoon. Een mooie boerderij, en verderop gerestaureerde stallen die onze verblijfplaatsen waren voor die nacht. Een groep Hollandse boeren waren op bezoek om te zien hoe de Zuid-Afrikaanse schapenboeren hun kudden hoeden. Verder hadden we er geen last van. Koffers in de kamer en gezamelijk gingen we de omgeving verkennen. Een mooi toertje gemaak, al werden we door een riviertje wat gestoord in onze gewone tred. Enige lenigheidsoefeningen moesten uit de oude doos getoverd worden. Heelhuids bereikten we de boerderij, alwaar het eten ons om 19h00 opwachtte. Iets voor het eten had JP ons zijn verzameling fossielen getoond. Hij was amateur paleontoloog en had een paar waardevolle stukken in zijn collectie. Het wordt vervelend te zeggen, maar terug onberispelijk. Buikjes goed rondgegeten. Na de zoveelste culinaire verwennerij, gingen we met zijn allen naar onze respectievelijke verblijven. Ze waren zeer cosy en met smaak ingericht. Voor zover er sterren aan een Lodge zou kunnen worden toegekend, zou ik zeker 4 sterren aan Ganora Guestfarm toekennen.
Onder een inktzwarte hemel bezaaid met honderden sterren, sloten onze vermoeide ogen zich probleemloos en er zal ongetwijfeld serieus op los gedroomd geweest zijn. Maar deze blijven eigendom van de dromer als deze zich hem nog kan herinneren.
Ontbijt was al even smakelijk als het avondeten en met plezier namen we afscheid van het grand tourisme hotel. De bediening was daar zo "efficiënt" dat men zijn bestek niet mocht laten liggen als je iets wilde bijhalen. Voor je het wist was alles afgeruimd. Een moment niet naar je boord kijken en ze waren al in staat het weg te nemen. Onze Freddy kan er van mee spreken. Zijn bord was nog niet leeg, hij wilde iets extra van de eettafel nemen en hops, daar was er al een AFdiener om zijn bord weg te nemen ( hier kon men moeilijk van OPdieners praten). Gelukkig kon hij deze man nog op tijd stoppen of het was kinnebakkloppen geworden. In feite was er maar één oplossing, als je iets bij wilde van het buffet, dan moest je je bord en bestek meenemen. Zo konden ze niets afruimen.
Nu ging de reis naar Lesotho via de Malutibergen.
Lesotho
Dit bergachtige koninkrijk ( bijna net zo groot als België), omgeven door Zuid-Afrika, wordt ook wel "Kingdom in the sky" genoemd. Het is het enige land ter wereld waarvan het hele grondgebied boven de 1.400 m ligt. Het hoogste punt is 3.482 m. De winters zijn er streng en tijdens de zomers breken er geweldige onweders los. Het werd op 4 oktober 1966 onafhankelijk van Groot-Brittanië. Wordt geregeerd door koning Letsie III, de hoofdstad is Maseru en heeft een bevolking van 1.862.000 inwoners. ( 67 inw/km²). Hoog werkeloosheidscijfer en hoog percentage HIV-gevallen ( 31%). 35% van de mannelijke bevolking werkt in Zuid-Afrika (goud-, diamant mijnwerkers voor het grootste deel) en onderhouden daarmee hun families in Lesotho. De bevolking bestaat grotendeels uit Afrikanen die tot het Sotho-volk, een zuidelijke Bantoetalige groepering, behoren. Tweederde van de totale bevolking woont in het vruchtbare laagland en de rivierdalen ( 12% van het totale grondgebied) en 22% woont in de steden. Er is een werkeloosheid van 43%. Een 68% leeft in armoede. In Lesotho zelf is de belangrijkste handelstak de landbouw en het vervoermiddel bij uitstek is het paard. ( in het arme binnenland de ezel) Nationale munteenheid is de Loti ( mv maloti) gekoppeld aan de rand die overal aanvaard wordt.
Eenmaal het koninkrijk Lesotho binnengereden, zie je snel al het verschil. De schrijnende armoede valt je direct op. De hoofdstad Maseru doorgereden. Is een allegaartje van oud-koloniale woningen en nieuwbouw. Eénmaal Maseru buiten gingen we richting Malealea, zo een 60 km van Maseru gelegen. Maar eerst moesten we de " Gate of Paradise" passeren. Dan wachtten je immense landschappen met eindeloze horizonten. De weinige mensen die je tegenkwam, waren koeiendrijvers, haveloos gekleed, met een houten stok om hun kudde, bestaande uit 5 à 6 broodmagere koeien, bij elkaar te houden. We zijn in een andere tijd, een andere dimensie aanbeland. Stil zaten we allen naar buiten te kijken. Dor, groots en arm. Alles straalde armoede uit. De grond, de beplanting, de kuddes vee, de huizen ( als men dit al huizen kon noemen) en de mensen zelf. Maar ze waren wel zeer vriendelijk. Waar we mensen passeerden werd er over en weer gewuifd.
Rond 16h00 in de Malealea Lodge aangekomen. Een gemeenschappelijk huis waar zich de receptie, bar en restaurant bevonden en daarrond een 30-tal huisjes met buiten een butaangasfles die voor warm water zorgde. Elektriciteit was er van 18h00 tot 22h00. Dan werd immers de generator aangezet. Ons wat verfrist, de omgeving verkend en een glaasje gaan drinken op het terras. Om 18h00 zou een groep zangeresjes de avond komen opvrolijken, gevolgd door het optreden van een lokale band.
De zangeresjes brachten mooi gezongen liedjes waar we natuurlijk niets van verstonden. Wel was er altijd een bepaalde ritme in te herkennen. Het onweder dat al een tijdje in de bergen huishield, kwam dichterbij en we moesten wegvluchten naar een armzalig zaaltje in het hoofdgebouw.
Na de zanggroep, deed de "band" zijn "intrede". Elke muzikant had een eigen geïmproviseerd instrument mee en hun werkkledij was weggestopt onder een gekleurd laken. Wel kwamen de met aarde besmeurde laarzen ( sommige leken hen wel twee maten te groot ) van onder dat laken te voorschijn. Een komisch zicht. Een leeg olieblik met een houten steel en twee snaren stelde de gitaar voor, omgekeerde vaten van verschillende formaten deden dienst als drumstel. Achteraan stond een man met onbekende voorwerpen die metaalachtige klanken moesten produceren. Na een tijdje kwamen jonge lui de muziek opvrolijken met ritmische dansen. Bittere armoede, maar toch hadden die mensen de vindingrijkheid om uit iets banaals een instrument tevoorschijn te toveren waarmee er plezier kon gemaakt worden. Het waren wel de Beatles niet, maar we zullen ze de Sotho's noemen. Of hun CD hier te verkrijgen is, betwijfel ik.
Na dit muzikaal entertainment, moest de innerlijke mens worden versterkt. Eenvoudig maar lekker. Viel zeker niets op aan te merken. Daarna naar ons gasthuisje en dodo gaan doen. Tomorrow is another day.