Naar de inhoud

Nie gewoon nie L

Reis door Zuid-Afrika in 21 dagen
akke.beakke.be

Archief

Zaterdag 11 oktober Pretoria

Instappen in de bus en kennismaking met onze 5 medereizigers.

Hilda en Raymond
Denise en Paul
Folkert

We vertrokken naar Pretoria, nu bekend onder de naam Tshwane.

Is een 60 km van Jo'Burg gelegen en daar zijn de regeringsgebouwen gelegen. In deze periode van het jaar staan de jacaranda's in volle bloei. Wat de stad tot een bloemenjuweel maakt.

Eerst zijn we gestopt bij de eigenaar van de Zuid-Afrikaanse reisoperator, Barney. Koffietje gedronken en een stukje cake gegeten. De nodige energie opdoen om de rest van de dag door te komen.

Van daaruit zijn we het Voortrekkersmonument gaan bezoeken, gelegen aan de zuidrand van Pretoria. De eerste steen werd gelegd op een symbolische datum, 16 december 1938, precies een eeuw na de veldslag bij Bloedrivier. De bouw van het Voortrekkersmonument duurde elf jaar. Het gebouw werd officieel geopend - alweer - op 16 december 1949. Een opening in het dak zorgt ervoor dat op 16 december rond het middaguur licht binnenvalt op een schrijn met de woorden: " Ons vir jou, Suid-Afrika".

De vermoeidheid begon serieus door te wegen en we reden van Pretoria richting Nelspruyt naar ons eerste hotelletje of liever gezegd onze eerste "lodge". Kaapsche Hoop Gastenhuis.

Kaapsche Hoop is gelegen in Mpumalanga en kijkt uit over de valleien richting Barberton en Nelspruyt ( zo een 28 km van Nelspruyt gelegen).

Het gasthuis heeft zeven luxe kamers, elk met zijn eigen private inkom. Het gasthuis zelf bestaat uit een bar en een restaurant. Voor de internet-fanaten, verbinding is mogelijk.

De nieuwe regering is van plan bepaalde straatnamen en/of plaatsnamen, die herinneren aan de Apartheid of aan de suprematie van de Boeren, te veranderen.

Hier een reactie van de HNP ( Herstigte Nasionale Party) op dit voorstel.
Dit is louter om te bewijzen dat de Afrikaners nog voortleven in Zuid-Afrika en vinden dat de Apartheid terug moet ingevoerd worden. Anno 2008.


22/09/2008 Verandering van straatname in Pretoria

Die voorgenome verandering van straatname en verwydering van Afrikanerstandbeelde in Pretoria deur die Tshwane-metro is ‘n voortsetting van die onwettige ANC-regime se oorlog teen die Afrikanervolk. Dit demonstreer weer eens dat daar geen plek vir ons volk binne die heersende bestel kan wees nie. Die wye reaksie daarteen onder Afrikaners van alle oortuigings toon die weersin teen die regime se volgehoue haatoptrede teen die Afrikaner.

Die vryheidsgesinde Afrikaner beskou die verandering van straat- en plekname en trouens elke ander aanslag teen ons volkserfenis as kriminele magsmisbruik deur die regime, wat bereg sal word wanneer ons volk weer ons vryheid in ons vaderland herwin. Intussen sal die HNP hierdie aanslag op ons erfenis met die middele tot ons beskikking teenstaan.

Die HNP doen steeds ‘n beroep op elke vryheidsgesinde volksgenoot om u te weerhou van deelname aan die onwettige ANC-bestel en u saam met enersdenkende Afrikaners te beywer vir die skepping van alternatiewe strukture met die oog op die herstel van ons volk se soewereiniteit in ons eie vaderland onder ‘n Christelike grondwet.

Geschreven door niegewoonnie om 00:00 Reageer op dit bericht

Zuid-Afrika onder de NP of de Apartheid

In 1948 kwam de Nationale Partij ( Nasionale Party) aan de macht. Zij zal de geschiedenis ingaan als de stichter van de 'apartheidsstaat', al heeft zij in de eerste jaren slechts de vele BESTAANDE voorschriften, wetten en gebruiken tot één samenhangend stelsel omgevormd: de apartheid werd nu in de hele Unie systematisch doorgevoerd.



Hoewel de term apartheid ingeburgerd is en overal ter wereld gebruikt wordt om het bevolkingsbeleid en het staatsstelsel van Zuid-Afrika aan te duiden, zijn vele synoniemen beschikbaar. De Zuidafrikaanse overheid heeft andere begrippen geïntroduceerd die een positiever beeld moeten geven: aanduidingen als gescheiden ontwikkeling of multinationale ontwikkeling moeten de indruk wegwerken dat "apartheid" discrimineert. Daarnaast hoort men spreken over baasskap, coöperatieve coëxistentie, geïnstitutionaliseerd racisme.. Deze begrippen verraden onmiddellijk het standpunt van de gebruiker.

De ideologie van de apartheid is het product van de NP die sedert 1948 het land had bestuurd. Deze doctrine was evenwel niet in het luchtledige ontstaan. Zij was de resultante van verschillende maatschappelijke ontwikkelingen en van langzaam gegroeide opvattingen binnen de Afrikanergemeenschap. Apartheid was de opvolger van segregatie, een term die vooral op de territoriale scheiding slaat.De NP wilde deze scheiding evenwel op vele andere vlakken doorvoeren.

De praktijk van de apartheid heeft ALTIJD bestaan in Zuid-Afrika. Zij vond haar oorsprong in het "natuurlijk meerderwaardigheidsgevoelen" en het fysieke materiële overwicht van de blanken enerzijds en de economische noodwendigheden anderzijds.De blanken bekleedden een machtspositie en van daaruit dwongen zij de zwarten, de kleurlingen en de Aziaten in een ondergeschikte positie.

De Afrikaners gaven onomwonden toe dat zij dit "baasskap" als vanzelfsprekend beschouwden. Gesteund door hun geloof, zagen zij de niet-blanken als minderwaardigen die de leiding van de christenen moeten aanvaarden. Maar ook de Engelssprekende Afrikanen hadden de zwarte bevolking al aan hun eigen doeleinden ondergeschikt gemaakt.

De NP, die in 1948 de verkiezingen won, werd geleid door leden van de Afrikaner kleine burgerij die hun aanhang verwierven onder de arme blanken in de steden en de boerenbevolking. De verarmde blanken voelden zich ontworteld en waren niet alleen op zoek naar werk in de geürbaniseerde streken, maar ook naar een houvast in het leven. Zoals de plattelanders hadden zij weinig intellectuele vorming genoten.

In de jaren veertig was er inderdaad niet alleen een taal- en cultuur onderscheid tussen Afrikaners en Engelstaligen. Ook de sociaal-ecoomische klof was erg groot. 40% van alle Afrikaners waren arbeiders tegenover maar 10% Engelstaligen. 40% van de Afrikanerkinderen waren ondervoed. De Afrikaners bezaten nauwelijks 1% van de mijnen, 3% van de fabrieken en 5% van de financiële middelen. De NP slaagde erin deze lagere klassen te mobiliseren op basis van een eenvoudig ideeëngoed waarin de waarde van het Afrikanervolk beklemtoond werd. Het volk was door God uitverkoren en moest zijn zending door de staat vervullen. ( Civil Religion of burgerlijke godsdienst kon de handelingen van de staat verrechtvaardigen vanuit een 'hoger' doel en moest de bevolking rond één ideaal verenigen) Die discriminerende behandeling van de niet-blanken werd uitgelegd met de OT uitspraak over de vervloeking van de zonen van Cham ( derde zoon van Noach). De ongelijkheid van de volkeren werd uit de bijbelse Babelhistorie afgeleid.

De klemtoon kwam ook te liggen op het roemrijk verleden van de Boeren die hun Uittocht gekend hadden (de Grote Trek) en tegen zwarten en Britten een heldhaftige strijd gevoerd hadden. De officiële geschiedschrijving zou het eigen veleden in deze zin beschrijven, al had de werkelijkheid er minder ideaal uitgezien. De Afrikaner moest zich bewust zijn van zijn unieke plaats op het Afrikaanse continent.


In het spoor van de NP bevonden zich een aantal groeperingen die het succes van de partij mee bewerkten en waaruit leden voor de NP gerecruteerd werden. De Nederduits ( nederduits staat hier voor nederlands en hoogduits was het duits) Gereformeerde Kerk, de grootste kerk met calvinistische inslag, was voorstander van de uitbouw van een christelijke staat onder leiding van de blanken.

Daarnaast waren geheime genootschappen actief zoals de Broederbond (1918). Dit was een protestants - Afrikaander -  elitebeweging die was opgericht om effectief steun te kunnen geven aan de logeleden. Ook vandaag nog speelt deze Broederbond, waartoe een groot deel van de Afrikanerelite behoort, achter de schermen mee.
Ossewa-Brandwag, gesticht in 1938, was een andere ultra-nationalistische organisatie: zij was para-militair gestructureerd. De sympathie van deze organisatie en haar leden voor nazi-Duitsland kan niet ontkend worden, al werd zij openlijk afgekeurd door de NP.

De uitvoerder van de Apartheid was VERWOERD Hendrik.
* Populaton Act (1950): indeling van de inwoners: blank, kleurling, zwart ( + onderverdeling)
* Immorality Act (1950): geen sex tussen verschillende rassen.
* Reservaton of Separate Amenities: totale scheiding van restaurants, enz vervoer
* "Pasjes"wetgeving: zwarten moesten altijd een pasje bij hebben
* 1954: volledig verlies van kiesrecht voor alle niet-blanken.
* etc

Te veel om op te noemen. De blanken zorgden er voor dat Zuid-Afrika voor hen alleen was en zij genoten van de opbrengsten van de rijkdom van  het land dankzij een bevolking die uit 86% bestond, die op 14% van de oppervlakte woonde en die geen rechten had. De blanken sloten de niet-blanken op in thuislanden. Zodat ze als gastarbeider in hun eigen land, Zuid-Afrika, moesten werken.
Zuid-Afrika werd na zijn uitroeping tot republiek in 1961 door bijna alle landen in de wereld geboycot voor zijn anti-humanitaire en racistische houding. Een totale schending van de mensenrechten op elk vlak.
Na de opheffing van de Apartheid in 1990 werd kardinaal Tutu gelast de Waarheids- en Verzoeningscommissie te leiden. ( TRC: Truth and Reconciliation Commission)
In feite werden zware misdaden met de spons van vergeving weggewist. ( dankzij Mandela)
Het TRC-Report telt 6 volumes van elk meer dan 500 blz. Bladzijden met gruweldaden ( Steve Biko), folteringen en moorden. Een zwarte pagina in de geschiedenis van Zuid-Afrika.

Een zwarte pagina in de bladzijde van de geschiedschrijving van de mensheid die zo iets gedurende meer dan 40 jaar toegestaan heeft.
Het ergste is dat er nog een ras bestaat die die weg opgaat. gebruik makende van een uitdrukking dat zich in een geschreven schrift bevind ( de semieten,het volk van Sem), mensen van hun land verdrijven en ze in landstroken opsluiten. Allemaal onder het toeziend oog van de wereld. Een schrift, in twee delen geschreven, die, via overleveringen en verhalen en die op geen echte waarheden berusten, misbruikt wordt om een suprematie van een bevolkingsgroep te beklemtonen.
Niet te verwonderen dat men van mensDOM spreekt en van dierenRIJK.





Geschreven door niegewoonnie om 00:00 Reageer op dit bericht

De Unie van Zuid-Afrika tot 1948 deel III

Hertzog speelde ook in op het Afrikaner nationalisme en de afkeer voor Groot-Brittannië. Voor Hertzog gold de stelregel " Zuid-Afrika eerst". Nu was de status van het dominion Zuid-Afrika niet erg duidelijk vastgelegd. Terwijl Groot-Brittannië haar verhouding tot de vroegere kolonies pragmatisch ( gericht op feiten ) bepaalde, wilde Hertzog de onafhankelijkheid van de Unie expliciet bevestigd zien.
Anderzijds was hij ook voorstander van een "tweestromenbeleid". Hoewel Afrikaners en Engelstaligen in één nationale eenheid opgenomen waren, mochten zij hun eigen identiteit niet laten verloren gaan. Deze standpunten werden weerspiegeld in enkele overheidsbeslissingen. In 1925 werd het Nederlands als officiële taal vervangen door het Afrikaans. Iets later liet Hertzog voor de eerste keer een eigen Zuidafrikaanse vlag naast de Union Jack hijsen. 'Die stem van Suid-Afrika' werd het nationale volkslied in plaats van "God save the King".

Op een Imperial Conference in Londen (1926) keeg Hertzog ook voldoening op een ander vlak: in de Balfourverklaring werd vastgelegd dat Groot-Brittannië en zij dominions dezelfde status hadden en op geen enkel vlak ondergeschikt waren aan elkaar. Hun lidmaatschap van de Commonwealth was vrijwillig en de deelnemers waren enkel verbonden door hun trouw aan de Kroon.

De crisis van de jaren dertig trof Zuid-Afrika zwaar. Weer gingen vele kleine boederijen over de kop en de bewoners trokken naar de steden. Zoals elders in crisistijden ook gebeurde, werd een regering van nationale eenheid gevormd. Dit ministerie werd geleid door Hertzog en Smuts. Hun partijen fusioneerden zelfs tot de Verenigde Partij (VP). Maar ook nu weer scheurden een aantal onverzettelijke Afrikaners zich af en vormden een nieuwe Nationale Partij die vanaf 1948 het politieke leven in Zuid-Afrika zou gaan beheersen.

Hertzog en Smuts probeerden ook deze Afrikaners tevreden te stellen. Ze ontnamen bijvoorbeeld het stemrecht van de zwarten in de Kaapprovincie. Voortaan werden alle stemgerechtigde zwarte op een aparte lijst geplaatst. Ze mochten drie blanke vertegenwoordigers in het parlement kiezen. Ook de bepalingen voor landaankoop werden nog eens strenger gemaakt, al breidde de regering het voor de zwarten gereserveerde land uit tot 14% van het grondgebied.

In die zwarte reservaten was het leven erg armzalig voor de vijf miljoen zwarten. Een regeringscommissie stelde vast dat er onvoldoende land was voor de stijgende bevolking. De erosie veranderde grote oppervlakte in woestijnachtige gebieden. De hygiëne en de geneeskundige zorgen stonden op een veel lager peil dan in blank gebied. Het onderwijs bbleef beperkt tot een aantal initiatieven van de missies.

Steeds meer zwarten trokken naar de steden om er werk te vinden. In 1939 werkten al 900.000 zwarten in de mijnen en de industrie tegen lonen die veel lager waren dan de blanke arbeidsvergoedingen. De zwarten woonden in vreselijke sloppenwijken rond de blanke steden. Aan de vooravond van de Tweed Wereldoorlog behoorden maar 60.000 van de 8 miljoen zwarten tot de kleine burgerij. Zij woonden bijna allemaal in de Kaaprovincie en waren bedrijvig als handelaars of ambachtslui.

Vele zwarten zochten troost in het christelijk geloof. Honderden zwarte kerken en kerkgenootschappen scheurden zich af van de blanke moederkerken. Deze onafhankelijke zwarte kerken waren de afdeling niet-traditionele verenigingen met uitsluitend zwarte leden en leiders. Ze zijn vandaag uitgegroeid tot 3.000 genootschappen met meer dan 5 miljoen leden.
Net vóór de WO II doken de problemen uit de WO I weer op. De Engelstaligen stonden achter Groot-Brittannië en wilden tegen het Hitlerregime vechten. De Afrikaners waren verdeeld, velen wensten dat Zuid-Afrika zich neutraal opstelde. Eerste minister Hertzog was een voorstander van een neutrale houding, maar het parlement steunde Groot-Brittannië. Hertzog nam ontslag en ruimde plaats voor Jan Smuts. Hertzog keerde terug naar de Nationale Partij, maar niet voor lang. De nieuwe NP koesterde immers zeer radicale plannen ( onze Nederlander/ Afrikaner Verwoerd was lid van de partij, anti-Brits en Duitsgezind ). Zij wilden Zuid-Afrika tot een Republiek omvormen en zich volledig losmaken van Groot-Brittannië. Een Afrikanerorganisatie, de Stormjagers, pleegde sabotagedaden om de oorlogsdeelname te verhinderen. Leden die opgepakt werden, gingen de gevangenis in.

Zuid-Afrika werd een trouwe bondgenoot van de geallieerden. Het land nam ook 120.000 niet-blanken in dienst, die evenwel geen wapens mochten dragen. De oorlog had belangrijke gevolgen voor de eigen economie. De Zuidafrikaanse industrie breidde zich uit: scheikundige bedrijven en autofabrieken produceerden voor de wereldmarkt. De industrie betaalde vrij hoge salarissen. Daarvan profiteerden ook de kleurlingen en de zwarten. Voor het eerst verenigden deze zwarten zich in militante zwarte vakbonden. Voor het eerst sedert tientallen jaren stegen hun lonen.

Tegen die achtergrond gingen de blanken in 1948 naar de stembus. De Verenigde Partij van Jan Smuts verloor de verkiezingen. Smuts - premier van 1939 tot 1948 - had een lange politieke carrière achter de rug. In het buitenland had hij veel aanzien verworven door zijn inspanningen aan de zijde van de geallieerden. Hij zette zich in voor de vorming van wat de UNO zou worden. Deze belangrijke bijdrage tot de internationale politiek on hem bij de verkiezingen niet redden.

De Nationale Partij van Daniel Malan nam de macht over. Zij had daarbij geprofiteerd van het verkiezingssysteem waarin de landelijke kiesomschrijvingen zwaar doorwogen. Voor het eerst zou een radicale Africanerpartij het land besturen.
Geschreven door niegewoonnie om 00:00 Reageer op dit bericht

De Unie van Zuid-Afrika tot 1948 deel II

De economische gevolgen van de WO I waren belangrijk voor de Unie. Na de 'boom' tijdens de oorlog kwam de landbouw door het teruglopen van de vraag in een crisis terecht. Duizenden Afrikanerboeren gingen failliet en moesten met hun familie naar de industriesteden verhuizen waar evenwel ook steeds minder jobs waren. Deze " poor whites" voelden zich vervreemd in hun nieuwe omgeving. De stad dacht en voelde anders dan het platteland. In de steden was het Engels de voertaal; de waarden van de landbouwers verschilden ook fundamenteel van die van de stedelingen.

In de steden botsten deze Afrikaners op tienduizenden ongeschoolde zwarten, die tijdens de oorlog naar de mijnen gelokt waren om er het zware en gevaarlijke werk te doen. De slechte en armzalige hygiënische toestanden in de steden veroorzaakten in 1918 een dodelijke griepepidemie. Om hun lot te verbeteren, eisten de arme blanken dat de overheid hen in bescherming zou nemen tegen de zwarten, die hun werk inpikten en die in hun buurt woonden. Daarom nam het parlement een wet aan die bepaalde dat de zwarten alleen in eigen wijken mochten wonen. Ze mochten maar zolang in de blanke steden verblijven, als hun arbeid gewenst was.

In het begin van de jaren twintig werden de scheidingslijnen tussen blanken en zwarter nog groter. De mijnmaatschappijen hadden de geschoolde jobs steeds voor de blanken gerserveerd, maar nu begonnen ze de veel goedkopere zwarte arbeiders op te leiden. De blanke arbeiders gingen in 1922 in staking om dat te verhinderen. Het verzet liep uit op een openlijke opstand. De blanke arbeiders gingen zelfs de Zuidafrikaanse industrie- en mijngebieden, de Rand, bezetten. In deze opstand speelde de communistische partij, die toen enkel de belangen van de blanken verdedigde, een belangrijke rol. De toenmalige premier Smuts zette het leger in en 150 mensen stierven gedurende de acties. Deze repressieve maatregel maakte de eerste minister niet populairder.

De regering probeerde haar blazoen nog op te poetsen met een "buitenlands" succes, namelijk de toetreding van Zuid-Rhodesië tot de Unie, maar deze federatie werd door blanke Rhodesiërs afgewezen. De sociaal-economische problemen van de Afrikaners - samen met het ongenoegen van sommigen over de deelname van de Unie aan de oorlog - deden de aanhang van de Nationale Patij groeien.

Smuts verloor in 1924 de verkiezingen. Hij werd opgevolgd dor wat hij de "onzalige alliantie" noemde. Die bestond uit de Nationale Partij (NP) van James Hertzog, die de belangen van de harde Afrikaners verdedigde en uit de Labour Party die op de Engelstalige arbeiders steunde. Deze regering nam belangrijke maatregelen, die het latere gezicht van Zuid-Afrika mee zouden bepalen. De beslissingen waren bedoeld om tegemoet te komen aan de kiesbasis van de regerende partijen, met name van de lagere klassen.

Zuid-Afrika moest haar economische activiteit diversifiëren. De staat schoot kapitaal voor, warmee nieuwe nijverheden gevormd konden worden. De staatsbetrekkingen namen in aantal toe. Geschoolde jobs gingen steeds naar blanken (job reservation). In sommige bedrijven, zoals de staatsspoorwegen, werden de zwarten aan de deur gezet. De positieve discriminatie - maatregelen kwamen uit alleen goed uit voor de blanke werknemers, maar ook voor de industriëlen. De werkgevers kregen of behielden zo goedkope en gehoorzame zwarte of gekleurde arbeidskrachten.
Geschreven door niegewoonnie om 00:00 Reageer op dit bericht

De Unie van Zuid-Afrika tot 1948

Hoewel de haat tegen de Engelssprekenden tijdens de Boerenoorlog opgelaaid was en de Boeren een verbeten strijd gevoerd hadden, bleken de Afrikaners zich in de nieuwe Unie snel te integreren.

In de eerste verkiezingen voor het nationale parlement haalde de South African Party ( SAP ) een overwinning. In deze partij waren Engelstaligen en gematigde Afrikaners vertegenwoordigd. De SAP had de absolute meerderheid behaald en vormde de eerste regering. Twee vroegere Boerengeneraals namen de leiding: Louis Botha werd de eerste minister. De tweede belangrijke man was Jan Smuts. In die eerste regering zat evenwel ook James Hertzog. Hij was de leider van de Afrikaners die van GEEN verzoening wilden weten en die met heimwee aan de verdwenen Boerenrepubliek bleven terugdenken.

Verzoening was nu het hoofddoel van de regering Botha. Zij liet de vijf miljoen niet-blanken wel de prijs betalen voor de eendracht onder het miljoen blanken. Deze regering nam een aantal beslissingen die lang gevolgen zouden hebben. De onderwerping van de niet-blanken en de vorming van lokaties en reservaten waren de eerste vormen van apartheid in Afrika. De zwarten mochten zich al lang niet meer vrij in het land bewegen; ze moesten een 'pas' bij zich dragen. Daarnaast werden zij met verschillende middelen verplicht voor de blanken te werken.

Zo maakten de blanken zich evenwel afhankelijk van de zwarte arbeid. Daarom kon de segregatie ook nooit totaal zijn: men moest de zwarten immers voortdurend bij de hand hebben. De Britten hebben dit systeem van dwangarbeid net zo goed toegepast als de Boeren. Zo werden de reservaten in de buurt van de mijnstreken echte reservoirs van arbeidskrachten. Hier werd het stelsel van verplichte werkgelegenheid op grote schaal toegepast. Geleidelijk werd nu de bestaande segregratie en de aparte behandeling van de niet-blanken in de wetgeving verankerd. Botha's ministerie verdeelde het grondgebied van de Unie tussen blanken en zwarten; de diverse rassen mochten voortaan elkanders grond niet meer kopen of verkopen. Het gebied van de zwarten werd min of meer "bevroren" tot de bestaande reservaten.

De zwarten kregen aanvankelijk nauwelijks 8% van de grond, terwijl 92% van de bodem voor de blanken gereserveerd bleef. Deze maatregelen beperkten wel de verdere afbrokkelig van zwarte woongebieden door blanke indringing, maar bestendigden ook de toestand dat de meerderheid van de bevolking met een klein ( zeer klein ) deel van de grond genoegen moest nemen.

De economische toestand van Zuid-Afrika evolueerde gunstig  De goud- en diamantindustrie had het karakter van Zuid-Afrika fundamenteel gewijzigd: de inbreng van kapitaal en de toenemende transportbehoeften leidden tot de ontwikkeling van een verkeersnet waardoor het hele binnenland opengebroken werd. De kapitaalvorming ten gevolge van de bloeiende mijnnijverheid lag aan de oorsprong van investeringen in andere sectoren. Ook de landbouwstructuur wijzigde zich. De goud- en diamantvelden trokken massaal arbeiders aan, zodat de agrarische productie marktgeoriënteerd werd. De Act of Union ( 1910 ) stimuleerde de handel doordat er nu een gemeenschappelijke markt gevormd werd, waarin in- en uitvoerrechten en andere belemmeringen wegvielen.

De zwarten droegen wezenlijk bij tot dit succes. In Transvaal en Oranje-Vrijstaat woonden nog honderdduizenden zwarten op blanke boerderijen. Ze pachtten een stuk grond en concurreerden vaak met de boeren om de mijnen te bevoorraden. De nieuwe wetgeving bepaalde dat maar een beperkt aantal zwarte families op elke boerderij mocht wonen. Ze moesten daarenboven in dienst van de blanke boeren treden. De Afrikanerboeren konden op die manier moderne arbeidsintensieve boerderijen oprichten. Tienduizenden zwarte pachterfamilies werden van de blanke grond verdreven. Voor hen bleef geen andere weg over dan de mijnbouw, die een schrijnend tekort aan ongeschoolde arbeidskrachten had. Vooral de Engelstalige mijnbazen hadden daar belang bij.

Tegen die wetgeving werd verwoed geprotesteerd door een nieuwe organisatie: het African National Congress (ANC). In het ANC zetelden geschoolde zwarten uit de Kaapprovincie en enkele traditionele chefs. Ze eisten gelijke rechten met de blanken voor zichzelf, niet voor de andere zwarten die op traditionele manier leefden. Ze zonden zelfs een delegatie naar de Britse koning, maar zonder resultaat.

De vijandigheid tussen Afrikaners en Engelssprekenden verdween niet op enkele jaren. Generaal Hertzog verliet de regering in 1913 en stichtte de Nationale Partij (NP). Deze partij verzamelde de Afrikaners die niet met de Britten wilden samenwerken. Eén jaar later verklaarde Groot-Brittannië de oorlog aan Duitsland. De Britten verwachtten dat de dominions hetzelfde deden. Eerste minister Botha en Jan Smuts gedroegen zich zeer loyaal tegenover de Britten. Ze gingen in op de Britse uitnodiging om de Duitse kolonie Zuidwest-Afrika te veroveren, een enorm woestijnachtig gebied dat nu beter bekend staat onder de naam Namibië.

Een deel van het Zuidafrikaanse leger rebelleerde evenwel en wilde niet tegen de bevriende Duitsers vechten. Ex-Boerengeneraals als Christiaan de Wet en Koos de la Rey leidden een rebellie tegen de oorlogsinspanningen. Botha onderdrukte deze rebellie en veroverde aan het hoofd van een Zuidafrikaans leger de Duitse kolonie.

Na de oorlog kreeg Zuid-Afrika een mandaat van de pas gestichte Volkenbond om Zuidwest-Afrika te besturen.
Geschreven door niegewoonnie om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

De oprichting van de Unie van Zuid-Afika 1902

De Britten pompten geld in het herstel van de nieuwe kolonies: ze breidden de mijnindustrie uit en lokten Britse emigranten naar Zuid-Afrika in een poging het land te verengelsen. Die hele situatie veranderde op nauwelijks een paar maanden. Een nieuwe liberale regering probeerde zich met alle Afrikaners te verzoenen en gaf hun het recht om politieke partijen te vormen. In Transvaal, Oranje-Vrijstaat, maar ook in de Kaapkolonie haalden door Afrikaners opgerichte of gesteunde partijen de meerderheid. Alleen in Natal was dat niet het geval.

De twee vroegere Boerenstaten kregen al gauw zelfbestuur. De vertegenwoordigers van de vier kolonies kwamen in 1908 bijeen in een Nationale Conventie. Na besprekingen werd een grondwet opgesteld, die door het Britse parlement goedgekeurd werd.

De vier kolonies smolten samen tot de Unie van Zuid-Afrika, een eenheidsstaat en een zelfbesturend dominion in het Britse rijk. De Unie was samengesteld uit vier provincies, de vroegere kolonies. Een gouverneur-generaal vertegenwoordigde de Engelse vorst en was hoofd van de uitvoerende macht. Hij benoemde de leden van de  regering. Louis Botha was de eerste eerste minister van de Unie van Zuid-Afika.

De wetgevende macht was samengesteld uit een kamer van volksvertegenwoordigers en een Senaat. Pretoria werd de hoofdstad, maar het parlement zetelde in Kaapstad en het Hooggerechtshof kwam samen in Bloemfontein.

De drie protectoraten van Groot-Brittannië bleven buiten de Unie en werden later onafhankelijk: Swaziland, Basoetoland ( Lesotho) en Beetsjoeanaland ( Botswana) werden ondanks hun economische onderontwikkeling door Groot-Brittannië bij de onafhankelijkheid aan hun lot overgelaten.

In Zuid-Afrika verliep het politieke en maatschappelijke leven langs twee conflictlijnen: de verhouding tussen Groot-Brittannië en Engels gezinden aan de ene kant en de Afrikanres aan de andere kant. Dan nog de relatie tussen blanken en niet-blanken. Bi de vorming van de Unie werd bepaald dat Nederlands en Engels de officiële talen werden. De politieke situatie van de kleurlingen en de zwarten bleef ongewijzigd: enkel in de Kaap kregen ze actief stemrecht. Blanken zouden deze bevolkngsgroepen in het parlement vertegenwoordigen. De regeling kon slechts gewijzigd worden door een tweederde meerderheid in Kamer en Senaat.


.

.
Geschreven door niegewoonnie om 00:00 Reageer op dit bericht

De Tweede Boerenoorlog 1899 - 1902

De tweede Boerenoorlog was een oorlog tussen de Afrikaners ( afstammelingen van Nederlandse kolonisten ) en het Britse Rijk.
Na de Eerste Boerenoorlog bleef de Boerengemeenschap onder de druk van de Britten staan. In 1885 werd in Transvaal bij Witwatersrand goud gevonden in een kilometerslange ertslaag. De lucratieve mijnbouw trok een grote stroom van niet-Boeren immgranten ( grootste deel Britten, de Uitlanders genoemd ) aan. De nieuwelingen werden niet met open armen ontvangen door de Boeren, die vreesden een minderheid in eigen land te worden.

Engelse mijneigenaren ( de gold bugs, goudkevers ) oefenden druk uit om de regering van Transvaal ( ZAR ) over te nemen. De Uitlanders hadden grote economische belangen in Transvaal en droegen bij tot de welvaart. Ze eisten politieke inspraak en de erkenning van het Engels. Ze vroegen voorts economische tegemoetkomingen voor het bedrijfsleven. Deze ontevredenheid van de Uitlanders zou Cecil Rhodes uitbuiten. Rhodes, diamantbaas en veroveraar van Rhodesië,verwierf ook rijkdom in de goudmijnen. Over de positie van de Uitlanders werd tussen Transvaal en de Britse Hoge Commissaris onderhandeld, maar zonder veel resultaat. President Kruger was slechts tot beperkte toegevingen bereid. De Britten bleken trouwens maar een voorwendsel te zoeken om de Boerenrepublieken aan te vallen. In oktober 1899 verklaarde Chamberlain dat zijn regering niet enkel de eigen landgenoten in de streek van Johannesburg wilde beschermen, maar "dat in de wang van Zuid-Afrika en van het Britse Rijk, Groot Brittannië de opperste macht moest blijven in zuidelijk Afrika".

De tweede oorlog tussen Britten en Boeren begon op 11 oktober 1899. De winstkansen van de Boeren waren gering. De eerste Britse legers die tegen hen in het veld traden, leden de ene nederlaag na de andere zoals in de veldslag bij Spionkop, een naam die sindsdien gemeengoed werd.
Dan kwam de reusachtige Britse oorlogsmachine op gang. Ontzaglijke hoeveelheden soldaten en oorlogsmateriaal werden naar Zuid-Afrika verscheept en geleidelijk veroverden  de Britten grote delen van de Boerenrepubliek. Kruger reisde naar Europa om er voor de Boeren, die aan de verliezende hand waren, hulp te zoeken. Dat leverde niet veel op.

Zelfs toen de zaak uitzichtloos werd, wilden ze niet opgeven. "Bittereinders" voerden een guerillastrijd onder leiding van generaal de Wet, Jan Smuts, Louis Botha en anderen, toen de Britten het gebied van de boeren al controleerden. In kleine commando's traden de Boeren op, tot wanhoop van de vijand, die een gewonnen oorlog niet konden afronden. De Britten reageerden met grove middelen: de hoeven van de Boeren werden verbrand, de oogsten vernield en het vee weggehaald. Overal richtten de Britten concentratiekampen op voor de Boeren en hun families. Voor vrouwen en kinderen waren de levensomstandigheden vaak onmenselijk. 20.000 onder hen stierven er. Sommige Afrikaners waren zo onder de indruk van het Britse optreden dat ze met de vijand collaboreerden om aan deze nachtmerrie een einde te maken. Ook n groot-Brittannië werd het optreden van het eigen leger bekritiseerd.

In 1902 werd dan uiteindelijk het vredesverdrag getekend ( Vrede van Vereeniging). De Boerenstaten kregen de status van kolonie. Meer dan 440.000 soldaten hadden aan de zijde van de Britten gevochten. 22.000 Britten verloren hun leven. Aan de zijde van de Boeren sneuvelden zowat 7.000 van de ongeveer 87.000 soldaten. Bijna drievierden van de Boeren werd krijgsgevangen gemaakt of in kampen opgesloten.

De oorlog heeft alleszins gevolgen gehad tot op de dag vandaag. De Boeren die onverzettelijk in hun uitverkiezing (predestinatie) en eigen gelijk geloofden, voelden zich nog meer versterkt in hun overtuiging. Ze hadden tegen de halve toenmalige wereld gevochten en verloren, maar velen gingen liever volledig ten onder dan hun levenswijze, gedachtengang en taal op te geven. Die ervaring heeft hen getekend en die mentaliteit hebben zij aan de meeste van hun nazaten meegegeven.( verklaart al een beetje hun invoering van de Apartheid later)

De Boerenoorlog heeft ook lang zijn stempel gezet op het imago van Zuid-Afrika. Vooral in Vlaanderen en Nederland was de sympathie voor de miserie van het "broedervolk" zeer groot. Elke grote stad of gemeente gaf de namen van enkele populaire Boerengeneraals of van Paul Kruger aan straten en pleinen. Tientallen jaren lang waren schijnbaar authentieke Zuid-Afrikaanse liedjes zoals ' Sarie Marijs' en andere de tophits tijdens de zanguurtjes in de scholen en jeugdbewegingen.
Zelfs nu is een deel van het begrip voor de situatie van de Afrikaners nog te verklaren door dat jeugdsentiment.
Geschreven door niegewoonnie om 00:00 Reageer op dit bericht

Transvaal anno 1868

In de Zuidafrikaanse Republiek (Transvaal) was de politieke en economische situatie uitzichtloos. De politieke leiders waren concurrenten van elkaar, terwijl de Boeren niet de burgerzin opbrachten om hun belastingen te betalen. Ook de keuze van de president was niet steeds gelukkig geweest. Zo kregen de Britten het gebied bijna als een rijpe appel in de schoot geworpen, toen ze Transvaal in 1868 annexeerden.

Ze legden hier en daar enkele kleine garnizoenen en hezen de Britse vlag in Pretoria, de hoofdstad van Transvaal. Zij verscholen zich achter argumenten als " de verdediging van de zwarten" en "gevaar voor de Britten dat door de onzekere toestand van de buurstaat veroorzaakt werd". In werkelijkheid was het machtsstreven de drijvende kracht. Oranje-Vrijstaat was volledig geïsoleerd.

De Transvaalse overheid zocht steun in het buitenland om de annexatie ongedaan te maken, maar tevergeefs. Tenslotte verklaarde ze de oorlog. Een paar duizend boeren vormden een leger en zetten de Britten aan de deur. Een Brits legertje dat Transvaal binnentrok, werd op de Amajubaberg over de kling gejaagd. ( eerste boerenoorlog 1880-1881)

resolve?urn=urn:gvn:KBMI01:LblKBWouters04258&role=image&size=large

kopij uit de "Transvaal" jaargang 1899, 5 november, n° 1 pagina 3

Gelukkig had de eerste minister van Groot-Brittannië geen zin om meer soldaten te sturen. Er werd een compromis bereikt en deze werd bevestigd in de Conventie van Pretoria (1881). Transvaal kreeg zijn onafhankelijkheid terug, maar moest beperkingen op het gebied van buitenlandse politiek aanvaarden. De Conventie van Londen (1884) hief deze beperkingen op.

De Boerenstaten bleven dus onafhankelijk. Maar via een andere weg  kregen de imperialistische Britten toch succes. Ze probeerden de twee Boeren republieken in te sluiten. Ze vreesden namelijk dat ze een uitweg naar zee zouden vinden. Hierdoor waren ze niet meer op de Brtse havens aangewezen en verloren de Britse regering en het Kaapbestuur hun indirecte controle. Hoewel de Boeren veel pogingen ondernamen om dit doel te bereiken, slaagden ze  echter nooit  in hun opzet.


Ook het Duits imperialisme vormde een gevaar. De Britten hadden in het Zuidwesten van Afrika enkel de omgeving van Walvisbaai ingepalmd. In 1884 bouwden de Duitsers hier echter hun kolonie Zuidwest-Afrika uit. De Boeren konden in het Duitse rijk op behoorlijk wat sympathie rekenen. Een eventuele samenwerking kon niet uitgesloten worden en zou de Britten zeer ongelegen komen. De Engelse regering vreesde ook een utbreiding van de Duitse kolonie of van de Boerenrepublieken die de doortocht van Groot-Brittannië naar het Noorden onmogelijk zou maken. In Londen droomde men van een Afrikaanse moord-zuid verbinding onder Britse controle.

De Engelsen maakten zwarte gebieden, met wie ze vroeger een verdrag gesloten hadden, tot Britse protectoraten: Basoetoland of het latere Lesotho in 1868, Beetsjoeanaland - nu Botswana- in 1885 en Swaziland in 1884. De Kaap werd uitgebreid met Brits Kafferland, Transkei, Oost-Griqualand, Tongo-, Zoeloe- en Pondoland. In het Noorden had diamantbaas Cecil Rhodes een koloniale maatschappij gesticht, die een enorm gebied veroverde dat naar hem genoemd werd: Rhodesië ( het omvatte het huidige Zambia en Zimbabwe).
Geschreven door niegewoonnie om 00:00 Reageer op dit bericht

Imperialisme en de exploitatie van de kolonies

Vanaf de 1870 begon het tijdperk van het imperialisme.
Gevolgen van deze politiek: de wereld werd opgedeeld onder een beperkt aantal landen. ( de Europese landen)
De kolonies werden onderworpen en gebruikt als grondstoffenreservoirs en afzetgebieden.
Afrika werd volledig opgedeeld.
Groot-Brittannië nam ook deel aan deze evolutie die onder andere veroorzaakt werd door de economische depressie in Europa en het daaruit voortvloeiende protectionisme. De Britten concentreren zich op hun kolonies. De Britse handel met het Imperium nam dan ook gevoelig toe.

De ontdekking van waardevolle ertsen in Zuidelijk Afrika zou de machtshonger van de Britten in deze regio doen toenemen.
Afrika werd nu wél interessant. Alle Europeanen, ook de Britten, vergaten gemakshalve het principe van de gelijkheid van alle Volkeren en mensen. In de eerste plaats kwam de superioriteit van het blanke ras. De blanken moesten minder ontwikkelde volkeren beschermen, ze optillen uit het "moeras van de onwetendheid". ( opmerking van de schrijver: "waar een bijbel ( Koran, Toran ) toch goed voor is, of beter de interpretatie ervan." ).

Toevallig  vond een Griqua-jongen ( origineel waren het de bastaardkinderen van gemengde huwelijken tussen blanken en zwarten, eerst "Basters" genoemd, maar op aanbeveling van de Engelse zendelingen gingen ze zich "Griqua's" noemen.) in 1867 aan de Oranje rivier een merkwaardig steentje. Een buurman die belangstelling toonde voor deze vondst, liet een expert onderzoeken of zijn vermoeden juist was. Die expert bevestigde de indruk: de knaap had een diamant gevonden.
Al vlug vertrokken uit Europa duizenden Britse delvers op schattenjacht. Dit werd de nieuwe Trek. Die fase van individuele diamantzoekers maakte na een tijdje plaats voor meer collectief georganiseerde activiteiten.

Een 30-jarige Engelsman, Cecil Rhodes ( geboren te Bishop's Stortford 1853  en overleden in Zuid-Afrika in 1902), kocht geleidelijk de ene diamantmaatschappij na de andere op. In 1888 richtte hij de " De Beers Company" op die een quasi diamantmonopolie  80%) verwierf.
Cecil John Rhodes was een Britse imperialist, en de feitelijke stichter van Rhodesië, dat naar hem genoemd werd, en waaruit later Zambia en Zimbabwe voortkwamen. Hij verrijkte zichzelf enorm met de natuurlijke grondstoffen van zuidelijk Afrika.

In de 20° eeuw komt het kartel in handen van de Oppenheimers, een Duits-joodse dynastie. Diamant
Tijdens de beurscrisis van Wall Street in 1929 en het begin van de zogeheten Grote Depressie kocht hij de internationale diamantmarkten uit en verwierf hij een wereldwijd monopolie onder de naam Central Selling Organisation.
Het kartel van De Beers heeft zijn monopoie gebruikt om een kunstmatige diamantschaarste op te wekken, om zo de prijzen hoog te houden. De in veel culturen moderne traditie om diamant te geven bij een verloving is grotendeels gecreëerd door De Beers met behulp van een effectieve reclamecampagne, gestart in 1939.
Het hoofd van de Zuid-Afrikaanse operaties van De Beers is momenteel Jonathan Oppenheimer ( familiefortuin werd in 1997 door Forbes op 2,7 miljard dollar geschat).

Deze diamanten werden gevonden in de buurt ( de rand ) van Kimberley. De diamantproductie steeg snel. De maatschappij De Beers Company gaf de toon aan. De arbeiders kwamen uit de door de Britten veroverde zwarte gebieden, die nu zwarte reservaten werden. Op allerlei wijzen werden de zwarten verplicht om in de mijnen te gaan werken. Zoalng hun contract duurde, woonden ze in een verblijfplaats van het bedrijf. Ze mochten deze tijdelijke verblijfplaats niet verlaten. Elke avond moesten ze zich uitkleden, opdat gecontroleerd kon worden of ze geen diamanten gesmokkeld hadden.
Geschreven door niegewoonnie om 00:00 Reageer op dit bericht

Transvaal en Oranje Vrijstaat

Maar de Britse gouverneur van de Kaap hechtte op 3 februari 1848 ook de oranjerivier-Souvereiniteit aan ( tussen Oranje en Vaal). De Britten slaagden er gemakkelijk in een aantal opstandige Boeren te verslaan. Deze toestand zou echter vlug veranderen. De problemen in het Zuiden van Afrika verontrustten de Britse minister van Koloniën: in de Kaap duurde de grensoorlog voort, terwijl het Basoeto - volk ( in het huidige Lesotho) in Oranje-Vrijstaat heel wat hinder en problemen schiep voor de blanken.

Met hun pragmatische ingesteldheid verkozen de Britten zich met de onafhankelijkheid van de twee Boerenstaten te verzoenen. Een effectief bestuur van het geannexeerde gebied zou alleen maar veel geld en moeite kosten. De Zandrivier-Conventie ( 1852) en de Bloemfontein-Conventie (1854) legden de erkenning van respectievelijk Transvaal en Oranje-Vrijstaat vast. Hier werden de Boeren weer heer en meester.

Omstreeks 1850 was de structuur van het huidige Zuid-Afrika met zijn vier provincies dus al gevormd. Op economisch vlak waren er geen grote verschillen: de landbouwactiviteit overheerste. In de Britse Kaapkolonie nam wol de plaats van wijn in als voornaamste export product. De Britse kolonie Natal introduceerde de suikernijverheid die geleidelijk voor het grootste deel van de uitvoer zou zorgen.

Omdat de zwarten voor het werk op de rietsuikervelden minder geschikt waren, liet men Indische koelies naar Natal overkomen. Over hun werk was men zeer tevreden, maar de Indiërs werden minder geliefd toen velen zich na afloop van het contract in de kolonie vestigden als handelaars of kleine ambachtslui. De beslissing van de Britten om deze Indiërs naar Natal te halen verklaart de aanwezigheid van de zowat 800.000 Zuid-Afrikanen van Indische afkomst.

Op politiek gebied waren er wel grote verschillen. In de Kaapkolonie bezaten alle inwoners, ook de niet-blanken, in principe dezelfde rechten. In 1853 kreeg de kolonie een eerste parlement. 19 jaar later mocht de Kaap een eigen regering aanstellen. Het stemrecht hing niet af van huidskleur, maar wel van rijkdom. In praktijk waren parlements- en regeringsleden bijna uitsluitend rijke Britten.
De Afrikaners waren burgers van tweede rang. Engels was de enige officiële taal en de elite sprak Engels ( en niet de Boeren).

Natal verleende zijn burgers ook stemrecht en in principe ook niet-blanke medezeggendschap.De voorwaarden waren evenwel zo opgesteld dat deze gelijkheid enkel theoretisch bestond.

In Transvaal ( vanaf 1853 Zuidafrikaanse Republiek genoemd) en Oranje-Vrijstaat was het Nederlands de officiële taal, al was de omgangstaal Afrikaans. De calvinistische gereformeerde kerken hadden er een bevoorrechte plaats. Enkel de blanken bezaten politieke rechten. De burgers waren vertegenwoordigd in de Volksraad. In de praktijk had de president veel macht. Oranje-Vrijstaat kon beter bestuurd worden dan Transvaal, al leefde tussen de Oranje ( de rivier) en de Vaal een heterogene bevolking van Engelsen, Boeren, zwarten en kleurlingen.

De situatie in Transvaal was verward. Eensgezindheid en solidariteit was niet de sterkste kant van de Boeren. Iedereen was overtuigd van zijn eigen gelijk: conflicten over gezag en leiderschap hadden ook al tijdens de Trek doorgewogen en zouden een constante worden in de Boerengeschiedenis. De Boeren hielden niet van gezag en aan belasting betalen hadden ze een broertje dood.( wie niet).

Zeer vlug ontstonden er in de Boerenstaten moeilijkheden met allerlei verspreide zwarte volkeren die na de nederlaag van de Zoeloes naar hun vroegere woonplaatsen terugkeerden. De blanken hadden door de verschuivingen van deze zwarte volkeren tijdens de Mfecane ( uitdunning) dit gebied vrij gemakkelijk tot hun woonplaats gemaakt. De zwarten wilde hun gebied beschermen of terugwinnen. Voor deze tegengestelde belangen zochten blanken en zwarten soms een oplossing door onderhandelingen en overeenkomste. Blanken kochten gronden af. maar gezien de zwarten een soms andere opvatting hadden over "grond kopen" ( voor hen was dit maar een paar jaar geldig) dan de blanken voor wie het een overdracht van eigendom was.
Vaak liep het op geweld uit. De Boeren sloegen terug of ze schuwden zich er niet voor verdragen met bepaalde zwarte bvokeren te sluiten tégen andere zwarten. Als dat maar in hun kraam paste. Maar de zwarten zouden ook de bescherming van de Boeren zoeken tegen de Engelsen en vice versa.

Geleidelijk konden de Boeren hun suprematie vestigen. Zij gebruikten hierbij nooit de Amerikaanse weg, namelijk de ongenadige uitroeiing van de inheemse volkeren. De Boeren waren hiervoor ook te weinig talrijk (25.000 mensen in Oranje-Vrijstaat, 30.000 in Transvaal). Ze hadden daarenboven zwarten nodig als arbeidskrachten. Tenslotte verhinderde het diepchristelijke geloof van de Boeren massale mensenslachtingen.

De boeren hadden geschikte gronden gezocht en daarop boerderijen gevestigd die gemiddeld 3.000 hectare ( één hectare is gelijk aan 10.000 m²) groot waren. De zwarte bevolking die op deze grond woonde, mocht blijven op voorwaarde dat ze de Boeren als bazen erkende. De zwarte chefs moesten mannen afstaan om de landbouwers en de veetelers te helpen. Iedere boerderij voorzag in haar eigen behoeften en het verschil in leefwijze tussen blank en zwart was niet groot. Maar de blanke boer was koning op zijn bedrijf, met het recht op leven en dood. Toch koesterden de Boeren een gezonde eerbied voor de nog altijd onafhankelijke zwarte volkeren als de Swazi's, de Zoeloes of  de Venda's, die aan hun grenzen woonden en die ze niet konden verslaan.
Geschreven door niegewoonnie om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Nie gewoon nie L

↑ Terug naar de berichten