De eigenlijke restauratie
Daar ons karretje toch minstens tot het seizoensbegin buiten strijd zou zijn werd van deze gelegenheid ineens gebruik gemaakt om het hart ook een onderhouds- en opsmukbeurt te geven, zodanig dat het naar buiten smijten van de motorolie ook verleden tijd zou worden. Swa Coeck fungeerde als chirurg van dienst.
Daar ikzelf, met mijn beperkte kennis terzake, de restauratie van de passagiersruimte voor mijn rekening zou nemen, kon ik voorlopig enkel overgaan tot de herbekleding van de zetels.
Omdat ik, bij de meeting in het attractiepark Walibi, een prachtig gerestaureerde zwarte 500 had gezien, waarvan er trouwens ook een foto in het album zit, wilde ik in die richting werken. Die bewuste 500 was niet voorzien van een dakje in canvas maar wel van één in een dikkere cabriostof. Dat wilde ik ook op ons karretje.
Uiteindelijk kwam ik terecht bij Max Garniering in Schoten, en de Max maakte een prachtig dakje voor mij.


