Naar de inhoud

Nonkel Franseken

22 Februari 1919 - 3 November 2002
akke.beakke.be

Archief

7 Juni 1940 “Vrijdag. Er zijn berichten over de demobilisering van landbouwers en metsers van alle soort...

behalve van mijn soort. Maar als ’t woord demobilisering al valt is ’t al genoeg. ’s Avonds bad.”

 

8 Juni 1940 “Zaterdag. Weer zon. We kunnen om te beginnen eens leuk de straat keren omdat er een zeker Duits heerschap zal komen. We kuisen en verder wachten we op nieuws. Er wordt hier een jongen begraven… Slapen, bombardement.”

 

9 Juni 1940 “Zondag. Te 5 ½ uur bericht: we demobiliseren. Vertrek per fiets. We komen rond 7 uur aan, wat een weerzien. Was ons Theo er maar.”

 

12 Juni 1940 “Woensdag. Ons Theo is ’t leidmotief van alle dagen. We gaan naar Willebroek. Wafelen. ’s Avonds wat afleiding.”

13 Juni 1940
“Donderdag… Overal wordt er gepraktiseerd over rantsoen en toekomen.”
Op 17 Juni 1940 kan Frans beginnen werken op het gemeentehuis van Boom, hij zal er heel zijn leven blijven.

 

23 Juni 1940 “Zondag. Julian’s moeder geven we nog wat moed. De jongen is nog niet thuis. Dat is zeer erg.”

Later zal blijken dat Julian krijgsgevangen werd genomen door de Duitsers.

 

11 Juli 1940 “Donderdag. Jef komt thuis.”

Nonkel Jef komt alleen terug uit Frankrijk zonder broer Theo!
Elke dag wacht Frans op de thuiskomst van broer Theo en zijn vriend Julian. Er is weinig te eten

 

13 Juli 1940 “Zaterdag. O! Varken, Koning van alle bevleesde dieren, wat missen we je spek!”

27 Juli 1940 “Zaterdag. De kelder is een noodzaak bij elke woning.”

Geschreven door uw neef om 14:04 Reageer op dit bericht

4 Augustus 1940 “Zondag. Theo komt thuis. Nog is Julian er niet.”

Broer Theo komt ongeschonden thuis na zijn verblijf van 3 maanden in Frankrijk.
Frans wordt assistent van de gemeenteontvanger op het gemeentehuis van Boom.

 

25 Augustus 1940 “Zondag. Verjaardag: 5 jaar geluk – 1 jaar ongeluk.”

Frans en Odile hebben nu 5 jaar verkering. De vooroorlogse perikelen zijn een jaar geleden begonnen.

 

28 Augustus 1940 “Woensdag. De dagen zijn grauw en duister. We snakten vroeger zo om onze thuis te zien. Nu denken we met enorme bang aan de dag die ons weer verwijderen zou van die goedige warmte, van mensen die je beminnen. Je leert dat het een tijd is die veel doet waarderen waar je vroeger soms licht en onbezonnen overheen ging. Ik denk zo … ik ben bang!”

 

1 September 1940 “Zondag. De Zondag is voor God. De Zondag is niet meer als vroeger. Hij lijkt me eerder wreed. Geef ik een cent uit dan denk ik aan de grote nood van ’t huishouwen. Ik loop er mee in ’t hoofd. Alles lijkt zo naarheid! God geef dat het verandere. Julian nog niet thuis.”

 

10 September 1940 “Dinsdag. Onrustiger wordt het dagelijks! Het leven is al langer hoe pregnanter! Dopkaarten worden ingehouden. Ons idee daaromtrent steekt diep in ons hart. Het blijft in ons naleven. Vergeten zullen we nooit. We halen ons aardappelen. Eten is een kapitale zaak.”

 

13 September 1940 “Vrijdag. ’t Is droevig weer. Jef gaat te keuren! Men eist mensen als vee!”

De Duitsers ronselen mannen om te werk te stellen in de oorlogsindustrie in Duitsland. Jef, de man van Frans’ tante Elza is opgeroepen.

 

14 September 1940 “Zaterdag. De nachten zijn geen nachten meer. Elke nacht is er klank en gebonk. Heere God, hoe lang nog ?”

 

23 September 1940 “Maandag. Rond 6 uur vertrekt Jef naar Duitsland!”

Geschreven door uw neef om 09:14 Reageer op dit bericht

13 Oktober 1940 “Zondag. Jaarmarkt. Julian nog niet thuis.”

15 Oktober 1940 “Dinsdag. Kaartje van mijn beste makker. Kriegsgefangenenlager.”

Julian heeft een kaartje gestuurd.

 

18 Oktober 1940 “Gedichten Theo Sirene. Brief aan Vlijtingen. Vader heeft geen werk meer. Liefde leeft niet om te krijgen maar wel om te geven.”

Broer Theo schrijft gedichten en stuurt deze naar Sirene onder het pseudoniem Theo Schalk.

Sirene (bron: Louis Paul Boon centrum)
Het eerste nummer van Sirene was in december 1939 verschenen. Dit “Maandblad voor Jongeren”, zoals de ondertitel luidde, was in feite een soort schoolblad dat door studenten van de Rijksnormaalschool Lier werd uitgegeven. Daar was ook het redactiesecretariaat gevestigd. De inleidende tekst bij het nieuwe tijdschrift kon men nauwelijks een programmaverklaring noemen en toch was meteen duidelijk dat het blad niet zonder enige “pretentie” lonkte naar de literaire wereld, het wou “een wolf zijn in het landschap”.
Dat landschap zag er volgens de redactie troosteloos uit, dor en onvruchtbaar. Om enig leven in de brouwerij te brengen riep Sirene de jongeren, met name studenten, op om al hun pennenvruchten in te sturen. Ook zocht men steun bij al wie nieuwe literaire paden zei te willen bewandelen. De redactie erkende dat “Sirene onmogelijk een studententijdschrift kon blijven. Het moest groeien, en daarom werd alles wat met den naam studentikoos kon aangeduid, geweerd. De stichters waren er van overtuigd, dat hun blad iets kon worden. Ze werkten door”.
De redactie drong er in de zomer van 1940 bij Hubert Lampo op aan om regelmatig mee te werken aan het blad. Voor die gelegenheid werd een vergadering georganiseerd in een café vlak bij het centraal station van Antwerpen. Het was daar, in “Hotel des Sports”, dat Lampo voor de eerste keer ene Piet van Aken ontmoette, die eveneens uitgenodigd was om op regelmatige basis mee te werken aan Sirene. De jonge schrijver Van Aken had net als Lampo kort tevoren (in 1939) zijn entree gemaakt in Vormen, met het verhaal “De man en de hond”, maar de twee hadden elkaar tot op dat moment nog nooit ontmoet. Van Aken had toen, in tegenstelling tot zijn leeftijdgenoot Lampo, al enige ervaring in het literaire wereldje opgedaan. Korte tijd was hij redactiesecretaris geweest van Vlucht (mei 1937 - 1939), het blad van het Willemsfonds in Boom. En naast de korte verhalen die in Vormen waren gepubliceerd, had Van Aken in 1938 al in eigen beheer in een erg bescheiden oplage van 75 exemplaren het verhaal “Twee van “t gehucht” uitgegeven, een psychologische verhaal van een dramatische liefde tussen twee zwijgzame zielen tegen de achtergrond van de Rupelse steenbakkerijen. Piet van Aken en zijn vader verkochten het 52 pagina tellende boekje thuis voor de prijs van 5 frank.
Achteraf bezien, traden Lampo en Van Aken via Sirene toe tot een groep jongeren die zich geroepen voelden om de literatuur een nieuw elan te geven en vonden dat zij dat, zeker na de opheffing van Werk en Vormen, niet konden doen via de bestaande tijdschriften. Het uitbreken van de oorlog had hen niet kunnen remmen in hun enthousiasme voor de Schone Letteren en nog lang na de “wondere zomer van 40” zouden zij hun zendelingenwerk rustig voortzetten.
Niet alleen met de import van een heleboel nieuwe jonge auteurs zoals Johan Daisne, Kamiel Top (1923-1945), Luc van Brabant (1909-1977) en Remy C. Van Kerckhove (1921-1958) veranderde Sirene drastisch. De lay-out en het formaat werden eveneens grondig onder handen genomen. Het secretariaat verhuisde naar Boom en de redactie werd gevoelig uitgebreid door het samengaan met het blad Richting van de Rijksnormaalschool Blankenberge in oktober 1940 en later in januari 1941 met Hedendaagsche Kunst, een Brugs kunstblad. Bovendien werd er besloten om van het blad een halfmaandelijkse uitgave te maken. In het eerste halfmaandelijkse nummer van 15 oktober werd Heidekens officieel als redactielid vermeld. Daarmee werd het blad zo goed als volledig losgekoppeld van het oorspronkelijk studentikoze “wolvenblaadje” van de Rijksnormaalschool Lier.

Sirene nieuwe stijl bleek alleszins succesvol. Wat oorspronkelijk een bescheiden studentenblaadje was, veranderde onder impuls van Heidekens in bliksemvaart tot een volwaardig literair blad. Niet alleen boek- film- en theaterbesprekingen vulden het blad, er werden ook uitgebreide interviews opgenomen en natuurlijk veel poëzie en proza. Het blad slaagde er bovendien in om interviews met gereputeerde schrijvers af te drukken, vergezeld van ongepubliceerd werk, onder meer een gedicht van Willem Elsschot: “Spijt”. Kamiel Top publiceerde daarmee het eerste interview met de schrijver Elsschot. Eerder had Top al op zeventienjarige leeftijd een tekst “Een begrafenis” naar Elsschot opgestuurd die daarover zeer lovend schreef in een brief aan Jan van Nijlen.
Auteurs die ondanks het gebrek aan tijdschriften toch wensten te publiceren konden bij Sirene terecht. Dat laatste aspect speelde bij Lampo en Van Aken beslist een rol om verdere medewerking aan het blad te verlenen.
Het kon niet op voor de jeugdige hemelbestormers: koste wat kost zouden zij zich een plaats veroveren in het volgens hen ingedommelde literaire wereldje. Hierbij moest behalve een drastische reorganisatie van het blad ook de oprichting van een eigen uitgeverij een rol spelen. De uitgeverij Sirene (Meir 119, Antwerpen), een vereniging zonder winstoogmerk (vzw), werd voor het eerst vermeld in Sirene van november 1940. Voor zover ik heb kunnen reconstrueren gaf de uitgeverij in haar korte bestaan zeven goed verzorgde werkjes uit, voornamelijk poëzie: Frans Swerfgeest, Klein Boeket (1941). Frans Swerfgeest, De ring om het hart: verzen (1941). Jos Vanderstappen, Het zoek licht in de mist (1941). Fritz Vlaminc [ps. Joris Verstappen] Sirene: bloemlezing uit het werk van jonge dichters, (1941). Ernest de Weert, Kameraadjes: een dichtkrans voor de jeugd (1941). Theo Schalk, Mozaïek (1941). Jos Wilzen, Groet (1941). Een aantal andere boekjes werden aangekondigd maar verschenen niet of werden later elders uitgebracht zoals De andere weg van Houthuys” jeugdvriend Remy C. Van Kerckhove bij Nijgh en Van Ditmar.

28 Oktober 1940 “Maandag. Al enkele keren schreef ik naar Vlijtingen. Nog geen antwoord. Ik krijg een treurige brief uit Loksbergen: René is gestorven. Ik kribbel aanstonds terug.”

Frans onderhoudt een correspondentie met de mensen die hem als "front"-soldaat onderdak hebben verschaft.

 

Geschreven door uw neef om 16:51 Reageer op dit bericht

6 November 1940 “Woensdag. Ik schrijf aan Maria...

Ik studeer ’s avonds. Het weer is slecht. Ik krijg een nieuw paspoort.”

Maria is het meisje van Julian die nog steeds krijgsgevangen is. Frans studeert bestuurlijke wetenschappen in de hoop op een beter betaalde betrekking op het gemeentehuis van Boom.

 

10 November 1940 “Zondag. We rijden naar Breendonk. Er staan kontroleurs + gendarmen aan de brug. We hebben wortelen bij en laten die in Klein Willebroek. De dagen zijn aldoor dezelfde.”

 

21 November 1940 “Donderdag. Donkere dag. Geen uitbetaling. Weer Duitsers in Boom.”

 

28 November 1940 “Donderdag. Er kwamen woensdag veel krijgsgevangenen weer. De jongens zien er sip en droevig, gekraakt uit. De vliegers plagen ons ’s avonds weer wat.”

 

2 December 1940 “Maandag. Vader werkt!”

 

23 December 1940 “Maandag. Jef komt weer uit Duitsland.”

Hij bleef 3 maanden weg.

 

27 December 1940 “Vrijdag. Vaders geld voor een gerookte bil.”

Aan eten geraken is een essentiële bezigheid en kost veel moeite en geld.

 

31 December 1940 “Moeder maakt gebak. Theo krijgt zijn pree. Nu ik nog! Wanneer ? We brengen dag nog gezellig door.”

Het gezin heeft geld van doen. Vader Jan werkt maar sporadisch in de diamant en Frans wacht al maanden op de uitbetaling van zijn loon als gemeentebediende. Broer Theo is daardoor moeten stoppen met zijn studies aan de Grieks-Latijnse afdeling van de “Mannekesschool”, het latere atheneum van Boom. Hij begon in augustus als hulpje bij “De Winter”, de latere Boomse Metaalwerken.

De Mannekensschool, de eerste "vrije" Middelbare School opende te Boom in 1861 met aan het hoofd Laurent Mannekens. In 1940 wordt de school meestal bevolkt en bestuurd door liberaal gezinde, staatsscholen worden immers door de (katholieke) bevolking nog altijd scheef bekeken. Frans en Theo liepen er allebei school. Theo is een uitstekende leerling en het gezin werd door de schoolleiding financieel geholpen opdat Theo zijn diploma van lager middelbaar zou kunnen behalen.
Arthur De Winter, de baas van een bloeiend staalbedrijf (dat nu onder Duits toezicht staat) bekleedt daarnaast ook een bestuursfunctie in de school. Hij zorgt ervoor dat Theo als loopjongen kan beginnen op zijn bedrijf, mits hij aansluit bij enkele liberale organisaties…

Geschreven door uw neef om 16:02 Reageer op dit bericht

1941

1 Januari 1941 “Woensdag. Het was een schrale dag! Ik maakte van me zelf een onmogelijke kerel! Zo is het jaar begonnen.”

 

2 Januari 1941 “Donderdag. Jef naar Duistland 2de keer.”

 

4 Januari 1941 “Zaterdag. Ik vind het naïef hoe veel oudere, wijsdoende mensen kunnen handelen en hoe ze veel te kort schieten daar waar het op menselijkheid op aankomt. We wensen de secretaris ’n gelukkig Nieuwjaar, nu vandaag was ‘t de burgemeester. Maar ’t kwam op een borreltje op aan, daarom stuurden ze ons naar huis…

’s Namiddags bibliotheek ´Het bankroet van het huwelijk` Deze tijd kenmerkt zich wel dat ik oneindig veel voel voor lektuur. Ik vind daarin de zalige ontspanning en een verdrijf dat zeer leerrijk is. Zelfs de avonduren bij mijn meisje breng ik lezend door. Het helpt ons beider tot breder denken en inniger samenwerken.”

 

5 Januari 1941 “Zondag. Akademie, thuis. Julian nog weg. Deze dagen zijn 10 frank, ’n schamele 10 frank nog te veel om te verbruiken op een zondagavond.”

Frans volgde de tekenacademie in Boom om zijn talent verder te ontwikkelen.

 

11 Januari 1941 “Zaterdag. Vader moet altijd door dat onweer om roggebrood. ’t Is niet van weelde hoor! Nochtans doet dat goed aan ’t verbruik de rantsoenzegels die we alles behalve te veel of genoeg hebben. Wees zuinig met zeep.”

 

14 Januari 1941 “Dinsdag. Nog steeds trekken er meer en meer werklui naar Duitsland. Dat is zeker van weelde. Vader heeft weer wat minder hoop op ’t werken. Bij broer is ’t soepbedeling mits 1 kg aardappelen mee te brengen per 14 dagen.”

 

16 Januari 1941 “Donderdag. Het sneeuwlandschap doet denken aan de tijd van ons mobilisatieleven. Nu is ’t de tijd van het rantsoen en in die periode van ons soldaat zijn was er genoeg. Dan hadden we de weelde van ons valies. Goed gevuld. Dan hadden we ons welbesteedde centjes. Plus nog de heerlijkheid van de kameraadschap ten opzichte van de gruweltijd van de oorlog. ’s Avonds verveel ik me in de overbevolkte familieatmosfeer. Dat zal wel voorbijgaan maar mijn karakter schikt het moeilijk, tegen mijn meisje heb ik niets.”

Frans brengt menige avond door in de Bassinstraat bij zijn vriendin Dillie, daar zijn ze met velen en er wordt meestal duchtig gekaart, iets wat Frans niet echt ziet zitten.

 

17 Januari 1941 “Vrijdag. ’s Nachts was er sneeuw gevallen. ’s Morgens in het donker naar de arbeid. Wanneer de centen? Dat is het gewichtigste van het moment. Het is een gezellige avond in onze voorplaats. Ik voel me het best tehuis tussen al die boeken en krantensnipperingen. De leerstof en wetenschap die ik er uit put leg ik toch op een goede plaats en wie weet voor wat dat al nog dienen kan! We vinden ook een gazetje van 1914-1918, nu heb ik bladen uit dezen Krijg. God weet hoe we dat vinden binnen een tiental jaren. Alle hernieuwt zich, ook de oorlog en we weten hoe slecht hij alles maakte. In Antwerpen eet men beeten in plaats van petatten.”

 

18 Januari 1941 “Zaterdag. Vader is al weg, op weg naar brood. Zo in de vroege ochtend en zo bijtend koud. ’n Mens doet veel om z’n dagelijks brood en dan hoeft hij nog op te passen. Moeder loop ook elke zaterdag om vlees of beentjes. ‘ Zijn nog gelukkige mensen die eens een lekker soep kunnen genieten. Hier in de root zijn talloze voorbeelden van het omgekeerde. Die mensen zijn genoodzaakt naar Duitsland te trekken of anders te onderkomen. Droevige tijd!”

De “root” is een afkorting voor Caluwaertsroot, de Vrijheidshoek, waar Frans woonachtig is.

 

19 Januari 1941 “Zondag. ’s Morgens naar de vergadering van de harmonie. De heer Van Wouwe heeft zo maar 3 zoons verloren, ’t zal hem voorzeker in ’t hart gaan als hij de vroegere jongens terug bijeen ziet. Broer krijgt ruzie van vader voor zijn laat thuiskomen.”

Broer Theo, bijna 17, gaat geregeld uit, vooral naar Willebroek. Vermits er een avondklok geldt is dat niet zonder gevaar, vandaar de bezorgdheid van zijn vader.

 

25 Januari 1941 “Zaterdag. Moeder verjaart. Trieste werk is dat vader om brood moet naar Steenhuffel. Arme zaak want ’t is regenachtig en vader is dan niet al te goed ook. Moeder moet ook vroeg lopen want bij de beenhouwer is weinig vlees. Verder onze gewone werkuren en altijd maar op ’t geld wachten want thuis zitten ze er alles behalve goed voor. Nu zeker als vader weer zonder werk is. ’t Zijn zware tijden. Toch wordt moeder 45 jaar, gelukkige verjaardag.”

Steenhuffel ligt op 16 km afstand van Boom, met de fiets ben je al vlug enkele uren onder weg.

Frans heeft voor moeder’s verjaardag de dag tevoren een taart met krieken en abrikozen gekocht en pekelharingen die amper groter zijn dan sprotjes…

Geschreven door uw neef om 08:45 Reageer op dit bericht

4 Februari 1941 “Dinsdag. Brief aan Maria weggestuurd! Die Julian blijft toch lang weg!

Die jongen zal nog al geschiedenissen weten te vertellen. In hem zie ik nu een ware kerel! Julian was een trouwe makker en daarbij vond hij een knap meiske dat zo regelmatig met me wist te korresponderen en zo juist dezelfde gevoeligheden vertoonde als ik. Vader werkt weer, ik heb nog geen gedacht op geld... 2 liter volle melk! ”

 

5 Februari 1941 “Woensdag. Winterhulp. Soep en 40kg kolen.”

Winterhulp was een hulporganisatie die tijdens Wereldoorlog II werd opgericht. Ze bestond in zowat alle gemeenten en had een vrij goed georganiseerde structuur in gans het land. Ze vulde het Rode Kruis in die zin aan, dat ze ook beroep deed op de weldadigheid van de medemensen, doch richtte zich vooral op de materiële behoeften van de door oorlogsomstandigheden getroffen plaatselijke behoeftige kinderen. Bij de aanvang hield ze zich vooral bezig met de bedeling van soep, melk en vitamines. Nationaal werd Winterhulp mede gesponsord door de "Koloniale Loterij", de voorloper van onze "Nationale Loterij" en de "Lotto".

 

7 Februari 1941 “Vrijdag. Ik ontvang een brief uit Bilzen. Deze dagen zit ik weer met de hersens volgepakt van dat oord dat me toch geen ongelukkige maar een waar levendig tijdje boodt. Lizette schrijft over de vreemdelingen en Joden uit Antwerpen. Dat is menselijkheid! Daar wonen die in barakken na verdreven te zijn uit de stad. ’t Is een droevige periode…”

 

9 Februari 1941 “Zondag… Theo voert weer zijn machtige revue op. Misschien wordt hij eens de grote man van ’t moment. Amen!”

 

19 Februari 1941 “Woensdag. Vader onderneemt nu zijn bedeltochten die weliswaar me zo wat door ’t harte priemen. Maar men vraagt veel voor eten…”


21 Februari 1941
“Vrijdag… wat gezelligheid bij Peet. Voor ons Elza is dat toch ook erg. Zo verwijderd te wezen van je man en dan die sloeber van een Walter te zien opgroeien zonder een vader. Dat meiske heeft ook geen rooskleurig leven. Petere wordt zo wat een kniezer. Peet is daar dikwels op bezig. Maar ik hou toch van die mensen en van die sfeer, daar ben ik toch immer goed thuis geweest.”

 

28 Februari 1941 “Vrijdag. Op de laatste dag van Februarie is onze jongen thuisgekomen.”

 

4 Maart 1941 “Dinsdag. Regenachtige dag. ’s Morgens brood, smeerkaas, konfituur en geurige koffie. ’s Middags: erwtensoep met een flink been en vlees, aardappelen met stoofvlees en pap met rijst en bloem. ’s Namiddags bouillon en een flinke wortel. ’s Avonds: fijn gebak met koffie en boerenboter. Eten hoeft een mens, dan komt hij bij, met honger voert men geen strijd.”

 

5 Maart 1941 “Woensdag… Ons Theo is geregeld uit en haalt op een schalkse manier van alle leutige fratsen uit. Dat is nog een kerel met een stuk optimisme en veel etenslust.”

 

15 Maart 1941 “Zaterdag. Het brood is tegenwoordig wat beter. Russische tarwe.”

 

20 Maart 1941 “Donderdag. En dag lijk velen. Peet wil 75 Frank geven voor een fles olie. Waar gaat de wereld met een mens naartoe ? Ik krijg een zweer op mijn achterwerk.”

 

30 Maart 1941 “Zondag. Begin van een ongelukkige liefdeshistorie. En dat nu nog!”

In Maart-April beleeft Frans een avontuurtje met een zekere Y. Zijn relatie met Dillie overwint.

12 Mei 1941 “Maandag. Ons Theo z’n bundel komt uit ´Mozaïek` pseudoniem Theo Schalk.

Geschreven door uw neef om 10:25 Reageer op dit bericht

22 Mei 1941 “Donderdag. Donkere Rerum Novarum dag...

Naar ’t Laarkapelleke met onze Jos, per fiets. Ik koop in Hemiksem Brusselse Kaas…”

Jos (1926 -) is één van de twee neven van Frans die worden opgevoed door zijn tante Elza.

 

1 Juni 1941 “Zondag. Op bezoek in Loksbergen… flink eten bij die brave lui en maar babbelen, dan goed geladen! Met 6.5 kg patatten, 2 grote broden en een mooie klomp frisse hoeveboter… Was de wereld maar zo vol van dat soort mensen als te Loksbergen!”

6 Juli 1941 “Zondag. Gewone dagen. Als ik deze dagen niet veel kribbel in mijn dagboek dan ligt het aan de zaak dat er niet veel moed voor is en dat er toch niet zo bijzonder veel gebeurt als het alledaagse.”


21 Juli 1941
“Maandag. Nationaal Feest. De Belgische driekleur wordt gedragen. Patriottisme is nog niet dood!”

2 Augustus 1941 “Zaterdag. Naar Bilzen. ’s Morgens de trein te 7h21. We moeten zeer vroeg vertreken uit Boom met de tram van 6h00. Dan trein te Antwerpen. Aarschot, Hasselt, Bilzen. Aankomst te 10h43. Goed verlopen. Wij worden met brijo ontvangen en het wordt een hele schone feestelijke dag. Ma en Pa en de kinderen zorgden voor ons en het doet goed aan m’n ´slecht gemoed`. Zoveel goeds nog te weten dat er goede lui in de wereld zijn…”

3 Augustus 1941
“Zondag. Wij slapen knap op 2 huizen afstand, mijn juffer en ik. Daarna goed en knap middageten: soep met konijn en flinke saus en dan ferme taart! Dan naar Vlijtingen. Wat een boel oude herinneringen. Niettegenstaande al die kapotte dingen en huizen. Daar is nogal wat gebeurd. En die vrouw van het winkeltje is lelijk gesteld aan heren ogen…”

 

6 Augustus 1941 “Woensdag. Vader doet tegenwoordig wel veel arbeid daar hij regelmatig de boer op moet al is hij ziek. Dat gaat mij wreed in ’t harte! Ik vind dat schrijnend dat jij als jongman met waarde bezeten alles zo moet afzien. Ik had van morgend goesting om naar Duitsland te trekken. Kwam er toch maar een oplossing! Ik zit nog steeds met die René van Vlijtingen in m’n  hoofd en denk nog altijd aan die arme vent die een boterham vroeg. Dat kwelt me en ik vergelijk dat altoos met de toestand van vader en hoe die ook altijd maar hoeft te vragen en te zorgen voor de bete broods. Dat is me waarlijk te bar en ik beleef wel een  ware neerslachtigheid. Dat helpt niet veel want ik verricht weinig in de praktijk. M’n wil is goed nopens de arbeid! Kon ik maar betaald geraken.”

Geschreven door uw neef om 11:41 Reageer op dit bericht

10 Augustus 1941 “Zondag...

Vader brengt regelmatig op zijn dagelijkse boerenreis bij zijn aardappelen en groenten, ook geraapt tarwe of graan mede. Op zo’n zondagochtend pellen wij de aren uit en er komen aanstonds enkele kilo van terecht. Dat betekent voor ons een maand of 2 eten en pap. De dagen tegenwoordig zijn donker en regen altijd door regen. De boeren zien alles rotten, ook dit slaat tegen… Hier tehuis haalt Dillie weer wat nare gedachten in ’t hoofd doordat ons Theo iets zegt over d’uur van de thuiskomst. Ik ondervindt weer wat wantrouwen is.”

 

11 Augustus 1941 “Maandag. 2de kermisdag. Er staat wat foor op den boulevard. Muziek en pret klinken zo vies in dezen tijd! Toch wordt er veel geld verteerd door de lui die in Duitsland werken. In deze periode zegeviert ook de mode! Er was tarwe in de molens en we kregen een paar keer beter brood. Nadelig is het wel doordat een mens zodoende meer te eten hoeft. De strijd in Rusland: Duitsland spreekt steeds over Smolensk. Ze hebben het al van 16 Juli. De radio logenstraft het. Er hangt overal viesheid in de lucht door de regen.”

Smolensk is een stad in het westen van Rusland, gelegen aan de rivier Dnjepr. Zij is het toneel van een grote veldslag. Doordat Smolensk zo lang stand houdt, kunnen de Russen de verdedigings-linies rondom Moskou op orde brengen, 93% ervan is verwoest.

 

19 Augustus 1941 “Dinsdag… 1 kilo petatbloem aan 35 Frank!”

 

10 September 1941 “Woensdag… Vader, Jos, Petere, Hubert en nonkel Bert gaan petaten rapen en komen steeds goed geladen terug. Het is harde arbeid voor vader die ziek is zeker. Maar er komt al een soort kontentement over hem dat wij een beetje aan petaten zullen geraken. Dat doet me goed… Bij Dillie moeten ze altijd laat werken maar ze verdienen nu een schoon centje. Dat is maar goed ook! Arbeid adelt.”

 

14 September 1941 “Zondag. Niel kermis. Julian komt niet want daarvoor is het te slecht weer. Ik wacht op Dillie, wij maken petatbloem van de slechte petaten. Met een rasp wordt de petat fijn gewreven en dan daarna in een schonen handdoek gedaan en altijd schoon water bijvoegen. De bloem blijft langs onder liggen.”

 

12 Oktober 1941 “Zondag. 7 uur mis. Daarna rijden vader en ik gans de streek van Geizegem rond om ajuin te zoeken maar tevergeefs. Ik leer zo ook wat vragen en vader ken ik als den beste vrager met het meest meelijwekkende gezicht. Hij krijgt een ruime kilo ajuin. Wij plukken nog wat rapen en dat is de prijs van ons reis die tot een eind na de middag duurde. De boeren zijn rijke smeerlappen. Ik kan er geen meer voor mijn ogen zien en moet mezelf bedwingen als ik voor zo’n type sta die zijn leugens tastbaar zijn en die zich nog uitgeeft voor martelaar door kontroleurs uitgezogen. Ze verleren de les God’s…”

 

27 Oktober 1941 “Maandag. Men neemt 61 jongens mee naar Antwerpen.”

In de Rupelstreek en Klein-Brabant is een verzetsgroep actief : “De Zwarte Hand” . De Duitsers pakken een aantal vermoedelijke leden op. Velen onder hen zullen niet terugkeren en sneuvelen in concentratiekampen.

 

De Zwarte Hand (bron: internet)

Aanvankelijk doel van de verzetsbeweging was om door de verspreiding van pamfletten en kranten de Belgische bevolking op te ruien tegen de Duitse bezetters en Duitsgezinde Belgen en daarnaast de nationaal-socialistische Belgische verenigingen zoals VNV van Staf de Clercq en de Zwarte Brigade van Jef Van de Wiele te bestrijden. De verzetsgroep had haar zetel in Puurs en haar actieterrein besloeg de ganse Rupelstreek en delen van Klein-Brabant.
Hun acties beperkten zich tot eenvoudige handelingen zoals het verspreiden van sluikbladen als La Libre Belgique, die vanuit Brussel met koeriers naar hun hoofdkwartier worden overgebracht. In Puurs wordt de V van Victory op de gevels gekalkt. De groep schaft zich ook kleine vuurwapens aan om zich 's nachts te kunnen verdedigen, maar nooit werd er gebruikt van gemaakt.
De actiegroep schaft zich ook in het geheim een radiozender aan en zendt boodschappen uit naar Londen omtrent militaire bewegingen in hun streek. Ze plegen ook een enkele sabotagedaad door een kerosineketel op het militair vliegveld van Hingene te laten leeglopen. Hun 'spectaculairste' daad was wellicht toen de groep op 21 juli 1941 (nationale feestdag van België) via hun radioapparatuur een radio-uitzending houden, het Belgisch Volkslied afdraaien, en onder pianospel de luisteraars oproept tot verzet tegen de nazi-onderdrukking.
Een jaar later, tegen de herfst van 1941 telde de groep reeds 111 actieve leden, het merendeel jonge twintigers. Ondanks de goede bedoelingen werd het amateurisme spoedig de groep fataal. Elk lid moest namelijk een lidmaatschapsformulier met een pasfoto er op gekleefd ondertekenen, en al die formulieren werden tezamen opgeborgen onder het altaar van de kerk van Tisselt.

Op 20 september 1941 worden de eerste twee verzetsmannen (Bert De Mul en Jos Thijs) van de groep ingerekend. Met in hun handen een pak pamfletten dat ze verdeelden over de brievenbussen in hun gebied. Waarschijnlijk na een tip, vond de SD (Sicherheitsdienst) de bewuste formulieren in de kerk en werden de leden massaal opgepakt.
Op 12 oktober wordt de VNV-er Richard Philips de nieuwe burgemeester van Puurs en in zijn openingsspeech belooft hij 'dat schorremorrie van De Zwarte Hand een lesje te leren!'. Ook Albert Moortgat (Brouwerij Moortgat, "Hier rust den Duvel") de VNV-burgemeester van Breendonk steekt een stevige duit in het zakje. Tegen 28 oktober 1941 waren 109 leden ingerekend en dat betekende ook het vroegtijdige einde van De Zwarte Hand.    

Geschreven door uw neef om 16:24 Reageer op dit bericht

5 November 1941 Frans en Dillie ...

gaan dikwijls “hun gewoontje” doen aan de veerdam en stellen zich dan op onder een venster van de bloemmolens van Rijpens. Een familielid, medewerker van de maalderij, gooit dan een zakje witte bloem door het venster, een rijkelijk geschenk in die tijd.

 

7 November 1941 “Vrijdag. We trekken ons pree! Er is vreugde in de wereld!”
Na maanden wordt het loon van Frans eindelijk uitbetaald.

 

24 November 1941 “Maandag. Deze dagen gaan in vitesse voorbij. Over den oorlog weten we weinig. Alles is zodanig georiënteerd dat we ’t al gewend zijn en den strijd om te leven maar voortzetten met de hoop dat het wel eens zal eindigen.”

 

30 November 1941 “Julian en Mit komen. Gezellige dag. Julian heeft honig bij en Mit beschuiten. Gezellige avond. Mitteke is weer pittig. Julian krijgt petaten mee. Zo’n vrienden is heerlijk.”

 

26 December 1941 “Vrijdag. Theo danste gisterenavond en zweette gelijk een koerspaard. ’t Is nogal een kerel!”

 

31 December 1941 “Woensdag. Ik koop kalender.’s Avonds gaat Theo weg om oudejaarsavond te vieren. We zitten in de huiskamer. Dillie werkt. Ik schrijf. En zo gaat 1941! We eten zalm en erwtjes en gehakt. Zo gaat het tot…”

Geschreven door uw neef om 06:53 Reageer op dit bericht

1942

1 Januari 1942 “Donderdag. Het jaar begint duister. Het zet in met ’n tegen ’t hoofd springenden toon. Dat is een jaaraanvang dat ik nooit vergeet. ’t Is rond 12 uur, een klop op deur. Ik doe open. Twee kerels torsen m’n broer. Dat is broer, 17 jaar, dat is hij die ze naar huis sleuren omdat hij zich strontzat bedronk. Dat gaat als een pijl door ’t hout. Theo is niet kennelijk. Hij valt ineen. Alleman weet niet meer dat het nieuwe jaar is begonnen. Men is gans uit den haak omdat men zich broer veel te veel aantrekt. En hij begrijpt het niet… spijtig! s‘ Nachts slaap ik heel slecht en ’s ochtends ben ik paraat om naar de 7 uur mis te vliegen. Het weer is niet al te lastig… Dan wens ik hier en daar Nieuwjaar. We gaan dansen. Het is fijn in de Plaza. Theo krijgt alweer ruzie omdat hij te laat is.”

 

3 Januari 1942 “Zaterdag. Ik begin een steken te voelen aan mijn linkeroog. Er komt een abces opdagen. Dat gaat me fel in ’t hart omdat ik geweldig aan mezelf zoveel lustige tijd besteed.”

Frans verzorgt zichzelf en zijn uiterlijk altijd zeer goed.

 

Boom, Januari 1942 (apart briefje) “Het jaar is nog niet zo lang aan den gang en we boeken al veel nieuws. Met een snelle vaart tellen we de dagen en in de jachtende storm van d’ uren hebben we zo’n afwisselende feiten dat er al precies een vol jaar voorbij is.
Eerstens hebben we onzen Theo die in gans glorierijk brio de allereerste uren inzette met goed dronken te zijn en ons een alleraardigst smaakje te geven van wat ´grote man` spelen beduidt.

We krijgen daarna een fatale ramp met m’n linker oog. Een heel lieve abces staat daar glansrijk te stralen en bolt ferm uit blauw en geel zoals ze is. Ze staat daar en blijft er staan en kwelt me bitter lelijk. Tot dat we geld uitgeven aan Heer Dokter in Antwerpen en in Boom om me fijn te laten spuiten in den arm. Dat spuiten is goed voor ’t bloed en voor al wat door de verkeerde werking in ’t bloed voorkomt.

Dat kost alweer geld en we mogen tevree zeggen dat Dr. Cuyckens dat gratis doet. De abces barst op een zaterdag. Onze fijne Walter stompt er tegen met zijn kinderkop en alles komt er uit gestroomd als lava uit een berg. Met de geweldige koude van de laatste dagen geneest de weke plaats zeer moeilijk.

Dan zondag kocht ik m’n nieuwe, moderne hoed. Brummel aan 225 frank. Ja, zoveel!

Deze eerste maand hadden we wat geluk in de zaak van de maag. Er kwam bijtijds hulp uit den hoge en Gode zij dank hielp ons dat weer voor een tijdje. Ook van kolen werden we weer voorzien door ons tantje. Dat zijn gewichtige zaken als elke mens te bibberen loopt!!!

Moeder bakt zelf goed brood en koeken. Dan is er ook nog vis geweest deze dagen. Lekker panharing en gewone haring. Laat ze maar komen,  goed eten zeg ik!

Het is al een hele tijd geleden dat we onze vrienden uit Antwerpen ontmoetten. De eerste zondag zat ik met m’n oog. De 2de keer had Julian bezoek. Nu, op moeders verjaardag 25 Januari, gaan we naar Antwerpen naar de Chatelet.

Ik kocht verscheidene nieuwe slagers om op de klarinet te blazen, m’n instrument is me een ware vriend geworden….”

 

4 Februari 1942 “Woensdag. Vader ziek! De dokter komt. Vader heeft momenten van achteruitgang ... In ieder geval is het een zware zaak. Ons Theo is in deze dagen weer zo wispelturig. Willebroek loopt hem te over. En in dit alles zit alleen die ´fameuze liefde` en wat er anders gebeurt interesseert hem niet en verstoot hij. Hij noemt dit ´artiestengevoel` maar dat heet anders.”

Geschreven door uw neef om 17:43 Reageer op dit bericht

Meer van Nonkel Franseken

↑ Terug naar de berichten