Willy Alberti

| Image Slideshow |
|
|
| 0102030405060708 |
Eén van de grootste ambassadeurs van het Amsterdamse levenslied. Werd in Nederland beroemd door het levenslied met een snik te brengen en door zijn vertolkingen van Italiaanse populaire opera's. Scoort met Marina een hit in Amerika.
1926 Op 14 oktober wordt Carel Verbrugge in de Jordaan geboren. Hij komt uit een muzikale familie: Zijn vader verdient de kost als 'zingende kelner' en zelf is Alberti als tiener vaak met zijn neef Jantje van Musscher, de latere Johnny Jordaan, te vinden op straathoeken waar zij levensliedjes vertolken. Alberti maakt naam: kort voor de Tweede Wereldoorlog krijgt hij een rol in de musical Rose Marie.
1941 Willy Alberti maakt zijn eerste plaatopname, Alleen Is Maar Alleen. Hierop wordt hij begeleid door organist Cor Steyn.
1944 Aan het eind van het jaar treedt Willy in het huwelijk met Ria Kuiper. Kort daarop wordt hun dochter Willeke geboren.
1945 Met het Amerikaans (getinte) repertoire dat rond de bevrijding populair is kan Willy weinig. Hij voorziet in zijn onderhoud in het volkstoneel en de operette.
1948 Willy Alberti richt zich op het Italiaanse lied, dat op dat moment opgang doet. Het bezorgt hem de bijnaam 'Tenore Napolitano'. Alberti debuteert als vaste zanger in het radioprogramma De Bonte Dinsdagavondtrein (AVRO). Hij heeft zijn eerste succesnummers: Ik Hou Van Jou Mooi Amsterdam, Als Een Wilde Orchidee (beiden geschreven door zijn overbuurman Willy Rex), Ik Zing Dit Lied Voor Jou Alleen en Veel Mooier Dan Het Mooiste Schilderij.
1950 In '50 heeft Alberti een hit met Droomland, een duet met Ans Heidendaal.
1954 Naast het Italiaanse repertoire zingt Alberti ook Nederlandstalige smartlappen in het duo De Straatzangers, dat hij samen vormt met Max van Praag. Aanvankelijk zien ze hun samenwerking als een grap en proberen ze anoniem te blijven. Ook de radio moet maar weinig hebben van dit volkse repertoire. Het publiek is echter razendenthousiast. Vergeet Mij Niet, Een Zeemanshart, Op Een Zeemansgraf en Aan De Maas zijn grote hits.
1955 De populariteit van Willy Alberti groeit gestaag. Hij heeft hits met Ci-Ciu-Ci, Mijn Sprookjesboek en Vivere. Zijn repertoire put hij vooral uit het jaarlijkse liedjesfestival van San Remo. Van nummers die het daar goed doen brengt hij snel een eigen versie op de markt.
1958 Willy Alberti scoort een grote hit met Al Martino's songfestivalsucces Volare. Ook Come Prima doet het goed. Alberti verschijnt voor het eerst op de televisie in de tv-show van Dorus (VARA).
1959 De populariteit van Alberti bereikt een hoogtepunt met de nummer 1-hits Piove en Marina. Zijn versie van Marina belandt via een steward bij de KLM in de Verenigde Staten. Daar wordt de single met succes uitgebracht. In de Billboard lijst haalt het plaatje de 42e positie. Hij treedt met succes op in New York maar heimwee weerhoudt hem ervan verder in het buitenland op tournee te gaan.
1960 Willy Alberti ontvangt een Edison. In de jaren zestig vinden we hem vaak terug in gezelschap van zijn dochter Willeke Alberti. Van Willy & Willeke verschijnen een groot aantal singles en lp's. Gedurende de jaren zestig vertegenwoordigt Willy ons land op diverse songfestivals, onder andere die in Venetië en Knokke.
1962 Alberti heeft solo een grote hit met Quando Quando Quando. Hij speelt samen met o.a. Jan Blaaser, Johan Kaart jr, Ton van Duynhoven, Rijk de Gooijer, Sylvia de Leur en Anton Geesink in de film Rififi In Amsterdam (regie: John Korporaal). In deze volkse detective speelt Alberti de rol van kroegbaas. De film is met zo'n 320.000 bezoekers een behoorlijk succes.
1965 De Alberti's maken voor de AVRO een serie maandelijkse tv-shows onder de titel Zaterdagavond met Willy & Willeke. De uitzendingen zijn zeer populair en lopen ook in 1966 door.
1966 Naast Willeke heeft Willy nog een muzikaal kind: zoon Tony Alberti (echte naam: Tonny Verbrugge), vanaf 1966 te vinden in de groep Shrimps.
1967 Willy & Willeke scoren een grote hit met Dat Afgezaagde Zinnetje.
1968 Willy solo oogst succes met De Glimlach Van Een Kind. Het levert hem wederom een Edison op.
1969 Willy & Willeke maken samen Een Reisje Langs De Rijn. Papa toont zich bovendien een liefhebber van voetbal. De Europa Cup-successen van Ajax inspireren hem tot Ajax Olé Olé Olé ('69) en We Gaan Naar Londen ('71).
1973 Alberti viert zijn 35-jarig jubileum en krijgt een Gouden Harp van Stichting Conamus. Zelf doet hij het inmiddels wat rustiger aan. De smaak van het grote publiek verandert en hitsucces blijft voorlopig uit.
1975 Het album Jeugdherinneringen, dat hij samen met zijn oude gabber Johnny Jordaan opneemt, is een succes.
1980 Naar aanleiding van het aftreden van Koningin Juliana brengt Alberti de single Juliana Bedankt! op de markt. Het plaatje reikt tot de 18e plaats in de hitparade. Het plaatje inspireert André van Duin tot parodie Willy Alberti Bedankt! Dit wordt met een 7e positie een veel grotere hit.
1983 Willy & Willeke hebben een grote hit met Niemand Laat Z'n Eigen Kind Alleen
1984 Begin jaar tachtig blijkt Willy Alberti te lijden aan lever- en maagkanker. Op 12 oktober '84 verschijnt hij, sterk vermagerd, nog één keer op televisie in het door Mies Bouwman gepresenteerde programma In De Hoofdrol.
1985 Op 18 februari overlijdt Willy Alberti.
1987 Het postuum uitgebrachte Liefde is een klein hitje.
1995 In navolging van Nathalie Cole en haar vader Nat 'King' Cole en de nog levende Beatles en John Lennon doet Willeke Alberti een duet met haar vader. Zo ontstaat een nieuwe versie van De Glimlach Van Een Kind. Het post mortum haalt de onderste regionen van de hitparade.
1997 Op diezelfde manier komt Jij Bent Het Leven Voor Mij, een duet met André Hazes, tot stand. Ook de fans doen pogingen om Willy Alberti te doen voortleven. Op 5 maart openen ze een Willy Alberti-museum.
1998 Wegens gebrek aan belangstelling sluit het museum in april 1998. Een door de AVRO uitgezonden tv-special brengt echter het plaatwerk van Alberti weer onder de aandacht. Er verschijnt dan ook een aantal nieuwe verzamelaars.
2001 Ria, de vrouw van Willy, verhuist al het materiaal dat ze over haar man verzameld heeft van haar huis naar een Amsterdams café om daar opnieuw een Willy Alberti-museum in te richten waar ze zelf de gids is.












Wickie is de vaak angstige zoon van Halvar, de leider van een fictief vikingdorp. Toch is het Wickie die altijd zijn vader te hulp schiet met vindingrijke oplossingen. Met een vingergebaar naar zijn neus gaf Wickie aan dat hij een idee had.

De serie viel op door de decors, rekwisieten en kostuums en was ook een uitdaging voor jonge acteurs die werden gevraagd voor een gastrol, waaronder Jeroen Krabbé die zijn televisiedebuut maakte. 
Erik Engerd werd al snel een mateloos populair figuur, met zijn typerende "mhwhwhwrhrmhwuhwmllrlwllaaah!!"-geluiden, en Joost Prinsen zou nog jaren door het personage achtervolgd worden:
Vanaf toen wilde heel Nederland dat wel eens zien en was het succes van de "straat" verzekerd.



Ze is immens rijk (betaalt altijd met goudstukken) en haar schat trekt behoorlijk wat criminele elementen aan, die Pippi echter altijd weet af te slaan, want ze beschikt over superkracht.

De eenvoudige verhaaltjes draaien om twee matrozen die korte avonturen beleven op zoek naar een baantje om 'centjes te verdienen'.

In 1974 werd opnieuw een poppenserie over Paulus gemaakt, ditmaal door de studio van Thijs Chanowski met Loek de Levita als producent. Leen Valkenier schreef hiervoor de teksten. De afleveringen werden dagelijks uitgezonden van 29 september 1974 tot 31 mei 1975. Elsje Scherjon, Frans van Dusschoten en Ger Smit, die ook de Fabeltjeskrant inspraken, zorgden voor alle stemmen. De poppen waren ditmaal niet door Van Oort gemaakt, maar door de gebroeders Slabbers. Valkenier introduceerde ook nieuwe karakters, zoals Stien Fee, Laurens de Tuinkabouter en de robot Boelie (Joris het Vispaard was een karakter gebaseerd op één der boeken van Dulieu). Van Oort was ontevreden over het resultaat. Zijn karakters waren erg kleurloos geworden. Verder was Krakras een man geworden, en werd Gregorius veel netter uitgebeeld dan oorspronkelijk.

Okkie en Nono komen nog terecht bij de Sajapiti-indianen en gaan samen met koningin Fifi op zoek naar de 'fluistervink'. Of ze die ooit vinden? Komen ze nog terug in Kukelton??
Voor één van de vier Oebele LP's zou men zelfs een Edison ontvangen. Later zou bijna het hele team verantwoordelijk voor Oebele zorgen voor de langstlopende jeugdserie uit de omroepgeschiedenis, Kunt U mij de weg naar Hamelen vertellen, mijnheer?

Deze vanaf 1976 door de kro uitgezonden serie is gebaseerd op verhalen van de Duitse schrijver Waldemar Bonsels (1880-1952), die met spannende en leerzame verhaaltjes op humoristische wijze het doen en laten van allerlei insecten met het leven van kleine kinderen vergelijkt. ‘De avonturen van Maja de Bij’ verschijnt voor het eerst in 1912.
