Naar de inhoud

Nostalgie

akke.beakke.be
logo.jpg

Archief

Cuby and the Blizzards

Image Slideshow

cuby01.jpg

0102030405060708

Cuby + Blizzards is een uit het Drentse Grolloo (toen Grollo geheten) afkomstige bluesband, opgericht in de jaren zestig.

De originele band werd geformeerd door Harry Muskee en bestond verder uit Eelco Gelling, Nico Schröder en Hans Kinds.

In de grootste succesjaren bestond de band uit:

Harry Muskee (zang)
Eelco Gelling (gitaar)
Herman Deinum (bas)
Helmig van der Vegt (piano)
Hans Lafaille (drums)
Diverse anderen speelden in de loop der jaren in de band, onder wie Herman Brood en slagwerker Hans Waterman.

Voor de opname van de eerste LP Desolation werd de groep uitgebreid met Henk Hilbrandie (piano), die daarvoor ook al een jaar met de groep rondtoerde. Harry Muskee en Henk kenden elkaar al uit The Old Fashioned Jazzgroup, waarvan ze beiden deel uitmaakten. Deze elpee werd in 1968 bekroond met een Edison.

Cuby + Blizzards maakte tournees met Van Morrison, Eddie Boyd en Alexis Korner. Bekende nummers van de band zijn Another day another road, Distant smile, Window of my eyes en Appleknockers Flophouse.

Na wat relletjes die de band weinig goed deden, was de fut eruit. Veel leden stapten uit de band en in 1972 was het gedaan met de band. Joost den Draaijer zette met de leden Red, White & Blue op, maar dat werd geen succes. De naam werd weer gewijzigd in Cuby & the Blizzards. Nadat Herman Brood zich weer bij de groep aansloot, kreeg deze weer wat roem. Maar na een korte tijd verlieten Herman Brood en anderen de groep. Na het vertrek in 1977 van Eelco Gelling naar Golden Earring ging Harry Muskee verder onder de namen Harry Muskee Band en later Muskee.

Begin jaren negentig werd de oude bandnaam weer opgepakt. Sindsdien maken oudgedienden Herman Deinum, Helmig van der Vegt en Hans Lafaille weer deel uit van Cuby and the Blizzards, terwijl Erwin Java vaste gitarist is.

In 2004 maakten Cuby and the Blizzards een theatertour met een ode aan blueszanger John Lee Hooker. In 2006 verscheen een box met dvd, cd, documentaire fotoboek over de bluesband, samengesteld door voormalig VARA-presentator Jan Douwe Kroeske. De biografie van Harry Muskee door schrijver Jeroen Wielaert werd dat jaar uitgeroepen tot beste popboek van Nederland en Vlaanderen.


 

cuby1.jpg cuby2.jpg

Reageer op dit bericht

CCC Inc.

Image Slideshow

cccinc01.jpg

0102030405060708

Folk- en Americana-formatie die eind jaren zestig en begin jaren zeventig uitermate succesvol is in het clubcircuit. Speelt als enige Nederlandse band op het hoofdpodium van het Kralingen-festival. Na het opheffen van de band zijn voormalige bandleden Van Beusekom en Schreurs betrokken bij de oprichting van Stichting Popmuziek Nederland en wordt Jansz begin jaren tachtig tieneridool met de band Doe Maar.


bezetting

Appie Rammers basgitaar
Ernst Jansz accordeon, piano, wasbord, zang
Huib Schreurs concertina, mondharmonica, zang
Jaap van Beusekom autoharp, banjo, dobro, pedalsteel, zang
Jan Kloos gitaar, mandoline
Joost Belinfante gitaar, mondharmonica, viool, zang


1967 - 1968

CCC Inc. vindt zijn oorsprong op de Rietveld Academie in Amsterdam als de drie leerlingen Paul Kroese (wasbord), Bert Timmerman (gitaar) en Cor van Sliedregt (gitaar) samen met Joost Belinfante (gitaar/fiddle) een band oprichten. CCC staat voor Capital Canal City. Na enkele maanden voegen Huib Schreurs (harmonica/zang) en Jaap van Beusekom (zang/banjo/autoharp) zich bij de groep. Timmerman en Kroese verlaten de band niet lang daarna, om plaats te maken voor Ernst Jansz (piano/wasbord, later ook zang) en Frank Hoogkamer (theekistbas). In de beginjaren speelt CCC Inc. Amerikaanse folk met op het repertoire werk van onder meer Leadbelly en Woody Guthrie. Via optredens komt men in contact met Lennaert Nijgh, die gedurende twee jaar de manager van de band is.


1969

Aan het eind van de jaren zestig houden Hoogkamer en Van Sliedregt het voor gezien. Van Sliedregt maakt in de jaren zeventig deel uit van V.A.A.G. Vanaf 1997 is hij actief in de groepen Slör (voorloper van De Zoete Inval) en Bottle Up And Go. Gaandeweg krijgt de klassieke CCC Inc.-bezetting vorm: Joost Belinfante, Ernst Jansz, Jaap van Beusekom, Jan Kloos (gitaar/mandoline), Huib Schreurs en Appie Rammers (bas, ex-Outsiders). Frank van der Meijden volgt Nijgh op als manager. De band verhuist van Amsterdam naar Neerkant om in commune-achtige vorm met vrouwen, kinderen en vrienden samen te gaan leven waarbij Frits van Doorninck (viool) en Johnny Lodewijks (drums) incidenteel meespelen.


1970

In juni staat CCC Inc. als enige Nederlandse band op het hoofdpodium van het Holland Pop Festival (beter bekend als 'Kralingen') tussen namen als Jefferson Airplane, The Byrds en Pink Floyd. De groep tekent een platencontract bij Bovema. De single Green Green Happy Home/Little Willy verschijnt.


1971

Het debuutalbum To Our Grandchildren verschijnt in maart. De plaat is geproduceerd door de VPRO-discjockeys Wim Noordhoek en Rik Zaal. Eind oktober al komt de tweede elpee uit: Watching The Evening Sun. In 1971 worden tevens de singles On A Junction/Country Marriage en Spinnin' Spinnin' Spinnin'/Bottle Of Wine uitgebracht.

1972

Gedurende dit jaar verschijnt de single van Lulu Gal/Spinnin' Spinnin' Spinnin'. De nummers Justin's Dance en Pretty Little Miss komen op de verzamelelpee Paradiso, die oorspronkelijk was bedoeld als de soundtrack van een gelijknamige film. Niet geheel tevreden met de productie van Watching The Evening Sun wordt voor de derde plaat naar Engeland uitgeweken.

1973

Na de single Castle In Spain/Sour Sweet Me brengt CCC Inc. met Castle In Spain het derde album uit via Polydor. De plaat is opgenomen onder leiding van producer Sandy Roberton. Het is een komen en gaan van drummers en bassisten. De groep speelt zelfs een tijdje zonder bassist. Drummer Marco Vrolijk (ex-Supersister) houdt het maar twee maanden uit; Johnny Lodewijks houdt het tot het einde vol, net als bassist Peter de Vries.

1974

Dit jaar markeert het einde van CCC Inc. De band doet een reeks afscheidsconcerten. Opnames hiervan verschijnen in 1975 op CCC Forever. Het laatste officiële optreden vindt op 11 mei 1974 plaats in Paradiso (Amsterdam).

1975

Schreurs richt Stichting Popmuziek Nederland op en wordt artistiek coördinator van Paradiso. Belinfante, Jansz, violist Frits van Doorninck, bassist Piet Dekker en drummer Johnny Lodewijks brengen als Slumberlandband het gelijknamige debuutalbum uit. Later zal deze formatie worden omgedoopt in Rumbones, waaruit in '78 Doe Maar voortkomt.

1976

De groep doet nog een allerlaatste optreden in Paradiso onder de noemer 'CCC trapt keihard na'. Lodewijks, Piet Dekker en Ernst Jansz begeleiden samen met Henny Vrienten op gitaar Boudewijn de Groot op een toernee door België.

1977 - 1999

In 1977 wordt de reggaeformatie de Rumbones opgericht, met Johnny Lodewijks, Piet Dekker, Ernst Jansz, Henny Vrienten aangevuld met Joost Belinfante, een percussioniste en een zanger. De band word datzelfde jaar na een kort en succesvol jeugdhonk-bestaan opgeheven. In 1978 richtte Jansz Doe Maar op. Van Beusekom wordt directeur van Stichting Popmuziek Nederland (in '98 omgedoopt in Nationaal Pop Instituut). Aanvankelijk speelt hij nog in de band Electric Tear en tourt hij solo het land door. In '84 verschijnt een solo-album onder de naam Van Beusekom. Hierop spelen Belinfante, Jansz, Kloos en Schreurs mee. Verder treedt hij op als begeleider van Ischa Meijer en Jenny Arean en speelt hij mee als pedal steel-gitarist op platen van Elly & Rikkert, Nits (o.a. In The Dutch Mountains), Michiel Peters en Claw Boys Claw. Vanaf 1980 hebben geregeld besloten reünies van CCC Inc. plaats. Deze resulteren in de cd Speed & Intensity uit 1990. In '92 viert de groep haar 25-jarig jubileum in De Melkweg, waarbij in de toegift zowaar ook Doe Maar ten tonele verschijnt. In 1995 beleeft CCC Inc. opnieuw een reünie met tien concerten in zalen als Nighttown (Rotterdam) en Noorderligt (Tilburg). Gitarist Kloos overlijdt op 3 april 1998 waardoor optredens in de oude samenstelling definitief tot het verleden behoren. In '99 werkt de groep aan een CD die de titel Jan moet gaan krijgen.

2001

Het album Jan, vernoemd naar het in '98 overleden bandlid Jan Kloos, verschijnt in maart op het label V2. De plaat is een compilatie van de beste opnamen die CCC maakt in de periode na 1985. Het bevat ondermeer opnamen van het Melkwegconcert in 1992 (met alle leden van Doe Maar) en die vanuit het Willibrodus Hospitaal in Venlo waar Jan Kloos verpleegd werd.

2004

CCC Inc. reist eind mei naar Indonesië voor een korte tournee.

2006
CCC Inc. is op het album Molenbeekstraat van Ernst Jansz.te horen in het nummer Gebroken Hart. Op 17 juni spelen de band en de zanger in het Erasmushuis in Jakarta.

 

cccinc1.jpg cccinc2.jpg

1 reactie Reageer op dit bericht

Brainbox

Image Slideshow

brain01.jpg

010203040506

Unieke verzameling talent die eind jaren '60 en begin jaren '70 niet alleen overtuigt met eigen composities, maar ook bestaande nummers verrassend weet te vertolken. De stijl van Brainbox houdt een midden tussen (blanke) blues, psychedelica en pop. De groep gaat voortijdig ten onder aan interne strubbelingen.


1968 Brainbox wordt opgericht in Amsterdam. Pierre van der Linden doet al ervaring op in After Tea, Jan Akkerman ruikt reeds aan hitparadesucces met The Hunters (The Russian Spy And I) en Kaz (in deze tijd nog Casimirz) Lux is ook al actief in een handvol groepen.

1969 Hèt succesjaar van Brainbox. De band scoort enkele grote hits, ondermeer met het eigen Down Man en met een bijzondere bewerking van Summertime van George Gershwin, dat met Dark Rose overigens een extra a-kant heeft. Jan Akkerman krijgt perfect tegenspel van het doorrrookte stemgeluid van Kaz Lux. Ondanks de successen verlaat de eigenzinnige Akkerman eind 1969 Brainbox om met Thijs van Leer de progressieve rockformatie Focus te formeren.

1970 Dit jaar stapt ook Pierre van der Linden over naar Focus. Jan Akkerman wordt vervangen door de gitaristen Rudy de Queljoe (ex-Dragonfly) en Herman Meyer (ex-Fullhouse). De laatste maakt weer plaats voor John Schuursma. Van der Linden wordt even vervangen door Shel Schellekens, maar die wordt al snel opgevolgd door Frans Smit (ex-September). Het oude, superieure geluid is nog wel te horen op het debuut Brainbox (opgenomen in de oude bezetting), dat naast eigen werk Dark Rose en Sea Of Delight uitsluitend bestaat uit opvallende vertolkingen van nummers van Paul Simon, George Gershwin, Lowell Fulsom, Jimmy Reed en Tim Hardin. Singles gemaakt met de nieuwe leden laten horen dat het vertrek van Jan Akkerman een forse aderlating is.

1971 Dit jaar verlaten ook de laatste leden van het eerste uur de band: Kaz Lux en André Reijnen. Kaz Lux wordt vervangen door Michel van Dijk (ex-Amsterdam) en André Reijnen door Robert Verwey (ex-Amsterdam). Ook gitaristen Tony de Queljoe en Ronnie Meyjes maken deel uit van de bezetting. De dramatische wisselingen van personeel hebben een negatief effect op de muziek en uiteindelijk ook de populariteit van de groep. De tweede lp Parts, waarop De Queljoe alweer ontbreekt, wordt opgenomen met producer John B. van Setten (o.a. producer/manager van The Outsiders) en kan niet tippen aan het voortreffelijke debuut: de magie ontbreekt en langzaam maar zeker zakt Brainbox weg.

1972 Brainbox gaat uit elkaar. Kaz Lux bouwt dan al aan een solocarrière. Jan Akkerman en Pierre van der Linden zijn heel succesvol met Focus. Ook de meeste andere muzikanten laten nog van zich horen: Robert Verwey in Long Tall Ernie And The Shakers, Frans Smit naar Mouth and MacNeal, Michel van Dijk naar Alquin en André Reijnen naar Minisink Townhouse. Jan Akkerman en Kaz Lux zullen ook in latere jaren nog regelmatig samen op het podium staan en platen maken.

1982 Brainbox wordt opnieuw opgericht in de bezetting Kaz Lux, John Schuursma, Rudi de Queljoe, Pierre van der Linden en André Reijnen.

1983 André Reijnen wordt vervangen door Cyril Havermans.

1984 Brainbox houdt definitief op te bestaan.

2000 Drummer Frans Smit zit in de begeleidingsband van Dutch~Divas, de groep waarin zijn vrouw Sjoukje Smit-van 't Spijker (Maggie MacNeal) zingt.

2003 Brainbox geeft op eerste paasdag in Medemblik voor het eerst sinds bijna twintig jaar weer een concert. In de huidige bezetting ontbreekt echter gitarist Akkerman. Wel zijn naast Lux de oorspronkelijke bandleden gitarist Rudy de Queljoe en drummer Pierre van der Linden van de partij. Brainbox doet de concerten samen met de bluesband Flavium, waarin De Queljoe en Van der Linden ook actief zijn.

2004 - 2005 Tijdens een speciaal concert op 22 juli 2004 in Breda worden opnamen gemaakt voor de live-cd The Last Train. Ook opnamen gemaakt in Obdam belanden op het album. De nieuwe reeks optredens van Brainbox, vaak in combinatie met Flavium, eindigt in september 2005 met afscheidsconcerten in o.a. de Melkweg te Amsterdam en Tivoli in Utrecht. Het laatste optreden van Brainbox is op 30 september. Pierre van der Linden start samen met gitarist Ted Oberg (Livin' Blues) en Erwin Nyhoff (Prodigal Sons) de bluesgeoriënteerde rockgroep Grand Slam. Op 15 juni 2005 overlijdt drummer Frans Smit op 54-jarige leeftijd aan darmkanker.

 

brainbox1.jpg brainbox2.jpg

Reageer op dit bericht

Boudewijn de Groot

Image Slideshow

boudewijn01.jpg

010203040506070809

Boudewijn de Groot werd op 20 mei 1944 geboren in een Japans interneringskamp te Batavia, op Java in Nederlands-Indië. Zijn moeder overleed daar in juni 1945 en een jaar later vertrok de rest van het gezin naar Nederland. In Haarlem kwam Boudewijn te wonen bij zijn tante. Zijn broer en zus werden elders ondergebracht, omdat zijn vader naar Indië terug moest om zijn pensioen vol te maken. In 1951 werd het gezin weer herenigd en verhuisde in '52 naar Heemstede, nadat zijn vader hertrouwde.
In dezelfde straat als waar zij zich vestigden, woonde ook een jongetje met de naam Lennaert Nijgh, een vriendje van het stiefbroertje van Boudewijn. Lennaert en Boudewijn zagen elkaar in die jaren dus wel regelmatig, maar trokken niet met elkaar op. Dat gebeurde pas veel later, in het najaar van 1961. Boudewijn speelde al gitaar en begeleidde zichzelf bij het zingen van liedjes van Jaap Fischer en Jacques Brel. Op het Haarlemse Coornhert Lyceum was zijn succes daarmee verzekerd en via een groepje jongens en meisjes kwam hij weer in contact met Lennaert, die weliswaar op een andere school zat, maar optrok met de Coornhertse vriendenkring.

Na zijn eindexamen in 1962 schreef Boudewijn zich in voor de Nederlandse Filmacademie in Amsterdam. Ook Lennaert toonde interesse voor de cinema en samen besloten ze een 8-mm-filmpje te maken met de al genoemde vriendenkring. In dit filmpje zingt Boudewijn twee zelfgeschreven liedjes, 'Pubertair' (later 'De kater' genoemd) en 'Bij het raam', dat die titel kreeg omdat het onder een raam werd gezongen en Boudewijn de tekst titelloos had geschreven. Het 'kunstwerk' werd in het voorjaar en de zomer van 1962 opgenomen en achteraf van dialogen, geluidseffecten en muziek voorzien, wat voor een 8-mm-filmpje bijzonder genoemd mag worden. De officiële première vond plaats op 29 dec. 1962. Tijdens een latere vertoning in huiselijke kring, begin '64, was de eveneens aanwezige toenmalige nieuwslezer Ed Lautenslager meer onder de indruk van het muzikale en schrijverstalent van het duo dan van het filmpje. Hij raadde hen aan wat liedjes te schrijven, die hij dan via een relatie bij de platenmaatschappij Phonogram zou
aanbieden. Enkele maanden later, op 14 mei 1964, nam Boudewijn de nummers 'Élégie prenatale', 'Strand', 'Sexuele voorlichting' en 'Referein voor...' op, zichzelf begeleidend op de Spaanse gitaar.

De plaatjes verkochten slecht, maar maakten wel iets los. Tijdens Boudewijns eerste tv-optreden, in het talentenjachtprogramma "Nieuwe oogst", maakte met name de publieksjury zich behoorlijk druk over de schandalige tekst van 'Élégie..'. De vakjury herkende het talent van het duo wel en beloonde Boudewijn met de eerste plaats. Het tv-optreden zorgde wel voor Boudewijns eerste uitnodiging voor een zaaloptreden: in een kerk ( De Kolenkit ) voor een hervormde jeugdbeweging in Amsterdam-West tegen een honorarium van   ƒ 25,00 incl. reiskosten. Het was een regenachtige avond, maar ontegenzeglijk het begin van een stralende carrière. Wim Ibo vroeg hem voor zijn "Cabaretkroniek", wat aangeeft dat Boudewijn aanvankelijk werd gezien als cabaretier, en Cobi Schreijers 'Waagtaveerne' in Haarlem werd zo'n beetje de muzikale thuishaven van Boudewijn en Lennaert. De laatste zou hier zijn eeuwig onbereikbare liefde ontmoeten voor wie hij kort daarna de lp "Voor de overlevenden" schreef.


Gebrek aan hits, hoofd van een gezin, afgewezen als cameraman bij de televisie, buitengewoon dienstplichtig op grond van het feit dat hij enig kostwinner was: redenen genoeg om te zorgen dat er zo snel mogelijk brood op de plank kwam. Dat brood ging Boudewijn verdienen als magazijnbediende bij de Amsterdamse 'Bijenkorf' , tussen oktober '64 en de zomer van '66.
Als 'tussendoortje' was hij nog een jaar lang te horen als discjockey bij de piratenzender Veronica, waar hij onder de naam Marcel Oversteege o.a. een jazzprogramma presenteerde. De eerste drie financiële mislukkingen brachten de platenmaatschappij ertoe Boudewijn en Lennaert min of meer te dwingen op de commerciële tour te gaan. Producer Tony Vos, die onvoorwaardelijk geloofde in het talent van de twee artiesten, stelde voor een vertaling te maken van een Engelse versie van het Aznavour-nummer 'Un enfant de seize ans', door Noel Harrison tot Engelse hit gemaakt onder de titel 'A young girl of sixteen'. Het arrangement van zijn uitvoering werd noot voor noot overgenomen voor 'Een meisje van zestien'. En met succes, zij het wat Boudewijn betrof niet van harte. Hij en Lennaert waren nog te zeer bezig met chansons, folk en 'artistiek zijn'. Electrische gitaren, basgitaar en drums waren voor de beatmuziek en dat was heel wat anders. Maar het meisje nestelde zich vanaf oktober '65 voor 13 weken in de hitparade,
het grote publiek ontdekte Boudewijn de Groot en daarmee tevens Lennaert Nijgh en met hen werd de scheidslijn tussen 'cultureel verantwoorde muziek' en 'muziek voor het grote publiek' opgeheven.

De volgende hit was 'Welterusten, meneer de president' en toen brak het moment aan waarop Boudewijn zich fulltime kon wijden aan muziek schrijven, platen maken en optreden. De eerste lp, waarop beide nummers te vinden zijn, verkocht boven verwachting. Op de plaat staan enkele vertalingen van songs van Donovan en Bob Dylan; Lennaert voegde hier nog een paar andere protestliedjes aan toe en het zou gedurende een aantal jaren de nodige moeite kosten eer Boudewijn het door hem zo verfoeide etiket van 'protestzanger' kwijt was. Daar stond tegenover dat hij in diezelfde periode wist uit te groeien tot meest populaire zanger van Nederland, hetgeen resulteerde in een eerste plaats op de hitparade in het voorjaar van 1967 met het carnavaleske 'Het Land van Maas en Waal'. De op het werk van Jeroen Bosch geïnspireerde tekst van Lennaert werd door Boudewijn van muziek voorzien met de aanvankelijke bedoeling het lied de sfeer mee te geven van Bob Dylans 'Rainy day women #12 & 35'. Arrangeur Bert Paige zocht het iets meer in de Europese traditie en maakte er een carnavalshit van.

De lp "Voor de overlevenden" (1966; gouden en platina plaat, Edison) werd algemeen gezien als Boudewijns eerste echt volwassen produkt. Een album vol klassiekers met thema's als verloren en onbereikbare liefdes, voorbijgaande vriendschappen en voorbije jeugd.
Met name de onbereikbaarheid van die ene grote liefde, het verdriet en onbegrip daarover en tevens het besef dat zoiets bij alle grote kunstenaars tot meesterwerken heeft geleid, maakten de teksten van Nijgh op deze plaat tot literaire juweeltjes die door niemand in de Nederlandstalige popmuziek zijn geëvenaard. De lp was ook de eerste met uitsluitend arrangementen van Bert Paige, die zich op de volgende plaat zou manifesteren als de allerbeste en meest veelzijdige in zijn vak.
Onder invloed van het opkomende hippiedom en min of meer 'uitgedaagd' door het verschijnen van de revolutionaire lp "Sergeant Pepper's Lonely Hearts Club Band" besloten De Groot en Nijgh vol overgave in te springen op het verschijnsel psychedelische popmuziek.

De lp "Picknick" (1967; gouden en platina plaat, Edison) was het resultaat. Hetzelfde team van de twee eerste albums, producer Tony Vos, arrangeur Bert Paige en technicus Albert Kos stond het tweetal terzijde, het budget was ruim genoeg en er heerste een sfeer van 'alles kan'. Dat bleek vooral uit de arrangementen van Paige, die alle remmen losgooide en de teksten vol kleurige kristallen, bonte bloemen, jassen met bellen, opnieuw Jeroen Bosch, zon, honing, zang en dans voorzag van duizelingwekkende arrangementen. Het duet met Elly Nieman, 'Meester Prikkebeen', leverde Boudewijn een nieuwe toptien-notering op en het undergroundblad "Hitweek" riep de lp uit tot eerste echte Nederpopalbum. Met Lennaert ging Boudewijn nu ook nummers voor anderen schrijven, onder meer voor Liesbeth List.

Het jaar daarop werd de samenwerking tussen Nijgh en De Groot verbroken vanwege een project dat Boudewijn opzette met zijn studiegenoot van de filmacademie Lucien Duzee. Samen schreven ze de tekst van een soort luisterspel getiteld 'Heksensabbath'. Het epos vormde het grootste deel van het album "Nacht en ontij", waarop verder nog het lied 'Babylon' staat, alsmede een kort muzikaal intermezzo. 'Babylon' werd door Lennaert als liedtekst aangeleverd, maar Boudewijn veranderde er zoveel aan dat hij op het label als tekstdichter vermeld staat. Het muzikale intermezzo ontstond spontaan in de studio, waar op dat moment een nieuw fenomeen stond te pronken: de mellotron, een klavierinstrument dat bestond uit een groot aantal korte audiotapes die door middel van een pianoklavier geactiveerd konden worden en aldus de toon van een muziekinstrument lieten horen, bijv. strijkers, blaasinstrumenten, gitaar, bas, etc. Op die manier kon je dus een melodie en ook de begeleiding spelen. Een voorloper van de sampler
als het ware.
Als gimmick werd bij het album een gratis singletje gevoegd met daarop 'Aeneas nu' en 'Wie kan me nog vertellen', beide met tekst van Boudewijn, hoewel voor het eerste nummer hetzelfde geldt als voor 'Babylon': Lennaert schreef de oorspronkelijke tekst, maar Boudewijns veranderingen waren zo rigoureus, dat hij als tekstdichter vermeld staat. 'Heksensabbath' staat bol van de symboliek, occulte scènes, heksen, duivels, magiërs, kobolden (door Boudewijn op de plaat hardnekkig en abusievelijk kobolten genoemd) en satanaanbidders. Er werd flink met mythische en mystieke namen gegooid en Nederland liep er dan ook niet warm voor. De verkoop stak schril af bij die van de vorige platen, hoewel er tot op de dag van vandaag een zeer trouwe groep fans is die de plaat koestert.

De plaat sloeg niet aan, de samenwerking met Lennaert lag stil, de optredens in het land zorgden vaak voor enorme frustraties omdat het publiek dacht de plaatuitvoeringen van Boudewijns repertoire te horen te krijgen, maar moest het doen met een simpele gitaarbegeleiding. Dat viel tussen het beatgeweld van die tijd meestal niet in goede aarde en zorgde voor ontevreden reacties. Een en ander was er de oorzaak van dat Boudewijn besloot het Nederlandstalige repertoire te laten voor wat het was en zich te richten op Engelstalige beatmuziek. Een korte afscheidstournee met als begeleidingsgroep de band Names and Faces voerde hem in 1969 door Nederland en Vlaanderen.

In de studio werd gewerkt aan een Engelstalige single, 'In your life', met een studioband die de naam The Tower kreeg. Hierin speelde o.a. mee Eelco Gelling, in die tijd gitarist bij Cuby and the Blizzards. Dezelfde groep had hem ook al begeleid op 'Heksensabbath'. Het singeltje had zowaar enig succes, haalde voor korte tijd de hitparade, maar mondde niet uit in een succesvolle Engelstalige carrière. Een tweede single met The Tower flopte, evenals twee pogingen met een andere studiogroep (Session), waarin Ekseptiontoetsenist Rick van der Linden te horen is. Niettemin besloot Boudewijn met een aantal muzikanten naar Dwingeloo te verhuizen met als doel een band op te richten en Engelstalig repertoire te schrijven. Het liep op niets uit en na een barre winter op het Drentse platteland keerde De Groot in 1970 terug naar de Randstad. Het geld was op, maar platenmaatschappij Phonogram wilde hem graag hebben als producer, waarschijnlijk met in het achterhoofd dat nieuw Nederlandstalig repertoire niet lang op zich zou laten wachten. De Groot vestigde zich in Amsterdam, belde zijn oude makker Lennaert en stelde voor de draad op te pakken. Nijgh stemde in en in 1973 verscheen de lp "Hoe sterk is de eenzame fietser". Deze keer werden er ook teksten geleverd door Ruud Engelander. Van zijn hand verscheen o.a. het nummer 'Jimmy', genoemd naar Boudewijns jongste zoon, die in '72 werd geboren. Het nummer haalde glansrijk de hitparade, de lp was al even succesvol, kreeg een Edison en werd beloond met goud en platina.

Als producer was De Groot verantwoordelijk voor de comeback van Rob de Nijs, voor wie hij samen met Lennaert hits schreef als 'Jan Klaassen de trompetter' en 'Zuster Ursula'. Het nummer 'Malle Babbe', dat groot werd gemaakt door Rob, werd door Nijgh en De Groot geschreven voor Adèle Bloemendaal.
De Groot produceerde ook platen met The Blue Diamonds, Frank Kraayeveld van The Bintangs, Oscar Benton, Willeke Alberti en Henny Vrienten, die zich op dat moment als artiest nog achtereenvolgens Ruby Carmichael en Paul Santos noemde en in het Engels zong.

In 1975 volgde een ontmoeting met een andere medeleerling van de filmacademie, Renee Daalder, en ook deze keer was het resultaat een lp: "Waar ik woon en wie ik ben". De teksten werden voor een groot deel geschreven in een appartement in het hartje van Parijs; de nummers werden uiteindelijk opgenomen in de splinternieuwe studio van Ely van Tijn in Duivendrecht, met muzikanten als Ernst Jansz, Willem Ennes en Hans Hollestelle. De plaat werd ingezongen en gemixt in The Village Recorder in Los Angeles, waarmee een jongensdroom werkelijkheid werd: Boudewijn woonde een maand in Hollywood.

Samen met het latere album "Maalstroom" is "Waar ik woon en wie ik ben" de meest persoonlijke lp uit het oeuvre van Boudewijn. Op deze plaat rekent de zanger keihard af met zijn verleden en geeft een openhartige kijk op het wie, wat en waar van 'een succesvolle zanger in Nederland'. In een interview stelde hij dat Lennaert (en geen enkele andere tekstdichter, wat dat betreft) niet de juiste man was om dit soort persoonlijke teksten te schrijven. Dat kan alleen degene over wie het gaat, m.a.w. Boudewijn zelf.
In 1976, na een tweede kort verblijf in Amerika, maakte Boudewijn de Groot een tournee door Nederland en Vlaanderen samen met de voor die gelegenheid geformeerde Jeroen-Boschband, waarin opnieuw de namen opdoken van Ernst Jansz en Henny Vrienten. Het publiek vulde de zalen tot de laatste stoel.

In 1977 vertrok De Groot opnieuw naar Hollywood, nu voor langere tijd, waar hij in de loop van zijn verblijf aan een workshop arrangeren begon bij Dick Grove's School of Music. Na een jaar keerde hij terug naar Nederland. In 1979 volgde een tour door Nederland en Vlaanderen met een band die voornamelijk uit Belgische muzikanten bestond. Alleen Henny Vrienten was overgebleven van de vorige begeleidingsgroep. Het jaar daarop dook het gezelschap de studio in voor het opnemen van de lp "Van een afstand". Op deze plaat vinden we ook het nummer 'Een tip van de sluier', de titelsong van een film van Frans Bromet, met wie Boudewijn op de filmacademie in dezelfde klas had gezeten.

In de zomer van datzelfde jaar, 1980, besloot Boudewijn voor de derde keer naar Hollywood te gaan, deze keer om zijn arrangeercursus af te ronden en aan te vullen met een workshop filmmuziek. Tussendoor vloog hij nog eenmaal over voor een tour met muzikanten die hem al jaren in de studio hadden begeleid. Van de tour werd een lp gemaakt die onder de titel "Concert" in 1982 werd uitgebracht. In 1983 kwam De Groot voorgoed terug naar Nederland. In een poging zijn marktgebied uit te breiden besloot hij een Duitstalige lp ("Bo", 1983) uit te brengen met overigens opmerkelijk goede vertalingen van bekende en minder bekende stukken uit zijn repertoire. Het project stierf, mede door erbarmelijke promotie, een stille dood. Het jaar daarop bracht Boudewijn alle ellende van een verbroken relatie, financiële problemen en artistieke verwarring samen in een repertoire van negen zeer somber klinkende nummers. Een verzameling liedjes waarvoor hij zelf ook de teksten schreef. Aangevuld met het melancholische 'Vlucht in de
werkelijkheid', de enige tekst van Lennaert in dit kleine oeuvre, vormde een en ander het repertoire voor de lp "Maalstroom". Te veel alles zelf willen doen was er de oorzaak van dat de plaat niet uit de verf kwam, hoewel het basismateriaal op z'n minst boeiend is. 'De liedjes vind ik nog altijd prachtig en ze verdienden dan ook een waardiger behandeling,' volgens Boudewijn zelf. Uiteraard waren de verkopen navenant. Het publiek kon niet door de somberheid heenluisteren, waarbij kwam dat de arrangementen op z'n zachtst gezegd niet boeiend genoeg waren.

Wellicht was het mislukken van "Maalstroom" er mede de oorzaak van dat De Groot in 1984 besloot het tijdelijk voor gezien te houden. De volgende periode van muzikale stilte vulde hij met het vertalen van thrillers en detectives voor uitgeverij Luitingh, ondermeer een aantal boeken van Stephen King. Daarnaast stelde hij voor de IKON een tv-serie samen over subculturen in de Nederlandse popmuziek en produceerde hij de muziek voor een aantal films van Pim de la Parra, alweer een medeleerling van de filmacademie ("How to survive a broken heart" met muziek van zoon Marcel, "De nacht van de wilde ezels" en "Lost in Amsterdam"). Daarnaast schreef hij de muziek voor twee films van de cineast Paul Ruven. Incidenteel hield hij zich ook nog bezig met het produceren van platen van Bram Vermeulen, Rowwen Hèze en The Shooting Party. Zijn samenwerking met Pim de la Parra zorgde ervoor dat hij in 1990 de hoofdrol kreeg in diens minimal movie "Let the music dance".

De muzikale stilte werd pas echt verbroken door de musical "Tsjechov", waarin hij de titelrol speelde. De première vond plaats in 1991 in de Amsterdamse Stadsschouwburg en de musical werd zeer enthousiast ontvangen. De naam Boudewijn de Groot was voor het grote publiek weer verbonden met het theater. Het acteren in "Tsjechov" beviel hem en de producenten zo goed, dat hij in 1995 werd gevraagd de rol van Otto Frank te spelen in "Het dagboek van Anne Frank" van Mies Bouhuys.

Hierna bleek de tijd rijp voor het oppikken van de muzikale draad. Van 1996 tot 1998 tourde hij met een groep van zeven uitgelezen muzikanten, onder wie zijn ouwe maatje Ernst Jansz, door Nederland en Vlaanderen met het programma "Een nieuwe herfst". De titel was die van de cd die in het voorjaar van dat jaar uitkwam, een plaat met arrangementen van en geproduceerd door Jakob Klaasse. Klank en kleur van de cd deden denken aan de jaren van Bert Paige en het publiek liet zich dan ook niet onbetuigd en sloot Boudewijn opnieuw uitbundig in zijn armen. Het werd de zoveelste gouden plaat voor de artiest.
Maar het allerbelangrijkste was wel de bijdrage van Lennaert, die na zoveel jaar van stilte opeens met een aantal wondermooie teksten kwam. Het duo was het nog niet verleerd, al kwamen de teksten wat trager en moeizamer tot stand dan ooit het geval was geweest. De tour liep ruim twee seizoenen voor uitverkochte zalen en een uitbundig publiek, dat ook nu weer alle generaties omvat.
Na een aantal 'normale' Edisons kreeg Boudewijn in 1998 het beeldje uitgereikt voor zijn totale oeuvre. Het jaar daarop volgde een al even belangrijke onderscheiding: ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, welke benoeming hij mocht delen met Lennaert.


Radio 2 kent aan Boudewijn, als eerste, de Radio 2 zendtijdprijs toe. De toekenning van deze prijs geeft aan dat Boudewijn de Groot artiest van blijvende waarde is voor de Nederlandse popmuziek.

Op 19 februari 2000 vond de première plaats van de tweede serie voorstellingen van "Tsjechov", met een nieuwe cast maar met Boudewijn opnieuw in de titelrol.

Twee jaar later volgde wederom een tour, getiteld "Andere tijden", met grotendeels dezelfde band als bij de tour van '96. Opnieuw uitverkochte zalen en een laaiend enthousiast publiek.

2004 is voor Boudewijn het jaar van de ronde getallen. Begin van het jaar brengt hij zijn 10de album uit getiteld "Eiland In De Verte" met hierop enkele van de laatste teksten die Lennaert Nijgh vlak voor zijn overlijden in 2002 heeft geschreven. Het album haalt platina.
Verder viert Boudewijn 40 jaar muziek maken (14 mei) en zijn 60e verjaardag (20 mei). De hieraan gekoppelde korte jubileumtournee "Eeuwige Jeugd" trekt volle zalen en is zo'n succes dat het in 2005 in reprise wordt genomen.

Op 11 juli 2004, wordt de Vlaamse feestdag (ter herinnering aan de gulden sporenslag) in Brussel afgesloten met een groot concert op de Grote Markt. Boudewijn de Groot is de centrale gast en 11 Vlaamse artiesten vertolken hun favoriete klassieker uit zijn repertoire.

Eind 2004 is Boudewijn te zien als acteur in de populaire Belgische politieserie "Flikken". Boudewijn speelt in deze zesde serie de rol van de profiler Robert W. Nieuwman.

Het jubileumjaar werd op 6 december 2004 afgesloten met een optreden met het Metropole Orkest in Carré welke rechtstreeks via radio 2 te beluisteren was.


Op 28 november 2002 overleed Lennaert Nijgh na een kort ziekbed, weliswaar plotseling, maar voor Boudewijn en Lennaerts naaste omgeving niet geheel onverwacht. Lennaert was al een aantal jaren zwak, had in '98 met dezelfde problemen in het ziekenhuis gelegen en ging de maanden voor zijn overlijden zienderogen achteruit. Een onvervangbaar verlies, waar alleen maar tegenover staat dat Lennaert een kostbare schat aan ongeëvenaarde teksten heeft nagelaten, die in lyriek, zeggingskracht en vernieuwende waarde niet snel overtroffen zullen worden. Ze zijn van doorslaggevend belang geweest voor de volwassenwording van de Nederlandstalige teksten in de popmuziek.
Hoewel Boudewijn veertig jaar lang een duo heeft gevormd met Lennaert en diens teksten al die jaren is blijven zingen en daarmee gedurende zijn hele carrière een hommage aan Lennaert heeft gegeven, brengt Boudewijn op 27 november 2005 een ontroerende negen uur lange ode aan Lennaert. Tijdens "de Marathon" in de Philharmonie te Haarlem kwamen, in chronologische volgorde, alle 76 liedjes voorbij die Lennaert en Boudewijn samen geschreven hebben en die Boudewijn zelf ook ooit heeft gezongen, al was het maar één keer.

Eind 2005 bereikte het lied "Avond" de eerste plaats van de Radio 2 Top 2000 aller tijden en verstootte daarmee 'Bohemian Rhapsody'
van Queen van de eerste plaats. "De Avond" was aanvankelijk in 1973 geschreven en gecomponeerd voor Rob de Nijs voor diens album 'In De Uren Van De Middag'. Lennaert Nijgh schreef indertijd de tekst voor zijn vriendin Anja, de huidige echtgenote van Boudewijn. In 1995 herschreef Boudewijn het lied en nam het nummer op voor zijn album "Een nieuwe herfst". Anja is sinds 1990 de echtgenote van Boudewijn.


Net als in 2003 tourt Boudewijn in 2006 kort met het Limburgs Symfonie Orkest door Nederland.

Begin 2007 verschijnen er gelijktijdig een boek: "Hoogtevrees in Babylon" waarin al Boudewijns eigen teksten van uitleg worden voorzien en een nieuwe cd: "Lage Landen" waarvoor Boudewijn 6 eigen teksten schrijft.

Tegerlijkertijd start een nieuwe tournee met dezelfde naam: Lage Landen.

Met zijn nieuwe CD staat Boudewijn in één week tijd op nummer 1 in de Nederlandse album top 100. Voorzover bekend is dit nog niet eerder gepresteerd door een leeftijdsgenoot.

Op 26 maart 2007, in het TV-programma Pauw en Witteman, mocht Boudewijn een gouden plaat voor zijn album "Lage Landen" in ontvangst nemen.

 

boudewijngroot1.jpg boudewijngroot2.jpg

Reageer op dit bericht

Annie de Reuver

Image Slideshow

annie01.jpg

0102030405

Annie de Reuver (Rotterdam, 19 februari 1917) is een Nederlandse zangeres. Zij is een van de populairste Nederlandse zangeressen in de jaren veertig en vijftig van de twintigste eeuw.

Annie de Reuver erft haar voorliefde voor muziek van moeders kant. Al tijdens haar schooltijd begint Annie met twee jongens het muzikale trio The Rhythm Aces. Daarna zingt ze bij amateur-big band The Blue Blowers.

Jaren '30
Haar debuut bij The Ramblers vindt eind 1934 plaats. Ze is dan bijna achttien jaar oud. Annie doet auditie voor dirigent Theo Uden Masman en wordt aangenomen. Al snel is ze te horen in rechtstreekse radio-uitzendingen voor de AVRO.

In 1935 treedt Annie aan in de Pulchri studio in Den Haag om plaatopnamen te maken voor Decca met The Ramblers en de Amerikaanse tenorsaxofonist Coleman Hawkins. Ze neemt drie nummers op: Some of these days, I only have eyes for you en Hands across the table.


Jaren '40
Vanaf 1940 zingt zij bij diverse orkesten: het orkest van Nico de Vries, het orkest van Boyd Bachman, bij een Amerikaans legerorkest, bij de Decibels van Eddy Meenk en bij het AVRO-Dansorkest van Hans Mossel. In Rotterdam treedt ze veel op met het orkest van Jan Pijpers. Dit alles gebeurt ondanks het geldende dansverbod, dat door de bezetter was ingesteld. Zij treedt op met tijdgenoten als Teddy Scholten en Thom Kelling en zingt Nederlandse liedjes. In 1944 komt hier een einde aan als ze een verbod krijgt. Ze wil geen lid worden van de zgn. Kultuurkamer.

Vanaf 1945 zingt Annie bij diverse orkesten, in binnen- en buitenland. Ze is vaak onderweg. Dit gaat haar tegenstaan. Ze krijgt heimwee. Als trombonist Pi Scheffer op 26 januari 1946 de Skymasters opricht, treedt Annie voor dit orkest op.

Van 1947 tot 1949 verblijft zij in Venezuela als haar toenmalige man er een Philips-afdeling leidt. Daarna keert ze bij de Skymasters terug. In totaal heeft zij vijf jaar met het orkest gezongen, o.a. drie keer per week voor de radio.


Jaren '50
Annie de Reuver wordt vooral bekend met liedjes van de hand van o.a. Tom Erich, Jaap Valkhoff en Paul Roda: Harmonica Jim, Wenen, Lied van het Pierement, Veel bittere tranen, Diep in mijn hart en Kijk eens in de poppetjes van mijn ogen. Het laatste neemt ze in 1952 voor de eerste keer op als duet met Karel van der Velden en The Skymasters.

In de jaren zestig treedt Annie vaak op. Met het orkest De Reuvertjes toernees geeft ze voorstellingen voor Nederlandse militairen in Nederland, Duitsland en op schepen. In dat orkest zitten o.a. leden van The Skymasters. Ook zingt ze voor de radio, jarenlang twee keer per week. Dit doet zij Vaak met tijdgenoot Eddy Christiani. Rond 1955 worden Eddy Christiani en Annie de Reuver door het blad Tuney Tunes (met Skip Voogd) herhaaldelijk uitgeroepen tot Nederlands beste en meest populaire Nederlandse vocalisten.


Jaren '60
Met het gezelschap De Boertjes van Buuten is Annie in de jaren zestig actief. Zij treedt op in het land en voor de radio. In 1968 begint zij als platenproducer voor Dureco, in Amsterdam. Zij komt er in plaats van Johnny Hoes, die met Telstar voor zichzelf is begonnen. Reizen én produceren blijkt niet te combineren. Anny Palmen wordt als Drika haar opvolgster bij de Boertjes van Buuten.

In het ontdekken en begeleiden van Nederlands talent voor Dureco is Annie vrij succesvol. Ze ontdekt Pierre Kartner, Oscar Harris, Danny Cardo, de Kermisklanten en Ben Cramer. Voor de laatste produceerde zij eind 1967 de eerste hit: Zai zai zai. Ook ontdekt ze Pierre Kartner, die op zijn beurt weer het zingende kapstertje Corry Konings ontdekte. Als Pierre liedjes voor de band Corry & de Rekels gaat schrijven, worden dit enorme successen. Zo wordt Huilen is voor jou te laat de bestverkochte single van 1970.

Pierre Kartner en Annie de Reuver nemen ook samen liedjes op als het Duo X. Samen met de eveneens uit Rotterdam afkomstige Jany Bron maakt Annie plaatjes als Ans & Jans en met Anny Palmen als de Annamaria's.


Jaren '70
Begin jaren zeventig stapt Annie over naar platenmaatschappij CNR, waar ze onder anderen De Zusjes De Roo ontdekt, die met Blauwe korenbloemen in 1971 een hit scoren.

Nadat er financiële problemen ontstaan bij CNR maakt Annie later in de jaren zeventig de overstap naar platenmaatschappij Telstar van Johnny Hoes. Daar gaat ze zich ook weer bezighouden met het ontdekken en promoten van nieuw talent. Vooral het promoten - van simpel repertoire - valt haar niet mee. Ze werkt ongeveer zeven jaar voor Johnny Hoes.

In de loop van de jaren zeventig raakt Annie betrokken bij talentenjachten van de NCRV, op freelance-basis. Op de NCRV-televisie is te zien als jurylid, op de radio presenteert ze een soort talentenjacht in het populaire programma Los Vast van Jan Rietman.


Meest recent
In 1987, op haar zeventigste, produceert ze nog de hit Kleine Jodeljongen voor Manke Nelis. Weer voor Dureco, maar nu als freelancer. Ook daarna blijft ze zo nu en dan optreden, in voornamelijk nostalgische programma's als Liedjes van toen en nu .

In 1994 krijgt Annie een koninklijke onderscheiding en de Erasmusspeld van de gemeente Rotterdam.

Op 88-jarige leeftijd, in 2005, treedt ze nog eens op in het Nieuwe Luxor Theater te Rotterdam ter gelegenheid van 60 jaar bevrijding.

Annie de Reuver is vier keer getrouwd geweest en vier keer gescheiden. Ze heeft geen kinderen en woont nog steeds in Rotterdam.

Ter gelegenheid van haar 90e verjaardag op 19 februari 2007 verschijnt haar boek "Onverbloemd". Deze biografie, geschreven door de Rotterdamse journalist Rein Wolters, beschrijft haar leven en haar contacten met vele bekende Nederlanders. Annie neemt in dit boek geen blad voor de mond en rekent o.a. af met enkele exen en ook met de Zangeres Zonder Naam. Tijdens een feestelijke middag in het Oude Luxor-Theater in Rotterdam ontving Annie het eerste exemplaar uit handen van vriend Bas van Toor.

Ter gelegenheid van de laatste aflevering van seizoen 1 van de regionale televisieshow Bassie en zijn vriendjes, gaf Annie de Reuver een gastoptreden.

Voor de seniorenzender RANO (http://www.rano.nl) vertelt zij in drie afleveringen haar verhaal.


 

anniedereuver1.jpg anniedereuver2.jpg

Reageer op dit bericht

Andre van Duin

Image Slideshow

andre01.jpg

010203040506070809

Adrianus Marinus Kyvon werd geboren op 20 februari 1947 in Rotterdam. Al vlug ontdekte hij wat hij wilde in zijn leven: de mensen aan het lachen maken.

Niet alleen vanwege zijn rooie kuif, maar ook vanwege zijn uitgesproken gevoel voor humor viel André nogal op bij zijn klasgenootjes van de lagere school. Vooral het imiteren van bekende Nederlanders behoorde tot zijn specialiteit en naarmate klasseavondjes verstreken raakten meer en meer klasgenootjes overtuigd van zijn kwaliteiten.

Na de lagere school ging André naar de Ambachtsschool om een opleiding voor machinebankwerker te volgen. Maar zijn grootste interesse bleef uitgaan naar het parodiëren en imiteren van artiesten, tot ongenoegen van de leraren die het lang niet altijd eens waren met het tijdstip waarop hij dat deed. Met vriendjes op straat spelen was er eigenlijk nauwelijks bij, want hij was liever bezig een nieuwe act in te studeren.

In september 1962 trekt hij zijn stoute schoenen aan. Onder de naam André van Duin tikte hij een brief waarin hij zijn diensten aanbood en stuurde die naar de toenmalige chefs lichte muziek van de verschillende omroepen. Hoewel André steeds opnieuw afgewezen werd, bleef hij het proberen.

Hoewel André overdag als jongste bediende op een Rotterdams verzekeringskantoor werkte, bleef het artiestenavontuur hem trekken. Toen de AVRO-televisie in 1964 de talentenjacht ‘Nieuwe Oogst’ uitschreef, meldde onze jonge held zich meteen aan. Met groot gemak doorliep hij de voorrondes en kwam uiteindelijk als glorieus winnaar uit de finale. Naast een kanjes van een overwinningsbokaal leverde deze eerste plaats hem een optreden in de ‘televisieshow van Willeke Alberti’ op. Vanaf dat ogenblik was er geen houden meer aan en werd André het gesprek van de dag. De telefoon stond niet stil want iedereen wilde deze jonge artiest engageren.

Aan het eind van de jaren 60 was André van Duin te zien in de Rudi Carell Show, de show van de Mounties, het kinderprogramma Oebele en de Snip en Snap Revue. Daarnaast toerde hij nog even door de Nederlandse Antillen en Suriname.

Langzaam maar zeker begon hij met de gedachte te spelen een eigen revue op te gaan zetten. Onder auspiciën van Joop van den Ende Theatherprodukties werd dat uiteindelijk in 1970 een feit. Twee jaar lang ging de revue ‘Lach in de ruimte’ met veel succes door het land. Frans van Dusschoten en Ria Valk schitterden eveneens in deze revue, die een reeks van revues inleidde geheel volgens de traditie van Snip en Snap.

Maar André had meer noten op zijn zang. Als Daantje speelde hij in 1972 in de succesvolle televisieserie ‘Het meisje met de blauwe hoed’ een onvergetelijke rol. In datzelfde jaar ging z’n tweede revue ‘Blij blijven’ van start en scoorde hij een top 5-hit met ‘Het Bananenlied’. 1972 was ook het jaar waarop hij met Ferry de Groot de eerste Dik-Voor-Mekaar-Show realiseerde voor de toenmalige etherpiraat Radio Noordzee. Later is die radioshow door de NCRV overgenomen.

 Op de vraag wat deze raskomiek zelf aan het lachen maakt, antwoordt hij resuluut: ‘De kapriolen van Stan en Ollie en de overleden Tommy Cooper. Ik ben de grootste fan aller tijden van Laurel en Hardy. Mijn huis is er vol van. De tegenwoordige duo’s bestaan uit een komiek en een aangever, waarbij de komiek de grap voltooit. De ‘Dikke en de Dunne’ waren beiden komieken. Ja en dan Tommy Cooper. Ik heb hem in 1975 persoonlijk mogen ontmoeten in Londen. Dieman was geweldig. De manier waarop alles fout ging, dan lig ik al onder de tafel. Aan het eind van zijn programma was er nog niets gebeurd. Fantastisch!’

 

 

andrevanduin1.jpg andrevanduin2.jpg

Reageer op dit bericht

Sandy Coast

Image Slideshow

sandy01.jpg

0102030405060708

Beatgroep uit Voorburg met oog voor kwalitatief sterke singles met hitpotentie.

1961 Opgericht in Voorburg als de Sandy Coast Skiffle Group. Als de skiffle-rage voorbij is wordt de band omgedoopt in Sandy Coast Rockers.

1963 Sandy Coast is een graag geziene gast op talentenjachten vanwege hun grote schare volgzame fans. De groep wordt telkens tweede omdat organisatoren de groep en de fans graag zien terugkomen. Hans Vermeulen komt daar achter en als Sandy Coast het verzoek krijgt mee te doen aan de talentenjacht van het popblad Hitwezen, stemt Vermeulen toe als de organisatie hem kan verzekeren dat ze zullen winnen. Sandy Coast wordt eerste (Eddie Ouwens wordt tweede met Eddy Nelson & the Edisons) en krijgt een platencontract. In augustus verschijnt de debuutsingle Being In Love. De volgende singles Subject Of My Thoughts en That Girl Was Mine zijn veelvuldig te horen op Radio Veronica, maar dit leidt niet tot grote verkoopaantallen. We'll Meet Again (augustus) en Sorry She's Mine (december) halen met pijn en moeite de onderste regionen van de top 40. Live maakt de groep echter veel indruk in het Haagse discothekencircuit.

1964 - 1966 Langzaam maar zeker bouwt de band een steeds grotere following op. De singles A Girl Like You en And Her Name Is halen de hitparade dit keer met gemak. Het album And Their Name Is, een verzameling eerder uitgebrachte singles, is een stereotype beatplaat.

1967 - 1968 Het grote succes komt met de hitsingle I See Your Face Again. De LP From The Workshop wordt alom geprezen. De van het album getrokken single Capital Punishment - een fraaie pastiche op A Day In The Life van The Beatles, met een snipverkouden Vermeulen - wordt een grote hit. De groep tekent een contract met het Engelse Page One-label in de hoop internationaal door te breken. De LP Shipwreck wordt door de critici goed ontvangen maar de verkoop is teleurstellend. De single North Canadian Paradise flopt.

1969 - 1970 Deep Down Down en Eleanor Rigby floppen ook. Door een splitsing bij Page One komt de groep daar tussen de wal en het schip terecht. Sandy Coast kan twee jaar lang geen platen maken. Uiteindelijk koopt Willem van Kooten (alias Joost den Draaier) de band vrij.

1971 Sandy Coast tekent een nieuw platencontract bij Polydor. Dit blijkt een gouden greep, en markeert de start van de meest succesvolle tijd voor de band. True Love That's A Wonder en Just A Friend worden grote hits. De LP Sandy Coast staat hoog in de albumlijsten. De band speelt elke dag voor overvolle en enthousiaste zalen.

1972 Met Just Two Little Creatures en Summertrain continueert de Sandy Coast het hitsucces.

1973 De LP Stonewall valt in artistiek en commercieel opzicht tegen. Ook de single Blackboard Jungle Lady verkoopt matig.

1974 De groep verzorgt de backgroundvocals op het Grand Gala Du Disc voor o.a. Julien Clerc, Tom Jones, Three Degrees, Tony Orlando & Dawn, Billy Wright en nog een aantal grootheden. Daarna valt de groep uit elkaar: Jan en Hans vormen Rainbow Train en Onno en Ron gaan door met Water. Hans Vermeulen is zeer succesvol als producer (o.a. Lucifer, de groep van Margriet Eshuys met de hit House For Sale) en componist (Rainbow Train, Anita Meyer). Zo schrijft hij en is hij ook als zanger te horen op Anita Meyer's nummer 1-hit The Alternative Way.

1980 Sandy Coast maakt een comeback tijdens de Haagse Beatnach waar de groep de grote hits nog eenmaal ten gehore brengt. Het succes doet hen besluiten de draad weer op te pakken. Producer Eddie Ouwens vraagt of de band een album voor hem willen opnemen.

1981 Met The Eyes Of Jenny keert de groep terug aan het hitfront. Ook internationaal is het nummer een succes. Het is de meest succesvolle compositie van Hans Vermeulen. Er worden tientallen coverversies van gemaakt waardoor het nummer in meerdere landen op nummer 1 belandt. In Frankrijk wordt het gecoverd door Sylvie Vartan en in Zweden door de. Met zijn vrouw Aom Jariya neemt Vermeulen in de jaren negentig in Thailand een akoestische versie en een versie met een band opgenomen op, met een door Aom geschreven Thaise tekst. Beide versies staan 7 weken in de Thaise top 10. Het album Terreno verschijnt met daarop een remake van Capital Punishment.

1982 Als verder succes uitblijft, gaat ieder weer zijns weegs. Wel komt de band met enige regelmaat bij elkaar om te spelen op een Back To The Sixties-festival.

1988 De groep neemt nieuwe versies op van oude hitsuccessen die terechtkomen op Rendez-vous, Only The Best. Hierop is drummer Onno Bevoort vervangen door sessiemuzikant Ton op 't Hoff, en zijn Hans Hollestelle (gitaar) en Hans Jansen (toetsen) aan de groep toegevoegd. In deze samenstelling is Sandy Coast regelmatig te zien, totdat Hans Vermeulen in 1995 emigreert naar Thailand. Ook na zijn vertrek speelt de band nog, maar met het overlijden van Jan op 11 mei 1999 is de groep, net als Rainbow Train, definitief geschiedenis geworden.

sandycoast1.jpg sandycoast2.jpg

Reageer op dit bericht

Ria Valk

Image Slideshow

ria01.jpg

010203040506070809

Ria Valk (Eindhoven, 11-2-1941) maakte in 1959 haar eerste single, nadat ze was opgevallen door de tweede plaats te behalen bij de Elvis-verkiezingen. Zij maakte begin jaren zestig enkele rock 'n roll-achtige platen. Haar wilde imago verdween voorgoed na een gebitscorrectie en een metamorfose. Toch zou Ria Valk altijd een komische uitstraling behouden en humoristisch repertoire blijven maken. Zij werkte mee aan allerlei tv-programma's en had een eigen tv-show 'Zo Is Ria'. Midden jaren zeventig heeft Ria Valk enkele grote carnavalshits: De Liefde Van De Man Gaat Door De Maag en Leo. Pogingen tot een serieuzer imago en repertoire stranden andermaal. In de jaren tachtig is ze als actrice te zien in Zeg 'ns AAA.

1959 Ria Valk is werkzaam bij Kees Manders op het Amsterdamse Thorbeckeplein. Bij een Elvis Presley-imitatiewedstrijd wordt ze tweede achter Pim Maas. Begin jaren zestig maakt Ria Valk enkele rock 'n roll-achtige plaatjes. Daarnaast brengt ze met de bands Popcorn en Cowboy Combo enkele singles uit.

1960  Hou Je Echt Nog Van Mij, Rocking Billy, een vertaling uit het Zweeds van Är Du Kâr I Mig Ännu, Klas-Göran van Stig Anderson, wordt een grote hit. Enkele andere vlotte liedjes over cowboys en soldaten volgen. Ria treedt op met een wit paard en een speelgoedrevolver in haar hand.

1962 In de eerste uitzending van Top of Flop is Ria Valk panellid.

1969 Met de lp en single Vrijgezellenflat, geproduceerd door het Cocktail Trio, heeft Ria Valk een hit.

1973 Peter Koelewijn schrijft en produceert de hit Moeder Ik Ben Zo Bang.

1975 Met De Liefde Van De Man Gaat Door De Maag behaalt Ria Valk een eerste plaats in de Belgische hitlijst.

1977 Leo behaalt een tweede plaats in België en is ze ook in Nederland succesvol. Daarna blijft ze actief maar loopt het succes terug.

1983 De single Tante Kadootje verschijnt. Het is een door Astrid Nijgh geschreven carnavalslied.

1984 - 1997 Naast vele optredens speelt Valk vijf seizoenen lang de rol van Annie, de zus van Mien Dobbelsteen (Carrie Tefsen) in de VARA TV-serie Zeg 'ns Aaa.

1998 Optredens in Australië worden door Nederlandse immigranten met enthousiasme onthaald.

1999 Ria Valk zit veertig jaar in het vak en viert dat ondermeer met de uitgave van het album 40 Jaar Ria Valk.

2001 Ria Valk maakt schilderijen waarvan een selectie enkele jaren te zien is op haar website

2003 Ria Valk neemt het door Pierre Kartner geschreven nummer Cup-a-Soup op. Soepfabrikant Unilever verbiedt de verkoop van de single. De zangeres is in het laatste weekend van augustus een van de gasten tijdens het optreden van Johnny Hoes op het Lowlands Festival.

2007 De zangeres gaat met de band Bmaster (voorheen Bluesmasters) in augustus de studio in om een bijdrage te leveren aan hun single Rockin' Billy Meets Funkin' Milly, een bewerking van haar hit Rockin' Billy.

 

riavalk1.jpg riavalk2.jpg

Reageer op dit bericht

Q65

Image Slideshow

q6501.jpg

01020304050607

De Q65 wordt opgericht door Joop Roelofs en Frank Nuyens.
De naam is bedacht door Joop en komt uit de Rolling Stones-songs Suzy Q en Route 66.
De band wordt vergeleken met de Londense band The Pretty Things. De Q65 wordt de meest legendarische band uit de jaren 60.

De 1e formatie is van maart 1965 tot januari 1968:
Joop Roelofs gitaar
Frank Nuyens gitaar, sax
Willem Bieler … zang, mondharmonica
Peter Vink bas
Jay Baar … drums

In deze periode maken zij 6 singles:
1e single You’re the Victor (opgenomen in vier uur op twee sporen)
2e single The life I live
3e single I despice you
4e single From above
5e single World of birds
6e single So high i'v been
 
 

1 LP: Revolution, wordt uitgebracht in de zomer van 1966.


1 EP: Kjoe Bloes, wordt uitgebracht in mei 1967.

 

Het 1e optreden van de band is op 21 mei 1965 bij UTS in de Duinstraat te Scheveningen.
Hun repetitieruimte is de rolschaatsbaan De Eekhoorn aan de Leyweg te Den Haag.
Hun 1e auditie is bij Phonogram in de Wisseloordstudio te Hilversum. Dit is geregeld door Peter Koelewijn.
In 1966 wordt Wout van Soest manager. Hij wordt later opgevolgd door Heer Pas.
In mei 1966 komt de single The Life I Live uit. Deze single wordt uitgeroepen tot beste nederpopsingle aller tijden.
In de zomer van 1966 debuteert de band met de mono LP Revolution. Er worden ongeveer 30.000 tot 35.000 exemplaren verkocht. De prijs bedraagt fl. 9,90. De tekst op de achterkant is geschreven door Willem de Ridder. De leden van de Q65 staan afgebeeld in oorlogstafereel. De helft van het aantal nummers zijn eigen composities. De producers zijn Hans van Hemert en Jan Audier. Promotie van de single The Life I Live gebeurt op spectaculaire wijze. De band begint met een vaart op de Thames, waar een optreden zal worden gegeven. Dit optreden gaat echter niet door, omdat er geen werkvergunning is aangevraagd. De terugreis naar Scheveningen gebeurt met een rubberboot van de Marine. Maar vanwege de ruwe zee wordt er overgestapt op de volgboot De Zilvermeeuw van de Marine. Vlak voor de kust van Scheveningen stappen zij weer in het rubberbootje om op De Pier door hun fans te worden ingehaald als helden. Hier wordt nog een concert gegeven. Het doel van de actie is bereikt: bekend worden en zoals later blijkt zeker "berucht". Het nummer Bring it on home is te horen in de film Beat it. In december 1966 wordt deze film uitgezonden door de VPRO.

Tevens zijn in deze film opnames van de Q65 gemaakt.

Nummers: Spoonful, I’,m a man, Mr. Pitiful, Sour wine, Bring it on home (ruim 14 minuten). Door "kenners" gezien als de beste LP van de vorige eeuw.

Januari 1968 valt de band voor de 1e keer uit elkaar. De voornaamste reden om te stoppen is het feit dat Willem Bieler in militaire dienst moet.

In 1969 komt de band weer bij elkaar (tot in 1974). In dit jaar wordt de LP Revival uitgebracht door Phonogram. Vier van de nummers (Sundance, Ridin’on a slow train, Fairy tales of Truth en Voluntary Peacemaker) zijn van de groep Circus. Een aantal van deze nummers is geremixed door Hans van Hemert. De rest zijn oude nummers van de Q65.

De band wordt in 1969 opnieuw opgericht en Negram geeft de band een aantrekkelijk platencontract. Beer Klaasse komt dan in de plaats van Jay Baar.

In mei 1971 komt een samenwerking met Polydor tot stand.

In 1972 verlaten Willem Bieler en Frank Nuyens (na de revalidatie van een beenbreuk tijdens het voetballen) de band; de naam wordt dan veranderd in Kjoe. De samenstelling wordt als volgt: Peter Vink, Beer Klaasse, Joop Roelofs en John Frederiksz. John verlaat in de loop van 1972 de band.

In 1972 valt de band voor de 2e maal uit elkaar.

Op de Haagse Beatnach in de Houtrusthal op 13 juni 1980 speelt de band met de oorspronkelijke bezetting (hiervan is in 2005 een DVD uitgebracht). Dit optreden is bedoeld als een éénmalige reünie. Hier komt echter toch een tournee uit voort, die duurt tot 1988.

In 1984 komt Q65 als band weer bij elkaar voor een "back to the sixties" avond. Hier wordt een reeks optredens aan vastgeplakt, die loopt tot in 1987.

Naar aanleiding van het NCRV-programma "Classic Albums" over de LP Revolution, uitgezonden op 12 juli 1997, komen Willem Bieler, Frank Nuyens en Joop Roelofs weer bij elkaar. Door meningsverschillen wilde Peter Vink niet met de andere leden samen in beeld. De beelden van Peter zijn apart opgenomen. Door dit programma wordt geopperd om akoestisch te gaan spelen en in 1997 verschijnt het album Trinity.

Het 1e aQstisch optreden is op 10 november 1997 in de studio van Stads Radio 94 te Den Haag voor het programma Haags Pop Podium van Gerard van den IJssel. SBS6 maakt hier opnames van. Het 1e (slechte) concert is in De Sater te Leidschendam. De band treedt onder andere op bij Kaderock in Den Haag op

6 juni 1998. Joop Roelofs verlaat in januari 1999 de band. Hij wordt vervangen door Derk Groen.

Bij optredens in 2000 bestaat de band uit:

Hans Waterman drums, Dick Schulte Nordholt bas, Derk Groen gitaar, Frank Nuyens gitaar, sax en Willem Bieler … zang, mondharmonica

Op 21 november 2000 komt er een definitief eind aan de Q65 door het overlijden van Willem Bieler.

In de totaalperiode van de Q65 hebben de volgende leden ooit meegespeeld:

Willem Bieler (zang, mondharmonica) Joop Roelofs (gitaar) Frank Nuyens (gitaar, sax) Peter Vink (bas) Jay Baar (drums)
Beer Klaasse (drums), vervanger van Jay Baar sinds 1970 John Frederiksz (zang), vervanger van Willem Bieler
Joop van Nimwegen (gitaar), vervanger van Frank Nuyens Fred van Vloten (drums), vervanger van Jay Baar
Eric van de Berk (toetsen, gitaar) Dick Schulte Nordholt (bas) Hans Waterman (drums) Derk Groen (gitaar)
Rinus Hollenberg (gitaar) Eric Finck (bas) Rene van Spanje (toetsen) Rob Lauwers (drums) Ron meijjes (gitaar)
Henk Smitskamp, Herman Brood (piano), Marco Klein, Len Bouman (bas), Ignas te Wiel (conga’s)

q651.jpg q652.jpg

Reageer op dit bericht

Oscar Harris

Image Slideshow

oscar01.jpg

01020304050607

Vermoedelijk de bekendste Surinaamse muzikant in Nederland. Scoort met name in de jaren zeventig de ene hit na de andere met een mix van vrolijke, Caribisch getinte meezingers en zwoele soulballads.


1943  Oscar Harris wordt geboren op 30 november in Suriname en komt op 20-jarige leeftijd naar Nederland om te studeren.

1965 Begint zijn zangcarrière in The Twinkle Stars, een vanuit Amsterdam opererende Surinaamse groep, waarin eerst Ruud Seedorf en later Billy Jones als tweede zanger actief is

1969 De eerste single T.O.P. levert meteen hit op, waarna het ook met praktisch elke volgende raak is. De populariteit van de formatie bereikt met de topsuccessen Try A Little Love ('70) en Soldiers Prayer ('71) een onbetwist hoogtepunt.

1972 Jones maakt plaats voor de 17-jarige Humphrey Campbell.

1973 Met de hits is het gedaan. Harris trekt daaruit zijn conclusies en begint een solocarrière, die hem na een moeizame aanloop en tijdelijke koppelingen aan zangeressen vanaf 1976 weer regelmatig terugbrengt in de hitparade. Via ereplaatsen op songfestivals in o.a. Bulgarije, Luxemburg en Oostenrijk, alsmede tournees door Duitsland, Scandinavië en Frankrijk, breidt zijn faam zich tevens gestaag over de grenzen uit.

1979 - 1988 The Twinkle Stars dopen zich om tot Thunderstorm en werpen zich op een nieuw, Earth, Wind & Fire-achtig repertoire. Het daaropvolgende jaar beleeft Harris zijn internationale doorbraak met de ook buiten Europa (o.a. Israël, veel Afrikaanse landen en Indonesië) gigantische kraker Song For The Children. Een meerjarig samenwerkings verband met de Haarlemse zangeres Debbie (solohits: Everybody Join Hands en Angelino) pakt vervolgens echter verkeert uit. De hitstroom stokt en Harris raakt langzaam maar zeker uit beeld. Op grond van zijn eerder verworden reputatie ontbreekt het hem evenwel ook dan bepaald niet aan werk en goodwill. Hij treedt veel op in discotheken en voor de radio (begeleid door onder meer het Metropole Orkest) en er blijven regelmatig platen van hem verschijnen. Ook Thunderstorm is nog lang actief, met name in het gala-circuit.

2003 Oscar Harris zingt een duet op de single Lean On Me van de Haagse zanger Sébastiaan.

2005 Oscar Harris werkt mee aan de cd Dutch Rare Food met daarop bewerkingen door C-Mon & Kypski van zogenaamde 'Dutch rare grooves'. Het album is de tweede cd bij de compilatie Dutch Rare Groove die in oktober wordt uit uitgebracht door Supertracks Records in samenwerking met Fonos.nl.

2006 In het kader van Dutch Rare Groove treedt Oscar Harris 12 maart op samen met C-Mon & Kypski, Black Market Audio en DJ en 'funkoloog' Sjeng Stokkink tijdens Weekend van de Nederlandse pop op 3FM Serious Radio.

2007 De stem van Oscar Harris is in februari te horen in Beestenboel, de Nederlandse versie van de Amerikaanse animatiefilm Barnyard: The Original Party Animals.

oscarharris1.jpg oscarharris2.jpg

Reageer op dit bericht

Meer van Nostalgie

↑ Terug naar de berichten