Naar de inhoud

Nostalgie

akke.beakke.be
logo.jpg

Archief

Martine Bijl

Image Slideshow

martine01.jpg

0102030405060708

Martine Catharina Maria Bijl (Amsterdam, 19 maart 1948), is een Nederlands zangeres, actrice, schrijfster en cabaretière.

Bijl werd in 1965 ontdekt door Willem Duys, terwijl ze nog op het gymnasium zat. Ze had vroege hits met 'De makelaar van Schagen' en 'Bloemendaalse bos'. Ze maakte deel uit van de winnende Nederlandse afvaardiging naar het Knokke-festival van 1966 en trad op in een serie eigen televisieprogramma's. Vanaf 1982 stond ze in het theater. Dat Bijl ook wel iets anders kon dan de lieve liedjes uit de jaren '60 bewees ze door enkele komische nummers en een optreden op tv als verslaggeefster Agnes de Boer. Bijl speelde in films als Help, de dokter verzuipt en Vroeger kon je lachen, en presenteerde de quiz Meneer van Dale wacht op antwoord (NET 5). Ook was ze jarenlang panellid in het legendarische Wie van de Drie, onder leiding van Herman Emmink (AVRO). Ze schrijft tevens liedjes en kinderboeken, en treedt weer (net als ze vroeger een tijd heeft gedaan) op in de reclames van Hak.
Daarnaast vertaalt ze musicalteksten (o.a. van Aïda, The Lion King, Tarzan en Beauty and the Beast).

Voor haar werk ontving zij een Edison, de Gouden Televizier-ring in 1980, de Johan Kaart Prijs in 1983 en de Scheveningen Cabaretprijs van 1984. In 1998 kreeg Bijl het Gouden Beeld voor haar rol in de comedy Het Zonnetje in Huis. Martine Bijl had een langdurige relatie met de componist Henk van der Molen en is thans al jaren getrouwd met Berend Boudewijn (van der Woude).

 

martinebijl1.jpg martinebijl2.jpg

Reageer op dit bericht

Lou Bandy

Image Slideshow

lou01.jpg

010203040506

Lodewijk Ferdinand Dieben (Den Haag, 19 april 1890 - Zandvoort, 24 juni 1959) beter bekend onder zijn pseudoniem van Lou Bandy was een Nederlandse zanger en conferencier die in de periode tussen de beide wereldoorlogen een van de populairste artiesten van Nederland was. Tot zijn bekendste liedjes behoren: Zoek de zon op, Schep vreugde in het leven en Louise zit niet op je nagels te bijten.


Wortels
Bandy, afkomstig uit een Haags arbeidersgezin, werkte als piccolo, huisbediende, straatzanger en als dienstplichtige bij de marine voordat hij in 1915 een serieuze carrière in het variété begon. Aanvankelijk trad hij samen met zijn broer Willy op onder de naam The Bandy Brothers (Bandy is een veramerikaanste omkering van de lettergrepen Die-ben). Al snel bleken de karakters van de broers echter te sterk te botsen om zinvol te kunnen samenwerken; in tegenstelling tot Willy stond Lou bekend als een moeilijk mens.

Lou ging verder onder de naam Lou Bandy. Op 21 juni1921 trouwde hij met de pianiste Eugenie Küch, een Duitse officiersdochter die een grote invloed op zijn carrière zou hebben: ze bracht hem nettere omgangsvormen bij, deed hem het belang van het spreken in beschaafd Nederlands inzien en bezorgde hem zijn eerste lucratieve contracten. Met haar steun wist de Haagse volksjongen zich in de loop der jaren tot in de top van het establishment van artiesten, impresario's en theatereigenaren te werken. In 1927 werd hun dochter Louise geboren.


Bandy als vedette
Bandy werd bij het publiek bekend als zanger van vrolijke teksten, meestal van de hand van Ferry van Delden of Philip Pinkhof (alias Rido). Bij personen uit zijn directe omgeving had hij een minder vrolijk imago. De anekdotes waarin Bandy zijn collega's met een zure opmerking schoffeert zijn talrijk en menig Hagenees zou zich Bandy jaren later nog herinneren als een kankâhlijâh die er geen probleem in zag om de spiritusdrinkers op het Haagse Malieveld tegen luttele vergoeding een liedjestekst afhandig te maken.

Vanaf 1931 was Bandy de publiekstrekker voor het revuegezelschap De Nationale Revue dat hij in 1939 verruilde voor Jong Nederland. Al die tijd was zijn strohoed zijn handelsmerk. Verder stond hij bekend om de goocheme kwinkslagen die hij tussen de liedjes door maakte. Hij improviseerde vaak en wist - als een standup comedian avant-la-lettre - vaak de lachers op zijn hand te krijgen. Grove teksten schuwde hij daarbij niet. Een mevrouw die te laat binnenkwam begroette hij met de volgende woorden: "Hé Marie, leuk dat je ook komt, Ik had je met kleren aan niet zo gauw herkend."

Als artiest was Lou Bandy veelzijdig. Hij nam als zanger grammofoonplaten op, speelde mee in een paar Nederlandse speelfilms. In de eerste, Het meisje met den blauwen hoed uit 1934, speelde hij zelfs een dubbelrol. Fien de la Mar en Cees Laseur speelden een rol in zijn tweede film Het leven is niet zoo kwaad uit 1935. Maar bovenal was Bandy een revue-artiest.


Tweede Wereldoorlog
In 1940 kocht hij een villa in Doorn. Hij vertoefde daar graag en richtte de woning in met onder andere een collectie schilderijen van Nederlandse meesters.

Wat zijn opstelling in de oorslogsjaren is geweest blijft onduidelijk. Begin 1941 nam Bandy zitting in een adviesraad voor de vakgroep Kleinkunst, die moest adviseren over een door de Duitsers ingesteld instituut, de Kultuurkamer. Deze actie werd Bandy kwalijk genomen. Waarschijnlijk had hij zich in zijn onnozelheid in dit soort zaken gestoken, want tijdens zijn optredens liet hij zijn anti-Duitse gevoelens blijken door het zingen van vaderlandslievende liedjes.

In 1942 werd Bandy wegens anti-Duitse provocatie gearresteerd. Hij had namelijk tijdens een optreden het manke loopje van Seyss-Inquart geïmiteerd. Tussen het publiek aanwezige N.S.B.-ers meldden het voorval aan de bezetter. Hij bracht een nacht door in de gevangenis van Scheveningen en werd later overgebracht en gedetineerd in een gijzelaarskamp in Haaren. Door een hartkwaal te simuleren kwam hij vrij. Hij schreef bovendien een onderdanige brief aan de bezetter met het verzoek om weer te mogen optreden.

Korte tijd later werd hij opnieuw gearresteerd en overgebracht naar een gijzelaarskamp. Daar deed hij een zelfmoordpoging. Na verpleging kwam hij rond Kerstmis 1942 weer thuis. Hij kreeg huisarrest en moest in Doorn blijven. Hierdoor trad hij tijdens de resterende oorlogsjaren niet meer op.

In 1944 kreeg hij opnieuw tegenslagen te verwerken. Zijn vrouw Eugenie overleed in februari en zijn broer Willy Derby in april. Bij de begrafenis van zijn broer veroorloofde Bandy zich in zijn afscheidstoespraak enkele vulgariteiten, verwijzend naar het feit dat Derby tijdens het bedrijven van de liefde was gestorven. De aanwezigen waren geshockeerd.

De brief aan de bezetter en zijn betrokkenheid bij de Kultuurkamer leidden er na de oorlog toe dat Bandy door sommigen als 'fout' werd gezien. Tijdens zijn come-backoptreden op 23 juni 1945 in het Concertgebouw in Amsterdam verscheen zelfs een afvaardiging van de Binnenlandse Strijdkrachten op het podium om Bandy te arresteren. "Als ik iets misdaan heb, stenig mij dan!", riep Bandy de zaal in. Diverse aanwezigen bemoeiden zich ermee. Het resultaat was dat men, in afwachting van nader onderzoek, van arrestatie afzag. Uiteindelijk werd Bandy de gewraakte brief vergeven, omdat deze vermoedelijk onder grote druk was geschreven. Ook de medewerking van het gros der Nederlandse artiesten aan de Kultuurkamer werd na de oorlogsjaren met de mantel der liefde bedekt.


Nadagen
Na de oorlog bleef Bandy nog jaren een van Nederlands populairste artiesten maar in de jaren vijftig bleken zijn hoogtijdagen voorbij. De grote revues waarin hij altijd had geschitterd waren niet meer gewild en Bandy moest zich tevreden stellen met kleinere optredens in het schnabbelcircuit. Daarnaast trad hij regelmatig op in het populaire radioprogramma De bonte dinsdagavondtrein.

Bandy's behoefte om jonge meisjes aan de haak te slaan drong zich steeds nadrukkelijker op de voorgrond. Dat hij tijdens zijn huwelijk op dit gebied al aan een sterke amoureuze veroveringsdrang had geleden was een publiek geheim, maar nadat zijn vrouw in 1944 was overleden resulteerden zijn escapades zelfs in twee kortstondige huwelijken: van 27 juli 1948 tot 9 maart 1949 met Sinia Franke (1925-1975) en met de 18-jarige Carla van den Hurk (1933-1958), van 15 augustus 1952 tot 16 april 1958. In beide partners vond de narcistische Bandy echter niet de kritiekloze bewonderaars waar hij naar zocht en ook door het publiek werd hij niet meer op handen gedragen. Zijn onzekerheid sloeg om in regelrechte podiumangst. Na de scheiding van Carla belandde hij enige tijd in een psychiatrische kliniek. De laatste maanden van zijn leven woonde hij alleen in een flat in Zandvoort, waar hij in 1959 zelfmoord pleegde. Hij werd in Doorn naast zijn eerste vrouw begraven.

loubandy1.jpg loubandy2.jpg

Reageer op dit bericht

Kilima Hawaiians

Image Slideshow

kilima01.jpg

0102030405060708

De populairste Hawaiian-band van Nederland, met Bill en Mary Buysman als vaste kern.


1934 - 1939 In de jaren twintig bereikt Hawaiianmuziek Nederland, via Nederlands Indië. De Hawaiiaanse steelgitaar speelt een centrale rol in deze, voor Nederlanders zeer exotisch klinkende muziek. Vanaf de jaren dertig steken meer en meer Hawaiian-orkestjes de kop op, van zowel Nederlandse als Indische origine. Ook Rotterdammer Bill Buysman besluit om een Hawaiian band te beginnen. Op 26 juni 1934 doen zijn Kilima Hawaiians, dan nog als trio, een eerste optreden voor KRO-radio. Naast Buysman bestaat de groep dan uit Smoke van der Elst en Willem Ruivenkamp. De populariteit van het genre blijft gestaag groeien.

1940 - 1945 Vanaf het begin van de oorlog is jazz verboden, met als gevolg dat de Hawaiianmuziek zich explosief uitbreidt. De Engelse taal wordt echter ook verboden, waardoor de bands genoodzaakt zijn om Nederlandse bewerkingen te maken. De Kilima Hawaiians spelen een pioniersrol in het ontstaan van de 'Nederhawaiian'. Mary Buisman, Bill's vrouw, wordt de zangeres van de band. Vic Spangenberg is tijdens de oorlogsjaren de Hawaiiangitarist van de groep. Na zijn intrede worden de eerste platen gemaakt. Spangenberg zit in het verzet en moet in november 1944 bezet Nederland ontvluchten. Voor Amerika werkt hij als oorlogsvrijwilliger en raakt hij vier keer gewond.

1945 - 1949  Na de oorlog en tijdens de strijd tot behoud van Indië beleeft het genre Nederhawaiian een ware hausse. Kort na de oorlog zijn er ongeveer 600 Hawaiianbands die regelmatig optreden. De Kilima Hawaiians zijn veruit de beroemdste, ze vullen grote zalen zoals het concertgebouw in Amsterdam. Vic Spangenberg wordt in 1945 vervangen door Theo Ehrlicher (4 april 1916). Om de mensen meer waar voor hun geld te geven, breiden ze hun repertoire uit met cowboy-, Indische en Zuid-Afrikaanse liedjes. Bill Buysman brengt ook onder de naam Bill Kilima & His Singing And Swinging Cowboys singles uit.

1950 - 1957 De populariteit van de Kilima Hawaiians en de 'Nederhawaiian' in het algemeen is over hun hoogtepunt heen.

1958 - 2000  Theo Ehrlicher verlaat de groep, Buysman vindt een vervanger in de persoon van Rudi Wairata. Met Wairata wordt in 1959 het 25-jarige jubileum gevierd, waarbij de band wordt voorgesteld aan de prins en de koningin. Wairata verlaat de band echter weer na anderhalf jaar. Door de opkomst van rock-'n-'roll en later de beatmuziek daalt de populariteit van de Kilima Hawaiians tot een dieptepunt. De groep speelt nog wel live, ondermeer voor ongeveer 16.000 mensen tijdens een festival in Duitsland. Tot 1964 maakt steelgitarist Frans Doolaard deel uit van de band. Eind jaren zestig graaft de NCRV de band weer op en gaat opnames met ze maken. Vanaf 1970 nemen ze nog een aantal platen op, zij het zonder veel succes. In de decennia die volgen, verschijnt zo nu en dan een compilatie-album, verder wordt weinig meer van de band vernomen. Coy Pereira brengt in 1983 de soloplaat Sweet Sweet Steel Guitar Series No. 9 uit. Bill Buysman overlijdt in 1991. Zijn broer Luut is samen met onder andere Van Oirschot te
horen op de cd The Spirit Of Aloha die eind jaren negentig verschijnt op het label Top Records.

2002 Mary Buysman overlijdt zondag 17 februari op 86 jarige leeftijd.

2004 Gitarist en zanger Luut Buijsman overlijdt op donderdag 8 april op 79jarige leeftijd in zijn woonplaats Rotterdam.

2005 Coy Pereira overlijdt op 12 april. Hij is 85 jaar oud geworden. De enige twee nog levende bandleden in 2005 zijn Vic Spangenberg (84) en Theo Ehrlicher (89). Ehrlicher geeft nog altijd gitaarles in zijn huis in de Haagse Zuiderparkbuurt.

2007 11 juli overlijdt Theo Ehrlicher op 91-jarige leeftijd in zijn woonplaats Den Haag.

kilimahawaiians1.jpg kilimahawaiians2.jpg

Reageer op dit bericht

Kayak

Image Slideshow

kayak01.jpg

01020304050607

Kayak is een Nederlandse symfonische rockgroep.


De band werd in 1972 opgericht door Ton Scherpenzeel (toetsen), Pim Koopman (drums), Max Werner (zang), Jean Michel Marion (basgitaar) en Johan Slager (gitaar). In datzelfde jaar werd Marion vervangen door Cees van Leeuwen.

Met hun eerste twee albums (See see the sun en Kayak II) behaalde de band enkele kleine nationale successen. In 1975 stapte Van Leeuwen uit de band en werd vervangen door Bert Veldkamp. Hierop volgde de opname van Royal bed bouncer. In datzelfde jaar leverde de band een bijdrage voor het Boekenweekgeschenk, het album Zing Je Moerstaal. Kayak vertolkte het gedicht 'Boezem' van Harry Mulisch op muziek van Ton.

Na de opnamen van The last encore verlieten Koopman en Veldkamp de band. Koopman scoorde vanaf 1978 een aantal grote successen met zijn band Diesel. Daarnaast was hij producent van het duo Maywood. Vervangers in Kayak waren Charles Schouten en Theo de Jong. De grootste hit tot dan toe werd behaald met de gelijknamige single van het album Starlight dancer. Ondanks dit succes stapten de nieuwste bandleden Schouten en De Jong uit de band. Werner gaf aan de microfoon in te willen ruilen voor de drumstokjes. Edward Reekers, die al jaren fan van de groep was, werd de nieuwe zanger, Peter Scherpenzeel (de broer van Ton en voorheen roadie van de band) de nieuwe bassist en meteen werden er ook maar twee achtergrondzangeressen aangenomen: Irene Linders (popjournaliste en partner van Ton Scherpenzeel) en Katherine Lapthorn. Dat dit een goede beslissing was, bleek uit het enorme succes dat de band had met het album Phantom of the night en dan vooral met de single Ruthless queen die een zesde plaats haalde in de
Nederlandse top-40.

In 1980 leverde de band de titelmuziek bij de film Spetters van Paul Verhoeven (het nummer Spetters, dat als Lost blue of Chartres op het album Persicope life verscheen).

In 1981 werd de rock-opera Merlin opgenomen die een zijde van het gelijknamige album inneemt. Hoewel dit album als een van de beste van de band bekend staat behaalde het nauwelijks commercieel succes. De achtergrondzangeressen verlieten de band en na de opname van Eyewitness leek het einde van de band een feit. Scherpenzeel richtte in 1982 de band Europe op (niet te verwarren met de gelijknamige Zweedse groep), met daarin nog enkele ex-leden van Kayak, waarmee een album werd opgenomen. Het grote succes bleef echter uit en Europe werd in 1984 ontbonden. Ton Scherpenzeel speelde daarna enige tijd bij de Britse band Camel en werd later de muzikale begeleider van cabaretier Youp van 't Hek.


Nieuwe impuls
Na een korte reünie voor het televisieprogramma Classic Albums in 1997 kreeg de band een echte nieuwe impuls in 1999 toen de band door De Kast werd gevraagd als gast-band met hen op te treden. In 2000 kwam het album Close to the fire. Inmiddels bestond de band uit Scherpenzeel, Werner (weer als zanger), Veldkamp, Koopman en Rob Winter. Voor de optredens werd een tweede zanger aangenomen: Bert Heerink. Aan het einde van het jaar stapte Werner definitief uit de band en Heerink werd de nieuwe lead-zanger. Een nieuw bandlid werd gevonden in Rob Vunderink die gitaar speelde en de tweede zanger werd.

In 2001 kwamen twee nieuwe albums uit: Chance for a LIVE time (een live-album) en Night vision. In 2003 werd het album Merlin opnieuw opgenomen onder de naam Merlin: Bard of the Unseen (met een aantal nieuwe nummers) en volgde een theatertournee. Winter was inmiddels vervangen door Joost Vergoossen, en een extra zangeres werd gevonden in Cindy Oudshoorn. In 2003 werd ook een dubbel-DVD uitgebracht met opnamen van de tournee.

In 2005 bracht de groep een nieuwe rockopera uit: Nostradamus: Fate of Man. Deze rockopera verscheen in zijn geheel op een dubbel-CD, en in een ingekorte versie op een enkele CD: Excerpts from Nostradamus en werd gevolgd door een theatertournee, waaraan ook Edward Reekers, die al eerder zanger was bij Kayak, en Syb van der Ploeg, zanger van De Kast, deelnemen. Bert Veldkamp werd bij het begin van deze tournee vervangen door Jan van Olffen. Andere rollen waren weggelegd voor Monique van der Ster, Marc Dollevoet, Marjolein Teepen en Marloes van Woggelum. In december 2005, vlak voor de aangekondigde opnames van een DVD met de Nostradus-show, maakte Bert Heerink bekend uit de band te stappen.

In 2006 kondigde de band een akoestische tournee aan die van start is gegaan op 24 augustus van dat jaar. Edward Reekers keert terug als leadzanger van Kayak, maar deelt deze post met Cindy Oudshoorn. Van deze akoestische tournee is in 2007 een live-CD uitgebracht onder de naam KAYAKoustic live. Eind 2007 zal een nieuwe studio-CD worden uitgebracht: Coming up for air. Begin 2008 gaat de band op The anniversary tour ter gelegenheid van het 35-jarig jubileum van de band.

Voormalig manager Frits Hirschland werd in 1986 woordvoerder van het Junglecommando van Ronnie Brunswijk. Ex-bassist Cees van Leeuwen werd in juli 2002 staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen voor de LPF in het kabinet-Balkenende I.

 

kayak1.jpg kayak2.jpg

Reageer op dit bericht

Johnny Lion

Image Slideshow

johnnyl01.jpg

010203040506070809

In de periode 1959 tot 1965 weet de Haagse Johnny Lion nationale en internationale bekendheid te verwerven met zijn begeleidingsband The Jumping Jewels. Muziek en imago zijn gemodelleerd naar Cliff Richard & The Shadows. Vanaf 1965 gaat Lion solo en scoort hij een aantal Nederlandstalige hits. Als het succes vanaf 1968 uitblijft opent Lion een boetiek en stort hij zich op fotograferen en acteren. Lion is te zien in vele Nederlandse films en televisieseries.

1959 - 1965 Jan van Leeuwarden is in 1959 zanger van een schoolband in zuid-Den Haag, genaamd Johnny & His Jewels. In deze periode spelen ze op vele feestjes en in Haagse clubs. Wasserijhouder Herman Batelaan werpt zich op als manager en geeft de groep een nieuwe naam: Johnny Lion & The Jumping Jewels. Ze putten dan voornamelijk uit buitenlands repertoire.

1962 Als Lion in 1962 uit dienst komt begint het succes. Ze scoren in Frankrijk een hit met het nummer Guitar Tango van The Shadows (nog voordat The Shadows er in eigen land een hit mee scoren).

1963  Johnny Lion & The Jumping Jewels spelen in 1963 op het Grand Gala du Disque.

1964 In 1964 doen Lion en de band een tour in Azië, met meerdere top tien-noteringen als resultaat. Ook in Nederland behalen ze in 1964 hun eerste top 40-notering met het nummer You've Done It Again.

1965  In 1965 begint het te rommelen binnen de band Lion besluit solo te gaan. Als de Jumping Jewels met Rob de Nijs (die op zijn beurt ruzie had gekregen met The Lords) gaan optreden, is Lion razend. Toch staan De Nijs én Lion, begeleid door de Jumping Jewels, in 1966 samen te zingen in de circustent van Toni Boltini. Als na een ruzie blijkt dat manager Batelaan de rechten op de naam bezit, gaan de Jumping Jewels verder onder de naam Jay-jay's, zonder Lion en zonder Batelaan. Inmiddels alleen én Nederlandstalig scoort Lion in 1965 een grote hit met het nummer Sophietje, een liedje waar vriendin en zakenpartner Sophie van Kleef model voor staat. De zanger wordt live terzijde gestaan door The Young Ones, het latere Chapter II.

1966 In 1966 doet hij dit nog eens dunnetjes over met het nummer Tjingeling. In de jaren die hierop volgen brengt hij nog enkele singles en LP's uit, maar het succes blijft uit. Lion opent samen met zijn vriendin en ontwerpster Sophie van Kleef de kledingboetiek 'Sophie en Johnny' aan de Oude Leliestraat in Amsterdam waar ook nationale en internationale popartiesten vaste klanten zijn. Lion houdt zich ook bezig met fotografie en acteren.

1967 Johnny Lion speelt een rol in een speelfilm: Liefdesbekentenissen van Wim Verstappen (ook met Ramses Shaffy).

1969 Aan het eind van het jaar verbreken Sophie van Kleef en Lion hun relatie en houdt hun gezamenlijke Amsterdamse kledingboetiek op te bestaan.

1970 Johnny Lion neemt een nummer op met Albert Mol, getiteld Janneke.

1981 Lion komt met een nieuwe single en LP, beiden getiteld Heel Bijzonder. Deze comeback-poging, waarbij voornaam Johnny is ingeruild voor John, komt niet van de grond.

1983 Lion schrijft de titelsongs voor twee Nederlandse films, te weten Brandende Liefde en Overvallers In De Dierentuin. Het nummer Brandende liefde bereikt in oktober de tipparade.

1987 Vanaf 1987 werkt Lion aan een tweede comeback, met Joop Oonk (voormalig bassist van Jumping Jewels, later echtgenoot van Willeke Alberti en manager van Rob de Nijs) als zijn manager. Het album is simpelweg getiteld John Lion, en de single Alleen In Dallas haalt in 1988 de tipparade. Eind jaren tachtig doet hij samen met de Jumping Jewels een serie concerten voor Veronica-programma Goud Van Oud. Daarnaast is Lion te zien in TV-films.

1998 Johnny Lion speelt een rolletje in Siberia, een film van Robert-Jan Westdijk. Met zijn Jumping Jewels is Lion nog steeds te boeken.

1999 Johnny Lion werkt als freelance-journalist voor o.a. Sijthof Pers.

2000 Johnny Lion doet vijf shows samen met de Haagse cabaretier Sjaak Bral.

2001 Lion zingt enkele Haagse liedjes en doet korte sketches op de door Sjaak Bral samengestelde verzamelcd Alle 13 Haags.

2002 Lion wordt perschef van het Staatscircus van Moskou-Holiday en doet interviews voor het blad van de SENA. Hij speelt een slachtofferrol in de speelfilm Van God Los.

2005 Johnny Lion vertolkt tijdens de Haagse Beatnach op Parkpop zijn grote hit Sophietje.

2006 Lion is te zien in de documentaire Jazz Is My Religion van Gerard Wessel over dichter en jazzfanaat Jules Deelder. In een van de scènes bezoekt hij samen met Deelder Duitse bunkers langs het strand en zingt hij het lied M'n Bunker.

johnnylion1.jpg johnnylion2.jpg

Reageer op dit bericht

Jack Jersey

Image Slideshow

jack01.jpg

01020304050607

Jack de Nijs (Tjimahi, 18 juli 1941 - Rotterdam, 26 mei 1997) was een Nederlands zanger, componist en producer van lichte muziek die voor nationale en internationale artiesten werkte.
Als zanger is hij bekend geworden onder het pseudoniem Jack Jersey.

De Nijs werd geboren te Tjimahi bij Bandung (Nederlands-Indië) als zoon van een militair bij het KNIL. Als kind speelde hij al mee met een plaatselijk orkestje. In 1951 repatrieerde het gezin De Nijs naar Nederland waar het een jaar in het Ambonezenkamp te Wouw woonde en zich in 1952 te Roosendaal vestigde. De Nijs volgde de HBS en richtte The Dixy Stampers op, een dixielandorkestje. Na de HBS wilde hij de muziek in, maar zijn vader was tegen. Zo kwam De Nijs in 1959 op de Hogere Hotelschool in Maastricht terecht. Hier begon hij een kwartet onder de naam The Four Sweeters. De groep werd ontdekt door een grammofoonplatenhandeaar in Maastricht, die de groep vier nummers van De Nijs liet opnemen. Succes bleef echter uit. Terug in Roosendaal begon De Nijs met Cor van Leest het op de Everly Brothers geïnspireerde duo Jack & Woody. Weer werden vier nummers opgenomen, en weer bleef succes uit. Vervolgens formeerde hij Jack Dens & The Shallows. In 1963 ging de band in gewijzigde bezetting verder als The Firestrings en in 1964 als The Flames. De Nijs zat inmiddels in militaire dienst en werd bij optredens vaak vervangen. In 1965 ging hij als beroepsmuzikant met The Rhythm Brothers in Duitsland optreden. Van 1965 tot 1967 maakte De Nijs deel uit van de formatie The Loosers.

Hij trad in het huwelijk, en nam een baan aan bij Philips. Omdat hij toch in de muziek wilde blijven werken solliciteerde hij bij diverse platenmaatschappijen als producer, tot Polydor hem aannam. De Nijs schreef in 1969 zijn eerste top 40 hit, het liedje Oh Antoinette, voor de zanger Leo den Hop. Daarna volgen achter elkaar meerdere hits, waaronder Gina Lollobrigida (over de gelijknamige actrice) van Tony Bass en De fles van Jan Boezeroen. Zelf probeerde hij als Nederlandstalige zanger een hit te maken, maar dat lukte niet echt. In 1971 had hij een Engelstalig hitje onder de artiestennaam Ruby Nash.

Hij besloot voortaan in het Engels te zingen en veranderde zijn artiestennaam in Jack Jersey (de achternaam ontleende hij aan het eiland Jersey). Zijn nummer I'm calling werd in 1973 alarmschijf bij de populaire zeezender Radio Veronica. Het gevolg was een hele reeks van hits, zoals: In The Still Of The Night, Papa was a poor man en Sri-Lanka ... my Shangri-Lah. In 1974 stond zijn album In The Still Of The Night in de Album top 10. De Nijs nam songs op met de wereldberoemde The Jordanaires, de begeleidingsgroep van Elvis Presley.

In die tijd ontdekte hij de talenten van Nick Mackenzie en André Moss, artiesten die in 1973 en '74 grote hits scoorden.

Hij verscheen geregeld op de Nederlandse televisie met muziek specials opgenomen in diverse landen zoals: Sri Lanka, Mexico, Indonesië, Spanje, België, Bulgarije, Tunesië en Nederland. In 1976 werd Jack Jersey uitgeroepen tot populairste artiest van Nederland, een gedeelde eerste plaats met André van Duin.

De Nijs overleed op 55-jarige leeftijd in het Dijkzigt Ziekenhuis te Rotterdam aan slokdarmkanker. Zijn muziek wordt nog steeds door nationale en internationale artiesten opgenomen.

Begin 2007, tien jaar na diens dood, verscheen de CD & DVD 'Asian Dreams'. Een compleet overzicht van zijn liedjes. Op de dvd staat het reisverslag dat Jersey in 1977 maakte voor de AVRO televisie.

 

jackjersey1.jpg jackjersey2.jpg

Reageer op dit bericht

Heintje Davids

heintjed01.jpg

Hendrika David (Rotterdam, 13 februari 1888 – Naarden, 14 februari 1975) was een Nederlandse variété-artieste die vanaf 1907 tot aan haar dood onder de naam Henriëtte Davids carrière maakte als zangeres en bijdehante grappenmaakster. Ze was het bekendst onder de naam Heintje Davids.

Tot haar bekendste liedjes behoren: Zandvoort aan de Zee, Draaien en Omdat ik zoveel van je hou (een duet met Sylvain Poons.)

Na haar officiële afscheid in 1954, maakte Heintje Davids al snel haar comeback. Tot ver in de jaren zestig bleef ze optreden, waarbij ze regelmatig aankondigde dat dit echt de laatste keer was. In de volksmond is 'Heintje Davids' sindsdien een aanduiding voor iemand die voortdurend afscheid neemt.

 

Heintje Davids was de jongste telg uit een eenvoudig gezin. Haar vader Levie David was komiek en caféhouder en haar moeder Francina Terveen was dienster. Zowel haar broers Louis en Hakkie als haar zus Rika traden op als het Familie-theater Davids en gebruikten deze ervaring als springplank voor een theatercarrière. Heintje - klein, dik en bedeeld met een kolderiek aandoend stemgeluid - werd door haar ouders ongeschikt bevonden om aan het familie-theater deel te nemen. Overtuigd van eigen kunnen maakte ze vanaf 1907 zelf carrière als komisch revuezangeres. Vanaf 1910 trad ze samen met haar broer Louis op. In 1914 trouwde ze met de journalist/theatertekstschrijver Philip Pinkhof.

Tot aan de Tweede Wereldoorlog trad Heintje Davids op in diverse revues. Ze werkte ook mee aan de speelfilmversie van de volksmusical De Jantjes (1934). Tijdens de oorlog zat ze op diverse plaatsen ondergedoken. Ze was de enige van de joodse familie Davids die de oorlog overleefde: Rika en Hakkie stierven in Duitse concentratiekampen; Louis was vlak voor het uitbreken van de oorlog al overleden.

Na de bevrijding bleef Heintje Davids het repertoire van voor de oorlog uitdragen. In 1948 schonk de gemeente Rotterdam haar uit erkentelijkheid voor de verdiensten van de familie Davids voor het theaterleven, een ring die sindsdien bekend staat als de Louis-Davidsring. Tijdens haar officiële afscheid in 1954 gaf ze deze ring door aan cabaretier Wim Kan, die hem op zijn buurt in 1976 doorgaf aan zanger Herman van Veen.

Toen haar echtgenoot kort na haar afscheid van het podium overleed, maakte Heintje Davids haar inmiddels legendarische comeback.

heintjedavids1.jpg heintjedavids2.jpg

Reageer op dit bericht

Group 1850

Image Slideshow

group01.jpg

010203

Eén van Nederlands eerste psychedelische groepen, die eind jaren zestig twee LP's maakt die voor Hollandse begrippen goed verkopen. Group 1850 was ook één van de eerste bands die de LP als op zichzelf staand medium gebruikte. De muziek is niet zoals bij veel tijdgenoten gebaseerd op Engelse beat, maar haalt de inspiratie eerder bij Amerikaanse psychedelische en experimentele groepen als Frank Zappa & The Mothers Of Invention, Westcoast Pop Art Experimental Band en The Electric Prunes. In het werk van Group 1850 kom je van alles tegen: overstuurde gitaren, experimenten met vreemde klanken, meerstemmige zang, snel wisselende ritmes, tapeloops en andere trucs met bandrecorders (stemmen op verschillende snelheden), gregoriaans aandoende koren en zang, blazers enzovoorts. De teksten komen voort uit een door de flower power aangewakkerde belangstelling voor mystiek en het idee dat alles kan. De nodige geestverruimende middelen worden gebruikt bij het componeren en uitvoeren van de muziek. Peter Sjardins problemen met de psychedelische lekkernijen zijn mede verantwoordelijk voor het feit dat de groep regelmatig uit elkaar viel of tijdelijk op non-actief stond. Na 1974 is Group 1850 meer een project rond Peter Sjardin dan een vaste band. Group 1850 is dan eigenlijk al lang over het hoogtepunt heen en na 1976 wordt niets meer geproduceerd onder die naam.


1966 Group 1850 (soms ook gespeld als Groep 1850) komt voort uit de Haagse band Klits (een inkorting van klitoris). Aanvankelijk verandert alleen de bandnaam, maar met de komst van Ruud van Buuren, Daniël van Bergen en Beer Klaasse en in het begin nog even Rob de Rijke (bas en fluit) en onder leiding van Peter Sjardin krijgt Groep 1850 zijn eigen vorm. Bij het eerste optreden in maart in het Scheveningse Casino trapt Peter Sjardin zijn orgel in elkaar. Dat doet veel stof opwaaien in de Haagse media, zodat de band meteen naam maakt als woeste underground-band. Voor Paul Ackets Yep label neemt de groep de single Misty Night op.

1967 Mede door de bijzondere livereputatie wordt er veel opgetreden, ook in het voorprogramma van gevestigde buitenlandse acts als The Troggs, The Kinks, The Rolling Stones en hoogtepunt voor de leden zelf als opwarmer voor Frank Zappa & The Mothers Of Invention in het Amsterdamse Concertgebouw op 24 september. Inmiddels heeft het viertal een langlopend contract met Philips afgeloten. Voor die maatschappij worden de singles I Know (La Penseé) en Mother No-head opgenomen. Het laatste nummer is een vrije bewerking van Vader Jacob, met onder andere vocalen van de producer uit die tijd Hans van Hemert en Het Urker Mannenkoor, de single wordt eind van het jaar een bescheiden hit.

1968 De groep speelt mee in de in Amsterdam opgenomen Italiaanse maffiafilm Amore Matto Amore. De single Zero brengt het niet verder dan de tipparade. Met de release van Agemo's Trip To Mother Earth vestigt de groep haar naam. Voor de teksten is samengewerkt met dichter Hans Wesseling die ook een aantal teksten voordraagt. Het is Nederlands eerste concept-elpee. Met name het ruim dertien minuten durende nummer I Put My Hand On Your Shoulder is voor die tijd behoorlijk experimenteel en zit vol met ongebruikelijke ideeën. De plaat verkoopt erg goed. Aan het einde van het jaar komt het tot een breuk in de band, Klaasse, Van Buuren en Van Bergen herformeren samen met zanger Jack Eckhardt de formatie Boots en Sjardin vertrekt naar Amsterdam. De single We Love Life is nog wel in de originele bezetting opgenomen maar haalt de Top 40 niet.

1969 In Amsterdam zet Peter Sjardin samen met gitarist Dave Duba en bassist Dolf Geldof (die beiden afkomstig zijn uit Burning Sun) en de van o.a. Hans Dulfer bekende drummer Martin van Duynhoven een nieuwe Group 1850 op. Ook Daniël van Bergen keert na zijn avontuur bij Boots in het oude nest terug. In die bezetting maakt de formatie de single Pipeline, die niets doet en de LP Paradise Now die voor Nederlandse begrippen uitstekend verkoopt. Er worden meer dan 40.000 exemplaren van verkocht en de plaat is later zowel in Nederland als Engeland een gewild verzamelaarsobject met de bijhorende hoge prijs. Paul van Wageningen vervangt Martin van Duynhoven en Daniël van Bergen verlaat de groep, met deze bezetting en met behulp van conga-speler Neppy Noya worden live-opnamen gemaakt die pas in 1975 als Group 1850 Live zullen uitkomen. Sjardin bespeelt dan al de Organiser, een zelfgebouwde synthesizer.

1970 Peter Sjardin gaat steeds meer zijn eigen gang, daarbij is Group 1850 meer een los/vast project aan het worden dan een vaste band. Sjardin ontwerpt een bij de BUMA/STEMRA gedeponeerde alternatieve muzieknotatie. Er wordt nauwelijks meer opgetreden en de bezetting bij de optredens wisselt regelmatig. Ook is er geen sprake meer van een vaste platenmaatschappij, de single Don't Let It Be verschijnt bij Action, de achterkant wordt later in het jaar als a-kant opnieuw uitgebracht bij Intertone, in beide gevallen zonder veel succes.

1971 De single Fire wordt uitgebracht, maar doet totaal niets. Peter Sjardin werkt de rest van het jaar aan een tweeëneenhalf uur durend theaterstuk. Het stuk dat met subsidie van de Haagse gemeente tot stand is gekomen wordt in 1972 in het Hot-theater opgevoerd.

1974 Steeds meer is Group 1850 een los/vast project, Sjardin werkt grotendeels alleen, soms laat hij zich bijstaan door groepsleden en verschillende gastmuzikanten. Zo komt de met veel tamtam aangekondigde plaat Orange Up-stairs-First Experience uit, dit is een soort Oranje Boven project, waarbij gastmuzikanten als Hans Dulfer, Barry Hay en Nippy Noya aanwezig zijn. De plaat wordt door de critici de grond ingeboord.

1976 Wederom komt er een live-LP uit met oud materiaal: Live On Tour. Er is nauwelijks belangstelling voor het product, wat te verklaren is doordat de groep live vaak veel te langdradig is.

1979 - 1981 Na een handtekeningenactie van fans wordt de LP Paradise Now opnieuw uitgebracht. Peter Sjardin ziet hierin aanleiding zich na jaren stilte weer aan het front te scharen. Zijn comeback-band heet Sjardin's Terrible Surprise (ook wel STS). In deze band zitten verder Wouter Planteijdt (gitaar, later in Sjako!), Kees van der Vooren (bas), Wilfred Versnellens (drums) en zangeressen Ella Elbersen en Robbie Smits (later bij Herman Brood). De groep trekt een tijdje door het clubcircuit, met snel opvolgende bezettingswisselingen, maar maakt geen studio-opnamen. Wel verschijnt in 1982 Live 1, een chaotische live-plaat, die door de critici gekraakt wordt. De band is dan alweer omgedoopt in S.I.X. (Sjardin's Invisible X-Factor), maar het mag allemaal niet meer baten. Sjardin's tijd is voorbij. Hij trekt zich terug uit de muziek en leidt een kluizenaarsbestaan.

group18501.jpg group18502.jpg

Reageer op dit bericht

Gert en Hermien

Image Slideshow

gert01.jpg

0102030405060708

Populair en veel besproken echtpaar, dat na een aantal hits met levensliederen steeds meer religieus getinte muziek maakt om vervolgens uit het zicht van het grote publiek te raken. Keert begin jaren negentig zonder noemenswaardig succes terug in de schijnwerpers.


1963 Terwijl de meest bekende hits worden gescoord als eeuwig glimlachend duo, is het een solo-actie van Gert Timmerman die de basis legt voor een van de meest consistente muziekcarrières in de Nederlandse popmuziek. Timmerman lanceert zijn eerste succesnummer in het voorjaar van 1963, als hij met de Duitse schlager Blumen Von Tahiti acht maanden lang in de hitparade zwerft en uiteindelijk de nummer één positie bereikt. Gert’s naam is in een klap gevestigd. Nog hetzelfde jaar haalt hij zijn meisje op het podium om als duo de tweede plaats van de hitparade te bereiken met een nummer dat ze hun leven lang moeten meetorsen: Ik Heb Eerbied Voor Jouw Grijze Haren (met Tommy Setthewes). Daarna volgen nog twee grote solohits (Nimm Deine Weisse Gitarre en Een Moederhart) alvorens Gert definitief door het publieke leven besluit te gaan als de mannelijke helft van het artiestenechtpaar Gert & Hermien.

1964  Eind 1964 - Gert heeft dan al vier top tien hits gescoord voor Telefunken - maakt het duo de overstap naar CNR en zingen ze het door Addy Kleijngeld geproduceerde liedje In Der Mondhelle Nacht naar de sterren. Gert & Hermien blijken een grote aantrekkingskracht uit te oefenen op de al wat oudere platenkoper en bezorgen CNR in de jaren zestig het ene succes na het andere. Het duo ontwikkelt een geheel eigen stijl - gezellig en makkelijk mee te zingen - en laat niet na publiekelijk hun grote inspiratiebron te bedanken voor alle zegeningen. Het legt het duo geen windeieren. In 1967 en 1968 ontvangt Gert Timmerman op de Midem in Cannes een onderscheiding als bestverkopende artiest in zijn eigen land.

1970 Aan het eind van de jaren zestig stokt de hitmachine. De verschijningen als duo worden minder talrijk, wat Hermien de tijd geeft zich te wijden aan de opvoeding van de kinderen. Gert brengt vier solo-singles uit, waarvan alleen Brandend Zand een hit wordt.

1972 Gert schrijft de muziek voor de speelfilm Body And Soul van René Daalder. Hij onvangt hiervoor de 1e Prijs tijdens het Benelux Festival voor Filmmuziek. Eind ‘72 pikken Gert en Hermien de draad weer op met de single Shalalie Shalala (Alle Duiven Op De Dam). Het nummer maakt ze bekender dan ooit, maar is vreemd genoeg geen grote hit.

1974 Het Christelijk geloof speelde al eerder een rol in het werk van Gert & Hermien, maar in 1974 worden ze naar eigen zeggen bekeerd. Ze besluiten het vluchtige hitsucces te laten voor wat het is en alleen nog tijdens religieuze bijeenkomsten op te treden. Vier albums achtereen haalt het stel goede verkoopcijfers met blije muziek die allengs meer en meer religieus getint wordt. Het bezorgt Gert & Hermien een grote populariteit bij Christelijk Nederland. Die wordt nog eens verstevigd met tv-optredens bij de Evangelische Omroep en diverse op televisie uitgezonden verslagen van reizen door Israël. Het seculiere deel van de luisteraars krijgt echter steeds minder zicht op de verrichtingen van het duo. Na de elpee Kerst Met Gert & Hermien in 1975 lukt het niet meer om buiten de religieuze kring te scoren.

1993 Bijkans vergeten, staan Gert & Hermien begin jaren negentig plotsklaps weer in het middelpunt van de belangstelling. Ze hebben met de kerk gebroken en hebben twee dochters (Sandra en Sheila) die gezien mogen worden en in de groep She She zingen. De terugkeer leidt tot een remake in house-stijl van Shalalie Shalala, een eenmalige podiumsamenwerking met Normaal en diverse optredens in talkshows waarin vooral Gert verklaard dat God goed is, maar dat zijn kerk nauwelijks wil deugen. Als de dochters Timmerman vervolgens bloot poseren voor een tijdschrift en vader Gert daar zijn zegen over uitspreekt, is de breuk met Christelijk Nederland definitief. Het lijkt Gert & Hermien nauwelijks te deren, want in 1993 tekenen ze op de golven van de Nederlandstalige smartlappen-hausse een contract bij Sony.

1995 Het eerste resultaat van de seculiere comeback is het album Geniet Van Het Leven, een gezellige meezingplaat waarop blijkt dat Gert & Hermien nog steeds het beste met de wereld voor hebben en ondanks de uittocht uit de kerk de blijde boodschap blijven verkondigen. Even groeit het duo uit tot camp-paar van het jaar, maar na het verschijnen van de biografie Het Ware Verhaal, over de lotgevallen van Gert & Hermien in kerkelijk Nederland, neemt de belangstelling weer af. Een tweede cd voor Sony, het smartlappen-album Al Het Mooie In Het Leven, verandert daar weinig aan. Al maakt de plaat het duo wel tot graag geziene gasten op bejaardenfeesten in binnen- en buitenland.

1997 In het najaar verschijnt Gert Timmerman, zonder Hermien, plotseling in het gezelschap van De Sjonnies weer aan het hitfirmament met een bewerking van Brandend Zand. De single, uitgebracht door LLP Entertainment blijft echter steken in de Nederlandstalige Tip 10. Begin oktober wordt Hermien tijdens een optreden getroffen door een hartaanval. Alle optredens worden stopgezet. Timmerman presenteert op TV Oost het programma Gert's Jukebox.

1999 Gert & Hermien kondigen onverwacht hun scheiding aan. Bovendien wordt Gert door één van zijn dochters beschuldigd van incest. Alle perikelen worden breed uitgemeten in de (roddel)pers en Gert weigert naderhand alle commentaar tegenover de pers. Eind april maken de dagbladen melding van de officiële scheiding van Gert en Hermien. Nog voor het einde van het jaar vormt Gert een duo met zijn zoon, eveneens Gert geheten. Met deze multi-instrumentalist brengt hij ook liedjes ten gehore uit de Hermien-tijd. Dochters Sandra en Sheila presenteren in december hun nieuwe band She She & The He Devils.

2003 Op vrijdag 23 mei overlijdt Hermien Timmerman op 59 jarige leeftijd in een ziekenhuis te Enschede.

2005 Gert Timmerman wordt in september door de burgemeester van de gemeente Losser geridderd in de Orde van Oranje-Nassau. De burgemeester looft de zanger onder meer om zijn inzet voor het Rode Kruis en het KWF Kankerbestrijding. In oktober verschijnt van de zeventigjaar oude zanger de driedubbel-cd En Dat Vergeet Ik Nooit met daarop zowel oud als nieuw repertoire. Timmerman beschouwt de cd als zijn muzikale comeback.

2006 Het leven van Hermien Timmerman wordt verfilmd door regisseur Pieter Verhoeff.

2007 Gert en Hermiens dochter Sandra wint onder haar naam Sandra van Megen in februari in de Kleine Komedie te Amsterdam het 24ste Concours de la Chanson Alliance Française.

gerthermien1.jpg gerthermien2.jpg

Reageer op dit bericht

Ekseption

Image Slideshow

ekseption01.jpg

0102030405060708

Ekseption was de naam van een Nederlandse symfonische rockband die vooral actief was in de jaren '60 en '70 van de 20e eeuw. Ekseption maakte verschillende hits en won in 1970 een Edison. De groep werd vooral bekend vanwege zijn op klassieke werken geënte, vroeg-progressieve rockmuziek met jazzimprovisaties.


Het ontstaan
Ekseption ontstond in 1967 uit het Haarlemse schoolbandje The Jokers, dat in 1958 was opgericht door Hans Alta (bas), Rob Alta (gitaar), Rein van den Broek (trompet, flugelhorn, saxofoon), Tim Griek (drums) en Huib van Kampen (gitaar/saxofoon). In het eerste jaar speelden ook Ton Heydenrijk (sax) en Hans Timmer (orgel) mee. De groep speelde voornamelijk covers van rhythm & blues-, jazz- en popnummers. In 1965 veranderden The Jokers hun naam in Incrowd, maar door het succes van een andere Nederlandse groep met die naam moesten ze weer iets anders verzinnen. In 1967 werd dat Ekseption. Ton Heydenrijk en Hans Timmer verlieten de groep. Rob Kruisman kwam erbij en nam de muzikale leiding op zich.


De succesjaren
April 1967 kwam toetsenist Rick van der Linden de groep versterken. In 1968 won Ekseption de eerste prijs op het Loosdrechtse Jazz Festival en raakte daarmee in één klap tot ver over de Nederlandse grenzen bekend. Ze kregen bij Phonogram een platencontract, wat het volgende jaar zou resulteren in hun eerste grammofoonplaat, Ekseption. Hiermee begon een succesrijke periode van vijf jaar, waarin de band door heel Europa toerde en onder meer speelde in het Olympia in Parijs, de Philharmonie in Hamburg en het Palladium in Londen.

In 1968 verlieten Hans Alta en Tim Griek de groep en werden vervangen door Cor Dekker (basgitaar) en Peter de Leeuwe (drums), beiden ex-Hottletts. Rob Alta was al eerder opgestapt. Tim Griek zou later producer worden van o.a. Brainbox en André Hazes.


Koersverandering
In 1969 werd Ekseption door de Engelse band The Nice geïnspireerd om klassieke stukken te bewerken en daarmee de muzikale koers te verleggen naar een mix van rock en klassieke muziek. Rick van der Linden had een conservatoriumopleiding klassieke muziek genoten en had ervaring met het spelen in verschillende pop- en jazzgroepen als het Occasional Swingcombo en het Ferdinand Povel Quartet. Met zijn arrangementen van klassieke werken van onder meer Bach, Albinoni, Beethoven, Mozart, Tsjaikovski en Chatsjatoerjan was hij voor een groot deel verantwoordelijk voor het geheel nieuwe, eigen en energieke geluid van de band.


Eerste successen
De eerste single, The 5th of The fifth. (een arrangement op Beethovens vijfde symfonie), deed het goed en haalde de derde plaats op de hitlijsten. Ook Rhapsody in blue (Gershwin) en Air (J.S. Bach, tweede plaats hitparade) deden het uitstekend. Deze successen bezorgden Rick van der Linden de muzikale leiding van de groep. Air en The 5th waren trouwens nog arrangementen ontstaan in samenwerking tussen Van den Broek, Van der Linden, De Leeuwe, Van Kampen en Kruisman. Ekseptions eerste album Ekseption werd uitgegeven in 1969. Datzelfde jaar echter verlieten Rob Kruisman en Huib van Kampen de band, vanwege verschillen van mening over de te volgen muzikale koers. Huib van Kampen ging het (muziek)onderwijs in. Dick Remelink (sax, fluit, ex-Pocomania) verving Rob Kruisman, die zich bij Island aansloot.


Beggar Julia's time trip
Ekseptions vaste bezetting bestond zodoende begin 1970 uit Rein van den Broek, Rick van der Linden, Cor Dekker, Dick Remelink en Peter de Leeuwe. Zanger Michel van Dijk deed mee op het tweede album van Ekseption, evenals Dennis Whitebread (echte naam: Witbraad), die Peter de Leeuwe tijdelijk verving op de drums. Het succesvolle conceptalbum uit dat jaar, Beggar Julia's time trip, won een Edison. Het album verbeeldt de reis van een vrouw uit het jaar 900 door de tijd van toen naar het heden, die haar in aanraking bracht met allerlei componisten en muziekstijlen. Enkele van de nummers op dit album zijn het rock/jazznummer Pop giant, het barokke Feelings en het vocale nummer Julia. Een van de andere nummers op deze LP, Italian concerto, werd een hit. Het album bevat ook een aantal originele, klassiek getinte composities van Rick van der Linden.


Ekseption 3
Nog in 1970 werd ook het derde Ekseption-album opgenomen met de simpele titel Ekseption 3. Peter de Leeuwe was weer terug en Michel van Dijk, ontevreden over de nadruk op instrumentale muziek, had de groep verlaten en zou later opduiken als zanger bij Brainbox en Alquin. Hij werd vervangen door Steve Allet (echte naam: Coen Merkelbach), overgekomen van de groep Ginger Ale. Het album, een muzikaal schilderij van het boekje Le petit prince van Antoine de Saint-Exupéry, haalde de eerste plaats op de albumhitlijst. Het nummer Peace planet (naar Bachs Suite no. 2) werd als single een enorme hit. Ekseption 3, met nummers als Morning rose, On Sunday they will kill the world, B 612 en Another history (een jazzy ballade) is het meest vocale van alle Ekseption-albums. Toch nam Van der Lindens instrumentale tweedelige suite Piece for symphonic and rock group in A minor een centrale plaats in en zou dit album het laatste van de groep zijn met vocale solonummers. Op dit album staat als enige in de reeks een quasi-livenummer, Rondo.


Ekseption 00.04
In 1971 had zanger Steve Allet de groep verlaten. Rick van der Linden maakte in London met het Royal Philharmonic Orchestra opnames voor het nummer Piccadilly sweet - een stuk van 15 minuten. Over deze opnames heen speelden de leden van Ekseption later, in Nederland, hun partijen in. Op het daarna ontstane vierde album, Ekseption 00.04, stonden de inmiddels vertrouwde instrumentale arrangementen op klassieke werken en ook jazzachtige nummers. In het nummer Choral hoort men ook een groep vocalisten. Ook dit album haalde de eerste plaats op de albumverkooplijst.


Ekseption 5
Het jaar daarop kwam Ekseption 5 uit, een mix van klassiek, rock en jazz, met nummers als À la Turka (op Mozarts Rondo alla Turka, uit de Pianosonate no. 11 in A, K311:3) en arrangementen op J.S. Bachs Sonata no. 2 in e mineur, Siciliano in G (J.S. Bach) en Concerto for violin and orchestra in A minor: 1. Vivace. Wat opvalt zijn de huilbijdrage van Rick van der Lindens zoontje in de ballade My son, en een instrumentale versie van For example van The Nice, hun voorbeeldgroep, in een medley met For sure van Rick van der Linden. Andere nummers zijn Midbar session en het melodieuze Virginal.

Intussen was de band druk met vele tournees in heel Europa; vooral in Scandinavië was de band populair. De druk veroorzaakte echter fricties tussen verschillende groepsleden.


De herfstjaren

Trinity
1972 was het laatste grote succesjaar van de groep, waarin interne strubbelingen steeds meer de kop opstaken. Dick Remelink (naar Galaxy Lin) en Peter de Leeuwe verlieten de band. Bij de opnamen van het zesde album, Trinity, waren zij er niet meer bij; Jan Vennik (fluit, sopraan- en tenorsax) en Pieter Voogt (drums, percussie) namen hun plaats in. Opvallend waren op dit album onder meer de bijdragen van fluitist Vennik en van het Nederlands Kamerkoor in het nummer Finale III, alsmede het 9 minuten durende jamnummer Improvisation. Rick van der Linden leefde zich uit op piano, pijporgel, spinet, ARP 2600-synthesizer en mellotron. Trinity werd commercieel geen groot succes en hits bleven uit.

Ondanks dat het succes buiten Europa niet groot was, zijn er wel diverse persingen gemaakt van de eerste 6 lp's. Ekseption, Beggar Julia's time trip en Ekseption 5 in de Verenigde Staten, alle 6 in Canada, het Verenigd Koninkrijk en Israël. Verder diverse persingen in andere Europese en Zuid-Amerikaanse landen. Een Japanse persing bestaat alleen van Beggar Julia's time trip. De hoezen verschillen van opzet. Met name in Duitsland, waar de groep zeer populair was, zijn zelfs in 1976 napersingen van de lp's gemaakt, omdat er veel vraag naar was van het publiek.

In 1973 toerde Rick van der Linden met Jaap van Eik (ex-bassist van Cuby and the Blizzards) en ex-Focus-drummer Pierre van der Linden onder de naam Trace door Zweden. Min of meer gedwongen bij Ekseption te vertrekken, ging Rick van der Linden verder met Trace.


Bingo
Bij Ekseption nam Hans Jansen (keyboards, ex-Think Tank) de plaats in van Rick van der Linden. Gastspeler op het zevende album, Bingo, was Hans Hollestelle (gitaar, viool). Zonder de dominerende toetsenist Rick van der Linden klonk Ekseption losser en jazzier, met meer ruimte voor solo's met de andere instrumenten. De meeste nummers voor dit album werden gecomponeerd en gearrangeerd door Vennik, Jansen en Van den Broek. Het album bevat onder meer nummers als Nightwalk en een nieuwe versie van het eerder uitgebrachte Sabre dance (naar Chatsjatoerjan). En hoewel De fietser als single enig succes had, werd ook duidelijk dat de speciale Ekseptionsound met Rick van der Linden verdwenen was. Het album bleef qua notering steken in de middenmoot.


Mind mirror
Ook het achtste album, Mind mirror (1975), met zowel klassiek getinte nummers als nummers van Piet Sauer en Ramses Shaffy, deed commercieel gezien niet veel en Ekseption hield het voorlopig voor gezien.

Sommige leden bleven wel zichtbaar in het muziekmétier, zoals Rein van den Broek, Jan Vennik, Hans Jansen en Hans Hollestelle, die met Jan Hollestelle(basgitaar) en Cees Kranenburg (drums) de jazzrockgroep Spin vormden.
Cor Dekker vertrok naar Trace.


Back to the classics
Toch kwam in 1977 opnieuw een plaat van Ekseption uit, met de veelzeggende titel Back to the classics, maar de aanhangers renden niet meer hard naar de platenwinkel; het album had weinig succes. De bezetting van de groep was als bij Bingo, echter zonder Hans Hollestelle.


Ekseption '78: opnieuw Rick van der Linden
Het gemis aan succes gold ook voor Ekseptions tiende: Ekseption '78, waaraan naast Van den Broek, Dekker, De Leeuwe en Remelink ook Rick van der Linden meewerkte. Naast het opvallende openingsnummer, een uittreksel van Bachs Matthäus Passion, bevatte dit album onder meer Your home van Van der Linden en arrangementen op Impromptu van Schubert, Summertime van Gershwin en The cat van Lalo Schifrin. Ekseption '78 was het enige album van de band dat werd uitgebracht onder het label CNR (en Decca in Duitsland); het zou later als CD worden heruitgebracht onder de titels The very best of Ekseption (1991), Ekseption (1994) en Hollands glorie (2001). Het is het enige album van Ekseption waar Rick zijn Yamaha GX-1-synthesizer laat horen.

Rein van den Broek en Rick van der Linden besloten het in 1980 samen te proberen en brachten een duoplaat uit onder de naam Cum laude.


Dance macabre
In 1981 kwamen de oude Ekseption-leden Van den Broek, Van der Linden and Dick Remelink, aangevuld met de twee ex-Kayakleden Max Werner (drums, percussie, marimba) en Johan Slager (gitaar, basgitaar) weer bij elkaar. Zij namen het album Dance macabre op met een verzameling oude successen van de band als Air, Rhapsody in blue, The 5th en Peace planet. Het album had echter weinig commercieel succes.

In 1988 kwam een vervolg op de eerste Cum laude, met Rick en Rein, en versterkt met gastmusici, o.a. Peter de Leeuwe op slagwerk.


Ekseption '89
In 1989 probeerde Ekseption het opnieuw in de oude bezetting (Van der Linden, Van den Broek, De Leeuwe, Remelink). Met medewerking van Frans Muys van de Moer (bas), Johan Zwart (gitaar) en Eddie Conard (percussie) nam de groep een tweede reünieplaat op, getiteld Ekseption '89. Maar de formule van enkele oude hits als The 5th, Air en Peace planet, aangevuld met nieuwere nummers, bracht de handen niet meer op elkaar en de groep werd opnieuw ontbonden. Toch kwam de groep af en toe weer bij elkaar, b.v. voor evenementen zoals bij Eberhard Schoener in Duitsland met een immens Viditizerscherm in 1991.


De 25-jaarsreünie
Hoewel de band keer op keer ontbonden werd, bleef de naam Ekseption voortbestaan. In 1994 werd dan eindelijk een 'live' cd uitgebracht: The reunion, iets later met de titelnaam Best of Ekseption. De opnames werden in november 1993 gemaakt in het Kurhaus in Eberbach en in de Meistersingerhalle in Neurenberg. De bezetting: Van der Linden, Van den Broek, Remelink, met Max Werner en Frans Muys van der Moer.


Een nieuw begin
In 2003 richtte Rick van der Linden een nieuw Ekseption op, waarmee hij in Nederland, België en Duitsland op tournee ging. De groep bestaat behalve Van der Linden en zijn vrouw Inez (zang) uit de Canadezen Mark Inneo (drums/percussie), Bob Shields (gitaar), Meredith Nelson (basgitaar) en Peter Tong (toetsinstrumenten).


De DVD
Met hulp van Rein van den Broek werd in 2003 videomateriaal op DVD gezet met als titel The story of Ekseption. De opnames omvatten interview, clips, documentaire en livemateriaal o.a. uit Israël, Frankrijk en Italië. Deze DVD bevat o.a. een deel niet eerder in het openbaar getoond materiaal. De DVD kwam in zekere oplage met een extra CD, de live-opnames uit Duitsland van 1993. De CD kreeg in deze uitgave de nieuwe titel "Live in Germany".

 


Overleden groepsleden
In 1988 overleed oud-Ekseptiondrummer Tim Griek bij een auto-ongeluk.
Op 13 mei 2003 overleed gitarist, saxofonist en medeoprichter van Ekseption Huib van Kampen op 59-jarige leeftijd.
Op 26 oktober 2005 overleed in zijn woonplaats IJmuiden bassist Cor Dekker op 57-jarige leeftijd.
Op 22 januari 2006 overleed Rick van der Linden op 59-jarige leeftijd aan de gevolgen van het herseninfarct dat hem twee maanden eerder had getroffen.


 

ekseption1.jpg ekseption2.jpg

Reageer op dit bericht

Meer van Nostalgie

↑ Terug naar de berichten