Verdriet
het vuur maait genadeloos om zich heen
het gedonder van tanks trilt diep door de aarde
er klinkt gekrijs ,gejammer van mensen,
die beschutting zoeken in de chaos van de nacht,
de chaos die geen weg meer kent.
De kerken luiden de doodsklok
de doden die gevallen zijn in een strijd van zinloze terreur, terreur die ze zelf niet wilden.
De dageraad breekt aan
afschrikkende beelden openbare zich
van verkoolde huizen en lichamen.
In de stilte klinken voetstappen
een oude vrouw loopt met gebogen hoofd
naar een bankje,
zachtjes gaat ze zitten en sluit haar ogen.
haar handen vouwen zich samen
en haar lippen prevelen een gebed
een gebed dat geen weg meer kent.










