Naar de inhoud

Doorheen de dagen

Ervaringen besproken
akke.beakke.be

GEDICHT VAN DE WEEK

ANGST

 

Ik ben voor bijna alles bang geweest: 
voor ’t donker, voor figuren op het kleed 
voor stilte, voor de schorre kreet 
van de avondlijke venter, voor een feest, 
voor kijken in de tram en voor mezelf. 
Dat zijn nu angsten, die ik wel vertrouw 
Er is één ding gekomen, dat ik boven alles vrees 
en dat mij kan vernietigen; dat ik bedelf 
onder een vracht van rede, tot het wederkeert: 
dat is het nuchtere gezicht van mijn mevrouw 
wanneer zij ’s morgens in de kamer treedt 
samen met het ontluisterd licht en dat ik weet 
wat ze zal zeggen: nog geen brief, juffrouw.

M. Vasalis

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 18:13 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

HET DOOPSEL VAN JEZUS

DOOPSEL VAN JEZUS

Vandaag horen we in het evangelie dat Jezus door Johannes gedoopt wordt in de Jordaan. Zo nodigt het evangelie van vandaag ons uit om eens na te denken over de betekenis van de sacramenten van doopsel en vormsel; want doopsel en vormsel maken eigenlijk een tweeluik uit: de bewuste keuze om Jezus na te volgen.

In deze tijd kan dat alleen maar als je tegendraads bent, als je tegen de stroom in durft roeien.

 

‘Dit is mijn dienaar die Ik ondersteun, 
mijn uitverkorene in wie Ik behagen schep: 
mijn geest stort Ik over hem uit, 
gerechtigheid laat hij stralen over de volken. 
Hij roept niet, hij schreeuwt niet 
en op straat verheft hij zijn stem niet. 
Het geknakte riet zal hij niet breken, 
de kwijnende vlaspit niet doven, 
in waarheid zal hij de gerechtigheid laten stralen. 
(Jesaja 42,1-3)

 

‘Ik doop u met water,

maar er komt iemand 

die sterker is dan ik; 

ik ben niet waardig

de riem van zijn sandalen los te maken. 

Hij zal u dopen

met de heilige Geest en met vuur.’ 

(Lucas 3,16)

 

ALLEEN MAAR WAT WATER?

 

Het doopsel van Jezus doet ons denken aan ons eigen doopsel, en dat van onze kindjes. Wat kan dat beetje water eigenlijk veranderen? Allereerst heeft een doopsel maar zin binnen een gelovig denken. Anders heeft een doopsel geen betekenis. Door het doopsel drukken wij ons geloof uit dat elk kindje een geschenk is van God. Een kindje is een geschenk van God … betekent niet dat God op een goeie dag een ooievaar naar de aarde stuurde met in zijn snavel een mooi verpakt kindje voor gelukkige ouders. Dit is een karikatuur, maar het geloof dat elk kindje een geschenk is van God heeft een mooie inhoud: God vertrouwt ons zozeer, dat Hij dit broze kindje, aan ons toevertrouwt om het op te voeden tot een goede mens, tot een goede christen.

 

Dit is een zeer groot vertrouwen van God in de mensen … want elke mens, hoe klein ook, is kostbaar in Gods ogen. Het is vèr-strekkend ook, het moet over vele, vele jaren waargemaakt worden. De Indische dichter Tagore zei dat mooi: ‘Elk kindje komt met de boodschap dat God nog niet ontgoocheld is over de mensen.’ Een kindje laten dopen is een grote verantwoordelijkheid opnemen: om zelf vóór te gaan als een goede mens, als een goede christen, om niet mee te draaien in onze maatschappij, die vaak zo ver van God afstaat. Aan ons om te tonen dat God alle vertrouwen in ons mag hebben, dat Hij redenen mag hebben om niet in ons ontgoocheld te zijn.

 

En daarnaast geloven wij ook dat een kindje door het doopsel kind van God wordt. 'Kind' zeggen we, omdat wij geen beter woord vinden om onze band met God weer te geven. Het doopsel maakt ons tot andere mensen, mensen die in een totaal nieuwe liefde tot God leven. Door het doopsel worden we Gods geliefden, zoals kinderen de geliefden van hun ouders zijn. Maar als wij andere, nieuwe mensen geworden zijn, zullen wij ook op een andere manier leven. 'Als gij met Christus ten leven zijt gewekt, zoek dan, wat verheven is'.

 

De eerste christenen gebruikten deze woorden: wie Jezus wil volgen, moet sterven aan de 'oude mens', moet tegen 'de wereld' ingaan. 'De oude mens' en 'de wereld' wijzen op zondigheid. Wie gelovig wil leven, kan die ‘wereld’ of die ‘oude mens’ niet volgen, maar onze diepste keuze wordt dan ingegeven door de Goede, Heilige Geest die God zelf is. Anders haalt de liefdeloosheid het op de Liefde. Hardheid en ontrouw winnen van trouw en zachtmoedigheid. Minzaamheid en vriendelijkheid verdwijnen en wij worden mensen, die niet te genieten zijn.

 

Een diepe rust, vrede of vreugde in ons hart zal ons dan ook niet verleend zijn. Maar ons leven wordt één langdurige, rusteloze vlucht. Johannes schrijft: 'De volmaakte Liefde verdrijft elke vrees.' Het klimaat van angst en vrees, dat vele mensen in zijn greep houdt, toont hoe ver wij afstaan van die echte Liefde. Want vrees en angst vullen het hart, dat niet meer vol is van de liefdevolle verbondenheid met God en elkaar. De echte vreugde in ons leven kan slechts gewekt worden, als wij bij de echte bron van Leven gaan putten, en dat zijn niet de vergankelijke pseudo-waarden, maar wel de aloude waarden van altijd, waarden waarmee mensen van toen, waarmee mensen van vandaag het moeilijk hebben.

 

KLEIN GEBED

 

Vader geef mij de kracht
om mijn vreugde te dragen
in deze sombere tijd

uw vreugde in alle dingen


laat niet toe
dat de wereld mij moedeloos maakt


dat de wanhoop der miljoenen
en hun vertwijfelde daden
mij besmet

want het is hun vreugde
hun vreugde van morgen
die mij vult

laat dit niet teloor gaan Vader
opdat mijn broeders
broeders eens worden

Erik van Ruysbeek

 

 



1861776-1ec16ec75bef5ba90c58e616f30994aa.jpg

1861776-f9214964b861661b47c7b77b5f782dc6.jpg

1861776-ed6debec32682df2cfdb6ac0e7571fbf.JPG

1861776-c4acc53e3787241edc0e5d7d6e15eec1.jpg

1861776-1c5b5b5b7a871d9f2fe84f19434125aa.jpg

1861776-dd5f883211b526932788ec80755e0d36.jpg
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 08:29 Reageer op dit bericht

DOORDENKEN OP DONDERDAG

Op een graf vlak bij dat van mijn vader ligt sinds enkele weken een in cellofaan verpakt boeket rode rozen van kleur te verschieten. Het is allicht besteld in een andere stad en hier door een bloemist neergelegd.

 

Er zit een mauve lint omheen, met daarop in gouden letters, die onder invloed van de zon elke dag wat meer van hun glans verliezen, alleen maar dit ene woord: 'mama'.

 

Als ik voorbij dat graf ga en dat woord lees, doe ik meer dan het lezen: ik hoor het als een hartverscheurende kreet die met de dag zwakker klinkt.

 

Christian Bobin: ‘Verrijzen’



1860999-63c85d8fea3a65f4a0888e30607c53a7.JPG

1860999-75fbb7f751dcbed3164815928ce30210.JPG

1860999-6bade8110601de30c47dd51084ffc663.JPG

1860999-a7ee56745585a55a4703baadfbd9f5c1.JPG

1860999-45ed3e5a1e47deb9c5c01fdc9389cc03.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 18:23 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

DE WUIVENDE

 

Mijn vrouw is de wuivende, die met haar zakdoek

in 't licht langs het korenveld gaat,

zij zendt mij een uiterste teken van liefde

nu zij mij, gedwongen, verlaat.

 

Wie weet voor hoelang zij vertrekt? Ik blijf eenzaam

doch jubel staat op in mijn bloed.

Ik voel mij niet langer gevangen; rondom mij

is alom haar wuivende groet.

 

Mijn God in den hemel, die 't ziet, en die weet

hoe ik nooit voor mijzelven iets vroeg:

al wat Gij mij gaaft heb ik dankbaar aanvaard

en Gij gaaft mij geluk genoeg!

 

Verhoor voor vandaag en de rest van mijn leven

één enkele bede van mij:

dat altijd mijn vrouw als uw teken van liefde

voor mij deze wuivende zij.

 

Haar simpel bewegen der hand bij haar afscheid

zond mij het geheim tegemoet

waarom Gij uw engel zijn boodschap liet zeggen

beginnende met ‘Wees Gegroet!’

 

Want al wat beweegt, hier op aarde, in de zee

langs Uw heemlen vol heerlijkheid

is niets dan een wuivende groet aan de ziel

om te zeggen, hoe goed Gij zijt.

 

Wie God wil begrijpen die heeft niet genoeg

aan ons vorsende mensenverstand.

Hij zie naar het dansen van sterren en golven

en het wuiven der dierbaarste hand.

 

Al wat ik geloof en belijd vat ik samen

in deze, mijn opperste wet:

mijn ziel zij een wuivende groet aan mijn God

want ik heb geen volmaakter gebed.

 

Mijn ziel zij een riet aan de stroom der genade

en een wuivende golfslag, die spoelt

langs de zoelheid der kust, en een graanveld in zon

dat de tocht van de zomerwind voelt.

 

Mijn ziel zij gelijk aan de ziel van de vrouw

die mij toezond uw godlijke groet,

want zij is de wuivende, die Gij mij gaaft

en ik dank U, het leven is goed.

 

Anton van Duinkerken



1859900-e0767a9d7a7ea842613bc3fdf9f919ce.JPG

1859900-9e971d9d284818af3694b74eaad3d90f.JPG

1859900-2f0df0b36298068495c369c86fb4ceff.JPG

1859900-ba1daabc11f2d4ed70589c6cb75c79bb.JPG

1859900-0406f1b8e330adc53ea4e76b7835ac18.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 08:41 Reageer op dit bericht

FEEST VAN DE OPENBARING

‘NU SYT WELLECOME …?’

 

In deze Kerstperiode zingen we wel: ‘Nu syt wellecome’. Maar was Jezus wel zo welkom? Terwijl wijzen uit het Oosten naar Hem op zoek gaan, blijkt een andere koning heel andere plannen te hebben met die Nieuwgeborene.

In het kerstverhaal worden herders vertederd door het kleine Kind, maar uit het evangelie van vandaag, een eerste verhaal na de geboorte, blijkt dat Hij misschien toch niet zo heel welgekomen is.

Die wijzen uit het Oosten ontdekten dat in Hem een nieuw Licht is opgegaan. Willen ook wij dit nieuwe Licht met een groot verlangen weer opnieuw ontdekken of blijven we hangen achter kaarslicht en kerstversiering? Het zal van ons afhangen of het verhaal van de wijzen ook vandaag nog werkelijkheid kan worden.

(Vrij naar ‘Zondagsvieringen Dominicanen’)

 

 

Sta op en schitter, je licht is gekomen,

over jou schijnt de luister van de HEER.

Duisternis bedekt de aarde

en donkerte de naties,

maar over jou schijnt de HEER,

zijn luister is boven jou zichtbaar.

(Jesaja 60,1-2)

 

En zie, de ster die zij in het oosten gezien hadden,

ging voor hen uit 

totdat ze stil bleef staan

boven de plaats waar het Kind zich bevond . 

Op het zien van de ster

werden zij vervuld van overgrote vreugde. 

Zij gingen het huis binnen, 

zagen er het Kind met zijn moeder Maria 

en op hun knieën neervallend betuigden zij het hun hulde. 

(Matteüs 2,9-11)

 

EEN FEEST MET TWEE KONINGEN

Vandaag sluiten wij in de liturgie de kleine kerstcyclus af met het feest van de openbaring. Indien je aan mensen zou vragen wat het feest van de openbaring eigenlijk is dan zouden velen wellicht het antwoord schuldig blijven Het feest van de openbaring? Vraagteken? Nooit van gehoord. Weinigen kennen het feest van de openbaring maar iedereen kent wel het feest van driekoningen. Ja, dat verhaal van die mannen die de ster volgden om het kind te vinden, die met hun goud, wierook en mirre ... jaja dat kennen we allemaal ... de kerststal en zo. Vraag het ons maar. Het feest van driekoningen is de volkse benaming voor het feest van de openbaring.

Het Bijbelse verhaal is toch anders dan wat de volkse traditie er van gemaakt heeft, hoe mooi al die volksverhalen ook zijn. Maar laten we niet voorbijgaan aan wat de Schrift ons duidelijk wil maken.

In het Bijbelverhaal is er geen sprake van koningen maar van wijzen uit het Oosten. Er wordt ook niet gezegd dat ze met drie zijn en ook hun namen blijven een raadsel. Eerst veel later is men ze Caspar, Melchior en Balthasar gaan noemen, maar in het Bijbelverhaal zijn het eenvoudigweg wijzen uit het Oosten, zonder kronen en zonder koningsmantels. Het zijn mensen die op zoek gaan naar waarheid en wijsheid, kennis ook. Kortom: geleerden in die tijd vroeger. Een tijd, waarin men van mening was dat alle kennis, wijsheid en wetenschap uit het oosten kwam: vanuit de plaats waar de zon opgaat en het licht doorbreekt.

Zijn er dan geen koningen in dit verhaal? Toch wel, maar geen drie, slechts twee. Twee koningen bovendien die onderling totaal verschillend zijn. Twee koningen die zo tegengesteld zijn aan elkaar dat ze niets met elkaar gemeen hebben. Elkaars tegenpolen of antipoden.

Er is koning Herodes die staat voor al wat verdrukt en onder de knoet houdt. De koning die het leven doodt, de koning-moordenaar, die zich niet bekommert om het geluk van mensen maar alleen zijn eigenbelang en zijn eigen belangen dient. De machtsgeile, tirannieke koning die enkel uit is op dominantie en rijkdom voor zichzelf.

Tegenover die wrede koning wordt in het Bijbelse verhaal een andere koning geplaatst. De eeuwenlang aangekondigde en verhoopte koning die in Bethlehem geboren zou worden en waarover de profeet schouwde dat hij een herder zou zijn voor zijn volk.

Tegenover de tiran die verdrukt, staat Jezus, Jeshoea of redding in het Hebreeuws. De koning die zich over zijn volk zal ontfermen de koning-herder, de koning met een heel ander inzicht en bedoeling, de koning die zal spreken over vrede en rechtvaardigheid, over naastenliefde en vergeving, over barmhartigheid en zaligheid. De koning die machteloos zal sterven aan een kruis.

Zodra Herodes hoort dat er een nieuwe koning is geboren wordt hij heel ongerust, ‘en gans Jerusalem met hem’ staat er geschreven. Lachwekkend eigenlijk. Zich bedreigd voelen door de geboorte van een kind. Daarin ontdekken we al de zwakte van koning Herodes. Hoe kan die machtige heerser met al zijn soldaten bedreigd worden door een kind dat koning-herder wordt genoemd.

Als we het Bijbelverhaal zo lezen – niet als een driekoningenverhaal maar als een verhaal over twee koningen – krijgt het een heel andere betekenis. Een betekenis die heel herkenbaar is in onze geschiedenis van mensen.

Er is altijd onderdrukking geweest van mensen: altijd is er wel een Herodes geweest in het onrecht dat mensen elkaar hebben aangedaan. Maar evenzeer is er ook altijd bevrijding geweest uit wat de mens vernietigt en miskent. Altijd is er opstanding geweest door de solidariteit van kleine machteloze mensen. Er is ook altijd een koning-herder geweest die in de Schrift Jeshoea, Jezus, genoemd wordt.

Het tweekoningenverhaal is de geschiedenis van de mensheid maar het is ook de persoonlijke geschiedenis van elk van ons. Wanneer zijn wij herder voor elkaar of wanneer gebruiken wij elkaar?

Het feest van de openbaring leert ons dat koning Herodes steeds opnieuw verontrust zal worden door de geboorte van al wie herder wil zijn en zorg wil dragen voor al wat het leven tussen de mensen bewaart.

 

Verplaatst persoon

 

Geen laaiend vuur, dat uitslaat, maar een pit,

waarbij gij nauwlijks uw gebed kunt lezen

en die u nochtans vrijwaart tegen vrezen

voor wat er in ons hartedonker zit.

 

Was het een onverantwoord zelfvertrouwen,

dat mensen meest van goeden wille zijn

en dat uw schuwe buurman in de trein

bestemd is om Gods heerlijkheid te aanschouwen ?

 

Er zongen engelen te Bethlehem

over de daken van de huizen henen,

Toen is aan herders de Zoon Gods verschenen,

Maar had ik zelf geluisterd naar hun stem ?

 

En die dit leest, zegt, zoudt gij opgetogen

de gure winternacht zijn ingegaan ?

Liet gij uw huisraad zonder toezicht staan

waar engelen, geen bommenwerpers, vlogen ?

 

In Bethlehem is niemand opgeschrikt

door de Sirenen van de Godsgenade.

Hoe werd de kinderdoodslag van de kwade

Koning Herodes door dat volk geslikt ?

 

Daar is geen revolutie uitgebroken

tegen zijn wreedheid ; het gewend bestand

verdroeg die felle schok, al hoorde ‘t land

de schreeuw van Rachel bang ineengedoken.

 

Verdriet, dat anderman wordt aangedaan,

zijn wij gewoonlijk bliksemsnel vergeten,

zolang wijzelf maar kunnen wonen, eten

en dringen om vooral vooraan te staan.

 

Mij is het, sinds ik dit heb ondervonden,

op Kerstmis niet zo aartsgezellig meer,

het samenzijn met Onze Lieve Heer

wordt bitter bij mijn angst voor onze zonden.

 

Ik zie hem in de kribbe met die vracht

bezwaard maar al te veel op kindren lijken,

wier ouders uit hun woning moesten wijken,

omdat een schurk een nieuw regiem bedacht.

 

Gewikkeld in de strakgetrokken doeken,

die moeders nood hem om de lenden bond,

schijnt hij, nog ongewend aan aardse grond,

zijn hemelse bewegingskans te zoeken.

 

Alleen door stil te zijn en hulpeloos,

kan hij wat menslijk mededogen krijgen.

Verbreekt hij zijn vertrouwenwekkend zwijgen,

dan haat hem deze wereld voor altoos.

 

Hij is om onzentwil hierheen gekomen,

maar ieder kind komt hier om onzentwil!

Het ziet de wereld aan en keert zich stil,

begerig naar de toekomst van zijn dromen.

 

Hoeveel werd Hem in ieder kind misdaan

door farizeeën en door schriftgeleerden

door priesters en levieten, die gedeerden

zien liggen lang de weg en verder gaan?

 

In elke vonk, die smeult wordt Hij vertreden.

Hij wordt gebroken in ’t geknakte riet,

mijn lieve God, wie onze wereld ziet

en daarin leeft, schaamt zich voor zijn gebeden!

 

Vergeef het ons, die vol erbarmen zijt,

dat wij het heil van eeuwenlang verlangen

in zulk een huis en zulk een hart ontvangen,

verplaatst persoon van Gods Drievuldigheid!

 

Anton van Duinkerken



1858817-f3ccdd27d2000e3f9255a7e3e2c48800.jpg

1858817-156005c5baf40ff51a327f1c34f2975b.jpg

1858817-799bad5a3b514f096e69bbc4a7896cd9.jpg

1858817-d0096ec6c83575373e3a21d129ff8fef.jpg

1858817-032b2cc936860b03048302d991c3498f.jpg

1858817-18e2999891374a475d0687ca9f989d83.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Omer om 15:53 Reageer op dit bericht

ZALIG EN GELUKKIG NIEUWJAAR

't Is nieuwjaar overal,

't zijn al weêr nieuwe dagen,
die rijzen in den oost,
met 't jonge zonnelicht;
al 't oude zij voorbij,
en, vrij van alle plagen,
zo weze uw levensloop
voortaan weêr ingericht.
Dus wenschen wij, die u
van herten wel beminnen,
dat 't nieuwgeboren jaar,
vandage en elken dag,
dien God u leven laat,
van buiten en van binnen,
gelijk een kruidekoek,
vol zoetheid wezen mag.

 

Guido Gezelle

 

GELUKKIG NIEUWJAAR

 

DAT DE HOOP STERKER MAG ZIJN DAN DE ANGST,

DE TEDERHEID HET MOGE HALEN OP HET HARDE HART,

EN DE VREUGDE MAG OVERWEGEN OP HET VERDRIET.

 

Omer



1858147-63c85d8fea3a65f4a0888e30607c53a7.JPG

1858147-75fbb7f751dcbed3164815928ce30210.JPG

1858147-6bade8110601de30c47dd51084ffc663.JPG

1858147-a7ee56745585a55a4703baadfbd9f5c1.JPG

1858147-45ed3e5a1e47deb9c5c01fdc9389cc03.JPG

1858147-80b76d027791bfc3b2bc148367fde60c.JPG

1858147-7d30fc34fead9f1ac3dda8174994cbec.JPG

1858147-96f90e110ce3f53e13d9b0c6a2e3fff8.JPG

1858147-9acf928a602580321bb776a289aea693.JPG
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Omer om 17:31 Reageer op dit bericht

HEILIGE ONSCHULDIGE KINDEREN

Een ster hangt glanzend

(voor hen die honger hebben)

 

Een ster hangt glanzend boven het heelal.
Onder de sneeuw van het maanlicht
ontwaakt het dal.



Maar de aarde kraakt
onder de hoefslag van vuur en honger
in het vlijmscherpe mes van de wind.



Voor de honger van Herodes beven de moeders,
zij beven voor de roofdierogen van de nacht
en voor het zwaard van vuur
dat duizenden heeft omgebracht.



Ergens in de wereld schreit een kind
ontelbare winters lang
schreit een kind van kou en verdriet.
Maar wij horen het niet.
Wij werden doof en blind:
een rots van goud waaronder wij schuilen
midden de mieren
binnen de schimmen van onze schuld.



Ontbind het goud dat ons omhult,
breek onze trots
en breek het zwaard
waarvoor de moeders beven.
Doorstraal ons met de gloed,
die Uw genade openbaart.

 

Pieter G. Buckinx



1856940-dc4831d34ac5b6819ed47ea455833461.jpg

1856940-669ffad111bb50d28459e460fc288ee0.JPG

1856940-0dd72afed221fe5341278fd225a9e425.JPG

1856940-292d9aab455a18c5ac6c1d5f8ed39587.JPG

1856940-52cba30cb69e159590f7970f385b7f07.JPG

1856940-a9a102188d11f9adddcc27cdf2d28346.JPG

1856940-814fd6606638732cc78b1248fd996674.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 15:07 Reageer op dit bericht

FEEST VAN DE HEILIGE FAMILIE

IN HET HUIS VAN DE VADER

 

Het gaat allemaal erg vlug en vreemd in de liturgie. Vorige vrijdag vierden we de geboorte van het Kind en vandaag is dit Kind in het evangelie reeds 12 jaar. Maar wees gerust: volgende week ligt het weer in de kribbe te wachten op de komst van de wijzen uit het Oosten. Het is al bij al een wat vreemde volgorde. Maar dat komt omdat traditioneel op de zondag tussen Kerst en Nieuwjaar het feest van de H. Familie wordt gevierd.

Met dit feest wilde de Kerk het gezin, als kern van de samenleving, in bescherming nemen. Zij wilde het beveiligen, toen in de vorige eeuw de gezinsstructuur bedreigd werd door de gevolgen van de armoede, de opkomst van het Marxisme en de ontkerstening van de arbeiderswereld.

Dat feest van de H. Familie lijkt een goede gelegenheid om even na te denken over ons eigen gezin, en wat zich daar soms afspeelt tussen man en vrouw, tussen ouders en kinderen.

En we kunnen ook even nadenken over onszelf en over de kronkelwegen die wij – destijds – volgden om de ouderlijke zorg te ontgroeien.

(vrij naar: ‘Zondagsvieringen Dominicanen’)

 

Bekleed u,

als Gods heilige en geliefde uitverkorenen,

met tedere ontferming,

goedheid, nederigheid, zachtheid en geduld.

Verdraag elkaar en vergeef elkaar,

als de een tegen de ander een grief heeft.

Zoals de Heer u vergeven heeft,

zo moet ook u vergeven.

(Kolossenzen 3,12-13)

 

Toen ze Hem daar zagen,

waren ze zeer ontdaan.

Zijn moeder zei:

`Kind, hoe kon je ons dit aandoen?

Wat waren je vader en ik ongerust toen we je kwijt waren.'

Hij zei tegen hen:

`Waarom hebben jullie mij gezocht?

Wisten jullie niet dat ik bij mijn Vader moest zijn?'

(Lucas 2,48-49)

 

‘HIJ WAS TOEN AMPER TWAALF’

 

Het evangelie vertelt ons weinig over de kindertijd van Jezus: allicht heeft Hij die jaren doorgebracht als elke andere jongen in zijn land en in zijn tijd. Maar Lucas en Matteüs vertellen enkele heerlijke anekdotes. Zo zijn er ook nu een paar zinnetjes, die meer betekenis krijgen door zijn latere leven.

Het verhaal begint nog heel gewoon: zoals vrome mensen wel meer deden, ging ook dit gezin uit Nazareth Pasen vieren in Jerusalem. Eerst verloopt alles heel normaal, de heenreis, het Paasfeest zelf, en dan vatten ze de terugtocht aan. De avond van de eerste dag al is er onrust: het kind van twaalf is niet bij de groep. Is hij verloren gelopen? Werd hij ontvoerd? Het is een angst en een verdriet, die ook vandaag bestaan: de zoektocht, het opsporingsbericht, niet zelden een tragische afloop. Hier is de afloop anders: Jezus is achtergebleven in de tempel en is volop met de rabbi’s in gesprek. We verstaan de vrees van Maria: ‘Kind, hoe kon je ons dit aandoen?’ Het woord van Simeon komt al uit: het leven van Jezus zal als een zwaard haar moederhart doorsteken.

Het antwoord van Jezus was onbegrijpelijk voor hen: ‘Wisten jullie dan niet dat ik bij mijn Vader moest zijn?' Het eerste woord van Jezus wijst al naar zijn unieke verbondenheid met God, die Hij zonder enige schroom ‘mijn Vader’ noemt. Moeder Maria, die alles in haar hart bewaarde, kan dat niet begrepen hebben, zoals er later nog zoveel zou gebeuren, dat zij niet kon begrijpen, maar dat wel als een zwaard door haar moederhart ging.

De jaren nadien rijpt zijn roeping. Er worden ons geen details meer gegeven, maar Lucas schrijft wel: ‘Jezus werd een wijs en volwassen man, die steeds meer in de gunst kwam bij God en de mensen.’

De wondere jaren van later, waarover wij zoveel meer weten, waren toen nog veraf. Maar in dat ene zinnetje, dat een hele jeugd samenvat, vinden wij een oproep voor ons allemaal, voor een leven lang. Mochten ook wij – ongeacht onze leeftijd – dag na dag nog groeien in wijsheid en in welgevalligheid bij God en bij de mensen.

 

DE WEG NAAR HUIS INSLAAN

 

Vader en moeder

zien iets van zichzelf herleven

in hun kinderen, hun kleinkinderen.

Ze hebben dezelfde trekjes.

Met een fijne glimlach

verstaan zij de blik in hun ogen

en de trekken in hun karakter.

God heeft iets van zichzelf

in de mens gelegd.

Zo zal Hij ook

teder glimlachen

om onze explosies van creativiteit en energie.

We zijn wel groot geworden,

weg gegroeid van thuis,

maar Hij kan ons niet vergeten.

Geloven in God

is de weg naar huis inslaan.

Het is een oeroud geheim

omzetten in kleine gebaren.

En opnieuw familie worden.

God is onze beste familie.

 

(Zondagsvieringen Dominicanen)



1855854-f3ccdd27d2000e3f9255a7e3e2c48800.jpg

1855854-156005c5baf40ff51a327f1c34f2975b.jpg

1855854-11ef3facabfe046e484b72cbae29707c.jpg

1855854-24a7e6d32a77e1f2fb791492e24055b4.jpg

1855854-c074dd3c02d25669a03447c8eafc285c.jpg

1855854-2c215b80b69e6ca7a406fcc14fac8e13.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 07:25 Reageer op dit bericht

ZALIG KERSTMIS

Ik heb je uit de treurwilg

van mijn hart

gesneden klein zoet Kind –

 

Daar moet toch eerst zoveel

gebeuren

overwinterd

en geleden

en gevallen

zijn –

om Je trekken te ontvangen.

 

(Omer Gielliet)

 

Zalig Kerstmis

Een gezegend Nieuwjaar

 

omer



1854869-75fbb7f751dcbed3164815928ce30210.JPG

1854869-45ed3e5a1e47deb9c5c01fdc9389cc03.JPG

1854869-80b76d027791bfc3b2bc148367fde60c.JPG

1854869-6bade8110601de30c47dd51084ffc663.JPG

1854869-a7ee56745585a55a4703baadfbd9f5c1.JPG

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 16:35 Reageer op dit bericht

EEN WITTE KERST

EEN WITTE KERST

 

Er was eens een man die het kerstfeest grondig wilde vieren. Hij haalde een laddertje uit de schuur en spande langs het plafond de rode papieren slingers die daarvoor garant zijn. Aan de lamp hing hij een van die rode bellen, die opgevouwen weinig lijken, maar naderhand nog aardig meevallen. Toen dekte hij de tafel. Hij had hiervoor urenlang over drie winkels verdeeld in de rij gestaan, maar het zag er dan ook goed uit. Naast elk bord stak hij ten slotte een kaarsje aan, waarvan je er tien in een doos koopt, en klapte in zijn handen. Dit was het teken om binnen te komen. Zijn vrouw en kinderen, die al die tijd in de keuken elkaar met een verlegen glimlach hadden aangekeken, kwamen bedremmeld binnen.

 

‘Nee maar,’ zeiden ze, ‘dat had je niet moeten doen.’

 

Maar omdat hij het toch gedaan had gingen ze blij zitten en keken elkaar warm aan.

 

‘En nu gaan we niet alleen smullen,’ zei de man, ‘we moeten ook beseffen wat er nu eigenlijk gebeurd is.’

 

En hij las voor hoe Maria en Jozef alle herbergen afliepen, maar nergens was er plaats. Maar het kind werd ten slotte toch geboren, zij het in een stal. En toen begonnen ze te eten, want nu mocht het, al was er dan veel ellende in de wereld.

 

‘Kijk,’ zei de man ‘dat is nu Kerst vieren en zo hoort het eigenlijk.’ En daarin had hij gelijk. En zij verwonderden zich over de hardvochtigheid van al die herbergiers, maar het was ook tweeduizend jaar geleden moet je denken, zo iets kwam nu niet meer voor. En op dat ogenblik werd er gebeld. De man legde de banketstaaf die hij juist aan de mond bracht, verstoord weer op zijn bord.

 

‘Dat is nu vervelend,’ zei hij, ‘er is ook altijd wat.’ Hij knoopte zijn servet los, sloeg de kruimels van zijn knie en slofte naar de voordeur.

 

Er stond een man op de stoep met een baard en heldere, lichte ogen. Hij vroeg of hij hier ook schuilen mocht, want het sneeuwde zo. Het was namelijk een witte Kerst, dat heb ik nog vergeten te zeggen, hoe kan ik zo dom zijn. De beide mannen keken elkaar een ogenblik zwijgend aan en toen werd de een door een grote drift bevangen. ‘Uitgerekend op Kerstmis,’ zei hij, ‘zijn er geen andere avonden.’ En hij sloeg de deur hard achter zich dicht. Maar terug in de kamer kwam er een vreemd gevoel over hem en de tulband smaakte hem niet. ‘Ik ga nog eens even kijken,’ zei hij, ‘er is iets gebeurd, maar ik weet niet wat.’ Hij liep terug naar de stoep en keek in de warrelende sneeuw. Daar zag hij de man nog juist om de hoek verdwijnen, met een jonge vrouw naast zich, die zwanger was.

 

Hij holde naar de hoek en tuurde de straat af, maar er was niemand meer te zien. Die twee leken wel in de sneeuw te zijn opgelost. Want het was, zoals gezegd, een witte Kerst. Toen hij weer in de kamer kwam zag hij bleek en er stonden tranen in zijn ogen. ‘Zeg maar even niets,’ zei hij, ‘die wind is wat schraal, het gaat wel weer over.’ En dat was ook zo, men moet zich over die dingen kunnen heen zetten. Het werd nog een heel prettig Kerstfeest, het was in jaren niet zo echt geweest. Het bleef sneeuwen, de hele nacht door en zelfs het kind werd opnieuw in een schuur geboren.

 

Godfried Bomans

 



1854166-ed18f4d1fa5fa04dc52feeac25c8d010.JPG

1854166-5ca23ff19c430d41d651ce062f15e356.JPG

1854166-fe6846bc23e87a58795bc7715988005c.JPG

1854166-380d8e7638fc2995f3912b439b6cf09a.JPG
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Omer om 16:23 Reageer op dit bericht

MEDITEREN OP ZONDAG

GELUKKIG BEN JE ALS JE GELOOFT

Alle vier de kaarsen van onze Adventskrans branden, dus is het volgende zondag Kerstmis. Het feest van de geboorte. Het verhaal van het bezoek van Maria aan Elisabeth brengt ons in de juiste stemming: een ontmoeting van twee vrouwen, allebei in verwachting.

Dat drukt perfect uit wat Advent is: wachten op wat komt, uitzien naar de komst van het kind, uitzien naar de toekomst.

Op het einde van haar bezoek barst Maria uit in een lofzang, het bekende Magnificat. Daaruit blijkt dat die ontmoeting haar heeft deugd gedaan. Door Elisabeths woorden en aandacht is zij open gebloeid, is zij een ander mens geworden.

Misschien kunnen we ons afvragen hoe vaak het voorkomt dat degenen die ons willen ontmoeten – af en toe, of misschien dagelijks – door onze woorden echt zijn open gebloeid.

(Zondagsvieringen Dominicanen)

 

‘Bethlehem in Efrata,

al bent u klein onder Juda’s stammen,

toch zal er, zeg Ik, iemand uit u voortkomen

die over Israël gaat heersen.

Zij zullen in veiligheid wonen,

omdat Hij zijn macht zal laten reiken

tot aan de uiteinden van de aarde:

dat zal vrede zijn.

(Micha 5,1.3)

 

Gelukkig is zij

die geloofd heeft

dat de woorden van de Heer

in vervulling zullen gaan.’

(Lucas 1,45)

 

GOD IN MENSEN

 

Het evangelie van vandaag spreekt over twee vrouwen, die een kind verwachten. Maria, de moeder van de Heer, en Elisabeth, de moeder van Johannes de Doper. Beide vrouwen hebben een bijzondere plaats in het heilsplan van God. Zij maken voor ons duidelijk wat God kan doen met mensen, die openstaan voor zijn woord, en hoe mensen handelen, die geleid worden door Gods Geest.

Laten we eerst eens kijken naar Maria. Zij is een mens, die God in haar hart draagt. Maria, die door het bergland van Juda naar Elisabeth gaat, toont ons hoe het geloof zich op weg begeeft om Jezus naar anderen te brengen. Zij gaat met spoed, een heilige onrust drijft haar voort, zij gaat door het gebergte, niets houdt haar tegen, zij wil haar genade en haar geluk naar Elisabeth brengen om het met haar te delen. God is voor Maria niet iets om over te praten, maar iemand die bij haar is, de onzichtbare aanwezige. Zo is zij de ontmoetingsplaats van de levende Heer voor Elisabeth. 'Waaraan heb ik het verdiend dat de moeder van mijn Heer tot mij komt?'. In Maria wordt God op een nieuwe wijze ervaarbaar. Maria draagt God naar de mensen. Dat heeft zij niet in een keer gedaan, bij haar bezoek aan Elisabeth, neen zij doet dat nog altijd. God komt tot de mensen door mensen die helemaal van Gods Geest vervuld zijn, God geeft vrede en vreugde aan de mensen, door mensen die helemaal met Zijn vrede en vreugde vervuld zijn. Men zegt dat wij leven in een tijd van Godsverduistering. Veel mensen kunnen God niet meer ervaren; voor veel mensen is God dood. Heeft deze klacht misschien niet haar oorzaak in het feit dat er onder ons zo weinig mensen zijn waarin God tegenwoordig kan worden, zoals Hij in Maria tegenwoordig was?

Kijken we nu ook naar Elisabeth. Zij is het voorbeeld van een gelovige, die een bijzondere feeling heeft voor de aanwezigheid van God in andere mensen. Zij ziet niet alleen wat zich aan het oog aanbiedt, maar ook dat, wat onder de zichtbare werkelijkheid schuilgaat en werkzaam is. Dit vermogen om het heilige in anderen te ervaren, waarmee Elisabeth zo rijk begiftigd was, kan de mens zich zelf niet geven. Dat gebeurt onder de werkzaamheid van Gods Geest. Daarom juicht Maria ook over Gods genade, die iedere tijd opnieuw in mensen werkt.

Gelukkig ben je als je gelooft, dat wil zeggen, als je het waagt een stap verder te zetten dan wat je nu weet, ziet en kunt. Beide vrouwen hebben dit gedaan, hun geloof is tastbaar geworden, zij zijn voor elkaar een plaats van ontmoeting geworden met de levende Heer. Maria en Elisabeth ontmoeten elkaar; de mens die God in zijn hart draagt en de mens die God in de ander erkent en prijst, staan tegenover elkaar. Beide gestalten beelden een wezenlijke grondhouding uit van een gelovig bestaan.

Laten we opzien naar Maria en ook proberen, zoals zij, de goedheid en mensenliefde van God in ons leven voor anderen zichtbaar te maken. Laten we ook kijken naar Elisabeth, die zo fijn aanvoelde hoe God ons kan ontmoeten in gewone mensen. Ga door het bergland naar de mensen toe en stel de deur van je hart wijd open voor God, die naar je op weg is langs mensen om.

(Federatie Herent)

 

GELUKKIG DAT ER ZULKE MENSEN ZIJN

 

Gelukkig dat er mensen zijn die altijd weer
Gods droom ook nog zelf durven dromen.

Die weten dat deze wereld
niet zo hoeft te zijn.
Niet mag zijn zoals hij nu is.

 

Die geloven dat hij anders kan worden:
Beter, gerechtiger, gelukkiger voor allen…
Méér de wereld van God!

 

Gelukkig dat er mensen zijn
Die dromen zoals God , die 'ja' durven zeggen,
En die zijn wegen gaan,

Die levensweg waarvoor God hen proficiat wenst;
Die weg die Jezus ons is voorgegaan,

trouw en arm en zachtmoedig,

Gelovend dat God zelf ons thuisbrengt

uit onze ballingschap…

 

Gelukkig dat er zulke mensen zijn.

 

Bron onbekend



1853059-63c85d8fea3a65f4a0888e30607c53a7.JPG

1853059-156005c5baf40ff51a327f1c34f2975b.jpg

1853059-6bade8110601de30c47dd51084ffc663.JPG
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Omer om 10:39 Reageer op dit bericht

DOORDENKEN OP DONDERDAG

DE KAARS (deel 2)

(Nu moet ik zeggen dat die opmerking aan de meesten van ons voorbijging, zij had immers nergens iets mee te maken, zij sprak over iets dat geheel buiten ons bestaan viel, maar dat zij de wonderlijkste en meest onverwachte gevolgen had.)

 

Toen het al laat in de avond geworden was en iedereen daar zo een beetje neerlag, op de planken, met zijn eigen gedachten, of eigenlijk helemaal zonder gedachten, werd mijn vriend onrustig. Hij schoof naar zijn koffertje en haalde de kaars te voorschijn. Ik kon het heel goed zien in het donker, de witte kaars. Hij eet hem op, dacht ik, als hij nu maar aan mij denkt. En ik loerde naar hem, door mijn oogharen. Hij legde de kaars op zijn brits en ik zag hem naar buiten verdwijnen, waar een klein vuurtje smeulde. Hij keerde terug met een brandende spaander. Als een spook dwaalde dat kleine vlammetje door de loods, tot het zijn plaats weer bereikte. Toen gebeurde het vreemde: hij nam de spaander, dat vuur, en stak zijn kaars aan.

 

De kaars stond op zijn brits en brandde.

 

Ik weet niet hoe iedereen dat zo onmiddellijk ontdekte, maar het duurde niet lang of de ene schaduw na de andere schoof nabij, halfnaakte kerels, van wie je de ribben kon tellen, met holle kaken en brandende hongerogen. Zwijgend vormden zij een kring om de brandende kaars.

 

Stuk voor stuk kwamen zij naar voren, die naakte mannen, ook de pastoor en de dominee. Je kon niet zien dat ze pastoor of dominee waren, zij waren ook maar een stuk uitgemergelde ribbenkast, maar ze wisten het toevallig.

 

De pastoor zei met een schorre stem: ‘Het is kerstmis. Het licht schijnt in de duisternis.’ En toen zei de dominee: ‘En de duisternis heeft het niet overmocht.’ Het is, als ik mij niet vergis, uit het Evangelie van Johannes. Je kunt het in de Bijbel vinden, maar die nacht, om deze kaars, was het geen geschreven Woord van eeuwen geleden. Het was de levende werkelijkheid, een boodschap voor dit uur en voor ons, voor ieder van ons.

 

Want het Licht scheen in de duisternis. En de duisternis overwon het niet. Dat kon je toen zo niet beredeneren: dat was wat zij voelden, zwijgend rond het kerstlicht, die spitse vlam. Daar was iets heel bijzonders mee. Die kaars was witter en slanker dan ik ooit gezien heb, in de bewoonde wereld. En die vlam. Dat was een kaarsvlam die tot de hemel reikte, en in die vlam zagen wij Dingen die niet van deze wereld zijn. Dat kan ik nooit navertellen. Niemand van ons die nu nog leeft. Dat was een geheim. Een geheim tussen het kerstkind en ons. Want we wisten toen zeker dat Het er was. Dat Het leefde tussen ons en voor ons. Wij zongen zwijgend, wij baden zonder een woord, en ook heb ik gehoord dat de klokken begonnen te luiden en dat een engelenkoor liederen aanhief. Ja, dat weet ik heel zeker en ik heb wel honderd getuigen, van wie de meesten niet meer spreken kunnen, ze zijn niet meer hier. Maar daarom wéten ze het nog wel.

 

Daarginds, diep in de moerassen en de rimboe, zongen ijle engelachtige stemmen kerstliederen voor ons, en galmde het brons van duizend klokken. Waar dat vandaan kwam, dat blijft ook een geheim. Die kaars brandde hoger en hoger, spitser en spitser, tot aan het uiterste nokje van die hoge donkere loods en toen daar doorheen, tot aan de sterren, en alles werd wit van licht. Zoveel licht heeft later niemand meer gezien. En wij voelden ons vrij en opgeheven, en kenden geen honger meer. Die kaars had niet mijn vriend gevoed, en mij, die kaars had ons allen gevoed en sterker gemaakt. Er kwam geen einde aan het licht.

 

En toen iemand zacht zei: ‘Volgend jaar kerstmis thuis,’ toen geloofden wij dat voor deze maal onvoorwaardelijk. Want het licht had ons zelf geboodschapt, het stond in vurige letters in de kerstvlam geschreven; u kunt het van mij aannemen of niet, ik heb het zelf gezien.

 

De ganse nacht heeft de kaars gebrand. Er is geen kaars ter wereld die zolang en zo hoog kan branden.

 

Toen het ochtend was, waren er een paar die zongen. Dat was in geen jaren gebeurd. Die kaars heeft velen van ons het leven gered, want toen wisten wij dat het nog de moeite waard was om verder te gaan, waarheen ook: dat er ergens aan het eind op ieder van ons een Thuis wachtte.

 

En dat was ook zo.

 

Sommigen zijn naar huis gegaan, vóór het volgend jaar kerstmis. Zij staan weer in het leven. Zij vinden de kaarsjes aan onze kerstbomen maar klein, veel te klein. Zij hebben een veel groter licht gezien, dat brandt nog altijd.

 

De meeste anderen zijn ook thuis gekomen vóór het weer kerstmis was, ik heb hen zelf helpen neerleggen in de aarde achter ons kamp, een droog plekje in het moeras. Maar toen zij stierven waren hun ogen minder dof dan vroeger. Dat was het licht van die vreemde kaars. Het Licht, dat de duisternis niet had overmocht.

 

(Willem Brandt)



1852352-63c85d8fea3a65f4a0888e30607c53a7.JPG

1852352-75fbb7f751dcbed3164815928ce30210.JPG

1852352-6bade8110601de30c47dd51084ffc663.JPG

1852352-a7ee56745585a55a4703baadfbd9f5c1.JPG

1852352-45ed3e5a1e47deb9c5c01fdc9389cc03.JPG

1852352-80b76d027791bfc3b2bc148367fde60c.JPG

1852352-7d30fc34fead9f1ac3dda8174994cbec.JPG

1852352-96f90e110ce3f53e13d9b0c6a2e3fff8.JPG

1852352-9acf928a602580321bb776a289aea693.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 15:01 Reageer op dit bericht

DOORDENKEN OP DONDERDAG

DE KAARS (deel 1)

Ach nee, een kerstverhaal is het eigenlijk niet. Het is niet eens een verhaal, het is een verslag van iets dat ergens gebeurde. En dan mist het zelfs nog de actualiteit, die doorgaans het kenmerk van een verslag pleegt te zijn. Want het is een lange tijd geleden gebeurd. Wie kan dat nog wat schelen? Maar het kerstverhaal, het echte kerstverhaal, was tenslotte ook niet zomaar-een-verhaal. En ook dat is oud nieuws, van een kleine tweeduizend jaar geleden Wat doen dus al die jaren ertoe?

 

Overigens bestaat er nog een eigenaardige overeenkomst, al zult u die misschien een beetje gezocht vinden. Het oude kerstverhaal speelde zich af in een stal. Het verhaal dat ik vertel, speelde zich ook af in een stal. Nu ja, geen echte stal, maar het leek er veel op. Het was een sombere donkere loods. Daarbinnen heerste vrijwel permanente schemering of duisternis. Maar daarbuiten straalde het licht heel fel en glorieus, zowel overdag als in de avond en in de nacht. Die loods stond namelijk in een tropisch gebied, onder een gloeiende, brandende zon. Maar ook onder een fantastische sterrenhemel. En een maan die veel groter scheen dan men hier ooit in het westen aanschouwt. Er woonden mensen in die loods.

 

‘Wonen’ is een beetje te sterk uitgedrukt. Ze waren er opgeborgen. Want iets verder daarbuiten, flitsten de zon en de maan kleine vonkjes uit de prikkeldraad, voor zover dat in de loop der jaren niet verroest was. Want het duurde nu al jaren; of waren het misschien eeuwen? Je wist dat zo niet meer. Je was te moe en te ziek en te zwak om daarover te denken, om de uren te volgen en de dagen. Dat deed je in het begin. Nu was het allang voorbij. Je werd meer met de eeuwigheid geconfronteerd dan met de dag of het uur. Want er stierven er zoveel, naast je en tegenover je, door honger, dysenterie, andere tropische ziekten; of ook alleen omdat ze niet meer leven wilden, hun laatste sprankje hoop was uitgedoofd.

 

Wij trachtten het nog een beetje te rekken in het Japanse concentratiekamp. Waarom, ach dat wist je eigenlijk niet meer. Aan het einde van de oorlog, aan de bevrijding kon je al niet meer geloven. Je leefde verder uit een soort routine, in een verdoving, afgestompt, en met nog maar één drift, die nu en dan als een wild beest naar je keel sprong: eten, eten wat dan ook. Het was er niet want we werden systematisch uitgehongerd. Nu en dan ving iemand eens een slang, of een ander dier, een rat bijvoorbeeld. Vergeet het maar, niemand die het overleefd heeft, praat daar nog graag over.

 

Er was één man in het kamp die nog iets eetbaars bezat. Een kaars. Een gewone waskaars. Natuurlijk had hij die destijds niet meegenomen of bewaard om op te eten. Een normaal mens eet geen kaarsvet, hoewel ze zeggen dat de Kozakken er vroeger dol op waren. In elk geval: het is vet, dat moet u niet onderschatten, wanneer je alleen maar uitgeteerde lichamen om je heen ziet en daarin ook jezelf herkent.

 

Als de marteling van de honger helemaal niet meer was uit te houden, nam hij die kaars, die hij goed verborgen had in een verfomfaaid koffertje, en hij kloof eraan. Maar eten deed hij hem niet. Hij beschouwde de kaars als zijn laatste redding. Eenmaal als iedereen krankzinnig werd van de honger (en dat duurde nu niet zolang meer), zou hij die kaars opeten. Ik hoop dat u het niet gek of griezelig vindt. Ik, die zijn kameraad was, vond het heel gewoon in die tijd. Hij had mij trouwens een klein stukje van die kaars beloofd. Het werd mijn levenstaak, mijn voortdurende zorg erop te letten dat hij die kaars achteraf toch niet helemaal alléén opat. Ik beloerde en bespioneerde hem en zijn koffertje dag en nacht. Misschien bleef ik daardoor ook wel leven, omdat ik zo een belangrijke taak te vervullen had.

 

Nu, op een keer ontdekten wij dat het kerstmis was. Heel toevallig was iemand daar achter gekomen, na langdurige berekeningen aan de hand van kleine streepjes en inkervingen in een balk. Hij vertelde het aan iedereen. ‘Het volgend jaar kerstmis zijn we thuis’, voegde hij eraan toe, nogal vlak en toonloos. Wij knikten of reageerden helemaal niet. Dat hadden wij nu al een paar jaar gehoord. Toch waren er een paar die zich daar aan vastklampten. Je weet immers nooit.

 

Toen zei iemand, misschien zonder bedoeling, maar misschien ook wel, daar ben ik nooit achtergekomen: ‘Met kerstmis branden de kaarsen en is er klokgelui.’ Dat was heel vreemd om te zeggen. Het klonk als een zwak nauwelijks hoorbaar geluid uit een onafzienbare verte, een diep, diep verleden, iets volkomen onwerkelijks.

 

Nu moet ik zeggen dat die opmerking aan de meesten van ons voorbijging, zij had immers nergens iets mee te maken, zij sprak over iets dat geheel buiten ons bestaan viel, maar dat zij de wonderlijkste en meest onverwachte gevolgen had.

 

(Willem Brandt)

 

Deel 2 volgt morgen.



1852176-b6be486c7e921c34fb2b19a3ec1902b7.JPG

1852176-7e6de99f64c41ac34539f00f391a46f2.JPG

1852176-21d3561a7d86f3091a3e2060562ca1e2.JPG

1852176-58126a4c4718d6740d318deb3b88208d.JPG

1852176-d6b772d82752538ab51bf5ebee349495.JPG

1852176-164d0d8466b1c6b2a192d5a1eb56bd8e.JPG

1852176-431ca1e63725fc35fea05b41650a14fc.JPG

1852176-8d8781ed26fe4bac02e1ee69ef6d9f30.JPG

1852176-eaed8af4f18d4eb347319e2460fba76c.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Omer om 22:05 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

HERFST

 

Vreemd, dat boom en tak zoo stil staan
In het gouden licht vandaag,
Dat de bladertjes zoo stil gaan,
't Een na 't ander, naar omlaag.

 

Dat het zonlicht zoo voorzichtig
Door de ijlheid straalt van 't lof,
En het groene blad doorzichtig
En veel eed'ler maakt van stof,

 

Dat het windje in de twijgen
Zoo behoedzaam gaat te werk
En alleen wat blaadjes zijgen
Doet op 't pad en 't bloemenperk,

 

Zonder 't wazig diep te raken
Waar de groene schemer blauwt,
Of den goudglans schuw te maken
In het ijlbebladerd hout,

 

Of te roeren aan den vijver,
Waar zeer statiglijk en traag
Twee voorname zwanen drijven
Met hun spiegelbeeld omlaag,

 

En wat late najaarsrozen,
Als bewasemend amethyst,
Al den weemoed van hun broze
Schoonheid heffen in den mist.

 

Jacqueline E. van der Waals



1851313-cedf89c198b5df27d002ce8bccce6448.JPG

1851313-9b542a9e879228013b37921117ccfd42.JPG

1851313-3b4f3ff106f1b40b23d88ee26f0c5899.JPG

1851313-e03acb49e621b4d6362ef06df65f9fb2.JPG

1851313-44cd48441b84f2fd1c56635e444d2b22.JPG

1851313-76038f285bd6a5979d63cd3a3a797408.JPG

1851313-d50287669a5678c78462336382b5c94c.JPG

1851313-3f9a1ed4cc67d60aa9c2cc32c918b78e.JPG

1851313-338b3118b94c14f5e58679aa507be8e1.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 17:08 Reageer op dit bericht

MEDITEREN OP ZONDAG

‘MET GROOT VERLANGEN’

Terwijl Johannes in de woestijn predikte en doopte, vroegen sommige mensen hem op de man af: ‘Wat moeten wij doen?’ Een heel concrete vraag: ‘Maar wij zelf … wat moeten wij doen?’ Johannes draait niet rond de pot dan of windt er geen doekjes om maar geeft duidelijke, directe antwoorden, aangepast aan ieders eigen situatie. Niet iedereen zal daarmee blij geweest zijn, want dat druiste nogal in tegen hun gewone manier van doen. Dat eiste bekering of ommekeer dus.

En toch, aldus Johannes, is dat de enige manier om klaar te staan als, na mij, diegene komt, die groter en sterker is dan ik. ‘Hij moet groter worden, ik zelf evenwel kleiner.’

Die ‘grotere’ hoopt eens te meer naar onze wereld te mogen komen, in ons en onder ons. Maken we ons klaar om Hem te ontvangen. Want naar Hem zien wij uit met een groot verlangen – meer dan de wachters naar de morgen – wij hopen en bidden dat zijn woorden en beloften levende, tastbare werkelijkheid mogen worden. En dat wij zelf dan ook, in zijn spoor, nieuwe, andere mensen mogen worden, doordrongen van een innerlijke vreugde die naar buiten treedt.

 

Zusters en Broeders,

laat de Heer uw vreugde blijven;

ik zeg u nogmaals:

wees altijd verheugd.

Laat iedereen u kennen

als vriendelijke mensen

want de Heer is nabij.

(Filippensen 4,4-5)

 

Eens vroegen de mensen aan Johannes de Doper:

`Wat moeten wij dan doen?’

Hij gaf hun ten antwoord

`Wie twee stel kleren heeft,

moet delen met iemand die niets heeft,

en wie te eten heeft,

moet hetzelfde doen.’

Ook tollenaars kwamen zich laten dopen en zeiden:

`Meester, wat moeten wij doen?’

Tegen hen zei hij:

`Vorder niet meer dan u is voorgeschreven.’

En ook soldaten stelden hem de vraag:

`En wij, wat moeten wij doen?’

Tegen hen zei hij:

`Pers niemand geld af,

ook niet onder valse voorwendsels,

maar wees tevreden met uw soldij.’

 

`Ik doop u met water.

Maar er komt iemand die krachtiger is dan ik;

ik ben te min om de riem van zijn sandalen los te maken.

Hij zal u dopen in heilige Geest en vuur.

(Lucas 3,10-16)

 

 

‘DAT LAAIEND VUUR, HET DOVE NIET!’

 

Kerstmis hangt al volop in de straten, maar in de kerk is Johannes de Doper nog steeds op post. En die spreekt geen zoete woordjes. In de beste traditie van de oude profeten, houdt hij een donderpreek: de Messias, die vlakbij is, heeft de wan in zijn hand, hij zal zijn dorsvloer eens goed opruimen en het kaf zal hij verbranden. In de kerk is het nog geen feest vandaag. Dat begint pas in de kerstnacht. Tot dan is het leven met een groot verlangen.

Geen zalig afwachten in de zin van: ‘nog even geduld, het zal wel vanzelf goed komen’. Johannes spaart zijn toehoorders niet, hij wijst hen terecht: ‘Breng vruchten voort waaruit bekering blijkt.’ En zonder omwegen geeft hij heel concrete voorbeelden als ze hem vragen: ‘wat moeten wij doen?’

Godsdienst – God dienen – heeft voor Johannes weinig te maken met een zelfzeker en warm gevoel van binnen. ‘Wat denken jullie wel’, zegt hij tegen de massa die naar hem toekwam in de woestijn. ‘Wat denken jullie? Wij zijn toch wel goed in Gods ogen. Wij zijn zijn volk, wij zijn zijn uitverkorenen, en nu zijn we ook nog door u gedoopt, wat kan ons nog gebeuren?’ ‘Ik doop u wel met water, zegt Johannes, maar er komt iemand die groter is. Hij zal u dopen in heilige geest en vuur’.

Een kindje, dat gedoopt wordt, het is zo mooi en vertederend. Maar dat lieflijke doopsel met water is maar een begin: de echte doop moet dan nog volgen: in heilige Geest en vuur.

De doop van Johannes, en ons sacrament van het doopsel, doet ons onszelf bevragen. Wij zijn gedoopt met water, maar leeft zijn Heilige Geest, dat vuur van Jezus ook in ons?

Wij bidden dat wij in deze dagen van de Advent vuriger gaan geloven en meer openstaan voor zijn heilige Geest. Zo kan Hij telkenjare wat meer naar ons, naar onze aarde komen.

Soms zullen wij dagen kennen met dat warme gevoel van binnen. Dan mogen we dankbaar zijn, want dat kan ons helpen. Maar dikwijls zal die steun er niet zijn. Vooral dan – en dat kan dikwijls zijn – zullen wij leven van het verlangen dat het vuur van zijn Geest weer oplaait en in ons mag blijven branden, want ‘dat laaiend vuur, het dove niet!’

 

LIED VOOR DE ADVENT

 

Ik heb mijn hart tot U geheven,

Heer, al mijn hoop zijt Gij.

Ik weet: Gij zult mij niet begeven;

mijn Heiland is nabij.

 

Al ligt de wereld diep verduisterd,

al drukt de grauwe tijd,

mijn hart heeft met geloof geluisterd,

mijn hart heeft zekerheid.

 

Mijn hart weet dat ons oud verlangen

weldra vervulling vindt.

Het eeuwig Licht is reeds ontvangen,

de maagd verwacht haar Kind.

 

Vergeef, Heer, al mijn slechte daden,

zet recht mijn dwarse voet

en leer mij lopen langs uw paden

mijn Heiland tegemoet.

 

Gerard Wijdeveld



1850314-f3ccdd27d2000e3f9255a7e3e2c48800.jpg

1850314-156005c5baf40ff51a327f1c34f2975b.jpg

1850314-6bade8110601de30c47dd51084ffc663.JPG

1850314-d0096ec6c83575373e3a21d129ff8fef.jpg

1850314-032b2cc936860b03048302d991c3498f.jpg
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 08:16 Reageer op dit bericht

DOORDENKEN OP DONDERDAG

ALS ELK …

Als elk volk

recht krijgt op elementair welzijn

en elementaire welvaart,


als elk land

zorg besteedt aan democratie,


als elke cultuur

zoekt naar verbondenheid met andere culturen,


als elke etnische groep recht krijgt

op de eigen kleur

en oog heeft voor de eigen bijdrage

aan het land waar ze wonen,

als elke godsdienst en elke levensbeschouwing

haar eigen rijkdom deelt met anderen

en de eigen zwakheden ziet en wegwerkt,


als elke mens en elke groep,

naar anderen luisterend,

het eigen woord mag spreken,


als elke organisatie en politicus

haar of zijn eigen weldaden zou schenken

en niet de weldaden van anderen zou benijden,


als elk denken en elk spreken,

het eigen tekort erkent

en blij is met de aanvulling

en opbouwende kritiek van anderen,


zou dat niet een droom van een wereld worden?

Zou God dan niet onder de mensen wonen?

Zou Kerstmis dan niet heel dichtbij zijn?

 

Vrij naar bezinningstekst uit

‘Mee zorg dragen voor sociale beweging’  

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 17:59 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

ZOEKEN IN HET DONKER


De Heer verlicht de weg?

Maar donker zijn de paden

en duister al mijn daden.

Al wat ik doe en zeg

is van het licht verstoken,

het licht in mij gebroken.

Ik weet hier heg noch steg.



De Heer verlicht de weg?

De winter is gekomen

in 't land van onze dromen.

Het licht vriest uit ons weg;

een koud bevroren wachten

nog langer dan wij dachten.

De dood achter de heg.



De Heer verlicht de weg?

O, God, hoe moet ik lopen,

hoe kan ik blijven hopen?

Uw licht is zo ver weg.

Ik vrees dat het zal doven

als het teert op mijn geloven.

Maar neem het toch niet weg!



O Heer, verlicht mijn weg!

Stuur op mijn pad nieuw leven,

een Kind om naam te geven,

aan wie ik eerlijk zeg:

‘Ik kan alleen niet verder.

Wees, Christuskind, mijn herder,

licht op mijn levensweg!’

 

Joke Verweerd



1848400-d9e896f66b48f59149c07da3563cf941.JPG

1848400-0eb67998afe7cb098089f895bb8e8778.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 14:48 Reageer op dit bericht

MEDITEREN OP ZONDAG

2de ZONDAG VAN DE ADVENT C

 

‘GOOI HET ROER OM’

 

Profeten zijn adventsfiguren bij uitstek. Vandaag ontmoeten wij er twee, of misschien wel drie: Baruch en Johannes de Doper, en allebei zoeken zij inspiratie bij Jesaja.

Zoals alle profeten houden ook zij hun blik op de toekomst gericht, houden zij de verwachting levendig. Baruch schetst een lieflijk beeld van God die toekomst maakt. Johannes de Doper daarentegen is zo ontgoocheld over de wereld dat hij vreest dat God, vooraleer Hij iets moois kan maken, de verloederde wereld eerst zal moeten vernietigen. Alleen wie zich bekeert, zal die vernietiging overleven.

Hoe verschillend ook van toon, beiden verkondigen dezelfde boodschap: gooi het roer om. Maken we in ons hart en in ons leven ruimte opdat God in ons kan worden geboren, opdat zijn aanwezigheid zichtbaar moge worden in de manier waarop wij elkaar bejegenen.

(Bron: ‘Zondagsvieringen Dominicanen)

 

Jeruzalem, leg uw kleed van rouw en ellende af;

en bekleed u voor immer met Gods heerlijke schoonheid.

Sla uw mantel van Gods gerechtigheid om,

zet op uw hoofd de schitterende kroon van de Eeuwige.

Want God leidt het jubelende Israël in zijn heerlijk licht;

met zijn barmhartigheid zal Hij hen omgeven

én met zijn gerechtigheid.

(Baruch 5,1-2.9)

 

Toen kwam het woord van God over Johannes,

die in de woestijn verbleef.

Een stem roept in de woestijn:

bereidt de weg van de Heer:

de ruwe wegen moeten effen worden.

En heel de mensheid zal Gods redding zien.

(Lucas 3,2.5-6)

 

‘EEN ANDERE STEM’

 

Wanneer je aandachtig luistert naar de ouverture van een opera dan hoor je in kleine muzikale motieven bepaalde aria's die naderhand zullen klinken. Zo'n ouverture maakt je al nieuwsgierig of, wanneer je de opera beter kent, roept al gelijk herkenning op!

Zo is het ook met wat wij vandaag in het Lucasevangelie horen: door bepaalde namen te noemen wordt de tijd waarin Jezus geboren wordt heel concreet, maar dat is het niet alleen. Je moet goed letten op welke en wat voor een soort mensen er genoemd worden om die tijd aan te duiden. De romeinse keizer wordt genoemd en zijn landvoogd in Judea Pontius Pilatus, Herodes en zijn broer Filippus en tenslotte de religieuze overheid in de persoon van Annas en Kajafas.

Het zijn die machthebbers, de groten der aarde die in hun familie de functies verdeeld hebben en die een kwalijke rol zullen spelen in het leven van Jezus. Herodes wordt 'een vos' genoemd, Pilatus is een gewetenloze hielenlikker van de keizer en de hogepriesters zijn de mensen die zogenaamd op Gods gezag Jezus uit de weg ruimen.

In die wereld van vriendjes- en machtspolitiek, die verrassend veel lijkt op de wereld waarin wij leven, klinkt in een uithoek, in de woestijn een stem waarin wij de woorden herkennen van de profeet Jesaja: 'keer je om en schep rechte verhoudingen'.

Die stem is een andere dan die van de machthebbers die hun wil opleggen aan anderen en een wereld zoeken waarin zij het voor het zeggen hebben. Dit is een stille, weerloze maar indringende stem, het is de stem die van meet af aan en tot op vandaag in onze wereld klinkt en die roept 'mens, waar ben je, waar is je zuster, waar is je broeder?' Door ernaar te luisteren worden wij bepaald bij waar het nu werkelijk in onze wereld om draait: om het recht van de sterksten of om het kwetsbare gezicht van de mens naast je?

Evenals Baruch het volk in de tijd van de ballingschap moed insprak en de hoop deed herleven op een andere wereld, worden ook wij geroepen om niet mee te heulen met de waan van de dag en het verlangen naar macht, maar ons te bekleden met 'vrede door gerechtigheid' en 'glorie door vroomheid'. Wij worden geroepen om weer vroom te worden, in de juiste vorm te steken en te leven in het besef van een God die 'genade' is, zoals de naam van Johannes betekent. Waar wij met elkaar gaan leven in de aanwezigheid van een God die ruimte maakt voor mensen en zijn zon laat schijnen over mensen opdat zij elkaar zien en beminnen, worden wij opnieuw geboren tot mensen zoals God die voor ogen staan, mensen die lijken op de zoon van Maria waarvan wij de geboorte verwachten.

In het perspectief van die verwachting heb ik veertig jaar mogen vieren en verkondigen. Ik heb dat woord elke dag als nieuw mogen beluisteren en verder vertellen en er is nog niets van die vreugde verdwenen, integendeel zij is gegroeid en heeft mij gemaakt tot een gelukkig mens die naar een woord van Eckhart kan zeggen: 'mijn ziel is jong in mij als op de dag dat ik geboren ben'. Daarvoor dank ik mijn ouders die mij in vroomheid zijn voorgegaan en allen die mij bevestigd hebben in de weg die ik in goede en slechte dagen ben gegaan.

Moge het ons allen gegeven worden elke dag opnieuw gevoelig te zijn voor het roepen van een God die ons zoekt en vraagt om deze lieve aarde bewoonbaar te maken voor velen. Dat is de weg naar vrede! 

(Henk Jongerius O.P.)

 

ADVENT

 

God, de weg van het geloof

is voor geen mens gebaand,

niet uitgedacht of aangelegd

als een patroon van zekerheden.

 

Wij kunnen enkel

in uw licht trachten te staan

met open ogen

en zien dat Gij onachterhaalbaar zijt,

altijd anders dan wij U denken:

een stem van vuur, een zachte bries.

Onverwacht woord,

veerkracht of levensadem.

 

Ga dan, God,

met allen die U zoeken,

de lange weg

van twijfel naar vertrouwen.

 

En in de leegte

waarin wij soms moeten staan,

kom ons daar tegemoet.

Houd Gij ons vast,

opdat wij leren loslaten

wat niet tot leven wekt.

Laat ons uw adem voelen,

als een mantel om ons heen.

Kris Gelaude



1847487-f3ccdd27d2000e3f9255a7e3e2c48800.jpg

1847487-ccc960d4449d80510825954f74d82953.JPG

1847487-75417d4b50a028d8a3786501ba06d05d.JPG

1847487-4ed3c729d627eea2f43c3f216a3334e2.JPG

1847487-0453dfe9f8a208a65fd68f2d8c6321aa.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 08:31 Reageer op dit bericht

DOORDENKEN OP DONDERDAG

Advent wordt het als de dagen somber zijn.

We snakken naar zon

en ontsteken de lichten.

Maar we weten dat er – ook dicht bij ons –

mensen zijn die soms een leven lang

in de schaduw gezet worden.

 

Advent is het als de winterkou komt.

We verlangen naar warmte en geborgenheid.

En we voelen ons verbonden met mensen

die menselijke warmte tekortkomen.

Mensen die, letterlijk of figuurlijk,

in de kou gezet worden.

 

Advent is een oproep

om warmte en licht uit te stralen,

voor hen

die niet ten volle kunnen leven.

We willen verandering brengen

voor mensen aan wie onrecht wordt gedaan,

voor mensen die door armoede uitgesloten worden.

 

Advent is een kans

om wat ons is gegeven,

te delen en aan anderen door te geven.

Een kans om wat krom is, recht te trekken,

om wie inslaapt, wakker te schudden,

om wie hopeloos of radeloos is,

weer te helpen geloven.

 

Advent is licht zien en licht brengen

waar het duister is.

Warmte voelen en warmte geven

waar het koud aanvoelt.

 

Vrij naar Bezinningen Dominicanen

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Omer om 12:51 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

ER KOMT GEHOOR …

 

Er komt gehoor voor onze nood,

de wachttijd gaat verlopen.

Zie, weldra wordt het Woord voltooid

en gaat de hemel open.

 

Voor wie aan deze wereld leed

zal zich de hemel tonen.

Zie, God die alles van ons weet

zal bij de mensen wonen.

 

Maak alle wegen voor Hem recht,

nu wij de hoop ontwaarden.

Zie, vrede is ons aangezegd,

de hemel raakt de aarde.

 

Wij zullen licht en redding zien,

een Kind zal God ons geven.

Wij zullen woning zijn en lied,

wij zullen leven.

 

Jan Veulemans

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Omer om 17:30 Reageer op dit bericht

Meer van Doorheen de dagen

↑ Terug naar de berichten