Naar de inhoud

Doorheen de dagen

Ervaringen besproken
akke.beakke.be

GEDICHT VAN DE WEEK

HET CARILLON

Ik zag de mensen in de straten,
hun armoe en hun grauw gezicht, -
toen streek er over de gelaten
een luisteren, een vleug van licht.


Want boven in de klokketoren
na ’t donker-bronzen urenslaan
ving, over heel de stad te horen,
de beiaardier te spelen aan.



Valerius : - een statig zingen
waarin de zware klok bewoog,
doorstrooid van lichter sprankelingen,
‘Wij slaan het oog tot U omhoog.’



En één tussen de naamloos velen,
gedrongen aan de huizenkant
stond ik te luistr’ren naar dit spelen
dat zong van mijn geschonden land.



Dit sprakeloze samenkomen
en Hollands licht over de stad –
Nooit heb ik wat ons werd ontnomen
zo bitter, bitter liefgehad.



(Ida Gerhardt) – Oorlogsjaar 1941

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Omer om 18:08 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

ZONDAG 7 MEI

4de PAASZONDAG A – 7 MEI 2017
‘IK BEN DE DEUR VOOR DE SCHAPEN …’

Herders, kudden en schaapstallen zijn al tientallen jaren uit ons straatbeeld verdwenen, evenzeer als uit het gewone leven van de meeste mensen. En toch vinden ze aansluiting bij die zo weinig meetbare en toch zo belangrijke wereld van onze diepste verlangens. Is het omdat zij in onze kindertijd zo overvloedig aanwezig waren? Misschien koesteren we, ouder wordend, nog een vage herinnering aan die warme tijd, toen we kind waren in de polder en een wat wereldvreemde herder in het schemerdonker met zijn kudde naar de stal ging. Bovendien, de juf van de kleuterklas kon er zo mooi over vertellen en tekende op het bord met haar meest kleurrijke krijtjes tafereeltjes die de tijd trotseerden: drie, vier lammetjes die in de wei huppelden met moeder schaap. En wij werden diep doordrongen van haar verhalen. Het kleine, onschuldige lammetje – in andere verhalen viel het ten prooi aan een boze wolf – was een weerloos wezentje, waarin wij – zelf klein en weerloos vaak – onszelf herkenden … we leefden mee en werden zelf beetje bij beetje dat lieflijke, bedreigde schaapje.
‘Ik ben de deur voor de schapen’, zegt Jezus vandaag over zichzelf. Met die achtergrond uit onze prille kindertijd verstaan wij maar al te goed wat Jezus bedoelt. Doorheen ZIJN leven biedt HIJ een toegang die WIJ voor ONS leven nodig hebben. In de rollercoaster van impressies, beelden, invloeden en feiten, die ons van alle kanten overrompelen worden ons zoveel poorten en wegen naar geluk en leven opgedrongen, die niet zelden doodlopende sporen blijken, waar we aan het eind troosteloos en verweesd achterblijven. Wegen ook waar zoveel valse herders – rovers en dieven, noemt Jezus hen – ons met hun mooiste glimlach trachten te misleiden voor eigen winst, eigen voordeel, eigen macht.

Zusters en broeders,
geduldig verdragen
dat u te lijden hebt vanwege uw goede daden,
dát is het wat God behaagt
En het is ook uw roeping,
want Christus heeft voor u geleden
en u een voorbeeld nagelaten;
u moet in zijn voetstappen treden.
(1ste Brief van Petrus 1,20-22)


Een andere keer zei Jezus tot hen:
‘Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:
Ik ben de deur voor de schapen.
Als iemand door Mij binnengaat,
zal hij worden gered;
hij kan vrij in- en uitgaan en zal weide vinden.
Een dief komt alleen maar
om te roven, te slachten en te vernietigen.
Ik ben gekomen,
opdat zij leven zouden bezitten,
en wel in overvloed.’
(Johannes 10,9-10)

‘EEN GOEDE HERDER EN EEN VEILIGE DEUR’

Wie de catacomben in Rome bezocht heeft, weet dat in die begraafplaatsen de Goede Herder de meest voorkomende figuur is. Je ziet hem geschilderd op muren, en gebeeldhouwd op sarcofagen en grafstenen. Het is ook duidelijk wie die Goede Herder is: dat is Jezus, en Hij draagt een schaapje op zijn schouders, als symbool voor de mens die Hij gered heeft.
Het beeld van de Goede Herder leefde zeer sterk onder de eerste christenen, en dat is niet verwonderlijk. De herder speelde ten tijde van Jezus immers een zeer belangrijke rol in het leven en de cultuur van het joodse volk. Het is dus ook geen toeval dat het herders waren die door de engelen op de hoogte werden gebracht dat hun redder, de Messias, geboren was. Dus gingen ze op zoek naar het Kind, en bij hun aankomst vertelden ze wat hun over dat Kind gezegd was. En zo werden ze meteen de eerste missionarissen van Jezus: zij waren de eersten die over Hem vertelden, en ‘allen die het hoorden, waren verbaasd over hun woorden,’ zo staat het in het Bijbelverhaal.
Maar vandaag gaat het niet over die herders, wel over Jezus die zichzelf een goede herder noemt. Hij noemt zich ook de veilige deur van de kooi waarin de schapen de nacht doorbrengen uit vrees voor dieven die ‘alleen komen om te stelen, te slachten en te vernietigen’, zoals Jezus zegt.
Een goede herder en een veilige deur … Hoe fantastisch zou het zijn als leiders van het volk geen dieven, maar goede herders waren. Als ze niet uit waren op rijkdom, macht en eigenbelang, maar op het welzijn van hun volk. Als ze niet streefden naar muren tussen de volkeren en naar oorlog om hun macht te tonen, maar naar wederzijdse hulp. Als ze geen vreselijke wapens, maar vrede zouden bouwen.
En welke heerlijke woonplaats van God de Heer zou onze Kerk zijn als alle kerkelijke leiders goede herders zouden zijn. Als ze niet zouden denken aan hún Kerk, hún leer, hún wetten en hún macht, maar aan de Kerk van God, de Kerk van Jezus. Als ze zouden meebouwen aan een Kerk waar geen plaats is voor oordeel en veroordeling, maar voor liefde en vrede. Een Kerk voor iedereen, voor vrouwen zo goed als voor mannen, voor mensen van een ander ras en een andere geaardheid, voor alle mensen, want allen zijn we kinderen van dezelfde Vader.
En laten we ook onszelf niet vergeten. Zijn wij goede herders voor ons gezin, onze familie, onze buren, onze kerkgemeenschap, onze medemensen? En gaan wij altijd door de juiste deur, de deur die Jezus is, of gaan we soms liever door valse deuren die leiden naar kromme en stiekeme wegen? Is de stem van de Goede Herder altijd herkenbaar in ons doen en laten, of luisteren we liever naar de stem van sluwe herders met valse beloften over winst en eigenbelang?
Zusters en broeders, zoals elk jaar is het op de dag van de Goede Herder ook roepingenzondag. Wellicht bidden we dat er meer roepingen zouden zijn. Mannen en vrouwen die zich geroepen voelen om herder te zijn in Gods Kerk. Het is goed dat we daarvoor bidden, maar laten we zeker niet vergeten dat roepingendag ook op ons slaat, want allen zijn we geroepen om herders, om goede herders te zijn. Herders die leven naar Jezus’ woorden en daden, en die dat niet met tegenzin doen. Op het einde van het evangelie zegt Jezus: ‘Ik ben gekomen opdat mijn schapen leven zouden bezitten, en wel in overvloed.’ En misschien vragen we ons af wat dat ‘leven in overvloed’ is. Wel, dat is niets anders dan leven naar Jezus’ woorden en daden. Het is dus leven in geloof, hoop en liefde. En leven in de genade van Gods aanwezigheid onder ons. En leven om mee te bouwen aan Gods Koninkrijk, het Rijk van liefde, vrede en gerechtigheid. Tot dat leven in overvloed worden we geroepen op deze roepingenzondig, op deze dag van de Goede Herder. Laten we proberen aan die roeping te beantwoorden, alle dagen van ons leven. Amen.
(Romain Debbaut)



Vaak in een vreemde stad
traag en nieuwsgierig op pad
vond ik na urenlang lopen
hekken of poort wijdopen.
         
Keek in het grijze schrijn
van een getegeld plein
teruggetrokken tegen
gevels vol goudenregen.
       
Keek in een tuintje dat
krap tussen muren zat
vechtend om vrij te komen
langs de ladders der bomen.
           
Keek in het niemandsland
van een sneeuwwit kloosterpand
waar uit de kerk de kalme
golfslag begon van psalmen.
         
En toen er niets meer was
dan groene stilte van gras
liep ik gelukkig verder
want de Heer was mijn herder.
         
Anton van Wilderode



2033974-f3ccdd27d2000e3f9255a7e3e2c48800.jpg

2033974-156005c5baf40ff51a327f1c34f2975b.jpg

2033974-6bade8110601de30c47dd51084ffc663.JPG

2033974-d0096ec6c83575373e3a21d129ff8fef.jpg

2033974-45ed3e5a1e47deb9c5c01fdc9389cc03.JPG

2033974-18e2999891374a475d0687ca9f989d83.jpg

2033974-fe5df232cafa4c4e0f1a0294418e5660.jpg

2033974-8cda81fc7ad906927144235dda5fdf15.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Omer om 08:36 Reageer op dit bericht

DOORDENKEN OP DONDERDAG

BRIEF AAN IEMAND DIE OP ZOEK IS NAAR GOD

Beste vriend,

Op zoek naar God zal je de berg beklimmen zoals Mozes het je voordeed; je gaat in zijn sporen en dat besef bereidt je voor op iets groots. Het weidse uitzicht zal je de adem benemen en je zult in vervoering God danken. Tot je weer nuchter bent, zal je denken dat je God hebt ontmoet. En dat is goed zo. Maar hou vol, geef de moed niet op.

Als je verlangen vurig blijft branden, zal je naar de abdij gaan en het leven van de monniken delen. Je zult met hen zingen, je zult je gedragen weten door God bewogen mensen en God danken. Tot je weer nuchter bent.

Je zal luisteren naar de cantates van Bach en in tranen uitbarsten en God danken voor zoveel schoonheid. Tot je weer nuchter bent.

Je zal de woestijnervaring van Jezus zoeken. In Zijn sporen kan je niet anders dan God ontmoeten. In een kluis zul je bidden en stil zitten. Zeven dagen lang. Voor je het weet tel je de dagen af. Soms ben je helemaal in gedachten verzonken en weet je niet meer welke dag het is. Je prijst je gelukkig om dit te mogen meemaken. Soms overvalt je een gevoel van onzin. Je knieën doen pijn. Waartoe dient dit alles? Gelukkig heb je geestelijke lectuur bij en je begint te lezen. De woestijnvaders geven je moed. Ze beschrijven wat je nu meemaakt. Je bent fier dat het je lukt tot het eind van de 7 dagen. Je vraagt je af in welke mate je zult veranderd zijn. Want de woestijn verandert een mens. Tot je weer nuchter bent.

Maar ook de sterkste moed wordt gebroken, mijn vriend. Je bent niet langer nuchter maar dronken van droefgeestigheid. Je hebt er geen zin meer in om God te zoeken. Het vuur lijkt geblust. Tot wat dienen al die inspanningen? Het vreet aan je tot je van ellende je fiets neemt en wenend langs het kanaal fietst om niet in bed te kruipen van ellende. Je zal de god vervloeken die je dwingt om hem te zoeken en die je telkens ontnuchtert als je dacht hem te hebben gevonden. De tranen zullen je onmacht nog versterken, je roept het uit “Mijn God, Mijn God, waarom hebt Ge mij verlaten?”. Tot de tranen opdrogen en het stil valt in je hart; het stil valt in je hoofd.

De wereld lijkt rustig ook al raast de wind over het water en striemt de regen je gelaat. Je glimlacht en weet niet waarom. Je ademt diep in en uit.

Uren zit je op de bank ondanks regen en wind. Mensen die je lief hebt verschijnen. Je weent voor wie je tekort hebt gedaan en ziet wat je te doen hebt. Je ademt weer diep in. De ruimte in je borst ademt vrijheid. Het begin van een vernieuwd zoekproces naar God.


Steeds vaker zul je de berg opgaan om vanuit die onmacht God te ontmoeten. En je zal merken dat je er zo ook mag zijn. In verdriet om niet te voldoen aan wat je zou willen zijn of zou willen doen zal je naar de cantates van Bach luisteren. De mildheid voor jezelf zal je tot troost zijn. In je kluis zal de ontmoeting met onmacht en verdriet de verveling doorbreken. Je twijfels worden een essentieel stuk van de weg naar God die je helpt mildheid te ontwikkelen tegenover elk aspect van jezelf.

Maar wees op je hoede, vriend. Denk aan de jonge godzoeker die in wanhoop de hoogste berg beklom en niet meer weerkeerde. Vond hij God? Hij vond de dood. Alles wat je tot nu toe hebt gedaan is slechts voorbereiding om Gods gelaat te kunnen zien in het gelaat van iedere medemens: bedelaar, kapitalist, ontspoorde jongere, pedofiel, gehandicapte, gevangene, fraudeur, mishandelende ouder, werkloze, de neonazi … Je ziet de plaatsen om God te ontmoeten zijn ontelbaar. Je hoeft er niet naar te zoeken, je komt ze overal tegen. Laat je dus niet afleiden door een gelukzalig gevoel op een berg of in een kluis, door de vrede na een emotionele bui … ze zijn slechts voorbereiding.

Ga en blijf op weg gaan op zoek naar het ware leven, d.i. waar God tot leven komt tussen mensen.


Hendrik Van Moorter - Holsbeek

(Uit de bundel: ‘Tweeëntwintig brieven aan mensen die op zoek zijn naar God’ – Een uitgave van Catechesehuis, een huis voor spiritualiteit en geloofsbeleving)

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Omer om 18:07 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

PRINSESJE ANNABEL

              

Er was eens een prinsesje en ze heette Annabel;
nu moet je heel goed luisteren, naar wat ik je vertel:
Ze had twee blonde vlechtjes en een kroon van diamant
en ‘s avonds ging ze slapen in haar gouden ledikant,
de koning en de koningin vertelden dan verhaaltjes,
ze werd in slaap gezongen door twee witte nachtegaaltjes,
en meestal was ze lief en zoet, en ieder die haar zag,
hield heel verschrik’lijk veel van haar… maar niet op zaterdag,
want telkens, iedere week opnieuw, op zaterdag, let wel,
dan was ze boos en prikkelbaar, die kleine Annabel,
dan sloeg ze alles kort en klein, dan ging ze aan het schreeuwen
en maakte net zoveel kabaal als zesentwintig leeuwen!
                      
De koning en de koningin die zeiden op een keer:
Nu moeten we er iets aan doen, nu gaat het heus niet meer!
Ze heeft wéér zes lakeien in hun grote teen gebeten!
We zullen vragen of Merijn, de tovenaar, komt eten!
                  
De tovenaar Merijn, dat was een grote tovenaar,
hij zou ‘t prinsesje wel genezen van haar boosheid, reken maar!
Daar kwam hij dan, op zaterdag, daar stond hij op de stoep,
ze gingen prompt aan tafel, bij de vermicellisoep.
Wel, zei de tovenaar Merijn, hoe maakt u het, prinses?
Hoe gaat het met de aardrijkskunde? En pianoles?

‘t Prinsesje keek hem even aan. Ze nam haar lepel beet
en smeet hem met de soep naar ‘t hoofd. De soep was gloeiend heet!
Die arme tovenaar! Zijn haar zat vol met vermicel.
Zo’n kribbekat, zo’n akelige, stoute Annabel!
                 
De koning en de koningin, met tranen in hun ogen,
probeerden om de tovenaar voorzichtig af te drogen.
U ziet het zelf! zo zeiden ze, het is weer zaterdag!
Dan is ze toch zo prikkelbaar, ons dochtertje, ach, ach!
Wat prikkelbaar! zo bulderde de tovenaar Merijn,
ik zal dat snertkind wel eens leren, prikkelbaar te zijn!
Hij zwaaide met zijn toverstaf, en toen opeens, jawel
daar zat een heel klein egeltje, in plaats van Annabel.
De tovenaar verdween door ‘t raam, datzelfde ogenblik,
de koning en de koningin, die gilden van de schrik,
ze huilden en hun tranen vielen in de gouden borden,
nu was hun kleine Annabel een egeltje geworden!
                     
Een egel vol met stekeltjes, wie had dat ooit gedacht,
maar net als and’re avonden werd zij naar bed gebracht,
de koning en de koningin vertelden haar verhaaltjes
en net als anders zaten daar de witte nachtegaaltjes…
                 
Wat deed de tovenaar Merijn? Hij ging naar zijn kasteel,
hij kroop in ‘t bad, hij nam een boender met een lange steel,
en waste al de vermicellislierten van zijn hoofd,
en gek, toen hij weer schoon was, was zijn woede ook gedoofd!
Ik ben wel heel erg hard geweest, zo dacht hij bij zichzelf,
kan ik er nu nog wat aan doen? Het is al kwart voor elf!
                       
Hij deed zijn grote vleugels aan, en zo, dat niemand ‘t zag,
vloog hij terug en kwam bij ‘t raam, waar ‘t egelkindje lag.
En ‘s morgens vroeg, wie lag daar in haar gouden ledikant,
met kleine blonde vlechtjes en een kroon van diamant?
Dat was geen egelkindje, maar ‘t prinsesje Annabel,
de koning en de koningin, die zeiden: Wel, wel, wel!!!!!
                          
En ‘t mooiste is: ‘t prinsesje is nu altijd even lief.
En zaterdags? Dan ook. Wat zeg je daarvan? Alsjeblief!

                   

Annie M. G. Schmidt

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 07:55 Reageer op dit bericht

ZONDAG 30 APRIL

3de PAASZONDAG A – 30 APRIL 2017
‘GAANDEWEG’

             

‘Gaandeweg’: in dit ene woord kunnen we de hele viering van vandaag vatten. Misschien koesterden wij ooit de waan dat wij, als kind nog, op school, eens en voorgoed DE ABSOLUTE WAARHEID IN ALLE ZEKERHEID hadden verworven. En daarna bleef ons, tot in lengte van dagen, slechts één opdracht over: die onwankelbare waarheid vasthouden en consequent naleven. Had Jezus ons immers niet gezegd dat Hij zelf DE WEG, DE WAARHEID EN HET LEVEN WAS … en wie zouden wij wel zijn om aan die zekerheid te tornen?
Helaas – of gelukkig – is ons leven niet in die mate monotoon en saai. Ook indien wij – om ten volle tot leven te komen – bij Jezus aankloppen, hebben wij niet van meet af aan een voltooid inzicht in de rijke veelzijdigheid van zijn Persoon. Ons leven verloopt stapje voor stapje en dagje voor dagje, soms rimpelloos rustig, soms weifelend en twijfelend, en vaak met veel vraagtekens, angsten ook en misschien een tijdlang zonder tastbaar houvast … en ‘gaandeweg’ kan – in het beste geval – ons zicht zuiverder worden, klaar als het licht op een frisse lentemorgen.
Zo gebeurt het in ieder geval vandaag in het evangelie. Twee mensen gaan op weg – naar Emmaüs gaan ze, weg van Jeruzalem – ontgoocheld omdat hun hoop daar gekruisigd was. Een eindweegs krijgen ze gezelschap van een vreemde, die hun alles leert verstaan, die met hen het brood breekt en zijn eigen leven deelt. Dan gaan hun ogen open: hoewel gekruisigd, is Hij de Levende …
Om meer dan één reden is het verhaal leerrijk. Wie halsstarrig vasthoudt aan zijn eeuwige, onwrikbare gelijk ‘van in den beginne’ loopt wel eens meer het gevaar om – vroeg of laat – met zijn hoofd tegen de muur te botsen. Alleen wie nederig, met open oog en oor, luisterbereid in het leven staat kan hopen ‘gaandeweg’ een stukje beter ‘de diepe dingen’ in te zien en te vatten. Of anders gezegd: TROUW – die deugd die o zo mooi is – mag niet verward worden met verstarde koppigheid.

            

Daarop trad Petrus naar voren en sprak de menigte toe:
‘Israëlieten, luister naar wat ik u zeg:
Jezus uit Nazaret is door God tot u gezonden.
Deze Jezus hebt u door heidenen laten kruisigen en doden.
God heeft hem echter tot leven gewekt.’
(Handelingen 2,14.22-23)

           

Toen zei hij tegen hen:
‘Hebt u dan zo weinig verstand en bent u zo traag van begrip?
Moest de messias al dat lijden niet ondergaan?’
Daarna verklaarde hij hun
wat er in al de Schriften over hem geschreven stond.
(Lucas 24,25-27)

      

EMMAÜS OP ONZE WEG

Zusters en broeders,
De Emmaüsgangers is een heel bekend en heel geliefd verhaal over twee diep ontgoochelde leerlingen die onderweg zijn van Jeruzalem naar hun dorp Emmaüs, en dan ontmoeten ze Jezus. Maar om verschillende redenen is het ook een heel merkwaardig verhaal. Vooreerst heeft men nooit kunnen achterhalen over welk dorp het gaat. In het verhaal ligt Emmaüs op ruim elf kilometer van Jeruzalem, maar daar is nooit een dorp geweest dat die naam draagt. Merkwaardig is ook dat de leerlingen Jezus onderweg niet herkennen, maar dat ze Hem wel herkennen bij het breken van het brood. Waren ze dus ook aanwezig op het Laatste Avondmaal? En ten slotte: een van beiden heet Kléopas, maar de andere wordt niet bij naam vernoemd.
Misschien wijst dit alles erop dat de evangelist Lukas hier een verhaal vertelt over iedereen en overal. Het niet-bestaande dorp Emmaüs zou dan het synoniem zijn van ‘overal’, en de niet bij naam genoemde tweede leerling staat dan voor ‘iedereen’. Dus ook voor ons. En dan kunnen we ons afvragen waar wij staan in het verhaal.
Zijn wij zoals de diep ontgoochelde leerlingen? Alles hebben ze achtergelaten om Jezus te volgen: hun werk, hun woning, hun familie. Ze hadden dat gedaan omdat ze, zoals ze zelf zeggen, heel sterk onder de indruk waren van die ‘man die een profeet was, machtig in daad en woord in het oog van God en van heel het volk.’ Maar nu zijn ze diep ontgoocheld en moedeloos, en geloven ze ook niet meer in een betere toekomst. Ze zijn zelfs zozeer ontgoocheld dat ze Jezus niet eens herkennen. En wellicht is dat voor ons heel herkenbaar. Ook wij gaan soms diep gebukt onder ontgoocheling, moedeloosheid, tegenslag en ellende van ziekte en dood, en misschien herkennen ook wij Jezus dan niet als we Hem ontmoeten. We herkennen Hem niet in zijn belofte dat Hij altijd bij ons is en met ons meegaat. We herkennen Hem niet in zijn woorden en daden die we in elke viering gedenken, en we herkennen Hem ook niet in de vele heiligen die in zijn naam geleefd hebben en gestorven zijn. Hoeveel namen van onze dorpen, steden en kerken beginnen niet met ‘Sint’, maar kennen we ook de heiligen die daarop volgen? Herkennen we in Maarten, Gertrudis, Joris, Laurentius, Jacob en zoveel anderen de woorden en daden van Jezus, of zijn het alleen maar namen, niets meer dan namen?
En moet Jezus misschien ook tegen ons, net als tegen de Emmaüsgangers, zeggen dat we ‘onverstandigen’ zijn? Geen ‘ongelovigen’, maar ‘onverstandigen.’ Want in Hem geloven, dat deden de Emmaüsgangers, en dat doen wij ook. Zij zegden dat ze ‘leefden in de hoop dat Hij degene zou zijn die Israël ging verlossen.’ Voor hen is dat dus de Messias: de redder die Israël zou bevrijden van de Romeinen, en daarom noemt Jezus hen ‘onverstandigen’. Want Hij is helemaal niet de Messias van wereldlijke macht, integendeel, Hij is de Messias van goddelijke liefde, vrede en barmhartigheid. Is Hij dat ook in onze ogen, of is Hij voor ons dezelfde Messias als voor de Emmaüsgangers: de redder dus die ons van ongeluk, ziekte, ellende en dood zal bevrijden, en die ons zal vertroetelen op onze weg van egoïsme en eigenbelang? Zijn ook wij zulke ‘onverstandigen’?
Zusters en broeders, wanneer ze in hun dorp aankomen, nodigen de leerlingen Jezus uit om bij hen te blijven’, ‘want het wordt al avond en de dag loopt ten einde.’ En die dag, dat is de dag dat hun wanhoop weer hoop, en hun moedeloosheid weer geloof werd. Is dat ook zo voor ons? Nodigen ook wij na moeilijke dagen en moeilijke tijden Jezus uit in de donkerte van ons leven? Vragen ook wij dat Hij bij ons zou blijven, zodat we in het breken en delen van het brood een teken van zijn aanwezigheid onder ons zouden herkennen? Het breken en delen van het brood van liefde, van vrede, van gerechtigheid, van oprecht geloof. Moge het zo zijn: dat we Jezus altijd opnieuw in ons leven zouden uitnodigen, zodat we niet verdwalen in de donkerte die ons leven en dat van onze medemensen soms kan zijn. Amen.
(Romain Debbaut)

    

ZO MAAR ONDERWEG

Naar Emmaüs gingen zij, net zoals wij onze weg gaan. Naar Emmaüs ging Hij mee, ook als zij de verkeerde kant uit gaan, weg van Jeruzalem. Hij is een vreemdeling. En stelt de eerste vraag: ‘Waarover lopen jullie zo druk te praten?’ En zij mogen vertellen … honderduit.
Het lijkt ons eigen leven. Hij is bij ons, vaak onbekend, en vraagt: ‘Wat houdt je bezig? Waar is je hart?’ En wij mogen vertellen. Een persoonlijk gebed, een gesprek van mens tot mens.
Hij loopt mee en luistert, en kijkt ons teder aan. En als ons hart openstaat, gaat Hij vertellen. Zijn verhaal, met woorden en beelden uit de Schrift.
Gaandeweg herkennen we Hem, eenvoudig en klein, zoals Hij ooit zei: ‘Kom tot Mij, die onder lasten gebukt gaat. Ik zal u verlichting schenken.’ Hij geeft de sleutel van zijn leven, de sleutel van DE WEG: ‘wees zachtmoedig en nederig van hart’. En: ‘heb elkander lief, zoals Ik u heb liefgehad’.
Ons hart wordt warm bij zijn woorden. Hij vervult ons diepste verlangen. Maar Hij dwingt niet. Hij is bereid ook zo verder te gaan. Zonder ons.
Maar als ons hart bereid is, vragen wij net als de leerlingen: ‘Blijf bij ons! Het wordt avond.’ Hij heeft iets wakker gemaakt in ons. Door zijn woorden, door het delen van het brood. En – voor wie zijn weg gaat – evenzeer door hen, die geen brood hebben om te delen.
In wat Hij zegt, in wat Hij doet, door mensen, zien we Hem. Gaandeweg. En we keren terug, naar Jeruzalem, naar het land waar de mensen wonen. Om te vertellen wat ons zo diep beroert. En om zijn weg, DE WEG, te gaan.


Als je morgen
morgen
morgen
naar “Emmaüs” moet,
en onderweg
komen er vragen in je hart
en twijfels in je geest,
en zinkt de moed in je schoenen,
zie toe
wie met je meegaat op de weg…

      

Het zal een mens zijn
die eerst vreemd voor je is,
misschien luistert hij
en maakt veel voor je duidelijk.
Zijn stem zal warm zijn
en vol begrip;
zijn hand vast en zacht,
en wanneer je hem bij je uitnodigt
om binnen te komen
- het zal bij valavond zijn -
zie toe
als hij met je het brood breekt:
het kan de Heer zijn,
heel duidelijk,
en daarna maar weer
gewoon de mens
die de weg met je gaat…

         

Mogen wij daarom leven
met open ogen,
met open oren,
en met een hart dat openstaat,
dieper ziet, beter hoort en méér verstaat.



2031785-fa5c14b27f64d49d0aa7e44615c91706.JPG

2031785-b1b0518b4b64f987ff58865c0081fb12.jpg

2031785-ce326de334a7891b2ef60652b298e84b.jpg

2031785-2327acc6f41cbe131f67d475adb575ac.jpg

2031785-087ca7b88764916934a650d1639bba08.jpg

2031785-8110321687521fb64618e6fd5493240b.JPG
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Omer om 09:01 Reageer op dit bericht

DOORDENKEN OP DONDERDAG

ANGST EN PIJN

 

Als je moet ontdekken dat je leeft op een tijdbom, onzichtbaar –

als je moet ontdekken dat je haar niet zelf onschadelijk kunt maken –

als je moet ontdekken dat je moet wachten

en afhankelijk bent van de deskundigheid van anderen –

dan tikt de angst in je hart en in je hoofd.

Dan wil je dat tikken wel stilzetten, maar de slinger is onbereikbaar.

 

Als je moet ontdekken dat er een tijdbom is

in het leven van een mens die je na en lief is,

een mens om wie je geeft,

dan probeer je hoopvol te blijven,

ondanks de angst die ook raast in je hart en je hoofd.

 

Als je dit alles moet ervaren

kun je nauwelijks zeggen hoe de dagen en de nachten zijn.

Je voelt je heen en weer geslingerd tussen angst en hoop,

tussen wanhoop en verdriet.

 

Niemand kan die angst en dat verdriet wegnemen.

Ook God die je aanroept, neemt ze niet weg.

Je kunt ze alleen dragen als er liefde is.

Liefde van lieve mensen:

trouw toegewijd, hartelijk en genegen.

 

In die liefde mag je God vermoeden.

Je wordt niet alleen gelaten.

De liefde geeft kracht en hoop,

die liefde zorgt voor je,

die liefde motiveert je om door te gaan.

 

Je bidt om kracht en steun tegen de wanhoop en de angst in.

Je bidt dat je nog tijd gegeven zal zijn.

Je hoopt dat je gesterkt zult worden.

 

uit 'Voor de laatste tijd', Marinus van den Berg

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Omer om 16:20 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

DE NACHTEGAAL

Ik hoorde de nachtegaal zingen
een morgen, heel vroeg, in april,
hij zong van verloren dingen,
ik luisterde, ademloos-stil.

Schuldeloos, schoon en zuiver
klonk mij die oeroude wijs,
er doorvoer mij een vreemde huiver
als de koelt’ uit een ver paradijs.

De dag kwam met licht en geruchten,
toen zweeg plots het nachtegaalslied,
waar ook, sinds dat uur, ik mocht vluchten,
vergeten kan ik het niet.

Frans De Wilde

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 08:25 Reageer op dit bericht

DOORDENKEN OP DONDERDAG

’t Wordt Pasen

als de jonge zonnestralen

ook bij ons zichtbaar worden.

 

’t Wordt Pasen

als de naam van iedere medemens

met respect wordt uitgesproken.

 

’t Wordt Pasen

als de woorden die mensen spreken

liefde en waardering schenken.

 

’t Wordt Pasen

als alles wat we vertellen

vreugde en geluk mag brengen.

 

’t Wordt Pasen

als het oude verhaal van bevrijding

ook ons levensverhaal wordt.

 

(Ziekenzorg)

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 18:23 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

MARIA MAGDALENA OP PAASMORGEN

 

Toen al de anderen waren weggegaan

– Ik zag ze bij de tuinmuur in de verte 
nog redetwisten en verwoed gebaren,
Petrus voorop de stofwolk die de weg wees –

scheen het stiller dan ooit.
 
En ik besefte opeens dat ik alleen was
en de angst om de geboorte van de bleke dag
te storen had de krekels zelfs bevangen
zo stil en weifelend rees het licht,
dat bomen grijparmen werden, bloemen valse ogen,
en ik moet zelf een smalle kaars geweest zijn,
daar in de dunne mist, bij het lege graf.
 
En de twee mannen die in witte kleden
plotseling  voor mij stonden schenen beelden
uit een oud geheimzinnig speelliedje
en maakten mij weer tot een kind. En juist
als in dat spel van vroeger hield ik bei
mijn handen tegen mijn gezicht gedrukt
en schreide, wat ik vroeger had gezongen:
Waar hebben ze mijn meester neergelegd?
 
Ik was een schreiend kind, ik moest maar weggaan
voordat ze zouden lachen om mijn dwaasheid;
ik moest maar weggaan, net als al de anderen,
weg uit de spooktuin, weg uit het valse licht,
als al de anderen. En ik keerde me om
en veegde met mijn mouw mijn tranen weg,
toen ik de tuinman zag. 
 
Hij stond er zo gerust en groot. 
En ’t was of al de bloemen
nu opeens bloemen werden en de bomen
hun groen herkregen, toen hij naar mij keek,
en of ik niet alleen meer was, en of
het graf achter mijn rug niet meer bestond,
niet meer als leegte, als holle angst, en of
een leeuwerik opschoot in zijn stem: Maria!
 
Ik heb het al zo vaak verteld, Johannes,
maar steeds als jij mij met Pasen aanziet is het
alsof ik hem mijn naam weer hoor zeggen,
misschien omdat jij op hem lijkt misschien,
omdat het licht van deze dag jouw kleed zo wit
maakt als het zijne op die ochtend.
 
Maar nee, dat is het niet 
het is omdat het brood dat jij nu in je handen hebt
en mij te eten geeft zijn lichaam is.
Zijn leven, en daarom hoor ik hem vandaag
en meer en ik wil je zeggen dat vandaag
zijn liefde pas geopenbaard wordt,
want je weet, Johannes, dat hij die ochtend in de tuin zei:
houdt me niet vast.
 
En zie nu komt hij zelf, nu komt hij zelf 
om mij weer naar zich toe te trekken,
vast te houden, vast te houden. O, ik weet het wel,
ik kan niet zeggen wat ik zeggen wil vandaag,
maar ‘k ben een kaars die van zijn glorie brandt en
ik ben zo gelukkig want zijn leven is mijn leven.
En dit witte brood, o deze liefde is sterker dan de dood.

 

Michel van der Plas

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 09:55 Reageer op dit bericht

PASEN

PASEN ERVAREN

Enkele overwegingen over

- De noodzaak om ‘Pasen’ te ervaren: mensen hebben, diep in hun binnenste, nood aan een onaantastbaar fundament om in een grondhouding van hoop, door het leven te  kunnen gaan. Dorothee Sölle is er in geslaagd dit op een enige wijze onder woorden te brengen in haar onvolprezen boek: ‘Waar het visioen ontbreekt, verwildert het volk’, een titel, die ontleend is aan het boek ‘Spreuken.

- Hoe kleine, schijnbaar onbenullige ervaringen, een diepe inhoud kunnen openbaren, voor wie met open oog en oor ontvankelijk in het leven staat … en observeert … en dieper denkt. De zo begaafde dichteres en Bijbelkenner Ida Gerhardt heeft vanuit deze ingesteldheid die ‘werkelijkheid achter de werkelijkheid’ gevoeld en doorgegeven.

 

‘Ik kan u geen leven zonder leed of pijn beloven.

Ik kan ook niet beloven

dat alles gauw veel beter zal gaan.

Ik kan niet beloven dat binnenkort

honger en onrecht en oorlog verdwenen zullen zijn.

Ik geloof ook niet dat ik het zelf nog beleven zal.

 

Maar daarom heb ik broeders en zusters nodig,

ik heb troost nodig,

want dat alles is een groot verdriet.

Ik heb die traditie van zoveel eeuwen nodig,

die christelijke traditie,

die terugkijkt naar de Joden en naar Jezus

want die vertelt verhalen

die over bevrijding en over leven gaan.

 

Het is van groot belang dat je mag geloven,

dat een blinde al eens ziende is geworden,

of dat een verlamde al eens is gaan dansen,

en zeker dat een heel volk ooit eens

van die gulzige vleespotten van Egypte is weggetrokken,

dit Egypte achter zich heeft gelaten.

 

Zulke verhalen herhalen en blijven herhalen,

is voor mij de betekenis van de christelijke traditie.

Ik denk almaar terug aan wat ooit gebeurd is

met het oog op mijn toekomst,

én met het oog op de toekomst van ons allen.

 

Ik heb die hoop nodig,

die groeit uit een terugblik op dit verleden:

Er is al eens iemand uit de doden opgestaan.’

                            

(vrije bewerking van een tekst van Dorothee Sölle)

 

PASEN

 

Een diep verdriet dat ons is aangedaan

kan soms, na bittere tranen, onverwacht

gelenigd zijn. Ik kwam langs Zalk gegaan,

op Paasmorgen, zéér vroeg nog op den dag.

 

Waar onderdijks een stukje moestuin lag

met boerse rijtjes primula verfraaid,

zag ik, zondags getooid, een kindje staan.

Het wees en wees en keek mij stralend aan.

 

De maartse regen had het' s nachts gedaan:

daar stond zijn doopnaam, in sterkers gezaaid.

                            

Ida Gerhardt

 

En dan is er nog dit:

PASEN 

In het doodspunt van de tijd,
in de donkerste der nachten,
dieptepunt van antimachten,
grondverloren elk verwachten,
werd het Pasen, nieuwe tijd,
nieuwe toekomst, wonderwijd.

                    

In dit morgenlijk begin,
in dit heden van Gods dromen
– leven aan de dood ontkomen –
ingeplant en opgenomen,
gaan wij vol verwondering,
nieuwe mens, de toekomst in.

                      

Inge Lievaart

 

ZALIG PASEN



2027688-86fc2f891a1fdfda99d1c32bfa3eabdd.JPG

2027688-ad9206da8964a9df2328581d4b0efba7.jpg
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 11:14 Reageer op dit bericht

EEN KRUISWEG VOOR DE GOEDE WEEK

DERTIENDE STATIE

JEZUS WORDT VAN HET KRUIS AFGENOMEN

 

Toen ze alles hadden voltrokken

wat over Hem geschreven staat,

namen ze Hem af van het kruishout.

(Handelingen, 13,29)

 

Hij zal ons armzalig lichaam herscheppen

om het gelijkvormig te maken

aan zijn verheerlijkt lichaam.

(Filippenzerbrief, 3,21)

 

DE HEER JEZUS

in zijn gemarteld gebroken lichaam

wordt Hij van het kruis afgenomen.

De menigte is weg.

Bij de dood houdt alle vertoning op.

De vrienden zijn gebleven

of schuchter beschaamd uit hun schuilplaatsen gekomen.

Zij helpen. Hun handen zijn zachter dan ooit eerder,

en trager.

Zij willen nog niet denken nu.

Hun herinnering zit vol

aanwijzingen en woorden en voorspellingen

die geen rekening houden met dood en einde en voorbij.

Geloof is vergezicht

op de nieuwe aarde, op de nieuwe hemel.

 

HEER JEZUS,

enige ogenblikken hebt Gij weerloos wegend

gelegen in de macht van vriendenhanden,

op de schoot gestrekt van de Moeder

die Uw eerste liefste gelovige was.

Alles zal herbeginnen.

Niets is uit, niets is vergeefs.

Uw kruisweg werd thuisweg.

Het geledigde kruis blijft Uw troon,

het hout wordt verheerlijkt,

alle lijden heeft een bestemming.

Door U.

 

VEERTIENDE STATIE

JEZUS WORDT BEGRAVEN

 

De inwoners van de stad antwoordden:

Het is het graf van de man Gods

die uit Judea gekomen was.

(2 Koningen, 23,17)

 

De laatste vijand die onttroond wordt is de dood.

(Romeinerbrief. 15,26)

 

DE HEER JEZUS

wordt neergelegd in een nieuw graf

dat voor een ander was gereedgemaakt.

Voor Hem is alles nu voorlopig,

de windselen en de lijkwade,

de balsem en het aroma van kruiden,

de barmhartige bezorgdheid.

Even voorlopig en zelfs nutteloos

zijn sluitsteen en rotsmuur.

de zekerheid van de zegels

het kohort van de koele wachters.

en de anonieme nacht.

Het zaad in de aarde,

de korrel in de voor,

de zon achter de kim.

Alles is belofte.

 

HEER JEZUS,

Gij ligt in het graf van een vriend

als een dode, gebed en gebalsemd.

Voor drie dagen maar,

hebt Gij gezegd.

Dan wandelt Gij in de tuin

in het heilig licht van de morgen,

weer zichtbaar verheerlijkt onzichtbaar.

De laatste vijand, de dood,

voor altijd en altijd overwonnen.

Passie wordt Pasen wordt paradijs.

Wij leven U achterna.

 

Anton van Wilderode: ‘De weg die Hij ging’

Foto’s: Kerk Waarschoot



2027465-f1a752cbf8a1477a4149bca779848064.JPG

2027465-0c9a17c625649b6bddd81fc95ea7aa84.JPG
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Omer om 13:40 Reageer op dit bericht

EEN KRUISWEG VOOR DE GOEDE WEEK

ELFDE STATIE

JEZUS WORDT AAN HET KRUIS GENAGELD

 

Jezus ... aan wie gij u vergrepen hebt

door Hem aan het kruis te slaan.

(Handelingen, 5,30)

 

Met Christus ben ik gekruisigd,

en toch leef ik.

(Galatenbrief, 2,20)

 

DE HEER JEZUS

wordt geheel gelijk aan het kruis

dat Hij droeg en dat Hem thans zal dragen:

de rechte stam van het lichaam

(van gemarteld hoofd tot verscheurde voetzool)

en het dwarshout van de doorspijkerde armen en handen.

De Man die al goeddoende

– prekend genezend zegenend –

door zijn land liep

wordt voor altijd de Gekruisigde.

Vier nagels rechtop

in de wig van de wonden.

 

HEER JEZUS,

vanop het kruis bemoedigt Gij en vertroost,

verzoent Gij en verenigt.

Naast U staat de Moeder, naast U sterft verlost

de moordenaar.

Metterdààd herhaalt Gij uw zaligsprekingen

voor geringen en zachtmoedigen,

rechtvaardigen en zuiveren,

barmhartigen en vredesgezinden,

treurenden en vervolgden.

Aan hén belooft Gij troost, opbeuring,

bijstand en bescherming –

het Land en het Koninkrijk.

 

TWAALFDE STATIE

JEZUS STERFT AAN HET KRUIS

 

Daar zult gij sterven op de berg die gij beklimt.

(Deuteronomium, 32,50)

 

Ik zal niet sterven, ik zal leven

en verhalen hoe Jahwe handelt

(Psalmen, 118, 17)

 

DE HEER JEZUS

sterft aan het kruis,

door ons, voor ons.

De aarde – zo bericht ons de Schrift –

werd door duisternis overvallen en beefde,

de tempelvoorhang scheurde doormidden

en de doden wandelden uit hun graven te voorschijn.

Johannes schrijft in het boek van Openbaring

dat het stil werd in de hemel, een half uur lang.

Alles wat voorlopig was is voorbij.

De waarachtige geschiedenis van de mensen begint.

Gelijk in de hemel

alzo ook op de aarde.

 

HEER JEZUS,

Gij zijt voor ons gestorven.

Gij zijt voor ons gestorven:

vijf korte woorden zijn het,

die tegelijk vreselijk zijn, én vol troost.

Wij zijn verlosten, nooit meer alleen,

nooit meer vergeten of verweesd.

Want Gij leeft, en wij zullen leven.

De dood is niet meer, géén verdriet duurt,

alle tranen gedroogd.

Wij verdwijnen niet, wij komen thuis.

Bij de Zoon, bij de Vader.

 

Anton van Wilderode: ‘De weg die Hij ging’

Foto’s: Kerk Waarschoot



2027051-dc0e42b66ea63c19e755b2b2ce6ee420.JPG

2027051-512a6353c09f541f994822c31c412d05.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 07:55 Reageer op dit bericht

EEN KRUISWEG VOOR DE GOEDE WEEK

NEGENDE STATIE

JEZUS VALT VOOR DE DERDE KEER

 

Ik denk: als ze maar niet om mij lachen,

en triomferen als mijn voet struikelt;

haast verlies ik de grond waar ik sta.

(Psalmen, 38, 17-18)

 

Zijn engelen zullen U op de handen nemen,

opdat ge uw voet niet zult stoten aan een steen.

(Lukas, 4,11)

 

DE HEER JEZUS,

valt voor de derde keer, en ligt.

Men geraakt het gewoon,

het is gewoon niet meer de moeite

van het opdringen waard.

Soldaten, tegenstanders en hogepriesters

achterin achteraan in de massa

gnuiven van zelfverzekerdheid:

Hij kan niets méér dan wij,

wij hoeven géén vrees te hebben voor

een plotselinge manifestatie

van macht en mirakel,

niet voor Zijn meesterschap over het lichaam,

niet voor Zijn bevelende stem tot de stof.

 

HEER JEZUS,

driemaal begeeft Gij, driemaal staat Gij weer recht.

Gij wankelt verder tussen het volk dat gaapt

en niet begrijpt.

Gij hebt in deze stad over gespreide mantels gelopen,

over palmtakken en lovertwijgen,

Gij werdt gedragen op verende schouders

in een wolk van sympatie.

Nu gevoelt Gij de harde grond,

het harde kruishout

en de mensen – een hard geslacht.

En tweeduizend jaar later, wij

U méér nabij?

 

TIENDE STATIE

JEZUS WORDT ONTKLEED

 

Zij verdelen samen mijn kleren:

er wordt om mijn mantel geloot.

(Psalmen, 22, 19)

 

Is niet het lichaam méér dan de kleding?

(Matheus, 6,25)

 

DE HEER JEZUS

wordt van zijn kleren beroofd.

Hij wordt de schamelste van allen,

ontluisterd en te kijk gesteld.

Het lichaam van de volwassen man

ontoonbaar, nog enkel raadbaar,

verdwenen onder sluiers van bloed.

Onheelbaar geschonden.

Zie de Mens,

zoals de mensen Hem gemaakt hebben.

Weerloos overgeleverd aan de wereld.

Het Lam dat voor zijn scheerder stom blijft.

 

HEER JEZUS,

in dat bitterste uur

hebt Gij U willen vereenzelvigen

met alle hulpelozen

die overgeleverd zijn aan de grillen en begeerten,

aan de hartstocht en de harteloosheid

van anderen.

In alle komende eeuwen.

Tot in onze tijd.

 

Anton van Wilderode: ‘De weg die Hij ging’

Foto’s: Kerk Waarschoot



2026739-9acf928a602580321bb776a289aea693.JPG

2026739-57973ccb4dd5ed4c08947b6ee25f0cfb.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 08:40 Reageer op dit bericht

EEN KRUISWEG VOOR DE GOEDE WEEK

ZEVENDE STATIE

JEZUS VALT VOOR DE TWEEDE KEER

 

Dan struikelen de helpers

en vallen die geholpen worden.

(Jesaja, 31,3)

 

Heer, ontferm gij u, richt mij op.

(Psalmen, 41, 11)

 

DE HEER JEZUS

valt andermaal.

Wat weegt Hem het zwaarst:

de vermoeidheid of het onbegrip en de onverschilligheid?

de pijn van het lichaam of het eelt van de ziel?

En toch gaat Hij voor hen de zwaarste weg

tot het einde toe.

Met vallen en opstaan.

Klein worden, tot de vernedering en de vernietiging toe.

Oordeel, voorbeeld.

Voor allen die op Hem neerkijken

en voor de nog onzichtbaren

in de toekomst.

 

HEER JEZUS,

Gij kent onze zwakheid en onze trots,

onze bezorgdheid om de schone schijn te bewaren,

onze angst om niet goed voor de dag te komen.

Gij laat ons kiezen.

Voor de waan van de wereld

of voor U.

Voor U.

 

ACHTSTE STATIE

JEZUS ONTMOET DE WENENDE VROUWEN

 

Laat mij daarom weeklagen en kermen,

barrevoets lopen en naakt,

laat mij huilen als de jakhals

en kermen als de uil oehoe.

(Micha, 1,8)

 

Dochters van Jerusalem,

ween niet over Mij,

maar ween over uzelf en over uw kinderen.

(Lukas, 23,28)

 

DE HEER JEZUS

spreekt hen aan als

Dochters van Jerusalem,

kinderen van zijn stad.

Wie zijn zij?

Is de vrouw van de Honderdman onder hen?

De echtgenote van Jaïrus?

De zieke die de zoom van Zijn mantel greep

en genezen werd van de kwaal waaraan zij zo lang al leed?

En Petrus' schoonmoeder die door Hem werd aangeraakt

en opstond uit haar koorts?

En het meisje van twaalf jaar dat Hij uit de dood terugriep?

Zij tonen hun medelijden en hun verdriet.

Zij zijn de zachte kern in een harde verharde massa.

 

HEER JEZUS,

Dochters van Jerusalem,

hebt Gij hen genoemd,

de schreiende vrouwen

die met haar tranen getuigen.

Gij zendt hen vriendelijk terug

naar haar huis en kinderen,

naar haar werk en toekomst,

naar de dag van morgen

die ànders zal zijn nà deze bejegening.

 

Anton van Wilderode: ‘De weg die Hij ging’

Foto’s: Kerk Waarschoot



2026430-7d30fc34fead9f1ac3dda8174994cbec.JPG

2026430-96f90e110ce3f53e13d9b0c6a2e3fff8.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 07:50 Reageer op dit bericht

EEN KRUISWEG VOOR DE GOEDE WEEK

VIJFDE STATIE

 

JEZUS ONTMOET SIMON VAN CYRENE

 

Nu is wat mij dreigde genaderd,

er is geen mens die mij helpt.

(Psalmen, 22,12)

 

Ik geef u kracht, ik kom u zeker te hulp.

(Jesaja, 41,10)

 

DE HEER JEZUS

ziet, tussen de massa die hard is en zonder hart,

één enkele man naar hem toekomen.

Er is moed nodig om uit de anonimiteit te treden,

om bij name genoemd te worden,

om te doen wat anderen niet durven.

Simon van Cyrene,

wij hebben zijn daad van liefde bewogen bewonderd.

Simon van Cyrene draagt het kruis van een vreemde,

de àndere Simon. de Steenrots, laat verstek gaan.

Ik ken hem niet, zegt de eerste, maar hij is een mens

die hulp behoeft.

Ik ken Hem niet, zegt de tweede, ik heb Hem nooit gezien.

 

HEER JEZUS,

iemand van ons heeft U geholpen

terwijl de menigte nieuwsgierig dichterbij drong,

terwijl de leerlingen angstig van op afstand toekeken,

terwijl de schepping onbeweeglijk wachtte.

Gij hebt mensen nodig

om mensen te verlossen.

Wij hebben anderen nodig

die ons naar U verwijzen.

Altijd zal er iemand zijn

die de eerste stap zet

en in wiens spoor wij zullen volgen.

 

ZESDE STATIE

 

JEZUS ONTMOET VERONICA

 

Zie mij aan in uw mateloos erbarmen,

wend uw aanschijn niet af.

(Psalmen, 69,17-18)

 

Hij zal zijn aanschijn niet van u afwenden.

(2 Kronieken, 30,9)

 

DE HEER JEZUS

laat zich de attentie van Veronica welgevallen.

Een vrouw op de lijdensweg,

wie is zij? vanwaar komt zij?

Zij is er,

zij komt.

Zij baant zich een weg

tegen de stroom in,

menselijk zonder menselijk opzicht,

bewogen door geen andere macht

dan de liefde die medelijden is.

Rijker dan ooit tevoren gaat zij heen,

met Zijn beeld op het witte lijnwaad

waarmee zij zweet en bloed wilde betten.

 

HEER JEZUS,

er zijn wellicht geen woorden gesproken

van U tot Veronica,

van Veronica tot U.

Haar daad immers was duidelijk genoeg.

Uw dankbaarheid ook.

Tweemaal tastbaar.

En onvergetelijk.

 

Anton van Wilderode: ‘De weg die Hij ging’

Foto’s: Kerk Waarschoot



2026152-45ed3e5a1e47deb9c5c01fdc9389cc03.JPG

2026152-80b76d027791bfc3b2bc148367fde60c.JPG
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Omer om 08:10 Reageer op dit bericht

EEN KRUISWEG VOOR DE GOEDE WEEK

DERDE STATIE    

JEZUS VALT ONDER HET KRUIS

 

Als door boeven geveld,

zo bent u gevallen.

(2 Samuel, 3,34)

 

Mocht hij vallen, geveld is hij nooit,

want de Heer heeft zijn hand reeds gegrepen.

(Psalmen, 37,24)

 

DE HEER JEZUS

geeft ons een voorbeeld van de hoogste moed:

die van de zichtbare vernedering.

Een mens onder de mensen.

Hij ligt en zwijgt

met alle wonden.

Het hout is hard, de straatkeien

en de plotselinge belangstelling van de menigte

die niets méér is dan nieuwsgierigheid.

Tussen gewoel en geweld

van kijkers en knechten

staat Hij op, staat Hij recht.

 

HEER JEZUS,

geef ons inzicht én uitzicht.

Laat ons niet overmand worden door last of leed,

niet toegeven aan de bekoring

om het op te geven of te versagen.

Verleen ons de durf om van U te zijn,

genoemd met Uw naam,

gered door Uw bloed.

Uw getuigen voor U

niet enkel op een feestelijk moment

met velen samen,

maar altijd in het gewone leven van alledag

en soms alléén.

 

VIERDE STATIE

JEZUS ONTMOET ZIJN MOEDER

 

Zij ontmoeten elkander, genade en waarheid,

gerechtigheid en vrede.

(Psalmen, 85,11)

 

Want dit zegt Jahwe:

Zoals een moeder haar zoon troost,

zo troost Ik u.

(Jesaja, 66,13)

 

DE HEER JEZUS

ziet zijn moeder,

de eerste en laatste getuige,

de eerste en laatste toevlucht.

Zij bleef op de achtergrond

in de dagen van glorie,

maar is Hem nabij op de weg van zijn lijden,

op de weg naar zijn dood.

Zij wéét wat verdriet is en leed.

Daarom zegt zij weinig.

Of véél: met haar oogopslag en haar groet,

met haar onmachtige handen.

 

HEER JEZUS,

zoon van Maria,

Gij zijt van haar weggegaan

uit gehoorzaamheid aan de Vader.

Gij hebt gekozen.

Niet voor een vreedzaam en veilig bestaan,

beneden in het land van de mensen,

maar voor de berg van het offer.

Eén kort ogenblik lang

wordt Gij weer het kind en de knaap van Nazareth.

Daarna, en voorgoed,

De Man-van-smarten naast de Moeder-van-smarten.

Een teken van tederheid in het tumult rondom.

 

Anton van Wilderode: ‘De weg die Hij ging’

Foto’s: Kerk Waarschoot



2025874-6bade8110601de30c47dd51084ffc663.JPG

2025874-a7ee56745585a55a4703baadfbd9f5c1.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 10:45 Reageer op dit bericht

EEN KRUISWEG VOOR DE GOEDE WEEK

EERSTE STATIE

 

JEZUS WORDT TER DOOD VEROORDEELD

 

Gij hebt de rechtvaardige gevonnist en vermoord.

(Jakobus, 5,6)

 

Hij die de zondaar vrijspreekt

en hij die de rechtvaardige veroordeelt:

beiden zijn ze Jahwe een gruwel.

(Spreuken, 17,15)

 

DE HEER JEZUS

staat voor Pilatus,

voor de redeloze vrees van de rechter

voor de macht van de massa.

Pilatus zegt: Zie de Mens!

Dat betekent: Hier is hij, zo is hij,

zo hebt gij hem gemaakt,

zo lever ik hem aan u over.

Pilatus zegt: Zie, ik was mijn handen

in water wit.

Ongewassen handen voeren Jezus weg.

De Heer van het Leven wordt verwezen tot de Dood.

De daad bij het woord.

 

HEER JEZUS,

wat blijft over van alle namen

waarmee wij U hebben genoemd:

Rabbi en Leraar,

Meester en Magister,

Gezalfde en Gezegende,

Verlosser en Heiland,

Eerstgeborene en Bruidegom,

Zoon van David, Zoon van God.

Alleen nog maar:

Lam, dat onze zonden wegdraagt.

 

 

TWEEDE STATIE

 

JEZUS NEEMT ZIJN KRUIS OP

 

Ik blijf u dragen en torsen,

ik zal u redden.

(Jesaja, 46,4)

 

Als iemand zijn kruis niet draagt en mij volgt,

kan hij mijn leerling niet zijn.

(Lukas, 14,27)

 

DE HEER JEZUS

neemt het kruis op zijn schouders,

van Gabbata tot Golgota,

van het Rechtsplein tot de Schedelplaats.

Hij torst het teken van schande en verlossing,

van vernietiging en voortbestaan,

van bestraffing en heil.

Hij gaat de kruisweg, de weg van de keuze.

Hij predikt met zijn leven, met zijn dood.

Want Hij kwam niet om te verklaren,

maar om te vervullen.

 

HEER JEZUS,

aan het teken van het kruis

– het éérste dat wij leerden vragen

en het lààtste dat ons wordt meegegeven –

zal men zien dat wij Uw leerlingen zijn,

dat wij van U zijn.

Leer ons aanvaarden wat ons overkomt

want het komt uit Uw handen.

 

Anton van Wilderode: ‘De weg die Hij ging’

Foto’s: Kerk Waarschoot



2025744-63c85d8fea3a65f4a0888e30607c53a7.JPG

2025744-75fbb7f751dcbed3164815928ce30210.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 20:12 Reageer op dit bericht

PALMZONDAG

ZONDAG 9 APRIL 2017

PALMZONDAG

Vandaag is het de eerste dag van een week die onze geschiedenis diepgaand heeft beïnvloed. Met applaus en gejuich halen wij vandaag een Man in van wie wordt gezegd dat Hij een Koning is, maar Hij rijdt op een ezel. Er wordt gezegd dat Hij de Redder van de wereld is, maar zijn volgelingen zijn vissers die niets anders bezitten dan een enorme geestdrift en een begrensde liefde. Er wordt gezegd dat Hij de eeuwen zal trotseren, maar de officiële leiders hebben het net al gespannen. De kruisbalk ligt gereed en het graf wacht.

Met Palmzondag loopt onze weg doorheen het groen, maar Witte Donderdag en Goede Vrijdag komen al in zicht – dagen die een cruciale rol spelen op onze weg naar Pasen.

(Zondagsvieringen Dominicanen)

 

Laat u leiden door het voorbeeld van onze Heer:

Hij was Gods gelijke en evenbeeld,

maar wilde zich niet vastklampen aan die gelijkheid.

Uit eigen beweging heeft Hij de gestalte

van een dienstknecht aangenomen,

en is mens geworden.

Bovendien, als mens was Jezus maar gering,

deemoedig en gehoorzaam tot de dood,

ja zelfs, tot de dood aan een kruis.

(Brief aan de christenen van Filippi 2,6-8)

 

Nadat zij de lofzang gezongen hadden, gingen zij naar de Olijfberg.

Toen sprak Jezus tot hen:

‘In deze nacht zult ge allen aanstoot aan Mij nemen.

Want er staat geschreven:

Ik zal de herder slaan

en de schapen van de kudde zullen verstrooid worden.

Maar na mijn verrijzenis zal ik u voorgaan naar Galilea.’

---

Toen zei Petrus: ’Al zouden allen aanstoot aan U nemen, ik nooit.’ 

Jezus zei: ‘Voorwaar, Ik zeg u:

nog deze nacht voor het kraaien van de haan,

zult gij Mij driemaal verloochenen.’

Petrus antwoordde hem:

‘Al moest ik met U sterven, in geen geval zal ik U verloochenen.’

In diezelfde geest spraken ook al de leerlingen. 

---

Zijn verrader had een teken met hen afgesproken door te zeggen:

‘Die ik zal kussen, Hij is het; grijpt Hem.’

Hij ging recht op Jezus af en zei: ‘Gegroet Rabbi’ en hij kuste Hem.

Jezus sprak tot hem: ‘Vriend, zijt ge daarvoor hier?’

(Uit Matteüs 26)

 

EEN VERHAAL VAN ALTIJD

 

Meer dan tweeduizend jaar is het geleden dat Jezus op zo’n laffe manier vermoord werd, en toch is die vreselijke gebeurtenis ook vandaag bijzonder herkenbaar. Neem het begin: Judas Iskariot, een van de twaalf apostelen, wil Jezus aan de hogepriesters overleveren als ze hem maar genoeg betalen.  Dertig zilverlingen bieden ze, en dat is ongeveer de prijs die voor een slaaf moest betaald worden. Jezus is dus een slaaf waard. Niet meer, maar ook niet minder. En voor die waarde, dus voor dat geld, verkoopt Judas Hem aan zijn vijanden. Het gaat dus om geld, en dat is ook vandaag heel herkenbaar: geld en bezit, en nog meer geld en meer bezit beheersen heel dikwijls het leven, en ze zetten de mens heel dikwijls aan tot oneerlijkheid en valsheid, tot leugen en loze beloften, en tot nog zoveel meer verwerpelijke houdingen die hem zeer zwaar kunnen aantasten. Kijk maar naar  Judas: hij ziet geen licht meer in de duisternis die hij Jezus, maar ook zichzelf heeft aangedaan, en hij maakt een einde aan zijn leven.

Judas die Jezus verkoopt en Hem met een kus verraadt, de apostelen die op de vlucht slaan, Petrus die ondanks zijn zelfzekerheid Jezus drie keer verraadt, de hogepriesters die Jezus absoluut dood willen, de soldaten die van wreedheid een plezier maken, de toeschouwers en de misdadigers die Jezus bespotten: het is allemaal zo vreselijk herkenbaar, en het gebeurt vandaag elke dag. En wie zijn wij in dat vreselijke verhaal? Slaan ook wij op de vlucht als er hulp van ons verwacht wordt? Zijn ook wij ontrouw als ons dat iets opbrengt? Kunnen ook wij wreed zijn tegenover mensen met wie we niet zo goed overeenkomen? Lachen ook wij met de ellende van onze medemensen in nood?

Laten we niet vergeten dat we vandaag niet zozeer Jezus’ lijden en dood herdenken, maar dat we vieren dat Hij tijdens het Laatste Avondmaal brood nam, de zegen uitsprak, het brak en aan zijn leerlingen gaf met de woorden: ‘Neem, eet: dit is mijn lichaam.’ Hij nam ook de wijn op, bad een dankgebed, reikte de beker aan zijn leerlingen en zei: ‘Drink allen hieruit, want dit is mijn Bloed van het Verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van de zonden.’

Dat is wat we vandaag vieren: dat Jezus onder ons is blijven wonen en dat we Hem elke viering in ons mogen opnemen, zodat we Hem blijvend kunnen gedenken en niet zullen leven naar het voorbeeld van de wrede betrokkenen in zijn lijdenverhaal, maar naar Hem ‘die bestond in goddelijke majesteit, Jezus Christus de Heer’ zoals Paulus het zo indrukwekkend zegt in zijn brief aan de Filippenzen. Laten we leven in zijn Naam en naar zijn woorden en daden. Amen.

(Romain Debbaut)

 

ONS ALBASTEN VAASJE

 

Heer Jezus,

nu wij de week van uw lijden binnengaan,

willen wij door ons gebed en onze liefde

dicht bij U blijven:

wij willen zijn als de vrouw

met het albasten vaasje vol kostbare nardusolie

die al haar liefde

in één gebaar aan U wil tonen.

Samen met U

gaan wij de ‘Goede Week’ in,

een week van angst, lijden, verloochening en dood …

 

Open ons innerlijk

opdat wij mogen voelen wat U voelde,

opdat wij zouden meevoelen met zovelen

die dagelijks verloochend en gedood worden.

 

Alleen als wij deze week

onze blik gericht houden op U,

als wij bereid zij met U de weg te gaan,

zult U ons hart verzachten

om anderen in hun lijden bij te staan

en zult U ons de hoop geven

dat de dood niet het laatste woord heeft.

 

Iny Driessen



2025288-998bb62f3fc8514cb1b242a0ae1d8508.JPG

2025288-21acc7ce0ecc53a1bcbfe2a9464e16a6.JPG

2025288-95ecebad5ac91976d5c44d6323aa5cc8.JPG

2025288-8ac681a6484d2bb2ed1ca93518d3fa57.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 09:26 Reageer op dit bericht

DOORDENKEN OP DONDERDAG

ALLES VOOR ALLEN

                  

Wij leven te veel ons eigen leven en denken er veel te weinig aan, hoe wij door God met elkander en allen tezamen met Hem verenigd zijn. Wij moeten ons door niemand in liefde laten overtreffen. Wij moeten er steeds op uit zijn onze medemens te helpen. Onze tegenwoordigheid, waar dan ook, moet voor de mensen een lust, een feest, een troost zijn.
Alles voor allen.
Medeleven voor elkander, belangstelling in elkander.
Geen hinderlijke belangstelling.
Rekening houden met geslotenheid van bepaalde karakters.
De mensen menen het zoveel beter dan zij het doen.
Daarom verdraagt de liefde alles.
Met de ogen Gods mensen en dingen bezien.
Erop studeren elkander te dienen.

                 

DE TUIN VAN ONS HART

Ook wij zijn kruisvaarders.
Ook wij willen het heilige land, dat Jezus eenmaal toebehoorde, weer voor Christus herwinnen, niet het land ver over de zee, maar het heilige land in het binnenste van onze ziel, de tuin van ons hart, dat eenmaal aan Jezus werd toegewijd en Hem toebehoort.
Geve God, dat ons dezelfde geestdrift bezielt, welke eens de kruisvaarders huis en hof deed verlaten om zich geheel in dienst te stellen van hun heilig ideaal.
Gaan wij naar hun voorbeeld ook de eenzaamheid van de Karmel in om er de eeuwige waarheden van ons geloof te overwegen en na te denken over de betekenis ervan voor ons leven.
Met Maria, die onder de bescherming van de H. Josef haar Jezus uit Egypte over de Karmel naar Nazaret terugvoerde, naar de plaats waar zij Hem ontving, mogen wij een ogenblik op de Karmel uitrusten.                           

              

(Titus Brandsma, 1881-1942)

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 07:03 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

DE GESTORVENE

               

Zeven maal om de aarde te gaan,
als het zou moeten op handen en voeten;
zeven maal, om die éne te groeten
die daar lachend te wachten zou staan.
Zeven maal om de aarde te gaan.

              

Zeven maal over de zeeën te gaan,
schraal in de kleren, wat zou het mij deren,
kon uit de dood ik die éne doen keren.
Zeven maal over de zeeën te gaan –
zeven maal, om met zijn tweeën te staan.

               

Ida Gerhardt

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Omer om 22:01 Reageer op dit bericht

Meer van Doorheen de dagen

↑ Terug naar de berichten