Naar de inhoud

Doorheen de dagen

Ervaringen besproken
akke.beakke.be

GEDICHT VAN DE WEEK

THUISKOMST VAN DE KINDEREN

 

Als grote bloemen komen zij uit ’t blauwe duister.

Onder de frisheid van de avondlucht

waarmee hun haren en hun wangen

licht zijn omhangen, zijn zij zo warm. Gevangen

door ’t sterke klemmen van hun zachte armen,

zie ik de volle schaduwloze liefde,

die op de bodem van hun diep-doorzichtige ogen leeft.

Nog onvermengd met menselijk erbarmen,

dat later komt – en redenen en grenzen heeft.

 

M. Vasalis

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Omer om 16:26 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

DOORDENKEN OP DONDERDAG

‘Als je in de woestijn van het leven

ergens echte liefde vindt,

ga dan met deze liefde mee.

Dan kom je bij de bron van alle liefde,

bij God, de grote oase van Licht en Liefde

voor vandaag en alle dagen

en voor de eeuwigheid.’

 

Phil Bosmans

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 18:49 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

DUALITEIT


Ik sta met mijn hart in de ene
en mijn hoofd in de andere hand.
Op de maat van de wind wieg ik heen en
weer tussen droom en verstand.
Hoezeer ik mij ook beijver,
nooit blijf ik in evenwicht.
Van links gezien ben ik een cijfer,
van rechts beschouwd een gedicht.
Mijn schedel steekt vol begrippen,
mijn gemoed raakt ze niet aan;
en wat mijn hart zegt tegen mijn lippen
heeft mijn hoofd nog nooit verstaan.

 

Andries Poppe

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 22:59 Reageer op dit bericht

ZONDAG 22 JULI 2018

16de ZONDAG B – 22 JULI 2018

HERDER ALS GOD

 

Een klein kindje voelt zich veilig in de armen van mama of papa; een jongen of een meisje, die groter worden, praten graag met een goede vriend of vriendin; man en vrouw kunnen elkaar geborgenheid bieden. Ook onze kerk is geroepen om in warme hartelijkheid aan mensen dit thuisgevoel te geven, zeker in onze kille, berekende wereld.

Vandaag gaan de lezingen over dit soort van dingen: zorg dragen voor de mensen, die je toevertrouwd zijn: ‘mens voor de mensen zijn, herder als God.’

Op een ogenblik dat Jezus en de leerlingen eens willen rusten, blijven de mensen maar toestromen, en we lezen dit enig mooie zinnetje in het evangelie: 'Jezus had met die mensen te doen, want zij waren als schapen zonder herder.'

 

Wat er nog van de schapen over is,

zal ik bijeenbrengen uit alle landen

waarheen ik ze verjaagd heb.

Ik breng ze terug naar hun weide,

ze zullen vruchtbaar zijn en in aantal toenemen.

Ik zal herders over ze aanstellen

die ze zo zullen hoeden dat ze geen angst meer kennen

en er niet één meer zal worden gemist

– spreekt de HEER. 

(Jeremia 23,3-4)

 

Toen Hij van boord ging, zag Hij een grote menigte,

en Hij had zeer met hen te doen,

omdat ze als schapen zonder herder waren,

en Hij begon hen uitvoerig te onderrichten.

(Marcus 6, 34)

 

HIJ HAD TE DOEN MET DIE MENSEN

Jezus had met die mensen te doen omdat ze er uitzagen als schapen zonder herder. Het klinkt een beetje wonder, want de Joden hadden geen tekort aan priesters, farizeeën en andere wetgeleerden, die heel precies de regeltjes dicteerden. Waarom noemt Jezus hen dan schapen zonder herder? Het antwoord vinden we in zijn vele twisten met de Joodse moraalridders, die alleen maar aandacht schonken aan uiterlijke wetten, zonder enige innerlijke bezieling. Zij preekten enkel verboden en dreigementen en boden geen bemoediging en begrip. Daarom waren zij onwaardige herders!

Jezus spreekt heel anders, helemaal omgekeerd zelfs. Onze verlossing, ons nieuwe leven in vreugde, vrede, vrijheid kunnen we niet zelf verdienen, het is een gave, een Godsgeschenk. Daarom spreekt Jezus weinig over wetten, die God voorschrijft, maar des te meer over zijn barmhartigheid.

Jezus verweet de moralisten van zijn tijd dat ze strenger waren voor anderen dan voor zichzelf. Het gebeurt ook nu: oordelen, veroordelen, uitsluiten. Zo vaak laten we – in naam van Jezus zelf – de liefde doodgaan. Maar die Jezus kunnen we niet vangen in dogma’s of wetten, laat staan in de burcht van ons eigen grote gelijk.

Ook nu zou Jezus te doen hebben met mensen, die uitgesloten worden omdat de wet het haalt op de liefde. Hij zou te doen hebben met mensen, die gewond werden door de slagen van het leven en bij ons niet welkom zijn. Hij zou niet enkel omzien naar de trouwe schapen, maar naar dat ene schaap, dat verloren liep en dreigt verscheurd te worden door de wolven.

Jezus zou niet bekvechten over wetten en dogma’s. Hij zou weer parabels vertellen over de liefde van de Vader. Zonder banbliksems, maar boordevol hoop. Zoals toen zou Hij bemoedigen: wees niet bang als je niet volmaakt bent, zondaars en tollenaars zullen eerder binnengaan in het Rijk van God dan zij, die vol zijn van hun eigen volmaaktheid. Hij heeft ons toch verteld van een farizeeër en een tollenaar, die naar de tempel gingen. Om ons te leren onze eigenwaan op te geven en te vertrouwen op de goedheid van de Vader. Want, als goede Herder, heeft Hij te doen met ons, mensen.

 

Breng ons daar waar mensen leven,

wachtend op een woord van hoop,

doe ons delen, doe ons geven,

in Jouw Geest zijn wij gedoopt.

 

Laat Jouw Naam ons Leven worden,

rode draad in ons bestaan,

ankervast vandaag en morgen,

kracht en moed om door te gaan.

---

Wij moeten God

niet in de wereld brengen.

Hij is er al.

Wij moeten enkel leren zien

waar Hij gebeurt.

En Hem laten gebeuren

in ons.

 

Carlos Desoete



2164325-4a65e9ecfbb17e7111eda24653416c54.JPG

2164325-a0bd70c1cdb361553f29f6a4b9100e8c.JPG

2164325-37b22cde8ac267f9cbf3b7ca73c1272c.JPG

2164325-f707af546851b5e76d6b0629c7fbe6c1.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 10:35 Reageer op dit bericht

DOORDENKEN OP DONDERDAG

NOOIT TIJD GEHAD

 

Het dagelijks brood voor jaren gehamsterd

en evenveel beleg in diepvrieskasten.

 

Uren en dagen te gelde gemaakt,

de toekomst zelf verzekerd.

 

Maar al die tijd geen tijd gehad

om aan bloemen te ruiken,

nooit gezien hoe vogels leven.

 

Al die tijd geen tijd gehad

om een brief te schrijven naar een gevangene,

nooit een paar stappen gezet voor de vrede.

 

Al die tijd geen tijd gehad

om het eigen leed uit te huilen,

nooit een zachte schouder geweest voor een ander.

 

Al die tijd geen tijd gehad

om aan kinderen verhalen te vertellen,

nooit profeten gelezen of psalmen gezongen.

 

Al die tijd geen tijd gehad

voor het koninkrijk

en zijn gerechtigheid.


Kees Pannekoek

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Omer om 18:22 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

EEN NIEUW LIED

 

Een nieuw lied voor de Heer die de vogeltjes schiep

en hun wijzen van iedere dag,

die de treurwilg tot eindeloos treuren riep

en de vrouw tot haar eeuwige lach.

Een nieuw lied voor de Heer die de goudvissen goud

en de roodborstjes rood heeft gemaakt,

die de golven der zee, en de blaren van ’t woud

met zijn vinger heeft aangeraakt

die de kolibrie schiep, en de adelaar schiep

het viooltje en de orchidee

die de schelpen en zwaardvissen liet in het diep

van dezelfde bedelvende zee

die zijn adem laat gaan over ‘t slapende land

tot het wenend van weelde ontwaakt,

die de dauwdroppen droogt met zijn heilige hand

en de zon tot zijn heilgezant maakt.



Een nieuw lied voor de Heer die het meer en de lucht

en de straten vol zonnelicht goot,

die de leeuwerik leidt tot zijn duizelende vlucht

en de vlinder tot vlinderdood.  

 

Een nieuw lied voor de Heer die Racine en Bach

zo eindeloos lief heeft gehad

dat hun hymne, hun droomlied en zelfbeklag

steeds de klank van de hemel bezat,

die het water voor Händel zo ruisen deed

dat de Watermuziek in hem klonk,

die Homerus de nacht liet opdat hij beleed

welke donkere schoonheid hij dronk,

die de leden der liefste verrukkelijk boog

tot de lijnen der maagdelijkheid,

die zijn hand langs haar handen en schouders bewoog

tot zij zoet waren durend bereid,

die haar wangen en lippen zo liefelijk zacht

heeft gemaakt en haar ogen zo blauw,

die de laatste saffier uit zijn huis heeft bedacht

voor de fonkelende staart van de pauw.


Een nieuw lied voor de Heer die een durend nieuw lied

in de mond van mijn moedertje lei,

die zijn licht in haar zuivere blik achterliet

en haar zei wat zij zeide tot mij.



Een nieuw lied voor de Heer die van ieder nieuw lied

het ontstaan en de maker is,

die het voorzingt in water, in woud en in riet

in de steeg en de vensternis.  



Een nieuw lied voor de Heer, een nieuw lied voor de Heer 

die akkoorden en woorden ingeeft

aan het kind en de vrouw en de dichter, en méér

dan aan weerklank en stem in hen leeft.

En zijn naam zij gezegend, de eeuwigheid lang

zij gezegend de naam van de Heer:

van de opgang der zon, tot haar ondergang 

zij gezegend de naam van de Heer:

die de sneeuwvlokken zendt als de wollige wol

en de rijm als verdwarrelende as –

en hij spreekt, en de stuwmeren lopen weer vol

en al smelt wat bevroren was.

Daarom wateren looft, en gij landstreken looft

en boomtoppen, looft onze Heer, 

en gij vuurtongen looft, en gij dauwdroppen looft

alle vogeltjes, looft dan de Heer.



Een nieuw lied voor de Heer, met pauk en cymbaal 

en met citer en luit en schalmei:

een nieuw lied voor de Heer, in uw mond, in uw taal

want wie geeft u die liederen dan Hij?

 

Michel van der Plas

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Omer om 16:33 Reageer op dit bericht

ZONDAG 15 JULI 2018

15de ZONDAG B – 15 JULI 2018

DE KRACHT VAN ZIJN WOORD ONDERWEG

Straks krijgen we twee verhalen over ‘roeping en zending’. Amos was een veehoeder, en plots hoort hij – in zijn dagelijkse bezigheden – de  stem van God, die hem weghaalt van achter zijn kudde. Voortaan wordt hij geroepen en gezonden om Gods eigen woord te spreken, en nog wel tot mensen, die daar niet voor openstaan, maar die 1001 andere bekommernissen hebben. Bovendien spreekt Amos woorden, die zij liever niet horen, want de profeet wijst hen terecht in hun manier van doen.

Ook Jezus zendt op een bepaalde dag zijn leerlingen op pad om zijn goede boodschap van vreugde, van vrede en van vertrouwen aan de mensen te verkondigen.

Verhalen van toen blijven – zoals steeds – verhalen van vandaag.

 

Maar Amos antwoordde:

‘Ik ben helemaal geen profeet,

en ook geen profetenleerling.

Ik ben veeboer en vijgenteler.

Maar de HEER heeft me

van achter mijn schapen vandaan gehaald,

en het is de HEER die tegen me heeft gezegd:

‘Ga naar mijn volk Israël en profeteer daar.’

(Amos 7,14-15)

 

In die tijd riep Jezus de twaalf bij zich.

Hij zond hen twee aan twee voor zich uit,

en gaf hun macht over de onreine geesten.

Hij droeg hun op niets mee te nemen voor onderweg,

geen brood, geen reistas en geen geld,

alleen een stok.

Sandalen mochten ze wel dragen.

‘Maar,’ zei hij, ‘trek geen extra kleren aan.’

(Marcus 6,7-9)

 

DE KRACHT VAN ZIJN WOORD ONDERWEG

 

Dezer dagen zie  je ze weer op de wegen, al die auto’s bepakt en beladen: valiezen, tenten, fietsen, surfplanken. En binnenin zijn er de  kinderen die boekjes lezen of zich vervelen, die dorst hebben en vragen of het nog ver is. Mensen trekken er op uit, gepakt en gezakt.

Ook Jezus zendt zijn leerlingen op weg, maar niet op vakantie: ze zullen voor Hem uitgaan om Zijn Woord te preken over het Rijk van God, dat op handen is. Merkwaardig is de minimale uitrusting waarmee ze op stap moeten gaan: alleen een stok, een paar sandalen en de kledij die ze dragen. Geen voedsel, geen dubbele kleding, geen reischeques, geen Visakaart.

En toch gaan de leerlingen niet op weg met lege handen. Ze krijgen een uitrusting mee die al het andere overbodig maakt: hun kracht ligt in het Woord van God, dat zij spreken.

Het wordt altijd herhaald, als mensen gezonden worden: ‘wees niet bang, je steunt immers niet op aardse zekerheden, maar je kracht ligt bij de Heer.’ Ga in vertrouwen want de Heer zelf gaat met je mee. Geloof in de kracht van zijn Woord. Zijn Woord alleen is je sterkte, de rots waarop je bouwt. En dat Woord zal die mensen aanspreken, die open en ontvankelijk zijn voor alles wat deugd heet en lof verdient, voor alles wat goed en edel is.

Wees ook niet verbaasd, zegt Jezus, dat je soms niet welkom bent. Wie Gods Woord verkondigt mag tegenwind verwachten. Blijf niet daar, waar die openheid voor het woord van God ontbreekt. Ga daar weg en schud zelfs het stof van je voeten zodat je niets uit die streek meedraagt en zelf niet door die kwade geest bezoedeld wordt.

Maar waar het Woord van God wel ingang vindt, verdwijnt elke slechte geest en worden duivels uitgedreven. Verbondenheid groeit en echte liefde haalt het. Er is geen berekening meer, geen eigenbelang dat alles overwoekert. Wat menselijkerwijze onmogelijk lijkt, wordt dan mogelijk: een nieuwe aarde die als een hemel is, door die nieuwe geest die mensen omkeert.

Laten we hopen dat er altijd mensen zullen zijn die alleen met een stok en een paar sandalen woorden blijven spreken vol hoop en verwachting. Woorden van Jezus, opdat wij leven zouden hebben, leven in overvloed.

 

 

IK BEN HET LEVEN
 

Zoals leven altijd klein en weerloos begint

en alle kiemkracht een verborgen wonder is.

Zo is Jezus, klein en weerloos,

met een boodschap als kiemkracht

verborgen in menselijke gestalte.

 

‘Ik ben het leven’

en met Hem explodeerde zijn woord

in tijd en ruimte

zonder grenzen.

 

Zijn leven is een proces dat krachtiger is

dan de druk van macht

en de dreiging met wapens.

 

Zijn leven is sterker dan alles

wat mensen doodmaakt:

monddood of morsdood.

 

Zijn leven is leven

dat ook na het leven

meer dan leven is.

 

Manu Verhulst



2162457-cdc679bebbe282e170ab6fe0dca8445e.jpg

2162457-63c85d8fea3a65f4a0888e30607c53a7.JPG

2162457-75fbb7f751dcbed3164815928ce30210.JPG

2162457-6bade8110601de30c47dd51084ffc663.JPG

2162457-a7ee56745585a55a4703baadfbd9f5c1.JPG

2162457-45ed3e5a1e47deb9c5c01fdc9389cc03.JPG

2162457-80b76d027791bfc3b2bc148367fde60c.JPG

2162457-fe5df232cafa4c4e0f1a0294418e5660.jpg
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 08:21 Reageer op dit bericht

DOORDENKEN OP DONDERDAG

God,

iedere dag moet ik

laten voorbijgaan

zonder dat ik kan doen

wat ik eigenlijk

had willen doen.

 

Zo sterf ik een beetje

iedere dag.

 

Toch ben ik gemaakt

uit al die dagen

die zijn voorbijgegaan.

U liet mij leven

met goede en kwade dagen,

en ik ben iemand

geworden

die voor U tenminste

de moeite waard is.

 

Uit wat is voorbijgegaan

besta ik nu,

ben ik gemaakt,

ga ik voortleven,

voor mensen,

voor U.

 

Jos Van de Schoor

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 15:09 1 reactie Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

ERWTJES 

 

Toen ze een meisje was van zeventien

moest ze een hele middag erwtjes doppen

op het balkon. Ze wou de teil omschoppen.

Ze was heel woest. Ze kon geen erwt meer zien.

 

Toen ging ze maar wat dromen, van geluk,

en dat geluk had niets van doen met erwten

maar met de Liefde en de Grote Verte.

Dat dromen hielp. Het scheelde heus een stuk.

 

En dat is meer dan vijftig jaar terug.

Ze is nu zeventig en heel erg fit

en altijd als ze ’s middags even zit,

mijmert ze, met een kussen in de rug,

 

over geluk en zo… een beetje warrig,

maar het heeft niets te maken met de Verte

en met de Liefde ook niet. Wel met erwten,

die komen altijd weer terug, halsstarrig.

 

Ach ja, zegt ze. Ik kan mezelf nog zien,

daar in mijn moeders huis op het balkon,

bezig met erwtjes doppen in de zon.

Dat was geluk. Toen was ik zeventien.

 

Annie M.G. Schmidt

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 18:06 Reageer op dit bericht

ZONDAG 8 JULI 2018

14de ZONDAG B – 8 JULI 2018

‘Heel gewone mensen?’

 

Het is een spreekwoord geworden: 'niemand is sant in eigen land!' Vlaanderen – van oudsher een koersland – heeft dan wel zijn ‘wielergoden’ en de voetbalgekte in deze tijden van het WK in Rusland tart alle verbeelding, met de ‘verafgoding’ van de Rode Duivels. Maar voor de rest blijft het waar: het gebeurt wel eens meer dat iemand miskend wordt in zijn eigen omgeving.

Zo was het destijds voor Jezus, en vandaag blijft het nog waar voor Hem. Sommige mensen zijn aan Hem gewoon geraakt en voor velen lijkt Hij ouderwets geworden en voorbijgestreefd, en wekt Hij geen verwondering meer op.

De zending van Jezus in Galilea lijkt wel mislukt: zijn eigen dorpsgenoten wijzen Hem af! Alles was nochtans goed begonnen: succes, bewondering, waardering, volgelingen … en dan beginnen de roddels en wordt hij verdacht gemaakt: 'Waar haalt Hij dat vandaan, Hij is toch maar iemand zoals wij.'

 

Je moet tegen hen zeggen:

‘Dit zegt God, de HEER ...’

En of ze nu horen willen of niet

 – het is immers een opstandig volk –,

ze zullen weten

dat er een profeet in hun midden is geweest.

(Ezechiël 2,4-5)

 

Toen de sabbat was aangebroken,

gaf hij onderricht in de synagoge.

Vele toehoorders waren stomverbaasd en zeiden:

‘Waar haalt hij dat allemaal vandaan?

Wat is dat voor wijsheid die hem gegeven is?

En dan die wonderen die zijn handen tot stand brengen!

Hij is toch die timmerman, de zoon van Maria

en de broer van Jakobus en Jozef en Judas en Simon?

En wonen zijn zusters niet hier bij ons?’

En ze namen er aanstoot aan.

Jezus zei tegen hen:

‘Nergens wordt een profeet zo miskend

als in zijn eigen stad, onder zijn verwanten en huisgenoten.’

(Marcus 6,2-4)

 

MENSEN ZIJN NIET ZO GEWOON ALS MEN DENKT

Teresia van Lisieux wordt wel eens genoemd als één van de grootste heiligen van de laatste eeuwen. Zij stierf heel jong, en buiten haar klooster was zij niet gekend. Ook haar medezusters zagen weinig in haar. Van op haar ziekbed hoorde zij een medezuster zeggen: 'Wat zal de overste over haar kunnen vertellen? Zij heeft toch niets speciaal gedaan!' Toch heeft deze jonge vrouw na haar dood een heel grote invloed uitgeoefend. Haar geheim was de liefde in het leven van iedere dag. Zij droomde er ooit van missionaris te worden. Haar gezondheid liet het niet toe. Maar bij Paulus las zij: 'De grootste gave is de liefde!' En die liefde beleefde zij heel intens.

Het lijkt op het evangelie van vandaag. Jezus is in zijn vaderstad om daar de blijde boodschap te verkondigen. Maar veel mensen reageren afwijzend: 'Wij kennen zijn familie, het zijn heel gewone mensen. En zelf is Hij ook maar een kleine timmerman.' De kennissen van Jezus zien de rijkdom van zijn leven en de diepte van zijn boodschap niet.

Zo kan het ook bij ons zijn. Wij zijn soms gewoon geraakt aan de mensen met wie wij elke dag samenleven en die wij dikwijls ontmoeten. Hebben wij nog oog voor hun goede kanten? Zien wij het goede in hun leven nog en laten wij ons door hen nog aanspreken?

Deze week zouden wij kunnen proberen in onze omgang met mensen wat dieper te kijken. Soms dragen heel eenvoudige mensen dragen een mooie parel in hun hart. Aan ons om die parel te ontdekken tot onze eigen vreugde. In het hart van vele mensen is er wel een spoor te vinden van Gods liefde.

’s Avonds kunnen wij ook eens terugkijken op onze dag en wie wij ontmoet hebben. En wij kunnen God danken voor al het mooie en het goede dat mensen ons steeds weer schenken. In een onzevader kunnen wij dan al die mensen aan God toevertrouwen. Zo groeit de vriendschap in de wereld.

(Geïnspireerd door een homilie van Mgr. Paul Schruers)

 

'Wie is Jezus voor jou?'

 

'Die Jezus sluimert in mijn achterhoofd. 

Af en toe

krijg ik nog een schok van herkenning

bij een of andere ervaring.

Dan zeg ik:

Jezus heeft het, in die of die parabel,

al begrepen en prachtig gezegd.

Soms denk ik:

Hij zal wel liedjes gezongen hebben

en gekke verhaaltjes verteld hebben

aan de kinderen.

Dag Jezus,

lieve man,

liedjeszanger,

herrieschopper,

man van vrede. 

Je hebt het leven ontzaglijk doorgrond.'

 

Willem Vermandere



2160532-7b82b5f46357c749723a06bf58ed29ca.JPG

2160532-b66b1047cebf12446ecf743dd6fcd871.JPG

2160532-5763ad2bbb64fee50f1498431f701720.JPG

2160532-9f2f8c53cbe1ee1feb79715efb0a92d6.JPG

2160532-4527dc2e63f9f3b07f50d2d5c7966f23.JPG

2160532-3789e857a0091f56b95a8336f3d32fde.JPG

2160532-a95ef12f04f50ad4531bdeb51566c66d.JPG

2160532-305d5f5c8012d5136bc5e92800e7a048.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 08:02 Reageer op dit bericht

DOORDENKEN OP DONDERDAG

Vorige zondag, 1 juli, mocht ik de homilie houden bij het gouden priesterjubileum van mijn goede vriend Jef Floren, 75 jaar geleden geboren in Sint-Lenaarts (Brecht), en ondertussen bijna 50 jaar werkzaam in Brazilië, thans in het bedevaartsoord van Padre Ibiapina ... de moeite waard om eens te 'googlen' om hierover wat meer aan de weet te komen! 

Hieronder volgt eerst de tekst van de homilie en daarna trachten een negental foto's een bescheiden sfeerbeeld te geven van de viering in de parochiekerk, Sint-Leonardus, te Sint-Lenaarts. 

Zusters en broeders, beste Jef,

1968, het jaar van je wijding, was een bewogen tijd. Veel oude zekerheden en gewoonten vielen weg. Als kind kenden wij onze Bijbelse geschiedenis en deden onze eerste communie met de andere kinderen van het dorp, zonder ons daar vragen bij te stellen. Maar alles werd anders en weinig bleef zoals het altijd geweest was. Wie nu met de tijd mee wil zijn, zegt niet te geloven, en wie gelooft, wordt oubollig genoemd.

Maar jouw roeping, Jef, lag verder: Brazilië. De hele wereld was dichtbij gekomen en in Latijns-Amerika lag de klemtoon op gerechtigheid en bevrijding, met grote namen als Helder Câmara en vele anderen. Geloof en leven waren daar meer met elkaar verbonden en de vieringen waren levendiger. Meer dan in Europa leek ginder een nieuwe beleving te groeien. Maar ook in Brazilië liep niet alles zoals verwacht was. De aandacht verschoof opnieuw naar de eigen spiritualiteit en ging minder naar de inzet voor rechtvaardigheid. Bovendien kwamen er vele ‘nieuwe kerken’, die soms meer met geld dan met geloof begaan waren. Zowel hier als ginder is er veel veranderd, en die veranderingen waren niet altijd ten goede.

En dan worden er vragen gesteld over de toekomst van Kerk en geloof. Ondanks alles wat soms gezegd wordt, hoeven we – denk ik – niet bang te zijn daarvoor, ook al zal die toekomst zeker geen herhaling zijn van de Kerk van vroeger. Wij hebben geen glazen bol, maar laten we ons leiden door de oudste bronnen van ons geloof. De eerste christenen kunnen ons inderdaad veel leren. Ook zij kenden hun ontgoocheling en twijfel. Zoals die leerlingen van Emmaüs die, na de kruisdood van Jezus, alle hoop verloren hadden. Of die 120 leerlingen, die zich verschanst hadden in het cenakel. De hoop op een Rijk van God die hen drie jaar bezield had was in duigen gevallen.

Maar net dan – toen de ontmoediging zo groot was – is de Heilige Geest over hen gekomen. En die Geest heeft hun leven omgekeerd. Zij durfden naar buiten komen met de blijde boodschap van Jezus, door de gave van die Trooster en Helper die Hij beloofd had. En door zijn Belofte dat Hij bij ons zou zijn tot het einde der tijden. Wellicht leeft dit geloof meer in Brazilië dan hier bij ons, met dat zo mooie woord: ‘Deus é mais’ … God is altijd groter dan wij durven vermoeden.

Ondanks het negatieve nieuws, dat ons overspoelt, zijn vele mensen, ook vandaag, op zoek naar een leven dat mooi en waardevol is. Een leven ook, dat hunkert naar God. Hopelijk vinden deze mensen God in een arme en dienende kerk, die niet uit is op macht, maar die bovenal aandacht schenkt aan de beleving van het evangelie. Laten wij bidden dat een Kerk mag groeien, die minder haar dogma’s bewaakt, maar meer het leven van haar gelovigen wil inspireren. Een Kerk die zich meer laat leiden door de Heilige Geest, die in Jezus zelf werkzaam was.

De dreigingen die de vroegste christenen ondervonden, waren talloze malen groter, dan wat wij meemaken. Ze werden vervolgd, gemarteld en gedood, omdat zij – in de Geest van Jezus – tegen de stroom ingingen. ‘Vergeld geen kwaad met kwaad’ in plaats van ‘oog om oog, tand om tand’. ‘Wie de belangrijkste wil zijn, moet de kleinste van allen worden en de anderen dienen.’ En bovenal: Jezus, die gekruisigd was, was uit de dood opgestaan en leefde voort. Hij die gedood was, was niet langer dood. De eerste christenen keerden zich tegen de bestaande orde waarin het kwaad zo dominant aanwezig was en wilden dat alles nieuw zou worden: een Rijk van God en geen koningschap van deze wereld.

Zo werden zij gedreven door Gods Geest, die alles nieuw maakt.  Deze Heilige Geest van God waait nog altijd, nu zoals toen. Hij kan onze rust verstoren. Maar Hij waait ook zuiverend en verfrissend. En Hij kan onnodige ballast wegblazen… Laten we openstaan voor die Heilige Geest, luisterend en vol vertrouwen. Een hoopvolle toekomst tegemoet!

Beste Jef, van harte proficiat en bovenal dank je wel omdat je al 50 jaar – en eigenlijk al veel langer – leeft en vóórleeft vanuit die Heilige Geest van Jezus.

 



2160088-63c85d8fea3a65f4a0888e30607c53a7.JPG

2160088-75fbb7f751dcbed3164815928ce30210.JPG

2160088-6bade8110601de30c47dd51084ffc663.JPG

2160088-a7ee56745585a55a4703baadfbd9f5c1.JPG

2160088-45ed3e5a1e47deb9c5c01fdc9389cc03.JPG

2160088-80b76d027791bfc3b2bc148367fde60c.JPG

2160088-7d30fc34fead9f1ac3dda8174994cbec.JPG

2160088-96f90e110ce3f53e13d9b0c6a2e3fff8.JPG

2160088-9acf928a602580321bb776a289aea693.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 16:39 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

ZOMERAVOND IN DE POLDER

 

De polder pompt zijn dampen in de avondlijke zwoelte.

De zon zinkt weg aan d’ horizont, in zeeën bloed,

die boven ‘t veld de hemel kleuren : een uitgestraalde gloed

waaronder ‘t land nog smacht naar nachtelijke koelte.

 

Iets ritselt in de bomen langs de langgerekte dijken.

Iets lispelt door het riet in overgroeide kreken.

Of zijn ‘t de lasten van de laatste weken

die gans de polder ‘s avonds moe doen lijken?

 

Een late reiger zoekt met lome slagen

de grauwe plassen waar hij kan naar paling peuren.

De oe-roep van een nachtuil doet de stilte scheuren,

en ‘t duister klimt, om alle lijnen weg te vagen.

 

De sterren lichten op, briljanten in een zwarblauw veld,

knipogend naar de moegewerkte aarde.

Een meteoor verschijnt en dooft zijn licht, daar waar de

dampkring schroeiend steen tot asse smelt.

 

En ook het poldervolk is nu tot rust gekomen:

het dolce far niente na een overdrukke dag;

de laatste schakel in de ketting die de nacht omhelzen mag,

en wegglijdt in een wolk van onontdekte dromen.

 

Jef de Paepe



2159272-f0ea9224c463f066e9fa3c00706f6e26.JPG

2159272-4b0bd0d8dfa3d15e51fadd1b5c803cf0.JPG

2159272-287561394fa3d2d01a13045aafddc7a0.JPG

2159272-372700d3ef2d6f939af082f644324f6d.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 18:43 Reageer op dit bericht

ZONDAG 1 JULI 2018

13de ZONDAG B – 1 JULI 2018

MEISJE, IK ZEG JE: STA OP!

Vandaag horen we in het evangelie een wonderverhaal, dat tegelijk één van de mooiste en ook één van de pijnlijkste is: de opwekking van het dochtertje van Jaïrus.

Het doet altijd pijn te horen dat een kind gestorven is; maar anderzijds valt dit verhaal op door het tedere taalgebruik.

Mogen wij eruit leren om mensen die gebukt gaan onder een groot verdriet met zachtmoedigheid en tederheid tegemoet te treden, mee-levend, mee-lijdend, mee-dragend.

 

God heeft de dood niet gemaakt

en Hij vindt geen vreugde

in de ondergang van hen die leven.

God heeft de mens immers geschapen

voor een onvergankelijk leven

en Hij heeft hem tot een beeld

van zijn eigen eeuwigheid gemaakt.

(Wijsheid 1.13 en 23)

 

Nog voor Jaïrus uitgesproken was,

kwamen enkele mensen

tegen de leider van de synagoge zeggen:

‘Uw dochtertje is gestorven,

 waarom valt u de meester nog lastig?’

Maar Jezus hoorde dat en zei:

‘Wees niet bang, maar blijf geloven.’

Hij ging naar binnen en zei:

`Waarom die drukte en die tranen?

Het kind is niet gestorven, het slaapt.'

Ze lachten Hem uit.

Maar Hij pakte het kind bij de hand en zei haar:

`Talita koemi.'

In vertaling betekent dat:

Meisje, Ik zeg je, sta op.

Meteen stond het meisje op en liep rond.

Ze was twaalf jaar.

Ze raakten buiten zichzelf van opwinding.

Hij beval hun met nadruk

dat niemand dit te weten zou komen,

en Hij vroeg hun om haar eten te geven.

(Marcus 5, 35-43)

         

TALITA KOEMI

‘Talita Koemi’, één van de weinige Aramese woorden die we in het evangelie terugvinden. Meisje, ik zeg u sta op. Het evangelie voegt erbij. Zij was 12 jaar. De ouderdom waarop een meisje officieel volwassen werd in Israël.

Jezus steekt zijn hand uit. Als wil Hij zeggen: ‘Ik begrijp je angst om groot te worden, je angst om op eigen benen te staan je bent altijd zo afhankelijk geweest, zo onderdanig,. Je bent als kind opgegroeid in een cocon, veilig beschut. En nu valt dat allemaal weg.’

Hoe herkennen wij in dat meisje niet de jeugd van vandaag, die ondanks al de mogelijkheden die zij ter beschikking heeft en al de vorming die zij mag genieten, angst heeft om de verantwoordelijkheid van het volle leven aan te gaan. Het definitieve engagement in het beroepsleven en in het huwelijksleven schuiven zij voor zich uit. Eerst nog een jaartje studeren, eerst nog wat samen wonen. Ook de ouderdom om vader of moeder te worden komt hoger en hoger te liggen.

Talita koemi. Jezus zegt niet: kom, ik zal je optillen. Rechtveren moet zij zelf doen. Zij zet haar eerste stappen in de kamer, neen het zijn de eerste stappen in haar durf om persoonlijk te leven. ‘Geef haar wat te eten’ zegt Jezus, Ook al zal zij haar eigen leven leiden, dat ontslaat haar ouders niet van een blijvende zorg en aandacht.

Als ’s avonds die ouders nog eens over het gebeuren nadenken gaan zij beseffen dat dit voorval verder reikt dan hun dochter, of hun gezin. Daar zit een boodschap in voor de hele wereld en voor alle mensen. ‘Hebt gij gehoord’, zegt die vader, ‘hoe kordaat Jezus zegde: Zij is niet dood, zij slaapt’. Dood is slechts schijn. Hij wilde zeggen: als dood het einde is van ons leven, het definitief einde van onze liefde, dan is het inderdaad om angst te hebben om te leven, angst om te beminnen. Dan gaat iemand zoals onze dochter weigeren om te eten, weigeren om te beminnen, weigeren om te leven.

Ja, de mensen lachten hem vierkant uit. Ook dat is van alle tijden. Want als je daarmee naar buiten komt, dan lachen zij u uit. Ook vandaag. En nochtans daar raken wij de kern van het christendom. Leven zonder uitzicht op de eeuwigheid is gelijk leven in een sarcofaag. Die mag dan nog zo comfortabel en luxueus zijn. Het blijft een sarcofaag.

‘Talita koemi’ Meisje sta op. Het leven is nog mooier dan je denkt want leven is onsterfelijk. Is er een mooier woord  om de vakantie te beginnen: Talita koemi!                  

(Manu Verhulst.)


Ik ben de kleine dochter van Jaïrus.

Ik lig hier op een veel te grote baar.

De dood zit in mijn ogen en mijn haar,

dat, nu de krul eruit is, zonder zwier is.

 

Ik mis mijn pop, die nu zij niet meer hier is,

slaapt als ik slaap, de vingers in elkaar.

Ik weet dat twee en twee te zamen vier is,

maar nu ik dood ben, is dat niet meer waar.

 

Waarom had ik daar straks ook weer verdriet?

Er zou een man die toveren kon, komen,

mij beter maken, maar toen kwam hij niet.

 

De mensen op het dak en in de bomen

gingen naar huis, maar ik blijf van hem dromen.

Morgen ben ik de eerste die hem ziet.

 

Ed Hoornik



2158689-35006b41eed8e0c4fc44a5ff815d4216.JPG

2158689-a2e714a315d8f7b332fae3e2729e8548.JPG

2158689-a654005e847461159f9ad29231d93d22.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 22:06 Reageer op dit bericht

DOORDENKEN OP DONDERDAG

ECHTE LIEFDE ... HEMELS!

 

Dat ik gelovig ben, staat als een paal boven water. Dikwijls ben ik rotsvast overtuigd, andere dagen, als alles tegenzit, durf ik wel eens twijfelen en is niets meer zeker. Dat zijn geen gelukkige dagen. Enkelen zien mijn kwetsuren en voelen mijn zwakte. Zou het kunnen dat God dan even wanhopig op zoek is naar mij?

Toch maar hopen dat alles weer goedkomt, is de boodschap. Er rest mij maar één weg om deze kloof te overbruggen: het pad van de liefde bewandelen.

Echte liefde is een vleugje hemels paradijs op aarde. Echte liefde is ook dankbaar zijn om het vertrouwen in elkaar.

Echte liefde is eveneens heel dicht bij elkaar zijn en dan weer kunnen loslaten. Het geeft je opnieuw veerkracht en de opgelopen schade zie je als een donderwolk aan de horizon verdwijnen. Het zou me niet lukken om los van echte vrienden te kunnen bestaan en gelukkig te zijn. Die verbondenheid koester ik dan ook met heel mijn hart.

Geloven en geluk, ze vinden beide hun weg in m'n leven doorheen de liefde. Enerzijds door liefde te kunnen schenken en anderzijds door ze ook te mogen ontvangen. Zo bewaar ik mijn speelse, spontane, jeugdige vrolijkheid.

Heeft Jezus het ook niet over de liefde die zich prijsgeeft, die blij is en verdraagt, hoopt en blijft geloven?

Die liefde maakt alles mogelijk, daarin ligt een zee van antwoorden. Wat een geluk dat ik Jezus' voorbeeld mag kennen, herkennen en beleven.

(Monika Van den Perre)

 

(Bron: Catechesehuis, Tussendoor: ‘Maakt geloven gelukkig?’, augustus 2017)

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 18:26 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

WEES JIJ DE WEG

 

Ik was zolang een blinde,

nog met geen weg vertrouwd,

Ik deed mijn stappen tastend,

had nooit het licht aanschouwd.

 

Ik zag geen wegen splitsen,

had bochten niet voorzien,

er was voor mij geen ruimte,

was ik geen mens misschien?

 

Ik sloop langs hoge muren,

en voelde mij belaagd,

ik zocht naar mensenhanden

maar ieder was gejaagd.

 

Maar Éen is blijven wachten,

ik vroeg: ‘Weet Jij de weg?’

Hij heeft mijn hand genomen

en zei: ‘Doe wat ik zeg.

 

Geloof weer in het leven,

dan word je ook bemind,

hou je niet vast aan muren

en wees niet langer blind.

 

Kijk naar de fijne dingen,

spijts chaos om je heen

en leef met open handen,

dan ben je nooit alleen.

 

Ik ben het licht der wereld,

jouw droom gaat niet teloor,

jij mag nu jouw verhaal gaan,

Ik loop één stapje voor.’

 

(Miet Meys)

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 07:08 Reageer op dit bericht

ZONDAG 24 JUNI 2018

24 JUNI 2018

‘JOHANNES, PROFEET VAN GODS GENADE’

Van in de oudste tijden vierden de christenen de geboorte van Johannes de Doper. Hij had de grootse roeping om de mensen voor te bereiden op de komst van de Verlosser.

Geen simpele opdracht … want van nature gaan mensen andere wegen, dan die wegen die tot verlossing, diepe vreugde en volkomen leven leiden.

Johannes heeft die opdracht echt ter harte genomen, met een totale overgave en toewijding, en letterlijk totterdood: de trouw aan zijn profetische taak heeft hem het leven gekost.

 

Toen ik nog in de moederschoot was,

heeft de Heer mij geroepen,

nog voor mijn geboorte heeft Hij mijn naam genoemd.

Hij heeft mijn mond zo scherp als een zwaard gemaakt,

en mij in de schaduw van zijn hand geborgen;

Hij heeft van mij een gladgeslepen pijl gemaakt,

en mij in zijn koker opgeborgen.

Hij sprak tot mij:

`U bent mijn dienstknecht, Israël,

door u toon Ik mijn heerlijkheid.’ 

(Jesaja 49,1-2)

 

Voor Elisabet was de tijd gekomen

dat ze moest bevallen,

en ze baarde een zoon.

Haar buren en haar familie hoorden

hoe barmhartig de Heer voor haar was geweest,

en ze deelden in haar vreugde.

(Lucas 1,57-58)

 

GEROEPEN OM PROFEET TE ZIJN  

 

In mijn kinderjaren was het woord 'roeping' een vertrouwd begrip. Toen ik op het eind van de basisschool aangaf priester te willen worden, werd dat verstaan als roeping. Er was bij mijn vader enige weerstand, maar een jaar later, 13 jaar oud, ging ik naar Nijmegen, naar het seminarie. Wat 45 jaar geleden volstrekt normaal was, ervaren we nu als zeldzaam of vreemd. In hoog kerkelijke kringen hoor je wel zeggen: God roept wel, maar de mensen van nu horen het niet en geven geen antwoord. Ik heb geen reden om aan het eerste te twijfelen: God roept ook nu mensen. Maar dat wij doof zijn voor Gods stem en niet antwoorden gaat er bij mij niet in. Roeping hebben we te zeer beperkt tot het religieuze leven en het priesterschap.

Van deze verenging is geen sprake in de lezingen die we hoorden. De dienaar van de HEER, die in de eerste lezing aan het woord is, zegt, dat hij al in de schoot van zijn moeder door de HEER is geroepen. Hij was er dus nog vroeger bij dan ik destijds. Verderop in de lezing nuanceert hij dit met de woorden: die mij al in de moederschoot gevormd heeft tot zijn dienaar. God grijpt niet in, laat staan dat God kinderen roept. De spreker in de eerste lezing heeft de invloed van God op zijn leven ervaren en zo sterk gevoeld, dat zijn hele bestaan erdoor geraakt is, vanaf het prille begin. Hij heeft ervaren, dat God zich in hem wil laten zien. Hij deed zijn best dit uit te dragen, heeft al zijn krachten hiervoor gebruikt, maar het was voor niets, het heeft geen zin gehad. Blijkbaar wordt hij tegengewerkt, loopt het niet als gedacht of gedroomd. Roeping betekent dus niet, dat je levensweg al tot in de details vastligt. Dit biedt hoop aan ons hier, met name aan hen die ervaren, dat hun weg niet over rozen gaat en daardoor gaan twijfelen aan God. De dienaar horen we niet zeggen: waarom moet mij dit overkomen, waar blijft God nu. Hij blijft dicht bij zichzelf: ik heb mijn best gedaan, en het heeft niets uitgehaald. Hij is dusdanig geraakt door God, dat hij niet gaat twijfelen, en het vertrouwen uitspreekt dat God hem niet laat vallen, al heeft hij geen idee hóe de HEER hem recht zal doen, hem zal belonen. En dan ervaart hij opnieuw de invloed van God op zijn leven. Dat hij Israël bij elkaar en bij God zal brengen is nog maar het begin. Het perspectief van God is veel groter: tot een licht voor alle volken zal ik je maken opdat de redding die ik brengen zal tot aan de einden der aarde reikt. Het zal u niet verbazen, dat Jezus later vereenzelvigd is met deze dienaar van de HEER.

Ook Johannes is er vroeg bij als het gaat om roeping. Destijds was het een schande voor een getrouwde vrouw om kinderloos te blijven; zij werd om die reden door de omgeving veracht. Dit overkomt ook Elisabet, zo is in het voorafgaande verteld.

Deze doorstane verachting heeft er niet toe geleid, dat zij ging twijfelen aan zichzelf of aan God. Ook dit is hoopvol voor ons, hier en nu. Het feit dat God niet ingrijpt, en je veracht wordt door mensen om je heen vreet aan je vertrouwen, maar wil dus niet zeggen, dat je niet deugt, of dat God niets met je te maken wil hebben. God werkt niet volgens de plannen en dromen van mensen, maar op Gods eigen wijze. Dit vertrouwen blijft in Elisabet leven. Mijns inziens is dit een zuiverder vorm van roeping dan mijn idealen destijds als kind. Wanneer zij een kind krijgt ervaart zij en haar omgeving dit als een genade van God. Of de omgeving begrijpt wat zij hiermee zeggen valt te bezien, zo blijkt bij de naamgeving. Wat Johannes betekent weten de meeste van ons niet, maar wist men toen wel; Johannes betekent: de HEER is genadig, barmhartig. Met andere woorden: precies de naam die bij dit kind past. Wanneer Zacharias weer gaat praten komt men pas echt onder de indruk: men weet opeens geen raad meer met wat hier gebeurd is. Men gaat erover nadenken en zichzelf vragen stellen. Dat is en blijft ook voor ons een zinnige bezigheid: niet te snel oordelen of conclusies trekken, maar stil durven staan, de tijd nemen voor wat je meemaakt, je overkomen is. Het is dé weg naar wijsheid en vertrouwen.

Johannes heeft de trekken van de dienaar van de HEER uit de eerste lezing. Buiten dorp en stad, in de woestijn, laat hij de Geest van God op zich inwerken. Het maakt hem sterk, in de zin van: een diep geworteld vertrouwen in zichzelf en voor wie hij staat: de Barmhartige. Hij doet zijn naam eer aan door met woord en daad het goede nieuws dat God genadig en barmhartig is te verkondigen. Van mensen aan wie hij dit goede nieuws verkondigt vraagt hij, dat zij niet volledig opgaan in hun bezigheden, en zich openstellen voor deze God, zich omkeren, tot inkeer, tot zichzelf komen. Moeilijk is dit voor ons, om jezelf niet te verliezen in je bezigheden, plannen en dromen; moeilijk was dit ook toen. Johannes ondervindt veel tegenslag en wordt uiteindelijk door een gril van Herodes onthoofd. En God grijpt niet in, of beter gezegd: God handelt niet naar onze verwachtingen maar op Gods wijze.

Ruimte in je laten voor deze God en diens genade, en je, als je God ervaart in je leven, aan God toevertrouwen is niet gemakkelijk. Het leven van de dienaar van de HEER laat ons dit zien, net als het leven van Johannes en later dat van Jezus. Gods genade en barmhartigheid zijn kostbaar. Er wordt een eigen bijdrage gevraagd, het kan je veel, zelfs het leven kosten. Gods barmhartigheid uitdragen betekent immers niet alleen, dat je in het reine komt met jezelf, maar ook met al die mensen temidden van wie je leeft, vrienden en vreemden. Zowel het een als het ander kan zwaar en zenuwslopend zijn. Ik hoef dat jullie niet te vertellen; velen kunnen hiervan uit eigen ervaring getuigen.

Johannes zocht de woestijn om zijn vertrouwen in God te sterken. Zijn voorbeeld moge ons de kracht geven open te blijven staan, ook als de woestijn met zijn ontberingen onverwacht in ons eigen leven toeslaat. Zijn voorbeeld kan ons de moed geven om, bewust van de ontberingen die wachten, toch deze woestijn in te gaan, als we daarin een mens zien ploeteren. In woestijnsituaties een mens nabij zijn, in woestijnsituaties een mens nabij voelen doet jou, doet anderen de kostbare genade van God ervaren. Daartoe wordt elk van ons geroepen.

(Theo Koster OP)

www.huissen.dominicanen.nl

  

Het lied van de nieuwe tijd

 

Een nieuwe tijd, een nieuw geluid,

en in een kemelharen kleed

verschijnt een magere profeet

en maakt zich recht en roept het uit:

 

'Keer om met mij in de woestijn,

keer om met mij naar de Jordaan:

het pad wordt recht wanneer wij gaan

om kinderen van God te zijn.

 

Een nieuwe tijd, een nieuwe weg

naar de genade in het dal

waarin uw redder komen zal

en doen al wat ik u voorzeg:

 

hij zal u dopen met zijn geest

en met zijn heilige natuur;

hij zal u zuiveren met het vuur

dat u van alle kwaad geneest.

 

Een nieuwe tijd, een nieuwe doop,

het rijk der hemelen is nabij;

want aan de horizon staat hij,

de door God zelf gezonden hoop'.

 

Michel van der Plas



2156868-9641157a6cb48bc3e80288f89919a790.JPG

2156868-31e9f8383284da89239eb97e5c881361.JPG

2156868-779e4e991344979a297de4c99133d5f6.JPG

2156868-08110cffa4a129d5b252f6aa4b344808.gif
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Omer om 18:05 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

Een morgengebed

 

Een nieuwe dag, hier ben ik weer.

Het is nog vroeg, het is nog stil.

Buig U naar mij voorover, Heer,

en zeg me wat God wil.

 

U die een mens de waarheid zegt

en ieder in zijn waarde laat,

u die ronduit bent en oprecht,

zeg mij waar het op staat.

 

Zeg mij op deze morgen wat

ik heb te doen en waar en hoe

en maak, o Heer en meester, dat

ik dat van harte doe.

 

Dat ik mijn naasten om mij heen

van hoog tot laag het hunne geef;

dat ik niet voor mijzelf alleen

mijn aardse leven leef.

 

Maak mij vandaag dan welgezind

en doe mij door uw ogen zien

hoe ik in keizer en in kind

mijn God en schepper dien.

 

Michel van der Plas

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Omer om 19:05 Reageer op dit bericht

ZONDAG 17 JUNI 2018

11de zondag B – 17 juni 2018

‘Terwijl de boer slaapt’

 

Vandaag vieren we de 11de zondag door het jaar. Zomaar een zondag in een reeks van vele gewone zondagen, niets bijzonders, geen speciaal feest. Een gewone zondag door het jaar, op de overgang van lente naar zomer. Bomen en struiken staan volop in het blad, op de velden zien we de vele gewassen, weilanden kleuren groen van het gras, en geel en wit van de boterbloemen en de madeliefjes. Vele tuinperken liggen er betoverend bij.

De overgang van knop naar blad, de ontluiking van zaad tot vrucht: het gebeurt onder onze ogen, langzaam maar zeker. Zoals we vertrouwen in de groei van zaad en gewas, zo roepen de lezingen ons vandaag op te vertrouwen in de eigen kracht van Gods Woord en in de groei van zijn Rijk,

 

In die tijd zei Jezus:

‘Het is met het koninkrijk van God

als met een mens die zaad uitstrooit op de aarde:

hij slaapt en staat weer op,

dag in dag uit,

terwijl het zaad ontkiemt en opschiet,

ook al weet hij niet hoe.

De aarde brengt uit zichzelf vrucht voort,

eerst de halm, dan de aar,

en dan het rijpe graan in de aar.’

(Marcus 4,26-28)

 

ZO GROEIT HET RIJK VAN GOD …

 

Eén van de taken die een pastoor bij zijn aanstelling meekrijgt is de verkondiging van het woord Gods. Op het eerste gezicht een bovenmenselijke, een bijna magische opdracht. Gods woord in zijn mond nemen… Straffer kan toch niet.

Maar het is juist het tegendeel: het woord van God is een eenvoudige parabel die een kind kan verstaan, het is een wonderverhaal of een flard van een gebed. Het wordt ons op een zondag voorgelezen, het krijgt een menselijke verpakking, wordt gebrekkig gecommentarieerd door iemand die zelf moeite heeft om er de rijkdom van te ontdekken.

Het woord van God schijnt zo klein in vergelijking met al die andere boodschappen die de wereld worden ingestuurd. Het woord van God werkt niet met mediatechnieken. Het is niet opdringerig, voert geen reclame.

Het is als een klein onooglijk zaadje. Of het zal ontkiemen hangt alleen af of ons hart er voor openstaat, of ons hart een vruchtbare voedingsbodem is.

Het woord van God wordt niet alleen verkondigd. Het is ook vlees geworden. In Nazareth, een dorpje in Galilea, een uithoek van het Romeinse rijk, een meisje in een grotwoning wordt zwanger. In haar schoot zal het zaadje ontkiemen tot een jongetje, zal opgroeien tot een religieus bewogen mens, met een boodschap zo eenvoudig en zo transparant dat de machthebbers bang worden voor hem. Hij wordt uitgeschakeld, gekruisigd en begraven en als een zaadje in de aarde neergelegd.

Even daarvoor houdt Hij een maaltijd. Hij breekt het brood als een broos gebaar van zelfgave en zegt daarbij: zo wil ik bij jullie blijven. Eeuw na eeuw wordt dit gebaar herhaald tot op vandaag. Een stukje brood wordt als een klein zaadje in onze handpalm gelegd. Vergeleken met de eetcultuur van onze dagen is dit zo miniem, zo petieterig. God dringt zich niet op. Ook hier zal de voedingsbodem van ons hart beslissend zijn of dit zaadje zal ontkiemen.

Zo groeit het rijk van God en niet anders. Heel klein en bescheiden vanuit het hart en de goodwill van de mens. Ook in deze tijd, voor mensen die leven in een megacultuur waarin alles zo groot en zo opvallend mogelijk moet zijn.

 

Het woord van God blijft dat kleine zaadje. Hij moet wel heel groot zijn dat Hij alle zogezegde grootheid van de wereld kan missen.

(Manu Verhulst)

 

 

Maar één keer leef ik, Heer,

één enkele keer slechts ga ik

als zaaier door de velden  

van dit korte, broze leven.

 

Ik wil geen onkruid zaaien,

geen ééndagsbloemen langs de weg,

maar graan dat onze diepste honger stilt.

 

Leg in mijn handen, Heer,

het graan van uw liefde

en toon mij het veld

waarop ik zaaien mag.

 

Met uw genade zal ik moedig gaan,

uw liefde zaaiend in de smalle voren

van deze onrustige, verwarde tijd,

en elke avond huiswaarts keren met lege handen,

vol vertrouwen op de oogst die volgen zal.

 

Wil, Heer, geven wat daarvoor nodig is:

een groot geloof, veel vertrouwen

en heel veel edelmoedigheid.

 

Heer, help ons.

 

Al het schone in de wereld

vindt zijn oorsprong 

in de durf van de edelmoedigheid.


Jörg Zink



2155051-374323b15d6d4dd71014a3c21bb66e31.JPG

2155051-a64beca44a7affa2f809bb4940b2d4c8.JPG

2155051-e7e567c0c8207675a4e300cb684d2bac.JPG

2155051-53b5828b8776e0a3bf87b2a04a5bd858.JPG

2155051-7090c648e53bb442bbeb9a5d305c2432.JPG
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Omer om 18:42 Reageer op dit bericht

DOORDENKEN OP DONDERDAG

DE TWIJFEL VOORBIJ

 

'De aarde is niet uit haar baan gedreven toen jouw hartje bleef stilstaan', zei Elsschot toen zijn nichtje stierf. Herken je dat gevoel: dat de sterrenhemel al eeuwenlang onverschillig rondjes draait rond de Poolster... maar dat het fysische en morele kwaad er al even lang is? Ziekten en natuurrampen, wetens en willens bedreven gruweldaden tegen medemensen?

We zijn niet de eersten die onze tanden stukbijten op de vraag naar het kwaad. Getuige de grote denkers die het bestaan van een goede God in een theodicee, een rechtvaardiging van Gods bestaan én goedheid, aannemelijk hebben willen maken.

Bovendien heeft onze voortschrijdende kennis ons 'goddelijke' privileges gegeven die tot voor kort ondenkbaar waren. De medische wetenschap bijvoorbeeld brengt onsterfelijkheid beetje bij beetje dichterbij. Gaan we binnenkort de schepping helemaal naar onze hand kunnen zetten nu ze stilaan haar geheimen prijsgeeft? Kan ze eventueel niet bestaan zonder Maker?

Hoe kan een kleine sterveling zoals ik iedere dag, in alle naïviteit, nog een praatje komen maken met God? Door al die paradoxen is Hij zwaar onder vuur komen te liggen. Met pure redeneerkunst kom ik er niet uit, maar ik blijf Hem opzoeken. Er is toch de kleurrijke vlinder die als een zacht uitnodigend gebaar naast mij neerstrijkt op de leuning van de bank? En de inzet en solidariteit van meevoelende mensen die het kwaad van antwoord blijven dienen? Ik spring resoluut in de bres voor de 'lijdende Metgezel' die niet te beroerd is geweest om als kwetsbare sterveling al onze menselijke problemen tot de zijne te maken. Sindsdien is er geen 'helaas' zonder 'en toch'. Ik wil blijven gehoor geven aan Zijn appél om evenveel liefde voor mijn medemensen op te brengen als Hij voor mij heeft overgehad. Grenzeloos veel dus.

(Anne-Mie Van de Walle)

(Bron: Catechesehuis, Tussendoor: ‘Maakt geloven gelukkig?’, augustus 2017)

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Omer om 08:35 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

POLDERSCHEPPING

 

Ooit was hier leeg het chaosland,

van nog niet aarde, duin of strand:

het water zelf niet wetend hoe,

verloren tussen eb en vloed.

 

Ooit werd uit puin van oergericht,

hier vaste horizon gesticht;

één scheppingsgolf van eeuwen handen,

tot grens van zee en aangelanden.

 

Nu geurt alom de vruchtenzee,

de krekenstroom van graan en vee,

een weidenschoot ranonkelgoud,

met zilverslierten door teer hout.

 

Zo wordt hier poldermens uit klei

en zweet geboren, zij in zij, 

wijl sterk en vroom, haast niet te horen,

weergalmen nooit voltooide torens.

 

E. H. Jan Lavaert



2154289-f2e9d5ab77bb212a0e219ba46365ff99.JPG

2154289-f53d9fdf1aab624c00dab5c7238f9a7c.JPG

2154289-74a0973d73e23a489ffbec0f7f1e0725.JPG

2154289-5a4b94e59dafefd85bc558dfe0ab2a2d.JPG

2154289-7dd695dbffd28902ec8c0a0844edbac8.JPG

2154289-956ac4162abd2f0f700c5a9aabe603b0.JPG
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Omer om 18:17 Reageer op dit bericht

Meer van Doorheen de dagen

↑ Terug naar de berichten