Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
GEDICHT VAN DE WEEK
GEDICHT VAN DE WEEK
REBUS IN DE BUS
Wie zaten er vanochtend in de bus
behalve de chauffeur wiens roze wang
zo vloekte met zijn mooie rooie haar.
Een woeste oude boer met grijze ogen
en zijn gezicht in aanslag, en een woelig kind
doofstom, dat met zijn eigen dunne vingers praatte.
Een vrouw van vijftig, een zigeunerin of zo
ze stapte uit bij het woonwagenkamp
ze had een luipaard-jasje aan en kleine oren.
Een papoea-familie, drents van spraak
zo lief, zo lelijk en zo onbevangen.
Ik zat en luisterde en zag het aan
eerlijk gezegd en tegen beter weten in
verwachtend dat nu eindelijk ‘De Zin’
zichzelf in deze bus zou openbaren
van al die raadselachtige aanwezigheden.
Maar nee - natuurlijk nee. De enige conclusie was:
ik houd van mensen in een bus, ik houd van gras
en lucht. Ik rij van Groningen naar Roden.
Ik leef een tijdje. Ik begrijp het niet,
zelfs niet als ‘Het’ zo duidelijk wordt aangeboden.
M. Vasalis (1909-1998)
Geen bus op de foto’s, maar wel vele mensen samen op bedevaart in Lenções, La Salette en Lourdes: ‘Wie waren dat allemaal deze keer?'

GEDICHT VAN DE WEEK
GEDICHT VAN DE WEEK
REBUS IN DE BUS
Wie zaten er vanochtend in de bus
behalve de chauffeur wiens roze wang
zo vloekte met zijn mooie rooie haar.
Een woeste oude boer met grijze ogen
en zijn gezicht in aanslag, en een woelig kind
doofstom, dat met zijn eigen dunne vingers praatte.
Een vrouw van vijftig, een zigeunerin of zo
ze stapte uit bij het woonwagenkamp
ze had een luipaard-jasje aan en kleine oren.
Een papoea-familie, drents van spraak
zo lief, zo lelijk en zo onbevangen.
Ik zat en luisterde en zag het aan
eerlijk gezegd en tegen beter weten in
verwachtend dat nu eindelijk ‘De Zin’
zichzelf in deze bus zou openbaren
van al die raadselachtige aanwezigheden.
Maar nee - natuurlijk nee. De enige conclusie was:
ik houd van mensen in een bus, ik houd van gras
en lucht. Ik rij van Groningen naar Roden.
Ik leef een tijdje. Ik begrijp het niet,
zelfs niet als ‘Het’ zo duidelijk wordt aangeboden.
M. Vasalis (1909-1998)
Geen bus op de foto’s, maar wel vele mensen samen op bedevaart in Lenções, La Salette en Lourdes: ‘Wie waren dat allemaal deze keer

GEDICHT VAN DE WEEK

GEDICHT VAN DE WEEK
WEES GEGROET
Een somber, moe en angstig man,
zo simpel als hij bidden kan:
Maria, wees gegroet.
Gij glimlacht, daar ge in licht gewaad
in felle zon te glanzen staat
want gij zijt mild en goed.
En ‘k glimlach naar het ogenlicht
dat teer maakt uw verdroomd gezicht
en mij vertrouwen doet.
Glimlachend zien we elkander aan,
geef dat ik zó voor u mag staan,
eens en voorgoed.
Maria, wees gegroet.
Hubert van Herreweghen (1920-2016)
Foto’s:
1. La Sallette, Frankrijk.
2. Lourdes, Frankrijk. Kaarsjesprocessie.
3. Glasraam aan kapel ‘Ave Maria’, Sleidinge.


BIJ DE 26ste ZONDAG C

BIJ DE 25ste ZONDAG C
‘PROFETEN’
Maar Abraham zei:
‘Als ze niet naar Mozes en de Profeten luisteren,
zullen ze zich ook niet laten overtuigen
als er iemand uit de dood opstaat.’
(Lucas 16,31)
‘Als ze niet naar de profeten luisteren …’, zo besluit Jezus zijn gekende parabel over de naamloze rijke en de arme Lazarus. Niet alleen toen, ook nu nog zendt God zijn profeten! Misschien is het goed om er eens op te letten dat ze niet ongezien voorbijgaan!
Cesar Maes is zo’n ongekende profeet. Begin 1970 – hij was toen bijna 40, een gevierde prof met veel talent en aanzien – liet hij de wijsheid en de rijkdom van de wereld achter zich en vertrok, als missionaris naar een verloren hoek, ergens in Guatemala, om te levenbij de indiaanse bevolking, hoog in de bergen.
Hij bouwde een kerkje, bezocht oude en zieke mensen op de meest onmogelijke plekken… en overleed in 2005. Hij was toen bijna 75. Zijn belevenissen heeft hij neergeschreven in ‘ADIOS TRISTEZA’, en ik ben nog eens gaan grasduinen.
‘Voorlopig huis ik nog in het primitieve hok. Ik gaf het een moderner uitzicht met een degelijke petroleumlamp, een paar planken voor de potten en de pannen en een reeks nagels voor de kopjes, want ik heb er nu al vijf. Een plastiekzak, waarin ooit een deken stak, is het venster. De WC, die honderd meter verder staat, kan nu eindelijk ook bij regenweer gebruikt worden.’
‘Ik kook zelf mijn potje. Ik ben helemaal geen sukkelaar. Men moet eerst honger hebben om te weten hoe lekker een schotel pakjessoep smaakt. Lekker zijn ook de bananen, de tomaten, de eieren, de aardappelen, al zijn er niet telkens alle ‘oogjes’ uit, en de ruwe lappen vlees. Men moet eerst door vlooien gebeten zijn om te weten hoe weldoend een zalfje kan zijn. Men moet eerst moe zijn om van rust te genieten. De nachten zijn heerlijk, ook zonder lakens, na een bezoek te paard aan een ver bergdorp. Men moet eerst heimwee hebben naar het oneindige en naar de mensen opdat elk woord van omhoog en elke groet van een vriend verrijkende vreugde kan geven.’
‘Dit heb ik nu al beter begrepen: dat er zonder behoeften geen voldoening kan zijn en dat wie sterren wil zien in de nacht moet gaan staan.’
‘Soms heb ik het gevoel dat ik mij vergist heb, dat ik allang hier had moeten zijn, dat ik deugden heb geleerd die hier niet passen. Stiptheid? Wat een gekke uitvinding is een uurwerk, dat ons steeds op de hielen zit en aanspoort om tijd te winnen, zonder te weten waarvoor. Een Indiaan weet beter en heeft tijd genoeg. Beleefdheid? Geef mij maar de warme, vuile hand van een Indiaanse boer en de glimlachende groet van ongewassen kinderen.’
Wij steken van wal met vertrouwen in de toekomst en met de hoop dat het getuigenis van ons geloof luid en oprecht mag klinken.
‘Terzelfdertijd groeide echter de pijnlijke zekerheid dat er een onchristelijke kloof ligt tussen de theologie van de welgevoeden en de theologie van de opzijgeduwden’.
‘Voor de zwijgzame Indianen is de glimlach de taal van hun vriendschap. Ze glimlachen voortdurend.’
‘Het ouder worden doet denken. Over de mooie, kleine dingen hier, die ik in België niet kon zien, omdat daar de huizen te hoog zijn.’
‘Eigenaardig hoe volle magen niet enkel stevige buiken maar ook slappe geesten kweken.’


GEDICHT VAN DE WEEK
GEDICHT VAN DE WEEK
De Averulle en de Blomme
Daar zat ne keer een averulle
en lekte met nen zom,
zom, zom,
den dauw van op de blaren,
die klaar bedreupeld waren
lijk met nen dreupel rom,
rom, rom.
Wanneer zij fraai gedronken had,
zoo vloog ze scheef en krom,
rom, rom,
al neuzlen en half dronken,
tot waar de kleêrkes blonken
van eene schoone blom,
lom, lom.
De blomme die ze kommen zag
en viel niet al te dom,
dom, dom,
maar riep zoo, loos van zinnen:
'Hei, Kobbe, kom mij spinnen
een kobbenet rondom,
om, om.'
En Kobbe, die was seffens g'reed,
en steld' heur pootjes krom,
rom, rom;
zij spon heur looze netten
om heur daarin te zetten,
en zat daar stille en stom,
tom, tom.
En als de Rulle kwam nabij
geflodderd, krom en slom,
lom, lom,
zoo is ze in 't net gevlogen,
en deerlijk uitgezogen,
ofschoon zij jankte: 'Zom,
zom, zom!'
De looze blomme loech ermeê,
die looze booze blom,
lom, lom,
eilaas! zoo menig jonker
wordt uitgezogen pronker,
om eene schoone blom,
dom! dom!
Guido Gezelle (1830-1899)
---
Averulle: meikever
Loos: bedrieglijk
Slom: scheef
BIJ DE 25ste ZONDAG C
BIJ DE 25ste ZONDAG C
Geen knecht kan twee heren dienen:
Je kunt niet tegelijk God dienen en de geldduivel.'
(Lucas 16,13)
HET VERHAAL VAN DE TWEE WOLVEN
Een opa zei tot zijn kleinzoon, die naar hem toe was gekomen, vol boosheid op een vriend die hem onrecht had aangedaan: ‘Laat mij een verhaal vertellen…’
‘Ook ik heb soms grote ergernis gevoeld voor hen die meer namen, zonder zich te bekommeren om de anderen. Maar woede schaadt jou maar hindert jouw vijand niet. Het is als vergif nemen en hopen dat jouw vijand zal sterven. Ook ik heb meermaals met die gevoelens geworsteld.’
‘Het is of er twee wolven in mij schuilen; de ene is goed en berokkent geen kwaad. Hij leeft in harmonie met allen rondom hem en hij neemt geen aanstoot wanneer er geen kwaad opzet is. Hij wil enkel vechten als het gerechtvaardigd is en enkel op een faire manier.’
‘Maar…de andere wolf… oei! De kleinste zaak wekt zijn ergernis op. Hij vecht met iedereen, op elk ogenblik, zonder reden. Hij kan niet nadenken om dat zijn woede en ergernis zo groot zijn. Zijn ergernis is nutteloos want die ergernis zal niets veranderen.’
‘Het is soms moeilijk te leven met die wolven binnenin mij want elk van beiden tracht mijn geest te domineren.’
De jongen keek in de ogen van zijn opa en vroeg: ‘Opa, welke van de twee wint?’
De opa glimlachte en antwoordde rustig: ‘Hem die ik voed.’
(De auteur van dit verhaal is mij onbekend)
De afgod geld
U bent mijn God,
maar er is midden in mijn leven
een gouden teken opgeheven
dat met uw macht en liefde spot.
De afgod geld
staat allerwegen voor mijn ogen
als nieuw en enig alvermogen
en roept en trekt mij met geweld.
Laat toch niet toe
dat ik mij op hem blind zou staren
en hem tot meester zou verklaren:
dat ik een knieval voor hem doe.
O maak mij vrij
van al de nieuwe aardse goden
en hun verslavende geboden;
van hebzucht en van hovaardij.
Houd U mij vast,
dat ik mijn vingers niet zal branden:
leer mij dat in uw eigen handen
het ware goud ligt opgetast.
En laat U zien:
dat ik voortaan voorgoed zal weten
hoe groot en rijk en niet te meten
de ene Heer is die ik dien.
Michel van der Plas (1927-2013)
De drie foto’s werden genomen tijdens een reis naar Roemenië in 2015. Foto 1 toont de Andrassy boulevard in Boekarest. Met dit prestigeproject wou de voormalige dictator Ceaucescu de Champs Elysées in Parijs overtreffen. Foto 2 geeft het luxejacht van dezelfde dictator. En de 3de foto werd genomen tijdens de heenreis, in Boedapest, Hongarije, met een zicht op het Burchtpaleis, vanaf de overkant van de Donau.
GEDICHT VAN DE WEEK
GEDICHT VAN DE WEEK
Zes jaar heeft ze geleerd wat blijven was;
wat ouders deden, en wat alles dus ging doen:
een tafel bij een stoel, nu bij toen.
Het meervoud van geluk was: wij.
Sindsdien heeft ze geleerd wat enkelvoud is.
Zij. Nu weer half van jou, morgen half van mij.
Toen ze acht was, was ze tien.
Eén helft van haar gezicht lief,
de ander liever. Bang om te kiezen
tussen verliezen en verliezen.
Vandaag is ze gewoon twaalf.
Vier ouders, twee echt, twee stief.
Slapen gaan moet met eindeloos gezoen.
Ze wint altijd. Ze heeft geleerd wat blijven is.
Wat ouders niet en kinderen wel doen.
Herman De Coninck (1944-1997)

BIJ DE 23ste ZONDAG C
BIJ DE 23ste ZONDAG C
‘JE KRUIS OPNEMEN’
Wie naar Mij toe komt
moet zijn vader en moeder,
zijn vrouw en kinderen,
ja, zelfs zijn eigen leven verfoeien.
Hij moet zijn kruis dragen
anders kan hij geen leerling van Mij zijn.
(Lucas 14,25 en 33)
DE KEUZE VOOR JEZUS EN ZIJN KRUIS
Er zijn wel eens woorden van Jezus waar we moeilijk mee weg kunnen. En toch willen we Hem verstaan en volgen! En daarom:
Ik moet Jezus op de eerste plaats stellen in alles wat ik doe en beleef. Ik moet Hem meer beminnen dan mijn familie en vrienden. Maar als ik voor Hem kies, zal ik met zijn liefde naar de mensen toegaan, zeker naar mijn familieleden en vrienden.
Ik moet het kruis opnemen, mijn kruis, dat altijd anders is dan ik verwacht en dat mij toch op het lijf geschreven staat. In het leven van iedere dag moet ik liefde geven, mijn eigen plannetjes en ontgoochelingen vergeten, en altijd weer opnieuw beginnen.
Slechts als ik mij telkens opnieuw losmaak van mijn bezit, kan ik met heel mijn hart de weg van Jezus gaan. Want het bezit is zulk een tirannieke heerser, dat het mij geen enkele ruimte laat om ‘ook nog’ Jezus te dienen en Hem te volgen op de weg, die het evangelie tekent.
U achterna
U achterna, dat worden smalle wegen,
de stilte tegemoet, de bergen in, -
een kale wereld, kil en afgelegen,
en elke draai een hachelijk begin.
U achterna, dat wordt een pijnlijk wagen,
ver van vertrouwd geluk, al is dat klein;
dat wordt eenmaal uw zware last meedragen
en altijd onderweg en dakloos zijn.
U achterna, dat is voor armoe kiezen,
voor honger en voor dorst en voor gemis
en elke droom van zekerheid verliezen
in een ontmoedigende duisternis.
U roep ik aan, u die ik na moet leven
en die uw kruis nog krijgt en Golgotha:
o Jezus, help me, als ik het zou begeven
aan ’t einde van de reis U achterna.
Michel van der Plas (1927-2013)
GEDICHT VAN DE WEEK
GEDICHT VAN DE WEEK
De Waterlelie
Ik heb de witte waterlelie lief,
daar die zoo blank is en zoo stil haar kroon
uitplooit in 't licht.
Rijzend uit donker-koelen vijvergrond,
heeft zij het licht gevonden en ontsloot
toen blij het gouden hart.
Nu rust zij peinzend op het watervlak
en wenst niets meer...
Frederik Van Eeden (1860-1932)
(Geen waterlelies maar bloemen uit:
- de tuin van Pe. Frans in Mundo Novo, Bahia;
- Eikendal, Sint-Laureins;
- Het Leen, Eeklo)
NAAR DE DOLOMIETEN
NAAR DE DOLOMIETEN – 10
VIA GRAUN WEER NAAR HUIS
Het oorspronkelijke dorp Graun bevindt zich op de bodem van het Reschenmeer. Door de bouw van een stuwdam tussen 1948 en 1950 om een stuwmeer aan te leggen kwam het dorp onder water te staan. Alle gebouwen werden daarbij gesloopt. Enkel de kerktoren van het oude dorp werd behouden en deze steekt tegenwoordig boven het wateroppervlak van het meer uit.
EPILOOG
Ode Marítima
Reizen, reizigers – in zo veel soorten!
Zo veel nationaliteiten op de wereld!
Zo veel beroepen! Zo veel mensen!
Zo veel verschillende bestemmingen,
die men het leven geven kan,
Het leven dat, uiteindelijk, in wezen,
altijd en altijd hetzelfde is!
Zo veel merkwaardige gezichten!
Alle gezichten zijn merkwaardig.
En niets schenkt zo veel religiositeit
als heel scherp naar de mensen kijken.
Broederschap is, per slot, geen revolutionair idee.
Het is iets dat men in het leven leert,
waar men van alles moet verdragen,
En vervolgens prettig vindt
wat men verdragen moet,
En, ten slotte, bijna huilen moet van tederheid
om dat wat men verdragen moest!
Fernando Pessoa (1888-1935)
NAAR DE DOLOMIETEN - 9
NAAR DE DOLOMIETEN – 9
DE NATUUR
God geeft ons de natuur
als een troost
als een kracht,
als een herinnering aan het paradijs.
De rust, de kracht, de wijsheid
waarmee de natuur zich ontplooit,
zijn een troost
in de wisselvalligheid van ons bestaan,
vooral in roerige en noodlottige tijden.
De natuur
herinnert ons altijd aan Gods trouw
en aan dat wat tot echte vruchtbaarheid leidt:
kalmte, geduld, stilte.
Athenagoras I
(Bron: Maria ter Steeg: ‘Een jaar wijsheid uit de abdijen’.
NAAR DE DOLOMIETEN - 8
NAAR DE DOLOMIETEN – 8
DE GROTE DOLOMIETENRIT 3
Gij waart, Heer Jezus, een vlugge trekker langs de wegen,
een eenzaam bidder op de bergen …
Nu trek ook ik, uw volgeling, door het leven,
en dag na dag, omhoog, omlaag,
Flor Hofmans
NAAR DE DOLOMIETEN 7
NAAR DE DOLOMIETEN – 7
DE GROTE DOLOMIETENRIT 2
Op onze weg naar de kabellift voor de Passo Pordoi passeren we maar liefst 33 haarspeldbochten! Dit brengt mee – zeker als je af en toe eens naar buiten kijkt – dat sommige mensen wel eens misselijk worden. Het is geen overbodige luxe om kotszakjes bij de hand te hebben.
Deze weg naar de bergpas is ook een populaire wieler- en motorroute. We moesten regelmatig achter een paar wielrenners of motorrijders blijven ‘hangen’ totdat we ze veilig konden inhalen.
NAAR DE DOLOMIETEN - 6
NAAR DE DOLOMIETEN – 6
DE GROTE DOLOMIETENRIT 1
Vandaag beginnen we aan een lange rit door de Dolomieten die ons via een kabelbaan naar Sass Pordoi zal brengen: in een tiental minuten van 2200 naar 2900 meter boven de zeespiegel. Zo komen we op een fascinerend ‘balkon’ met ongelooflijke uitzichten van zowel groene valleien als adembenemende toppen. De prachtige Marmolada, met zijn gletsjer, is de beloning als je de top bereikt.
Destijds deden we deze tocht op één lange dag. Nu de benen wat strammer geworden zijn gaan we er 2 of 3 dagen over doen!
NAAR DE DOLOMIETEN - 5
NAAR DE DOLOMIETEN – 5
ROGGENBURG
Roggenburg is een eerder bescheiden stadje met amper 3000 inwoners in Beieren. Vermaard is evenwel de Norbertijner kerk in Duitse Barok. De belangrijkste kenmerken zijn de grote uitbundigheid met veel weelderige versieringen, het gebruik van marmer en de vele fresco's en sculpturen.
NAAR DE DOLOMIETEN - 4
NAAR DE DOLOMIETEN – 4
HET MEER VAN MISURINA EN DE PRAGSER WILDSEE
Het Meer van Misurina ligt 1754 meter boven zeeniveau. In de zomer wordt er in het meer gezwommen en kan er gewaterfietst worden. In de winter vriest het oppervlak geheel dicht en wordt hierop geschaatst.
Ook de Pragser Wildsee of het Meer van Prag ligt, in de Dolomieten op een grote hoogte van bijna 1500 meter.
NAAR DE DOLOMIETEN - 3
NAAR DE DOLOMIETEN – 3
DE GARDENA PAS
De Gardena Pas ligt op 2.121 meter hoogte en is een absolute must voor fans van de Dolomieten. Het is meer dan alleen maar een bergweg: het is een juweel van de Dolomieten dat betovert met zijn natuurlijke schoonheid, fascinerende geschiedenis en rijke cultuur.
NAAR DE DOLOMIETEN 2 - BRIXEN
NAAR DE DOLOMIETEN – 2
DE BISSCHOPSSTAD BRIXEN
Brixen heeft een lange geschiedenis: het is de oudste stad van Tirol en was lange tijd de zetel van het kerkelijke vorstendom. Daarvan getuigen nog een paar van de belangrijkste bezienswaardigheden van de stad, zoals de majestueuze domkerk van Brixen. Deze kerk is gebouwd in verschillende stijlen en is een kunsthistorische attractie. In de kruisgang met zijn kruisgewelven vind je middeleeuwse fresco's, terwijl er in het interieur barokke muurschilderingen te zien zijn.
NAAR DE DOLOMIETEN 1 - ULM
NAAR DE DOLOMIETEN – 1
ULM
Ulm is een stad in de Duitse deelstaat Baden-Württemberg en is vooral beroemd vanwege de hoogste kerktoren ter wereld, met name de toren van de gotische munsterkerk, 161,5 m hoog, die voltooid werd in 1890. De naam ‘munsterkerk is afgeleid van het Latijnse ‘monasterium’. Een munsterkerk is in oorsprong dus een kerk die deel uitmaakte van een klooster of kapittel.


1 reactie op dit bericht
Zegen op deze herfst zondag middag en avond
De kids in het zuiden hebben een week herfstvakantie. Het is 15 graden bewolkt in Noord-Holland vandaag. Bent U op zoek naar blog contact of ook naar zingeving. Gaat u het zoeken in de New Age of Yoga? Antwoorden zijn verder te lezen op het blogje. Van harte welkom. Bedankt voor je bezoek en je ontvangt vriendelijk een tegenbezoek. Patricia.