Naar de inhoud

Doorheen de dagen

Ervaringen besproken
akke.beakke.be

Berichten van 19 april 2010 tot 25 april 2010

VIERDE ZONDAG VAN PASEN

VIERDE ZONDAG VAN PASEN

DE GOEDE HERDER

We lezen vandaag op deze roepingenzondag uit het evangelie van Johannes over ‘de Goede Herder’.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Mijn schapen luisteren naar mijn stem
en Ik ken ze
en ze volgen Mij.
Ik geef hun eeuwig leven;
zij zullen in eeuwigheid niet verloren gaan
en niemand zal ze van Mij wegroven.
Mijn Vader immers die ze Mij gegeven heeft
is groter dan allen;
en niemand kan iets uit de hand van mijn Vader roven.
Ik en de Vader, Wij zijn één.”

(Johannes 10,27-30)

Telkenjare wordt op de vierde zondag van Pasen ‘roepingenzondag’ gehouden. De Kerk bidt en ijvert dan in het bijzonder voor ‘nieuwe roepingen.’ Hoewel daarbij steevast herhaald wordt dat elke gelovige geroepen en gezonden is om te getuigen van zijn geloof in de Verrezen Jezus, wordt steeds de klemtoon gelegd op de specifieke roepingen van priesters en kloosterlingen.

Telkenjare ook wordt daarbij het beeld van ‘de Goede Herder’ voorgelezen en voorgehouden. De roeping en zending van de kloosterling en van de priester heeft slechts waarde indien zij een afspiegeling is van het herderschap van Jezus zelf. Vanzelfsprekend kan geen priester of kloosterling de volmaakte herder, die Jezus is, evenaren. Dit neemt niet weg dat de navolging van de persoon van Jezus een ideaal en streefdoel moet zijn.

Hoe heeft Jezus zijn herderschap beleefd en beoefend? In één van de oudste teksten van de christelijke geschiedenis citeert Paulus een ‘kerklied’ van de eerste christenen. We vinden deze tekst in de brief aan de christenen van Filippi, hoofdstuk 2, verzen 6 tot 11:

Hij die de gestalte van God had,

hield zijn gelijkheid aan God niet vast,

maar deed er afstand van.


Hij nam de gestalte aan van een slaaf

en werd gelijk aan een mens.


En als mens verschenen,

heeft hij zich vernederd

en werd gehoorzaam tot in de dood –

de dood aan het kruis.


Daarom heeft God hem hoog verheven

en hem de naam geschonken

die elke naam te boven gaat,

opdat in de naam van Jezus

elke knie zich zal buigen,

in de hemel, op de aarde en onder de aarde,

en elke tong zal belijden:

‘Jezus Christus is Heer,’

tot eer van God, de Vader.


Alleen als de priester of kloosterling dit beeld van Jezus als ideaal en streefdoel neemt is hij of zij geloofwaardig. Het vertrouwen van de mensen in de kerk wordt geschokt en geschonden, wanneer zij vaststellen dat officiële bedienaren dit beeld niet voor ogen houden maar onder de vlag van een verheven ideaal vooral eigen voordeel betrachten, in de vorm van de drie gekende bekoringen van Jezus in de woestijn: geldhonger, machtsdrang en eerzucht.

In het licht van de pijnlijke gebeurtenissen van deze week, rond de persoon van de vroegere bisschop Roger Vangheluwe, zien we des te beter waar de wortel van het kwaad in de Kerk gelegen is. Het gaat er hier niet om op een gemakkelijke wijze veroordelend te spreken over de vroegere bisschop. Hoe vreemd het ook mag klinken, eigenlijk is hij zelf ook slachtoffer, ondanks het leed dat hij heeft aangericht. Hij is zelf slachtoffer omdat ook in onze tijd de Kerk helaas haar gezag op macht en niet op dienstbaarheid, vertrouwen en geloofwaardigheid gebouwd heeft en vooralsnog blijft bouwen. En hij, klein mensje, wilde ‘klimmen’ in deze Kerk.

Ons persoonlijk geloof moet in genen dele aangetast worden door deze gebeurtenissen, zo dicht bij huis in ons kleine Vlaanderen, en evenzeer in tal van andere landen in de wereldkerk. Laten wij bidden en hopen dat een totaal vernieuwde Kerk mag verrijzen uit dit leed en dit kruis.

Een kerk zoals zij reeds in de jaren ’60 gedroomd werd door de Dominicaan Yves Congar: ‘Pour une église servante et pauvre’ (Pleidooi voor een dienende en arme Kerk), en later door de vroegere bisschop van Evreux, Jacques Gaillot: ‘Si l’Eglise ne sert pas, elle ne sert à rien’ (Als de Kerk niet dient, dient zij tot niets.’)

In haar geestelijk testament, daterend van 15 augustus 2005, schrijft Sœur Emmanuelle:

‘Si je devais résumer l’essentiel de mon engagement religieux pour le transmettre aux jeunes générations, je dirais que j’ai toujours milité pour une Église servante et pauvre.’

(Als ik het diepste wezen van mijn engagement als kloosterlinge zou moeten samenvatten, om het door te geven aan de jongeren van vandaag, dan zou ik zeggen dat ik mij altijd ingezet heb voor een dienende en arme Kerk.’) (Bron: ‘La Croix’, van 30 augustus 2008).

Heer Jezus, Goede Herder,

genees ons hart, dat versplinterd is,

verlamd door zoveel voorbehoud.

Laat ons luisteren naar uw stem

en U van ganser harte volgen.

Gij voelt met ons mee

en geeft ons ruimte om te leven.

Van harte vertrouwen wij ons aan U toe.

Amen.



632270-f1b81ac77f3a8760956a772865887a15.JPG

632270-c80f3016ccffd2573c80e9d2f36228f6.JPG

632270-bba18db7c21ad36c96505282a74f99da.JPG

632270-30f230cb765715390c34a5202540d327.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 08:41 Reageer op dit bericht

BEZINNING VAN DE DAG

HEER, NAAR WIE ZOUDEN WE GAAN?

Vandaag besluiten we de lezing van het zesde hoofdstuk van Johannes, een mooie tekst, die heel gemakkelijk naar ons eigen leven kan vertaald worden.

Veel leerlingen die Jezus gehoord hadden, zeiden:

‘Dit zijn harde woorden,

wie kan nog naar Hem luisteren?’

Jezus wist wel dat zijn leerlingen protesteerden 

en zei tegen hen:

‘Nemen jullie aanstoot aan wat Ik gezegd heb?

Als jullie nu de Mensenzoon zouden zien opstijgen

naar waar hij eerst was?

De Geest maakt levend,

het lichaam dient tot niets.

Wat ik gezegd heb, is Geest en leven.

Maar sommigen van jullie geloven niet.’

Jezus wist namelijk vanaf het begin

wie er niet geloofden en wie hem zou uitleveren.

‘Daarom heb ik jullie gezegd,’ zei hij,

‘dat iemand alleen bij mij kan komen

als het hem door de Vader gegeven is.’

Toen trokken veel leerlingen zich terug

en gingen niet verder met hem mee.

Daarop vroeg Jezus aan de twaalf:

‘Wilt ook gij soms weggaan?’

Simon Petrus gaf antwoord:

‘Maar Heer, naar wie zouden we gaan?

In uw woorden vinden we eeuwig leven,

en wij geloven en weten dat u de Heilige van God bent.’

(Johannes 6,60-69)

---

‘Wilt ook gij soms weggaan?’ vraagt Jezus, en we denken aan lege stoelen in de kerk. De voorbije jaren hebben enkele grote namen met veel gedruis hun geloof vaarwel gezegd. Velen zijn gevolgd, zonder tamtam en zonder dank voor wat zij meegekregen hadden. Het gaat niet zozeer over gewone mensen die niet meer naar de kerk gaan, maar over die nieuwe ‘wijzen’, die denken het grote licht te brengen omdat ze op TV, de radio of in de boekskes komen. We kennen hun vraag: ‘Gelooft gij nog?’ Vooral dat ‘nog’ is veelzeggend: ‘ben je echt zo oubollig dat je nog gelooft?’ Die oppervlakkige pseudowijsheid is het echte weggaan. De mensen die niet meer naar de mis komen, zijn meestal maar makke meelopers.

Het proces is nog volop bezig. Vanuit de media naar parochies en gezinnen. Beetje bij beetje wordt ingelepeld: geloof is goed voor kinderen tot 12 jaar. Daarna ben je geen kind meer en heeft God afgedaan, zoals Sinterklaas. Hij wordt opzijgezet, en de hunker naar een zinvol leven wordt verdoofd door welvaart, genot en kicks. Leef nu, geniet en profiteer. Vergeet al de rest en denk vooral niet verder!

Wat zou Jezus doen in onze tijd? Zou Hij woedend worden: ‘Loop dan maar in je ongeluk. Je hebt het zelf gezocht!' Zo spreekt het evangelie niet over Hem. Allicht zou Hij ook aan ons vragen, terwijl Hij ons zacht in de ogen kijkt: ‘Wilt ook gij soms weggaan? De keuze is aan u!’

‘Wilt ook gij soms weggaan?’ Het is een mooie vraag van Jezus, omdat Hij onze keuzevrijheid zo respecteert. Geen liberalisme van elk voor zich, maar die innerlijke vrijheid om zelf onze fundamentele keuze te maken. Niemand is verplicht mij te volgen, zegt Jezus. Geloven is vrij, persoonlijk en bewust voor Hem kiezen. Niet op 12 jaar, maar een leven lang.

Petrus geeft de echte reden van ons geloof: ‘Maar Heer, naar wie zouden we gaan? In uw woorden vinden we eeuwig leven.’ Anders gezegd: ‘Gij, Heer, biedt ons een manier van leven, zoals niemand anders doet.’

We geloven niet omdat we dat zo geleerd hebben, we geloven omwille van de boodschap die Jezus brengt. Hij is in de wereld gekomen opdat wij leven zouden hebben, en wel leven in overvloed.’ Ook Augustinus heeft eerst na lange tijd Jezus ten volle leren kennen, en toen schreef hij: ‘Onrustig blijft ons hart tot het rust vindt in U.’



631672-02c5ee2168acfdcfcbe635924fbb53e9.JPG

631672-151b548a698e969cf3e2e3626ed36978.JPG

631672-d36dad1b312e3b1e7d3da93fd53eeef2.JPG

631672-82bfd939254406e6a4d76a97a77cf9e7.JPG
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Omer om 09:25 Reageer op dit bericht

LENTE IN HET KREKENLAND

LENTE IN HET KREKENLAND


De lente was dezelfde


De lente was dezelfde als jaren terug

en toch was alles anders.

God had het lijden van nabij gezien,

de dood geproefd

en in zijn lichaam alles meegeleden

wat de mensen lijden.


De lente was dezelfde,

met plotse bloemen in het bedauwde gras

en toch was alles anders.

De tranen in zijn ogen en de wonden in zijn vlees,

de glimlach van vernedering.

Hij deelde in ons lijden.


De lente was dezelfde als altijd,

met stuwende dieren en uitgelaten vogels

en toch was alles anders.

Een open graf en vrienden met hun twijfels

en hun broos vermoeden na zoveel lijden.


De lente was dezelfde als ooit tevoren

en toch, nu werd het anders.

Ik weet zijn hand op mijn schouder.

‘Ik ben verrezen en nog bij u’.

Zijn gewonde hand op mijn schouder

in het uur van het lijden.

Manu Verhulst



628582-cd2c2f51987603b9437f801dce211317.JPG

628582-36a97eb7c636011d29bcca2ca6ce1436.JPG

628582-2d3ca3d12784783443c2812bfe541fd5.JPG
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Omer om 17:53 Reageer op dit bericht

Meer van Doorheen de dagen

↑ Terug naar de berichten