Naar de inhoud

Doorheen de dagen

Ervaringen besproken
akke.beakke.be

Berichten van 22 augustus 2011 tot 28 augustus 2011

ZONDAG 28 AUGUSTUS

22ste ZONDAG A – 28 AUGUSTUS 2011

WIE MIJN VOLGELING WIL ZIJN …

Vorige week werd Petrus nog de hemel in geprezen: ‘je bent een rots, op jou kan ik mijn kerk bouwen.’

Vandaag is het gans anders, Jezus zegt wat hemzelf nog te wachten staat: Jeruzalem, een kruis, verraden en verlaten, en helemaal geen droom van roem of macht en aanzien.

Meteen wil diezelfde Petrus tussenkomen: ‘Dat mag niet gebeuren, Heer!’

Onmiddellijk krijgt hij, die Petrus, die zo geprezen werd, de steenrots, die de eerste paus zal worden, een stevige bolwassing: ‘Ga weg, Satan, weg, achteruit … je laat je leiden door menselijke overwegingen en niet door wat God wil.’


In die tijd begon Jezus zijn leerlingen duidelijk te maken dat Hij naar Jeruzalem moest gaan; dat Hij daar veel zou moeten lijden van de oudsten, de hogepriesters en de schriftgeleerden, maar dat Hij na ter dood gebracht te zijn, op de derde dag zou verrijzen.

Toen nam Petrus Jezus ter zijde en begon Hem ernstig daarover te onderhouden: ‘Dat verhoede God, Heer! Zo iets mag U nooit overkomen !’

Maar Hij keerde zich om en zei tot Petrus:‘Ga weg, satan, terug! Gij zijt Mij een aanstoot, want gij laat u leiden door menselijke overwegingen en niet door wat God wil.’

En daarna tot zijn leerlingen: ‘Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen.

Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen. Maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden. Wat voor nut heeft het voor een mens heel de wereld te winnen, als dit ten koste gaat van eigen leven? Of wat zal een mens kunnen geven in ruil voor zijn eigen leven?

Want de Mensenzoon zal komen in de heerlijkheid van zijn Vader, vergezeld van zijn engelen, dan zal Hij ieder vergelden naar zijn daden.’
(Matteüs 16,21-27)


‘…DAT HIJ VEEL ZOU MOETEN LIJDEN.’

Vorige week zei Petrus: ‘Gij zijt de Christus, de Zoon van de Levende God!’ Heel even doorzag hij Jezus’ diepste wezen. Maar dit inzicht is verre van volgroeid. Petrus denkt aan een heerser, alom gevierd – én gevreesd – om zijn macht. Daarom stuurt Jezus dit al te aardse beeld meteen bij. Hij zal Messias zijn op een heel onverwachte wijze: in liefde, gegeven, gedeeld gebroken.

Petrus denkt anders en aards. En Jezus lijkt wel kwaad te worden. Hij wil zijn diepste roeping niet laten wegroven. Daarom die harde woorden: ‘Ga weg, Satan.’ Het moet hard aangekomen zijn voor die brave steenrots Petrus, die het zo goed bedoelde, maar het helemaal verkeerd voorhad. Hij moest nog veel, nog heel veel, groeien in de overgave aan Gods wil.

Zo is Petrus ten volle mens: heen en weer geschommeld tussen Gods wil en eigen inzicht. Zoals ook wij een leven lang ons hart moeten bekeren tot die Jezus, die zo onthutsend, zo verbijsterend, zo onverwacht anders is. Het is een lange leerschool, die ommezwaai van navelstaren naar het eigen ikje tot overgave aan Gods wil. Jezelf uit handen geven tot in Gods handen.

Zelfvergeten liefde is nooit makkelijk. Het vraagt zo dikwijls zelfverloochening, met ontgoocheling en onbegrip, en telkens nieuwe moed. Zó loopt de weg van Jezus, de weg van het kruis; zó loopt ook de weg van wie Hem wil volgen. Een Zoon van God met harde hand, dat zou geen nieuws geweest zijn, geen blijde boodschap. Er zijn er zoveel geweest: Alexander de Grote, Keizer Karel, Napoleon, Hitler en vele anderen. Als Jezus zo geweest was, was Hij slechts één van die velen geweest, die hun triomf bouwden op de nederlaag, het leed, en dikwijls ook het bloed van anderen. Het echte nieuwe, de echte blijde boodschap is een Lijdende Dienaar, die in zijn liefde tot het uiterste gaat. In zo Iemand, in zulke Messias wil God zichtbaar worden.

Heer Jezus,
niet als een pletwals spreekt Gij ons aan,
maar kwetsbaar door de liefde,
gekwetst ook totterdood.

Sta bij ons, als het ons te machtig wordt,
om te delen in uw gegevenheid,
om te delen in uw gebrokenheid. Amen.


U achterna

U achterna, dat worden smalle wegen,
de stilte tegemoet, de bergen in, -
een kale wereld, kil en afgelegen,
en elke draai een hachelijk begin.

U achterna, dat wordt een pijnlijk wagen,
ver van vertrouwd geluk, al is dat klein;
dat wordt eenmaal uw zware last meedragen
en altijd onderweg en dakloos zijn.

U achterna, dat is voor armoe kiezen,
voor honger en voor dorst en voor gemis
en elke droom van zekerheid verliezen
in een ontmoedigende duisternis.

U roep ik aan, u die ik na moet leven
en die uw kruis nog krijgt en Golgotha:
o Jezus, help me, als ik het zou begeven
aan ’t einde van de reis U achterna.

Michel van der Plas



981078-312dfa48e05a98381f67557f2582bb1a.jpg

981078-93517b82dc6df1bf104cac9f7ab4a656.jpg
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Omer om 08:38 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

BALLADE VAN DE DINGEN DIE NIET OVERGAAN

De geur van diepe bossen na de regen,
De geur van water en van roestbruin hout,
De geur van ’t paard dat men het liefst mag rijden,
En van het donker haar waarvan men houdt,
Duister en licht in ’t witte bed gelegen,
En, wat het beste is in dit bestaan,
Te slapen met de liefste aan zijn zijde
En dat dit zo zal zijn in alle tijden,
Dit zijn de dingen die niet overgaan.

De kracht van stieren in de voorjaarsweide,
De glans van tranen en van witte zijde
En parels om een slanke hals gedaan,
De macht van armen om een hals geslagen,
De nacht van zoete antwoorden en vragen,
De pijn der vrouwen die in ’t kraambed gaan,
De pijn die men van zijn vriendin moet lijden
En dat dit zo zal zijn in alle tijden,
Dit zijn de dingen die niet overgaan.

Geluid van water dat van rotsen stort
En van een kerk waarin gezongen wordt,
En van zwaar weer, dat niet wil overgaan,
Van slagregens in slapeloze nacht
Dat men verlaten ligt en niet meer wacht,
Het leeg wit bed, beschenen door de maan,
De liefde die verkeert in ’t lange lijden,
En dat dit zo zal zijn in alle tijden,
Dit zijn de dingen die niet overgaan.

Valsheden van zijn vrienden ondergaan,
Haat, afgunst, nijd, bedrog en eigenwaan,
Spijt en berouw, en dat men ’t meest moet lijden
Om wat men door de liefde heeft misdaan
En dat dit alles niet was te vermijden
Maar eeuwig zo zal zijn en voort zal gaan,
En wolken die stil drijven langs de maan
Terwijl men ligt en denkt aan beter tijden,
Dit zijn de dingen die niet overgaan.

De stank van drek, rot vlees en rottend graan,
’t Gezicht der liefste die is uit haar lijden,
de aasvlieg die daarop te gast wil gaan,
de huichelaars die uw geluk benijden,
de straf, dat men gestraft wordt door zijn vrienden,
terwijl ‘s lands vijanden slechts straf verdienden,
het onrecht in de naam van recht gedaan,
En dat dit zo zal zijn in alle tijden,
Dit zijn de dingen die niet overgaan.

Prince:

Princes Marie, Maria Magdalene,
Mij meer vertrouwd, als bitter zondares,
Wier donker haar door Gods licht werd beschenen,
Dan God en Jezus zelf, leer mij de les
Om in het leed een beter weg te gaan.

‘Vervloekt en ongezegend is het lijden
totdat men leert onder het kruis te staan,
En dat dit zo zal zijn in alle tijden,
Dit zijn de dingen die niet overgaan.

J.W.F. Werumeus Buning



978336-42dc319cec167e125a93c7743e9add86.JPG

978336-a0dd5a9535e528df3ca75555412e10a7.JPG

978336-3c00d9617ac2510d60e0848559453d2c.JPG

978336-c9f217a316ecee87da58cf5ea8212377.jpg
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 10:44 Reageer op dit bericht

Meer van Doorheen de dagen

↑ Terug naar de berichten