Naar de inhoud

Doorheen de dagen

Ervaringen besproken
akke.beakke.be

Berichten van 5 december 2011 tot 11 december 2011

ZONDAG 11 DECEMBER 2011


3de Adventszondag B: 11 december 2011

‘Er trad een mens op, een gezondene van God’

 

 

De derde zondag van de advent werd voeger ‘gaudete’ genoemd: verheug u! Het is de zondag van de getemperde, ingetogen vreugde omdat wij halfweg zijn in deze advent: Kerstmis is al meer in zicht: het Licht voor en over de wereld komt dichtbij.

 

Van dat komende Licht legt Johannes de Doper vandaag getuigenis af.

 

 

Er trad een mens op, een gezondene van God; zijn naam was Johannes. Deze kwam tot getuigenis,  om te getuigen van het Licht opdat allen door hem tot geloof zouden komen. Niet hij was het Licht, maar hij moest getuigen van het Licht. 

 

Dit dan is het getuigenis van Johannes, toen de Joden uit Jeruzalem priesters en levieten naar hem toezonden om hem te vragen: ’Wie zijt gij?’ 


Daarop verklaarde hij zonder enig voorbehoud en met grote stelligheid: ‘Ik ben de Messias niet.’ Zij vroegen hem: ’Wat dan? ’Zijt gij Elia?’ Hij zei: ’Dat ben ik niet.’ ‘Zijt gij de profeet?’ Hij antwoordde: ‘Neen.’ 


Toen zeiden zij hem: ’Wie zijt gij dan?’ Wij moeten toch een antwoord geven aan degenen die ons gestuurd hebben. Wat zegt gij over uzelf?’ 

 

Hij sprak: ’Ik ben, zoals de profeet Jesaja het uitdrukt, de stem van iemand die roept in de woestijn: Maakt de weg recht voor de Heer!’ 

 

De afgezanten waren uit de kring van de Farizeeën. Zij vroegen hem: ’Wat doopt gij dan,  als gij de Messias niet zijt, noch Elia, noch de profeet?’ 

 

Johannes antwoordde hun: ‘Ik doop met water,  maar onder u staat Hij die gij niet kent, Hij die na mij komt; ik ben niet waardig de riem van zijn sandalen los te maken.’ 

 

Dit gebeurde in Betanië, aan de overkant van de Jordaan,  waar Johannes aan het dopen was.

Johannes 1,6-8.19-28

 

 

Een gezondene van God…

 

‘Er trad een mens op, een gezondene van God …’, zo begint het evangelie uit Johannes vandaag. Die mens, die gezondene van God, dat is die andere Johannes: de Doper, de Wegbereider voor de Heer, die niet met water zal dopen, maar met de Heilige Geest.

 

Het beantwoordt aan wat Jesaja gezegd had: ‘De Geest van de Heer rust op mij’. Jesaja bleef immers aan zijn tijdgenoten Gods belofte van een Messias herhalen. Er zal een Redder, een Toekomstmens komen en door Hem zal God het leed van zijn volk ter harte nemen; door Hem zal Hij dat leed ook wegnemen, want: ‘Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft hij mij gezonden, om aan verslagen harten hoop te bieden, om gevangenen hun vrijlating bekend te maken en een genadejaar van de HEER uit te roepen.’

 

Eeuwen later zal Jezus zichzelf als die beloofde Messias bekend maken met dezelfde woorden. Vanuit de gevangenis vraagt de Doper aan Jezus: ‘Zijt gij diegene, die komen zou, of moeten wij een ander verwachten?’ Het antwoord van Jezus spreekt boekdelen: ‘Zeg aan Johannes wat ge meemaakt: blinden zien en doven horen, lammen lopen en melaatsen worden rein, doden staan op en aan armen wordt de goede boodschap verkondigd.’ Historisch verwijzen de woorden van Jesaja dus naar Jezus. Maar … er is een maar!

 

Zijn ook wij geen gezondenen van God? Rust de Geest van God ook niet op ons? Dragen wij niet die zelfde roeping van Jezus, zo klein als we zijn?

 

Maar kunnen wij, in onze kleinheid, wel meer betekenen dan een druppel op een hete plaat? Het kan een bekoring zijn, of zelfs een smoesje, om niets te doen. Als deze bekoring ons kwelt – ‘Wat kunnen wij doen? Welke hoop kunnen wij bieden?’ – laten wij ons dan leiden door een wijsheid uit het oude China: ‘Het is met de hoop als met de wegen op aarde: eerst waren er geen wegen, maar zij ontstonden omdat vele mensen in dezelfde richting gingen.’ 

Onze mooiste dromen worden tot echte hoop en kunnen waarheid worden, als wij met velen in dezelfde richting dromen, in dezelfde richting lopen, in dezelfde richting hopen. 
 

Daarom nog eens: ‘Kom, Heer Jezus kom’ … wees aanwezig bij ons, door mensen op wie uw Geest rust.

 

Verwachtingsmens

in deze wereld zijn

betekent dat je het moet doen

met wat er is.

 

Niet ongenaakbaar wachtend

op het heil vanuit de hemel,

beschut binnen je aardse burcht.

Maar omgekeerd.

 

Die altijd weer geschonden mensheid

in de ogen zien

en vallen over onrecht.

Twijfel verdragen

en kwetsuren helen.

 

Zelf schepper van verwachting zijn

door aan te tonen

dat het anders kan.

 

Dat elk gebaar

van goedheid en ontferming

een tegenstroom kan helpen ontketenen.

 

En dat bevrijdend licht zal doorbreken

waar eerst met mensenhanden

verlichting wordt gebracht.

 

Kris Gelaude



1049551-d40b47bf370858f09b1336f40f8d0b1f.JPG

1049551-c21d48547a6357958b9cb4d3121c4b2d.JPG

1049551-2e56a3fd69b517c55c7bfbe478f5348b.JPG

1049551-1ba72fa4cdd5518b3272303dcac003de.JPG

1049551-d56348e4447345ec981bc62114a9e5f1.jpg
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Omer om 08:03 Reageer op dit bericht

DOORDENKEN OP DONDERDAG


Is er iemand gelukkiger
omdat jij zijn weg kruiste?

Herinnert iemand zich dat jij sprak
met hem, met haar?

De dag is bijna voorbij
met al zijn problemen en zorgen.

Was er iemand

om jou een lief woord toe te spreken?

Kan jij vanavond,

wanneer de avond heel snel voorbij gaat,

zeggen dat jij iemand hebt geholpen
van al diegenen die je ontmoet hebt?

Is er een hart dat met vreugde nadenkt

over wat je deed of zei?

Kan iemand, die twijfelde,
nu weer met moed vooruit kijken?

Heb je deze dag verspild of gebruikt?

Was het een goede dag

of was hij hopeloos verloren?

Liet je een spoor van goedheid achter
of littekens van misnoegen?

Als je jouw ogen sluit,

zal de Schepper je dan zachtjes zeggen:

‘Jij hebt er nog een dag bij verdiend, morgen,
door wat je vandaag hebt gedaan’?

Bron onbekend

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Omer om 07:40 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK


Zes jaar heeft ze geleerd wat blijven was;

wat ouders deden, en wat alles dus ging doen:

een tafel bij een stoel, nu bij toen.

Het meervoud van geluk was: wij.  

Sindsdien heeft ze geleerd wat enkelvoud is.

Zij. Nu weer half van jou, morgen half van mij. 

Toen ze acht was, was ze tien.

Eén helft van haar gezicht lief,

de ander liever. Bang om te kiezen

tussen verliezen en verliezen.  

Vandaag is ze gewoon twaalf.

Vier ouders, twee echt, twee stief.

Slapen gaan moet met eindeloos gezoen.

Ze wint altijd. Ze heeft geleerd wat blijven is.

Wat ouders niet en kinderen wel doen.

Herman De Coninck

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 17:05 Reageer op dit bericht

Meer van Doorheen de dagen

↑ Terug naar de berichten