Naar de inhoud

Doorheen de dagen

Ervaringen besproken
akke.beakke.be

Berichten van 16 juli 2012 tot 22 juli 2012

ZONDAG 22 JULI

 

16de ZONDAG B - 22 JULI 2012 

HERDER ALS GOD 

 

Een klein kindje voelt zich veilig in de armen van mama of papa; een jongen of een meisje, die groter worden, praten graag met een goede vriend of vriendin; man en vrouw kunnen elkaar die geborgenheid bieden. Ook onze kerk is geroepen om in warme hartelijkheid aan mensen dit thuisgevoel te geven, zeker in onze kille, berekende wereld. 

Vandaag gaan de lezingen over dit soort van dingen: zorg dragen voor de mensen, die je toevertrouwd zijn, mens voor de mensen zijn, herder als God. 

Op een ogenblik dat Jezus en de leerlingen eens willen rusten, blijven de mensen maar toestromen, en we lezen dit enig mooie zinnetje in het evangelie: 'Jezus had met die mensen te doen, want zij waren als schapen zonder herder.'

 

De apostelen kwamen terug bij Jezus, en ze vertelden Hem alles wat ze hadden gedaan en hoe ze onderricht gegeven hadden.  

Hij zei tegen hen: ‘Ga nu mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn en wat uit te rusten.’ Want er kwamen en gingen zoveel mensen, dat ze niet eens de gelegenheid hadden om te eten.

Ze gingen in de boot weg naar een eenzame plaats om alleen te zijn. Men zag hen weggaan en velen herkenden hen. Uit alle steden haastten ze zich te voet daarheen en kwamen er eerder aan dan zij.

Toen Hij van boord ging, zag Hij een grote menigte, en Hij had zeer met hen te doen, omdat ze als schapen zonder herder waren, en Hij begon hen uitvoerig te onderrichten.

(Marcus 6,30-34)

  

HIJ HAD TE DOEN MET DIE MENSEN

 

Jezus had met die mensen te doen omdat ze er uitzagen als schapen zonder herder. Het klinkt een beetje wonder, want de Joden hadden geen tekort aan priesters, farizeeën en andere wetgeleerden, die heel precies de regeltjes dicteerden. Waarom noemt Jezus hen dan schapen zonder herder? Het antwoord vinden we in zijn vele twisten met de Joodse moraalridders, die alleen maar aandacht schonken aan uiterlijke wetten, zonder enige innerlijke bezieling. Zij preekten enkel verboden en dreigementen en boden geen bemoediging en begrip. Daarom waren zij onwaardige herders! 

Jezus spreekt heel anders, helemaal omgekeerd zelfs. Onze verlossing, ons nieuwe leven in vreugde, vrede, vrijheid kunnen we niet zelf verdienen, het is een gave, een Godsgeschenk. Daarom spreekt Jezus weinig over wetten, die God voorschrijft, maar des te meer over zijn barmhartigheid. 

Jezus verweet de moralisten van zijn tijd dat ze strenger waren voor anderen dan voor zichzelf. Het gebeurt ook nu: oordelen, veroordelen, uitsluiten. Zo vaak laten we – in naam van Jezus zelf – de liefde doodgaan.  Maar die Jezus kunnen we niet vangen in dogma’s of wetten, laat staan in de burcht van ons eigen grote gelijk. 

Ook nu zou Jezus te doen hebben met mensen, die uitgesloten worden omdat de wet het haalt op de liefde. Hij zou te doen hebben met mensen, die gewond werden door de slagen van het leven en bij ons niet welkom zijn. Hij zou niet enkel omzien naar de trouwe schapen, maar naar dat ene schaap, dat verloren liep en dreigt verscheurd te worden door de wolven. 

Jezus zou niet bekvechten over wetten en dogma’s. Hij zou weer parabels vertellen over de liefde van de Vader. Zonder banbliksems, maar boordevol hoop. Zoals toen zou Hij bemoedigen: wees niet bang als je niet volmaakt bent, zondaars en tollenaars zullen eerder binnengaan in het Rijk van God dan zij, die vol zijn van hun eigen volmaaktheid. Hij heeft ons toch verteld van een farizeeër en een tollenaar, die naar de tempel gingen. Om ons te leren onze eigenwaan op te geven en te vertrouwen op de goedheid van de Vader. Want, als goede Herder, heeft Hij te doen met ons, mensen.

  

 

Breng ons daar waar mensen leven,

wachtend op een woord van hoop, 

doe ons delen, doe ons geven, 

in Jouw Geest zijn wij gedoopt.

  

Laat Jouw Naam ons Leven worden, 

rode draad in ons bestaan, 

ankervast vandaag en morgen, 

kracht en moed om door te gaan.

  

Wij moeten God 

niet in de wereld brengen. 

Hij is er al. 

Wij moeten enkel leren zien 

waar Hij gebeurt.

 

En Hem laten gebeuren 

in ons. 

 

uit ‘Ik ben er voor jou’ – Carlos Desoete

 



1202788-b9b067f9b69ee0c450e856772afea317.JPG

1202788-40851ffd0642bbd5cf80bba74c66fe25.JPG

1202788-b5943a74dc8d84647d3bc84e5ca0d5de.JPG
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Omer om 15:11 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

 

De tuinman en de dood

 

Een Perzisch Edelman:

 

Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,

Mijn woning in: "Heer, Heer, één ogenblik!

 

Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot,

Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.

 

Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant,

Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.

 

Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan,

Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!" -

 

Van middag (lang reeds was hij heengespoed)

Heb ik in 't cederpark de Dood ontmoet.

 

"Waarom," zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt,

"Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?"

 

Glimlachend antwoordt hij: "Geen dreiging was 't,

waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,

 

Toen 'k 's morgens hier nog stil aan 't werk zag staan,

Die 'k 's avonds halen moest in Ispahaan."

 

P.N. van Eyck

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 16:15 1 reactie Reageer op dit bericht

Meer van Doorheen de dagen

↑ Terug naar de berichten