Naar de inhoud

Doorheen de dagen

Ervaringen besproken
akke.beakke.be

Berichten van 8 oktober 2012 tot 14 oktober 2012

ZONDAG 14 OKTOBER

 

28ste ZONDAG B - 14 OKTOBER 2012

‘WIJSHEID EN RIJKDOM’

 

Wijsheid en rijkdom, daarover spreekt Gods ons vandaag. Wijsheid! Dan gaat het niet om kennis of wetenschap, maar om levenswijsheid, levenskunst die uit ervaring is gegroeid. En dan – eens te meer! – spreekt Hij ons over rijkdom en rijk zijn: of beter, over mensen voor wie het geld tot god geworden is.

Laten we zoeken naar een goed evenwicht, want het valt niet altijd mee om aan alles de juiste plaats te geven in ons leven. Daarom is ook de lezing uit het boek Wijsheid zo goed gekozen:

‘Ik bad om inzicht, en het werd mij gegeven; ik heb gesmeekt, en mij werd en wijze geest geschonken. Ik verkoos wijsheid boven scepters en tronen, rijkdom viel bij haar in het niet.’

 

Toen Jezus zijn weg vervolgde, kwam er iemand naar hem toe die voor hem op zijn knieën viel en vroeg: ‘Goede meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’ 

Jezus antwoordde: ‘Waarom noemt u mij goed? Niemand is goed, behalve God. U kent de geboden: pleeg geen moord, pleeg geen overspel, steel niet, leg geen vals getuigenis af, bedrieg niemand, toon eerbied voor uw vader en uw moeder.’ 

Toen zei de man: ‘Meester, sinds mijn jeugd heb ik me daaraan gehouden.’ Jezus keek hem liefdevol aan en zei tegen hem: ‘Eén ding ontbreekt u: ga naar huis, verkoop alles wat u hebt en geef het geld aan de armen, dan zult u een schat in de hemel bezitten; kom dan terug en volg mij.’ Maar de man werd somber toen hij dit hoorde en ging terneergeslagen weg; hij had namelijk veel bezittingen.

Jezus keek de kring rond en zei tegen zijn leerlingen: ‘Wat is het moeilijk voor rijken om het koninkrijk van God binnen te gaan.’ De leerlingen schrokken van zijn woorden.

Maar Jezus zei nog eens uitdrukkelijk: ‘Kinderen, wat is het moeilijk om het koninkrijk van God binnen te gaan: het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan.’ 

Nu waren ze nog meer ontzet, en ze zeiden tegen elkaar: ‘Wie kan er dan nog gered worden?’ Jezus keek hen aan en zei: ‘Bij mensen is dat onmogelijk, maar niet bij God, want bij God is alles mogelijk.’ 

Petrus nam het woord en zei: ‘Maar wij hebben alles achtergelaten om u te volgen!’ Jezus zei: ‘Ik verzeker jullie: iedereen die broers of zusters, moeder, vader of kinderen,  huis of akkers heeft achtergelaten omwille van mij en het evangelie, zal het honderdvoudige ontvangen: in deze tijd broers en zusters, moeders en kinderen, huizen en akkers, al zal dat gepaard gaan met vervolging, en in de tijd die komt het eeuwige leven.

(Marcus 10,17-30)

 

‘IK BAD OM INZICHT’

 

Een merkwaardig gesprek in het evangelie … in zekere zin is het  zelfs een dovemansgesprek, want Jezus en die rijke jongen spreken eigenlijk over verschillende dingen. De rijke jongen stelt een vraag over het eeuwig leven, de hemel, zeg maar. Maar Jezus antwoordt met een uitspraak over het Koninkrijk van God, en verder over  de Blijde Boodschap. Zo verlegt Hij de klemtoon van de hemel naar de aarde, of van het hiernamaals naar het hier-nu-maals. Want dat Koninkrijk van God en die Blijde Boodschap hebben alles te maken met ons leven hier.

In één van de oudste christelijke geschriften wordt het Rijk van God omschreven als een Rijk van waarheid, heiligheid, liefde, gerechtigheid en vrede. Dat zijn woorden, die betrekking hebben op ons aardse leven hier. Het geld, de rijkdom, de drang naar almaar meer  wordt vandaag aangeduid als een gevaarlijke bekoring. Jezus wil geen extreme armoede aanprijzen. Integendeel, extreme armoede is een kwaad en moet bestreden worden. Maar Jezus roept ons wel op om oog te hebben voor alle waarden, om aan alles zijn juiste plaats toe te kennen: word geen slaaf van geld en bezit; zorg ervoor dat je geen geldhond of geldwolf wordt. Laat het geld je god niet worden. Want dan vergeet je al het andere. Hier rijst ook de vraag: moeten we de honger in de wereld, dat manifeste onrecht in de verdeling van de welvaart niet bestempelen als een collectieve zonde van het rijke, hebzuchtige westen?

Het evangelie zegt dus, aan elk van ons afzonderlijk, maar ook aan ons allemaal samen, als westerse gemeenschap: kies in echte vrijheid als bewuste mensen voor een evenwichtige levenswijze, die aan het materiële en aan het geestelijke, aan elk van beide, zijn juiste waarde en zijn juist belang toekent. Alleen zo bouw je aan het Rijk van God, alleen op die manier leef je echt in vrijheid, alleen op die manier kan je spreken van een Blijde Boodschap voor iedereen, en alleen op die manier kan je als mens gelukkig worden.

Ik bad om inzicht,

en het werd mij gegeven;

ik heb gesmeekt,

en mij werd een wijze geest geschonken.

Ik verkoos wijsheid boven scepters en tronen,

rijkdom viel bij haar in het niet.

 

Ze was voor mij onvergelijkbaar

met de kostbaarste edelsteen;

naast haar waren bergen goud

niet meer dan een hoopje zand,

en met haar vergeleken

was zilver maar slijk.

 

Ik beminde haar meer

dan gezondheid en schoonheid,

ik verkoos haar boven het licht,

want ze schitterde zonder ophouden.

Tegelijk met haar

ontving ik alle andere goede dingen,

ze schonk mij onmetelijke rijkdom.

(Wijsheid 7,7-11)

 

Een arme man lag,

met zijn armen onder zijn hoofd

te slapen in het groene gras.

Hij lag in de schaduw van een mooie, grote boom.

Hij droomde van vogeltjes en bloemetjes.

 

Er kwam een rijke man voorbij.

Hij stootte de arme wakker en hij vroeg:

‘Hé, waarom werk je niet?’

 

‘Waarom zou ik werken?’ vroeg de arme man.

‘Nou,’ zei de rijke,

‘dan kun je geld verdienen

en een huis kopen net als ik.

En koeien kun je kopen en knechten betalen

die weer voor jou zorgen.’

 

‘En dan?’ vroeg de arme man.

De rijke man zei:

‘Dan hoef je nooit meer te werken.

Jouw knechten doen het werk

en jij kunt de hele dag gaan liggen

in de schaduw van een mooie, grote boom.

 

‘Waarom zou ik al die moeite doen?’ zei de arme man.

‘In de schaduw van een mooie boom,

daar lig ik toch al.’

 

(Een sprookje uit Afrika)



1254750-178065ba9a7123ab808bbd6635a5ad0e.JPG

1254750-b1ed096ee3d6a74410526301ec150a6d.JPG

1254750-a6d7fbd39c7b62b9adce3fc61252a5d0.JPG

1254750-21af10a9389f698acfddc0eb4f957cb5.JPG

1254750-9d203979aebfab7dbf7de06ce7e6d8a9.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 08:38 Reageer op dit bericht

DOORDENKEN OP DONDERDAG

 

Lied over de dunheid van mensenhuiden

 

Een mens is krom of recht.

Maar is hij bruin of zwart

dan wordt hij een geval apart,

al loopt hij nog zo recht.

 

Ach, je weet wel beter.

De dikte van je vel

is nog geen millimeter.

Daaronder heeft toch iedereen,

daarin verschilt geen een, geen een,

zijn zenuwen en spieren,

zijn bittere gal, zijn nieren,

zijn longen en zijn pompend hart,

dat is niet wit en ook niet zwart.

 

Daar speelt een donker kind.

Het speelt in onze straat.

Wat doet zo'n donker kind hier ?

Laat het weggaan met de wind.

 

Kom, je weet toch beter ?

Hoe dik is kindervel ?

Niet eens een millimeter.

Daaronder vind je bij elk kind,

een blond kind of een donker kind,

die zenuwen en klieren,

die hersens en die nieren,

en aders en dat jonge hart,

dat is niet wit en ook niet zwart.

 

Een Vlaming bouwt zijn huis.

Hij heeft een Turk als buur.

Die Turk kijkt naar zijn buurs cultuur,

hij vindt hem vreemd gespuis.

 

Weet hij dan niet beter ?

Hoe dik is burenvel ?

Oh, lang geen millimeter.

Daaronder heb je, held of schurk

of Marokkaan of Belg of Turk,

een maag en lange darmen

en pezen in je armen,

een slokdarm en een stuwend hart,

dat is niet wit en ook niet zwart.

 

Een vel is wit of zwart.

In kogels slaapt de dood.

Een mensenvel is zelden hard

en bloed is altijd rood.

 

Weet je nog niet beter ?

De dikte van je vel

is nog geen millimeter.

Daaronder hebben we allemaal,

in elke kleur, in elke taal,

die bundel sterke spieren,

dat brein, die kleine nieren

en onophoudelijk pompt ons hart,

dat leeft, dat is niet wit of zwart.

 

Gebruik nu je verstand

en maak geen onderscheid.

al wie hier werkt en woont en vrijt

zal thuis zijn in dit land.

 

Geert Van Istendael

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 08:36 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

 

Voor een dag van morgen

 

Wanneer ik morgen doodga,

vertel dan aan de bomen

hoeveel ik van je hield.

Vertel het aan de wind,

die in de bomen klimt

of uit de takken valt,

hoeveel ik van je hield

 

Vertel het aan een kind,

dat jong genoeg is om het te begrijpen.

Vertel het aan een dier,

misschien alleen door het aan te kijken.

Vertel het aan de huizen van steen,

vertel het aan de stad

hoe lief ik je had.

 

Maar zeg het aan geen mens.

Ze zouden je niet geloven.

Ze zouden niet willen geloven dat

alleen maar een man alleen maar een vrouw,

dat een mens een mens zo liefhad

als ik jou.

 

Hans Andreus

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 16:05 Reageer op dit bericht

Meer van Doorheen de dagen

↑ Terug naar de berichten