Naar de inhoud

Doorheen de dagen

Ervaringen besproken
akke.beakke.be

Berichten van 6 mei 2013 tot 12 mei 2013

ZONDAG 12 MEI

 

7de PAASZONDAG C – 12 MEI 2013

‘KOM, HEER JEZUS, KOM!’

 

Vandaag keren we eens te meer naar de ontroering van het Laatste Avondmaal. Zeer bewogen en vol emotie bidt Jezus voor zijn vrienden.

Hij bidt ook voor ons en allen, die later – zelfs vele eeuwen later – door hun woord en leven, in Hem zullen geloven, van Hem zullen getuigen, als de bron van hun diepste Vreugde, de vervulling van hun diepste hunkering, het Eerste en het Laatste Woord over hun Leven.

Daarom ook die zo innige bede: ‘Kom, Heer Jezus, kom!’

 

Tijdens het Laatste Avondmaal sloeg Jezus zijn ogen ten hemel: ‘Heilige Vader, Ik bid niet alleen voor hen, maar voor allen die door hun verkondiging in mij geloven. Laat hen allen één zijn, Vader. Zoals u in mij bent en ik in u, laat hen zo ook in ons zijn, opdat de wereld gelooft dat u mij hebt gezonden. 

Ik heb hen laten delen in de grootheid die u mij gegeven hebt, opdat zij één zijn zoals wij: ik in hen en u in mij. Dan zullen zij volkomen één zijn en zal de wereld begrijpen dat u mij hebt gezonden, en dat u hen liefhad zoals u mij liefhad. Vader, u hebt hen aan mij geschonken, laat hen dan zijn waar ik ben. Dan zullen zij de grootheid zien die u mij gegeven hebt omdat u mij al liefhad voordat de wereld gegrondvest werd. 

Rechtvaardige Vader, de wereld kent u niet, maar ik ken u, en zij weten dat u mij hebt gezonden. Ik heb hun uw naam bekendgemaakt en dat zal ik blijven doen,  zodat de liefde waarmee u mij liefhad in hen zal zijn en ik in hen.’

(Johannes 17,20-26)

 

‘KOM, HEER JEZUS, KOM!’

Halfweg tussen Hemelvaart en Pinksteren, het is de tussentijd van de afwezigheid van Jezus, de tijd van groot gemis en intens verlangen. Elk jaar beleven wij die tijd opnieuw: dezelfde stemming wordt in ons wakker gemaakt. ‘Kom, Heer Jezus, kom!’, de woorden, die we hoorden aan het einde van de eerste lezing. Het zijn de laatste woorden uit het boek van de Openbaring, zelf het laatste boek van de Schrift. In deze tussentijd leven wij ons leven.

‘Kom, Heer Jezus, kom!’, het was – toen al – een onnoemelijk verlangen, dat nooit tot rust kan komen, zonder het weerzien van de meest Geliefde. Zo raak hadden de leerlingen het al gezegd, op de weg naar Emmaüs, toen zij aan hun vreemde reisgezel vertelden wat er tevoren in Jeruzalem gebeurd was: ‘En wij die gehoopt hadden …’

‘En wij die gehoopt hadden …’ Voor hoeveel mensen in hoeveel eeuwen was het de uitdrukking van de diepste hunkering, die hier niet te vervullen is. Voor hoeveel mensen in hoeveel eeuwen was het al het heimwee dat ons altijd voortdrijft, rusteloze zoekers als wij zijn. ‘Onrustig blijft ons hart, tot het zijn rust vindt in U’: schreef de H. Augustinus over die eeuwige onrust.

Wij, mensen, zijn onvervuld en onaf … we zullen hier ook altijd onaf en onvervuld zijn, nooit geheel tot rust gekomen. Altijd jaagt die onvolkomenheid ons voort. De honger in ons hart blijft altijd honger, de dorst naar leven blijft onlesbaar. Altijd lokt er een einder, die verder ligt. Altijd wenkt er een verwachting, die méér inhoudt. De hemel, zeggen wij, omdat we geen beter woord hebben. Maar die hemel is geen land of zee, het is die haven, waar we eindelijk thuiskomen. Waar elke hunkering, heel diep in ons, gestild wordt in Gods liefdevolle tederheid.

‘Kom, Heer Jezus, kom’. Laat ons iets proeven van die volkomen rust, waar wij zo naar uitzien en waar wij voorgoed geborgen zullen zijn bij onze God, de Eeuwige, de Almachtige, de Algoede naar wie wij altijd op zoek en op weg zijn: de Heer van tijd en eeuwigheid, die ook onze meest Geliefde wilde zijn.

 

Om eenheid

 

Erbarmen, Heer,

die in uw doodsangst hebt gebeden

om eenheid onder ons, om vrede:

duld onze oorlogen niet meer.

 

Laat niet meer toe,

O Heer, dat wij elkaar bevechten

met het gelijk van onze rechten;

ach, wij zijn zelf de veten moe.

 

Breek af de wal

die ons omsluit, de hoge toren

waarin wij weigeren te horen

wat broeders vragen in het dal.

 

En demp de kloof,

gegraven door ons beter weten,

waarachter wij zijn neergezeten

in ons hoogmoedige geloof

 

Want met elkaar

zijn wij eenmaal u, Heer, gegeven,

zijn wij met ons gespleten leven

alleen in u verenigbaar.

 

Maak ons dan één,

breng ons voortaan elkander nader,

de kinderen van de zelfde Vader,

zijn liefde om ons allen heen.

 

Michel van der Plas



1389871-9440ba79551557ad9ee14aa8e2228e4c.JPG

1389871-60ea5cd54c20f8f747c90ad874231dc7.jpg

1389871-1b56cc7e6bc24ed1469a43fd06682016.jpg

1389871-a8370097cb790194389e86da76ffbe97.jpg

1389871-8585d948fb4d6166dd4e925017c704b0.jpg
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Omer om 09:34 Reageer op dit bericht

ONS HEER HEMELVAART

 

ONS HEER HEMELVAART – 9 MEI 2013

 

Een spreekwoord van de Indianen zegt: ‘Een echt groot mens loopt met zijn hoofd in de wolken en met zijn voeten op de grond.’

Vandaag mogen we hetzelfde zeggen: een mens van de hemelvaart leeft een beetje met zijn hoofd in de wolken want Jezus blijft ons leiden en zijn leven is een hemels ideaal om na te streven.

Maar een mens van de hemelvaart staat ook met zijn twee voeten op de grond, en probeert de noden aan te voelen van elke mens die hem gegeven is en toevertrouwd.

 

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: `Er staat geschreven dat de Messias zou lijden en op de derde dag uit de doden zou opstaan, en dat in zijn naam de bekering zou worden verkondigd aan alle volken, tot vergeving van zonden. Jullie zullen hiervan getuigen, te beginnen in Jeruzalem. Ik zend jullie wat mijn Vader heeft beloofd. Jullie moeten in de stad blijven totdat je wordt toegerust met kracht van boven.'

Toen bracht Hij hen buiten de stad tot bij Betanië. Daar hief Hij zijn handen en zegende hen. En terwijl Hij hen zegende, ging Hij van hen heen en werd Hij in de hemel opgenomen. Zij vielen voor Hem op de knieën en keerden daarna in grote vreugde terug naar Jeruzalem.

Zij bleven voortdurend in de tempel en prezen God.

(Lucas 24,46-53)

 

 

‘HIJ GING VAN HEN HEEN’

 

Hemelvaart, het is geen soort ruimtereis van de Heer! Hij keert weer naar de Vader, van wie Hij is uitgegaan. Jezus is meer dan een fantastische mens. Wij hebben de neiging Hem al te menselijk te zien, want in onze tijd is al wat hemels is verdacht, ongrijpbaar. Wij zien Hem graag als een ideale mens, vol aandacht voor de andere, een profeet van een betere wereld.

Maar alleen daarmee is het beeld van Jezus onaf. Wij hebben dan alleen maar gelezen wat  we graag horen. Zelf spreekt Hij veel over de Vader, die Hem gezonden heeft. En wij geloven: ‘Hij zit aan de rechterhand van God, zijn almachtige Vader.’

Hemelvaart is ook geen echt afscheid. Jezus zegt : ‘Ik zal met u zijn tot aan het einde der tijden. Hij belooft ook zijn pinkstergeest: Ik zal u niet verweesd achterlaten. De hemelvaart is een nieuw begin. Zoals je afscheid neemt van je school, na je studies. Je hebt veel geleerd, veel ontvangen, maar het is niet af: het begint pas! Je moet in praktijk brengen wat je geleerd hebt.

Daarom hoorden wij ook ‘wat staan jullie daar naar de hemel te kijken?’ Begin er nu aan: gaat en verkondigt mijn boodschap! Hemelvaart is een zending, de zending van de kerk, die met Pinksteren zal uitgerust worden met de Geest van God.

Pasen, Hemelvaart en Pinksteren: het zijn drie klemtonen van een zelfde groot mysterie:

 

Pasen zegt ons: ‘Ik ben verrezen, Ik leef voort onder u.’

Met Hemelvaart is het: ‘Ik ben bij de Vader van wie ik ben uitgegaan, en ik stuur  jullie op weg, maar ik blijf bij u alle dagen van uw leven.’

En op Pinksteren: ‘Ik zend je mijn Geest om mijn boodschap te verkondigen, aan gans de wereld’

Van harte een zalige hoogdag, in deze rij van hoogfeesten van ons geloof! En laten wij eraan denken, zoals de mensen in Zuid-Afrika, in hun sappig taaltje spreken over dit feest: ‘nie kijk nie, maar doen!’

 

Toen is hij opgevaren.

Zijn tijd op aarde was voorbij,

zijn drieëndertig korte jaren.

Nu was hij hoog en vrij.

 

Ons heeft hij nog gezegend

en uit het treuren op doen staan

en uitgezonden langs de wegen

die hij was afgegaan.

 

En nu gaat het beginnen:

hij liet aan ons per testament

de wereld om voor hem te winnen,

tot zij de Vader kent.

 

Wij staan op eigen benen,

en straks wanneer zijn heilig vuur

ons heeft veroverd en doorschenen,

is het ons eigen uur.

 

Tot hij zal wederkomen

is ons zijn aarde toevertrouwd

om te herscheppen naar zijn dromen:

een stad voor God gebouwd.

 

Wij zullen met hem varen,

omhoog, zijn nieuwe hemel in,

een eeuwigheid van nieuwe jaren.

Dit is maar het begin.

 

Michel van der Plas



1388641-1e4253b80599460be637186648036ba6.jpg

1388641-84d3231e6d5b3a759a46cd16ab5aced5.jpg

1388641-4ecb65362098e95b3dccc841ac57cc0b.jpg

1388641-5f579ff7ba4e176b05f2e34c5f64d2f5.jpg

1388641-70b8f71726979370b8bac50e1f57ef4d.jpg

1388641-f8221d8061519e593c34432dfa67189c.jpg
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 08:20 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

 

Naar aanleiding van 'Moederdag', zondag aanstaande, dit gedicht. Met nog altijd even veel liefde, genegenheid en ontroering opgedragen aan mijn - destijds - bejaarde moeder, ondertussen reeds meer dan 30 jaar overleden. Zo herkenbaar!

 

Ik zie je hoofd telkens wat meer voorover

en grijzer in het vierkant venster, achter

het neteldoeks gordijn gedurig zachter,

een akwarel in overwegend oker.

Ik weet je vingers aan verstelwerk bezig

van kleinekinderjassen zonder knopen

en kousen in de zomer stukgelopen.

 

Je bent nog overal intens aanwezig

achter je raam, somtijds naar buiten kijkend

de dagen met elkander vergelijkend.

 

Anton van Wilderode

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Omer om 18:31 Reageer op dit bericht

Meer van Doorheen de dagen

↑ Terug naar de berichten