Naar de inhoud

Doorheen de dagen

Ervaringen besproken
akke.beakke.be

Berichten van 8 juli 2013 tot 14 juli 2013

ZONDAG 14 JULI

 

15de  ZONDAG C –  14 JULI 2013

HET WOORD VAN GOD IS DICHTBIJ

 

De barmhartige Samaritaan, Het is één van de mooiste parabels. We kunnen ook een andere naam kiezen, de parabel van de tegenstellingen: de mooipraters, die theorietjes bouwen maar hun handen niet vuil maken  … en de stille werkers, die niet verloren lopen in grote woorden, maar gewoon het goede doen, want ‘het woord van God is dichtbij, het staat gegrift in je hart. Je kan het dus uitvoeren.’

Zo leert ons de eerste lezing uit het boek Deuteronomium: ‘De geboden die ik u vandaag geef, zijn niet te zwaar voor u en zij liggen niet buiten uw bereik. Ze zijn niet in de hemel en ze zijn niet overzee. Nee, het woord is dicht bij u, in uw mond en in uw hart. U kunt het dus volbrengen.’

 

In die tijd trad een wetgeleerde naar voren om Jezus op de proef te stellen. Hij zei: ‘Meester, wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?’ Jezus sprak tot hem: ‘Wat staat er geschreven in de wet? Wat leest ge daar?’ Hij gaf ten antwoord: ‘Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart en met geheel uw ziel; met al uw krachten en geheel uw verstand; en uw naaste gelijk uzelf.’ Jezus zei: ‘Uw antwoord is juist, doe dat en ge zult leven.’ Maar omdat hij zijn vraag wilde verantwoorden, sprak de wetgeleerde tot Jezus: ‘En wie is dan mijn naaste?’ 

Nu nam Jezus weer het woord en zei: ‘Eens viel iemand, die op weg was van Jeruzalem naar Jericho, in handen van rovers. Ze plunderden en mishandelden hem en toen ze aftrokken lieten ze hem half dood liggen. 

Bij toeval kwam er juist een priester langs die weg; hij zag hem wel maar liep in een boog om hem heen. Zo deed ook een leviet: hij kwam daar langs, zag hem, maar liep in een boog om hem heen. 

Toen kwam een Samaritaan die op reis was bij hem, hij zag hem en kreeg medelijden; hij trad op hem toe, goot olie en wijn op zijn wonden en verbond ze; daarna tilde hij hem op zijn eigen rijdier, bracht hem naar een herberg en zorgde voor hem. De volgende morgen haalde hij twee geldstukken te voorschijn, gaf ze aan de waard en zei: ‘zorg voor hem, en wat ge meer mocht besteden, zal ik u bij mijn terugkomst vergoeden.’ 

Wie van deze drie lijkt u de naaste te zijn van de man die in handen van de rovers gevallen is?’ Hij antwoordde: ‘Die hem barmhartigheid betoond heeft.’ 

En Jezus sprak: ‘Ga dan en doe gij evenzo.’

(Lucas 10, 25-37)

 

OVER PRATERS EN DOENERS

Jezus tekent hier twee groepen van mensen: de praters en de doeners. Ze bestaan, die mannen van de mooie woorden, met hun ronkende volzinnen en vrijblijvende theorieën. Almaar discussiëren en niets doen. En ook die anderen bestaan: minder woorden maar de handen uit de mouwen.

Het verhaal begint met een strikvraag: ‘Meester, wat moet ik doen?’ De man weet zelf het simpele antwoord wel: ‘Bemin God bovenal, en uw naaste gelijk uzelf’. Jezus zegt daarbij alleen maar: ‘DOE dit en ge zult leven’. Meer is er ook niet te zeggen.

‘Wie is mijn naaste dan?’, zo probeert de wetgeleerde toch nog zijn gezicht te redden, maar Jezus trapt niet in de valstrik van de holle woorden. Hij geeft geen theorie, wel een concreet verhaal. En daarbij zijn er eerst weer twee praters: de priester en de leviet, die de sukkelaar zien liggen, maar er rond lopen. Alleen de derde man is anders: geen praatjes, maar mee-leven, mee-lijden, mee-dragen. En dat is dan nog wel een Samaritaan, iemand, die door die God-geleerden, die heren van stand, geminacht werd.

Je naaste kom je vanzelf tegen. ONDERWEG. ‘s Morgens, toen hij vertrok, wist die Samaritaan nog niet wie die dag zijn concrete naaste zou zijn. Plots is er die berooide man, en hij kijkt er niet langs en loopt er ook niet in een boog omheen, zoals die priester en de leviet, die ongetwijfeld mooie woorden hadden. GE-HOOR-ZAAM zijn, daar komt het op aan: ogen en oren goed open houden, want zo komt Gods Woord tot ons: ‘Het woord van God is dichtbij. Je kan het dus volbrengen.’

Een waarachtig geloof staat met twee voeten in het leven en mondt uit in goedheid die moet worden gedáán. Inderdaad, het woord van God is niet ver over zee, of hoog in de hemel, en niemand moet het daar gaan halen: het is dichtbij.

We kunnen het dus uitvoeren.

 

WAT HEB JIJ GEDAAN?

 

Laat ons eerlijk zijn:

als de vluchteling,

de vreemde, de ontheemde

in een land niet welkom is,

is het meestal niet

omdat hij vreemd is.

Wél omdat hij arm is

en geen toekomst heeft.

 

De vreemde die naam heeft en aanzien

en betalen kan, is overal welkom.

Die krijgt overal de betere woning,

de betere status,

de betere behandeling.

 

De vreemde die niet kan betalen,

staat in de rij der rechtelozen,

hangt af van de goodwill van anderen.

 

Deze vreemde is een levend appèl

op het geweten:

 

‘Wat heb jij gedaan

voor de minsten?’

 

Carlos Desoete



1425561-eeb640a3ad1ade2533f7001b521c4651.jpg

1425561-3c449fc9e025a34991d07ebcd63eb672.jpg

1425561-37b7d0c7e2de8e271be365f10a05212f.jpg

1425561-d891d53ae9a8791ed3aebb5f6662fc35.jpg
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 07:12 Reageer op dit bericht

DOORDENKEN OP DONDERDAG

 

PAUS WIL HIËRARCHIE BIJ DE LES

Paus Franciscus bezorgt katholieke journalisten overwerk. Hij is niet bij te houden. Hij strooit met preken en geïmproviseerde toespraakjes, maar ook verrast hij telkens met ongebruikelijke gebaren. Zoals wanneer hij Alberto, een jongen met het syndroom van Down, op zijn stoel in de pausmobiel zet en hem daarin rond laat draaien.

De verdenking kan opkomen dat deze paus wel erg druk is met innemende optredens. Maar zijn woorden liegen er intussen niet om. Bij alle nadruk op de zachte aspecten van het christendom als barmhartigheid en naastenliefde, wordt daarin toch ook een disciplinaire lijn zichtbaar. Die zou je kunnen samenvatten als: terug naar de kern. Die boodschap lijkt niet alleen – of zelfs niet op de eerste plaats – aan de 'gewone' gelovigen gericht, maar vooral aan de kerkelijke hiërarchie. Deze paus wil iedereen weer bij de les.

In de Goede Week waste paus Franciscus de voeten van gevangenen, niet die van mede-geestelijken, en verleende aan de liturgische rite daarmee een actuele betekenis. Vorig weekeinde deed zich een voorval voor dat daaraan herinnert. Net als Benedictus XVI is paus Franciscus een muziekliefhebber. Toch liet hij verstek gaan op een concert in de Paulus VI-zaal. Hij had onverwacht iets belangrijkers te doen, liet men weten. Zo verliep het concert ‘sede vacante’: met een leeg blijvende pauselijke stoel. De glans is er dan wel vanaf. Het is haast onbeleefd tegenover wie het concert mogelijk gemaakt hebben.

Over de reden is natuurlijk druk gespeculeerd. Gezondheidsproblemen zijn uitgesloten. Wel doen in Rome geruchten de ronde dat de paus achter de schermen stevig aan het doorpakken is met zijn hervormingswerk, met name waar het de curie betreft, waaruit hij een aantal kardinalen zou willen verwijderen. Wat daar van waar is, leest u wel in een volgend Katholiek Nieuwsblad. Het gaat ons nu om de spirituele boodschap die deze paus uitzendt, en vooral waarom die zo overtuigend lijkt over te komen, ook bij niet-katholieken.

Paus Franciscus mag dan een jezuïet zijn, het heeft er alle schijn van dat zijn bewondering voor de heilige Franciscus zijn optreden minstens zo sterk bepaalt. Als we ons herinneren dat een jezuïet eigenlijk alleen in een noodgeval met een hoge kerkelijke benoeming mag instemmen en dat ook de H. Franciscus in bezit, status en macht de beste valstrikken van de duivel ziet, dan komt de gedachte op dat deze paus in zekere zin van niemand zo bang is als van zichzelf.

We weten dat hij reeds als kardinaal Bergoglio wars was van ieder eerbetoon. Hij stond erop als prelaat zijn eigen potje te koken en met het openbaar vervoer te reizen, net als iedereen. Dat herinnert aan de H. Franciscus die zich resoluut afdraaide van alles wat hem kon belemmeren direct te antwoorden op de liefde van Jezus Christus. Nu kan een paus zich de radicaliteit van een heilige nog minder veroorloven dan een kardinaal, maar de vrees om de pauselijke belofte te verloochenen servus servorum te zijn, 'dienaar der dienaren', lijkt paus Franciscus te bezielen tot in het diepst van zijn wezen.

Was het dus ascese van paus Franciscus om te weigeren pontificaal plaats te nemen op de erezetel bij het concert, midden tussen andere kerkelijke en wereldlijke kopstukken? In ieder geval herinnert hij eraan Wie ons aller voorbeeld dient te zijn, welke plaats we in de Kerk ook innemen.

Henk Rijkers: ‘Katholiek Nieuwsblad’, 29 juni 2013

(Vrije vertaling bij de laatste foto:

‘Laten we niet vergeten dat ware grootheid zich toont in de bereidheid om te dienen’)



1424549-026c2e070649c0e256651128a3a76623.jpg

1424549-ea27357de32d39e8d33891ff63f99075.jpg

1424549-127a5dc9c44fc99a61addaa8e0d94ecb.jpg

1424549-8ba182047327714eedc0823789e476f7.jpg
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 07:42 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

 

De oude mannen

 

Ik kwam twee oude mannen tegen

met dunne halzen en met haperende voet.

Ik zag de hitte op hun magere schouders wegen,

zij liepen krom, maar met hun hoofden opgeheven,

zo ingespannen en verwonderd als een zuigeling doet,

ik zag hun bleke onderlippen beven,

zij keken zacht en zinneloos en goed.

 

Het waren oude kinderen geworden

op weg naar huis, maar waar geen moeder wacht,

eens blinkenden, maar nu verdorden

en strompelend naar hun laatste nacht.

En plots begon het hele park te beven,

bomen en blaadren golfden in een warme vloed

van tranen, die binnen mijn ogen bleven,

wijl men om het bestaan niet wenen moet.

 

M. Vasalis

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Omer om 15:27 Reageer op dit bericht

Meer van Doorheen de dagen

↑ Terug naar de berichten