Naar de inhoud

Doorheen de dagen

Ervaringen besproken
akke.beakke.be

Berichten van 29 juli 2013 tot 4 augustus 2013

ZONDAG 4 AUGUSTUS

 

18de ZONDAG C C – 4 AUGUSTUS 2013

‘NIET VOOR SCHUREN, DIE NIET DUREN’

 

Een erfeniskwestie wordt vandaag aangebracht: een gulzigaard wil Jezus voor zijn kar spannen, zijn hebzucht heeft nooit genoeg. Er is bij die man niet het minste geloof: hij wil Jezus alleen maar gebruiken voor zijn eigen platte nut.

‘Een mens gebruiken …’: de eeuwen door hebben goede, hoogstaande mensen dit bestempeld als het grootste kwaad en onrecht dat je iemand kan aandoen: een mens gebruik je niet. Punt! Gedaan!

Wie dat toch doet, toont alleen zijn eigen lompe grofheid, die elke zin voor fijnheid en zielengrootheid mist.

 

Iemand uit de menigte zei eens tegen Jezus: `Meester, zeg tegen mijn broer dat hij de erfenis met mij moet delen.' Jezus antwoordde hem: `Wie heeft mij als scheidsrechter tussen u beiden aangesteld?' En Hij zei voorts tot alle omstanders: `Pas op voor iedere vorm van hebzucht! Ook al heeft een mens nog zo veel, zijn leven bezit hij niet.'  En daarom vertelde Hij deze gelijkenis: `Er was eens een rijke, wiens land veel had opgebracht. Hij dacht bij zichzelf: `Wat moet ik doen? Ik heb geen ruimte om mijn oogst op te slaan.''

`Dit ga ik doen,' dacht hij, `ik breek mijn schuren af en ga grotere bouwen; dan kan ik daar al het graan en mijn andere goederen in opslaan, en tegen mezelf zeggen: Je hebt daar nu heel wat liggen, jongen, je kunt jaren vooruit. Rust nu maar eens uit, eet, drink en neem het ervan.'' Maar God zei tegen hem: `Jij dwaas, nog deze nacht wordt je leven opgeëist, en voor wie zijn dan al die voorraden die je hebt aangelegd?''

Zo vergaat het iemand die rijke schatten verzamelt voor zichzelf en niet voor God.'

(Lucas 12,13-21)

 

OVER GRENZEN EN MUREN HEEN

 

Wij zijn kleine mensen, die groot kunnen gaan op hun eigendom, die op kleine stukjes grond, terreinen afbakenen, met omheiningen en muren allerhande, met akten en titels.

 

Wij zijn kleine mensen, die overal grenzen trekken en zones bepalen, die altijd willen uitmaken: ‘dit is van mij en zover reikt mijn macht’.

 

Wij zijn kleine mensen, die reeds door hun kleding willen duidelijk maken tot welke groep zij behoren, die door hun blik of door hun zwijgen of door hun houding andere mensen afstoten en zich slechts ontplooien in de kleine kring van gelijkgezinden.

 

Wij zijn kleine mensen, die groot hebben gezien en vreemde continenten hebben ingepalmd en verdeeld, die grenzen hebben getrokken dwars door stammen en culturen, als was het een taart die werd aangesneden.

 

Wij zijn kleine mensen, die groot gaan op hun geschiedenis van oorlogen en verdragen, op grenzen die werden getrokken en overschreden, bevochten en verlegd.

 

Wij zijn kleine mensen, die muren hebben gebouwd van haat, die versperringen hebben aangelegd van prikkeldraad, en wachttorens tussen ras en soort en godsdienst.

 

Geest van God, Gij zijt de vogel, aan geen grenzen gebonden.

Gij zijt de wind, die waait waar Hij wil,

Gij zijt de storm, die muren aftakelt en barricades kan slopen.

Gij zijt de stille kracht, die mensen weer naar mekaar laat glimlachen

en begrip doet opbrengen voor elkaars noden.

 

Geest van God, waai over deze oude wereld,

waai over onze oude gezindheid,

zodat wij de weidsheid opsnuiven van uw ruimte.

Beuk op onze bekrompen geest

zodat wij de horizon zien van uw land zonder grenzen of haat.

 

Bron: Manu Verhulst

 

 

Op school stonden ze op het bord geschreven,

het werkwoord hebben en het werkwoord zijn;

hiermee was tijd, was eeuwigheid gegeven,

de ene werkelijkheid, de and’re schijn.

 

Hebben is niets. Is oorlog. Is niet leven.

Is van de wereld en haar goden zijn.

Zijn is, boven die dingen uitgeheven,

vervuld worden van goddelijke pijn.

 

Hebben is hard. Is lichaam. Is twee borsten.

Is naar de aarde hongeren en dorsten.

Is enkel zinnen, enkel botte plicht.

 

Zijn is de ziel, is luisteren, is wijken,

is kind worden en naar de sterren kijken,

en daarheen langzaam worden opgelicht.

 

Ed Hoornik



1435737-3d8b4f78065ec87988addd560c13ccbe.jpg

1435737-a4185beb5343035148a24fce2d82313c.jpg

1435737-fe3927722f8478a218237279b12e9ba2.JPG

1435737-b1d4ef247f563914ef33361199a13342.JPG

1435737-90984cc7efb501b841cf884996106a69.JPG

1435737-19320627bfb20ad347e447c26a0396b0.JPG

1435737-9bfa418e9ffb234b10a9c3b2b9af6c46.JPG

1435737-6cffda39be06ff3369b9fb9835b61525.JPG

1435737-aa837f769d93ea781180fb73d96ba061.jpg
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Omer om 08:26 Reageer op dit bericht

DOORDENKEN OP DONDERDAG

 

God, geef mij een hart

dat vakantie kan nemen,

zich even kan losmaken

uit het gareel

van de zorg en verantwoordelijkheid,

dat, los en vrij,

de aarde kan proeven en ruiken,

en de lucht en het water

en de mensen er bij.

 

Geef mij een hart, God,

dat, klein als een kind,

de verrassing beleeft

van elke nieuwe morgen

en elke nieuwe horizon,

dat zich laat drijven op de wolken

en gaat rusten in een ondergaande zon.

 

Geef mij een hart,

dat nog op uitkijk staat

naar vreemde mensen

en andere dingen

en gelukkig is, om hun anders-zijn.

 

Geef mij een hart

dat nog kan spelen,

en alles kan vergeten

bij een bal in het water

of een kind in het zand.

 

Geef mij een hart, God,

een open hart en open handen

om naar de mensen toe te gaan,

te luisteren naar hun verhalen

en te snoepen van hun vriendschap,

als de avond valt.

 

Geef mij een hart dat vakantie kan nemen,

God, en dan is het feest al begonnen.

 

naar Manu Verhulst



1434782-4b11fc4fdbe8d649263528345106ad28.JPG

1434782-15f45514646998dd4ca87eae7f706e5f.jpg

1434782-09327bb005ed58412c7e163b5a3fc8f4.JPG

1434782-bdd6af9db985006a779b0efe84ff551a.JPG

1434782-d7c78696e41384d7f2d6ebe1b35f75a1.JPG

1434782-3a1e1e0747e2dbc71d7f909296b15673.JPG

1434782-68a5ee745754c1cfbe0ae771611df47c.JPG
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Omer om 09:27 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

 

Het Ezeltje

 

In de korte, blauwe schemering

deed ik een kleine wandeling.

De grond was rood, gebarsten-droog.

De lucht was dun en vreeslijk hoog,

en blauwe distels stijf en grillig

ritselden driftig en onwillig.

 

Stil grazend naast een grijze rots

zag ik opeens op hoge benen

een jonge ezel; zijn oren schenen

doorzichtig, zijn gelaat was trots.

Zijn lange, ambren ogen blonken

als water, ernstig en bezonken

en onpartijdig was zijn blik.

 

En na een korte, felle schrik

verstarde ik in verwondering.

Of kan het eerbied zijn geweest

voor dit schoon, ongeschonden beest,

waarmee ik langzaam verder ging?

 

Een pijnlijke herinnering:

zo ben ik vroeger ook geweest.

Die gaafheid en zachtzinnigheid,

onzware ernst en droomrigheid,

oh kon ik dat nog ééns herwinnen,

kon ik nog ééns opnieuw beginnen.

 

M. Vasalis



1433801-d80332c1912d307565dc792f740b454d.JPG

1433801-0714ef51931afb4681a72fd02520acd1.JPG
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Omer om 08:24 Reageer op dit bericht

Meer van Doorheen de dagen

↑ Terug naar de berichten