Naar de inhoud

Doorheen de dagen

Ervaringen besproken
akke.beakke.be

Berichten van 2 september 2013 tot 8 september 2013

 

23ste ZONDAG C – 8 SEPTEMBER 2013

‘ALS IEMAND NAAR MIJ TOEKOMT’

 

Vandaag gaan de lezingen alweer over een diepe kern van ons geloof: de keuze om de weg van Jezus te volgen, en dat heeft alles te maken met onze dagelijkse manier van leven. Deze keer ligt de klemtoon op onthechting en volharding; maar daar vloeien ook andere levenshoudingen uit voort: mildheid, zachtmoedigheid, barmhartigheid, mede-leven.

Dan worden wij voor andere mensen tekenen van hoop, leven en bevrijding. Dan werken wij ook mee aan de verlossing van onze wereld en de komst van het Rijk van God, de komst van een wereld, zoals God die voor ogen had.

 

Grote drommen mensen trokken met Jezus mee. Hij richtte zich tot hen en zei: Wie naar Mij toe komt, moet zijn vader en moeder, zijn vrouw en kinderen, zijn broers en zusters,  ja, zelfs zijn eigen leven verfoeien; anders kan hij geen leerling van Mij zijn. Hij moet zijn kruis dragen en Mij volgen; anders kan hij geen leerling van Mij zijn.

Als een van u een toren wil bouwen, gaat hij er toch eerst eens voor zitten om de kosten te begroten, om te zien of hij het werk kan voltooien. Want anders, als hij wel het fundament legt maar de bouw niet kan afmaken, zal iedereen die het ziet hem uitlachen en zeggen: ‘Hij begon te bouwen, maar afmaken kon hij het niet.’’

Of als een koning ten oorlog trekt tegen een andere koning, dan gaat hij er toch eerst eens voor zitten om te beraadslagen of hij sterk genoeg is om met tienduizend man op te trekken tegen de ander, die met twintigduizend man op hem afkomt. Als dat niet zo is, stuurt hij, terwijl de ander nog ver weg is, een gezantschap naar hem toe om naar de vredesvoorwaarden te vragen.

Zo moet ieder van u afstand doen van alles wat hij bezit; anders kan hij geen leerling van Mij zijn.

(Lucas 14.25-33)

  

 ‘MET JEZUS OP WEG’

 We kunnen het evangelie van vandaag opsplitsen in drie afzonderlijke puntjes, waar het bij elk van ons, in ons eigen leven, op aan komt:

1.    Ik moet voor Jezus kiezen, ik moet Hem op de eerste plaats stellen in alles wat ik doe en beleef. Ik moet Hem meer beminnen dan mijn familie en vrienden. Maar als ik voor Hem kies, zal ik met zijn liefde naar alle mensen toegaan, zeker naar de familieleden en vrienden, die op mijn levensweg geplaatst zijn.

2.    Ik moet het kruis opnemen, mijn kruis, dat altijd anders is dan ik verwacht en dat mij toch op het lijf geschreven staat. In het leven van iedere dag moet ik liefde geven, mijn eigen plannetjes en ontgoochelingen vergeten, en altijd weer opnieuw beginnen.

3.    Slechts als ik mij telkens opnieuw losmaak van mijn bezit, kan ik met heel mijn hart de weg van Jezus gaan. Want het bezit is zulk een tirannieke heerser, dat het mij geen enkele ruimte laat om ‘ook nog’ Jezus te dienen en Hem te volgen op de weg, die het evangelie tekent.

Als wij deze gedachten voor ogen houden, stellen we misschien vast dat wij soms maar half en half meetrekken in de beweging, die Jezus op gang bracht en dat wij de uitdrukkelijke keuze voor ZIJN WEG omzeilen.

Laten we daarom bidden:

Heer Jezus,

soms ervaar ik mijn christen-zijn

als een huis dat maar half af is

en waaraan haast niet meer wordt gebouwd.

Laat mij U op de eerste plaats stellen.

Leer mij mijn eigen kruis onderkennen en opnemen,

En maak mijn hart echt vrij voor U.

 

 

Met Hem meegaan

 

Het is niet eenvoudig

om in Jezus' spoor te blijven.

Steeds opnieuw komt dan de vraag

of je niet teveel gebonden bent,

gebonden aan mensen, aan dingen.

 

Je bezit kan zijn als een ballast

die je afremt en tegenhoudt.

Mensen kunnen een sta-in-de-weg zijn,

omdat ze je van je ideaal afhouden.

 

Met Jezus meegaan is mogelijk

als je zijn ideaal tot het jouwe maakt,

als je al je mogelijkheden benut

voor geluk en vrede van anderen.

Het is afzien van eigenbelang

om het belang van anderen te dienen.

 

Kiezen voor zijn weg

is radicaal op de bres gaan staan

voor liefde en gerechtigheid,

te beginnen in je eigen omgeving.

Het is gaan staan in de droom

van het paradijs

en van een nieuwe hemel en aarde.

 

Meegaan met Hem vraagt

dat je de pijn van die keuze aandurft,

maar betekent ook dat je mag delen

in de vreugde van het Godsrijk.

 

Wim Holterman osfs

(met dank aan : ‘Zondagsvieringen Dominicanen’)



1454618-63c85d8fea3a65f4a0888e30607c53a7.JPG

1454618-75fbb7f751dcbed3164815928ce30210.JPG

1454618-6bade8110601de30c47dd51084ffc663.JPG

1454618-a7ee56745585a55a4703baadfbd9f5c1.JPG

1454618-45ed3e5a1e47deb9c5c01fdc9389cc03.JPG

1454618-80b76d027791bfc3b2bc148367fde60c.JPG

1454618-7d30fc34fead9f1ac3dda8174994cbec.JPG

1454618-96f90e110ce3f53e13d9b0c6a2e3fff8.JPG

1454618-30e62fddc14c05988b44e7c02788e187.jpg
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 08:43 Reageer op dit bericht

DOORDENKEN OP DONDERDAG

 

‘ALS JIJ DAT GRAAG HEBT, LIEFSTE …’

 

Gisteren heb ik een echt echtpaar gezien. Hij was over de tachtig, zij nauwelijks iets jonger. Een beetje buiten adem tornden ze tegen de straathelling op. Hij had spierwit haar. Zij had blauwe ogen, met rimpeltjes om te zoenen. Hij leek last te hebben van astma. Zij van reuma. Ze keken niet naar de stroom, niet naar de prachtige gebouwen. Ze keken naar elkaar en hielden stevig elkaars hand vast.

 

Ik ben zeker dat ze een hele bende kleinkinderen en achterkleinkinderen moesten hebben. Dat zij een hele reeks miseries, zorgen, ruzies en verzoeningen hadden meegemaakt. Met spaarzame woorden wellicht, maar met de wil om bij elkaar te blijven en ook de wil om met elkaar te sterven. Je kunt daar om glimlachen. Maar er is veel liefde nodig om bij zichzelf te zeggen: 'Ik zou met haar, met hem willen doodgaan,' en zich eindelijk veilig te voelen. Haar blauwe ogen zaten nog vol vragen. Hij hield haar bij de hand, alsof hij ze tegen alles wou beschermen: het oud-worden, de aftakeling, de eenzaamheid, de dood.

 

Ik heb hun niet durven vragen of ook zij destijds elkaar verscheurd, uitgekafferd, verraden hebben. Ik heb hem niet durven vragen of hij haar op een of andere morgen ineens minder mooi, minder begeerlijk, minder verleidelijk had gevonden, dan die of die andere. Ik heb haar niet durven vragen of zij hem een maniak, een knorpot, een kletsmajoor of een baasspeler had gevonden. Of zij hem op de zenuwen had gegeven met haar breiwerk, haar confituur, haar gepraat en haar eeuwig rommelen in de kasten. Of hij haar tot wanhoop had gebracht met zijn kruiswoordraadsels, zijn opscheppen met heldendaden uit de oorlog, zijn postzegels en zijn branie. Ik heb hun niet durven vragen hoe vaak hij bij het weggaan de deur hard had dichtgeslagen, hoe vaak zij gehuild had, hoe vaak hij haar gezegd had: 'je begint dik te worden…', hoe vaak zij hem toegeroepen had: 'je houdt niet meer van me zoals vroeger'. Ik heb ze niet gevraagd hoe vaak ze op het punt hadden gestaan te scheiden, elkaar te vernietigen, elkaar te gaan haten misschien.

 

Wat komt het er trouwens op aan? Ze waren daar, nog altijd daar, nog altijd samen. Een kneep, een systeem, een mirakel-recept voor een mirakel-liefde bestaat niet. Alleen de liefde bestaat: met haar revoltes, haar dode ogenblikken, haar schaduwzijden en haar crisismomenten, waarvan men alleen kan hopen dat het groeicrisissen zullen zijn. Een met littekens gemerkte liefde, aangrijpender misschien door al die verwondingen dan een liefde die niet geleden zou hebben. Ik heb hun ook niet durven vragen: 'Hoe hebben jullie het klaargespeeld?'  Wie zou zoiets durven vragen.

 

Toen ze twintig waren heeft zij hem wellicht gezegd: 'gaan we samen dansen?' En heeft hij geantwoord: 'als jij dat graag hebt, lieveling'. Als ze dertig was: 'gaan we naar de zee?' - 'Als jij dat graag hebt, lieveling'. Later nog: 'gaan we de kinderen eens opzoeken?' - 'Als jij dat graag hebt.'

 

Daar, in de straat waar ik woon, met haar neusje om stortvlagen op te vangen en haar helderblauwe blik scheen ze te zeggen: 'gaan we samen tot het einde van het leven?' En de wijze waarop hij haar hand vasthield scheen te antwoorden: 'als jij dat graag hebt, liefste'….

 

Simonne Conduché.  

(Uit: 'Al de dagen van ons leven. Een boek voor gelovige gezinnen.', Averbode, Altiora, 1986, pp. 188-189) 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 08:09 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

 

BOMEN IN SEPTEMBER

 

Melancholie der bomen in september,

die weldra niet meer samen groen zult zijn,

doch draagt uw eigen kleur van diepe wijn,

van donker bier, van roggebrood, van gember...

 

Hoe anders was de jeugd, waarin ik droomde

samen met vrienden, sterk want eensgezind

't leven te maken tot een vreugdbewind.

Hoe anders is vandaag het ingetoomde

 

bestaan van ieder onzer, door zijn plichten

en zijn verlangens een eenzelvig man,

die zoekt te maken wat hij maken kan

van zijn gezin, zijn taak en zijn gedichten!

 

Het wintert over ons in deze dagen

en elk staat eenzaam; de gebondenheid

ontbond zichzelf, en makkers, waar gij zijt,

ik durf uw vriendschap nauwlijks meer te vragen!

 

leder zwierf uit op doortocht naar het eigen

intiem domein en vond den ander niet.

Hij schiep zijn eigen toon en zong zijn lied,

of hij verloor zich in zijn eigen zwijgen.

 

Zullen wij eenmaal nog tezamenkomen,

hier of hiernamaals, in gemeenzaam spel?

Wij waren destijds vroom en wisten wel

dat ons iets beters wachtte dan te dromen.

 

Maar geen verzadiging bracht een der onzen

't geluk van 't vroegere verlangen weer, 

wij willen telkens nog den eersten keer

herleven van 't gezaamlijk hartebonzen.

 

Ik zie de bomen in september doven

hun groen tot goud, hun goud tot blekend geel,

het blijft mijn droefheid, dat ik nooit geheel

in enig mens als eenling kan geloven.

 

Anton van Duinkerken

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 17:36 Reageer op dit bericht

Meer van Doorheen de dagen

↑ Terug naar de berichten