Naar de inhoud

Doorheen de dagen

Ervaringen besproken
akke.beakke.be

Berichten van 7 oktober 2013 tot 13 oktober 2013

ZONDAG 13 OKTOBER

 

28ste zondag C – 13 OKTOBER 2013

‘DANKBAARHEID IS EEN BLOEMPJE’

 

‘Dankbaarheid is een bloempje dat in weinig hoven bloeit’, of ‘Dankbaarheid is het geheugen van het hart’ … Het zijn maar twee spreekwoorden die passen bij het evangelie van vandaag: tien melaatsen worden door Jezus genezen, slechts één komt terug om Hem te danken … en die éne is dan nog wel een misprezen vreemdeling.

Jezus zegt weer eens dat de schoonste, edelste deugden dikwijls daar te vinden zijn, waar we ze het minst verwachten …

En ook dat die innerlijke schoonheid niet gelegen is in het naleven van talloze wetjes en wetten, maar woont in een hart, dat dankbaar, ontvankelijk en edelmoedig is.

 

Op zijn weg naar Jeruzalem trok Jezus door het grensgebied van Samaria en Galilea. Toen Hij een dorp binnenging, kwamen Hem tien melaatsen tegemoet. Ze bleven op een afstand staan en riepen luidkeels:  ‘Jezus, meester, heb medelijden met ons!’ 

Toen hij hen zag, zei hij tegen hen: ‘Ga u aan de priesters laten zien.’ Terwijl ze gingen werden ze gereinigd. Een van hen, die zag dat hij genezen was, keerde terug en loofde God met luide stem. Hij viel neer aan Jezus’ voeten om hem te danken. Het was een Samaritaan.

Toen zei Jezus: ‘Zijn er niet tien gereinigd? Waar zijn de negen anderen? Wilde niemand anders terugkomen om God eer te bewijzen dan alleen deze vreemdeling?’ Hij zei tegen de Samaritaan: ‘Sta op en ga weer. Uw vertrouwen is uw redding.’

(Lucas 17,11-19)

 

‘DANKBAAR IN HET LEVEN STAAN’

 

Tien melaatsen werden genezen, één komt Jezus bedanken. Het deed mij denken aan een berichtje, dat ik jaren geleden ontving. De schrijver is een prof in Gent die, in al zijn geleerdheid, een heel eenvoudig mens gebleven is. Hij is doctor in de biologie, internationaal bekend, maar hij geeft ook al jaren catechese op de parochie. Met zijn vrouw was hij gaan winkelen in de Veldstraat, en een dief had de handtas van zijn vrouw gepikt. Het zette de prof aan het denken en hij zond dit berichtje aan enkele vrienden.

‘Sommige verhalen zullen nooit vergaan’, begon hij, ‘zoals die oma die met haar kleinzoon naar zee ging. Het was plezant tot een hoge golf de jongen meesleurde. Oma viel op de knieën en smeekte tot God: ‘Geef mij toch mijn kleinzoon terug, dat is al wat ik vraag.’ En wonder boven wonder, het kwam  zo uit: een beetje later, wierp een golf het kind op het strand, vlak voor haar voeten. De jongen was ongedeerd, alles oké. Maar oma keek omhoog en riep kwaad: ‘toen we hier aankwamen had hij een hoedje op!’

Je zou verwachten dat ze dankbaar zou zijn en dat ze haar vreugde zou uitjubelen. Maar niets daarvan, ze mopperde! En daarom vroeg de prof zich af: ‘Kunnen we dank zeggen als iets niet helemaal in orde is?’ En hij kwam terug op wat hij die dag beleefd had: ‘De handtas van mijn vrouw was dus gestolen. We waren druk bezig met alles wat kwijt was: de identiteitskaart, het rijbewijs, de bankkaarten … Een hoop last en werk, en we waren nogal ontevreden. De dag was verknoeid.

Maar ’s avonds dacht ik opnieuw aan het voorval, en ik kreeg opeens heel andere gedachten: als ik de dingen anders bekeek kon ik ook dankbaar zijn bij al wat er gebeurd was. Inderdaad: ik ben dankbaar dat dit nooit eerder gebeurde; en ik ben dankbaar dat hij alleen de portefeuille nam en niet ons leven. Ik ben ook dankbaar dat hij niet veel kon stelen; maar vooral ben ik dankbaar dat hij de dief is en niet ik.’

De prof had even goed kunnen zeggen: ‘Dank u voor de miserie!’ Maar hij voelde zich helemaal niet miserabel. Want, schreef hij: ‘het is moeilijk om je miserabel te voelen als je dankbaar door het leven gaat, en als je al wat je meemaakt ervaart als een geschenk uit Gods hand.’

 

O Grote Geest,

Wij zijn U dankbaar voor het oosten.

Wij voelen ons prettig

's morgens bij het ontwaken,

wanneer wij het glanzende licht

uit het oosten zien opdagen...

 

En als de zon ondergaat,

voelen wij ons goed en welgezind;

dan zijn wij U dankbaar voor het westen.. .

 

Wij zijn U dankbaar voor het noorden.

Als de koude winden komen,

zijn wij blij zo lang geleefd te hebben,

dat wij opnieuw de bladeren zien vallen...

 

Voor het zuiden zijn wij U dankbaar.

Als de zuidenwind blaast

en alles in de lente ontspruit,

zijn wij blij dat wij leven,

dat wij kunnen zien hoe het gras groeit

en alles weer groen wordt...

 

Uit een Indiaans gebed



1474936-f8ea4b4c9584650e8a3d202c882ebdf8.JPG

1474936-8ec896a82f3fc9eaf69a2e27c8165b0b.JPG

1474936-e1338c7c3ee119cb05626e83be790949.JPG

1474936-4034374a55b0b05d5ee101f89a2d3aae.JPG

1474936-81bb456176f40d79d1b189b17918fb8f.JPG

1474936-a3b33d68dd0dceb4cfdcfcb2a698e104.JPG

1474936-047d13544edc9f2b25fcb84e0e82c397.JPG

1474936-5bedcf2db848c5175b1c943c9bde2fe7.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 09:39 Reageer op dit bericht

DOORDENKEN OP DONDERDAG

 

Een indiaan en zijn vriend waren in het centrum van New York aan het wandelen op Times Square in Manhattan. Het was op de middag bij lunchtijd. De straten waren vol volk. Er was getoeter van auto’s, taxi’s scheurden om de hoek, sirenes loeiden, kortom het lawaai van de stad maakten de mensen doof.

Plots zei de indiaan: ‘Ik hoor een krekel.’

Zijn vriend antwoordde: ‘Jij bent gek. In al dat lawaai kan je toch geen krekel horen.’

‘Toch ben ik zeker,’ zei de indiaan ‘ik hoor een krekel.’

‘Dat is gek’, zei zijn vriend.

De indiaan luisterde een ogenblik en stak de straat over naar een klein park. Hij keek in de struiken, onder de takken, en inderdaad hij vond een krekel. Zijn vriend was stom verbaasd.

‘Dat is ongelofelijk,’ zei hij, ‘jij moet bovenmenselijke oren hebben.’

‘Neen,’ zei de indiaan ‘mijn oren zijn niet anders dan die van jou. Het hangt er vanaf naar wat je luistert;’

‘Dat kan zijn,’ zei zijn vriend ‘ik zou nooit een krekel kunnen horen tussen al dat lawaai;’

‘Dat is juist,’ was het antwoord ‘het hangt er vanaf wat werkelijk belangrijk is voor jou. Hier, ik toon het jou.’ Hij tastte in zijn zak, haalde enkele muntstukken naar boven en gooide ze discreet op het voetpad.

En dan temidden van al het drukke lawaai merkten zij op dat alle hoofden in de nabijheid keken om te zien of het rinkelende geld niet van hen was.

‘Zie je nu wat ik bedoel?’ vroeg de indiaan ‘alles hangt af van wat voor jou belangrijk is.’

Wat is voor jou belangrijk? Naar wat luister jij?

Als je afgestemd bent op God dan zal je in staat zijn Hem te horen wanneer Hij spreekt.

 

(Auteur onbekend)

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 18:02 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

 

Avondgeluiden

 

Er moeten witte hoeven achter de zoom staan

van de blauwe velden langs de maan

’s avonds hoort gij aan de verre steenwegen

paardenhoeven

dan hoort gij alles stille waan

van verre maanfonteinen zijpelt plots water

– gij hoort plots het zijpelen

van avondlik water –

de paarden drinken haastig

en hinniken

dan hoort men weer hun draven stalwaarts

 

Paul Van Ostayen

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Omer om 17:39 Reageer op dit bericht

Meer van Doorheen de dagen

↑ Terug naar de berichten