Naar de inhoud

Doorheen de dagen

Ervaringen besproken
akke.beakke.be

Berichten van 18 augustus 2014 tot 24 augustus 2014

ZONDAG 24 AUGUSTUS

21ste  ZONDAG A – 24 AUGUSTUS 2014

'WIE ZEG JIJ DAT IK BEN?'

 

‘Jij bent Petrus en op die steenrots zal ik mijn Kerk bouwen’. Voor sommige mensen valt deze zin moeilijk. Zij willen echt christen zijn, zij hebben een grote bewondering voor Jezus, zij willen, net als Hij, weldoende rondgaan, zij willen zijn voetspoor volgen van liefde, hoop en bemoediging ... maar hebben problemen met de kerk. 

Vandaar de vraag: wat wordt er met die zin bedoeld? Welke kerk had Jezus voor ogen of in gedachten? 

Hoe dan ook: wij mogen geen stukjes evangelie weglaten, omdat ze ons moeilijk vallen. Ook in moeilijke passages heeft God ons wat te zeggen.

 

Eerste Lezing uit de brief van Paulus aan de christenen van Rome 11,33-36

Hoe onuitputtelijk zijn Gods rijkdom, wijsheid en kennis, hoe ondoorgrondelijk zijn oordelen en hoe onbegrijpelijk zijn wegen. 

‘Wie kent de gedachten van de Heer, wie was ooit zijn raadsman?

 

Evangelie: Matteüs 16,13-20

In die tijd kwam Jezus in de streek van Caesarea van Filippus en Hij stelde zijn leerlingen deze vraag: ‘Wie is, volgens de opvatting van de mensen, de Mensenzoon?’ 

‘Maar gij – sprak  Hij tot hen –, wie zegt gij dat Ik ben?’ 

Simon Petrus antwoordde: ‘Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.’ 

‘GIJ ZIJT DE CHRISTUS'

 

Een tiental dagen geleden hoorden we nog in de lofzang van Maria: ‘Hij toont zijn macht, en drijft uiteen wie zich verheven wanen’. Zó is God: aan de kant van wie onrecht lijdt. Zó is dan ook de Christus, de Zoon van de levende God.

Als Hij zijn openbaar optreden begint, gebruikt Jezus trouwens deze woorden van Jesaja: ‘De Geest van de Heer heeft mij gezonden om verdrukten in vrijheid te laten gaan.’

En Hij licht toe ‘Het Schriftwoord dat gij hoort, is nu in vervulling gegaan.’ Laat er geen twijfel over bestaan. Hij kiest de kant van hen die geslagen worden, en niet van hen die slagen toebrengen.

Vandaag horen we dezelfde boodschap. De leerlingen herkennen Jezus als God zelf: ‘Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God’. Eigenlijk zegt Petrus: ‘zoals Gij handelt, zo is God’.

En dan antwoordt Jezus: ‘Omdat Gij dat hebt ingezien, zal ik op u mijn kerk bouwen’. Zijn Kerk leeft daar, waar mensen deze zending verder zetten, waar mensen aan de kant staan van hen, die geslagen worden, en niet aan de kant van hen die slagen toebrengen.

Misschien moeten wij wel zo de woorden verstaan, die we deze week, tot tweemaal toe in het evangelie lazen: ‘Veel eersten zullen laatsten en veel laatsten zullen eersten zijn.’

 

KERK, LIEVE KERK VAN WELEER

 

Kerk, lieve kerk van weleer,

je blies veel te hoog van de toren,

je was voor geen mens meer te horen

Kerk, je was nergens meer.

 

Radeloos in de verstrooiing

en bleek, met een bloedend hart,

werd je me liever en mooier.

Een lam in de doornen verward.

 

Kerk, het is beter zo,

want een moet er alles betalen

met bloed voor jouw bloed op het kale

bergpad naar Jericho.

 

Heb voor je dorst dan geen schaamte

en roep zonder hoop op gehoor

‘Lama sabaktani’,

want zo ben je Christofoor.

 

Huil het maar uit allemaal:

hoe naakt ze je achterlieten.

En Parten en Elamieten

horen je in hun taal.

 

Ballingschapstranen zijn bitter,

maar nu weten wij hoe je heet:

arm en toch alles bezittend,

gestorven en zie: je leeft!

 

Michel van der Plas



1642654-63c85d8fea3a65f4a0888e30607c53a7.JPG

1642654-75fbb7f751dcbed3164815928ce30210.JPG

1642654-6bade8110601de30c47dd51084ffc663.JPG

1642654-a7ee56745585a55a4703baadfbd9f5c1.JPG

1642654-45ed3e5a1e47deb9c5c01fdc9389cc03.JPG

1642654-80b76d027791bfc3b2bc148367fde60c.JPG

1642654-fe5df232cafa4c4e0f1a0294418e5660.jpg

1642654-8cda81fc7ad906927144235dda5fdf15.jpg

1642654-9acf928a602580321bb776a289aea693.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 09:55 Reageer op dit bericht

DOORDENKEN OP DONDERDAG

LEVENSLESSEN

 

Het hoofd van de indianen had vier zonen. Hij wilde zijn zonen leren niet te vlug te oordelen. Hij zond hen alle vier uit, om naar een perenboom te gaan kijken, ver weg.

 

De eerste zoon vertrok in de winter, de tweede in de lente, de derde in de zomer, en de jongste tijdens de herfst.

 

Nadat ze allen na verloop van tijd terug waren riep hij hen bijeen om te beschrijven wat ze hadden gezien.

 

De eerste zoon zei dat de boom lelijk was, krom en warrig. De tweede zoon weerlegde dit en zei dat de boom vol stond met groene knoppen en dus vol beloftes. De derde zoon was het daarmee niet eens; hij zei dat de boom beladen was met bloesems die zeer zoet geurden en zeer mooi oogden. Het was het mooiste dat hij ooit had gezien. De laatste zoon was het niet eens met zijn drie broers; hij zei dat de boom rijk was aan fruit, vol van energie en kracht.

 

Het opperhoofd zei dat ze allen gelijk hadden omdat ze elk slechts een seizoen in het leven van de boom hadden gezien.

 

Hij verklaarde verder dat je noch een boom noch een mens kan beoordelen naar één seizoen. Je kan de essentie van wat ze zijn en de vreugde en liefde die van hen komen enkel op het einde meten, wanneer alle seizoenen voorbij zijn.

 

Als je het opgeeft in jouw winter dan mis je de belofte van jouw lente, de mooiheid van jouw zomer en de vervolmaking van jouw herfst.

 

(Bron mij onbekend)

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Omer om 17:41 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

Eva uit Adam slapend

 

God, op den zesden dag

beval dat Adam lag

en slapend ‘t lichaam overliet;

Adam vervulde ‘t, lei het hoofd

onder een boom met bloeiend ooft

en sliep

terwijl God Eva schiep.

 

Temidden ‘t woud vol wild

nu wonderlijk gestild

daar elk zijn koning willoos ziet,

temidden vogelen, vissen, ‘t fier

geslacht van pels- en vederdier

en pauw, vond hij den vorm der vrouw.

 

Wijl Adam onbewust

‘t hoofd op de handen rust

en droom van een aan hem gelijk

rijst Eva uit zijn hart omhoog

gesloten nog het sluimrend oog,
en leunt

het lichaam dat God steunt.

 

Hij ziet haar teer en zwaar

gelijk een druivelaar

gerijpt in ‘t paradijselijk rijk

vol donkerroden wijn, gericht

vanuit de wortlen naar het licht

en naakt

terwijl zij traag ontwaakt.

 

Toen hij gewillig rees

zag Adam uit zijn vlees

dat eerst geboren werd uit slijk,

de pracht van ‘t paradijs vermeerd.

Zijn ogen zijn op haar gekeerd,

hij kijkt

hoe nederig zij prijkt.

 

Christine D'Haen

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Omer om 15:13 Reageer op dit bericht

Meer van Doorheen de dagen

↑ Terug naar de berichten