Naar de inhoud

Doorheen de dagen

Ervaringen besproken
akke.beakke.be

Berichten van 8 september 2014 tot 14 september 2014

ZONDAG 14 SEPTEMBER

FEEST VAN DE KRUISVERHEFFING

14 SEPTEMBER 2014

 

‘De Joden vragen om wonderen en de Grieken zoeken wijsheid, maar wij verkondigen een gekruisigde Christus, voor Joden een aanstoot en voor heidenen een dwaasheid. Maar voor wie geloven, is Christus Gods kracht en Gods wijsheid, want de dwaasheid van God is wijzer dan de mensen, en de zwakheid van God is sterker dan de mensen.’ Het zijn woorden van Paulus aan de christenen van Korinthe. (1 Kor 1,22-23)

Deze totale ommekeer van denken, deze revolutie, vieren wij vandaag op het feest van de Kruisverheffing.

 

Eerste Lezing uit de Brief aan de christenen van Filippi 2,6-11

Hij die bestond in de gestalte van God heeft er zich niet aan willen vastklampen gelijk aan God te zijn. Hij heeft zichzelf ontledigd en de gestalte van een slaaf aangenomen. Hij is aan de mensen gelijk geworden. En als mens verschenen heeft Hij zich vernederd; Hij werd gehoorzaam tot de dood, de dood aan een kruis.

Daarom ook heeft God Hem hoog verheven en Hem de naam verleend die boven alle namen staat, opdat in de naam van Jezus iedere knie zich zou buigen, in de hemel, op aarde en onder de aarde, en iedere tong zou belijden tot eer van God, de Vader: de Heer, dat is Jezus Christus.

Evangelie: Johannes 3,13-17

Zozeer immers heeft God de wereld lief gehad dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat al wie in Hem gelooft niet verloren zal gaan maar eeuwig leven zal hebben. God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gezonden om de wereld te oordelen,  maar opdat de wereld door Hem zou worden gered.’

 

GEGROET, O KRUIS, ONZE ENIGE HOOP

Het is zeker niet modieus, om met een kruis en een gekruisigde te dwepen. Prestaties worden bejubeld in onze wereld, geen nederlagen. En toch, op Witte Donderdag, zingt één van de mooiste gregoriaanse liederen: ‘Wij echter roemen op het kruis van onze Heer. Want in dit kruis ligt onze opstanding. Door dit kruis zijn wij gered en vrij gemaakt.’ Het kruis staat in het midden van ons geloof. De gekruisigde Jezus heeft de wereld ondersteboven gekeerd. En ons geloof, dat is de wereld op zijn kop.

We geloven in een God die zich getoond heeft in een mens, die volgens deze wereld totaal mislukt is. Een mens die stierf aan een schandpaal, dat vertelt de geschiedenis. En dan begint ons geloof: juist deze vernederde mens is boven allen verheven. Juist deze uitgespuwde mens is de Messias, Christus de Heer. Als de Kerk dit vergeet en het spel van de wereld meespeelt, is zij, tot haar eigen scha en schande ontrouw aan Hem, op wie zij roemt.

Het gaat hier niet om ziekelijke zelfkwelling: kruis en lijden worden niet om zichzelf gezocht, zoals in de middeleeuwen gebeurde door bedevaarders, die zichzelf avond aan avond geselden op hun pelgrimstochten. Of zoals wij prentjes van madonna’s kennen met betraande, getormenteerde gezichten.

Het gaat wel om dit geloof: ‘Het kruis waaraan Christus gehangen heeft, werd teken van ons heil; dat kruis waaraan Hij eens gedood is, werd onze levensboom. Daar op het kruis werden de machten van het kwaad gebonden, daar werd onze dood gedood, door Christus onze Heer.’

Kort voor 1100 kreeg de Heilige Bruno, die door politieke intriges van zijn bisschopszetel verdreven was, een onherbergzaam stuk land in de Franse Alpen. Met 6 broeders ging hij daar in volstrekte eenzaamheid als kluizenaar leven. Het was het begin van de Kartuizers, die tot op vandaag beschouwd worden als de meest ascetische kloosterorde. Centraal in hun leven, en ook in hun klooster, staat het motto: ‘Stat crux, dum volvitur orbis’. 'Het kruis blijft staan, terwijl de wereld voort draait. Het kruis staat rechtop, terwijl de wereld wankelt.’ Onze wereld wankelt en toont barsten tallenkante. Daarom kunnen wij alleen maar deemoedig belijden: ‘Gegroet, o kruis, onze enige hoop.’

Een belijdenis, die weer niet simpel is … want we weten dat het niet gaat om uiterlijke lippendienst, maar om een bekering van ons hart, waardoor de waarden en de wijsheid van de wereld, onderste boven gekeerd worden.

 

VEXILLA REGIS

DE STANDAARD VAN DE KONING

 

Gods glanzend vaandel aan de top,

het Kruis van glorie, gaat voorop,

waaraan het Leven leed en stierf

maar leven door zijn dood verwierf.

 

De wonde die een wrede speer

liet in het lichaam van de Heer

wast alle zonden door een vloed

van water zuiver, en van bloed.

 

Wat David zag in het verschiet

en zong in zijn waarachtig lied

hebben de volkeren geleerd:

dat God van op het Kruis regeert.

 

O welgevormde Boom, gij zijt

gepurperd en vol majesteit,

uw uitverkoren rechte stam

raakte Gods heilig lichaam aan.

 

Gelukkig! Aan uw takken hing

de prijs van onze zaliging,

gewicht dat evenwicht herstelt

tegen de wanmacht van de hel.

 

O Kruis van onze hoop, gij zijt

in deze paarse passietijd

gena voor wie verkoren is,

voor wie misdeed vergiffenis.

 

O Triniteit, bron van wie leeft,

U prijze al wat adem heeft,

U die de Zegepraler zijt

en onze zegen voor altijd.

 

Venantius Fortunatus (530-609)

vertaling: Anton van Wilderode



1651851-63c85d8fea3a65f4a0888e30607c53a7.JPG

1651851-75fbb7f751dcbed3164815928ce30210.JPG

1651851-6bade8110601de30c47dd51084ffc663.JPG

1651851-a7ee56745585a55a4703baadfbd9f5c1.JPG

1651851-45ed3e5a1e47deb9c5c01fdc9389cc03.JPG

1651851-18e2999891374a475d0687ca9f989d83.jpg

1651851-fe5df232cafa4c4e0f1a0294418e5660.jpg
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 08:24 Reageer op dit bericht

DOORDENKEN OP DONDERDAG

Twee zaadjes

 

Twee zaadjes lagen naast elkaar

op een vruchtbare grond.

Het ene zaadje zei:

'Ik wil groeien!

Ik wil mijn wortels diep in de grond voelen

en door de aarde heen naar boven uitbreken.

Ik wil met mijn tere knoppen

de komst van de lente aankondigen.

Ik wil de warmte van de zon

op mijn gezicht voelen

en de morgendauw op mijn blaadjes!'

 

Het zaadje groeide en groeide.

 

Het tweede zaadje zei:

'Ik ben bang.

Als ik mijn wortels naar beneden laat groeien,

weet ik niet

wat ik in de donkere aarde zal tegenkomen.

Als ik door de aardkorst heen breek,

beschadig ik misschien mijn tere knoppen.

Als ik mijn blaadjes uitrol,

worden ze misschien

door een slak opgegeten.

En als ik mijn bloesems open,

plukt een klein kind ze misschien af.

Nee, ik wacht liever tot de kust veilig is.'

 

Het zaadje wachtte en wachtte.

 

Toen kwam er een kip,

op zoek naar voedsel.

Ze vond het zaadje

en pikte het op.

 

overgenomen uit: Chantal Leterme: 'Een parel voor elke dag'

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Omer om 09:38 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

Ballade

 

Een elfje liep door Sprookjesland

met een twaalfje aan d’r hand.

 

De elfenkoning zag hen gaan

en sprak de twaalf verbolgen aan.

 

Mijnheer, hoe waagt een twaalf als gij

te vrijen met een elf van mij?

 

Zo iets is hier nog nooit gezien,

zelfs met geen negen of geen tien!

 

De jongen zei: Vorst, permitteer

dat ik mij even opereer.

 

Hij sneed een stukje uit zichzelf,

toen was de twaalf nog slechts een elf.

 

De vorst schreed voort, hij was voldaan.

Het elfje zag haar jongen aan.

 

Het elfje zag haar jongen aan

en schreiend is het heengegaan.

 

Gaston Durnez

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 18:24 Reageer op dit bericht

Meer van Doorheen de dagen

↑ Terug naar de berichten