Naar de inhoud

Doorheen de dagen

Ervaringen besproken
akke.beakke.be

Berichten van 12 januari 2015 tot 18 januari 2015

MEDITEREN OP ZONDAG


ONWETENDHEID OVER GOD


De apostel Paulus zegt: ‘Enkelen zijn in de onwetendheid van God’ (1Kor 15,34). Ik zeg dat allen in de onwetendheid zijn die zich niet tot God willen bekeren. Want zij weigeren de bekering om de enige reden dat ze God, die een en al zachtheid is, als plechtig en streng voorstellen; zij stellen Degene die barmhartig is, als hard en onverzettelijk voor; ze denken dat Degene die slechts onze aanbidding wenst, gewelddadig en verschrikkelijk is. Zo liegt de heiden tegen zichzelf door een afgod te maken in plaats van God te kennen zoals Hij is.


Wat vrezen deze mensen met weinig geloof? Dat God hun zonden niet wil vergeven? Maar Hij heeft Hem met zijn eigen handen aan het kruis gespijkerd. Wat vrezen ze dan nog meer? Zelf kwetsbaar en zwak te zijn? Maar Hij kent de klei toch waaruit we gemaakt zijn. Waar zijn ze dan bang voor? Dat ze teveel aan het kwaad gewend zijn om zich nog vrij te maken van de boeien van de gewoontes? Maar de Heer heeft hen bevrijd die in ijzeren boeien zaten (Ps 146,7). Vrezen ze dan dat God, geërgerd door de enorme hoeveelheid van hun zonden, aarzelt om hen een reddende hand te reiken? Maar daar waar hij de zonde verlaat, daar is de genade overvloedig (Rom 5,20). Of verhindert de zorg om hun kleding, het voedsel of andere levensbehoeften hen om hun bezit te verlaten? Maar God weet dat we dat alles nodig hebben (Mt 6,32). Wat willen ze nog meer? Wat houdt hen tegen op de weg naar het heil? Het is dat ze God niet kennen, dat ze niet in zijn woorden geloven. Dat ze dan vertrouwen op de ervaring van een ander.

 

H. Bernardus van Clairvaux (1091-1153)



1709544-fb5378c3c2187d4f605f41c7c8427ad8.jpg

1709544-a1b2da3ff423c7b27cab150c037ee773.jpg

1709544-8625a5629527480eb7f6edab30b72e4e.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 09:25 Reageer op dit bericht

DOORDENKEN OP DONDERDAG

ER LIEP EEN MENS VERLOREN ...

 

Er liep een peuterke verloren tussen de hoge verkoopsstanden in het warenhuis. Het zag zijn mama niet meer, beende ijlings het hoekje om, het verkeerde hoekje – vreemde mensen, heel grote mensen. Het werd plots zo angstig: heel de wereld was op slag veranderd.

 

Er liep een mens verloren, een mens van goede wil, zo heel onhandig in zijn woorden en gebaren. Er werd om hem gelachen, hij werd vernederd en gekwetst. Hij schreide zachtjes op z'n eentje, hij schreide tot in z'n slaap. 's Morgens was hij angstig, hij durfde niet naar zijn werk te gaan. Hij heeft zich 'ziek' gemeld.

 

Er liep een mens verloren in de jungle van het zakenleven. Hij nam een verkeerde beslissing, voelde de dreiging van de totale mislukking, en alles werd anders: geen vertrouwen meer in zichzelf. geen vrienden meer, alleen rivalen en ... gieren.

 

En liep een mens verloren, een eenzaam mens met een grote honger naar liefde en menselijke warmte. Hij raakte klem in het valse aanbod van uitgestald behagen, en stond voor een afgrond van onvoldaanheid. Zijn wereld werd zo donker: een gesloten en vervallen huis, eenzamer dan ooit.

 

Er liep een klein peuterke verloren in het grote warenhuis. Een bezorgde vrouw heeft het gevonden en heeft het naar de 'inlichtingen' gebracht. Zij is er bij gebleven tot de mama weer te voorschijn kwam. Eén mens was voldoende om de traantjes te drogen.

 

Eén goed mens, die wist wat ontreddering was.

 

Manu Verhulst: 'Leven voelen in kleine dingen'

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Omer om 08:03 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

DINSKA BRONSKA

Uit een oud dorp,

– kameelbruin als de steppe –

uit Plocka,

kwam Dinska Bronska.

Haar hoofddoek was Pruisisch-blauw

en haar haar vlas-geel;

ook waren haar ogen blauw

als fjord-water.

Zij rook naar knoflook en spar,

zij droeg laarzen

en ging zeer zwaar en gauw.

In het ‘Hotel Lapland’ zat zij

bij een tafel aan het straat-raam

zij schreef 'n brief.

Een haarlok viel laag op haar rode kaak

en zij stak haar tong uit,

want ze schreef moeilijk die brief

en daaronder ‘Dinska Bronska’, haar naam.

Ze stak ook de penstok in haar mond

en zocht met haar ogen langs het plafond.

Op het papier waren ’n inktvlek

en groot gestrompel van letters:

zij kocht het voor tien centiem

in de kruidenierszaak

over het hotel.

Er was 'n beetje inkt aan heur kaak.

O, Dinska Bronska;

gij vertrekt naar Canada:

de verroeste stoomboot wacht langs de kaai.

Gij laast op een almanak

der ‘Red Star Line’

dat Canada grotere appels,

o, hoger en geler koren heeft dan Plocka.

Het moet in Canada veel beter zijn!

O, Dinska Bronska,

met je zeer dikke vingers:

je schrijft zo moeilijk die brief.

Je ogen zoeken vliegen op het plafond.

‘Moj Boze!’

Er zit 'n tranen-veeg,

o zo verdrietig,

van je blauwe ogen naar je mond.

O, Dinska Bronska!

Karel van den Oever (1879-1926)

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 08:03 Reageer op dit bericht

Meer van Doorheen de dagen

↑ Terug naar de berichten