Naar de inhoud

Doorheen de dagen

Ervaringen besproken
akke.beakke.be

Berichten van 10 augustus 2015 tot 16 augustus 2015

MEDITEREN OP ZONDAG

ECHTE VOEDING VOOR MENSEN ONDERWEG

 

Als mensen in vriendschap voor een maaltijd aanzitten, wordt er doorgaans wel iets lekkers op tafel gebracht. Toch gaat het daarbij niet zozeer om de kwaliteit van de spijzen, maar de gastvrouw en de gastheer drukken op die manier hun liefde, genegenheid en waardering uit voor hun vrienden.

 

Ook Jezus nodigt ons hier aan zijn tafel, maar naast het samenzijn als zusters en broeders is daarbij ook de spijze zelf bovenal belangrijk: in deze maaltijd des Heren geeft Hij zichzelf helemaal aan ons, wordt Hij zelf helemaal één met ons: als ‘het echte voedsel voor mensen, die nog onderweg zijn’.

 

In woord en teken herhaalt Hij hierbij wat he diepste wezen van zijn leven was: door en door, ten einde toe en totterdood ‘gegeven en gebroken voor de mensen’.

 

`Kom, eet mijn brood

en drink de wijn die ik gemengd heb.

Laat je onverstand varen en jij zult leven

en de weg van het inzicht betreden.'

(Spreuken 9,5-6)

 

In die tijd zei Jezus tot de menigte:

‘Ik ben het levende brood

dat uit de hemel is neergedaald;

wanneer iemand dit brood eet zal hij eeuwig leven.

En het brood dat ik zal geven

voor het leven van de wereld,

is mijn eigen lichaam.’

(Johannes 6,51)

 

‘LICHAAM VAN CHRISTUS’

 

Na het wonder van de broodvermenigvuldiging, spreekt Jezus uitvoerig tot de mensen. Het gaat hem niet zozeer over het feit zelf. Het mirakel is teken van een diepe boodschap, waar het evangelie nu al enkele weken over gaat. Er is daarbij een zinnetje dat telkens weerkeert: ‘zelf ben ik het levende brood, dat uit de hemel is neergedaald. Zelf ben ik het brood dat leven geeft’. Jezus zegt klaar en duidelijk: alleen door in Mij te geloven ga je een volkomen vreugde, een volkomen leven vinden. Dit geloof kan geen lippendienst blijven, maar zal ons hele leven doordesemen en bezielen.

 

Totnogtoe sprak Jezus steeds over zichzelf, zijn diepste wezen, de kern van zijn persoonlijkheid, zoals die in zijn leven aan het licht kwam. Maar stilaan komt er een verschuiving. Stilaan spreekt Hij meer over het eucharistisch brood, de communie die wij elke week ontvangen.

 

Keer voor keer zegt de priester, met een duidelijk gebaar: ‘dit is mijn lichaam, dat voor u gegeven en gebroken wordt’. In de historische context van het Laatste Avondmaal zijn dit profetische woorden van Jezus zelf: ‘wat ik hier nu met dit brood doe, dat zal de komende uren met mij gebeuren: in mijn lijden, in mijn dood word ik totaal gebroken. Voor jullie. Dit brood, dat ben ik zelf.’

 

Daarom ook zegt de priester bij de communie: ‘Lichaam van Christus’. Dit is niet zomaar een stukje brood, het is Jezus zelf, waarmee we helemaal één worden. Een inniger eenwording is niet denkbaar. Het is ons gegeven Jezus geheel en al in ons op te nemen. Hij doordringt ons helemaal en wie ons ziet zou een glimp van Hem moeten opvangen. Een eucharistie mag nooit verworden tot gewoonte of tot zielloze, pure plicht.

 

In de communie, die eenwording met Jezus, wordt Hij enigszins wezen van ons wezen. We worden zelf een beetje Christus, maar onvoltooid, nog door en door getekend door menselijke onvolmaaktheid. ‘Lichaam van Christus’: dit gezegende brood is Jezus zelf. Maar er is meer: zelf worden we op mysterievolle wijze lichaam van Christus. Onze persoon wordt een afstraling van de verhevenheid en de heiligheid van Jezus zelf.

 

Maar deze heiligheid en verhevenheid zijn niet voltooid in ons. Zij zijn slechts aanwezig als toekomst en roeping. Wij blijven ‘mensen onderweg’ … maar wel onderweg naar een heerlijkheid, die eens ten volle stralen.

 

HET TESTAMENT VAN JEZUS

 

Mijn leven is voorbij nu,

er is zoveel gebeurd in die tijd;

nu is het de tijd van het afscheid:

zoals steeds onverhoopt,

zoals steeds veel te vroeg.

Ik heb u gesproken, geleerd ook,

en alles u voorgedaan;

geluisterd heb Ik naar u,

een Weg ook gewezen voor u.

Ik heb genezen, geholpen,

bovenal geleefd en geliefd.

Zo was Ik bij u, en mét u;

en vooral: Ik was er voor u.

 

Ik heb u verteld van mijn Vader,

van goedheid, van zachte moed,

van geduld en gerechtigheid,

geen kwaad meer met kwaad te vergelden,

geen oog meer om oog

en geen tand meer om tand.

Vooral sprak Ik u van de liefde,

vooral zo heb Ik voor u geleefd.

Alles wat Ik u gezegd heb,

alles wat Ik heb gedaan,

het is u in handen gegeven,

het is nu aan u toevertrouwd.

Mijn kruis is nu ook het uwe,

mijn vreugde voor u weggelegd.

Geloof in mijn woorden, mijn wegen,

en doe zo aan aarde en mens.

Leef een loflied voor uw, voor mijn Vader,

wees heilig, mensen van dé Weg.

 

Bron onbekend

 

DAARTOE IS HIJ GEKOMEN

 

De hele stad was voor hem uitgelopen.

Hij heeft de zieken en de hopelozen

getroost, gesterkt, genezen van hun noden.

De mensen zijn weer naar hun legersteden.

En hij is moe van spreken en genezen.

Hij trekt de heuvels in, hij wil alleen zijn.

Laat op de avond bidt hij tot zijn vader,

want er zijn nog zoveel verloren schapen.

Hij is hun herder en hij kan niet slapen.

Hij staat alweer, rechtop onder de sterren.

Hij moet de heuvels over, hij moet verder,

verder, naar al de kudden zonder herder,

naar nieuwe steden en hun synagogen,

waar bange mensen op verlossing hopen,

het woord van God, daartoe is hij gekomen.

Michel van der Plas



1802260-63c85d8fea3a65f4a0888e30607c53a7.JPG

1802260-156005c5baf40ff51a327f1c34f2975b.jpg

1802260-6bade8110601de30c47dd51084ffc663.JPG

1802260-a7ee56745585a55a4703baadfbd9f5c1.JPG

1802260-032b2cc936860b03048302d991c3498f.jpg

1802260-80b76d027791bfc3b2bc148367fde60c.JPG

1802260-9eb9cd58b9ea5e04c890326b5c1f471f.png

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Omer om 18:41 Reageer op dit bericht

MARIA TEN HEMEL

HET 'MAGNIFICAT' VANDAAG

 

Wat is God toch grandioos.
Hij betekent alles voor mij.
Ik ben helemaal opgetogen
omdat Hij naar mij heeft omgekeken.
Eigenlijk ben ik toch niets bijzonders,
een doodgewoon meisje
dat graag voor anderen klaar staat.

 

Maar voortaan zal iedereen zeggen
dat ik het heel erg getroffen heb.
Hij is inderdaad machtig groot
en Hij heeft zijn naam waargemaakt
door mij te kiezen voor zo iets geweldigs.

 

Zo doet Hij met ons.
Alle mensen die naar Hem opzien,
hebben dat steeds ondervonden.
Wie hem in de arm neemt,
staat sterk.
Maar wie zich verbeeldt dat hij het wel alleen kan
zal bedrogen uitkomen.

De machtigen laat Hij rustig vallen
maar de kleinen helpt Hij vooruit.

 

Aan ons, die nog zoveel tekortkomen,
geeft Hij wat we maar nodig hebben.

Maar diegenen die zich al van alles hebben voorzien
stuurt Hij weg met lege handen.

 

Zo heeft Hij het altijd gedaan met de mensen
vanaf Abraham en zijn volk
tot nu toe en in eeuwigheid.

 

Zondagsvieringen Dominicanen



1801907-63c85d8fea3a65f4a0888e30607c53a7.JPG

1801907-75fbb7f751dcbed3164815928ce30210.JPG

1801907-6bade8110601de30c47dd51084ffc663.JPG

1801907-a7ee56745585a55a4703baadfbd9f5c1.JPG
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Omer om 16:46 Reageer op dit bericht

DOORDENKEN OP DONDERDAG

Het zwart-witfotootje is slechts een handpalm groot. De randen zijn gekarteld als bij een droog koekje. Het werd genomen in 1954. Ik ben dus drie jaar. Ik draag een speelpakje waarvan het elastiek mij stoort; ik trek eraan om het makkelijker te doen zitten. Met mijn linkerhand houd ik de hand van mijn vader vast. Hij draagt een zomerhemd en een lange short. Wij staan op een plattelandsweg. We kijken in de verte, beiden in dezelfde richting en beiden met een gezicht dat half nieuwsgierig, half bezorgd is, en dat niemand wil behagen.

 

Toen ik mijn moeder die foto toonde, riep ze uit: 'In die jaren was je de hele tijd bij je vader, je week geen duimbreed van hem!' Ik dacht, zonder het hardop te zeggen, dat dit nog altijd het geval was en dat er meer nodig was dan de dood om die twee handen die mekaar rustig omsloten hielden, uit mekaar te halen.

 

Natuurlijk is er wel degelijk iets veranderd. Als ze vandaag een foto konden nemen met een film die gevoelig genoeg was om het onzichtbare vast te leggen, dan zou je daarop dezelfde personen elkaars hand zien vasthouden, maar ze zouden van grootte gewisseld zijn: ik ben nu de man op rijpe leeftijd die mijn vader toen was en hij heeft de leeftijd die de dood ons verleent als hij zijn onschuld over ons doet stralen (op welk moment van ons leven hij ook zijn opwachting maakt), dat wil zeggen twee of drie jaar, zeker niet meer, misschien zelfs minder.

 

Christian Bobin: ‘Verrijzen’, p.35-36

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 16:37 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

'k Huiver van ontzag en glorie

als ik U in mij herken.

Maar ik schaam mij U te dragen

daar ik zo ellendig ben.

 

Heden zal ik voor U knielen,

morgen glijd ik weer vandaan,

om gebroken weer te keren.

't Licht gaat uit en 't licht gaat aan.

 

Als betoverd aangetrokken,

draai ik immer rond Uw schijn,

aarzelend en toch verlangend

vlam van Uwe vlam te zijn.

 

Ach, ik weet het, 't kan niet helpen,

eerst moet ik den trotsen muur

van mijn eigen ik afbreken,

en dan slaat dat zalig uur.

 

Dat is juist mijn angst en zorge,

en dàt is mijn laffe pijn,

dat Gij dan te groot geworden,

ik mij zelf niet meer zou zijn.

 

Felix Timmermans



1800662-1fd0a97644c09c76758ef3f65c31143d.JPG

1800662-6306c1294424c666e969e5fca42957fc.JPG
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Omer om 09:47 Reageer op dit bericht

Meer van Doorheen de dagen

↑ Terug naar de berichten