Naar de inhoud

Doorheen de dagen

Ervaringen besproken
akke.beakke.be

Berichten van 12 oktober 2015 tot 18 oktober 2015

MEDITEREN OP ZONDAG

MISSIEZONDAG

‘Hij gaf zijn leven …’ in het bijzonder voor wie klein, uitgesloten en van geen tel was. Sedert Jezus op aarde kwam gaat het niet langer om ereposten, ook niet, zeker niet in de Kerk. Alleen wie in staat is zichzelf weg te cijferen en daarbij het kruis in zijn leven niet uit de weg gaat kan iets betekenen voor andere mensen.

In het licht van het evangelie zijn wij slechts groot als wij ons leven willen geven in zelfvergeten dienstbaarheid. Ons leven geven, we zullen allicht geen heldhaftige marteldood moeten sterven. Het is veeleer een ongezien en dagelijks leven voor de andere, ook als dat moeilijk valt en soms een kruisweg kan worden.

 

Waarlijk, Hij gaf zijn leven als zoenoffer  

maar hij zal zijn nakomelingen mogen zien,

en lang blijven leven; 

en wat de HEER behaagt

komt door Hem tot vervulling. 

(Jesaja 53,10)

 

Wie van jullie de belangrijkste wil zijn,

zal de anderen moeten dienen

en wie van jullie de eerste wil zijn,

zal ieders dienaar moeten zijn, 

want ook de Mensenzoon

is niet gekomen om gediend te worden,

maar om te dienen

en om zijn leven te geven als losgeld voor velen.’

(Marcus 10,43-45)

 

HIJ GAF ZIJN LEVEN

 

Een jaar of vijftien geleden kwam een missionaris uit Thailand op verlof. Hij had daar meer dan 30 jaar gewerkt en niet zo danig veel mensen kunnen bekeren en dopen. Het is trouwens zeer de vraag of dat wel zijn grootste doel was. Voor zijn afreis kwam een Boeddhistische monnik hem nog zeggen:

‘Pater, het is goed dat je eens naar huis gaat om wat te rusten en je familie te zien. Maar blijf toch niet te lang weg, want ik kom graag luisteren naar wat jij over God te zeggen hebt.

Weet je: ik geloof in God en ik denk dat jouw God eigenlijk dezelfde is als mijn God maar jij kent onze God blijkbaar beter dan ik en daarom ben ik telkens geboeid door wat jij zegt over onze God.

Pater, als het waar is dat onze God, 2000 jaar geleden, mens geworden is, dat Hij geboren werd uit de schoot van een moeder, dat Hij kon wenen, lachen, werken en lijden, en dat Hij op 33 jaar voor ons zijn leven gaf en werd gedood. Als het waar is dat Hij uit de doden is opgestaan, dat Hij ons zijn Geest geschonken heeft en zo voor altijd in ons midden wil blijven … als wij Hem maar toelaten en ontvankelijk zijn.

Pater als dit allemaal waar is waarom hebben jullie dan zolang gewacht om ons dit te komen vertellen?’

Wellicht had deze eenvoudige monnik geen grote studies gedaan, maar hij had een nederige open geest bewaard, en ongetwijfeld had hij tijd gemaakt om stil te zijn, en in alle rust en zonder drukdoenerij te luisteren naar wat God hem te zeggen had. In het ruisen van de wind op een zomeravond, in de vreugde en het leed van zoveel mensen, in de rust van een oude man of vrouw, en door die pater, die jaren geleden, zijn leven had gegeven … om zonder enige pretentie te gaan vertellen over God, die ook zelf zijn leven had gegeven, opdat wij leven zouden hebben, en wel in overvloed.

Zo kon die monnik, na al die jaren, zeggen: ‘Pater, jouw God is dezelfde als mijn God. Maar jij kent onze God blijkbaar iets beter.’

Daarom blijft het nodig om hier en elders nog altijd te vertellen van een God, die zijn leven gaf. En blijft het goed dat sommige mensen hun leven geven voor die velen, voor wie het leven ook nu nog hard en onrechtvaardig is.

 

Wat is de taak die op mij wacht?


Het is: vertellen over Jezus,

getuigen dat Hij leeft.

Soms met woorden

en heel dikwijls

alleen met mijn manier van leven.

 

Mensen zullen Hem ontdekken

in mijn blije lach,

in mijn open oor

en mijn luisterend hart.

 

Zij zullen het evangelie zien

in mijn gevende hand,

in mijn vergevend gebaar

en in mijn dienstbaarheid.

 

Zij zullen geloven dat Jezus echt leeft

als ik kan kiezen voor de zwaksten,

als ik eigen grenzen ophef

en rood, geel, zwart, bruin en blank

slechts één kleur zijn.

 

Dit is mijn opdracht.

Niet gemakkelijk,

maar meer dan boeiend.

 

Ik geloof erin.

En jij?

 

Levensecht



1827246-7b8c02bf1f71fad7b356424903e4bcfd.jpg

1827246-378e060272dcfe7fc259257c5ebea4e3.JPG

1827246-041370a70235aa81c011a2515e7f8176.JPG

1827246-307449176f4d3032eab7508b985f639e.jpg

1827246-c8870c20a4eb32d1e7e0e7e7f6d7caa5.jpg
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 08:40 Reageer op dit bericht

WOORDEN DIE SPREKEN

Eddy hield van zwerven en van bedelen. Hij was nog tamelijk jong, maar hij was niet in de wieg gelegd om te werken. Op een avond kwam hij binnenvallen. Terwijl we wat met elkaar praatten, merkte ik dat de naad van zijn broek los was. Ik vroeg of hij er een andere wilde. Hij vond het onmiddellijk goed. Tussen de kleren die de mensen hadden binnengebracht, vonden we een mooie broek die hem perfect paste. Hij hield ze aan. Toen ik hem vroeg om de andere bij ons te laten, was zijn reactie kordaat: 'Neen, die pak ik mee.'

 

Twee weken later kwam ik hem tegen in de Familiestraat. Het viel mij op dat hij weer zijn oude, kapotte broek had aangetrokken. Ik keek hem verbaasd aan en schudde hem door elkaar met de woorden: 'Maar Eddy toch. Hoe is het mogelijk!' Hij antwoordde heel bedeesd: 'Maar deze brengt meer op.'

 

Eddy was onverbeterlijk. Op zekere dag belde een pastoor: 'Wat moet ik doen? Hier komt regelmatig een zekere Eddy bedelen. Ik weet niet of je hem kent. Ik heb hem al eens de weg naar werkhuis MIN gewezen.'

 

'Och, meneer pastoor, Eddy kent beter de weg naar het pakhuis dan u. U mag hem niet meer helpen.'

 

Toen heeft de pastoor Eddy eens flink aangepakt en gezegd: 'Je hoeft niet meer terug te komen, want je krijgt niets meer.'

 

Eddy bleef een tijd weg, maar kwam later terug. 'Wat heb ik je gezegd? Je krijgt niets meer,' had de pastoor geroepen. En zonder één woord was Eddy weer weggegaan. Na maanden kwam hij terug en toen de pastoor hem vroeg wat hij kwam doen, antwoordde hij heel onschuldig: 'Ik kom niet bedelen, ik wil biechten.' Nu moest de pastoor hem wel binnenlaten! En Eddy knielde en biechtte zoals het hoorde.

 

Daarna ging hij heel devoot op een stoel zitten en deed alsof hij zijn penitentie bad. Maar opeens, heel hard, kwam het eruit: 'Heer, geef hem de kracht me nog één keer te helpen!'

 

Phil Bosmans: ‘Kleine mensen, grote mensen’

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Omer om 17:05 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

AYLAN

 

Is er een dode zeehond aangespoeld?

Een klein dolfijntje, onderkoeld,

Uit een boze zee verdreven?

Of een pak wrakhout geloosd

Uit een boot, onervaren

Uitgevaren in een plotse storm ?

Het antwoord is neerbliksemend

‘Maar, neen.’ Het is een mens,

Een mensje met zijn gezichtje in het zand

Van het natte strand gedrukt,

Want ademen hoefde toch niet meer.

Terwijl de oceaan nauwelijks ontdaan

Zijn zielige melopee bleef zingen

In tij en ontij, onverstoord.

 

Het was een jongetje met een naam,

Kon mijn eigen kleinzoon zijn,

En toch maar eentje uit miljoenen

Met vader, moeder onder weg

Naar het land van Ergens,

Een beloofde land van vrijheid

En gastvrijheid waar mensen

Niet op mensen schieten

En niet het eigen volk eerst

Maar alle mensen eerst aan bod

Zouden moeten kunnen komen.

Een land van droom; geen moord.

 

Toen bleek het land van Ergens

Veeleer een land van Nergens

De droom verdampte met het water

Van de zee die wild golfde om zich heen

Geen talen kunnen nog vertalen

Hoe cynisch woorden kunnen zijn

Als palindromen worden opgehoest

Want dan wordt droom echt moord

Toen de droom van Aylan

Onbarmhartig werd vermoord.

 

Mark Eyskens



1825394-0dfcf0c7c9abd0e07f76e1f8ec6f3039.jpg

1825394-f03a37662bbaed6fb96c31bd01ce6930.jpg
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Omer om 17:22 Reageer op dit bericht

Meer van Doorheen de dagen

↑ Terug naar de berichten