Naar de inhoud

Doorheen de dagen

Ervaringen besproken
akke.beakke.be

Berichten van 7 december 2015 tot 13 december 2015

MEDITEREN OP ZONDAG

‘MET GROOT VERLANGEN’

Terwijl Johannes in de woestijn predikte en doopte, vroegen sommige mensen hem op de man af: ‘Wat moeten wij doen?’ Een heel concrete vraag: ‘Maar wij zelf … wat moeten wij doen?’ Johannes draait niet rond de pot dan of windt er geen doekjes om maar geeft duidelijke, directe antwoorden, aangepast aan ieders eigen situatie. Niet iedereen zal daarmee blij geweest zijn, want dat druiste nogal in tegen hun gewone manier van doen. Dat eiste bekering of ommekeer dus.

En toch, aldus Johannes, is dat de enige manier om klaar te staan als, na mij, diegene komt, die groter en sterker is dan ik. ‘Hij moet groter worden, ik zelf evenwel kleiner.’

Die ‘grotere’ hoopt eens te meer naar onze wereld te mogen komen, in ons en onder ons. Maken we ons klaar om Hem te ontvangen. Want naar Hem zien wij uit met een groot verlangen – meer dan de wachters naar de morgen – wij hopen en bidden dat zijn woorden en beloften levende, tastbare werkelijkheid mogen worden. En dat wij zelf dan ook, in zijn spoor, nieuwe, andere mensen mogen worden, doordrongen van een innerlijke vreugde die naar buiten treedt.

 

Zusters en Broeders,

laat de Heer uw vreugde blijven;

ik zeg u nogmaals:

wees altijd verheugd.

Laat iedereen u kennen

als vriendelijke mensen

want de Heer is nabij.

(Filippensen 4,4-5)

 

Eens vroegen de mensen aan Johannes de Doper:

`Wat moeten wij dan doen?’

Hij gaf hun ten antwoord

`Wie twee stel kleren heeft,

moet delen met iemand die niets heeft,

en wie te eten heeft,

moet hetzelfde doen.’

Ook tollenaars kwamen zich laten dopen en zeiden:

`Meester, wat moeten wij doen?’

Tegen hen zei hij:

`Vorder niet meer dan u is voorgeschreven.’

En ook soldaten stelden hem de vraag:

`En wij, wat moeten wij doen?’

Tegen hen zei hij:

`Pers niemand geld af,

ook niet onder valse voorwendsels,

maar wees tevreden met uw soldij.’

 

`Ik doop u met water.

Maar er komt iemand die krachtiger is dan ik;

ik ben te min om de riem van zijn sandalen los te maken.

Hij zal u dopen in heilige Geest en vuur.

(Lucas 3,10-16)

 

 

‘DAT LAAIEND VUUR, HET DOVE NIET!’

 

Kerstmis hangt al volop in de straten, maar in de kerk is Johannes de Doper nog steeds op post. En die spreekt geen zoete woordjes. In de beste traditie van de oude profeten, houdt hij een donderpreek: de Messias, die vlakbij is, heeft de wan in zijn hand, hij zal zijn dorsvloer eens goed opruimen en het kaf zal hij verbranden. In de kerk is het nog geen feest vandaag. Dat begint pas in de kerstnacht. Tot dan is het leven met een groot verlangen.

Geen zalig afwachten in de zin van: ‘nog even geduld, het zal wel vanzelf goed komen’. Johannes spaart zijn toehoorders niet, hij wijst hen terecht: ‘Breng vruchten voort waaruit bekering blijkt.’ En zonder omwegen geeft hij heel concrete voorbeelden als ze hem vragen: ‘wat moeten wij doen?’

Godsdienst – God dienen – heeft voor Johannes weinig te maken met een zelfzeker en warm gevoel van binnen. ‘Wat denken jullie wel’, zegt hij tegen de massa die naar hem toekwam in de woestijn. ‘Wat denken jullie? Wij zijn toch wel goed in Gods ogen. Wij zijn zijn volk, wij zijn zijn uitverkorenen, en nu zijn we ook nog door u gedoopt, wat kan ons nog gebeuren?’ ‘Ik doop u wel met water, zegt Johannes, maar er komt iemand die groter is. Hij zal u dopen in heilige geest en vuur’.

Een kindje, dat gedoopt wordt, het is zo mooi en vertederend. Maar dat lieflijke doopsel met water is maar een begin: de echte doop moet dan nog volgen: in heilige Geest en vuur.

De doop van Johannes, en ons sacrament van het doopsel, doet ons onszelf bevragen. Wij zijn gedoopt met water, maar leeft zijn Heilige Geest, dat vuur van Jezus ook in ons?

Wij bidden dat wij in deze dagen van de Advent vuriger gaan geloven en meer openstaan voor zijn heilige Geest. Zo kan Hij telkenjare wat meer naar ons, naar onze aarde komen.

Soms zullen wij dagen kennen met dat warme gevoel van binnen. Dan mogen we dankbaar zijn, want dat kan ons helpen. Maar dikwijls zal die steun er niet zijn. Vooral dan – en dat kan dikwijls zijn – zullen wij leven van het verlangen dat het vuur van zijn Geest weer oplaait en in ons mag blijven branden, want ‘dat laaiend vuur, het dove niet!’

 

LIED VOOR DE ADVENT

 

Ik heb mijn hart tot U geheven,

Heer, al mijn hoop zijt Gij.

Ik weet: Gij zult mij niet begeven;

mijn Heiland is nabij.

 

Al ligt de wereld diep verduisterd,

al drukt de grauwe tijd,

mijn hart heeft met geloof geluisterd,

mijn hart heeft zekerheid.

 

Mijn hart weet dat ons oud verlangen

weldra vervulling vindt.

Het eeuwig Licht is reeds ontvangen,

de maagd verwacht haar Kind.

 

Vergeef, Heer, al mijn slechte daden,

zet recht mijn dwarse voet

en leer mij lopen langs uw paden

mijn Heiland tegemoet.

 

Gerard Wijdeveld



1850314-f3ccdd27d2000e3f9255a7e3e2c48800.jpg

1850314-156005c5baf40ff51a327f1c34f2975b.jpg

1850314-6bade8110601de30c47dd51084ffc663.JPG

1850314-d0096ec6c83575373e3a21d129ff8fef.jpg

1850314-032b2cc936860b03048302d991c3498f.jpg
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 08:16 Reageer op dit bericht

DOORDENKEN OP DONDERDAG

ALS ELK …

Als elk volk

recht krijgt op elementair welzijn

en elementaire welvaart,


als elk land

zorg besteedt aan democratie,


als elke cultuur

zoekt naar verbondenheid met andere culturen,


als elke etnische groep recht krijgt

op de eigen kleur

en oog heeft voor de eigen bijdrage

aan het land waar ze wonen,

als elke godsdienst en elke levensbeschouwing

haar eigen rijkdom deelt met anderen

en de eigen zwakheden ziet en wegwerkt,


als elke mens en elke groep,

naar anderen luisterend,

het eigen woord mag spreken,


als elke organisatie en politicus

haar of zijn eigen weldaden zou schenken

en niet de weldaden van anderen zou benijden,


als elk denken en elk spreken,

het eigen tekort erkent

en blij is met de aanvulling

en opbouwende kritiek van anderen,


zou dat niet een droom van een wereld worden?

Zou God dan niet onder de mensen wonen?

Zou Kerstmis dan niet heel dichtbij zijn?

 

Vrij naar bezinningstekst uit

‘Mee zorg dragen voor sociale beweging’  

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 17:59 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

ZOEKEN IN HET DONKER


De Heer verlicht de weg?

Maar donker zijn de paden

en duister al mijn daden.

Al wat ik doe en zeg

is van het licht verstoken,

het licht in mij gebroken.

Ik weet hier heg noch steg.



De Heer verlicht de weg?

De winter is gekomen

in 't land van onze dromen.

Het licht vriest uit ons weg;

een koud bevroren wachten

nog langer dan wij dachten.

De dood achter de heg.



De Heer verlicht de weg?

O, God, hoe moet ik lopen,

hoe kan ik blijven hopen?

Uw licht is zo ver weg.

Ik vrees dat het zal doven

als het teert op mijn geloven.

Maar neem het toch niet weg!



O Heer, verlicht mijn weg!

Stuur op mijn pad nieuw leven,

een Kind om naam te geven,

aan wie ik eerlijk zeg:

‘Ik kan alleen niet verder.

Wees, Christuskind, mijn herder,

licht op mijn levensweg!’

 

Joke Verweerd



1848400-d9e896f66b48f59149c07da3563cf941.JPG

1848400-0eb67998afe7cb098089f895bb8e8778.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 14:48 Reageer op dit bericht

Meer van Doorheen de dagen

↑ Terug naar de berichten