Naar de inhoud

Doorheen de dagen

Ervaringen besproken
akke.beakke.be

Berichten van 28 maart 2016 tot 3 april 2016

ZONDAG 3 APRIL 2016

BELOKEN PASEN

 

ONZICHTBAAR AANWEZIG

 

Na de kruisdood van Jezus op Calvarie had Thomas zijn vroegere leven weer opgenomen: het was een mooie tijd geweest, maar de droom of illusie was aan diggelen geslagen. Mooi, maar ook: geweest! Voorbij – o en voorgoed voorbij! Er was nog wel wat beroering geweest rond de steen, die was weggerold, het lege graf, vrouwen, die wat vreemde praatjes hadden opgedist. Maar Thomas – blijkbaar de kritische twijfelaar in de groep – was teruggekeerd naar zijn gewone bezigheden.  

Hierdoor was hij afwezig, die eerste avond van de week toen Jezus zich aan zijn apostelen toonde. Wanneer hij ’s avonds thuiskomt zijn zijn vrienden buiten zichzelf van vreugde om hem dat ontzaglijke nieuws mee te delen; ‘We hebben de Heer gezien!’ Maar Thomas gelooft hen niet: ‘Ik wil zijn handen zien, met de gaten van de spijkers erin; ik wil ze met mijn vingers voelen. Ik wil met mijn hand de opening in zijn zijde betasten. Anders geloof ik dat allemaal niet.’

Hij gaat dan maar een menselijke verklaring zoeken voor wat er gebeurd kan zijn, want het is toch vreemd wat zij zeggen. Was het inbeelding? Fantasie? Collectieve verdwazing? Vriendenpraatjes die elkaar versterken … kortom, er moet een uitleg zijn, en het zal ook wel vanzelf doven!

De zondag daarop is Thomas blijkbaar vroeger thuis en wanneer Jezus weer verschijnt, beleeft hij de dag van zijn leven. Hij moet vreemd opgekeken hebben: JEZUS IS OPNIEUW DAAR! Hij zal wel beschaamd geweest zijn, maar verheugd ook en die verlegenheid neemt hij er graag bij, evenals het zachte verwijt dat hij van Jezus krijgt: ‘Mijn goede Thomas, gelukkig zij die zonder gezien te hebben toch tot geloof komen.’

En wat kan Jezus vandaag tot ons zeggen?

 

Door de handen van de apostelen

gebeurden er vele tekenen en wonderen onder het volk.

(Handelingen 5,12)

 

Nog vele andere tekenen heeft Jezus

voor de ogen van zijn leerlingen verricht,

die niet in dit boek zijn neergeschreven.

(Johannes 21,30)

 

WE HEBBEN DE HEER GEZIEN

‘Wij hebben de Heer gezien!’ Dat zeiden de leerlingen van Jezus tegen Thomas, die er op de eerste Paasdag niet bij was geweest.

En wij? Zien wij de Heer? Daarover gaat het immers vandaag: over dat 'zien', dat opmerken en aandachtig zijn van de verrezen Heer Jezus. Ook voor ons – als gelovige christenen – is dat van wezenlijk belang: levensbelangrijk! Hoe kan Hij brood voor ons leven zijn, hoe zouden wij van Hem kunnen leven als we Hem niet of nooit in ons leven ontmoet hebben of ontmoeten? Wij kunnen onmogelijk leven van iets of iemand die eigenlijk buiten onze ervaring staat. Wij moeten gezien hebben. Een of andere ervaring gehad hebben.

Dat geldt eigenlijk voor alle tijden, maar in onze tijd meer dan ooit. Wij leven immers in een beeldcultuur. De beelden van de televisie, van film, foto’s en reclame, wij kunnen niet meer zonder. Wij willen op een of andere wijze zien, zichtbaar of tastbaar ervaren … ook al is dit niet altijd mogelijk.

Zo dikwijls kan de oorzaak daarvan bij onszelf te zoeken zijn, door vooroordelen allerhande. Ons gezichtsveld kan verengd zijn door de tijdsgeest waarin we leven. Misschien hebben we het vermogen verloren om echt te zien en blijven we blind voor de diepste dingen. Onze ogen en zintuigen kunnen dicht zitten, omdat we gewoon niet meer kunnen zien. Of ook omdat we naar mensen en dingen kijken zonder innerlijke betrokkenheid, zonder volle openheid of aandacht voor wat zij ons kunnen tonen of te zeggen hebben. Er is dan absoluut geen contact of communicatie. Zij blijven buiten ons leven en gezichtsveld.

Soms ook kunnen we mensen kwetsen door hen te beschouwen als een gebruiksvoorwerp, iets wat ons dienstig kan zijn. Ondanks – of eigenlijk als gevolg van de beeldcultuur en die overdaad aan beelden – hebben we dan geen oog voor elkaar. We zien alleen nog wat iemand VOOR ONS kan zijn, en niet wat iemand IN ZICHZELF is.

Hebben wij de Heer gezien? Kunnen wij de Heer zien? Als wij elkaar niet zien, zoals we echt zijn, is het zeker onmogelijk om onze verrezen Heer op te merken. Zelfs als Hij ons zijn littekens toont, zoals die vandaag in onze wereld – soms dichtbij ons – zichtbaar zijn.

Zo dikwijls worden de woorden van Thomas herhaald: ‘eerst zien en dan geloven’ … Maar we mogen die woorden gerust omdraaien: ‘eerst geloven en dan zien’. Zonder geloof zien we minder, zonder geloof kijken wij met ogen zonder licht. Veel blijft voor ons verborgen, veel blijft ongezien en onbekend.

Zoveel mensen lijden onder grote eenzaamheid, omdat niemand hen ziet. In de drukte van de grote stad leven mensen in een soort van woestijn, geïsoleerd van elkaar. Zelfs in de bus of in de trein kijken mensen elkaar nauwelijks aan. Het is of men elkaars blik ontwijkt: angst voor ogen die je toch niet zien zoals je bent en voor mensen die ook jij niet ziet zoals ze echt zijn?

Enkel wanneer we geloven, gaan we echt zien. Geloof is een innerlijk licht – een lamp vanbinnen – waardoor je de aanwezigheid van de Heer gaat ontdekken. Geloof heeft alles met liefde te maken. Ik hou van jou, ik zie je graag. Als je liefhebt gaan je ogen voor de ander open.

Wellicht gaan onze ogen dan ook open voor Hem die onderweg met ons meegaat, de gaandeweg bekende Vreemdeling, de levende Mens Jezus. Hij verschijn in ieders gelaat en evenzeer in de stille kamer van ons hart.

Bidden wij daarom: Heer, leer ons zien, laat ons zien!

(Geïnspireerd door een homilie van Broeder Wiro uit de abdij van Zundert)

 

Thomas

 

Ik was er niet, toen Jezus bij hen kwam

en hun de tekens toonde in zijn handen,

toen Hij hun uitgedoofde vuur deed branden

en ieder uit zijn handen 't brood aannam.

 

Ik wilde niet, zo volgzaam als een lam

mij bij de kudde trouwe schapen voegen

die van de herder alles maar verdroegen.

Ik wilde zelf bepalen of ik kwam.

 

Ik wilde zien en voelen of ik niet

met dromen mij in slaap zou laten wiegen,

of mij door schone schijn laten bedriegen.

Dat konden zij misschien doen, maar ik niet.

Toen zag ik Hem - en ik had geen verweer

maar kon slechts stamelen: ‘Mijn God, mijn Heer!’

 

Nel Benschop



1897297-f3ccdd27d2000e3f9255a7e3e2c48800.jpg

1897297-75fbb7f751dcbed3164815928ce30210.JPG

1897297-6bade8110601de30c47dd51084ffc663.JPG

1897297-a7ee56745585a55a4703baadfbd9f5c1.JPG

1897297-45ed3e5a1e47deb9c5c01fdc9389cc03.JPG
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Omer om 09:23 Reageer op dit bericht

EEN GEDACHTE VOOR DONDERDAG

DE BLIK VAN JEZUS

 

Mijn ogen – de zintuigen bij uitstek waarmee ik in contact treed met de wereld om mij heen. Ik zie schoonheid en geschondenheid. Ik vorm me een oordeel over situaties en personen vaak op basis van wat ik zie. Ik kijk naar anderen. En ik weet dat anderen naar mij kijken. Dat kan me onzeker maken. Voor de blik waarmee God naar me kijkt hoef ik niet bang te zijn:

 

In verschillende evangelieteksten vinden we verhalen over de manier waarop Jezus naar mensen kijkt.

 

Als de mensenmenigte Hem al opwacht op een plaats waar Hij met zijn leerlingen wil uitrusten, voelt Hij medelijden met hen, omdat ze lijken op schapen zonder Herder.

 

Hij stuurt de mensen niet weg, maar gaat verder met zijn onderricht (Marcus 6, 30-34).

 

Hij ziet mensen die gebukt gaan onder hun leven (kromgebogen vrouw, Lucas 13, 10-13).

 

Mensen die niet voor- of achteruit kunnen (Betzata, Johannes 5, 1-9).

 

Mensen die hun toekomst verloren lijken te hebben (de weduwe van Naïn, Lucas 7, 11- 15).

 

Mensen die goed willen leven, maar terugschrikken voor de consequenties (rijke ‘jongeling’, Mc 10, 17—22).

 

Mensen die Hem graag willen ontmoeten, maar zich uit schaamte verstoppen (Zacheüs, Lucas 19, 1-6).

 

Naar al deze mensen kijkt Jezus met barmhartigheid en liefde. Hij neemt hun onvermogen voor lief. Hij geeft hun toekomst. Zo geeft Hij ook mij toekomst en uitzicht.

 

Naar Ignatius van Loyola, ‘Het verhaal van de pelgrim’, nr. 30

(Bron: ‘Ignatiaans Bidden’)



1896375-2f0703844be305ebd56397d406d72d26.jpg

1896375-567e9da64037e6e5f53875590621c4fa.jpg

1896375-5ee1cfc7ef9f27f29787678854f314ac.jpg
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 21:45 Reageer op dit bericht

NA PASEN

HET LICHT DER WERELD

 

Toen brak het licht

de nevelslierten in de tuin.

En in de ogen van Maria,

de vrouw uit Magdala,

brak licht doorheen

haar tranen van verdriet.

 

Zij zag

een vreemd silhouet

een tuinman die zijn taak begint

en hoorde toen haar naam

zoals zij die nog nimmer had gehoord.

 

Zo brak het Licht

de nevelslierten in haar ziel

en toverde weer blijdschap en geloof

dat morgen alles anders wordt.

 

Het Licht doorheen Zijn ogen

en doorheen Zijn stem

die zacht 'Maria' zei.

Het Licht dat elke mens verlicht

en elk verdriet

en elke angst verdrijft

speelt nog altijd

van hoofd tot hoofd,

van hand tot hand

van hart tot hart.

Het tintelt in uw ogen

als gij de mensen noemt bij naam,

en in uw handen

als gij zorg draagt voor elkaar,

en in uw hart

als gij elke mens bemint,

een beetje zoals Hij

die 't Licht der wereld is en blijft.

(Bezinningsmomenten 2003 - Ziekenzorg CM)



1895508-f0ea7ec2d0f922d50a0ea8d2399fa9ed.jpg

1895508-b0f5eaeac21b110a6b2b239cf2f9bcf7.jpg

1895508-0392ce7ee13897845219c2bb2bc53c08.jpg

1895508-26ffdf29fd17ee09da61e194a52a6190.jpg
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 18:08 Reageer op dit bericht

Meer van Doorheen de dagen

↑ Terug naar de berichten