Naar de inhoud

Doorheen de dagen

Ervaringen besproken
akke.beakke.be

Berichten van 1 augustus 2016 tot 7 augustus 2016

ZONDAG 7 AUGUSTUS 2016

19de ZONDAG C – 8 AUGUSTUS 2016

‘DE WAARHEID VAN WAT WE NIET ZIEN’

 

Dikwijls is de brief aan de Joodse Christenen of de Hebreeën voor ons nogal moeilijke, theologische stof, die ons weinig of niet kan aanspreken. Vandaag krijgen we evenwel een gelukkige uitzondering daarop: de eerste lezing is een enig mooie lofzang op het geloof, dat belicht wordt door een hele reeks van gebeurtenissen uit de eeuwenlange Joodse geschiedenis.

De schrijver van deze tekst, die ons onbekend is, stelt ons het geloof voor als een soort van dubbele beweging. Eerst van God naar ons toe: God doet ons zijn belofte, dat Hij ons niet alleen laat, en dat wij op Hem mogen vertrouwen, door alles heen.

Van onze kant wordt dan de inzet gevraagd om bij te dragen tot de verwezenlijking van deze beloften: zo is ons geloof tegelijkertijd een GAVE, die we ontvangen, en een OPGAVE, die we moeten waarmaken.

 

Zusters en broeders,

HET GELOOF

legt de grondslag voor alles waarop we hopen,

het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien.

OM HUN GELOOF

werden de mensen uit vroeger tijden geprezen.

(Hebreeën 11,1-2)

 

In die tijd zei Jezus:

Verkoop je bezit en geef aalmoezen.

Zorg voor beurzen die niet verslijten,

een onuitputtelijke schat in de hemel,

waar geen dief bij kan komen

en die geen mot kan aantasten.

Want waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.

(Lucas 12,32-34)

 

‘OP WEG NAAR EEN BETER VADERLAND’

 

Ieder mens is op zoek naar geluk, naar ‘zijn beloofde land’. Abraham ging op weg, zonder te weten waar hij zou uitkomen. Mozes trok met zijn volk door de woestijn, naar dat beloofde land ‘dat overvloeit van melk en honing’.

De eeuwen door waren er mensen, die GELOOFDEN in een toekomst waar ze alles voor over hadden. Ze ontvingen een belofte van Godswege en lieten alles achter. Ze keerden ook niet terug op hun stappen: hun verlangen naar de toekomst, die God voorhield, was sterker dan het heimwee, naar het land dat ze achterlieten. Ze bleven verder gaan omdat ze GELOOFDEN dat ze dat land, dat God had toegezegd, eens zouden bereiken. Die belofte hield hen gaande. God gaf zijn Woord, en zij gingen op weg.

Wij zijn voor altijd ‘mensen onderweg’. God blijft nog altijd zijn beloften doen, en de verlangens, die Hij wekt, kunnen ook ons op weg zetten, op de paden van ons leven. Letterlijk spreekt Hij niet meer tot ons, zoals verteld wordt van onze voorvaderen … maar Hij blijft ons aanspreken, door zijn Woord, dat opgetekend werd, en door dagelijkse dingen op onze weg: ‘Hij komt tot ons, gans onverwacht, in duizend, duizend dingen’. Hij blijft spreken … aan ons om OPMERKZAAM EN GE-HOOR-ZAAM te zijn. Altijd luisterbereid, altijd weer bereid om verder te gaan, verder op weg … op grond van zijn beloften.

Als het ene doel bereikt is, wenkt een andere belofte. God roept altijd verder en langs heel menselijke gebeurtenissen gaan wij nieuwe einders tegemoet. Zo verloopt ons leven. De ene stap na de andere op een weg waarvan we het einde niet weten. Maar Paulus geeft ons einddoel wel een naam:

 

‘WE ZIJN OP WEG NAAR EEN BETER,

EEN HEMELS VADERLAND’

 

Een hemels vaderland, dat hier zijn aanloop kent maar slechts voltooid zal worden bij God, in zijn thuishaven. Het is een honger, die nooit gestild wordt, een verlangen, dat nooit tot rust komt, maar ons altijd voortdrijft. Levenslang. Want: ‘Onrustig is ons hart, tot het rust vindt in God’.

 

vrij naar ‘Levensecht’, nr. 19, p. 254

 

Er is iets in de dingen dat ontroert:

het is de schoonheid niet der bloemen,

noch het glanzen van een blad,

noch ’t roepen van de roerdomp in de nacht.

Het is daarin, maar ook daarachter

en daarboven en daaronder,

dieper in de grond, die warm en geurig is

als versgebakken brood.

 

Het zijn de sappen die onzichtbaar blijven,

diep in de wortels en het hart

waarin het leven roert.

Het zijn de klanken en geluiden

die een kind kan horen

als het zijn oor te luisteren legt

dicht aan de grond.

Het is het trillen van de wingerdrank

wanneer uw hand haar aanraakt,

en het beven van de kever op het blad,

dat groeit en zwelt.

Het is het dons der distelbloemen

en de pijn der wonden die uw vlees doorsplijt.

Het zijn de tekenen van Gods aanwezigheid.

 

(Pieter G. Buckinx)

 



1942921-63c85d8fea3a65f4a0888e30607c53a7.JPG

1942921-75fbb7f751dcbed3164815928ce30210.JPG

1942921-6bade8110601de30c47dd51084ffc663.JPG

1942921-a7ee56745585a55a4703baadfbd9f5c1.JPG

1942921-45ed3e5a1e47deb9c5c01fdc9389cc03.JPG

1942921-80b76d027791bfc3b2bc148367fde60c.JPG

1942921-7d30fc34fead9f1ac3dda8174994cbec.JPG

1942921-96f90e110ce3f53e13d9b0c6a2e3fff8.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 18:51 Reageer op dit bericht

EEN GEDACHTE VOOR VANDAAG

Laaf ons aan de bron die vriendschap heet,

dat we ons geven aan elkaar,

zoals een bron zich geeft.

 

Laaf ons aan de bron, die wijsheid heet,

dat we waarheid proeven

die ons vrij maakt.

 

Laaf ons aan de bron die stilte heet,

dat we aandachtig zijn

voor het geheim in dingen en mensen,

voor uw geheim.

 

Frans Cromphout

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Omer om 08:10 Reageer op dit bericht

TIJD VOOR EEN GEDICHT

Er is één weg, die uit de diepte leidt,

Één hand, die u kan trekken uit het slijk

Van doffe wanhoop en van eenzaamheid:

Die hand is Mijn hand en die Weg ben Ik.

 


Er is één waarheid, die niet wreed verwondt

En die genade gelden laat vóór recht.

Ik ben de Waarheid, die de Vader zond,

Ik heb de leugen 't zwijgen opgelegd.

 


Er is één leven, glanzend als de zon,

Waarin ge leven kunt, verlost en blij:

Ik ben het Leven, dat de dood verwon;

En wie in Mij gelooft, - Hij lééft met Mij!

 


Nel Benschop

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Omer om 17:05 Reageer op dit bericht

Meer van Doorheen de dagen

↑ Terug naar de berichten