We gaan dus
op 13 juni stemmen. Let wel, “we gaan” en niet “we moeten.”
Gewild of
ongewild heeft de zanger een de discussie op gang gezet door te zeggen dat hij
niet “wou stemmen” omdat hij de knoeiboel van de traditionele partijen beu was.
Velen
hebben dan aangetoond dat “niet willen stemmen” een vlucht is wat er op neer
komt dat dit even erg is als de knoeiers van de voorbije jaren.
Een andere
meneer, de het geknoei even beu is, heeft een andere beslissing genomen en de
stap gezet naar de politieke formatie die al langer dan vandaag de knoeiboel
aan de kaak stelt.
En weer
anderen hebben zowel op de meneer als op de formatie kritiek geuit.
Maar die
anderen vergeten dat een land dat bestuurd moet worden eigenlijk een bedrijf is
dat goed moet geleid worden. Van dat bedrijf zijn we allemaal aandeelhouders
die op de algemene vergadering – want dat zijn verkiezingen in feite – via een
stemming van een partij een aantal mensen aanduiden in de hoop dat zij een goed
bestuur aanduiden.
Als de
formatie waarop de kritiek komt – en die zal er altijd zijn – besluit om een
meneer aan te trekken die weliswaar in het bedrijf nog niet gewerkt heeft, maar
van dat bedrijf heel veel weet, kan dat alleen mar toegejuicht worden. Zo gebeurt het in een privé bedrijf en daarop
is niets tegen in te brengen. Anders zou het minder zijn als er bij de meneer of
de mevrouw die kennis niet is en alleen omwille de knappe verschijning of het
gezellig voorkomen zou aangetrokken worden.
Het komt er
dus die 13de juni op aan dat we dus NIET kiezen voor de formatie die in het verleden bewezen heeft dat
goed bestuur niet aan te kunnen.
De N-VA
heeft in de Vlaamse regering aangetoond dat ze een goede bestuurderspartij is.
Voor deze
federale verkiezingen is de N-VA echter tegen haar zin gedwongen dezelfde methodes
te gebruiken als de anderen partijen en dat kan haar niet kwalijk genomen
worden. Die dat wel doet is unfair.
De kiezer
weet dus wie zijn/haar stem waard is.