13 juni 2010
We gaan dus op 13 juni stemmen. Let wel, “we gaan” en niet “we moeten.”
Gewild of ongewild heeft de zanger een de discussie op gang gezet door te zeggen dat hij niet “wou stemmen” omdat hij de knoeiboel van de traditionele partijen beu was.
Velen hebben dan aangetoond dat “niet willen stemmen” een vlucht is wat er op neer komt dat dit even erg is als de knoeiers van de voorbije jaren.
Een andere meneer, de het geknoei even beu is, heeft een andere beslissing genomen en de stap gezet naar de politieke formatie die al langer dan vandaag de knoeiboel aan de kaak stelt.
En weer anderen hebben zowel op de meneer als op de formatie kritiek geuit.
Maar die anderen vergeten dat een land dat bestuurd moet worden eigenlijk een bedrijf is dat goed moet geleid worden. Van dat bedrijf zijn we allemaal aandeelhouders die op de algemene vergadering – want dat zijn verkiezingen in feite – via een stemming van een partij een aantal mensen aanduiden in de hoop dat zij een goed bestuur aanduiden.
Als de formatie waarop de kritiek komt – en die zal er altijd zijn – besluit om een meneer aan te trekken die weliswaar in het bedrijf nog niet gewerkt heeft, maar van dat bedrijf heel veel weet, kan dat alleen mar toegejuicht worden. Zo gebeurt het in een privé bedrijf en daarop is niets tegen in te brengen. Anders zou het minder zijn als er bij de meneer of de mevrouw die kennis niet is en alleen omwille de knappe verschijning of het gezellig voorkomen zou aangetrokken worden.
Het komt er dus die 13de juni op aan dat we dus NIET kiezen voor de formatie die in het verleden bewezen heeft dat goed bestuur niet aan te kunnen.
De N-VA heeft in de Vlaamse regering aangetoond dat ze een goede bestuurderspartij is.
Voor deze federale verkiezingen is de N-VA echter tegen haar zin gedwongen dezelfde methodes te gebruiken als de anderen partijen en dat kan haar niet kwalijk genomen worden. Die dat wel doet is unfair.
De kiezer weet dus wie zijn/haar stem waard is.


