Naar de inhoud

Padre's kijk op de wereld.

seniorennet.beseniorennet.be

Archief

Kerstlied

Beste lezer/es,

 

Ik wens je een zalig kerstfeest en een gelukkig en zegenrijk 2020 !

Lang geleden, einde 1956, schreef ik eens een kerstgedichtje, dat ik hier nog eens wil afdrukken. Je vindt het ook in dit blogje bij mijn eerste Dichtoefeningen. Misschien komen er bij jou ook mooie herinneringen naar boven.

 

 

Kerstlied


Sint-Jozef geleidde de heilige Maagd
Naar Betlehem, zoals het God heeft behaagd.

‘t Was koud en het winterde over de streek,
De sneeuw viel met vlokken en ‘t land was heel bleek.

Daar ginds in het dal door de donkere nacht,
De lichtjes van Betlehem pinkelden zacht.

Maria, heel zoet, leunde bij Jozef aan,
Ze rilde van kou en was moe van het gaan.

Sint-Jozef ging overal kloppen en luid
Vroeg hij of er plaats was voor hem en zijn bruid.

Men antwoordde ja, als ze hadden veel geld,
Op bedelaars was men geheel niet gesteld.

De sneeuw was verdwenen uit de hoge lucht,
Sint-Jozef ging verder en zei met een zucht :

“Maria, we zullen dan maar verder zoeken
Langs hagen en wegen, in kanten en hoeken.”

Toen kwamen ze aan in een ned’rige stal,
En daar werd geboren de Maker van al.

De engelen zongen met hemelse pracht
Een mooie muziek door de wondere nacht.

Heel hoog in de lucht schoot een schitt’rende ster
Die meldde ‘t mysterie aan wijzen van ver.

De volkeren knielden aanbiddend terneer,
Ze dankten en loofden toen God, onze Heer.

 21 december 1956

 



Geschreven door padre om 10:42 Reageer op dit bericht

In de jaren negentig…

In de jaren negentig…

2288658-a9bf01ad9b1357f333ea096e995e3ef9.jpg

Enkele weken geleden hoorde ik toevallig op de radio iemand spreken over “de jaren negentig”.

“In de jaren negentig”. Die uitdrukking heb ik honderden keren in mijn jongere jaren gehoord, en daardoor kwamen er bij mij herinneringen naar boven.

Neen, beste lezer/es, ik ga nu niet schrijven over een en ander dat tussen 1990 en 1999 gebeurd is, alhoewel ik dat wel zou kunnen. Ik ga het echter vooral hebben over de jaren negentig, einde 19de eeuw, dus de periode tussen 1890 en 1899.

Waarom die periode? Wel, omdat mijn grootvader daar altijd over vertelde. “In de jaren negentig…” was voor hem, de vader van mijn vader, het begin van een lange conversatie, meestal met mijn moeder, over de tijd toen hij pakweg een gezonde vrolijke twintiger was. Hij was geboren in 1873. Na de dood van zijn vrouw, mijn grootmoeder, heeft hij het een tijd lang alleen gered, maar toen de jaren meer begonnen te wegen, heeft hij zijn huis verkocht en de opbrengst tussen zijn kinderen verdeeld. Dan is hij bij ons thuis komen inwonen, tien, vijftien jaar (ik weet het niet meer zo juist) tot hij stierf in de gezegende leeftijd van bijna 98 jaar.

De tijd tussen 1873 en 1900. Als ik even enkele gebeurtenissen uit die periode opzoek, erover nadenk en vergelijk met wat ikzelf in mijn jonge jaren gekend en beleefd heb, en zeker met de huidige periode, waarin mijn kleinkinderen volwassen worden, sta ik versteld over de veranderingen en de “vooruitgang” gedurende die anderhalve eeuw tijd.

In het jaar dat mijn grootvader geboren werd leidde keizer Frans-Jozef, de echtgenoot van de legendarische “Sissi”, in Wenen fier staatshoofden en andere hoge pieten rond in de Wereldtentoonstelling die daar toen plaats vond. Het was de tijd van wereldtentoonstellingen: Wenen (1873), Amsterdam (1883) en Parijs (1889).

In 1874 ging “Die Fledermaus” van Johann Strauss in première. Ik vermeld dit omdat dit voor mij dé prinses van de operettes is, waar ik herhaaldelijk met veel genoegen naar kan luisteren en ook kijken. Ook verschenen voor het eerst in dat jaar verzameld de sprookjes van Andersen.

Veel donkerder dan nu was het in de eerste levensjaren van mijn grootvader, want eerst in 1879 vindt Edison de gloeilampenverlichting uit. Wij hebben het moeilijk ons dit voor te stellen nu we leven in een tijd dat we door “licht”-vervuiling zelfs op een wolkeloze nacht de sterren niet meer kunnen zien… Ik kan me dat wel een heel klein beetje inbeelden als ik terugdenk aan die winter in een van de oorlogsjaren, toen we vier of vijf avonden en nachten lang geen elektriciteit hadden en we ons moesten behelpen met kaarsen, of de oven van de kachel openden om wat lichtschijn te hebben. Daarvoor moesten we het geluk hebben toch genoeg brandstof in voorraad te hebben. Het waren geen echte kolen maar “kroketten”, samengeperst kolengruis in de vorm van een ei of gewoon kolengruis. We noemden dat “Schlamm” (Duits voor slijk, modder) en als dat opgebrand was bleef er een harde koek over die voor niets meer kon dienen, behalve misschien om op de gladde sneeuw te verbrokkelen, om niet uit te glijden.

En de Eiffeltoren, het symbool van Parijs, heeft er ook niet altijd gestaan. Hij was klaar in 1889 en troonde als een wijdbenige reus boven de Wereldtentoonstelling.

Toch wel eens gehoord van Sitting Bull? Dat legendarische opperhoofd van de Sioux-Indianen werd door het Amerikaans leger overwonnen en gedood, helemaal op het einde van 1890… In hetzelfde jaar ook had de Nederlandse schilder Vincent Van Gogh het leven vaarwel gezegd. Meer dan een eeuw later leeft hij door zijn schilderijen meer dan ooit internationaal voort.

1893: “Rerum Novarum” van paus Leo XIII. De kerk wil sociaal niet helemaal achterblijven.

1894: De omstreden priester Daens in het parlement. Zeer sociaal bewogen maar toch niet eng-katholiek genoeg… Hij wordt bijna uitgespuwd door zijn chefs.

1895: Eerste filmvoorstelling in Parijs. Bewegende beelden! Wat een wonder!...

En men kon nu ook kijken binnen in het lichaam zonder te moeten snijden? Ja, dat had Röntgen voor mekaar gekregen.

En de zaak Dreyfus. Waarom werd die officier zo onterecht behandeld? Omdat hij jood was?

1898: Niet te geloven! In het Londens grootwarenhuis Harrods (“waar men bijna àlles kon kopen”!) kon men van de ene verdieping in de andere komen zonder de trappen te moeten op- of aflopen. De trap zélf bewoog, je moest er alleen maar op stààn. Men noemde dat wonder: roltrappen.

In dat jaar ook wordt keizerin Sissi vermoord, en dat beweegt de gemoederen van heel Europa.

1899: Johann Strauss, de onsterfelijke koning van de wals, sterft. Maar zijn muziek is onsterfelijk en alom bekend.

Enz., enz., enzovoort.

Sorry, beste lezer/es voor deze opsomming. Ik had de lijst gemakkelijk een paar bladzijden langer kunnen maken. Maar ik heb die enkele dingen vermeld om je een klein beetje een kader te scheppen waarin mijn grootvader leefde toen hij in de volle jonge kracht van zijn leven was. Weliswaar, toen, in zijn omgeving, heeft men dat niet direct kunnen meemaken; slechts jaren later ondervond men de invloed (of zegt men tegenwoordig: impact?) van die ontwikkelingen. Maar er gebeurde toch wat in die dagen.

Toevallig las is de laatste dagen een boek dat me ook wat over die dingen heeft doen nadenken: “Herr Mozart wacht auf” van Eva Baronsky. Dat is het verhaal van iemand die na een nacht van fuiven en zuipen ontwaakt in een bed in een kamer die niet van hem zijn en die hij helemaal niet kent. Maar het speciale is dat hij denkt dat hij Wolfgang Amadeus Mozart is, dat hij dat zal blijven denken, en dat hij de avond ervoren nog op zijn sterfbed bezig was met het componeren van zijn laatste nog onvoltooide werk: het Requiem. Van alles wat die persoon al beleefd heeft, herinnert hij zich totaal niets. Zo wordt hij (Heer Mozart) gekatapulteerd in een 200 jaar latere wereld die hem steeds meer met verbazing slaat: bij voorbeeld, hij ziet rijtuigen die niet meer door paarden getrokken moeten worden en die zelf en zeer snel bewegen, hij begrijpt niet dat er uit een buisje, een kraan, water stroomt zonder dat men moet pompen, hoe kan het toch dat er licht is zonder dat men kaarsen moet aansteken? Enz. enz. Dingen die voor ons vanzelfsprekend zijn, slaan hem met verbazing en onbegrip.  Ondertussen componeert hij verder meesterwerken. Want hij is een begaafd musicus.

Soms is het verhaal wel humoristisch, maar we worden er ons van bewust dat iedereen in een bepaalde tijd en omgeving leeft en zelfs slechts daarin kan leven. Mooi en onderhoudend geschreven. Hoe het afloopt laat ik je zelf ontdekken als je het werk zou willen lezen.

Mijn grootvader is nu al 48 jaar voor ons slechts een mooie herinnering. Vandaag zou hij 146 jaar zijn… Maar zou hij wel willen terugkeren als dat kon en als hij zou zien in wat voor een wereld wij nu min of meer gewoon zijn te moeten leven…?

Vriendelijke groeten, leef goed en schoon, hier en nu.


2019 1216


Geschreven door padre om 20:58 Reageer op dit bericht

Vitalo en jagger

Vitalo en jagger

Beste lezer/es,

Ik kruip niet snel in mijn pen, zoals dat heet, (eigenlijk tik ik tegenwoordig vooral op het toetsenbord van mijn computer) om mijn mening - waardering of afkeuring - kenbaar te maken over een of ander taalgebeuren. Ik ben door het verschijnsel taal al meer dan twee generaties lang gefascineerd en ben waarschijnlijk wel oud genoeg geworden om de relativiteit van heel wat taalveranderingen, -aanvullingen , -“verbeteringen”, en allerlei -ismen enz. met een soms grote korrel zout te nemen. Veel van dat “nieuws” is trouwens na enkele weken of maanden al vergeten. Strovuurtjes.

Vorige week echter hield ik toch even op met kauwen bij het middageten toen ik in het radioprogramma “Nieuwe Feiten” hoorde, dat men in Nederland een woord uitgevonden had om actieve oudere mee aan te duiden. - De dikke Van Dale is blijkbaar nog niet dik genoeg.-  Dat wekte mijn interesse waarschijnlijk wegens mijn “taalkundige afwijking”, maar vooral omdat ik mezelf graag wijs maak nog van dergelijke vitale groep deel uit te maken.

De Nederlanders hebben het woord “vitalo” gekozen, een combinatie van letters van de woorden “vitale oudere”. Het klinkt wel niet zeer Nederlands, maar mijn vroegere “klassieke” opvoeding en interesse voor oude talen deed mij dat woord toch aanvaarden. Het klinkt goed en voor de uitspraak ervan hoef je niet de hulp van een of andere vreemde taal, tegenwoordig vooral het Engels, inroepen. Vitalo. Vivat vitalo! Ik ben een vitalo!

Maar de ontgoocheling kwam direct daarna toen ik hoorde wat de Vlamingen uitgedacht hadden. Ja, er is altijd wel ergens een zekere concurrentie tussen Vlamingen en Nederlanders. Dat maakt het leven wat interessanter en we kunnen er vaak eens mee lachen, maar nu viel van verbazing letterlijk mijn mond open en ik vergat verder te kauwen. Ik bekeek ongelooflijk mijn vrouw die voor mij in een aardappel prikte, en zag ze daar zitten met wijd open ogen en mond, en met een gezicht dat je slechts opzet bij het horen van iets ongelooflijks en absurds. “Hoe is het toch mogelijk,” kwam uit haar ongelovige mond. “Ja, als we nog lang leven, zullen we nog van veel verschieten,” antwoordde ik.

“Jagger”. Ja, jagger. Neen, het moet “djzegger” zijn. Djzegger.

In de “Taallink” die ik wekelijks toegemaild krijg staat: “De eerste drie letters verwijzen naar ‘jong’, ‘actief’ en ‘gepensioneerd’. Het woord wordt op z'n Engels uitgesproken en verwijst ook naar Mick Jagger (76), de nog steeds vitale, energieke en dartele zanger van de rockband The Rolling Stones.”

Ik vind dat niet helemaal relevant.

Ten eerste : “jong” zijn wij niet meer, tenzij je ermee bedoelt dat we nog jong van geest zouden zijn. Probeer maar eens een dertiger een tijd lang in al zijn handelingen en bewegingen te volgen en na te doen… De allergrootste meerderheid haakt af, begint zelfs niet aan zo een poging. Want we weten wel beter.

Ten tweede: “actief”. Dat laat ik gelden, want het woord is juist uitgedacht om de activiteit van de oudere te beklemtonen. Maar hoe actief is actief?

Ten derde: “gepensioneerd”. De meesten zijn dat wel, maar ik zou de senioren die van geen pensioentje kunnen genieten niet graag te eten willen geven. Tussen haakjes, er pleit wel iets voor het woord gepensioneerd, want alle gepensioneerden die ik ken, en ik ook, beweren dat we na onze oppensioenstelling nog minder tijd hebben om iets te doen dan vroeger…

Ten vierde: die Engelse uitspraak…! Waarom? Omwille van een zekere Mick Jagger? Maar wie is dat ook weer? Nu, we zijn wel geen cultuurbarbaren, maar ik vind het toch wat “bij de haren getrokken”.

Geef mij dan maar de vitalo! Hoera vitalo! Doet me zin krijgen om te springen op mijn “vélo”, hoohoo!, en actief weg te fietsen. Beweging, ouwe! Goed zo!

Zolang men maar niet beweert : zeg niet “vitalo” maar wel: “vaitellouw”. Dan nog liever een slordige Noord-Nederlandse "fietelouw"... Maar dat is niets voor mij.

Nog een laatste bedenking: Ik veronderstel dat nog de meeste taalgebruikers in de eerste plaats bij het lezen van die woorden aan een mannelijke oudere denken. Zijn die neologismen werkelijk genderneutraal? Misschien zullen binnenkort de ogen van mijn echtgenote zalig opglanzen als ik ze met “vitala”, “vitalose”,“jaggerse”, “jagse” of “jaggeres” of …? mag aanspreken. Keus te over. Gelukkig is ons Nederlands een maniabele, buigzame, soepele, onthaalvriendelijke taal.

Een dezer dagen herlees ik eens de “Lof der Dwaasheid” van vriend-humanist Erasmus.

Inderdaad, de goden moeten hun getal hebben.

Vriendelijke groeten, beste lezer/es, en laat het niet aan je hart komen!

2019 1112

 

 

Geschreven door padre om 00:00 Reageer op dit bericht

Ithaka: Op reis in het leven

Ithaka: Op reis in het leven

Niet zo lang geleden las ik toevallig de eerste regels van een gedicht dat ik niet kende. Links op het blad stond de Griekse tekst en rechts de vertaling in het Nederlands.

Mijn belangstelling was direct gewekt door de titel, Ithaka. Ik heb vroeger in de humaniora ook Oudgrieks gestudeerd. Veel daarvan ben ik vergeten, want mijn laatste les Oudgrieks kreeg ik 66 jaar geleden! Maar mijn belangstelling voor de klassieke cultuur en de invloed ervan op onze cultuur en ons leven is gebleven, zelfs groter geworden. Iets meer dan twintig jaar geleden heb ik ook vier jaar lang onder de leiding van een lieve ontwikkelde Griekse dame, in ons cultureel centrum Westrand in Dilbeek, Nieuwgrieks gestudeerd.

Nadat ik de eerste twee regels gelezen had moést ik verder lezen: wat daar geschreven staat is niet wat men normaal verwacht. De dichter wenst dat de weg op de tocht naar Ithaka lang mag zijn. Gewoonlijk wenst men toch dat het gestelde doel vlug bereikt wordt, maar dat schijnt hier bijzaak te zijn.

Het is een gedicht van de Griekse dichter Konstantinos Petros KAVAFIS (1863-1933).

Ithaka verwijst naar de tocht van de Griekse held Odysseus, die er na de Trojaanse Oorlog tien jaar over deed om naar het eiland Ithaka, zijn geboorteland, terug te keren. Zijn reis was lang en avontuurlijk. En interessant.

Kavàfis wenst dat de weg lang mag zijn, dat je onderweg veel mag beleven en ervaringen opdoen, waardoor je wijzer wordt.

 De “Ithaka”’s in je leven bezorgen je een mooie reis, ze bedriegen je niet, ze zijn steeds de moeite waard. Niet de bestemming is het belangrijkste, wel de weg ernaartoe. Was Ithaka er niet, dan was je zelfs nooit vertrokken!

Wij zijn allen op reis in het leven. Sta even stil bij de lectuur van deze prachtige klassieker.

De Nederlandse vertaling hieronder is van de hand van Hans Warren en Mario Molegraaf.

Gedicht: Ithaka

Als je de tocht aanvaardt naar Ithaka
wens dat de weg dan lang mag zijn,
vol avonturen, vol ervaringen.
De Kyklopen en de Laistrygonen,
de woedende Poseidon behoef je niet te vrezen,
hen zul je niet ontmoeten op je weg
wanneer je denken hoog blijft, en verfijnd
de emotie die je hart en lijf beroert.
De Kyklopen en de Laistrygonen,
de woedende Poseidon zul je niet treffen
wanneer je ze niet in eigen geest meedraagt,
wanneer je geest hun niet gestalte voor je geeft.

Wens dat de weg dan lang mag zijn.
Dat er veel zomermorgens zullen komen
waarop je, met grote vreugde en genot
zult binnenvaren in onbekende havens,
pleisteren in Phoenicische handelssteden
om daar aantrekkelijke dingen aan te schaffen
van parelmoer, koraal, barnsteen en ebbehout,
ook opwindende geurstoffen van alle soorten,
opwindende geurstoffen zoveel je krijgen kunt;
dat je talrijke steden in Egypte aan zult doen
om veel, heel veel te leren van de wijzen.

Houd Ithaka wel altijd in gedachten.
Daar aan te komen is je doel.
Maar overhaast je reis in geen geval.
‘t Is beter dat die vele jaren duurt,
zodat je als oude man pas bij het eiland
het anker uitwerpt, rijk aan wat je onderweg verwierf,
zonder te hopen dat Ithaka je rijkdom schenken zal.
Ithaka gaf je de mooie reis.
Was het er niet, dan was je nooit vertrokken,
verder heeft het je niets te bieden meer.

En vind je het er wat pover, Ithaka bedroog je niet.
Zo wijs geworden, met zoveel ervaring, zul je al
begrepen hebben wat Ithaka’s beduiden.

Konstantinos Petros KAVAFIS (1863-1933)

 

Geschreven door padre om 00:00 Reageer op dit bericht

Herinneringen aan de toekomst

Enkele bedenkingen bij “Herinneringen aan de toekomst” van Siri Hustvedt

Onlangs las ik de roman Herinneringen aan de toekomst (De Bezige Bij, 2019) van de Amerikaanse schrijfster Siri Hustvedt. Deze titel doet ons wat verrast opkijken, want hij lijkt een contradictie te bevatten. Wat is de bedoeling ervan? Achteraf op het kaft krijg je wat toelichting. De bekend geworden auteur helpt haar oude moeder verhuizen en vindt zo haar na veertig jaar vergeten oude notities terug. Dit is de aanleiding om haar eigen tegenwoordige herinneringen te toetsen aan de belevenissen van haar jongere zelf uit die vroegere periode.

Het is een knappe, wat experimenteel geschreven roman van een auteur die haar stiel kent. Sommigen hebben al met waardering dit boek beoordeeld en daar kan ik wel mee instemmen, alhoewel dit werk, als roman, mij toch niet zo erg heeft bekoord. Maar omdat alles niet met mijn persoonlijke smaak overeenkomt, betekent dat niet dat ik voor sommige delen van het werk geen lof over heb. Trouwens is het niet mijn bedoeling deze roman te bespreken.

Waarom schrijf ik in dit verband dan toch een en ander ? Vooral omdat sommige zinnen mij getroffen hebben en mij hebben doen nadenken. Want de herinnering speelt in dit boek een grote rol. Nu ik al toch enkele jaren een leeftijd heb bereikt waarin ik nogal snel sommige dingen vergeet, word ik wat ongerust en stel ik mezelf ook vragen. En als ik er met andere, vaak jongere senioren over praat, stellen die me gerust met de bewering dat dit met hen ook het geval is… Echt? Niets speciaals aan de hand?

Zich herinneren is in gedachten teruggaan in de tijd. Maar bestaat “de tijd” eigenlijk wel? Het verleden, de toekomst? En de herinnering? Leven we slechts in het nu?

Op p. 22 lezen we: “Het verleden is broos, even broos als botten die breekbaar zijn van ouderdom, even broos als geesten achter een raam of als de dromen die verstuiven bij wakker worden (…)”.

Alles verandert en wij ook. Wij weten allen dat herinneringen in onze geest met de jaren evolueren. Soms verdwijnen ze helemaal en we  hebben de indruk dat bepaalde feiten nooit gebeurd zijn. Het omgekeerde gebeurt ook. Op p. 395 zegt de auteur: “We herinneren ons vaak dingen die nooit gebeurd zijn.” Persoonlijk heb ik het gevoel zo iets nog niet ervaren te hebben, maar het is niet ondenkbaar dat men zich bepaalde zaken zo vaak heeft gewenst, of verfoeid, en/of ingebeeld, dat ze na jaren als echt beleefde dingen herinnerd en ervaren worden. In hoeverre kunnen wij dus ons geheugen dan nog betrouwen? In ieder geval is het persoonlijk geheugen subjectief.

Met het geheugen onthoudt men. Dit is wat men als evident beschouwt. Maar je hoort en leest wel meer dan eens dat het geheugen het vermogen is om te vergeten. Daar zit ook veel waarheid in. Veronderstel eens dat je nooit iets zou kunnen vergeten, dat je alles, zelfs de minste kleine onbenullige gebeurtenissen onthoudt, niet kùnt vergeten… Dat zou niet menselijk zijn.

Gelukkig hebben we het verstand om al onze indrukken een beetje te ordenen en de ballast te “vergeten”, op de achtergrond te schuiven, eventueel weg te werpen. Slechts wat we op het ogenblik belangrijk vinden of wat ons erg getroffen heeft, wordt in een apart gedeelte in de hersenen opgeslagen.

We beleven de dingen op onze eigen manier, dus subjectief en relatief, en iedereen geeft aan zijn ervaringen zijn eigen, dus verschillende interpretatie. En vermits “beleven” slechts in de tijd kan, is de persoonlijke tijdsbeleving ook subjectief en relatief. En het verhaal dat we lezen beleven wij anders dan de auteur. Vermits wij allen, individuën, veranderen in de tijd, is het verhaal dat we lezen of schrijven na enkele tijd ook een ander verhaal. Zo kunnen wij dus instemmen met wat Siri Hustvedt als laatste zin van haar roman schrijft: “Het verhaal is een ander verhaal geworden.” Het verhaal dat ze veertig jaar geleden opgeschreven heeft is niet meer hetzelfde als dat wat ze nu leest. Zij is veranderd, ouder geworden, heeft andere inzichten. De wereld is veranderd en geëvolueerd. Dus is wat ze nu leest niet meer hetzelfde als dat wat ze vroeger geschreven heeft. Ze kan niet anders dan alles vanuit een ander standpunt beschouwen en interpreteren.

Het is zeker boeiend daarover na te denken, maar dat betekent toch niet dat alles wat geschiedt slechts subjectief is en dat elk van ons “zijn eigen wereld schept”. Als dat het geval zou zijn, dan vraag ik me af of er wel enige communicatie en samenwerking onder de mensen zou kunnen zijn. En als we beweren dat alles wat we beleven inbeelding is en alles relatief is, dan vervallen we in een absurd relativisme. Slechts jouw bewering dat alles absurd is, is dan niet absurd. Dus is alles toch niet absurd. Of toch?

Voor mij is van belang het geluk dat wij allen uit onze ervaringen kunnen putten. Daar gaat het om. En als we ons dan vooral de goede en aangename dingen herinneren, die constructief voor ons kunnen zijn, dan zijn al die bedenkingen en “Spielereien” van de geest niet nodig.

Tenzij je er zelf plezier aan beleeft. Zoals ik hier.   

2019 0606                     

2243888-3d366541358e3cfdb658c08b6ab353a7.JPG          





Geschreven door padre om 16:22 Reageer op dit bericht

“Pleidooi voor minder gazon”

“Pleidooi voor minder gazon”

 

In april schiet de natuur echt wakker en in mei is ze in haar jeugdige puberteit. Ze toont wat ze kan, tovert zich mooi om, maar vaak is ze wispelturig en heeft onaangename buien. En ook het gras wil niet meer zo laag bij de grond blijven. Sommige grassoorten kunnen zich wel tot haast twee meter hoog uitrekken.

Dat is misschien wel mooi en getuigt van levensdrift, maar als je een tuintje hebt dat vooral uit een grasgazon bestaat, dan ben je niet altijd zo optimistisch. We hebben wel graag een verzorgde grasmat, aangenaam om naar te kijken en gerieflijk gezellig bij gunstig weer om er in comfortabele tuinmeubelen te zitten en te genieten van een barbecue met een fris smakelijk drankje. Maar dat gras groeit sneller dan het ons lief is en dan voelen we ons verplicht de grasmaaier te halen en hem een deel van onze “vrije” tijd voort te duwen of erachter aan te lopen, zodat hij niet ook de bloemen langs de rand in een vernietigende redeloze bui oppeuzelt.

Doch daar het ik iets op gevonden. Ik heb mij een robot-grasmaaier gekocht. Ik heb maar een kleine tuin met een nog kleiner gazon maar toch ben ik blij dat ik dat ding heb. Ik heb wel zijn gebied eerst moeten afbakenen, maar nu dat in orde is laat ik hem een paar keer per week op het groeiende gras los, dat hij als een volleerde kapper millimetert. En hij zorgt er ook voor dat de afgemaaide snippers “gemulcht” worden. Hij verspreidt ze mooi gelijkmatig rondom zich, zodat ze voedsel voor het gazon kunnen zijn. En lawaai maakt hij ook niet, je hoort ten hoogste een zacht tevreden gezoem.

En toch…

Aangenaam verrast was ik toen ik in de krant van vorige vrijdag een artikel las waarin de auteur een lans brak voor minder gazon, voor minder “groene woestijn”. ‘Laat het gras maar groeien!’ Doe mee in de ByeByeGrass-campagne, “de goedkoopste, meest efficiënte en simpelste oplossing voor onze klimaatproblemen.”

Ja, daar kijk je wellicht van op. Maar in wat volgt wordt uitgelegd dat het gras eigenlijk aan de oorsprong kan liggen van de gezondmaking van ons ecosysteem en voor de ontwikkeling van de biodiversiteit. Als je een stuk land een tijd ongemoeid laat, komt er eerst gras op, dan planten, struiken en bomen. En die zorgen er dan weer voor dat de grond niet uitdroogt en dat de lucht gezuiverd wordt. Een dikke grasmat houdt het water in de grond, zodat het niet zo snel kan verdampen. Een stukje tuin met wat “wilde natuur” kan er prachtig uitzien, vraagt minder onderhoud en is een meerwaarde voor het klimaat en ons milieu. Bijen, vlinders, insecten, vogels en kleine diertjes kunnen zich daar thuis voelen. Geen pesticiden a.u.b.! Laat dat stukje natuur bruisen van leven.  Laat het gras groeien, waar het kan en mag. Laat de natuur ook wat vrij spel.

Doch laten we ons enthousiasme toch wat binnen de perken houden… Niet nodig olifantengras te zaaien zoals er gelukkig al een gemeente in ons land is die enkele hectaren daarmee heeft beplant! Dat is goedkoop en is het begin van de redding van de planeet…! Wie doet het na?

Ik heb het begrepen:  minder werk met wat meer gras. Ook een voordeel als je wat aan de luie kant bent.  Maar afgezien daarvan toch meer voor- dan nadelen.

 

Geschreven door padre om 18:05 Reageer op dit bericht

VERZAMELDE HAIKOES-SENRIOES

Verzamelde haikoes-senrioes

 

Haikoe en senrioe zijn benamingen voor een soort van gedichtjes die haar oorsprong vindt in de Japanse literatuur

 

De traditionele schrijfwijze is haiku en senriu. Maar ik geef de voorkeur aan een schrijfwijze die in overeenstemming is met de Nederlandse uitspraak. Ook omdat mijn haikoes-senrioes in het Nederlands gedicht zijn.


Zowel een haikoe als een senrioe is een poëzietje dat naar de vorm uit drie regels bestaat. De eerste regel telt 5 lettergrepen, de tweede 7 en de derde weer 5 (dus 5-7-5).

Er is wel een verschil tussen een haikoe en een senrioe. Eenvoudig voorgesteld heeft een haikoe altijd te maken met de natuur. Een senrioe daarentegen behandelt andere onderwerpen, bv. de mens met zijn eigenheden, karakter, visie op de dingen...

Soms is het niet duidelijk of men met een haikoe dan wel met een senrioe te maken heeft. Daarom geef ik er de voorkeur aan mijn poëzietjes haikoe-senrioe te noemen.

 

Gemakkelijkheidshalve gebruik ik in de navolgende regels alleen maar de benaming HAIKOE. U beslist maar voor uzelf tot welke groep deze versregels behoren.

 

1.

Gras in de morgen.

Nat mijn voeten in de dauw.

Straks schijnt de zon hoog.

2.

De blijde mond van

Mijn wit communienichtje  

Lacht vreugde in huis.

3.

Hout in open haard.

Vuur verteert het snel tot as.

Maar wat een warmte !

4.

Geurend rode wijn.

Vol kan de fles niet blijven.

Nu ben ik verheugd.

5.

De televisie.

Iedereen kijkt naar haar oog...

Oog van een monster.

 

(1-5: 1981-1985)

 

 

 

Verjaardagshaikoes

*****************************

 

Vandaag verjaar ik. 
Men wenst mij veel geluk toe. 
Laat het maar komen.

 

(2008 0619)

*****

 

Alweer verjaar ik.

Liefst tel ik niet de jaren.

Ben ik blij of niet?

*****

76

Nu heb ik toch weer geteld.

Nog meer verleden.

*****

Vandaag is leven.

De toekomst is een raadsel.

Los ik het ooit op?

*****

Jullie wensten mij

Proficiat en geluk.

Hartelijk bedankt.

 

(19 juni 2012)

*****

 

Haikoe voor I.

********************

 

Donker, koud en kil.

Wacht en hoop. Vertrouwen baart

Licht en warme zon.

 

( 2010 0423)

 

 

Haikoe voor Wivina

**************************** 

Wivina's handen
Houden staf en kaars en boek.
Zo staat ze heilig.

(2012 0807)

 

Nieuwjaarswensen
***********************

1.

Nieuwjaar is weer daar.

Nu valt snel het oude jaar

In vergetelheid.

2.

Nieuwjaar! Ik wens je

Vrede, voorspoed en geluk.

Laat het maar komen!

 

(2012 1220)

 

Herkenrode-haikoe-senrioes
*********************************** 
 

ter gelegenheid van de bijeenkomst

op 6 mei 2011 van de overlevenden

van onze Retorica 1952-1953

 

 2205443-678a2474c56181fb87f2a0ae11d0ac11.JPG

 

 (NB. Retorica juni 1953, Sint-Jozefscollege, Hasselt. - Ik ben : 2de rij van boven, 6de van links)

1.

Koffie in de zon

Met speculaas. Wij wachtten

Achtenvijftig jaar.

2.

Zestien uit de klas.

Ogen tasten elkaar af.

Kennen wij mekaar?

3.

Wij zien verwonderd

Verrimpelde gezichten.

Vanbinnen nog jong.

4.
Verdwenen de tijd

Tussen jeugd en ouderdom.

Ik voel mij weer jong.

5.
Warme lentezon

Verwarmt de kille harten

Van oude knapen.

6.
Tijdloos de abdij.

Haastig vreet de autoweg

Tevergeefs de tijd.

7.
Buiten: zonneschijn.

Binnen: donk’re volle wijn

Veredelt ons maal.

8.
Door mijn glas vol wijn

Prikt de zon met gouden straal:

Bloed vol van vreugde.

9.
Koele avondzon.

Herinneringen rusten.

Stilte is hun bed. 

          

(mei 2011)

*****

 

Vier haikoes in de vorm van een acrosticon (VERWONDERING) :

Wachten op...

*******************

 

Vanop mijn terras

Eenzaam naast de grote berg,

Reikt mijn ziel omhoog.

 

Witte wolkenkap

Op het kaal hoofd van de berg.

Nog geen kleur die warmt.

 

De zon prikt stralen,

En de kilte van de berg

Rilt; daar glimt een traan...

 

Ik voel al lente.

Nader glijdt zij van de berg.

Gaat het niet sneller?

 

(2014 0119)

*****

 

54 EHRWALDER HAIKOES

***************************************

EHRWALDER HAIKOES - 1

1. 

Stil ligt eeuwig zwaar

Sonnenspitze vol met zon

Op lichtloze grond.

2.

Ieder jaar opnieuw:

De zon zuigt groene bomen

Uit de grijze berg.

3.

Vanop dit terras

Kijk ik naar de berg vol zon.

Kijkt hij ook naar mij?

4.

Mijn glas wijn drinkt zon.

Ik drink mijn dorstige wijn.

Zon is nu in mij.

5.

Kijk, dit levend bier.

Het sprankelt bubbels vreugde

In mijn gouden glas.

6. 

Moe en slap de zon.

De wind veegt wolken samen.

Straks grolt de donder.

7. 

Nevels omhullen

Van boven tot onder de berg.

Ze stelen mijn zon.

8. 

Wolken wit op grijs.

Bomen klimmen op de berg,

Schilderen met groen.

9. 

Witte wolkenkap

Op het kaal hoofd van de berg.

Geen zon. Ik ben droef.

10. 

Onzichtbaar de zon

Boven zware wolkensliert.

Beneden toch groen.

11.

De kop van de berg

Met een witte wolkensjaal

Op een groen lichaam.

12.

De zilveren lucht

Droogt en kleurt en kleedt de berg.

Regen aan zijn voet.

13.

Koeienbellen klank.

Verborgen in de verte.

Onzichtbaar leven.

14. 

Dat stille water

Toch beweegt het steeds maar voort.

Zo ook mijn dagen.

15. 

Hoekig en getand

Snijdt de berg zijn profiel uit

Tegen volle maan.

 

(Ehrwald, 14 september 2011)

 

*****

 

EHRWALDER HAIKOES - 2

16.

Winter in Ehrwald.

Bergen blazen witte kou

Door de straat in huis.

17. 

Vlammen in de haard

Vreten langzaam aan de koelte.

Warm wordt ook ons hart.

18. 

De kaars bij mijn raam.

Koude wind likt door de spleet

Aan haar warme vlam.

19. 

Een glas vol rode wijn

Op tafel, en de zon schiet

Erin. Robijnen.

20. 

Onder dunne lucht:

Wolkensjaal rond de bergtop.

Geraak ik daarop?

21. 

Skiërs glijden snel

Over de hoge hellingen.

Toch daalt steeds alles.

22. 

De zon prikt in de

Witte kilte van de berg.

Ik voel al lente.

23. 

Overvloed van sneeuw

Druppelt stil onmerkbaar weg.

Zo ook mijn dagen.

24. 

In een zonnestraal

Wipt een kwetterende mus.

Wij horen lente.

25. 

Lui ligt wit de wolk

Tussen bergen in de zon.

Dat verlang ik ook.

 

(maart 2012)

 

*****

 

EHRWALDER HAIKOES - 3

26. 

Juni in Ehrwald.

De lente wordt volwassen.

Jong blijft toch mijn hart.

 

27.

Bergkop, kaal en grijs.

Doch zijn baard van weelde groen

Vernieuwt zich elk jaar.

28. 

Heiterwanger See,

Omarmd door groene bergen,

Draag en wieg mijn hart.

29. 

De boot op het meer

Nadert onverstoorbaar kalm

En zeker haar doel.

30. 

Een zonnestraal prikt

Door de wolk, glijdt langs de berg,

Plonst in het water.

31.

Ik zit op de bank

En kijk naar de verre berg.

Hoe klein ben ik toch.

32.

Langzaam kruipt omhoog

De kabelbaan de berg op.

Een spin aan een draad.

33.

Roerloos de huizen

In het verre lage dal.

In hen groeit leven.

34.

’t Gezoem van een vlieg,

’t Gebrom van een ver vliegtuig.

Leven en techniek.

35.

Boven ’t groene gras

Hangen bloemen geel, wit, rood.

Vreugde kleurt mijn ziel.

36.

Haar belgeluid stopt.

De koe staat dom te kijken.

Maar waarom naar mij?

37.

De zwarte merel

Schiet helder met gele bek

De lucht vol klanken.

38.

Hoor, en luister naar

De klank van de fanfare.

De processie volgt.

39.

Stil drupt de regen

Van de sparren op mijn hoofd.

Geen stoffige weg.

40.

Een laat meiklokje

Staat nog eenzaam langs de weg.

Maar toch is het mooi.

 

(juni 2012)

 

*****

 

EHRWALDER HAIKOES - 4

41.

Najaar in Ehrwald.

Verkwistend strooit september

Kleuren overal.

42. 

De zon streelt met licht

De kop van de koude berg.

Nu wordt hij heel warm.

43. 

Vrolijk water daalt

Tussen wortels, rots en steen.

Dansende natuur.

44. 

De koeienbellen

Strooien klanken op de alm.

Toespijs bij het gras.

45. 

In het natte gras

Twee late zomerbloemen.

Herinneringen.

46.

De wind bepotelt

Grillig sensueel de boom.

Hij rilt van genot.

47. 

Zonnig mijn terras.

Winden waaien er voorbij.

Mij raken ze niet.

48. 

Het weer verandert.

Er hangt regen in de lucht.

Tijd voor verkwikking.

49.

De berg zie ik niet

Als het regent in de herfst.

Toch is hij er nog.

50. 

Stoer trotseert de berg

De harde sneeuw en regen.

Toch deert het hem niet.

51. 

Prille eerste sneeuw

Kleeft jong en wit op de top.

Winterbelofte.

(september 2012)

*****

EHRWALDER HAIKOES - 5

Een triootje nakomertjes :

52.

Overal valt sneeuw.

De wereld wordt wit en stil.

In  mijn hart daalt rust.

53.

Sneeuw, overal wit.

De zwarte lijn van de beek

Snijdt het land in twee.

54. 

Dichte mist vandaag.

Gisteren zag ik de berg.

Maar hij is er nog.

(januari 2015)

 

Voor een  oud-klasmakker "zonnewijzeronderwijzer"


Mijn zonnewijzer
Wijst echter niet naar de zon
Maar toont een schaduw.

Ik sta in de zon.

Heerlijk warm het gouden licht.
Toon dankbaar het uur.

(december 2018)

 



Geschreven door padre om 10:25 Reageer op dit bericht

Na 100 jaar nog een 11de november!

Na 100 jaar nog een 11de november!

2191721-2a629270e0e9ef9f822ebdfd9f14f86e.jpg

Het is vandaag 10 november, en morgen zal het 100 jaar geleden zijn dat de “Groote Oorlog” eindigde.

De laatste weken en dagen is er veel over die oorlog en over de wapenstilstand geschreven en gesproken. Vandaag is er in Frankrijk een grote herdenking, waarop de presidenten Macron van Frankrijk en Trump van de Verenigde Staten de blikvangers zijn. Morgen zullen een tachtigtal staatshoofden en regeringsleiders in Frankrijk aan het grootse herdenkingsschouwspel meedoen.

Dergelijke spectaculaire herdenkingen kunnen in de ogen van sommigen overdreven en misschien zelfs overbodig schijnen. Toch vind ik dat ze hun nut hebben, al was het maar om er ons attent op te maken dat het altijd mogelijk is dat wij in een dergelijke, of nog ergere catastrofe, gestort kunnen worden. Want de mens redeneert niet altijd logisch en de motieven van individuen, groepen, en volkeren liggen dikwijls uiteen, vaak gekleurd door passie en onwetendheid.

Voor de jeugd van nu lijkt die “Groote Oorlog” voorgeschiedenis. Denk eens aan, dat zijn dingen van meer dan een eeuw geleden. En er is ondertussen toch al zoveel gebeurd dat moderner en interessanter was en is…

Ik ben gelukkig nog geen 100 jaar oud en die Eerste Wereldoorlog was van voor mijn tijd, maar ik herinner mij toch nog verhalen die mijn grootouders verteld hebben over de tijd dat in 14-18 de Duitsers wreed in onze streken huisgehouden hebben. Voor mij is dat geen dode materie alhoewel ik nog een twintigtal jaar moest wachten vooraleer ik in een wereld terecht zou komen waarin de waanzin van een zekere Hitler verschillende volkeren en miljoenen mensen dodelijk besmette.

Elke 11de november denk ik onwillekeurig aan mijn naamgenoot Guillaume (1883-1969). Neen, het was niet mijn grootvader, die men ook Guillaume noemde, maar een familielid uit een zijtak van onze stamboom.

Het moet nu ongeveer 70 jaar geleden zijn dat wij in Landen woonden omdat mijn vader, een ambtenaar van de belastingen, daar toen benoemd was. En in die tijd verwachtte men van die mensen dat ze gingen wonen in de gemeente waar ze hun beroep uitoefenden. Ik moet dan 11-12 jaar geweest zijn; het was rond de tijd dat ik mijn plechtige communie deed.

In diezelfde gemeente woonde die naamgenoot Guillaume. Ik weet niet door welk toeval mijn ouders met hem in contact zijn gekomen. Guillaume en zijn echtgenote waren van de generatie van mijn grootouders en ze hadden geen kinderen. Dat was voor hen al jaren een bron van gemis en stil verdriet.  En hun verlangen naar een kind was zo groot dat hij zelfs eens aan mijn vader het voorstel gedaan heeft mijn oudste zus bij hem thuis te laten inwonen. Hij en zijn echtgenote zouden ze zoveel mogelijk als hun eigen kind beschouwen en liefhebben… En haar tot hun erfgename maken… Mijn ouders hadden toch al vijf kinderen en we zouden altijd met mekaar contact kunnen houden.

Dat was een voorstel dat niet ongunstig was en waarover men wel even kon nadenken, maar mijn ouders hebben dat toch niet aanvaard. En ik was ook tevreden, want ik zag het niet goed zitten mijn oudste zusje niet meer bij mij te hebben.

Doch laat ik vertellen waarom ik elke 11de november aan die sympathieke Guillaume terugdenk: dat is niet alleen omdat hij een oud-strijder was vanuit 14-18, maar vooral omdat hij mij eens vertelde wat er bij hem in zijn compagnie gebeurde en wat hij voelde op die 11de november 1918. Hijzelf was brigadier en stond daar aan het hoofd van een groep soldaten. Ze hadden tot nu toe de oorlog overleefd en de Duitsers gingen capituleren.

“En toen het nieuws kwam van de wapenstilstand, menne joung,” zei hij, “kwamen de tranen in mijn ogen en ik werd er warm en koud van! En ook veel andere soldaten kregen tranen van vreugde in de ogen, haalden een zakdoek boven om te snuiten en er een traan mee weg te vegen. Zo iets, menne joung, vergeet ik nooit!,” voegde hij er nog aan toe. En dan zweeg hij een tijdje in gepeinzen verzonken, en ik keek dan naar hem en wist niet wat er in zijn ogen blonk.

Ondertussen is iedereen van die vorige generatie verdwenen. We hebben een tweede, nog verschrikkelijker oorlog meegemaakt. Ik, jaargang 1936, was toen gelukkig nog wat te jong om er goed de tragiek en de verschrikkingen van te beseffen. Overal in de wereld worden nog oorlogen uitgevochten, alsof er niet genoeg voorbeelden zijn van waanzin en wederzijdse vernielzucht. Zal de mens ooit veranderen?

Nu, na 70 jaar, denk ik dus elke 11de november aan de wapenstilstand van 1918. Niet omdat we dan een wettelijke feestdag hebben, niet omdat er tegenwoordig zoveel over geschreven, gesproken en getoond wordt, maar in de eerste plaats omdat Guillaume – hij weze gezegend samen met zijn kameraden-medestrijders – mij deelgenoot maakte aan zijn ontroering en blijdschap van op die 11de november 1918, nu al 100 jaar geleden.



Een vredevolle en vreugdevolle groet!


Geschreven door padre om 00:00 Reageer op dit bericht

Isabel Allende : El plan infinito / Het oneindige plan.

Isabel Allende : El plan infinito / Het oneindige plan.



Enkele weken geleden las ik El plan infinito van de wereldbekende schrijfster Isabel Allende. De roman verscheen voor het eerst in 1992. Het is een roman over mensen die twee, drie generaties terug, vanuit Mexico naar de Verenigde Staten uitweken met de hoop er een beter bestaan te kunnen opbouwen, en hoe het hun dan verder vergaat. Het is soms ook een pakkend en ruw boek. Vooral de passage over de strijd in de Viëtnamese oorlog, 70 jaar geleden, en de gevolgen ervan op de oud-strijders, is buitengewoon beschreven. De lectuur van dit boek vind ik zeker geen tijdverlies.


Wat mij ook getroffen heeft is wat Isabel Allende schrijft over de vluchtelingen die in een ander land een beter leven hopen te vinden en vooreerst illegaal inwijken. Het is in onze tijd nog een zeer actueel probleem. Isabel Allende vermeldt wel niet de bootvluchtelingen zoals we die tegenwoordig kennen, maar dat was een generatie geleden niet zo een groot probleem als tegenwoordig. Trouwens zij behandelt in haar boek de uitwijking van latino’s uit het zuiden naar naar het noorden, naar de VS.


Ik heb voor jou, beste lezer/es, hieronder enkele paragrafen overgeschreven, niet  alleen omdat ik vind dat het vluchtelingenprobleem hier goed beschreven is, maar omdat er op dat gebied, jammer genoeg, eigenlijk niets nieuws is onder de zon. En ook omdat het ons doet nadenken.


De geciteerde tekst, en meer, vind je op blz. 62 – 64, in de Nederlandse vertaling (Isabel Allende : Het oneindige plan. Rainbow Pockets, Uitgeverij Wereldbibliotheek bv, Amsterdam. Zesde druk, juli 2008).


Bij hun aankomst in het nieuwe land logeerden de Mexicaanse immigranten aanvankelijk in het huis van vrienden of verwanten, waar dikwijls al meerdere families samenhokten. (…)


Ze kwamen uit alle plaatsjes ten zuiden van de grens op zoek naar werk, zonder iets anders bij zich dan de kleren aan hun lijf, een zak met wat spullen op hun rug en de beste voornemens om vooruit te komen in dat beloofde land, waar, zo was hun verteld, het geld aan de bomen groeide en waar iedere handige jongen het tot ondernemer kon brengen, met een eigen Cadillac voor de deur en een blondine aan de arm. Wat ze er echter niet bij vermeld hadden, was dat dat op elke geluksvogel er vijftig ergens halverwege bleven steken en er nog eens vijftig mislukt terugkeerden, dat zij er zelf niet van zouden profiteren, het hun lot was het pad te effenen voor hun kinderen en kleinkinderen die op die vijandige bodem het licht zouden zien. Zij hadden geen vermoeden van de ellende die ontheemding met zich meebracht, hoe de bazen hen zouden misbruiken en de gezagsdragers hen zouden achtervolgen, hoe moeilijk het zou zijn om de familie te herenigen, de kinderen en de ouderen de grens over te krijgen, van de pijn de vrienden vaarwel te zeggen en de doden achter te laten. Ook werden zij er niet voor gewaarschuwd dat zij snel hun tradities zouden verliezen en dat de cynische slijtage van het geheugen hun herinneringen zou wegvagen, en evenmin dat zij de laagsten van de laagsten zouden zijn. (...)


Na verloop van jaren lukte het hun gelegaliseerd te worden (…) en de kinderen groeiden op met verhalen over arme duivels die verborgen als een stuk bagage in de dubbele bodem van een vrachtwagen de grens overstaken, van rijdende treinen sprongen of zich onder de grond voortsleepten door oude riolen, met de voortdurende angst dat ze door de politie, de gevreesde Migra, verrast konden worden en geboeid naar hun land teruggestuurd, na eerst als misdadigers geregistreerd te zijn. Menigeen stierf door de kogel van een grenswachter, anderen stikten in de geheime compartimenten van de vehikels van de coyotes, die van de wanhoop een handeltje hadden gemaakt (…).




Geschreven door padre om 00:00 Reageer op dit bericht

Konijnenpoot, sta me bij

Konijnenpoot, sta me bij



Herinneringen, herinneringen, herinneringen...


Soms duiken er bij mij flarden herinneringen op, vooral herinneringen uit mijn kindertijd. Waarom dat nu meer gebeurt dan vroeger, weet ik niet. Is het omdat ik stilaan een dagje ouder word? Maar het is zeker niet het welbekende heimwee naar “die goede oude tijd”. Want ik geloof niet dat die tijd beter was dan nu. Want toen waren we nog jonger en werden we niet geplaagd door allerlei grotere en kleinere kwaaltjes. En ook leefden er nog velen die ons dierbaar waren en die nu onherroepelijk verdwenen zijn. Maar anderzijds zijn er velen bijgekomen en de meesten daarvan zou ik voor geen geld ter wereld willen missen. En ook het comfort van vandaag is niet meer uit ons leven weg te denken. 


Maar ik dwaal af, want ik wou gewoon iets vertellen over enkele dingen die wij ons vroeger inbeeldden en die absoluut niet waar waren. We kunnen er nu wel eventjes mee lachen en toch kijken we er soms wat vertederd naar terug. 


Zo herinner ik mij dat in de leefkamer van mijn grootouders een foto hing van mijn grootvader. Hij stond er fier en jong op, een beetje stoer naar een onbestemd punt in de verte kijkend, en de hand nonchalant rustend op de leuning van een salonzeteltje. Maar het interessantste aan die ingelijste foto was, dat er onderaan ook een papiertje van zowat 4 op 8 centimeter bijzat met een nummer erop. Ik weet niet meer goed of het een 7 of een 8 was, maar het was in ieder geval een laag nummer. Dat was het geluksnummer van mijn grootvader toen hij moest gaan loten om zijn militaire dienstplicht te gaan vervullen. Hij was “eruit geloot”. Dat was een geweldige meevaller, want hij ontsnapte zo aan enkele jaren dienstplicht. 


Een vriend van hem had dat geluk niet, niettegenstaande dat hij in zijn mouw een konijnenpoot had gestoken die hem zeker zou moeten helpen een laag nummer te trekken. Hij had nochtans op het beslissende ogenblik vol vertrouwen de magische formule “Konijnenpoot, sta me bij” gepreveld. Maar dat had niet geholpen, en zo moest hij verschillende jaren dienst kloppen, want hij was niet gefortuneerd genoeg op iemand te betalen om in zijn plaats zijn dienstplicht te vervullen.


Ik denk hier ook aan die mevrouw die mij een twintigtal jaren geleden vroeg of ik haar een “spijker” kon bezorgen die in sommige paaskaarsen zat. Meestal staken er zo een viertal in; die symboliseerden de nagels waarmee Christus aan het kruis genageld werd. Die “spijker” zou ze dan onder de voordeurmat leggen, zodat haar huis en familie tegen alle onheil beschermd zouden zijn… Ik heb voor haar zo’n “spijker” op de kop kunnen tikken. Maar of het veel geholpen heeft?... In ieder geval was die dame erdoor toch wat gelukkiger geworden.


Nog iets: Het gebeurde in een van de oorlogsjaren, ik denk in 1942 of 1943. Ik was toen zes of zeven jaar. De oorlog drukte op iedereen en in die onzekere tijden waren de mensen meer geneigd te geloven en te bidden. Zo kwamen wij met mensen vanuit de buurt wekelijks enkele avonden samen in de grote tuin van een van de buren. Daar stond een beeld van Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes in een grillige cementen grot. Dat vond men dus een geschikte plaats voor dergelijke samenkomsten. En ik, kleine jongen, had de indruk dat die vriendelijke Lieve Vrouw welwillend op ons neerkeek en ons beschermde. Nu moet ik wel zeggen dat wij allemaal de oorlog zonder te veel schade overleefd hebben. Behalve een van mijn grootooms, die op 30 december 1942 op laffelijke wijze door een Duitser doodgeschoten werd, in het portaal van zijn huis, onder de ogen van zijn vrouw. En dat omdat hij, vooraleer mee te gaan, zijn overjas van de kapstok wilde nemen, omdat het koud en winter was.


Doch ik wilde vooral zeggen dat de mensen toen meer geneigd waren in bepaalde dingen te geloven. Bijgeloof of niet.


Zo herinner ik mij dat we eens op een zondagnamiddag bij de buren waren en dat daar zoals gewoonlijk over alles en nog wat gekletst werd. Ik speelde wat met mijn buurjongen. Op zeker ogenblik zag ik dat men onder twee poten van de keukentafel diagonaal een klomp zette, zodanig dat de tafel van links naar rechts op en neer kon schommelen. De rolluiken werden neergelaten en in de kamer was het schemerdonker. Mijn ouders en de buren gingen elk aan een van de vier kanten van de tafel zitten en lieten hun handen voor zich op de tafel rusten. Er werd gezwegen, het was stil. En na enkele tijd begon de tafel te bewegen… de tafelpoten klopten afwisselend op de vloer. Dan hield alles op. 


Toen vroeg mijn buur hoelang het nog zou duren voordat de oorlog zou eindigen. De tafel klopte drie maal. En zou de krijgsgevangene broer van mijn vader terugkomen? De tafel antwoordde met een enkele klop. Dat betekende: ja. En wanneer zou dat gebeuren? Antwoord: 29 kloppen… Waren dat nu dagen of maanden? Achteraf bleek dat het toch in de richting van 29 maanden gegaan was. Volgende vraag: Hoe oud is de moeder van mijn moeder? Antwoord: 64 kloppen. Bravo! Juist! Nog een vraag: Onze buurvrouw vroeg hoe oud ze zou worden. De tafel klopte niet maar schudde zowat van links naar rechts. Daar wou of kon de tafel niet op antwoorden. En dat ging zo verder. Ik ben, toen ik dacht dat men het niet zag onder de tafel gekropen om te zien of er daar niets speciaals was, doch ik zag niets bijzonders. Alleen vond ik dat de voeten van onze buurman een eigenaardige geur hadden en zag dat mijn moeder een ladder in haar kous had.
Ik weet niet in hoeverre men geloof hechtte aan de voorspellingen van de tafel. Ik vond dat zelf wel opwindend, maar mijn geloof in deze dingen was rap verdwenen. Ik had mijn vader even later tegen mijn moeder horen zeggen dat dat toch allemaal “dikke zever” was. En vermits moeder daarmee instemde was het probleem van de baan.


Een laatste herinnering wil ik je niet onthouden. Misschien ga je denken dat ik het zo maar verzin, maar dat is niet waar. Het is echt gebeurd, want in mijn geheugen staan die doodskoppen als het ware gefotografeerd, zo heeft mij dat toen getroffen.


Het gebeurde toen ik een jaar of twaalf was. Ik woonde in een gemeente die in die tijd tot de provincie Luik behoorde, achteraf bij Brabant ingedeeld werd en die nu in Vlaams-Brabant ligt. Het was grote vakantie en we konden ongeveer twee maanden lang ravotten en door de omgeving zwerven. En als dat niet mocht was er nog altijd de half verwilderde grote tuin achter het huis. 


Maar het interessantste in dat jaar was niet dat wij met spanning volgden, hoe Gino Bartali de Ronde van Frankrijk won (het was in 1948?). Wat ons vooral bezighield was dat men weken lang de grond naast ons huis aan het weggraven was en met de straat gelijk maakte. Het duurde lang omdat men er maar met een enkele kleine graafmachine werkte. De ietwat hoger gelegen wei werd in duurdere bouwgrond herschapen. 


Op zekere dag lagen er tegen de muur van ons huis twee schedels, twee doodskoppen die men daar opgegraven had. Ze keken daar uit donkere oogholtes grijnzend naar de nieuwgierige of verschrikte voorbijgangers. 


Nu woonde er schuin tegenover ons juffrouw Eufrasie. Ze woonde alleen in een oud groot huis, had gekruld grijs haar dat naar alle kanten uitwaaierde, sprak met een schrille stem en liep er meestal nogal onverzorgd bij. De mensen zegden dat ze niet heel goed bij zinnen was en dat er bij haar een “vijs” los was, maar dat belette niet dat ze nog goed haar plan kon trekken. 


Juffrouw Eurfrasie geloofde dat ze in contact kon komen met de geesten van overleden familieleden en kennissen. Maar dat ging zomaar niet vanzelf. Daarvoor moest men als persoon de juiste instelling hebben, het juiste medium zijn, en het contact kon slechts in de juiste omgeving gebeuren. Die geschikte plaats was voor juffrouw Eufrasie een achterkamertje dat verdonkerd was en vol hing met zwarte en purperen doeken. Tegen de wanden tekenden zich een tiental bleke kruisen af in allerlei grootten en vormen, maar zonder Christusfiguur. Hier en daar hingen er sterren en enkele manen. En tegen een wand stond zo iets dat op een open doodskist geleek… Natuurlijk ontbraken enkele kaarsen niet. De geur van kaarsen en een soort van wierook verwelkomden je bij het binnen komen in haar “poort op de wereld der geesten”. 


Nu kan je je wel voorstellen wat voor een buitenkans die twee doodskoppen voor juffrouw Eufrasie waren. Inderdaad, zodra zij ze gezien had, kwam ze naar buiten geslopen, keek even rond, raapte de twee schedels van de grond op, stak ze in een grote boodschappentas en sloop ermee snel terug in haar woning naar binnen. Wat was ze daarmee van plan? 


Ik heb het niet met eigen ogen gezien, maar ik heb van een buur horen vertellen dat de twee “geleiders naar de geesten” even later een ereplaats in Eufrasies sanctuarium gekregen hadden en daar met genoegen grijnzend naar elke bezoeker lonkten. Vanuit een grote vogelkooi, waarover een tafellaken altaarsgewijs gespreid was…


Ja, beste mensen, waarom herinner ik mij dat toch allemaal?

2017 0118

Geschreven door padre om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Padre's kijk op de wereld.

↑ Terug naar de berichten