Naar de inhoud

In vlaamse velden

De grote oorlog
akke.beakke.be

Archief

Een Engels vrouw schreef.....

Een Engelse vrouw schreef rouwend over de dood van haar geliefde broer.

Honderdvijfentachtig centimeter van een knappe jonge Engelsman onder Vlaamse zoden. Nooit meer een grap, nooit meer een blik of een woord om aan mijn herinneringen toe te voegen. Het boek is voor altijd dicht en als de jaren verstrijken zal ik mij steeds minder herinneren, tot hij een vage schim geworden is.





                                         ,15f9m8dE-1377592600-277f618db9153556e81e18de03f73de8.JPG

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht Stuur door

Westrozebeke

De hel barst los te Westrozebeke;

Op Dinsdagnamiddag 20 oktober daagden Duitse soldaten op voor Westrozebeke. Ze behoorden tot de 51ste Reservedivisie, dat daags ervoor Roeselare ingenomen had. Te Oostnieuwkerke viel er geen tegenstand te bekennen. Het dorp was zo goed als verlaten. De Duitsers trokken de verlaten woningen binnen en deden er zich te goed aan spijs en drank. Enkelen uren later ging het richting Westrozebeke.

Na de vreselijke berichten over “ Schuwe maandag “ in Roeselare en omstreken was ook dit dorp zo goed als leeg gelopen. Van de 2.250 inwoners bleven er slechts een 200 –tal over. Ze schuilden in hun huizen en kelders toen de Duitse artillerie het dorp beschoot. De fransen hadden zich echter teruggetrokken. De Duitsers ontdekten, aldus Robert Baccarne en Jan Steen, dat ze zoals in Roeselare nodeloos gedurende twee uren munitie verspild hadden op een ontruimd dorp.

Westrozebeke ligt in een schilderachtig, glooiend landschap op een ca., 50 meter hoge heuvelrug die de scheiding vormt tussen de ijzer- en het leiebekken. Eertijds was het een bosrijk gebied met uitgestrekte vijvers en namen die tot ver in de geschiedenis teruggaan; b.v. de spriet, waar de galg stond, en het Engels veld dat herinnert aan de Engelse troepen die in 1383 met de Gentenaars oprukken voor het beleg van Ieper.

Het dorp ligt op 13km van Ieper en op 10km van Roeselare. 



                                        

105-8f79ed3ce7602a4d9a6187739a1b7bbd.jpg
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht Stuur door

Jules de Winde ( 1893 -1918 )

Jules 'Juul' De Winde (Merchtem, 13 mei 1893 - Westrozebeke, 28 september 1918) was een Vlaams dichter en luitenant die diende in de Eerste Wereldoorlog. Het geldt als een van de IJzersymbolen van de Vlaamse Beweging.

Jules de Winde werd geboren in het Vlaams-Brabantse Merchtem. In 1909 werd daar de cultuurvereniging De Vlaamse Kring opgericht door de bekende toondichter August De Boeck. Hier kwam zijn aanleg voor poëzie tot uiting en werd wellicht ook zijn Vlaams gezindheid geboren. In de Gazet van Merchtem, een uitgave van Merchtems drukker en geschiedschrijver Maurits Sacré, publiceerde hij zijn eerste verzen. Daarnaast toonde hij zich ook een man van de kunsten door toe te treden tot het toneelgezelschap De Leie.

Op 16 augustus 1913 werd hij opgeroepen tot de dienstplicht. Hij werd ingelijfd bij het eerste regiment Karabiniers. Na enkele maanden werd hij tot korporaal gepromoveerd. De oorlogsdreiging nam intussen toe, en uiteindelijk brak de Eerste Wereldoorlog uit. Ondanks de Belgische neutraliteitspolitiek marcheerden de eerste vijandelijke soldaten al op 4 augustus de grens over. Het Belgische leger kon de opmars niet stuiten en moest steeds verder terugtrekken. De inundatie van de IJzervlakte stuitte de Duitse opmars. Beide legers groeven zich in. De loopgravenoorlog begon. Op dat moment was Juul 21 jaar, en had de rang van sergeant. In 1916 kon hij opklimmen tot onderluitenant en zelfs luitenant. Hij was geliefd bij zijn manschappen en moedigde hen aan met de bekende studentenleuze uit De Blauwvoet: Vliegt de Blauwvoet ? Storm op zee !. Aan het front organiseerde hij muziekmanifestaties waarbij hij zelf dirigeerde. Als flamingant kwam hij onder meer in contact met Cyriel Verschaeve en Jan Bernaerts. De kapelaan uit Alveringem verzorgde zelfs het voorwoord van zijn eerste dichtbundel, die in 1917 verscheen. Onder de schuilnaam Juul Liseron bundelde hij een aantal oorlogsgedichten met onder de titel Granaatscherven. Meerdere verzenbundels lagen in het verschiet, maar zijn nooit uitgegeven.

In augustus 1918 publiceerde hij het eerste en tevens enige nummer van het frontblaadje Merchtem boven, samen met zijn vriend, onderluitenant en Merchtemnaar Pol Knaeps. Hij werd in 1918 benoemd tot toegevoegd stafofficier bij de regimentsstaf.

Hij vroeg en bekwam toelating om het bevrijdingsoffensief in de herfst van 1918 samen met zijn mannen te mogen meemaken. In de zomer van 1918 werd in de driehoek gevormd door Westrozebeke, Passendale en Langemark nog hevig gevochten. In dit eindoffensief kwam hij op 28 september 1918 om het leven, zes weken voor het einde van de oorlog. In welke omstandigheden hij stierf is tot vandaag niet duidelijk. In 1937 werd zijn stoffelijk overschot vanuit Merchtem overgebracht naar Diksmuide, waar het plechtig werd bijgezet in de crypte van de IJzertoren. Als eerbetoon voor zijn engagement werd hij geëerd als IJzersymbool.

                                                                     .15f9m8dE-1379055626-10750d9fbdd54ac7eaf64bcb6bea5964.jpg

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht Stuur door

Ik ben er van overtuigd....

Ik ben er nu van overtuigd dat de oorlog de schuld van alles is, ook van alle rampen die onze generatie tot nu toe getroffen hebben. Ik herinner mij mijn jeugd nog heel goed. Ik heb de tijd nog gekend, waarin de vreedzame begrippen van de vorige eeuw nog van kracht waren. Men vond het toen normaal op de stem van het gezond verstand te vertrouwen. De dingen die het geweten voorschreef, werden als natuurlijk en nodig beschouwd. Het was een zeldzaamheid…..als de ene mens de andere doodde. Men ging ervan uit dat moorden alleen in toneelstukken, detectiveverhalen en krantenberichten voorkwamen. En toen plotseling deze sprong vanuit de kalme en schuldeloze gelijkmatigheid in het bloed, het gejammer, epidemische waanzin en verwildering van de dagelijkse en normale, verheerlijkte doodslag. :?:

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht Stuur door

Spionnen...

Spionnen….


Een spion is een apart soort geheim agent. Hij of zij is vooral op zoek naar geheime informatie. De meeste spionnen werkten tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Ook tijdens de Koude Oorlog waren er veel spionnen. En ze bestaan nog steeds.

 De Britse Edith Cavell wordt geboren in 1865 in Swardeston, Norfolk, waar haar vader dominee was. Ze wordt opgeleid in Brussel en Zwitserland. Ze volgt ook een opleiding in Dresden en Aken, waar ze kennis maakt met de Duitse methodes van geneeskunde en hygiëne. In 1895 is ze terug in Engeland, gaat een tijdje werken als gouvernante en behaalt dan haar diploma van verpleegster aan het Royal London Hospital.In 1906 keert ze terug naar Brussel als hoofdverpleegster van het Heelkundig Instituut. In 1907 later wordt ze directrice van de nieuwe verpleegschool, een annex van het hospitaal Berkendaal. Bij het uitbreken van de oorlog neemt het Rode Kruis het hospitaal over om gewonde Britse en Franse soldaten te verplegen.

Na het terugtrekken van de Engelse en Franse divisies tot aan de Marne, blijven er in heel Noord-Frankrijk en de Ardennen gewonde soldaten achter in veldhospitalen en ook soldaten die het contact verloren hebben met hun divisies. In het begin ontsnappen ze aan de aandacht van de Duitsers, en met de hulp van mensen uit de streek proberen ze zich opnieuw bij het leger te voegen of te ontsnappen naar Engeland. Al snel wordt het hospitaal ook een opvangcentrum voor soldaten die zich via Nederland terug bij hun divisie voegen. Edith Cavell wordt een belangrijke schakel in de ontsnappingsroute die leidt van Noord-Frankrijk langs Brussel naar Nederland.

Prinses Marie de Croÿ, die het kasteel in Bellignies aan de Belgisch-Franse grens bewoont, raakt betrokken bij die hulp. In november 1914 zit het kasteel zo vol met soldaten dat ze probeert hen over te halen zich over te geven aan de Duitse soldaten die het Rode Kruis hospitaal overgenomen hebben! Voor het echter zover komt verneemt ze dat de familie de Belleville van Montignies soldaten langs een vluchtroute naar het instituut van Edith Cavell brengt. De soldaten in het kasteel de Bellignies krijgen burgerkleding en valse papieren en worden door verschillende personen begeleid. De vluchtroute werkt uitstekend van november 1914 tot juli 1915. Edith Cavell getuigt later ongeveer 200 personen geholpen te hebben.

Tenslotte wordt het netwerk opgerold, waarschijnlijk verraden door een verklikker. Door de loslippigheid van de eerste gearresteerden worden er uiteindelijk 66 leden aangehouden. Edith Cavell wordt aangehouden op 15 augustus 1915 in Sint Gillis, andere leden maar eerst in september.

Edith Cavell schijnt een hekel te hebben aan leugens: tijdens haar ondervraging vertelt ze de waarheid. Dit wordt haar achteraf verweten, want o.a. de twee beste Belgische contactpersonen van het British Intelligence Corps worden hierdoor opgepakt. Payne Best beschuldigt haar later de oorzaak te zijn van de volledige ineenstorting van de Belgische inlichtingsdienst!

Edith Cavell krijgt eenzame opsluiting – als zware misdadigster - en mag geen bezoek ontvangen, zelfs geen verdediger. De Amerikaanse gezantschapssecretaris in Brussel die de belangen van de Britse burgers behartigt in bezet gebied, krijgt weinig of geen informatie hierover van de Duitsers. Na veel aandringen wordt op 10 september 1915 Meester Sadie Kirschen aangewezen als verdediger, maar hij mag haar niet bezoeken en ook geen documenten inzien!

Op 7 oktober 1915 is de eerste zitting van het proces onder leiding van krijgsauditeur Ströber, en de dag erna vindt reeds de slotzitting plaats.

Iedereen is ervan overtuigd dat de Duitsers geen doodstraf zullen geven aan vrouwen, maar het tegendeel is waar. Voor hen moet het proces dienen als afschrikking. Op 11 oktober 1915 valt de uitspraak: Edith Cavell, gravin Jeanne de Belleville en de onderwijzeres Louise Thuliez worden ter dood veroordeeld voor hoogverraad wegens het leveren van soldaten aan een vijandelijk leger. Het genadeverzoek dat de Amerikaanse gezantschapssecretaris indient voor Edith Cavell wordt afgewezen. Op 12 oktober 1915 om 7.00 ’s morgens wordt ze terechtgesteld. Later worden de twee andere doodvonnissen omgezet in levenslange dwangarbeid.

Na de oorlog wordt naar verantwoordelijken gezocht. De Franse spion Gaston Quien wordt beschuldigd het netwerk verklikt te hebben, maar wordt vrijgesproken. Waarschijnlijk is de oorzaak eerder de amateuristische manier van werken van het netwerk waar iedereen te veel personen kent onder zijn echte naam, en waar teveel met elkaar gepraat wordt, in plaats van zoals de Britse geheime dienst te werken met kleine cellen en met schuilnamen.

In Engeland ontstaat een storm van protest over haar terechtstelling. De propagandamachine werkt op volle toeren. Massa’s vrijwilligers melden zich aan om tegen de Duitsers te gaan vechten. Voortaan wordt de Duitse bezetter voorzichtiger met de overhaaste executies van vrouwen.

Na de oorlog wordt het stoffelijk overschot van Edith Cavell naar Engeland overgebracht en met nationale eer begraven. Haar nagedachtenis wordt vereeuwigd in het Belgisch legermuseum en ook in de verpleegstersschool in Brussel. In Londen is er een monument ter ere Edith Cavell en in Canada is een berg naar haar vernoemd. Het bas-reliëf met haar nagedachtenis in het Parijse Musée du Jeu de Paume wordt vernield door de Duitsers op 14 juni 1940.

Edith Cavell werd het symbool van de onbuigzame, moedige heldin die in het collectieve geheugen voortleeft.

 

 

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht Stuur door

Ieper

Ieper

Als een lopend vuurtje loopt het door de straten van de stad: “ het is oorlog “. Voor de gewone burger komt dit aan als een donderslag bij heldere hemel. Wat men nooit voor mogelijk heeft gehouden wordt nu in een klap de rauwe werkelijkheid. Het is niet de eerste keer dat Ieper sinds zijn ontstaan in een conflict verwikkeld geraakt. In de 11° eeuw was de stad een belangrijk centrum van de lakennijverheid. Van over de hele wereld kwamen kooplieden naar de jaarmarkt om het kwalitatief hoogstaande Ieperse laken op te kopen. Dit maakte van Ieper op dat ogenblik een handelsmetropool van Europees formaat.

Zondag 2 augustus moet voor Ieper een hoogdag zijn want het is Thuyndagfeest. Naar jaarlijkse gewoonte zal de stad opnieuw zijn feest gewijd aan onze lieve vrouw van Thuyne met de nodige plechtigheden laten gepaard gaan. Van de voorbereidingen voor het jaarlijks feest komt onverwachts weinig in huis, want de feestelijkheden worden afgelast.

Als nooit tevoren hoopt de burgerbevolking op de hulp van hierboven.

Rond half augustus wordt in het militaire hospitaal in de Stationsstraat de eerste gewonden verzorgd die vanuit de naderende vuurlinie naar hier zijn overgebracht. Vanuit de streek van Mechelen zijn er ook heel wat vluchtelingen naar het stadscentrum afgezakt. ( In Boezingen noemt men de eerste groep vluchtelingen die over de brug aan het sas de dorpskern binnentrekken de “Mechelaars”. )

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht Stuur door

Ieper II

De eerste Duitse soldaten waarmee de Ieperlingen kennis maken zijn de verkenners. Alleen al het woord Uhlanen worden de meeste mensen van schrik bevangen. De wildste geruchten omtrent deze Duitse verkenners doen immers de ronde.

                                  Zelfs inwoners van Ieper willen
                                  de dode Uhlaan zien en trekken op
                                  naar de plaats van het treffen.
                                  Sommigen brengen een stuk grijsgroene
                                  stof mee die zij van het uniform hebben
                                  afgesneden.....

Wat eerst een gerucht was blijkt echter weldra de rauwe werkelijkheid te worden. Steeds meer berichten komen door dat deze ruiters zich verschuilen in de bossen rond Beselare en ten zuiden van Zillebeke om van daaruit verkenningstochten uit te voeren in de streek rond Ieper.

In de avond van 23 augustus wordt er een gevangen genomen Uhlaan met de trein naar Ieper gebracht. Vanaf het station wordt hij vervolgens per auto naar de gevangenis gevoerd waar hij wordt ondervraagd.

Het eerste contact van de plaatselijke bevolking wordt treffend weergegeven door Caesar Gezelle….

“De bossen op het Hooghe zaten weggedekt in grijze mistigheid, somber en geheim die avond, als hing er onrust en narigheid van de beroerde tijden over opeen geplakt. Daar in de bossen hadden zich de Uhlanen verscholen. Naar Oostende moesten zij; met zeventien waren opgetrokken. Wie levend in de zeehaven geraakte kreeg het ijzeren kruis met de hoogste gunst van de keizer. Op het Hooghe had men ze bejaagd en beschoten, daar hadt men ze uitgehaald, stervend op hun paarden lagen, langs de weg vier en op het land drie. Er was op die dag bedevaart van Ieper naar Dadizele”……

De volgende dag doet in de stad het gerucht de ronde dat een aanzienlijk aantal Uhlanen op weg zou zijn in de streek van Roeselare en zich in de richting van Diksmuide begeeft. Dit gerucht wordt gedeeltelijk bevestigd wanneer op 13 september in de omgeving van Houthulst een gevecht plaats heeft tussen een groep Uhlanen en de Belgische gendarmen en soldaten.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht Stuur door

Augustus, September, Oktober

Na de verovering van Luik en de val van Dinant en Namen wordt het Belgische leger naar Antwerpen teruggetrokken. De manschappen worden in de forten rond de stad geconcentreerd. Ook de regering volgt want de situatie in en rond de hoofdstad is weinig rooskleurig. Op 20augustus trekken de Duitsers Brussel binnen. Vanuit de “ versterkte vesting” Antwerpen worden acties ondernomen om de Duitse opmars te remmen. Hoewel storend, brengen ze weinig aarde aan de dijk en kunnen ze de Duitse opmars niet tot staan brengen. Als reactie wreken de Duitse soldaten zich op Leuven; grote delen van de stad, waaronder de eeuwenoude universiteitsbibliotheek, gaan in vlammen op en talrijke burgers worden vermoord. De wreedheden worden internationaal afgekeurd en zullen onderwerp vormen van een geallieerde perscampagne. De voortdurende acties van het Belgische leger hebben wel als resultaat dat de Duitsers blijvend troepen rond Antwerpen moeten concentreren. Hierdoor wordt de opmars naar Parijs aanzienlijk vertraagd. Uiteindelijk besluit de Duitse legerleiding de stad te veroveren. Generaal von Beseler die het bevel voert over 120.000 manschappen en over belangrijke artilleriesteun beschik, start het beleg op 27 september. Het beproefde recept van aanhoudend zware artilleriebeschietingen wordt ook deze keer met succes toegepast. Ondanks Britse versterkingen die begin oktober in Antwerpen arriveren, moet op 7oktober de aftocht worden geblazen; de regering trekt naar Oostende en het veldleger plooit zich terug aan de IJzer. Antwerpen geeft zich op 10 oktober over. Ongeveer 33.000 vestingtroepen vluchten naar neutraal Nederland. Ze worden in kampen ondergebracht en zullen er gedurende bijna vier jaar blijven. Naast hen vluchten vele burgers met have en goed naar Nederland, Frankrijk of Groot – Brittannië.

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht Stuur door

Oktober 1914

De ijzerslag in oktober 1914; de Duitsers tot staan gebracht.

Het vermoeide en aangeslagen Belgische leger heeft zich vanaf 14 oktober opnieuw gegroepeerd en op de frontlijn van 38 km langs de ijzer opgesteld. Van de zee tot aan het kanaal IJzer – Ieper en vandaar langsheen het kanaal tot in Boezinge. De Fransen en Britten vormen front van Houthulst tot Armentieres. Een front dat te alle prijzen moet behouden blijven. Het Belgische leger telt nog ongeveer 75.000 manschappen. Tegenover hen staat een Duitse troepenmacht 85.000 man sterk met een uitstekende moraal en op het slagveld gesteund door een alles overheersende artillerie.
Op 18 oktober barst de strijd los. De Belgische stellingen komen zwaar onder vuur te liggen en ondanks bijzonder veel weerstand en hardnekkig vechten moet op diverse plaatsen de ijzer worden prijs gegeven. Op 24 oktober wordt de eigenlijke ijzerstelling opgegeven en worden de Belgen tot aan de Beverdijkvaart en de spoorweg Nieuwpoort – Diksmuide teruggetrokken. Ondertussen wordt er in het geheim gewerkt aan een plan om door onder waterzetting van de ijzervlakte, de Duitse opmars te breken. Na veel voorbereidend werk worden de sluizen een eerste maal geopend in de nacht van 27 op 28 oktober. Dit wordt de volgende dagen en nachten herhaald telkens wanner het tij hiervoor geschikt is. De overstroming verloop langzaam maar zal net op tijd komen.
                                        .
15f9m8dE-1381314424-e472ab3669e432075b58779b5da7d9e5.JPG

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht Stuur door

De last post in Ieper

Wanneer elke avond om 8 uur p m onder de Menenpoort de tonen van de last post weergalmen,wordt een der droevigste perioden uit de geschiedenis van de stad in herinnering gebracht. .

De Last Post is een trompetsignaal, gebruikt in het Britse leger.

Oorspronkelijk werd het gespeeld als afsluiting van de dag, tijdens de inspectie van de posten. Tegenwoordig wordt de Last Post vooral gebruikt bij militaire herdenkingen en begrafenissen. In Ieper wordt het elke dag om 20 uur gespeeld onder de Menenpoort door de leden van de Last Post Association, als eerbetoon aan hen die sneuvelden in de Eerste Wereldoorlog. Dit ritueel doet men al sinds 24 juli 1929, met enige onderbreking tijdens de bezetting van Ieper door de Duitsers tussen mei 1940 en 6 september 1944. Ook bij de meeste herdenkingen in Groot-Brittannië en Commonwealth-landen wordt het signaal gebruikt.

http://youtu.be/eiWL2BCfhGg

                                              15f9m8dE-1381316004-60b33c0018eadaecd93065dfef72d990.JPG

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van In vlaamse velden

↑ Terug naar de berichten