Naar de inhoud

In vlaamse velden

De grote oorlog
akke.beakke.be

Archief

Soldatenfriedhof II

In zijn jeugd was Peter Kollwitz enthousiast lid van groepen jongeren die wekelijks de natuur introkken. De voorman van deze groep liet zich begroeten met een schuin geheven arm en de kreet 'Heil!'. Later meldde hij zich vrijwillig nadat hij een compagnie had zien wegmarcheren onder 'bruisend volksgezang'

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog reisde Peter uit Noorwegen, waar hij op vakantie was, terug naar Duitsland. Daar diende hij als 18-jarige het Duitse leger, als musketier. Op 23 oktober 1914 valt zijn compagnie, de 4de cie van het 207de Reserve Infanterie Regiment (RIR 207) het Belgische 11de linie aan, die haar positie aan de IJzer wilde behouden. Hij overleed diezelfde dag.

Tot 1956 lag Kollwitz begraven op de Duitse begraafplaats 'Het Roggeveld'. Zijn stoffelijk overschot werd toen met dat van duizenden anderen overgebracht naar de Duitse militaire begraafplaats in het Praetbos in Vladslo, een van de vier Duitse verzamelbegraafplaatsen in West - Vlaanderen.

De herdenkingsbeelden verhuisden mee naar Vladslo. Ze staan nu achter op de begraafplaats. De twee geknielde figuren staan op een sokkel en zijn opgesteld voor het graf van Peter

15f9m8dE-1413809616-b3d3ce6d2b83d221f3bbd36e1f055517.JPG


15f9m8dE-1372568388-ddaa609c54fb2aef6da4bae7b5fa3770.JPG

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht Stuur door

Vladslo

Van deze bekende begraafplaats langs de houtlandstraat in Vladslo werden in de jaren ’20 vijf Britse piloten overgebracht naar Tyne Cot Cemetery. Luitenant Cecil Barry en Second luitenant Frederick E.B.Falkiner van het 57th Squadron zaten in hetzelfde toestel en werden op 21 augustus 1917 neergehaald door de bekende Duitse aas Ernst Udet. Ze werden in Vladslo begraven onder grafnummer 339. Twee andere piloten zijn gevallen in oktober 1917 en één Sergeant van het 49th Squadron Royal Air Force op 20 april 1918. Vladslo zelf werd in de jaren ‘ 50 aangeduid als een van de vier te behouden verzamelplaatsen, waardoor het aantal bijzettingen opgevoerd werd van 3.233 tot 25.644 vandaag.

15f9m8dE-1373835171-6f046a84d6de949ff2ac61712f726e4d.JPG

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht Stuur door

Kinderen in de groote oorlog

"Oorlog. Hoe verschrikkelijk dat is, kun je op de televisie zien. Kinderen worden gedood of raken gewond. Kinderen maken soms dingen mee die ze hun leven lang niet meer vergeten"

Kinderen maken tijdens een oorlog meestal verschrikkelijke en traumatische gebeurtenissen mee. Zo kan het verlies van dierbaren als ouders, het meemaken van oorlogshandelingen, het verkeren in constant gevaar het constant hebben van honger en dorst voor een kind ingrijpende gevolgen hebben op de rest van zijn verdere leven. Ook de propaganda die in de Eerste Wereldoorlog zich ontwikkelde richtte schade aan. Zo kennen we allemaal wel voorbeelden van de foto's van kindsoldaten. Soms bleef het alleen bij een uniform...maar vaak ook niet. Zo zijn er verschillende Engelse rustplaatsen bekend van soldaten die veel te jong waren. Ook het sturen van 16-jarigen in een oorlog is natuurlijk discutabel.

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht Stuur door

The brooding soldier

The brooding soldier of ' Den Canadien '

Het “Canadian Forces Memorial” bij Sint – Juliaan wordt in1922 opgericht ter herinnering aan de 2000 gesneuvelden van de 1ste Canadese divisie die in april en mei 1915 in de omgeving vallen. In de volksmond wordt het al vlug ‘ den Canadien’. Opschriften zijn in het Engels en Frans. De teruggekeerde bewoners kennen wat Frans en het Engelse ‘ Canadien’ wordt zo gevormd. Het is een monument en geen begraafplaats. Tijdens de oorlog wordt deze plek omgedoopt tot Vancouver Corner. De naam refereert naar de Canadese grootstad Vancouver die aan de grote oceaan ligt. Het gehucht bij de kruising van wegen is in de streek beter bekent als de ‘kerselaere’. Op 22 april 1915 ontsnapt voor het eerst chloorgas uit de Duitse voorlinie. Het gas slaat een grote bres van 8 kilometer in het geallieerde front tussen Steenstrate en Langemark. De Duitsers weten dit niet uit te buiten door een gebrek aan voldoende manschappen en materieel. Ook zij zijn verrast door hun eigen succes. Tijdens de periode die erop volgt lanceren ook de Canadezen zware tegenaanvallen om het front te stabiliseren en opnieuw terrein te veroveren. En het lukt. Met het hoofd gebogen, gericht naar de plaats van waar de gaswolk opkomt en met de handen rustend op de geweerkolf, houdt de stenen soldaat ingetogen de wacht. “Arms reversed” of het geweer op zijn kop, gaat allicht terug naar de oude Grieken. In de 16de eeuw wordt er voor het eerst over geschreven. Het getuigt van respect en rouw om de gevallenen. Het beeld is in 1921 ontworpen door Frederick Chapman Clemeshaw en wordt gezien als één van de mooiere oorlogsmonumenten. De ontwerper maakte ook deel uit van het Canadese expeditieleger in Frankrijk en België. De stenen soldaat is in Brussel gehouwen. De ‘Canadien’ is in juli 1923 ingehuldigd in aanwezigheid van prins Leopold ( de later koning Leopold III ). Voor de aanleg van het park rond het monument voeren de ontwerpers aarde uit Canada aan, zodat u zich hier echt op Canadese bodem bevindt.




15f9m8dE-1374129080-1c899ea0cf8179bdf97453482489892f.JPG

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht Stuur door

Hongersnood

Wie Amerikanen en noodhulp zegt, denkt spontaan aan conflicthaarden als Darfoer en Afghanistan Dat de Belgische bevolking ooit in hetzelfde schuitje zat, lijkt onvoorstelbaar. Nochtans werd tussen 1915 en 1918 ruim drie miljoen ton voedsel naar ons land verscheept. Die grootschalige hulpactie was het werk van één man: de steenrijke industrieel Herbert Hoover. Hij zag het als zijn missie om de Belgen van de hongerdood te redden.

,,Het verhaal begint in 1914, bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog'', zegt historicus Peter Scholliers (VUB). ,,België was een van de welvarendste landen ter wereld, maar na de Duitse inval vielen handel en industrie plots volledig stil. De landbouw lag plat, want jonge boeren werden gemobiliseerd en de oogst bleef liggen. Het gros van onze levensmiddelen kwam weliswaar uit het buitenland, de Britse blokkade maakte import onmogelijk. Hongersnood dreigde, want de Duitse bezetter weigerde om voedselhulp te organiseren.''

Op dat ogenblik komt de Amerikaanse geoloog Herbert Hoover op de proppen.

De man heeft in enkele jaren tijd een fortuin verdiend met mijnbouwprojecten in China en Australië, maar wil een andere richting uit met zijn leven. Bekommerd om het lot van de tienduizenden Amerikanen die in Europa gestrand zijn, trekt hij naar Londen. Wanneer de schrijnende toestand van de Belgische bevolking hem ter ore komt, besluit Hoover om op eigen houtje een systeem voor voedselhulp op te zetten.

,,Dat de Duitsers het kleine België waren binnengevallen, maakte veel indruk op de Amerikaanse publieke opinie'', zegt Mark Derez van het Leuvense universiteitsarchief. ,,Dat is ook Hoover niet ontgaan. In de States komt een grootscheepse campagne op gang die op het Amerikaanse sentiment inspeelt.'' Affiches, te zien op de tentoonstelling, sporen Amerikaanse mijnwerkers aan om tien procent van hun loon aan hun collega's in Poor Little Belgium af te staan. De propagandamachine had succes, want Hoover wist centen los te peuteren bij bemiddelde Amerikanen en kreeg ook de Britse en Franse regering achter zich. In vier jaar tijd slaagde zijn Commission for Relief in Belgium (CRB) erin om 3,2 miljoen ton bonen, spek, meel, rijst en andere levensmiddelen naar België te versassen. Maïzena ook, hoewel de Belgen aanvankelijk niet begrijpen wat ze met dat ,,veevoeder'' moeten beginnen. En schoenen, want de Amerikanen verstaan niet waarom Belgische kindertjes met ,,houten schoenen'' aan hun voeten lopen.

Hoover schakelt zelfs zijn oude rivaal Emile Francqui in om de voedselbedeling vlot te laten verlopen. Tot in de kleinste Belgische gemeenten worden plaatselijke hulpcomités opgericht. Getuige daarvan is de uitvergrote foto die de blikvanger van de tentoonstelling vormt. Voor een groot spandoek poseren ,,de dankbare kinderen van Overyssche aan hunne weldoeners uit Amerika''. Elk kind houdt een bordje omhoog met de namen van voedingswaren: erwten, bonen, suiker.

,,Na de Eerste Wereldoorlog hield Hoover nog een som geld over'', zegt historicus Mark Derez. Dat bedrag moest worden gebruikt voor de heropbouw van de Belgische universiteiten: ,,Toen ontstond het idee om de Leuvense universiteitsbibliotheek, die in 1914 door de Duitsers was platgebrand, weer op te bouwen aan wat later het Ladeuzeplein zou worden. De Amerikanen beloofden een miljoen dollar, maar van de grote gevoelens voor Poor Little Belgium bleef na 1918 nog maar weinig over. Het zou nog tien jaar duren eer de nieuwe bibliotheek afgewerkt was.''

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht Stuur door

De gemoedtoestand bij de troepen

De gemoedtoestand bij de troepen.

De aalmoezeniers raadden de soldaten aan een afscheidsbrief aan hun ouders of aan een ander geliefde relatie te schrijven. Deze brief moesten ze dan in een envelop met het desbetreffende adres erop sluiten en die bij zich dragen. Als je sneuvelde, kon een kameraad ze in een van je zakken vinden en , eventueel samen met andere persoonlijke voorwerpen, naar de bestemming opsturen.

Als voorbeeld mag hier het geval aangehaald van korporaal Edmond Vanderschaeghe uit Roeselare.

Toen deze veteraan ( hij overleefde inderdaad de oorlog ) overleed, liet hij zijn zus Maria Vanderschaeghe, echtgenoot Louis Breemersch, zijn militaire papieren na. Daartussen stak een merkwaardige ongeopende envelop met als opschrift: “ Veuillez envoyer la lettere ci-incluse à la personne désignée, en cas que je serais tué. Mille remerciments”. Bij het openen van de envelop bleek er een tweede in te steken, geadresseerd aan Madame Vanderschaeghe, Villa des Cadourques, Cahors ( Lot ) France. Dit was zijn moeder, die op dat ogenblik als vluchtelinge in Frankrijk verbleef. Op schuwe maandag ( 19 oktober 1914 ) was zij met haar kinderen uit Roeselare weggevlucht en in Cahors beland. Vader Vanderschaeghe was in Roeselare achtergebleven om nog te redden wat er te redden viel, hij zou later wel achterna komen, het zou toch niet lang duren. Een liedje dat we kennen uit honderden gelijkaardige gevallen. De familie bleef dus in de oorlog gescheiden. De broers Henri en Arthur belandden zelfs in de USA. Frans was arts in opleiding ; Pharailde kloosterlinge ; Maria, de jongste, huwde later Louis Breemersch.

Het doet een mens van tegenwoordig toch wat, als hij die ontroerende ontboezemingen leest, in de taal en stijl van bijna een eeuw geleden, van een simpel soldaat met de dood voor ogen.

Zeer lieve Moeder, broeders en zusters,

Weent niet! De almachtige die mij geroepen heeft, heeft niet gewild dat mijn vurig verlangen zich verwezenlijkte, van in u midden terug te keren. Vergeeft mij al wat ik u heb misdaan.

Teer beminde Moeder, hoe geern had ik mijn doel in werkelijkheid willen bereikt zien. Mijn enigste streven was u en mijnen lieven Vader, van wies tegenwoordigheid wij allen zolang ontroofd zijn, gelukkig te maken….

Beminde Broeders Henri en Arthur. Blijft getrouw aan uwe gelofte die gij mij gedaan hebt, toen ik naar het slagveld trok.

Beminde broeder Frans, tracht gij in mijn plaats het geluk uit te maken van Vader en Moeder. Versta u goed met uw lieve Zusters.

Lieve Zusters, mijn hoop was met u het gelukkig familieleven te mogen hernemen…nu dat ik er niet meer ben, verdubbelt uwe krachten om in alles Vader en Moeder gelukkig te maken, verstaat elkander, zorg voor elkander. Maria doe voort goed uw best. En gij, Pharailde, zuivere dienares van God, vergeet mij niet in uwe gebeden.

Vaarwel ! Vaarwel! Vaarwel!

Uwe toegenegen zoon en broeder Edmond

Gij beste vrienden en kennissen, weest mij indachtig.

15f9m8dE-1376310770-610fc474c386d47b59101aa4165f823f.JPG

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht Stuur door

John Mc Crae

Ik ben vandaag even naar Wimereux geweest...even, even maar, met diep respect voor de doden. De doden die er niet mochten zijn.
Nu ik een bezoek gebracht heb aan het graf van John Mc Crae, heb ik nog meer de indruk van...het mag niet meer gebeuren. Laat ons in het geloof van het zal niet meer.....

Wimereux Communal Cemetery

Het militaire gedeelte van de begraafplaats van Wimereux heeft enkele verrassende elementen in vergelijking met de gangbare inrichting van herdenkingsplaatsen. De grafstenen staan niet rechtop, maar liggen, zoals in Boulgone Eastern Cemetery, vanwege de zandgrond. Bovendien liggen tussen de graven van de 2.847 soldaten van de Gemenebest ook graven van verpleegsters. In de Eerste Wereldoorlog doet deze badplaats namelijk dienst als medisch centrum voor het Britse Koninklijke Leger.

Niet minder dan tien veldhospitalen draaien in 1917 op volle toeren in Wimereux om de gewonde soldaten van het front en de zieken te verzorgen. De mannen die hun verwondingen niet overleven, worden tot juni 1918 op de gemeentelijke begraafplaats van Wimereux begraven. Na deze datum wordt wegens plaatsgebrek een nieuwe begraafplaats in gebruik genomen bij Wimille, de Terlincthun British Cemetery.

Dankzij de logistieke centra bij de havens ontstaat langs de kust een uitgebreide zone voor gezondheidszorg. Een vijftigtal verzorgingscentra zijn verdeeld over de plaatsen Calais, Wimereux, Boulogne, Dannes-Camiers, Etaples, Le Touquet-Paris-Plage en Saint-Omer.




                                              .15f9m8dE-1376463538-7cc414640d790b46aee0790205728271.JPG

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht Stuur door

Houthulst

Het Vrijbos,

Deel van het “ woud zonder genade”

West-Vlaanderen telt heden ten dage het minste bos van alle Belgische provincies.
Het is ooit anders geweest.

Het woud strekte zich in de oudheid over heel het huidige West–Vlaanderen uit, van het noordoosten bij het Zwin tot het zuidwesten bij Poperingen, waar het nog verder doorliep tot ver in wat nu Frans-Vlaanderen wordt genoemd.

Het Vrijbos reikte in het noorden tot tegen de toen nog piepkleine parochiekernen van Klerken en Zarren en tot tegen de Romeinse heerweg “ de Steenstrate” in het Oosten kwam het tot Staden en de huidige weg Diksmuide-Roeselare. De zuidelijke zoom van het woud volgde een lijn Bikshote-Langemark-Poelkapelle-Westrozebeke, de westelijke ongeveer een lijn Merkem-Ieperlee.

De Duitsers die Marlborough opvattingen kenden van ( Wie het Vrijbos in handen heeft, heeft heel Vlaanderen in handen) gaven er in de oorlog een andere interpretatie aan door er wel een vesting van te maken om Vlaanderen te beheersen. En ook de Belgische legerleiding had er een eigen mening over, door het bos frontaal door het 23e Linieregiment te laten bestormen in plaats van het te omsingelen, met als gevolg dat de Belgische begraafplaats in dat bos, voor hetzelfde resultaat wellicht maar half zo groot geweest zou zijn.

De Duitsers besloten van het Vrijbos een arsenaal te maken.

Ze begonnen ermee in november 1914, nadat ze ingezien hadden dat ze minsten een winter lang ter plaatse zouden trappelen. Voorlopig was er geen doorbreken aan. Inmiddels legden ze zich toe op het inslaan van materiaal en voorraad, voor het geval het tij gunstig zou keren. Daarvoor was het Vrijbos uiterst geschikt.

Maar heel merkwaardig, bij nader inzien waren de eerste installaties waarmee de Duitsers in het Vrijbos begonnen ….”begraafplaatsen”

De Duitse begraafplaats verdween na de reorganisatie en de overbrenging van de doden naar het zogenaamde “ studentenfriedhof “ in Langemark.


De Belgische militaire begraafplaats in het vrijbos is een militaire begraafplaats net ten zuiden van het dorpscentrum van het Belgisch dorp Houthulst. De begraafplaats werd in 1924-1925 opgericht. Ze telt in totaal 1907 graven waarvan 1823 Belgische graf- en gedenktekens. De begraafplaats is stervorming aangelegd en is 5,24 ha groot.

De meeste soldaten sneuvelden in de Eerste Wereldoorlog tijdens het eindoffensief van 28 september 1918, waarbij het bos van Houthulst op de Duitsers heroverd werd. Er zijn tevens 81 Italiaanse grafkruisen zijn terug te vinden. Het betreffen krijgsgevangen die onder andere als sjouwer aan de slag waren in de havens van Roeselare en Izegem. Tijdens het eindoffensief werden deze Italianen als levend schild gebruikt.

15f9m8dE-1376552043-c8be92577bcde0fbbc820becd4e9cacf.JPG

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht Stuur door

Lieve nonkel

Lieve nonkel,

Moest deze brief toekomen, schrik dan geenzins. Misschien ben ik verdwenen, of krijgsgevangen, daarom moet ge het ergste niet denken. Ben ik toch gesneuveld….weet dan dat ik gestorven ben bereid voor de dood, dat ik met moed naar den assaut ben geweest.

Verwittig mijn familie en troost hen dan.

Ik bedank u voor al hetgene gij voor mij deedt.

Veel tijd heb ik niet om langer te schrijven…want ’t is gans op ’t laatste ogenblik dat ik schrijf ( juist voor het groot offensief ).

Tot weerziens! 

                                 15f9m8dE-1376555253-4c6282691bdaf0675edc8ed1f8ded316.JPG 

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van In vlaamse velden

↑ Terug naar de berichten