Houthulst
Het Vrijbos,
Deel van het “ woud zonder genade”
West-Vlaanderen telt heden ten dage het minste bos van alle Belgische provincies.
Het is ooit anders geweest.
Het woud strekte zich in de oudheid over heel het huidige West–Vlaanderen uit, van het noordoosten bij het Zwin tot het zuidwesten bij Poperingen, waar het nog verder doorliep tot ver in wat nu Frans-Vlaanderen wordt genoemd.
Het Vrijbos reikte in het noorden tot tegen de toen nog piepkleine parochiekernen van Klerken en Zarren en tot tegen de Romeinse heerweg “ de Steenstrate” in het Oosten kwam het tot Staden en de huidige weg Diksmuide-Roeselare. De zuidelijke zoom van het woud volgde een lijn Bikshote-Langemark-Poelkapelle-Westrozebeke, de westelijke ongeveer een lijn Merkem-Ieperlee.
De Duitsers die Marlborough opvattingen kenden van ( Wie het Vrijbos in handen heeft, heeft heel Vlaanderen in handen) gaven er in de oorlog een andere interpretatie aan door er wel een vesting van te maken om Vlaanderen te beheersen. En ook de Belgische legerleiding had er een eigen mening over, door het bos frontaal door het 23e Linieregiment te laten bestormen in plaats van het te omsingelen, met als gevolg dat de Belgische begraafplaats in dat bos, voor hetzelfde resultaat wellicht maar half zo groot geweest zou zijn.
De Duitsers besloten van het Vrijbos een arsenaal te maken.
Ze begonnen ermee in november 1914, nadat ze ingezien hadden dat ze minsten een winter lang ter plaatse zouden trappelen. Voorlopig was er geen doorbreken aan. Inmiddels legden ze zich toe op het inslaan van materiaal en voorraad, voor het geval het tij gunstig zou keren. Daarvoor was het Vrijbos uiterst geschikt.
Maar heel merkwaardig, bij nader inzien waren de eerste installaties waarmee de Duitsers in het Vrijbos begonnen ….”begraafplaatsen”
De Duitse begraafplaats verdween na de reorganisatie en de overbrenging van de doden naar het zogenaamde “ studentenfriedhof “ in Langemark.
De Belgische militaire begraafplaats in het vrijbos is een militaire begraafplaats net ten zuiden van het dorpscentrum van het Belgisch dorp Houthulst. De begraafplaats werd in 1924-1925 opgericht. Ze telt in totaal 1907 graven waarvan 1823 Belgische graf- en gedenktekens. De begraafplaats is stervorming aangelegd en is 5,24 ha groot.
De meeste soldaten sneuvelden in de Eerste Wereldoorlog tijdens het eindoffensief van 28 september 1918, waarbij het bos van Houthulst op de Duitsers heroverd werd. Er zijn tevens 81 Italiaanse grafkruisen zijn terug te vinden. Het betreffen krijgsgevangen die onder andere als sjouwer aan de slag waren in de havens van Roeselare en Izegem. Tijdens het eindoffensief werden deze Italianen als levend schild gebruikt.



