Dag 14 : 25 maart 2013
van Givet naar Fumay
Om 6 u sta ik op, neem een douche, eet en maak alles klaar om te vertrekken.
Om 8 u komt de man van de parochie – dit verblijf is een initiatief van de parochie – de poort van de binnenkoer openen, en tegen die tijd wil ik klaar zijn. Ik moet nog iets in het gastenboek schrijven.
Om klokslag 8 uur is hij er. We praten nog even na en dan vertrek ik richting Fumay, via de Route Verte – een mooi aangelegd fietspad langs de Maas, dat van Givet tot Charlesville-de-Mesière loopt.
Het is nog 30 km tot Fumay. Dat vind ik te ver, omdat ik wat last heb met mijn rechterbeen en vooral met mijn rechtervoet. Hopelijk gaat het over. In Givet is de hoogwatersperring gesloten en moet ik met mijn kar over een muur klauteren om mijn weg te kunnen verderzetten.
Het regent niet, maar het blijft koud. Ik probeer goed door te stappen en niet te veel aan mijn voet te denken. Het is heel rustig, alleen af en toe een eenzame wandelaar.
Na een paar uur stappen houd ik halt voorbij enkele huizen. Ik ben nog maar net gestopt of een man komt naar me toe: “Saint Jacques?” zegt hij. Hij woont in een van die huizen en had me zien aankomen. Hij doet meteen zijn verhaal: dat hij vorig jaar met zijn kleindochter van 13 met de fiets naar Santiago is gereden, korte etappes van 60 km – dat meisje mocht er niet de brui aan geven.
Na 10 min stap ik weer verder, want het is nog te koud om lang te blijven zitten.
De tocht verloopt heel vlot en ik kan vrij snel doorstappen, sneller dan de vorige dagen. Ik stop een paar keer om iets te eten of wat water te drinken, en probeer vóór 3 uur in Haybes te zijn, dat op 3 km vóór Fumay ligt. Ik heb geen overnachtingsplaats en besluit mijn geluk te beproeven in het gemeentehuis van Haybes. De dame aan de receptie is heel bereidwillig en zegt onmiddellijk “oui, oui”, als ik vraag of ze een arme dakloze pelgrim kan helpen, maar de man die ze erbij haalt denkt daar duidelijk anders over en wimpelt het af. Hij stuurt mij door naar Fumay, 3 km verderop. Tegen dat ik er ben, zal het gemeentehuis gesloten zijn. Toch stap ik snel door. Plots komt een nieuwsgierige man naast mij lopen, die vertelt dat het zijn droom is om met de fiets naar Saint Jacques te gaan. Ik zit goed en vertel hem vlug ik dat ik nog geen overnachtingsplaats heb, maar wel een tentje om in te slapen. Heel enthousiast nodigt hij mij uit in zijn tuin. Maar een paar minuten later rol ik naar beneden, want zijn tuin helt af, en ik zou in de Maas kunnen belanden. Dus stap ik verder naar Fumay. Het is ongeveer 16 uur als ik aankom, en te laat om naar het gemeentehuis te gaan. Ik besluit dan maar om toch alleen op de gesloten camping municipale van Fumay te gaan staan. Maar eerst nog wat inkopen doen. Ik vraag aan een man die in mijn richting komt waar er een winkel is. In onverstaanbaar Frans wijst hij de weg.
In de winkel doe ik een boodschappen en informeer of ze ergens iets weten voor pelgrims. Ze horen het in Keulen donderen. Ik weet wat mij te wachten staat: de camping municipale.
Ik loop nog even rond op het plein. Geen enkel café is open, en nu al in een tent zitten is geen mooi vooruitzicht. Plots zie ik boven een naaiwinkel, waar ze herstellingen doen, iets staan van 'catholique' en ga daar nog eens mijn kans wagen. Ze kijken bezorgd: iets om te overnachten? Nee, ze weten niets, en sturen mij ten slotte naar de pastorij.
Ik bel aan en er beginnen een hele reeks klokken te luiden. Niets. Ik blijf nog wat kijken naar de affiches aan het raam, en plots staat er een man in de deuropening. Hij zegt: “Entrez,” en wijst mij zonder meer waar ik kan slapen. Hij verdwijnt even vlug als hij gekomen is.

