Dag 15 : 26 maart 2013
van Fumay naar Rocroi
Om 6 u sta ik op, was mij beneden aan de pompbak – met warm water: ik verwarm water met de elektrische waterkoker en neem het mee naar boven, naar mijn verwarmde kamertje, waar ik heb geslapen. Ik zet thee en eet de de rest van de baguette van gisteren op.
Als mijn kar ingepakt is en alles klaar staat om te vertrekken, verschijnt plots de oude pastoor. “Tu as déjà mangé?” vraagt hij, en nodigt mij uit om in zijn persoonlijke vertrekken koffie te drinken.
Op tafel staan voor elk 2 tassen: een grote bol en een kleinere tas. De kleine of de grote, vraagt hij, en giet op mijn aanwijzing de grote vol. Dan haalt hij nog een pak suikerbrood tevoorschijn. Gekregen, zegt hij en zet het ook op tafel. Hij is 82 jaar oud en heeft geen verantwoordelijkheden meer. Hij vertelt over alle parochies waar hij heeft gewerkt, en over de rare snuiters die in de parochie rondlopen. Hij ziet er blij uit met mijn gezelschap.
Maar het is het lot van de pelgrim, dat hij onderweg moet zijn, en het is tijd voor mij om door te gaan. Dit keer niet langs de Maas, maar over de heuvels – we zijn immers in de Ardennen. Eerst koop ik nog een baguette in de plaatselijke winkel en dan stap ik richting Rocroi. Bij gebrek aan een kaart met alternatieve wegen volg ik de hoofdweg. Het is er niet druk, maar het is wel klimmen: kilometers na elkaar een stijgend slingerpad door de heuvels. Af en toe moet ik even stoppen. Het is koud en ook nu kan ik niet lang blijven staan.
Het is een eentonige weg, eerst door het bos – het grootste deel van de weg – een enkele km voor Rocroi is het open. Bij het binnenkomen van Rocroi zie ik een Aldi. Bijna al die kleine stadjes in Frankrijk hebben een Aldi, dat is blijkbaar een van de enige winkels die er zijn. Ik loop door naar de oude stad Rocroi, een zeer goed bewaarde vestingstad in stervorm.
Er is een toeristische dienst in het centrum van de oude stad en volgens de gegevens waarover ik beschik, is er in Rocroi een opvangplaats voor pelgrims. Ik daarnaar toe. Nee meneer, vroeger wel nu niet meer, maar we hebben wel B&B, enz., Ik vraag naar de pastorij, want ik had dat meegekregen uit Fumay. Eventjes zoeken, maar aangezien het historische Rocroi niet groot is, vind ik het vrij snel. Ik bel aan en na een tijdje staat er een oude pastoor in zijn zwart kostuum met zijn zilveren kruisje in de deuropening. Ik doe mijn verhaal en met een onbewogen gezicht zegt hij: “Non, je ne fais pas ça.” En ik kan gaan.
Ik slenter terug naar het centrum, want het is nog maar 14h30, en ik heb geen zin om verder te trekken. En wonder boven wonder: er is een café open. Ik stap binnen. Er zitten vier mensen: West-Vlamingen uit Dadizele en Menen. Ze maken hun jaarlijkse trip door de Ardennen. Ik zoek in het boekje met de pelgrimsroute naar adressen voor overnachting en vind in Rocroi een adres was ze ook aan pelgrims onderdak verlenen.
De zoon is thuis, maman is er nog niet. Het is er heel apart. Overnachting in een caravan. Ik bekijk de caravan en houd mijn mond.
Ze hebben een kamer voor drie personen (pelgrims) voor 60 euro. Dat komt dan op 20 euro per persoon. Gisterenavond hebben hier 2 pelgrims geslapen die onderweg zijn met een ezel, en afhankelijk van hoe ver ze vorderen met de ezel zullen ze al dan niet terugkomen om te slapen en de ezel op de weide van de moeder van maman laten staan. Ze komen niet terug en laten niets meer van zich horen. Ten slotte mag ik voor 20 euro op de kamer slapen.
Het toilet spoelt niet door. Gelukkig staat er een oude pispot naast en kan ik die gebruiken om water in te gieten. Het moet gezegd, dat de douche van alle mogelijke snufjes voorzien is: het water spuit naar boven, naar onder, links, rechts en het loopt zelfs weg. Ik ben gewassen.





