Dag 12 : 23 maart 2013
van Hastiére-par-dela naar Givet
Het heeft bijna de hele nacht geregend. Ik sta op rond 8 uur en pak alles in
Aan de deur van de pastorij hangt een papier dat er de vorige avond niet hing, met de vermelding – in het Frans en het Nederlands – dat dit geen pastorij meer is en dat ze geen onderdak verlenen aan pelgrims. Zo, dat weten we dan voor de volgende keer.
Weer loop ik langs de Maas, maar nu aan de kant van Hastiére-par-dela. De weg is onverhard en het is moeilijk stappen, vooral omdat er overal plassen zijn. Aan de eerstvolgende barrage steek ik over en volg de Maas aan de andere kant. Het pad loopt hier gemakkelijker. Het regent bijna de ganse weg.
In Hastiére, net voor de grens, vind ik een café dat open is. Ik stap binnen en drink een koffie om op te warmen.
Dan steek ik de grens over: nu ben ik in Frankrijk, niet meer thuis. Aan beide kanten van de weg is de Franse vlag op de grond geschilderd.
Nu loop in niet meer langs de Maas. Er is zo goed als niemand te zien: wie niet naar buiten moet, blijft binnen.
Ik heb deze morgen niet gegeten en begin honger te krijgen. Ik stop in de straat, zet mijn stoeltje (een driepikkel) recht, ga er op zitten en eet langs de weg rustig een banaan en twee appels (die uit Anhée). Een jongen fietst voorbij en kijkt wat vreemd.
Ik stap verder naar Givet. In het centrum op een plein staat er gelukkig een stadsplan; daarop zoek ik de straat waar ik moet zijn. Ik heb niet verwittigd. Op het betreffende adres staat een gebouw met een hoge muur en daarin een ijzeren deur met een bel. Ik bel, en nog eens, en nog eens… maar niemand doet open. Dan zie ik een blad met een pijl die verwijst naar de andere hoek van het gebouw. Ik loop erheen en plots hoor ik roepen “pèlerin”. Ik draai me om en een man komt me achterna gelopen. “Pèlerin?” vraagt hij. Ik zeg ja, en hij brengt mij naar het verblijf voor de pelgrims. De bel werkt niet meer. Ik zag je lopen en ben je maar gevolgd, zegt hij.
In de kamer staan twee bedden, een klein keukentje met kookplaat, microgolfoven. Er staat soep (pakjes). Er is een douche, toilet, verwarming. Alles erop en eraan. Ik mag zelfs blijven tot maandag – een dagje rust na zes dagen stappen!
Even later komt er een tweede pelgrim binnen. Het is Jos, iemand uit Laakdal. Hij blijft maar tot morgen, zondag.





