
De ervaring blijft het enig geldig criterium.
Zij stelt de mens vragen nopens zijn lichamelijke konditie.
Vragen die dwingender worden naarmate het lichaam meer en meer dienstbaarheid weigert. De ouder wordende mens aanvaardt minder en minder de eigen lichamelijke konditie. Hij herleidt deze lichamelijke konditie tot een leugen. Omdat de genade van de ouderdom hem vreemd is geworden, gelooft hij in de leugen van het eigen lichaam. Zich met deze leugen identificerend, schept hij een hiaat tussen zichzelf en zijn lichaam. Eens hij zijn lot en lotsbestemming aan zijn lichamelijke konditie heeft verbonden, zal hij al het mogelijke doen om zijn leeftijd te verloochenen,om er zo "fit" mogelijk uit te zien. Dit is een van de grootste vormen van zelfbedrog, waarbij de ouder wordende mens alle steun vindt in de omgeving: zo erg is het nog niet gesteld,- men komt er nog goed voor,- men heeft nog een eeuwigheid voor zich...En de kultus der valse onsterfelijkheid kan beginnen, tot het groteske toe.
Men is aan het leven voorbij gegaan en gelooft niet meer in eigen dood. Het "opkalfateren" van "niet meer zo jonge mensen",3 of 4 X 20 en meer, kan beginnen...De illusie van 20. Men kan nog mee. Men wil aan zichzelf en en vooral aan andere bewijzen wat men nog kan.
De dood is nog ver, nog oneindig ver. Meelijwekkende meewarigheid van de hipokrisie rondom de bejaardenzorg. En voor straks wel te rusten.