Adellijke intriges 13
Voor de persberichten en recensies van "Adellijke intriges" zie bij mijn favorieten.
Voor het aankopen van boeken zie "aankopen boek" bij mijn favorieten.
We gaan verder met de dertiende bladzijde van "Adellijke intriges."
“Ja, ik heb hem onmiddellijk gebeld.”
“Had de baron vijanden?”
“Niet dat ik weet, maar in het wereldje van de kunsthandel is er nogal wat jaloezie.”
“Wanneer er veel geld mee gemoeid is, loop je altijd risico”, vulde Bruno aan.
Paul noteerde ook de gegevens van Nathalie en zei haar dat ze mekaar zeker één van de uren terug zouden zien.
“Hou je wel ter beschikking.”
“Polle, zullen wij ondertussen eens door het kasteel lopen om te zien of er ons niets opvalt? ”
“Dat lijkt me een goed idee, dan kunnen we daarna eens met meneer Robert gaan spreken.”
“Die zal hier ondertussen toch al wel zijn zeker”, repliceerde de commissaris.
Ze begonnen hun rondgang in de ridderzaal. Bij het binnenkomen viel het Paul al onmiddellijk op dat hier wel heel ‘speciale’ schilderijen hingen.
“Amaai, chef, hier hangt voor een paar miljoen bijeen.”
“Een paar miljoen euro’s?”
“Jazeker.”
“Zijn dat dan zo’n dure schilderijen?” Bruno was niet zo op de hoogte van de waarde van “kunst”.
“Ik zie een Matisse, een Monet, een Degas en een Permeke, allemaal heel bekende, dure kunstenaars. Het zijn niet hun bekendste werken, maar ik schat dat hier toch wel voor enkele miljoenen aan de muur hangt.”
“Toch wel knap, Polle, dat je dat allemaal zo weet.”
“Iemand moet toch het cultuurgehalte van de politie van Lier hoog houden hé”, antwoordde Paul, hiermee doelend op de geringe kennis van echte kunst in hun korps.
“Van sport en muziek mag je me wat vragen, maar ik kan het verschil niet zien tussen een duur en een goedkoop schilderij”, zei Bruno. “Maar ik heb thuis een kenner zitten hé.”
Hiermee bedoelde hij zijn vrouw Sonja, die in haar vrije tijd ‘vanalles’ deed op gebied van kunst: zijdeschilderen, aquarel, olieverf en dan deed ze ook nog dingen met fietsbanden en bloemschikken… zo zei Bruno het toch altijd.
“Zeg Polle, zie jij hier iets van beveiliging?”
“Ik zie wel bewegingssensoren, maar ze werken volgens mij niet. Normaal zie je een rood lampje branden.”
“Het zijn misschien nieuwe modellen.”
“We zullen het straks eens vragen aan de zoon.”
Ze gingen verder naar de zalen van de galerie.
“Hier hangen wel meer schilderijen”, merkte Bruno op.
“Ja maar wel van een ‘mindere’ waarde.”
“Zou er iemand kunnen zien of hier iets verdwenen is?”
“Als ik iets zou meenemen, zou ik het uit de ridderzaal nemen”, merkte de hoofdinspecteur op.

