Een gedicht voor elke dag
17 januari Robin Hannelore Kempense winterzang
Geruime tijd reeds
En steeds droeviger
Krampt in mij weemoed om vroeger
Mijn kapotte klomp
De knikkers in mijn broekzak
De verhaarde knokkels van mijn hand
Het leven was echter toen
Met onze wintervoeten op de Leuvense stoof
(De warmte van een rattenkoning)
De was opgehangen in de huiskamer
De verroeste goudappels uit de kelder
Ach die knusse veiligheid
Dat beroezend goed zijn voor elkaar
Alwas het maar
Door ridder te spelen voor je zusjes
Als ze naar het huisje moesten
Van heel die wereld
Is niets gebleven
Zelfs niet de kaars
Als het licht uitviel
Of de onverwachte appelbeignets
Als moeder zich haar boerenafkomst herinnerde
Geruime tijd reeds
Word ik aldoor droeviger
Om die rare heesters in de tuin
Het vreemde volk in huis
En de centraal verwarmde eenzaamheid.







