De weg loopt stoffig en stenig omhoog.
Sinds vroeg in de ochtend heeft Simon op het veld gewerkt. Hij was op weg naar huis, keek uit naar een beetje schaduw om er uit te rusten. Zijn kruik was leeg, hij had in de gauwte een herberg willen aandoen, toen stootte hij op de Romeinen en hun dodelijke stoet. Nu zwoegt hij onder het kruis, achter de veroordeelde aan. Hij moet uitkijken niet op diens hielen te trappen. De gevangene strompelt veeleer, dat is geen voortstappen, toch wekt hij niet de indruk dat hij met slepende voeten op zijn lot afstapt.
De schrik die Simon overviel toen een soldaat hem aanwees, siddert na in zijn benen. Hij hoorde vloeken, had zich uit de voeten willen maken toen een ruwe hand hem greep en hem dwong die kruisbalk verder te dragen. Het beven in zijn knieën probeert hij onder controle te krijgen, sinds hij door heeft dat hij alleen maar moet helpen. Ze hijsen zich de heuvel op naar Golgotha, de Schedelplaats, waar de terechtstellingen plaatsvinden.
Zijn de soldaten bang dat de veroordeelde de schedelplaats te uitgeput zal bereiken om nog deugdelijk de kruisdood te sterven? De gevangene is al eerder gestruikeld. Als het opnieuw gebeurt, kan ik misschien voorwenden zelf onder de balk te bezwijken, hoopt Simon. Het kruishout weegt zwaar, daar worden geen goedkope planken voor gebruikt. Het kruis met een smak tegen de stenen gooien en gekromd staan hijgen als een beest. Misschien duiden ze dan een vervanger aan en laten ze mij gaan.
Verderop langs de heuvel ziet hij er nog twee zwoegen met een kruis. Moordenaars, als hij het gemurmel en gefluister mag geloven.
Weten de omstanders dat ik geen veroordeelde ben, maar alleen gedwongen werd hem bij te staan?
Er zijn er die de juiste bespuwen, maar ook Simon krijgt een fluim in zijn gezicht. Meester, hoort hij roepen, koning zelfs, bedrieger ook, hoerenjong, sukkel, mislukkeling. Hij heeft over de man die voor hem loopt een en ander opgevangen. Misschien maakt het hem niets uit of hij wordt geholpen. De stakker moet een leven hebben geleid waarover verhalen kunnen worden geschreven, hoe hij zich met armoedzaaiers en prostituees ophield, hun een hart onder de riem stak, hun leerde brood te delen waardoor het zich leek te vermenigvuldigen en ieder er een paar happen aan overhield. Over de machthebbers zei hij, geef hun wat hun toekomt, maar liet in het midden wat dat dan wel was. Uiteindelijk stootte hij de bezetter voor het hoofd. Hij werd uit eigen kring verraden. En nu moet hij eraan geloven. Voor een bezetter is een plaatselijk leven niet veel waard.
Ach, de mens heeft waarschijnlijk niemand kwaad gedaan, denkt Simon, wellicht verdient hij dit niet. Met gemene aantijgingen is hij in de handen van de macht gekomen, en voor de macht is de dood het voordeligst.
Toen de gevangene opnieuw struikelde, lette niemand op mij. De veroordeelde greep zelf weer de zware balk. Ik talmde, verwijderde een steentje uit mijn sandaal, maakte me klein, kroop weg in de berm. Ze liepen verder zonder mij. Het zwaarste deel van de tocht lag nog voor hen. Ik ben er goed van afgekomen.
De zon staat hoog. De wonden die de scherpe randen van het kruishout hebben nagelaten, branden in mijn schouders. Ik haast mij naar huis, geen tijd meer om eerst mijn dorst te lessen. Mijn vrouw en zonen wachten op mij.
Wat zal ik hun vertellen?
Ik heb iemand op weg geholpen naar zijn dood?
Ik liep vlak achter hem aan, had ik in zijn oor moeten fluisteren, moed inspreken was zinloos, maar hem gewoon een warme stem laten horen, zonder haat of veroordeling, een woord van mens tot mens?
Ik heb gezwegen.
Iedere dag van de paasvakantie staat een schrijver stil bij een statie van de Kruisweg. Kunstenaar Herr Seele maakt er een eigentijdse reeks taferelen bij.


Palmzondag in de abdij








